Gemeentelijke regelgeving

Beleidsnotitie Aanpak Oneigenlijk Grondgebruik en Uitgifte Snippergroen Breda 2025

Gemeente Breda · geldt sinds 18 april 2026

2. Toetsingscriteria voor gronduitgifte

2.1. Toetsingscriteria gronduitgifte

2.1.A. Voorwaarden voor uitgifte van grond

Aan de uitgifte van grond zijn voorwaarden verbonden. Onderstaande grond of groenstroken komen in beginsel niet in aanmerking voor uitgifte:

A1 Hoofdgroenstructuur en hoofdbomenstructuur

Groenstroken die deel uitmaken van de hoofdgroenstructuur en/of hoofdbomenstructuur van de gemeente worden in principe niet verkocht of verhuurd. Stroken grond met beschermde kapvergunning-plichtige bomen komen ook niet voor uitgifte in aanmerking. Breda is een groene stad en heeft de ambitie om ‘een stad in een park’ te zijn. De hoofdgroenstructuur omvat het benodigde groen dat Breda blijvend wil borgen, bestaande uit gebieden die waardevol zijn voor stad, buitengebied en leefomgeving.

A2 Bestemming ‘groen’ of bestemming ‘natuur’

1Bijvoorbeeld groenstroken met bestemming ‘groen’ of ‘natuur’ www.ruimtelijkeplannen.nl

Gronden en groenstroken waarop de bestemming ‘Groen’ of bestemming ‘Natuur’ zit, genieten de hoogste planologische bescherming en komen in principe niet voor uitgifte in aanmerking.

A3 Ecologische groenstructuur

Als de grond tot de ecologische groenstructuur behoort en/of ecologisch wordt beheerd, dan ziet de gemeente in principe af van grond-uitgifte.

Doel is de ecologische groenstructuur en de ecologisch beheerde gronden bescherming en ontwikkeling te bieden ten behoeve van een samenhangend netwerk voor natuur en ecologie. Gronden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) of die onderdeel uitmaken van een Ecologische Verbindingszone (EVZ) komen daarom niet voor uitgifte in aanmerking.

2.1.B. Nadere afwegingen voor uitgifte van grond

Als bovenstaande voorwaarden bij A. zijn getoetst, worden er nadere afwegingen gemaakt om grond uit te geven. Indien op basis van onderstaand afwegingskader geen waarden aan de betreffende grond of groenstrook worden toegekend, komt de grond in beginsel in aanmerking voor verkoop of verhuur:

B1 Stedenbouwkundige context en/of groenstructuur

Zodra blijkt dat de groenstrook geen onderdeel uitmaakt van de stedenbouwkundige opzet van de wijk en/of de groenstrook niet een (grote) meerwaarde levert aan de woon- en leefomgeving ervan, is uitgifte in principe aanvaardbaar. Hierbij wordt meegewogen of de buurt versteend is en de groenstrook bijdraagt aan een groene, leefbare en gezonde wijk of buurt. In dat geval ziet de gemeente van verkoop of verhuur af.

B2 Ruimtelijke kwaliteit

Als bepaald wordt dat de grond of de groenstrook niet van belang is voor de ruimtelijke kwaliteit van de openbare ruimte en/of niet bestaat uit beeldbepalend groen, is uitgifte in principe acceptabel.

Hiernaast wordt ook beoordeeld of de groenstrook in het (uit)zicht van omringende woningen ligt en/of een afschermende werking heeft (zoals parkeerplaatsen, transformatorhuisjes). De groenstrook kan ook doorzicht bieden op achterliggend (open) landschap. In deze specifieke gevallen wordt de grond in beginsel niet uitgegeven.

B3 Klimaat, water, milieu en energie

Mocht de grond of de groenstrook geen (toekomstige) bijdrage leveren aan klimaatadaptatie (verlaging hittestress), de beperking van wateroverlast (geen extra verharding) of de verbetering van het milieu (binding fijnstof) dan is verkoop of verhuur in beginsel mogelijk. Dat geldt ook zodra de grond geen rol van betekenis heeft voor (toekomstige) energietransitie (bijvoorbeeld: buurtbatterijen, verzwaring netwerken, trafo’s).

B4 Aanwezige niet beschermde bomen

Indien de groenstrook niet van belang is voor bomen (door de afwezigheid ervan) en/of niet van belang is voor de groeistandplaats van bomen is uitgifte in principe mogelijk.

De (ondergrondse) groeiruimte en de toekomstverwachting van de boom worden hierbij meegenomen.

B5 Verkeer en verkeersveiligheid

Door de uitgifte van het perceel mag de verkeersveiligheid niet in het geding komen. Verkoop of verhuur mag niet leiden tot onoverzichtelijke situaties. Hierbij kan worden gedacht aan vrije zichthoeken of juist aan verkeersbegeleiding door groen langs wegen, fiets- en voetpaden. Het is ook niet toegestaan om gemeentegrond om te bouwen tot een parkeerplaats. Een ander uitgangspunt is dat (potentiële) parkeerplaatsen niet worden verkocht. Verder mag verkoop van grond niet leiden tot een grotere parkeerdruk.

B6 Beheerbaarheid en openbaar groen met verbinding tot water

Uitgifte van de grond mag niet leiden tot ondoelmatig en inefficiënt beheer van mogelijke reststroken die niet voor verkoop of verhuur in aanmerking komen. Ook mag de verkoop van grond er in beginsel niet toe leiden dat gemeentelijke eigendommen worden ingesloten en daardoor onbereikbaar en niet te beheren zijn.

Verder blijft openbaar groen met verbinding tot steigers en langs waterlopen vanwege de bereikbaarheid en (ecologisch) beheer in principe door de gemeente ingericht en beheerd, ook om eventueel toekomstige omvorming tot natuurvriendelijke oevers mogelijk te maken.

Bijlage 1

Stappenplan bij uitvoering van aanpak oneigenlijk grondgebruik

Stap 1

De uitgifte wordt beoordeeld op basis van de toetsingscriteria (zie hoofdstuk 2 van deze beleidsnotitie)

Uitkomst beoordeling:

1Beschikbaar voor verkoop, eventueel onder voorwaarden

2Beschikbaar voor verhuur

3Uitgifte niet gewenst

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.