Gemeentelijke regelgeving

Vrijwillig programma asbestsanering 2.0 gemeente Borne 2024

Gemeente Borne · geldt sinds 20 maart 2025

Aanhef

Verruiming vrijwillig programma asbest

Op 16 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders het Vrijwillig Programma Asbestbodemsanering (VPA) vastgesteld.

Ter inzage

Als u het document wilt opvragen kunt u een e-mail sturen naar info@borne.nl met de naam van het betreffende document.

Er is geen bezwaar/beroep mogelijk.

Voor meer informatie verwijzen wij u naar www.officielebekendmakingen.nl

2 Hoe kan het Vrijwillig Programma de sanering bevorderen ?

2.4 Een bijdrage in de saneringskosten

2.4.1. Bijdrage aan bodemgevoelige locaties.

Binnen het Vrijwillig Programma ligt de nadruk van de programmering op het benodigde onderzoek en indien nodig de saneringen van risicovolle asbestbodemlocaties. Risicovolle asbestbodemlocaties zijn locaties in woongebieden, de openbare ruimte of waar recreatieve activiteiten plaatsvinden en waar veel mensen en kinderen kunnen komen en/of kunnen verblijven gedurende langere tijd (>2 uur) en waar sprake is van een asbestverontreiniging van 100 mg/kg droge stof (gewogen) of meer. Het gaat daarbij o.a. om volkstuinen, speeltuinen/intensief gebruikt openbaar groen/trapveldjes, schoolterreinen, verenigingen/scouting, sportvelden, ligvelden bij zwembaden, Kinderdagverblijven/buitenschoolse omvang, kinderboerderijen, recreatieterreinen, cross- terreintjes etc.

Bij Risicovolle Asbestbodemlocaties in de openbare ruimte is van staatssteun in de meeste situaties geen sprake. Van waardevermeerdering is bij uitvoering van een sanering in de meeste situaties geen of nauwelijks sprake, omdat het geen locaties zijn die deel uit maken van het normale vrije handelsverkeer. Wanneer er geen sprake is van een waardevermeerdering ligt het voor de hand dat het Projectbureau BAS 100% van de saneringskosten draagt.

Bij Risicovolle Asbestbodemlocaties waar recreatieve activiteiten plaatsvinden als bijvoorbeeld camping, manege, zorgboerderij, is het risico op staatssteun klein. Veel van deze activiteiten zijn lokaal van aard; alleen om die reden zal niet snel sprake zijn van staatssteun. Van waardevermeerdering is bij uitvoering van een sanering in de meeste situaties sprake. Deze wordt gelijk gesteld aan de herinrichtingskosten. Het projectbureau BAS draagt 100% van de saneringskosten.

Voor een bijdrage aan de sanering van Risicovolle Asbestbodemlocaties waar het mogelijke contact met asbest in de bodem plaats vindt rond om huis wordt onderscheid gemaakt in:

1Locaties in eigendom bij een bewoner. Het gaat hierbij veelal om aan de sanering van tuinen. Hiervoor geldt: Kostenverhaal vindt bij een eigenaar-bewoner onder voorwaarden niet plaats en wordt er geen zorgplicht gehandhaafd. Per definitie is er geen sprake van staatssteun. Opgemerkt wordt dat de tuinen van bedrijfswoningen en boerderijen ook tot de particuliere tuinen worden gerekend;

2Locaties in eigendom bij woningcorporaties. Ook hier gaat het veelal om de sanering van tuinen. De locaties worden door de woningcorporaties verhuurd. Op deze woningcorporaties is kostenverhaal mogelijk. Het zijn professionele partijen (mogelijk niet-onschuldig eigenaar), er is mogelijk sprake van waardevermeerdering van het terrein door de uitvoering van de sanering en er is een eigenaarsbelang bij de uitvoering. Er kan geen sprake zijn van staatssteun, wanneer er sprake is van sociale woningbouw. De voorwaarde die vanuit het programma aan de uitvoering van de sanering wordt gesteld is dat de waardevermeerdering wordt geïnvesteerd in herinrichting.

Voorgaand betekent dat:

•de particuliere tuineigenaar niet hoeft bij te dragen in de saneringskosten;

•de terreineigenaar de herinrichtingskosten voor zijn/haar rekening neemt.

2.4.2. Bijdrage mogelijke beroepsmatig contact leidt tot extra beschermingsmaatregelen

Het gaat hierbij om locaties waar beroepsmatige contacten met asbest in bodem kunnen plaatsvinden en de aanwezigheid van asbest aanleiding voor extra beschermingsmaatregelen. Het gaat daarbij om activiteiten die een collectief belang dienen. Het gaat daarbij o.a. om bermen, plantsoenen en kabels- en leidingenstroken. De locaties liggen meestal in de openbare ruimte en zijn in het bezit van een overheid. Als koppellocatie maakt de aanpak/sanering onderdeel uit van (andere) ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen, bijvoorbeeld aanleg glasvezel, riolering en waterleidingnet renovaties, herstructurering/herprofilering van weg(bermen) etc. Het zijn terreinen die veelal in eigendom zijn bij overheden en er is een eigenaarsbelang bij de uitvoering.

Van staatssteun is in de meeste situaties geen sprake, omdat in beginsel gaat om openbare infrastructuur. Van waardevermeerdering is bij uitvoering van een sanering in de meeste situaties geen of nauwelijks sprake, omdat het geen locaties zijn die deel uit maken van het normale vrije handelsverkeer.

Het projectbureau BAS draagt 75% van de saneringskosten. De overige 25% komen ten laste van de eigenaar, veelal de gemeente. De uitvoering van de sanering leidt tot minder gebruiksbeperkingen en minder (toekomstige) kosten ten aanzien van het beheer voor zowel eigenaar (veelal de gemeente) als de beheerders van kabels- en leidingen. Bij de aanleg van kabels en leidingen kan het onrendabele deel van de saneringskosten worden bepaald door op basis van een besteksbegroting een vergelijking te maken tussen de aanleg in een schone bodem en de aanleg in en de sanering van een met asbest verontreinigde bodem.

2.4.3. Bijdrage aan een bodemgevoelig locatie binnen de bodemfunctie industrie of landbouw en natuur

Het gaat hierbij om bodemgevoelige locatie in gebruik als kantoor, bedrijfsterrein of bij landbouwbedrijven. Het Vrijwillig Programma draagt 50% van de saneringskosten. Deze bijdrage representeert het collectieve belang van het wegnemen van humane risico’s. In de bijdrage van de initiatiefnemer wordt verondersteld te zijn meegenomen:

1het eigenaarsbelang in het uitvoeren van de sanering én;

2het feit of er al dan niet sprake is van een onschuldig eigenaar én;

3de waardevermeerdering. Wanneer er een substantiële waardevermeerdering is (dat wil zeggen meer dan 50% van de saneringskosten, de bijdrage van de eigenaar/erfpachter), kan er sprake zijn van Staatssteun of ongerechtvaardigde verrijking. In deze situaties zal het Projectbureau BAS een juridische toetsing voorbereiden en uitvoeren op de aspecten onschuldig eigenaar, ongerechtvaardigde verrijking (de waardevermeerdering) en staatssteun.

2.4.4. Bijdrage aan asbestsanering op erf / toegangsweg

Op een erf/toegangsweg is het asbest in de bodem veelal afdekt. In gevallen waar dit niet is, is het besluit asbestwegen van toepassing

5Asbesthoudende wegen waarbij de asbest is afgeschermd en die voor 1 juli 1993 zijn aangebracht zijn uitgezonderd op grond van het Besluit asbestwegen.

Op grond van dit besluit moet een eigenaar dit melden. In gevallen de asbest in de weg/erf is afgeschermd worden deze locaties worden alleen meegenomen op verzoek van terreineigenaar én in combinatie met sanering van humane risico’s als gevolg van asbest in de bodem op het overige deel van het terrein. Reden voor deze aanpak is dat bij onderhoud aan de verharding contact mogelijk is met aanwezig asbest en het programma er naar streeft de aanpak van asbest zoveel mogelijk te beperken tot één samenhangende actie.

Van waardevermeerdering is bij uitvoering van een sanering in de meeste situaties geen of nauwelijks sprake, omdat het gebruik en de gebruiksmogelijkheden van de locatie (verharding) niet veranderd.

Het projectbureau BAS draagt 50 % van de saneringskosten. De herinrichtingskosten worden gedragen door de eigenaar. In de bijdrage van 50% van de initiatiefnemer wordt verondersteld te zijn meegenomen:

1het eigenaarsbelang in het uitvoeren van de sanering én;

2het feit of er al dan niet sprake is van een onschuldig eigenaar én;

3de waardevermeerdering van de locatie.

2.4.5. Hogere bijdrages dan de standaard bijdrage

Hogere bijdrages in de saneringskosten door BAS zijn mogelijk wanneer de eigenaar/erfpachter aannemelijk kan maken dat de kosten verbonden aan de aanpak van de asbestbodemverontreiniging de realisatie van het koppelproject onmogelijk maakt en/of de eigenaar/erfpachter de kosten niet kan dragen. De minimale bijdrage door de eigenaar/erfpachter bedraagt de waardevermeerdering van het terrein. De bijdrage is het onrendabele deel van de saneringskosten met een maximum van de totale saneringskosten.

Het gaat altijd om maatwerk en het afwijkende percentage zal goed moeten beargumenteerd. Een belangrijke aandachtpunt waarmee rekening gehouden moet worden is precedentwerking.

Factoren die de bijdrage van de terreineigenaar/erfpachter lager kunnen maken zijn onder meer:

1de draagkracht en eigen inzet van de eigenaar/erfpachter;

2de mate waarin met de uitvoering van het project wordt bijgedragen aan andere maatschappelijk ambities en milieudoelen;

3wat is het huidige gebruik en frequentie dat mensen/kinderen het terrein betreden;

4de wens/ambitie van het project om de huidige aanpak het terrein duurzaam van asbest te vrijwaren;

5of het terrein reeds meerdere malen bij voor een (deel) is aangepakt.

Bij een hogere bijdrage dan standaardbijdrage in de saneringskosten worden in het kader van het Vrijwillig Programma getoetst op de aspecten onschuldig eigenaar, ongerechtvaardigde verrijking en staatssteun. Hiervoor wordt door:

1De eigenaar/belanghebbende schriftelijke informatie verstrekt over (en voor waarheid ondertekend):

1.1. Het moment van verkrijging, de voorwaarden ten aanzien van mogelijk aanwezige bodemverontreiniging en de betaalde prijs (het kadaster, akte laatste eigendomsoverdracht);

1.2. dat men bij een verkrijging van de locatie na 1-7-1993 een marktconforme prijs heeft betaald én niet heeft kunnen weten dat er mogelijk asbest in de bodem aanwezig zou zijn of de asbestverontreiniging voor 1-7-1993 is ontstaan.

1.3. De verwachte saneringskosten;

1.4. Het verwachte tekort op de grondexploitatie (als gevolg van de benodigde saneringskosten). De grondexploitatie dient onderbouwd te worden middels een door NWWI erkend taxatierapport en wordt getoetst door een door BAS ingeschakelde onafhankelijke deskundige;

1.5. de beoogde ontwikkelingen (koppelkansen) en bijhorende planning(en);

1.6. eventuele andere ontvangen overheidsbijdragen over de laatste 3 jaar;

2De gemeente levert de omgevingsplangegevens over het huidige en beoogde bodemgebruik en een opgave van de actuele grondprijs m2 (in schone staat) voor de locatie.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.