Gemeentelijke regelgeving

Nadere regels jeugdhulp gemeente Boxtel 2022

Gemeente Boxtel · geldt sinds 7 mei 2022

Aanhef

Datum: 21 april 2022

Inleiding

De gemeenteraad van Boxtel heeft op 8 februari 2022 de Verordening tot de 1e wijziging van de Verordening Sociaal Domein 2021 Boxtel vastgesteld. De Verordening en deze Nadere regels geven de kaders voor de uitvoering van de Jeugdwet voor de gemeente Boxtel. Sinds 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdwet. De Nadere regels 2021 zijn als vertrekpunt gebruikt. De Nadere regels 2022 zijn aangepast op onderdelen. Deze aanpassingen hebben te maken met:

•de Verordening Sociaal Domein 2021 en aanvullend de Verordening tot de 1e wijziging van de Verordening Sociaal domein 2021;

•landelijke en regionale wijzigingen en/of aanvullingen:

-aandachtspunten vanuit de Regionale Verordening Jeugd;

-het nieuwe woonplaatsbeginsel;

-de invoering van de P*Q financiering per 1-1-2022 (op onderdelen);

-het productenboek jeugdhulp 2022 binnen de regio Noordoost-Brabant;

•lokale input vanuit de wijkteams;

•waar mogelijk criteria verscherpt en uitzonderlijke situaties gespecificeerd voor het inzetten van jeugdhulp.

Leeswijzer

De inhoudsopgave van de Verordening is de basis voor de indeling van deze Nadere regels. Per hoofdstuk wordt aangegeven waar de relatie met de Verordening Sociaal Domein 2021 (aangevuld met de Verordening tot de 1e wijziging van de Verordening Sociaal Domein 2021) van toepassing is. In deze Nadere regels zijn de volgende hoofdstukken van de Verordening verder uitgewerkt:

•hoofdstuk 2: de toegang;

•hoofdstuk 4: gezond en veilig opgroeien;

•hoofdstuk 6: de vormen van hulp.

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 De toegang

1.1 De eerste melding bij de gemeente

1.2 Integrale intake

1.3 Verwijzing door derden en spoed

Hoofdstuk 2 Gezond en veilig opgroeien

2.1 Inleiding

2.2 Uitgangspunten bij het bieden van hulp

2.3 Algemene voorzieningen

2.4 Individuele voorzieningen

2.5 Afbakening jeugdhulp of volwassen hulp voor ouders/verzorger(s)

2.6 Gebruikelijke hulp en bovengebruikelijke hulp

2.7 Eigen kracht

2.8 Onderzoek naar eigen kracht van ouders/verzorgers

2.9 Onderscheid formele en informele hulp

Hoofdstuk 3 Overgang 18+

3.1 Jeugdhulp na 18e levensjaar

3.2 Procedure jeugdhulp na 18e levensjaar

3.3 Verlengde pleegzorg

3.4 Gevolgen nieuwe woonplaatsbeginsel voor financiering verlengde jeugdhulp

Hoofdstuk 4 De vormen van jeugdhulp

4.1 Vormen van hulp

4.2 Persoonsgebonden budget

4.3 Persoonsgebonden budget (PGB) in geval van een verwijzingsbesluit van een arts of gecertificeerde instelling

4.4 Aanvullende criteria persoonsgebonden budget (PGB)

4.5 Aanvullende criteria vaktherapie

4.6 Vervoersvoorziening in het kader van de Jeugdwet

Hoofdstuk 5 Begripsbepalingen

Hoofdstuk 6 Citeertitel, ingangsdatum en intrekking oude regeling

Bijlagen

Bijlage 1 Richtlijnen gebruikelijke zorg van ouders voor kinderen met een normale ontwikkeling

Bijlage 2 Richtlijn bij (dreigende) overbelasting van partner, ouder, volwassen kind en/of andere huisgenoten

Bijlage 3 Factsheet ‘10 punten PGB-vaardigheid’

Bijlage 4 Hoogte PGB-tarieven per hulpvorm

Bijlage 5 PGB-motivatieplan

Hoofdstuk 2 Gezond en veilig opgroeien

2.2 Uitgangspunten bij het bieden van hulp

2.2.1 De uitgangspunten van de Jeugdwet zijn:

•voorkomen van een vraag om jeugdhulp en uitgaan van eigen verantwoordelijkheid en eigen mogelijkheden van jeugdigen en hun ouder(s)/verzorger(s), met inzet van hun sociale netwerk;

•het opvoedkundig klimaat te versterken in gezinnen, wijken, scholen en in voorzieningen als kinderopvang en peuterspeelzalen;

•eerder de juiste hulp op maat bieden om jeugdigen en gezinnen zo snel mogelijk, zo dichtbij mogelijk en zo effectief mogelijk te helpen met aandacht voor de (kosten)effectiviteit van de geboden hulp;

•integrale hulp bieden aan gezinnen volgens het uitgangspunt één gezin, één plan, één regisseur;

•meer ruimte voor professionals om de juiste hulp te bieden door vermindering van regeldruk.

2.2.2 In de Jeugdwet genoemde resultaten

a.Het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van een jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouder(s)/verzorger(s) of adoptie gerelateerde problemen;

b.Het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van jeugdigen met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuigelijke beperking, een chronisch psychisch probleem of psychosociaal probleem;

c.Het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuigelijke beperking of een somatisch of psychiatrische aandoening of beperking.

2.3 Algemene voorzieningen

2.3.1 Algemeen

Wanneer blijkt dat jeugdigen en/of hun ouder(s) niet op eigen kracht of met hulp van het sociaal netwerk tot een oplossing kunnen komen, wordt beoordeeld of er zogenaamde ’algemene voorzieningen’ zijn die de problemen die jeugdigen en zijn ouder(s)/verzorger(s) ervaren (gedeeltelijk) kunnen oplossen. In dit onderdeel wordt dieper ingegaan op welke diensten er onder algemene voorzieningen vallen, welke algemene voorzieningen voor jeugdigen en/of ouder(s) er zijn in andere wetten.

2.3.2 Algemene voorzieningen vrij toegankelijk voor iedere jeugdige en/of ouder(s)

Algemene voorziening is een breed begrip. Het betreft voorzieningen waar iedereen, zonder indicatie of andere vorm van toegang, gebruik van kan maken. Algemene voorzieningen zijn dus vrij toegankelijk. Het kunnen commerciële diensten zijn, maar ook diensten zonder winstoogmerk, zoals sportclubs of jeugdactiviteiten in de buurt. Ook maatschappelijk werk, schuldhulpverlening, GGD, Welzijnswerk en Jongerenwerk behoren tot de algemene voorzieningen.

In elke individuele situatie moet worden beoordeeld of een algemene voorziening passend en toereikend is. Als dit zo is, komen jeugdigen en zijn ouder(s)/verzorger(s) niet in aanmerking voor een individuele voorziening. Dit geldt indien de algemene voorziening:

•daadwerkelijk beschikbaar is voor de jeugdige en/of de ouder(s);

•passend en toereikend is voor de jeugdige en/of de ouder(s);

•financieel gedragen kan worden door het gezin. Het college beoordeelt of het gezin in redelijkheid de algemene voorziening kan betalen. Het is vervolgens aan de ouder(s)/verzorger(s) om dit te weerleggen. De ouder(s)/verzorger(s) moeten aannemelijk maken dat de algemene voorziening financieel niet gedragen kan worden. Mogelijk komen ouder(s)/verzorger(s) in aanmerking voor bijzondere bijstand of een Minima regeling.

Er moet in elke individuele situatie worden beoordeeld of de voorliggende voorziening toereikend en passend is. Als dat niet het geval is wordt alsnog een (aanvullende) individuele jeugdhulpvoorziening geboden. Als jeugdigen en/of hun ouder(s) geen gebruik wensen te maken van een beschikbare voorliggende voorziening leidt dat niet automatisch tot het verlenen van een individuele voorziening.

Inzet basishulp

De jeugdconsulenten van het Wijkteam kunnen ook zélf lichte ondersteuning verlenen (basishulp). Met gerichte inzet kunnen zij wellicht in een korte periode zoveel betekenen dat daarmee de inzet van een individuele voorziening voorkomen of beperkt kan worden. Per situatie wordt bekeken wat wenselijk en mogelijk is.

2.3.3 Algemene voorzieningen voor jeugdige en/of ouder(s) uit andere wetten

Indien een jeugdige en zijn ouder(s) recht heeft op zorg of ondersteuning op grond van een andere wet, zoals de Wet langdurige zorg (Wlz), de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) of de Onderwijswetten, zijn deze voorliggend op de Jeugdwet en zal het college voor deze zorg geen voorziening treffen op basis van de Jeugdwet.

1Wmo

a.Ondersteuning, wonen/verblijf en persoonlijke verzorging voor jeugdigen vanaf 18 jaar valt onder de Wmo, indien het doel is het bevorderen van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie;

b.De hulpmiddelen, rolstoelen voor jeugdigen vallen altijd onder de Wmo. Hetzelfde geldt voor de woningaanpassingen voor jeugdigen onder de 18 jaar, die thuis blijven wonen;

c.De gemeente is verantwoordelijk voor zowel de uitvoering van de Jeugdwet als de Wmo en zorgt ervoor dat jeugdigen die zowel vóór als ná hun 18e verjaardag hulp nodig hebben, geen last hebben van de overgang naar een ander wettelijk kader. Zie hoofdstuk 3 voor de overgang naar 18+.

2Wet Langdurige Zorg (Wlz), Zorgverzekeringswet (Zvw) en Beginselenwet Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI)

a.Jeugdigen die gebruik kunnen maken van voorzieningen in het kader van deze genoemde wetten, maken geen aanspraak op jeugdhulp in het kader van de Jeugdwet;

b.Ouder(s)/verzorger(s) en jeugdigen die een aanvraag voor jeugdhulp doen, worden verwezen naar de instantie waar een aanvraag voor een voorziening op basis van de voornoemde wetten kan worden behandeld;

c.Indien een vraag wordt ingediend voor het vergoeden van behandelingen (na gebruik van de aanvullende verzekering) is de vergoeding vanuit de gemeente gelijk aan het maximum bedrag dat opgenomen is in het productenboek.

3(Passend) onderwijs

a.Begeleiding van kinderen met leerproblemen is de verantwoordelijkheid van school. Er zijn ook mogelijkheden vanuit de Wet passend onderwijs. Hulp die nodig is om onderwijsdoelen te behalen valt niet onder de Jeugdwet, maar moet door het onderwijs geboden worden. Een school voorziet in het kader van passend onderwijs in begeleiding van leerlingen tijdens het onderwijs. We verstaan onder deze begeleiding:

•het ondersteunen en aanbrengen van structuur of het voeren van regie;

•ondersteuning bij praktische vaardigheden en handelingen voor zelfredzaamheid;

•oefenen met het aanbrengen van structuur, of het voeren van regie en/of het uitvoeren van handelingen die de zelfredzaamheid tot doel hebben;

b.Op hoofdlijnen maken we het volgende onderscheid:

•Extra ondersteuning die als eerste is gericht op het volgen van onderwijs of het leerproces, is de verantwoordelijkheid van de school;

•Is extra ondersteuning ook op andere gebieden nodig, dan kan de gemeente verantwoordelijk zijn. Alleen in uitzonderlijke situaties; als toezicht en aansturen meer vraagt dan van school en ouder(s) kan worden verwacht en de mogelijkheden vanuit de Wet Passend Onderwijs niet voldoende zijn kan begeleiding worden geïndiceerd vanuit de Jeugdwet. Deze ondersteuning wordt maximaal drie uur per week per kind ingezet. De ondersteuning moet gericht zijn op de sociaal emotionele ontwikkeling en niet op het didactische onderdeel;

c.Als er geen sprake is van een ontheffing van de leerplicht, is in eerste instantie het onderwijs aan zet om passende ondersteuning te bieden;

d.In het geval de jeugdige gebruik maakt van het speciaal onderwijs, is het ondersteuningspakket dat samenhangt met de toelatingsverklaring van het Samenwerkingsverband voorliggend.

4Kinderopvang en buitenschoolse opvang

a.Kinderopvang en buitenschoolse opvang is de verantwoordelijkheid van ouder(s), werkgever en overheid. Het leren omgaan van leidsters van de kinderopvang met kind met een beperking is de verantwoordelijkheid van ouder(s) en de kinderopvang/buitenschoolse opvang;

b.Indien er sprake is van lichamelijke en/of psychische problematiek bij (een van) de ouder(s) en er is géén recht op kinderopvangtoeslag, kan gebruik gemaakt worden van de regeling Sociaal Medische Indicatie (SMI);

c.Alleen in uitzonderlijke situaties als een kind zodanige extra (specialistische) begeleiding nodig heeft die niet door leidsters kan worden geboden en niet van ouder(s) kan worden verwacht, kan begeleiding worden toegekend vanuit de Jeugdwet.

5Als een voorliggende voorziening zoals genoemd in 1 t/m 4 passend en toereikend is, wordt geen individuele voorziening ingezet. In elke individuele situatie wordt beoordeeld of de voorliggende voorziening toereikend is. Als de jeugdige en/of de ouders geen gebruik wensen te maken van een beschikbare voorziening, leidt dat niet automatisch tot het inzetten van een individuele voorziening.

2.4 Individuele voorzieningen

2.4.1 In de Jeugdwet genoemde doelgroepen

In de Jeugdwet worden de volgende groepen genoemd als in aanmerking komend voor individuele voorzieningen:

a.jeugdigen en zijn ouder(s)/verzorger(s) die kampen met psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking, opvoedingsproblemen of adoptie gerelateerde problemen;

b.jeugdigen met somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuigelijke beperkingen, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem;

c.jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuigelijke beperking of een somatische of psychiatrische aandoening of beperking.

Niet alle problemen zijn in de buurt en/of via de inzet van het eigen netwerk, informele zorg of overige voorzieningen op te lossen. Soms hebben jeugdigen specifieke, specialistische en/of intensieve ondersteuning nodig. Het gaat dan om voorzieningen die vaak bovenlokaal, regionaal of soms zelfs landelijk zijn georganiseerd, zoals crisisopvang, pleegzorg en jeugdbescherming. Ook als deze ‘zwaardere’ vormen van hulp nodig zijn, blijft het uitgangspunt van nabijheid overeind.

2.4.2 Criteria individuele voorzieningen

Jeugdigen en/of ouder(s) kunnen slechts in aanmerking komen voor een individuele voorziening voor zover zij geen andere oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag:

a.binnen hun eigen mogelijkheden, waaronder in ieder geval wordt verstaan:

•gebruikelijke hulp van ouder(s)/verzorger(s) en hulp van andere personen uit het sociale netwerk;

-hiervoor verwijzen wij naar §2.6, §2.7 en §2.8 in de Nadere regels.

•het aanspreken van een aanvullende verzekering die is afgesloten;

-hiervoor verwijzen wij naar §4.5 in deze Nadere regels.

b.door gebruik te maken van een algemene voorziening;

•hiervoor verwijzen wij naar §2.3 in deze Nadere regels.

c.door gebruik te maken van een andere voorziening die een passende oplossing biedt;

•hiervoor verwijzen wij naar §2.3 in deze Nadere regels.

d.er wordt geen jeugdhulp ingezet als ouders niet ook aan de ouderproblematiek werken.

•hiervoor verwijzen wij naar §2.5.

2.6 Gebruikelijke en bovengebruikelijke hulp

2.6.1 Gebruikelijke hulp

Gebruikelijke hulp is de normale, dagelijkse hulp die ouder(s) en/of andere huisgenoten vanuit eigen kracht elkaar onderling kunnen bieden. Ouder(s)/verzorger(s) moeten de tot hun gezin behorende minderjarige kinderen verzorgen, opvoeden en toezicht op hen houden. Ook al is er sprake van een jeugdige met een ziekte, aandoening of beperking. Het betreft hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf. Voorbeelden van gebruikelijke hulp zijn onder andere:

•aansturen tot het maken van huiswerk en het bieden van ondersteuning bij het huiswerk;

•oefenen van vaardigheden, zoals oefenen met lezen bij dyslexie of oefenen met pictogrammen;

•uitvoeren van oefeningen met jeugdige die door een arts of paramedici (bijvoorbeeld fysiotherapeut, ergotherapeut of logopedist) geadviseerd zijn;

•oefenen om met geld om te gaan;

•aanleren van huishoudelijke vaardigheden;

•toedienen van medicatie bij het ontbijt en het naar bed gaan van een jeugdige;

•aanreiken van spullen of speelgoed na afloop van de maaltijd of na een drinkmoment bij een jeugdige met een lichamelijke beperking.

De bovenstaande opsomming is niet limitatief.

We verwijzen naar bijlage 1 voor een nadere toelichting op de ‘Richtlijnen gebruikelijke zorg van ouder(s)/verzorger(s) voor kinderen met een normale ontwikkeling per leeftijd’.

2.6.2 Bovengebruikelijke hulp

Er is sprake van bovengebruikelijke hulp, als de voor de jeugdige noodzakelijke hulp chronisch meer is dan de noodzakelijke hulp die een jeugdige van dezelfde leeftijd redelijkerwijs nodig heeft, voor wat betreft aard, frequentie en benodigde tijd.

Het onderzoek in het kader van bovengebruikelijke hulp richt zich op twee aspecten:

•Wat mag redelijkerwijs van de ouder(s)/verzorger(s) en/of huisgenoot verwacht worden?

•Is die ouder/verzorgerhuisgenoot hiertoe ook daadwerkelijk in staat? Is de ouder/verzorger/huisgenoot beschikbaar? Raakt de ouder/verzorger/huisgenoot niet overbelast? Kunnen er grote financiële problemen ontstaan, doordat de hulp wordt geboden?

2.8 Onderzoek naar eigen kracht van ouders/verzorgers

2.8.1 Chronische en niet-chronische situaties

1Er is sprake van bovengebruikelijke hulp bij chronische situaties. Bij chronische situaties gaat het om langdurige hulp waarbij naar verwachting de hulp langer dan drie maanden nodig zal zijn.

2Er is geen sprake van bovengebruikelijke hulp bij niet-chronische situaties. Bij niet-chronische situaties gaat het om kortdurende hulp waarbij er uitzicht is op herstel van de situatie van de jeugdige en zijn ouder(s)/verzorger(s) en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige en de zijn ouder(s)/verzorger(s). Het gaat hierbij over het algemeen over een periode van maximaal drie maanden.

2.8.2 Overbelasting ouder(s)

Wanneer de ouder(s) overbelast zijn of dreigen te raken wordt van hen geen gebruikelijke hulp verwacht. Totdat deze (dreigende) overbelasting is opgeheven kan een individuele voorziening worden ingezet. Hierbij wordt rekening gehouden met:

a.de (dreigende) overbelasting dient te worden opgeheven door de gebruikelijke hulp als bedoeld in §2.6.1 aan de jeugdige tijdelijk te laten uitvoeren door een jeugdhulpaanbieder;

b.gebruikelijke hulp wel van deze ouder(s)/verzorger(s) wordt verwacht indien de (dreigende) overbelasting wordt veroorzaakt door het uitvoeren van maatschappelijke activiteiten buiten de gebruikelijke hulp om, uitgezonderd maatschappelijke activiteiten in de vorm van scholing of beroepsmatige activiteiten(werk).

Dit hoofdstuk heeft betrekking op de verdere uitwerkingen van hoofdstuk 4 van de Verordening.

Hoofdstuk 4 De vormen van jeugdhulp

4.2 Persoonsgebonden budget (PGB)

4.2.1 Voorwaarden PGB

Het college kan slechts een PGB verlenen als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

A. De jeugdige of zijn ouder(s)/verzorger(s) zijn naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat tot een redelijke waardering van de belangen. Of ze zijn met hulp uit hun sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor, gemachtigde, gecertificeerde instelling of aanbieder van gesloten jeugdhulp, in staat de aan een PGB verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren.

B. De jeugdige of zijn ouder(s)/verzorger(s) stellen zich gemotiveerd op het standpunt dat zij de individuele voorziening die wordt geleverd door een zorgaanbieder, niet passend achten.

C. Naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouder(s)/verzorger(s) van het PGB-budget willen betrekken, van goede kwaliteit is.

D. Het PGB bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst passende beschikbare maatwerkvoorziening in natura.

A: Bekwaamheid van de aanvrager

Om na te gaan of de aanvrager op verantwoorde wijze om kan gaan met een PGB wordt de bekwaamheid beoordeeld. De beoordelingscriteria zijn:

1Is de budgethouder in staat, danwel een vertegenwoordiger uit zijn sociale netwerk, of een curator, bewindvoerder, mentor, gemachtigde, gecertificeerde instelling of aanbieder van gesloten jeugdhulp, de eigen situatie en de situatie van de jeugdige te overzien en zelf de benodigde hulp te kiezen, te regelen en aan te sturen?

2Is de budgethouder goed op de hoogte van de rechten en plichten die horen bij het beheer van een PGB en kan hij hiermee omgaan?

3Is de budgethouder in staat de opdrachtgeverstaak op zich te nemen, zoals een aanbieder uitzoeken, sollicitatiegesprekken voeren, contracten afsluiten, facturen afhandelen, bewaken van de kwaliteit en de voortgang van de hulp?

Van overwegende bezwaren is sprake als er een ernstig vermoeden is dat de budgethouder problemen zal hebben met het omgaan met een PGB. De situaties waarbij het risico groot is dat het PGB niet besteedt wordt aan het daarvoor bestemde doel zijn:

•de belanghebbende is handelingsonbekwaam;

•de belanghebbende heeft als gevolg van dementie, een verstandelijke handicap of ernstige psychische problemen onvoldoende inzicht in de eigen situatie;

•er is eerder misbruik gemaakt van het PGB;

•er is eerder sprake geweest van fraude.

Bovenstaande opsomming is niet limitatief. Er kunnen andere situaties denkbaar zijn waarin het verstrekken van een PGB niet gewenst is. In deze situaties kan een PGB worden geweigerd. Andersom kan het zo zijn dat een budgethouder zélf niet of onvoldoende bekwaam is, maar er mensen in zijn omgeving zijn die hem of haar dusdanig kunnen helpen en bijstaan dat er toch een PGB verstrekt kan worden. Om een PGB af te wijzen op overwegende bezwaren, moet voldoende feitelijke onderbouwing zijn op grond waarvan afgewezen kan worden. Dit kan een medische onderbouwing zijn, maar ook het aantonen van schulden of eerder misbruik. De onderbouwing wordt in de beschikking vermeld.

Wij verwijzen naar bijlage 3 voor de Factsheet van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport waarin tien punten zijn opgenomen over de PGB-vaardigheden.

B: Motivering dat zorg in natura niet passend is

Uit de argumentatie moet blijken dat de jeugdige of zijn ouder(s)/verzorger(s) zich voldoende hebben georiënteerd op de mogelijkheden voor zorg in natura. Dit dient opgenomen te worden in het PGB-motivatieplan.

C: Waarborgen kwaliteit

De jeugdhulp is veilig, doeltreffend en cliëntgericht. Professionele jeugdhulpaanbieders die uit een persoonsgebonden budget worden betaald, moeten daarnaast voldoen aan de eisen die bij Jeugdwet aan de aanbieders van jeugdhulp in natura worden gesteld. De verdere uitwerking van de kwaliteitsvereisten voor formele en informele hulp voor inzet van PGB zijn uitgewerkt in §4.4.

D: Hoogte PGB

1In de verordening Sociaal Domein 2021 zijn de kaders omschreven in §6.4.4 als het gaat om de hoogte en tariefdifferentiatie voor het PGB voor de inzet van specialistische jeugdhulp.

2Een PGB als bedoeld §6.4.4 van de verordening Sociaal Domein 2021 wordt berekend op basis van de zorg in natura tarieven als opgenomen in het Productenboek Inkoop Gespecialiseerde Jeugdhulp Regio Noordoost Brabant 2022. Voor het informele tarief hanteren we het wettelijk minimumloon (zie bijlage 4).

3De PGB tarieven worden jaarlijks geïndexeerd in januari.

4.2.2 Voorwaarden PGB-motivatieplan

De aanvrager stelt een PGB-motivatieplan op (zie bijlage 5). In dit PGB-motivatieplan is opgenomen:

a.de motivatie waarom de beschikbare hulp in natura van de gemeente niet passend is;

b.de beoogde uitvoerder van de individuele voorziening en de wijze waarop de hulp georganiseerd wordt;

c.op welke wijze de kwaliteit van de hulp is gewaarborgd;

d.de kosten van de uitvoering, uitgedrukt in het aantal eenheden en het tarief.

Ouder(s)/verzorger(s) en de jeugdige stellen samen met de jeugdconsulent van het Wijkteam het PGB-motivatieplan op. In het PGB-motivatieplan van de jeugdige of zijn ouder(s)/verzorger(s) kunnen zij de wens uitspreken om hun sociale netwerk in te willen zetten. Net als de regering is de gemeente van mening dat de beloning van het sociale netwerk in elk geval beperkt moet blijven tot die gevallen waarin het de “gebruikelijke hulp” overstijgt en dit aantoonbaar tot betere en effectievere ondersteuning leidt en doelmatiger is dan zorg in natura.

Als een PGB wordt aangevraagd is voor gemeente van belang dat slechts een PGB wordt verstrekt als is gewaarborgd dat de in te kopen hulp veilig, doeltreffend en cliëntgericht wordt verstrekt. Ook bij het beoordelen van de kwaliteit van de ondersteuning uit het sociale netwerk wordt door de jeugdconsulent bekeken of deze in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoor het PGB wordt verstrekt.

Bijlage 1 Richtlijnen gebruikelijke zorg van ouders voor kinderen met een normale ontwikkeling per leeftijd

Kinderen van 0 tot 3 jaar

•Hebben 24 uur per dag zorg in nabijheid nodig omdat zij niet in staat zijn om op relevante momenten hulp in te roepen om ernstig nadeel voor henzelf te voorkomen.

•Hebben voortdurend, dat wil zeggen op geplande tijden en ongeplande momenten, overname van zelfzorg nodig.

•Hebben een woonomgeving nodig waarin hun fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd, een passend pedagogisch klimaat wort geboden en hen zorg in de zin van verzorging, begeleiding en stimulans wordt geboden bij ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid.

Kinderen van 3 tot 5 jaar

•Hebben 24 uur per dag zorg in nabijheid nodig omdat zij niet in staat zijn om op relevante momenten hulp in te roepen om ernstig nadeel voor henzelf te voorkomen.

•Hebben overdag voortdurend begeleiding en overname van zelfzorg nodig.

•Hebben ’s nachts soms nog begeleiding en overname van zelfzorg nodig.

•Hebben een woonomgeving nodig waarin hun fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd, een passend pedagogisch klimaat wort geboden en hen zorg in de zin van verzorging, begeleiding en stimulans wordt geboden bij ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid.

Nb. Deze zorg voor kinderen van 3 tot 5 jaar is geen gebruikelijke zorg als is vastgesteld dat het gaat om een kind met ernstige meervoudige complexe handicaps waaronder een verstandelijke handicap en een blijvend zeer laag ontwikkelingsperspectief (bijv. van een kind van 0 tot 3 jaar).

Kinderen van 5 tot 8 jaar

•Hebben tot 8 jaar overdag zorg in nabijheid nodig omdat zij niet n staat zijn om op relevante momenten hulp in te roepen om ernstig nadeel voor henzelf te voorkomen.

•Hebben tot 8 jaar overdag nog voortdurend begeleiding nodig.

•Hebben tot 8 jaar overdag op geplande en soms op ongeplande momenten hulp bij overname van zelfzorg nodig.

•Hebben een woonomgeving nodig waarin hun fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd, een passend pedagogisch klimaat wort geboden en hen zorg in de zin van verzorging, begeleiding en stimulans wordt geboden bij ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid.

Kinderen van 8 tot 18 jaar

•Hebben vanaf 8 jaar geen zorg in de nabijheid nodig omdat zij in staat zijn om op relevante momenten hulp in te roepen om ernstig nadeel voor henzelf te voorkomen.

•Hebben een woonomgeving nodig waarin hun fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd, een passend pedagogisch klimaat wort geboden en hen zorg in de zin van verzorging, begeleiding en stimulans wordt geboden passend bij hun ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid.

Bron: CIZ.

Bijlage 2 Richtlijn bij (dreigende) overbelasting van partner, ouder, volwassen kind en of andere huisgenoten

Algemeen

De zorg voor een ziek kind of een zieke partner, kan zo zwaar worden dat van overbelasting sprake is. In de meeste gevallen is boven gebruikelijke zorg die geïndiceerd is voldoende om deze overbelasting te voorkomen. Maar soms blijkt dat deze geïndiceerde zorg niet voldoende te zijn.

Beoordeling van overbelasting

Aan het indiceren van gebruikelijke zorg gaat het beoordelen van de overbelasting vooraf. Overbelasting wijst op een verstoring van het evenwicht tussen draagkracht en draaglast. Tekort schieten van “coping mechanisme” kan er aanpassingsstoornis bij de zorger optreden. Naast de aard en ernst van de overbelasting wordt ook onderzocht of deze komt doordat er iets met de gebruikelijke zorger zelf aan de hand is (draagkracht vermindering) en/of dat deze gevolg is van ernst van de ziekte van het kind o f de partner (draaglast verhoging).

Het kan zijn dat degenen van wie wordt verwacht dat zij taken overnemen, overbelast zijn (geraakt) en niet meer in staat zijn de gebruikelijke zorg te leveren. Het moet duidelijk zijn hoe de overbelasting zich uit en wat deze inhoudt. De met de overbelasting gepaard gaande klachten moeten duidelijk beschreven worden.

Klachten en symptomen bij overbelasting:

•Angst of gespannenheid; nervositeit, onrust, rusteloosheid, slecht slapen.

•Depressie; hopeloosheid, huilbuien, somberheid.

•Gedragsproblemen: negeren van normen en regels, onaangepast gedrag.

•Gecombineerd emotioneel en gedragsgestoord: depressie en/ of angst gecombineerd met gedragsstoornis of aangepast gedrag.

•Lichamelijke klachten, verminderde prestaties of concentratieproblemen.

Er moet een verband zijn tussen de overbelasting en de zorg die iemand (aan partner of kind) biedt. Bij overbelasting door een dienstverband van te veel uren of als gevolg van spanningen op het werk, zal de oplossing bij de werkgever gezocht moeten worden.

Bijlage 4 PGB-tarieven

Uitgangspunt voor vaststelling PGB-budget

Zie hiervoor de tarievenlijst productenboek Noordoost Brabant 2022.

Aanvullend

Product

Eenheid

Aanbieder

Micro-onderneming of ZZP

Informeel

Begeleiding basis

Uur

Zie Productenboek

Zie Productenboek

Wettelijk minimumloon

Bijlage 5 PGB-motivatieplan

Waarvoor wilt u het PGB gebruiken?

☐ Persoonlijke verzorging

☐ Individuele begeleiding

☐ Begeleiding in een groep

☐ Kortdurend verblijf

☐ Behandeling basis-GGZ

☐ Specialistische behandeling jeugd-GGZ

☐ Specialistische ambulant behandeling

Beschrijf waarom u deze zorg nodig vindt.

Toelichting:

Hoe wilt u het PGB inzetten?

☐ per uur, aantal uur ………… Per ………

☐ per dagdeel, aantal dagdelen ……… Per ………

☐ per etmaal, aantal etmalen ……… Per ………

Hoe lang denkt u hulp nodig te hebben?

Toelichting:

Waar wilt u de zorg inkopen?

Bij welke (zorg)aanbieder?

☐ eigen sociaal netwerk, naam: ………………………

☐ ZZP-er, naam: …………………………………………

☐ professionele organisatie, naam: …………………

Verklaring Omtrent Gedrag (VOG): bij ondersteuning aan kinderen tot 18 jaar is een VOG verplicht voor de persoon die de ondersteuning levert.

Waarom kan deze hulp niet door middel van zorg in natura worden geboden?

Begroting invullen. Wat gaat u betalen per uur?

Toelichting:

Hoe zorgt u ervoor dat er kwaliteit wordt geleverd?

Toelichting:

Inzet ZZP en professionele organisatie: Kamer van Koophandelnummer.

Uw zorgverlener wordt aangemeld bij de inspectie jeugdzorg.

Registratienummer inzet ZZP en professionele organisatie:

☐ BIG …………………

☐ SKJ ……………………

☐ Anders namelijk: …………………

Bent u op de hoogte van de verantwoordelijkheden en verplichtingen die een PGB met zich meebrengt? Zie www.svb.nl.

☐ Ja

☐ Nee

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.