Gemeentelijke regelgeving

Regionaal beleidsplan Jeugdhulp 2020-2023 Noord Oost Brabant

Gemeente Boxtel · geldt sinds 1 januari 2020

Aanhef

Inhoud

Inleiding; waarom dit beleidsplan?

Samenwerking in Noordoost Brabant

Jeugdhulp in Noordoost Brabant: Trends

Missie

Ambitie

Het jeugdstelsel

Actie 1: Preventie, eigen kracht, en eerder de juiste hulp op maat

Actie 2: Normaliseren

Actie 3: Toegang tot hulp en ondersteuning

Actie 4: Integrale hulp en ondersteuning

Actie 5: Inkoop gespecialiseerde jeugdhulp en transformatie zorglandschap

Actie 6: Kinderen beschermen bij onveilige situaties

Actie 7: Positie van jeugdigen en ouders/cliëntervaringen

Actie 8: Meer ruimte bieden aan professionals door vermindering van regeldruk

Bijlage 1 Gewenst profiel lokale teams

Bijlage 2 Afkortingen en begrippen

Bijlage 3 Toelichting Jeugdstelsel

Bijlage 4 Overige instellingen en overleggen in de jeugd- en veiligheidsketen

Bijlage 1 Gewenst profiel lokale teams

Lokale teams vervullen een belangrijke rol bij het behalen van de gewenste doelen.

Lokale teams voeren gesprekken om de integrale ondersteunings- of hulpvraag in beeld te krijgen en een aanpak te formuleren volgens de werkwijze van 1 kind, één gezin, één plan, één regisseur. Daarom willen wij dat lokale teams:

•Bekend zijn bij jeugdigen en gezinnen.

•Voldoende capaciteit en expertise hebben.

•Samen met jeugdigen en gezinnen kijken naar de gebruikelijke hulp die ouders en opvoeders onder normale omstandigheden zelf kunnen bieden. Gebruikelijke hulp verschilt per kind, leeftijdsfase en per ouder.

•Jeugdigen en gezinnen helpen bij het versterken van hun eigen kracht al dan niet met behulp van het eigen netwerk.

•Samen met het gezin de mogelijkheden binnen het eigen netwerk en lokale voorzieningen in beeld brengen.

•Aansluiten bij scholen

•Samenwerken met alle partners uit de jeugd- en veiligheidsketen.

•In staat zijn om constructieve kritische gesprekken te voeren met jeugdigen en hun gezin, aanbieders van jeugdhulp en overige ketenpartners met als doel: kanteling in denken en handelen teweeg brengen.

•Op de hoogte zijn van de afspraken en inkoop met betrekking tot de gespecialiseerde jeugdhulp.

•Daar waar sprake is van meervoudige (intensieve) jeugdhulpvragen, specifieke integrale maatwerkarrangementen kunnen opstellen en kunnen sturen op regie en monitoring van de geleverde jeugdhulp.

•Als hulp of ondersteuning nodig is vanuit aanpalende terreinen verbinding leggen met andere domeinen en afspraken maken hoe deze worden aangepakt.

•Kostenbewust werken en een eenduidig afwegingskader hanteren waarin betrokkenheid, rendement en legitimiteit een rol spelen.

•Gezinnen met multiproblems en zware zorg begeleiden na beëindiging van specialistische jeugdhulp om terugval te voorkomen.

We onderscheiden twee vormen van regievoering, te weten.

•Casusregie: in geval van hulp en ondersteuning aan een individu of gezin is er altijd een casusregisseur als er meerdere hulpverleners vanuit meerdere hulpverlenende organisaties betrokken zijn. De regisseur draagt zorg voor afstemming en samenwerking tussen betrokkenen met het oog op de resultaten.

•Procesregie: wanneer een casus stagneert of te complex is kan gekozen worde voor procesregie. De procesregisseur gaat in principe niet over de inhoud van de hulp, maar stuurt wel op inhoud met betrekking tot de effectiviteit en veiligheid.

Afhankelijk van de situatie kan het lokale team beide rollen vervullen.

Bijlage 2 Afkortingen en begrippen

BJG: Basisteam Jeugd en Gezin

CBS: Centraal bureau voor de statistiek

CJG: Centrum Jeugd en Gezin

CTB: Civiel Traject Beraad

GGD: Gemeentelijke Gezondheidsdienst

GGK: Gemeentelijk Gegevens knooppunt

GGZ: Geestelijke gezondheidszorg

GI: Gecertificeerde instelling

JBB: Jeugdbescherming Brabant. Is een Gecertificeerde instelling

Jeugdhulp: soms wordt term jeugdzorg gebruikt

LTA: Landelijke Transitie Arrangementen

LVB: licht verstandelijke beperking

OCW: Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

OPH: Overleg Passende Jeugdhulp

OTS: Onder Toezichtstelling

OvJ: Officier van Justitie

OZA: Onderwijs Zorgarrangementen

PGB: persoons gebonden budget

POH GGZ: Praktijkondersteuner Geestelijke Gezondheidszorg

PON: Provinciaal Opbouworgaan Noord Brabant onderzoeksinstituut

RBO: Regionaal Bestuurlijk Overleg Jeugd Noordoost Brabant

RIOZ: Regionale Inkooporganisatie Zorg

RvdK: Raad voor de Kinderbescherming

SEZ: Spoedeisende zorg

STORM: depressieproject GGZ en ketenpartners

SWT: sociaal wijkteam

SWV: Samenwerkingsverband Passend Onderwijs

VIR: Verwijsindex Risicojongeren

VNG: Vereniging Nederlandse gemeente

VT: Veilig Thuis

VWS: ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

WLZ: Wet langdurige zorg

WMO: Wet maatschappelijke ondersteuning

WSG: William Schrikker Stichting. Is een Gecertificeerde instelling

ZIN: Zorg in natura

ZVJ: signaleringssysteem Zorg voor Jeugd

ZVW: Zorgverzekeringswet

Bijlage 3 Toelichting Jeugdstelsel

Lokaal. Sociale omgeving en algemene basisvoorzieningen (preventie). Vrij toegankelijk.

Hier onderscheiden we:

Informele sociale basisstructuur

Deze gaat over verbindingen tussen mensen, over netwerken. Bewoners zorgen voor zichzelf en elkaar; als vrijwilliger, mantelzorger of ervaringsdeskundige.

Formele sociale basisstructuur

Deze bestaat uit de algemene basisvoorzieningen in de gemeente: scholen, gezondheidscentra, maatschappelijk werk, peuteropvang, jongerenwerk, sportverenigingen, buurthuizen, openbare ruimte etc.

De informele en formele basisstructuur vormen samen de sociale infrastructuur van de gemeenten. Het doel is om snel en dichtbij ondersteuning te kunnen bieden. Dat gebeurt op vindplaatsen (onderwijs, consultatiebureaus, peuteropvang, verenigingen), waar voorzieningen snel kunnen signaleren en op laagdrempelige wijze passende oplossingen kunnen bieden.

Lokaal. Lichte opvoedondersteuning. Vrij toegankelijk.

Jeugdige en ouders van de gemeenten kunnen lokaal terecht met vragen over opvoeding.

Lokaal. Toegang tot hulp en ondersteuning. Vrij toegankelijk.

Het betreft hier de gemeentelijke toegang tot hulp en ondersteuning. Deze lokale teams kunnen diverse namen hebben bijvoorbeeld Centrum Jeugd en Gezin, Basisteam Jeugd en Gezin. Vrij toegankelijk. De huisartsen mogen ook verwijzen naar gespecialiseerde jeugdhulp.

Regionaal Gespecialiseerde jeugdhulp. Niet vrij toegankelijk.

Hieronder valt de hele inkoop van gespecialiseerde jeugdhulp door de Regionale Inkooporganisatie (RIOZ). RIOZ maar ook de afspraken met gecertificeerde instellingen en met Veilig Thuis.

Verder wordt een deel van de gespecialiseerde jeugdhulp door de VNG ingekocht. Het betreft hier het zogenaamde LTA aanbod = Landelijke Transitie Arrangementen.

Gecertificeerde instellingen

Gecertificeerde instellingen worden van overheidswege gecertificeerd om maatregelen in het kader van de jeugdbescherming en jeugdreclassering uit te voeren. In onze regio zijn contracten gesloten met Jeugdbescherming Brabant, William Schrikker Stichting en Leger des Heils.

Jeugdbeschermingsmaatregelen kunnen worden ingezet wanneer er sprake is van ernstige onveiligheid en ontwikkelingsbedreiging voor jeugdigen. In het Burgerlijk Wetboek zijn twee jeugdbeschermingsmaatregelen opgenomen:

•De ondertoezichtstelling OTS (ook wel gezinsvoogd genoemd).

•De beëindiging van het ouderlijk gezag.

Bij een OTS wordt het ouderlijk gezag door de rechter beperkt en wordt een gezinsvoogd aangesteld welke een deel van het gezag overneemt. Dit gebeurt in die gevallen waarin er onveiligheid is, maar er nog wel mogelijkheden zijn dat de ouders op termijn weer zélf het gezag kunnen gaan dragen.

Dit perspectief is er niet wanneer het ouderlijk gezag door de rechter aan de ouders wordt ontnomen. In die gevallen stelt de rechter een nieuwe gezagsdrager aan, een voogd.

Binnen een OTS wordt zo snel mogelijk gewerkt aan het herstel van het gezag. Een OTS is daarom altijd beperkt van duur, in principe niet langer dan 2 jaar. Voor voogdij geldt die beperking in duur niet. In beide gevallen eindigt de maatregel altijd op grond van de wet bij de meerderjarigheid, dus 18 jaar.

Veilig Thuis

Volgens de wet (Wmo) heeft Veilig Thuis de volgende taken:

•Advies geven.

•Meldingen in ontvangst nemen.

•Veiligheidsbeoordeling en onderzoek doen of daadwerkelijk sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling.

•Zo nodig vervolgstappen in gang zetten in de vorm van overdragen naar vrijwillige hulp, de Raad voor de Kinderbescherming en/of melding doen bij de politie.

•Terugkoppeling aan melders.

•Monitoring.

Voor de medewerkers van Veilig Thuis is een landelijk handelingsprotocol opgesteld. Dit handelingsprotocol bevat richtlijnen die geldend zijn voor alle vormen van huiselijk geweld en kindermishandeling.

Bij een melding gaat Veilig Thuis altijd een veiligheidsbeoordeling (triage) doen. Op basis van deze veiligheidsbeoordeling wordt gekeken of Veilig Thuis iets gaat doen of dat de casus wordt overgedragen aan een ketenpartner / lokaal team. Er zijn 3 vervolgtrajecten mogelijk:

•Directe overdracht na veiligheidsbeoordeling.

•Voorwaarden en vervolg. Als er aanwijzingen zijn voor acute en/of structurele onveiligheid en/of multiproblematische leefsituatie en als direct betrokkenen voldoende meewerken en/of hulp accepteren. Bij dit traject werkt Veilig Thuis samen met het gezin/huishouden en met ketenpartners/lokaal team aan verdere hulp en behandeling.

•Onderzoek. Als er aanwijzingen zijn voor acute en/of structurele onveiligheid en/of multiproblematische leefsituatie en direct betrokkenen onvoldoende meewerken en/ of hulp accepteren. Veilig Thuis spreekt dan met de leden van het (gezins)systeem af wat er tenminste moet gebeuren om ervoor te zorgen dat het direct veilig wordt (veiligheidsvoorwaarden).

Bijlage 4 Overige instellingen en overleggen in de jeugden veiligheidsketen

Beschermtafel

De Beschermtafel is een afstemmingsoverleg tussen Raad voor de Kinderbescherming, Gecertificeerde instellingen, gemeenten en Veilig Thuis. De gemeente is onafhankelijk voorzitter van dit overleg. Tijdens dit overleg worden casussen besproken waarbij het kind (mogelijk) in zijn/haar ontwikkeling wordt bedreigd en er (mogelijk) een kinderbeschermingsmaatregel nodig is.

Tijdens het overleg wordt besloten of de Raad voor de Kinderbescherming in deze casus onderzoek zal doen. Op basis van zo’n onderzoek adviseert de Raad de rechter over het al dan niet opleggen van een kinderbeschermingsmaatregel. Er kan ook besloten worden dat de Raad op dat moment (nog) geen onderzoek gaat doen, omdat er op een andere manier afspraken gemaakt kunnen worden inzake het realiseren van voldoende veiligheid. Wanneer er echter onvoldoende perspectief is op verbetering en op de aanpak van problemen in een vrijwillig kader, dán wordt besloten tot een onderzoek.

De casussen worden in het bijzijn van ouders/verzorgers besproken. De casus kan door de Raad voor de Kinderbescherming, lokale teams, GI en Veilig Thuis worden ingebracht.

Raad voor de Kinderbescherming

De Raad voor de Kinderbescherming is een landelijke organisatie die direct ressorteert onder het ministerie van Veiligheid en Justitie, met vestigingen in het land.

De Raad is een onderzoeksinstantie, die onderzoek doet en op grond daarvan de rechter en/of het OM adviseert betreffende jeugdigen in civiele zaken (met name jeugdbescherming en geschillen over gezag en omgang) en strafzaken.

Wij hebben in de regio Noordoost ambtelijk een goede werkrelatie met de Raad. In de praktijk is er concreet samenwerking op de volgende punten:

•De gemeenten organiseren samen met de Raad in de subregio’s een wekelijks overleg waar Veilig Thuis of lokale sociale teams casussen in kunnen brengen waarbij zij de Raad verzoeken om een onderzoek te doen naar de gronden voor een kinderbeschermingsmaatregel. Dit zijn de “Beter Beschermd overleggen” ofwel “Beschermtafels” . Helaas waren er de afgelopen jaren vaak lange wachtlijsten bij de Raad voor het doen van zo’n onderzoek. Voor gemeenten is het lastig om invloed uit te oefenen op ( het oplossen van) die wachtlijsten. Inmiddels is de wachtlijst fors gedaald en in bepaalde subregio’s volledig opgelost.

•De Raad en de gemeenten participeren samen in het Arrondissementaal Platform Jeugd.

•De Raad is de voorzitter van de subregionale Justitiële Trajectberaden, waarin jeugdigen worden besproken die in een Justitiële Jeugdinrichting zijn opgenomen en waarvoor een plan wordt gemaakt voor hun terugkeer. Lokale teams worden daarbij betrokken.

•De Raad heeft regelmatig overleg met Leerplicht inzake jeugdigen die met een proces verbaal te maken krijgen inzake schoolverzuim.

•De Raad bezoekt alle jeugdigen die in een politiecel worden opgesloten in het kader van de “vroeghulp” . Wanneer er vanuit een lokaal sociaal team contacten zijn met deze jeugdigen c.q. met hun gezinnen kan de Raad contact met het team opnemen om de activiteiten af te stemmen.

Deze huidige vormen van samenwerking verlopen in de praktijk naar wens en wij willen deze samenwerking de komende jaren graag op deze manier voortzetten en waar nodig uitbouwen.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.