Gemeentelijke regelgeving

Beleidsvisie externe veiligheid gemeente Boxtel

Gemeente Boxtel · geldt sinds 17 december 2010

Aanhef

Inhoudsopgave

1Samenvatting

2Inleiding

2.1. Wat is externe veiligheid?

2.2. Waarom een beleidsvisie externe veiligheid?

2.3. Voor wie is deze beleidsvisie bedoeld?

2.4. Wat willen wij met de beleidsvisie bereiken?

2.5. De opbouw van de beleidsvisie

3Visie

3.1. Richtinggevende risicomaten

3.1.1. Plaatsgebonden risico (PR)

3.1.2. Groepsrisico (GR)

3.2. Onze visie op externe veiligheid

3.3. Strategische uitgangspunten

4Beleid en wetgeving

4.1. Inleiding

4.2. Rijk

4.3. Provincie Noord-Brabant

4.4. Gemeente Boxtel

5De gebiedsgerichte aanpak

5.1. Inleiding

5.2. De vormgeving van de gebiedstypen

5.2.1. Infrastructuur

5.2.2. Gebiedstype 1: Risicoluw gebied

5.2.3. Gebiedstype 2: Gemengd gebied

5.2.4. Gebiedstype 3: Intensief gebied

6Rolverdeling en taken

7De rol van risicocommunicatie

7.1. Inleiding

7.2. Uitgangspunten aanpak risicocommunicatie

7.3. Risicocommunicatie en de beleidsvisie externe veiligheid

Bijlage 1 Onderdelen verantwoording groepsrisico

Bijlage 2 Kaart gebiedstypen

Bijlage 3 Afwegingskader gebiedstypen

Hoofdstuk 5 De gebiedsgerichte aanpak

paragraaf

5.2.1. Infrastructuur

Een bijzonder aandachtsgebied in het kader van de gebiedsgerichte aanpak is de aanwezigheid van infrastructuur waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Deze vervoersassen zijn niet als een afgebakend gebied te beschouwen omdat ze verschillende gebieden doorsnijden. Denk bijvoorbeeld aan woonwijken, buitengebieden en bedrijventerreinen. Hierdoor wordt het lastig om uniforme eisen te verbinden aan de mogelijkheid om ontwikkelingen te laten plaatsvinden in de nabijheid van diezelfde infrastructuur.

Gebieden die in deze beleidsvisie als ‘risicovolle infrastructuur’ worden beschouwd, betreffen locaties die binnen het directe invloedsgebied van een weg, een ondergrondse buisleiding of een vaarweg vallen. In onze gemeente zijn dit bijvoorbeeld de rijksweg A2, de spoorwegen Eindhoven – ‘s-Hertogenbosch en Eindhoven – Tilburg en een aantal olie- en hoge druk aardgasleidingen.

De risico’s die hieruit voortvloeien hebben betrekking op het transport van gevaarlijke stoffen. Op de aard en omvang hiervan heeft de gemeente weinig invloed. Daarom hebben we ervoor gekozen om de omgang met deze risico’s te verbinden aan de hieronder gekozen gebiedsindeling. Concreet betekent dit dat waar infrastructurele verbindingen door het centrum of woonwijken lopen, de risicoluwe ambities worden gehanteerd, eenzelfde benadering geldt voor het buitengebied (gemengd) en bedrijventerreinen (intensief).

In de volgende subparagrafen wordt een omschrijving van de gebiedstypen gegeven en worden de consequenties voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico besproken.

5.2.2. Gebiedstype 1: Risicoluw gebied

Een risicoluw gebied kenmerkt zich door een hoge bevolkingsdichtheid. Nieuwe risicovolle activiteiten zijn hier niet gewenst. Bij bestaande risicovolle inrichtingen worden de noodzaak en mogelijkheden tot sanering onderzocht. In de nabijheid van risicovolle infrastructuur zijn nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen toegestaan, mits het planontwerp wordt geoptimaliseerd (mogelijkheden voor beheersbaarheid van calamiteiten, zelfredzaamheid van de burgers etc.). Specifieke locaties die in onze gemeente onder het risicoluwe gebied vallen zijn:

Centrum Boxtel en Liempde

Het centrum is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals detailhandel, horeca en kleine bedrijvigheid. De risico’s van eventueel aanwezige risicovolle inrichtingen worden zoveel mogelijk beperkt. Concreet betekent dat de mogelijkheden onderzocht worden om de risicovolle inrichtingen op (korte) termijn te saneren. Nieuwe risicovolle inrichtingen zijn uitgesloten.

Woonwijken

Dit zijn locaties die worden gekenmerkt door hoge dichtheden van personen en activiteiten zoals wonen, scholen en zorginstellingen. Wij willen onze burgers een zo veilig mogelijke woonomgeving bieden en in woonwijken worden daarom geen risicovolle inrichtingen toegelaten. Voor bestaande risicovolle inrichtingen worden de mogelijkheden onderzocht om deze activiteiten op termijn te saneren.

Natuurgebieden

In deze gebieden zijn planologisch gezien geen ontwikkelingen mogelijk of te verwachten op gebied van de vestiging van risicovolle inrichtingen.

Ambitieniveau ‘risicoluw’ m.b.t. plaatsgebonden risico

•Beperkt kwetsbare objecten, waarvoor richtwaarden gelden in plaats van grenswaarden, mogen in nieuwe situaties nergens binnen de PR 10-6/jaarcontour van een bedrijf of transportas liggen.

•Voor bestaande situaties wordt ernaar gestreefd de risico’s voor beperkt kwetsbare objecten liggend binnen de PR 10-6/jaarcontour zoveel als mogelijk te beperken.

Ambitieniveau ‘risicoluw’ m.b.t. groepsrisico

•Overschrijding van de oriënterende waarde van het GR wordt niet geaccepteerd.

•Een significante toename van het groepsrisico wordt niet geaccepteerd.

5.2.3. Gebiedstype 2: Gemengd gebied

Het gemengde gebied is minder eenduidig dan de groepstypes risicoluw en intensief. In dit gebied wordt de aanwezigheid van bepaalde risicobronnen als vanzelfsprekend gezien. Door historische ontwikkelingen heeft er een mengeling van verschillende activiteiten plaatsgevonden. Bestaande risicovolle activiteiten blijven toegestaan. Nieuwe risicovolle activiteiten zijn alleen toegestaan voor zover expliciet aangegeven. Ruimtelijke ontwikkelingen nabij risicovolle infrastructuur zijn eveneens toegestaan, mits wordt voldaan aan de wettelijke normen en de verantwoordingsplicht. Locaties die onder het gemengde gebied vallen zijn:

Buitengebied

Om een versnipperde vestiging van risicovolle inrichtingen in het buitengebied te voorkomen wordt ook dit gebied beschermd tegen de uitbreiding van dergelijke bedrijven.

Agrarische inrichtingen

Vestiging van inrichtingen met een agrarisch karakter wordt mogelijk gemaakt omdat deze bedrijven en activiteiten op grond van hun typering van oudsher in het buitengebied passen. De risico’s van dit soort bedrijvigheid hangen bovendien samen met de plaatsing van propaantanks. Deze zijn in ieder geval toegestaan, omdat een fijnmazig gasdistributienet ontbreekt en hiervoor al adequate veiligheidsvoorzieningen zijn opgenomen in de betreffende wet- en regelgeving.

LPG-inrichtingen

De vestiging van nieuwe LPG-tankstations langs hoofdinfrastructuur in het buitengebied wordt in principe wel toegestaan. De activiteiten van dergelijke inrichtingen hangen vaak nauw samen met de ligging van de doorgaande wegen in Boxtel. Bovendien is het uit oogpunt van externe veiligheid verstandig om nieuwe LPG-tankstations zoveel mogelijk buiten bebouwde gebieden te vestigen.

Ambitieniveau ‘gemengd’ m.b.t. plaatsgebonden risico

•Beperkt kwetsbare objecten, waarvoor richtwaarden gelden in plaats van grenswaarden, mogen in nieuwe situaties nergens binnen de PR 10-6/jaarcontour van een bedrijf of transportas liggen.

•Voor bestaande situaties geldt het stand-still principe.

Ambitieniveau ‘gemengd’ m.b.t. groepsrisico

•Overschrijding van de oriënterende waarde van het GR wordt niet geaccepteerd.

•Een significante toename van het groepsrisico wordt geaccepteerd zolang de oriënterende waarde niet overschreden wordt.

5.2.4. Gebiedstype 3: Intensief gebied

Intensieve gebieden worden gekenmerkt door een clustering van risico’s. Door risicovolle inrichtingen op daarvoor aangewezen gebieden te concentreren wordt zoveel mogelijk voorkomen dat op meer plaatsen binnen de gemeente met grens- en richtwaarden rekening moet worden gehouden. Mede daarom wordt vestiging nabij bijvoorbeeld hoofdinfrastructuur ook toegestaan. Om de grotere risico’s als gevolg van clustering te verantwoorden, wordt de omgeving actief geïnformeerd over de risico’s. Hulpdiensten richten zich voor deze gebieden op de optimalisatie van rampenbestrijdingsplannen. Goede voorzieningen, zoals bereikbaarheid, ontsluiting en bluswatervoorzieningen zijn hierbij volledig uitgewerkt en up-to-date.

Bedrijventerreinen

Bedrijventerrein “Ladonk – Vorst” is binnen de gemeente Boxtel aangewezen voor de vestiging van risicovolle bedrijven. Hier bevinden zich al inrichtingen die werken met gevaarlijke stoffen. Clustering van risicobedrijven ligt daarom voor de hand. Via het vergunningenstelsel worden de plaatsgebonden risicocontouren beperkt en vervolgens vastgelegd om de ruimte op de industrieterreinen zo goed mogelijk te kunnen benutten. Om diezelfde reden worden er ook geen nieuwe woningen meer toegestaan.

Indien nodig wordt rond industriegebieden een veiligheidscontour aangewezen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen rond een industriegebied met risicovolle inrichtingen een dam opwerpen voor toekomstige ontwikkelingen in het industriegebied. Immers als het gebied dat nabij het intensieve gebied is gelegen, en de mogelijkheid aanwezig is om kwetsbare objecten te vestigen tot aan de zone waarop dat moment de grenswaarde geldt, dan is uitbreiding van de risicovolle activiteiten in het desbetreffende industriegebied niet meer mogelijk.

Ambitieniveau ‘intensief’ m.b.t. plaatsgebonden risico

•Beperkt kwetsbare objecten, waarvoor richtwaarden gelden in plaats van grenswaarden, mogen binnen de PR 10-6/jaarcontour van een bedrijf of transportader gesitueerd worden, mits hiervoor gewichtige redenen zijn.

Ambitieniveau ‘intensief’ m.b.t. groepsrisico

•De oriënterende waarde van het GR is slechts richtinggevend. De gemeente kan hier gemotiveerd van afwijken. Ten aanzien van de verantwoording wordt enkel invulling gegeven aan de diepgang die volgens het Bevi noodzakelijk is.

•Een toename van het groepsrisico wordt – mits verantwoord – geaccepteerd.

Bovenstaande gebiedstypen zijn aangegeven op een kaart. Deze is te vinden in bijlage 2. Om vervolgens te bepalen welke ruimtelijke ontwikkelingen in een bepaald gebied mogelijk zijn, is in bijlage 3 een afwegingskader opgenomen. Hiermee wordt een systematische aanpak van externe veiligheid binnen onze gemeente vereenvoudigd.

Bijlage 1 Onderdelen verantwoording groepsrisico

Nr.

Onderdeel verantwoording groepsrisico

1

2

1

Aanwezige dichtheid van personen in het invloedsgebied van de betrokken risicobron:

•functie-indeling

•gemiddelde personendichtheid (totaal en per functie/locatie)

•verblijfsduurcorrecties

•verschil tussen bestaande en nieuwe situatie

□

□

2

De omvang van het groepsrisico:

•de omvang voor het van kracht worden van het besluit;

•de verandering van het groepsrisico ten gevolge van het besluit;

•de ligging van de groepsrisicocurve ten opzichte van de oriëntatiewaarde.

□

□

3

De mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen ter beperking van het groepsrisico bij de betrokken inrichting(en) en/of transportroute.

□

□

4

De mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen ter beperking van het groepsrisico in het ruimtelijke besluit.

□

□

5

De mogelijkheden tot voorbereiding op en bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval:

•Pro-actie;

•Preventie;

•Preparatie;

•Repressie/zelfredzaamheid.

□

□

6

De mogelijkheden van personen die zich in het invloedsgebied van de risicobron bevinden om zichzelf in veiligheid te brengen.

□

□

7

De voor- en nadelen van andere mogelijkheden tot ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico.

□

8

De mogelijkheden en voorgenomen maatregelen ter beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst.

□

9

De voorschriften die het bevoegde gezag voornemens is te verbinden in geval van het afgeven van een oprichtingsvergunning, in geval deze verhogend werkt op het groepsrisico van het betrokken gebied.

□

1= Oprichtingsvergunning conform artikel 8.1, 1e lid sub a van de Wm of veranderingsvergunning conform hetzelfde lid sub b;

2= Vaststelling van een bestemmingsplan of verlening van vrijstelling daarvan.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.