Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel bestuurlijke handhaving artikel 13b Opiumwet gemeente Breda

Gemeente Breda · geldt sinds 26 augustus 2022

Aanhef

De burgemeester van Breda,

Gelet op artikel 13b Opiumwet;

Besluit vast te stellen de navolgende beleidsregel bestuurlijke handhaving artikel 13b Opiumwet gemeente Breda:

5. Uitgangspunten optreden

5.1 Werkwijze

De politie informeert de burgemeester zo spoedig mogelijk na een constatering van een overtreding van de Opiumwet door middel van een bestuurlijke rapportage. Op basis van deze beleidsregel bepaalt de burgemeester welke bestuurlijke maatregel moet volgen op de geconstateerde overtreding in of vanuit het pand. In beginsel wordt er dus overeenkomstig deze beleidsregel besloten.

5.2 Afwijkingsbevoegdheid

Op basis van de inherente afwijkingsbevoegdheid, zoals neergelegd in artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht, kan van deze beleidsregel worden afgeweken. Alleen op basis van feiten en omstandigheden kan de burgemeester in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van de maatregelen zoals in deze beleidsregel zijn vastgesteld. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat bij zeer ernstige overtredingen een stap wordt overgeslagen of voor een langere periode wordt gesloten.

5.3 Begunstigingstermijn

In de regel wordt bij toepassing van de bevoegdheid van artikel 13b Opiumwet een begunstigingstermijn geboden. Deze termijn verschaft de betrokken exploitant of eigenaar de gelegenheid zelf uitvoering te geven aan een bevel tot sluiting op basis van artikel 13b Opiumwet.

Bij de sluiting wordt een begunstigingstermijn gegeven van vijf dagen waarbinnen de betrokkene de woning of het lokaal kan leeg maken en sluiten. Gedurende deze dagen kan betrokkene de nodige voorbereidingen treffen zoals het verwijderen van bederfelijke etenswaar en andere spullen en/of afsluiten van water en elektriciteit. Blijkt betrokkene na afloop van de begunstigingstermijn geen uitvoering te hebben gegeven aan het op grond van artikel 13b Opiumwet gegeven sluitingsbevel van de burgemeester, dan wordt dit door of namens de burgemeester uitgevoerd. Daarbij kunnen de eventuele kosten worden verhaald.

5.4 Sluiting

Als uitgangspunt bij optreden wordt bij handel in drugs in de regel gekozen voor een sluiting (het toepassen van bestuursdwang) en niet voor het opleggen van een dwangsom. Een sluiting wordt gezien als het meest effectieve middel om de overtreding ongedaan te maken, een einde te maken aan de handel in drugs vanuit dat pand en de loop naar dat pand te ontnemen, zodat klanten en dealers geen gebruik meer maken van dat pand voor de handel in drugs.

Sluiting zal in de regel gebeuren door het sluiten van de deuren van het pand en de verzegeling van de toegangen. Daarnaast worden de cilindersloten vervangen. Hiermee wordt getracht het woon- en leefklimaat in de directe omgeving van het pand zo min mogelijk negatief aan te tasten.

Zoals hiervoor aangegeven, dient elk geval echter op zich te worden beoordeeld. Hierdoor is het mogelijk dat in sommige gevallen wordt afgezien van sluiting en wordt gekozen voor een last onder dwangsom of een waarschuwing.

5.5 Intrekken vergunning

Indien van toepassing, zal naast de bestuurlijke handhaving op grond van artikel 13b Opiumwet, bij elke constatering van een overtreding van de Opiumwet de mogelijkheid worden bezien van intrekking van de Drank- en Horecawetvergunning op grond van artikel 31 eerste lid sub c van de Alcoholwet, dan wel intrekking van andere vergunningen ingevolge artikel 2:39 sub f, Algemene Plaatselijke Verordening Breda 2018.

5.6 Herhaling overtreding

In deze beleidsregel wordt uitgegaan van herhaalde constateringen/overtredingen, indien deze hebben plaatsgevonden in het pand binnen een termijn van 2 jaar.

Is de termijn langer dan twee jaar dan wordt de nieuwe overtreding weer beschouwd als een eerste overtreding.

Met dit beleid wordt voorkomen dat telkens van een eerste overtreding moet worden uitgegaan wanneer een pand van eigenaar verwisselt. Het beleid is uitdrukkelijk gericht op het voorkomen van herhaling van de overtreding in hetzelfde pand. Daarbij is het niet nodig dat de herhaling van de overtreding door dezelfde eigenaar/ ondernemer wordt gepleegd. Hiermee wordt voorkomen dat zich steeds een nieuwe ondernemer (stroman) in het betreffende bedrijf vestigt en daarmee de beleidsuitgangspunten van deze beleidsregel worden omzeild. Sluitingen op basis van artikel 13b Opiumwet worden ingeschreven in de openbare registers (Wet Kenbaarheid Publiekrechtelijke Beperkingen) en mogen dan ook als bekend worden beschouwd. Bij cumulatie van op te leggen maatregelen is de zwaarst gestelde maatregel van toepassing.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.