Aanhef
Fase 3d Bornsche Maten
Voorwoord
Voor u ligt het beeldkwaliteitsplan De Horsten. De Horsten maakt onderdeel uit van de wijk Bornsche Maten gelegen in de gemeente Borne. Dit plan is opgesteld door het ontwerpteam Bornsche Maten in nauwe samenwerking met de gemeentelijke werkgroep.
Het plan is opgedeeld in twee delen. Deel 1 beschrijft de stedenbouwkun- dige context. In deel 2 zijn de beeldkwaliteitseisen beschreven ten behoeve van de beoogde beeldkwaliteit met betrekking tot de woningen en de open- bare ruimte. Deze eisen vormen enerzijds de ontwerpeisen en uitgangspunten voor architecten en ontwikkelaars. Anderzijds vormen deze eisen het toetsingskader voor welstand.
Deel 1: De context
1.3 Het stedenbouwkundig plan
1.3.1 Het landschap als onderlegger
In het plangebied zijn drie verschillende landschapstypes te onderscheiden:
-Het noordelijk deel, gelegen ten noorden van de Hemmelhorst, ligt in een jong ontginningslandschap. Kenmerkend zijn de rechtlijnige verkavelingen en de rechte wegen, zoals de Hemmelhorst en de 3e Hemmelhorst. Langs deze wegen en langs sloten haaks erop stonden van oudsher groenopstanden. Een groot deel ervan is in de loop der jaren verdwenen, maar voor de overgebleven, waardevolle bomen wordt onderzocht of deze ingepast kunnen worden in de nieuwe woonomgeving. De bodem in dit plandeel leent zich goed voor infiltratie.
-Het midden is gelegen in het beekdal van de (oude) Slangenbeek. Dit iets lagergelegen gebied met daarin meanderend de Slangenbeek vormt een groene verbinding tussen het Bornsche Beekpark met de Bornsche Beek en het buitengebied. Langs de Slangenbeek staan op enkele plekken grote, waardevolle bomen. Uitgangspunt is dat deze bomen, indien mogelijk, gehandhaafd en ingepast worden in de te ontwikkelen plannen. In de beekdalzone zijn reeds, westelijk van en grenzend aan dit plandeel, diverse ontwikkelingen realiseerd (woningbouw in de Blauwebes en het kindcentrum De Horsten) of worden nog ontwikkeld (woningen in het Hemmelhorsterhofje). Ruimtelijk gezien zijn dit allemaal autonome ontwikkelingen, gelegen in de groene omgeving van het beekdal.
Het beekdal leent zich goed als verzamelplek voor overtollig regenwater uit de aangrenzende woonomgevingen alvorens het via een bodempassage over kan storten in de beek.
-Het zuidelijk deel is gelegen in het kampenlandschap. Dit landschap is van oudsher kleinschaliger met beplantingsstructuren op de kavelgrenzen en het heeft een meer organische verkavelingsstructuur. Dit komt duidelijk terug in de begrenzing van dit plandeel: de 2e Hemmelhorst met deels een laanbeplanting van eiken (oude oprijlaan naar voormalige boerderij) en deels een afwisseling van bosschages, open stukken en hakhout langs dit oude zandpad en de begrenzing aan de oostzijde met op de kavelgrenzen losse beplantingsstructuren. Infiltratie van regenwater in de bodem is in dit plandeel door de keileem in de ondergrond niet mogelijk.
1.3.2 Stedenbouwkundig
De driedeling in het landschap is stedenbouwkundig te herkennen in de verkaveling. Er is duidelijk sprake van drie verschillende verkavelingsstructuren die allen heel specifiek zijn gebaseerd op het onderliggende landschap.
-In het noordelijk deel is sprake van een rechtlijnige opzet van de verkaveling. Een tweetal autovrije woonstraten en een drietal parkeerkoffers zijn, gelegen in oostwest richting, opgespannen tussen de 3e Hemmelhorst in het westen (een zandpad als scheiding tussen de buurten Eschwonen en De Horsten) en de plangrens met het buitengebied in het oosten. De breedte van deze autovrije woonstraten, de tussenruimte tussen de gevels, is gelijk. Alleen om bestaande bomen in te passen of een stedenbouwkundige afronding te maken is er hier en daar een sprong in de rooilijn gemaakt. Haaks op de autovrije woonstraten is de laan gelegen als verlengstuk van de Aakamp. Deze laan wordt aan twee zijden begeleid door bomen. De laan kruist de Hemmelhorst en eindigt tegen het poortgebouw van het meest noordelijk gelegen blok met rijwoningen. Alle rijwoningen zijn gesitueerd langs de autovrije woonstraten. De aaneen geslotenheid van de rijwoningen vormt de gewenste begeleiding van de autovrije verblijfsruimtes. Hierdoor profiteren deze woningen met relatief kleine kavels, het meest van de groene woonstraten. Het resterend deel van het woningbouwprogramma in de vorm van enkele rijwoningen, 2-onder-1 kap- en vrijstaande woningen, zijn gesitueerd in de randen van de plandelen noord en zuid. Hierdoor ontstaat in deze randen een openheid en afwisseling van typologieën die zowel goed aansluit bij de oude structuren als de Hemmelhorst, 2e Hemmelhorst en 3e Hemmelhorst als de nieuwe dorpsranden aan de oostkant.
-In het middengedeelte zijn in het verlengde van reeds gerealiseerde ontwikkelingen in het beekdal, drie autonome ontwikkelingen voorzien. In het meeste westelijke deel (gebied A) worden patiowoningen ontwikkeld, in het centrale deel oostelijk van het kindcentrum (gebied B) een appartementencomplex waar ook de mogelijkheid bestaat om maatschappelijke voorzieningen (gedacht wordt aan gezondheidszorg) te realiseren, die de ontwikkeling van seniorenappartementen of zorgwoningen op deze plek in de wijk aantrekkelijk maken.
In het oostelijke deel (gebied C) is de ontwikkeling van twee appartementencomplexen voorzien met elk een gevarieerde opbouw tot maximaal 6 lagen. Gestapelde woningbouw aan de rand van de Bornsche Maten is een bijzondere keuze. Het oorspronkelijke masterplan is altijd uitgegaan van een extensivering richting het oosten, dus minder woningen of grotere kavels. De woningbehoefte is echter veranderd sindsdien; tegenwoordig is er meer vraag naar kleinere woningen voor 1- en 2-persoonshuishoudens en betaalbare woningen. Tevens vraagt deze locatie, het beekdal van de Slangenbeek, om een andere invulling dan de grondgebonden woningen die elders in de wijk zijn toegepast. Daarom is er op deze locatie gekozen voor de situering van enkele appartementencomplexen.
Al deze ontwikkelingen zijn gelegen in het beekdal van de Slangenbeek. De richting van de bouwblokken is vrij. Deze mogen als solitaire bouwblokken in het landschap staan en hoeven zich niet aan te passen aan bouwrichtingen in de omgeving.
In het zuidelijk deel is er sprake van een organische opzet. De twee autovrije woonstraten liggen in noordzuid richting in het plangebied. De maatvoering in deze woonstraten varieert van smal naar breed en weer terug naar smal. Tussen de woonstraten in is een drietal parkeerkoffers gelegen. Deze worden ontsloten door een parkeerstraat die ook de verbinding vormt met de Aakamp. Alle rijwoningen zijn gesitueerd langs de autovrije woonstraten. De 2-onder-1 kap en de vrijstaande woningen zijn allemaal gesitueerd langs de randen. De reden van deze verdeling is gelijk aan het noordelijke deel.
1.3.3 Verkeer
Voetganger
In dit plandeel zijn er veel plekken waar alleen maar voetgangers en fietsers kunnen en mogen komen. Er zijn autovrije woonstraten gecreëerd waar de verblijfsfunctie centraal staat. Deze straten worden in de stedenbouwkundige opzet afgewisseld met aan achtertuinen grenzende parkeerkoffers. Tussen deze woonstraten en de parkeerkoffers is een fijnmazig netwerk van tussen- en achterpaden gesitueerd die ervoor zorgen dat de bereikbaarheid van deze plekken maximaal is.
Rondom zowel het noordelijk als zuidelijk plandeel zijn woonpaden opgenomen.
Vanaf deze paden zijn de aangrenzende woningen vanaf de voorzijde bereikbaar.
Autoverkeer, op hulpdiensten na, is hier echter niet toegestaan. Rondom De Horsten zijn bestaande langzaam verkeerroutes aanwezig. De 2e Hemmelhorst vormt de verbinding tussen de Hemmelhorst en de Oude Deurningerweg en de 3e Hemmelhorst vormt de verbinding tussen de Piepersveldweg en de Hemmelhorst. Deze routes zijn als halfverharde routes opgenomen in het plan en verbinden deze buurt met de rest van de wijk.
Fiets
Binnen De Horsten is het fietsverkeer overal op de rijbaan toegestaan. Aparte fietsroutes zijn niet opgenomen. De ingepaste 2e en 3e Hemmelhorst, formeel geen fietsroutes, zullen echter ook als fietsroutes gebruikt kunnen en gaan worden.
Openbaar vervoer
Het plangebied voor De Horsten is in de huidige situatie met het openbaar vervoer alleen bereikbaar via buslijn 530. Dit is een cirkelvormige lijn met 18 haltes die vertrekken vanaf station Borne met diverse haltes langs de Bornsche Beeklaan.
Auto
Elke buurt in de Bornsche Maten heeft zijn eigen ontsluiting op de Bornsche Beeklaan. Dat geldt dus ook voor De Horsten. Er ligt geen directe autoverbinding tussen De Horsten en de aangrenzende buurten Eschwonen en De Maten. Deze buurt wordt net als de andere buurten in de wijk ingericht als 30 km/uur-gebied. De hoofdontsluiting van De Horsten voor het autoverkeer wordt gevormd door de verlengde Aakamp. In de huidige situatie is de Aakamp aangelegd tot aan het kindcentrum De Horsten. In dit plan wordt de Aakamp doorgetrokken en buigt richting het noorden af, kruist het beekdal met de Slangenbeek en de Hemmelhorst en eindigt (doodlopend met keermogelijkheid) in het noordelijk plandeel. Voordat de Aakamp het beekdal kruist is er een aftakking voor het autoverkeer richting het zuidelijk plandeel. De woningen in dit plandeel worden ontsloten via een kleine rondweg, de parkeerstraat.
Het centrum van Borne met alle noodzakelijke winkels voor de dagelijkse boodschappen en het winkelen is per auto goed bereikbaar (7 minuten). Omdat er voor de ontsluitingsstructuur in de Bornsche Maten gekozen is om in het ontwerp van de hoofdstructuur het fietsverkeer voorrang te geven, is de vergelijkbare route naar het centrum per fiets 1 minuut sneller. De Horsten is net als de rest van de wijk de Bornsche Maten centraal gelegen in Twente en goed aangesloten op de A1 richting het westen van ons land en het oosten (Duitsland). Ook het centrum van Hengelo (13 minuten) en Almelo (16 minuten) zijn eenvoudig en snel bereikbaar.
Parkeren
Het thema van deze ontwikkeling is om de geparkeerde auto niet beeld- en functiebepalend te laten zijn in de woonstraten. Langs de hoofdontsluitingsstructuur voor het autoverkeer (de laan in het noordelijk plandeel en de parkeerstraat in het zuidelijk plandeel) zijn daarom diverse parkeerkoffers gesitueerd. Dit betekent dat op bijna alle plekken de auto’s:
-Aan de achterzijde geparkeerd worden (rijwoningen);
-Via de achterzijde op de kavel moeten parkeren (vrijstaande woningen, 2-onder-1 kap woningen en de woonwagens).
-Voor parkeren in het beekdal geldt dat dit Ingepast dient te worden (verstopt) in het landschap. Voor de appartementen geldt dat de parkeerplekken tussen de gebouwen liggen, middels verhogingen in het landschap en/of beplanting onttrokken aan het zicht. Het parkeren voor het kindcentrum en de naastgelegen ontwikkeling (gebied B) geldt eveneens een zorgvuldige landschappelijke inpassing.
Op enkele plekken langs de randen van het noordelijk en zuidelijk plandeel zijn woningen (met name vrijstaande en 2-onder-1 kap woningen) van de voorzijde voor auto’s toegankelijk.
Voor de parkeerbalans is uitgegaan van de parkeernormen en afspraken
die voor de hele Bornsche Maten zijn toegepast.
Type woning
Parkeernorm
In de open- bare ruimte
Opstelplekken op de kavel (excl. garage)
Rijwoningen
1,8
1,8
0
2-onder-1 kapwoning
2,7
0,7
2
Vrijstaande woning
2,7
0,7
2
Woonwagen
2,7
0,7
2
Appartementen huur*)
1,6
0,3
1,3
Appertementen koop*)
1,8
0,3
1,5
*) indien parkeren te combineren valt (zoals de parkeerplek voor het kindcentrum De Horsten met het aangrenzende appartementencomplex) is eventueel dubbelgebruik van parkeerplekken mogelijk en kan dit aanleiding zijn minder parkeerplekken te realiseren dan conform de normen noodzakelijk zou zijn.
Hulpdiensten
De hoofdstructuur voor het autoverkeer zoals hiervoor beschreven vormt ook de hoofdontsluiting voor de hulpdiensten. Alle woningen zijn via deze route bereikbaar; deels via de voorkant, deels via de achterzijde van de woningen. Door de opzet van deze buurt met autovrije woonstraten, is het namelijk niet mogelijk om bij alle woningen via de rijbanen bij de voorkant van de woningen te komen. Dat zou afbreuk doen aan de gewenste ruimtelijke kwaliteit. Om er toch voor te zorgen dat alle woningen goed bereikbaar zijn is afgesproken met de hulpdiensten, dat de 2,00 meter brede woonpaden rondom het noordelijke en zuidelijke plandeelook toegankelijk zijn voor hulpdiensten. Daarvoor dienen deze verbreed te worden tot 3,25m. Om de ruimtelijke (beeld)kwaliteit te behouden, wordt ervoor gekozen die verbreding uit te voeren in bijvoorbeeld grasstenen. Met deze oplossing is de bereikbaarheid van alle woningen, ook die in de autovrije woonstraten, voldoende gewaarborgd en hoeft er in de autovrije woonstraten geen extra verharding te worden opgenomen.
1.3.4 Het groen
Groen in de wijk draagt bij aan een prettige, gezonde en klimaatadaptieve woonomgeving. Bomen zorgen bijvoorbeeld voor schaduw, wat hittestress helpt te voorkomen. Als uitgangspunt voor het groen in de Bornsche Maten wordt daarom de 3-30-300 regel toegepast . Dit betekent dat een bewoner vanuit zijn woning in ieder geval 3 bomen moet kunnen zien, dat 30% van de ruimte in een buurt voorzien is van een bladerdak en dat op maximaal 300m een park of groene ruimte aanwezig is. De invulling van het groen wordt daarnaast zodanig gekozen dat het bijdraagt aan vergroting van de biodiversiteit.
Het middengedeelte maakt deel uit van een groene, landschappelijke zone tussen enkele buurten in de wijk. De Slangenbeek stroomt er doorheen, waterberging krijgt er een plek en de beplanting heeft een landschappelijk karakter. De randen van De Horsten krijgen eveneens een groene, landschappelijke uitstraling.
In het noordelijk en zuidelijk plandeel vormen de autovrije woonstraten de groene hoofdstructuren. Respectievelijk de laan en de parkeerstraat kruisen deze hoofdstructuren en worden voorzien van boomstructuren. Er wordt ingezet op zoveel mogelijk groen in de parkeerkoffers. Dit ter voorkoming van hitte-eilanden. Dit kan door toepassing van open verharding, voldoende bomen en hagen, maar ook de toepassing van pergola’s of zonnepanelen boven de parkeerplekken.
1.3.5 Het water
Het uitgangspunt voor de waterhuishouding in De Horsten is gebaseerd op het duurzame systeem dat in de hele Bornsche Maten is toegepast: daar waar het mogelijk het regenwater laten infiltreren in de bodem en alleen wanner dat niet kan, wordt er gezocht naar een andere oplossing om te voorkomen dat er sprake gaat zijn van wateroverlast. Aangezien De Horsten is gelegen in drie verschillende landschapstypes, is er ook sprake van driemaal een verschillende bodemopbouw. Het noordelijk deel is geschikt om infiltratie voorzieningen toe te passen. Door middel van een stelsel van wadi’s in de woonstraten en greppels en drainage langs de laan wordt het regenwater hier geïnfiltreerd in de bodem en afgevoerd.
Het water uit de parkeerkoffers wordt deels opgevangen in de groenstructuren die in verbinding staan met de greppels langs de laan. Voor het overige vindt afwatering plaats via riool en drainage onder de laan.
Het zuidelijk deel heeft te maken met een keileemlaag in de ondergrond die infiltreren (bijna) onmogelijk maakt. Derhalve is hier gekozen om wel met een ruimtelijk vergelijkbare opzet te werken als in het noordelijk deel, namelijk met wadi’s in de autovrije woonstraten, maar deze meer een bergende en afvoerende functie te geven richting het lagergelegen beekdal. Rondom de Slangenbeek, het middelste plandeel met de appartementen, wordt dit water opgevangen, geïnfiltreerd (bodempassage) en eventueel overgestort in de beek. Het water uit de parkeerkoffers wordt deels opgevangen in de groenstructuren en wordt voor het overige via de parkeerstraat ondergronds afgevoerd naar het lagergelegen beekdal. Ook de appartementen (bebouwing en parkeerkoffers) worden op deze wijze aangesloten op dit systeem.
Bij de inrichting van de openbare ruimte (zie ook deel 2 beeldkwaliteitsplan) staat klimaatadaptatie hoog in het vaandel. Met name bij de grote parkeerkoffers wordt ingestoken op het beperken van de verharding zodat naast hittestress ook wateroverlast en verdroging worden beperkt.
1.3.6 Het programma
Wonen
In De Horsten is het mogelijk gemaakt maximaal ruim 300 woningen te realiseren. Dit is gebaseerd op een indicatieve verkaveling met aannames ten aanzien van beukmaten (rijwoningen) en een grondoppervlak voor de gestapelde bebouwing (appartementen). Op het moment dat deze veranderen ten opzichte van het getekende stedenbouwkundig plan, zal er ook sprake kunnen zijn van veranderingen in aantallen woningen. In het geval dergelijke aanpassingen gedaan worden, zal dit altijd in overleg met de gemeente/ontwerpteam Bornsche Maten gedaan moeten worden en zal de parkeerbalans, met in achtneming van de eisen ten aanzien van het klimaatadaptief inrichten van de parkeerkoffers, altijd leidend zijn.
In het plan zijn diverse woningtypes opgenomen. De keuze voor deze soorten maar ook de verdeling in aantallen tussen deze type woningen, komt voort uit het woningbehoefte onderzoek dat de gemeente heeft laten uitvoeren. In dit plan komen zowel rijwoningen (kleine en grote kavels), 2-onder-1 kap en vrijstaande woningen en appartementen. Tevens zijn er op bijzondere plekken in het plan BeBowoningen (benedenbovenwoningen) en patiowoningen mogelijk gemaakt. Als uitgangspunt is ook meegegeven dat er tevens twee locaties van elk vier woonwagens ingepast moeten worden.
In de tabel is de verdeling van de woningen over de buurt weergegeven.
Type woning
Noord
Midden
Zuid
Rijwoning ondiepe kavel t/m 20m diep
0
0
43
Rijwoning diepe kavel 21m en dieper
92
0
30
2-onder-1 kap woning
14
0
10
Vrijstaande woning
4
0
10
Woonwagen
4
0
4
Bebo woning
0
10
Patio woning
0
5
0
Appartementen
0
deel B: nader te bepalen, afhan- kelijk van m2 maatschappelijke voorzieningen deel C: maximaal 60 appartementen
0
Maatschappelijke voorzieningen
0
Max. 1500 m2
over 2 lagen
0
Totaal
114
Max. 1500 m2 maatschappelijk en nader te bepalen aantal appartementen
107
In totaal biedt dit plan ruimte aan voor maximaal 221 grondgebonden woningen, maximaal 1500 m2 maatschappelijke voorzieningen en een nader te bepalen aantal appartementen.
1.3.7 Spelen
Rondom de woningen zijn de autovrije woonstraten, maar ook de randen rondom De Horsten, bij uitstek geschikt voor het spelen voor de jongere kinderen in de directe nabijheid van die woningen. Bij de inrichting van de openbare ruimte wordt daar rekening mee gehouden. Er zal vooral worden ingezet op speelaanleidingen. Voor de oudere kinderen zijn zowel het schoolplein van het kindcentrum De Horsten als het buurtpark in Eschwonen in de nabijheid interessante sport- en speellocaties. De oudste kinderen kunnen ook gebruik maken van de speelvoorzieningen in het Bornsche Beekpark (onder andere groot trapveld en een waterspeelpark).
1.3.8 Afvalinzameling
Inzameling van afval vindt door huisvuilwagens plaats langs de laan en de parkeerstraat. Voor de plaatsing van de containers is het van belang dat ze goed en veilig bereikbaar zijn voor de huisvuilwagen maar ook dat ze goed bereikbaar zijn voor de gebruikers.
Bij de appartementen kan er worden gekozen voor een ondergrondse voorziening voor restafval met toegangspas. Naast een restafvalcontainer moet rekening worden gehouden met enkele GFT containers voor groente-, fruit- en etensresten.
Deel 2: Beeldkwaliteitsplan
2.3 Plandeel Noord
2.3.1 Samenhang
2.3.2 Rooilijnen
2.3.3 Hoogtes
2.3.4 Oriëntatie
2.3.5 Erfscheidingen
2.3.6 Verharding
2.3.7 Groen
2.4 Plandeel Midden
2.4.1 Samenhang
2.4.2 Rooilijnen
2.4.3 Hoogtes
2.4.4 Oriëntatie
2.4.5 Verharding
2.4.6 Groen
2.5 Plandeel Zuid
2.5.1 Samenhang
2.5.2 Rooilijnen
2.5.3 Hoogtes
2.5.4 Oriëntatie
2.5.5 Erscheidingen
2.5.6 Verharding
2.5.8 Groen
2.6 Thema’s
2.6.1 Erfscheidingen
Algemeen
Alle kavels binnen het plangebied van de Horsten die grenzen aan de openbare ruimte (zowel wegen, woonstraten, fietspaden als voetpaden/ trottoirs) dienen op deze grenzen voorzien te worden van erfscheidingen in de vorm van hedera hekwerken. Dit principe wordt in de hele wijk de Bornsche Maten toegepast.
Daarbij is het verplicht deze hekwerken te plaatsen tot en met 1 meter voorbij de achterste rooilijn van de woningen zodat er een overlap ontstaat met de zijgevel van minimaal 1 meter. Indien de zijdelingse perceelsgrens tot aan de achtergevel loopt, sluit het hekwerk aan op de achtergevel.
Hedera hekwerk in tuin
De mogelijkheid bestaat om deze hekwerken te verlengen tot 1 meter achter de voorste rooilijn, gezien vanaf de voorzijde van de woningen. Op het moment dat er in de kopgevel sprake is van een dubbelzijdige oriëntatie in de vorm van bijvoorbeeld raampartijen, mogen deze niet door het hekwerk uit het zicht te verdwijnen vanaf de openbare ruimte.
In het kaartbeeld erfscheidingen wordt de aanzet voor de plaatsing verbeeld. Dit dient tevens als kaartbeeld voor de ‘voorwaardelijke verplichting’ in het bestemmingsplan waarin deze regeling verankerd is.
Gebouwde erfscheidingen
Langs de laan in het plandeel noord is het realiseren van deels gebouwde, deels groene erfscheidingen verplicht. Deze erfscheidingen worden gerealiseerd in dezelfde stenen als de woning op de betreffende kavel. Aangezien er in het beeld een eenheid wordt nagestreefd tussen alle verschillende ontwikkelingen aan deze laan, zowel in architectuur als kleuren, dient deze eenheid vormgegeven te worden door de volgende verplichte regels waaraan deze erfscheidingen moeten voldoen:
-De basis wordt gevormd door een muurtje van 60 cm hoog, 30 cm breed.
-Op het muurtje worden poeren (30 cm breed in het vierkant) geplaatst in dezelfde steen als het muurtje en de woning. De poeren worden afgedekt met een grijze afdeksteen.
-De open ruimtes tussen deze poeren, met een tussenmaat van 1,20 meter, worden met groene planten (bijvoorbeeld hedera’s) gevuld.
-De totale hoogte bedraagt 2,00m .
Tuinmuren met poeren en groene invulling
Langs de laan in dit plandeel zijn parkeerkoffers gelegen. Ook op de grens van deze koffers met de laan worden door de gemeente in de openbare ruimte dergelijke deels gebouwde, deels groene erfscheidingen gesitueerd. Deze krijgen allemaal dezelfde uitvoering in vormgeving, kleur en materiaal. Daarbij wordt het mogelijk in het kader van de sociale veiligheid, ook openingen in deze erfscheiding te realiseren; eventueel in plaats van de groene delen.
Voorbeeld erfscheidingen in de vorm van muren met poeren en afdekking
Erfscheidingen en bergingen
Rond alle parkeerkoffers is er sprake van achtertuinen die beeldbepalend zijn voor de woonomgeving. In de achtertuinen komen (waarschijnlijk) de bergingen op de grens van de kavel te staan. Op de achterste perceelsgrens komt het verplichte hedera hekwerk te staan. Poorten in de hekwerken zijn eenduidig, in lijn met de hekwerken. De bergingen zullen boven deze hekwerken uitsteken en daarmee mede het beeld bepalen rondom de parkeerkoffer.
Hedera hekwerk in tuin met berging
Daarom gelden er enkele regels voor het situeren van bergingen:
-De denkbeeldige lijn van het dakvlak van alle bergingen rondom de parkeerkoffer dient gelijk te zijn;
-Eventuele kappen op de bergingen worden verboden;
-Om de uitstraling van de bergingen gelijk te houden, worden deze in zwartgeverfd hout uitgevoerd.
Dit voorstel wordt, voor zover relevant , in het bestemmingsplan vastgelegd door middel van een zone in de achtertuinen van de woningen rondom de parkeerkoffers waarbinnen een maximale bouwhoogte is geregeld en een kap onmogelijk is gemaakt.
Voorbeeld van erfscheidingen zoals dat niet bedoeld is. Het muurtje is wel eenduidig uit- gevoerd maar de beeldbepalende erfscheidingen erboven op zijn in de Horsten ongewenst.
Voorbeeld Zeelt, Bornsche Maten. Eenduidigheid met hederahekwerk en poorten. Bergingen met eenzelfde daklijn en in zwarte uitvoering.
Voorbeeld van hedera hekwerken als erfscheiding met daarachter bergingen
2.6.2 Interactie binnen-buiten
De keuze voor het thema ‘autovrije woonstraten’ biedt kansen voor een andere, groenere en veiliger leefomgeving voor de toekomstige bewoners in vergelijking tot de andere buurten in de Bornsche Maten. Om hier optimaal gebruik van te maken, dient het ontwerp van de woningen rondom deze autovrije woonstraten in te spelen op de kansen die dit biedt; namelijk de groene woonstraat, waar het beeld bepaald wordt door wandelen, verblijven, spelen, groen met wadi’s en bomen, als een verlengstuk van de woonruimte. Hiervoor worden enkele eisen gesteld aan de architectuur van de aanliggende woningen:
-Elke woning krijgt de zogenaamde ‘stoep’ als voortuin. Deze stoep wordt minimaal 1 meter en maximaal 2 meter breed. Dit is vastgelegd in het bestemmingsplan. Deze ruimte dient als bufferzone tussen de openbare woonstraat en de woning;
-Deze zone kan gebruikt worden voor het plaatsen van een bankje of zitplek (door de bewoners zelf of bij de bouw mee ontwikkeld) of het plaatsen van bloempotten en plantenbakken;
-Voorkomen moet worden dat hier de afvalbakken gesitueerd gaan worden. Dat doet afbreuk aan de belevingswaarde van de woonstraat;
-Erfscheidingen parallel aan de gevel zijn uitgesloten. Dit staat haaks op de wens de interactie tussen binnen (de woning) en buiten (de woonstraat) te vergroten. Haakse erfscheidingen op de perceelsgrenzen tussen de woningen zijn wel toegestaan. Deze dienen bij voorkeur als groene haag, plantenbak of muurtje te worden uitgevoerd;
-Een overstek, veranda of pergola (of vergelijkbare andere overdekkende gebouwde voorziening) boven deze stoep is verplicht. Eventueel kan deze worden vormgegeven door een terug liggende begane grond verdieping. Dit maakt het gebruik van de zogenaamde ‘stoep’ als overdekte zone nog aantrekkelijker.
-De gekozen overkappende oplossing wordt eenduidig toegepast op in ieder geval één zijde van één deel van een autovrije woonstraat. Zo kunnen er in een woonstraat vier verschillende oplossingen toegepast worden verdeeld over vier aaneengesloten delen. Daarbij wordt het blok rijwoningen met ‘de poort’ in het plandeel noord echter ook gezien als één geheel, dus waarvoor één oplossing gekozen dient te worden;
-In de huidige plannen worden veel smallere woningen ontwikkeld, waarschijnlijk met een keuken aan de straatzijde. In de gevel moet gestreefd worden naar een optimale relatie tussen binnen en buiten. Hierbij kan gedacht worden aan een schuifpui of openslaande deuren waardoor direct contact mogelijk is tussen binnen en buiten. Indien die optie niet aanwezig is, kan gebruik gemaakt worden van peilkozijnen die het indirecte contact tussen binnen en buiten optimaliseren.
2.6.3 Kleuren
Algemeen:
Het uitgangspunt voor de kleurstelling in de Horsten is:
-Er dient gekozen te worden uit een pallet van terra kleuren met uitzondering van de zwarte en wit/grijze tinten. Dit betreft het gehele pallet van geel/ beige zandkleuren via roodkleuren tot donkerbruine aarde tinten;
-Er dient een eenduidig kleurbeeld te ontstaan in alle autovrije woonstraten;
-In de overige woonstraten en woongebieden dient sprake te zijn van diversiteit in kleuren;
-Op basis van een gekozen terrakleur is het mogelijk te differentiëren in het kleurgebruik door een lichtere en een donkere variant aan de basiskleur toe te voegen. Deze kleuren combinatie vormt dan het pallet binnen een bepaald samenhangend plandeel zoals bijvoorbeeld een van de autovrije woonstraten. De wijze waarop hiermee gevarieerd kan worden hangt af van de plek en het plandeel;
-Om een relatie met de woningen in Eschwonen te voorkomen zijn wit gekeimde accenten in de gevels uitgesloten;
-Hout is toegestaan indien dit ondergeschikt is aan de baksteen.
Beige Nieuw Borne
De autovrije woonstraten
In het noordelijk plandeel wordt op basis van de gekozen terrakleur gevarieerd op blokniveau. Dit sluit aan bij de eenvoudige rechtlijnige opzet. De blokken met rijwoningen krijgen een basiskleur of een lichtere of een donkerder variant van de basiskleur. Voor beide woonstraten wordt een andere kleur als basiskleur verplicht gesteld.
Bovenaanzicht
In het bovenaanzicht is aangegeven hoe op blokniveau de kleurverschillen toegepast dienen te worden. In het aanzicht van het straatbeeld ontstaat een afwisselend beeld.
Aanzicht straatbeeld
Het blok waarin het poort accent is voorgeschreven (zie themablad poort), dient bij de kleurstelling gezien te worden als één aaneengesloten bouwblok. De kleurstelling dient dus aan weerszijden van de poort hetzelfde te zijn.
In het zuidelijk deel is juist sprake van meer speelsheid. Hier dient een basiskleur toegepast te worden voor alle rijwoningen in één woonstraat. De variatie dient vorm te krijgen door het toevoegen van de lichtere en donkerder variant van de basiskleur in het ontwerp van de gevel.
Bovenaanzicht straatbeeld
In het bovenaanzicht is aangegeven hoe op blokniveau de kleurverschillen toegepast dienen te worden.
Gevelaanzicht fijnmazig (boven) en op woningniveau (onder)
In het aanzicht van het straatbeeld ontstaat een afwisselend beeld; dan wel heel fijnmazig door detailleringen in de gevels met gekleurde vlakken, dan wel door te spelen met de kleuren op woningniveau.
De randen van de deelplannen
Bij alle randen van de deelplannen noord en zuid staat differentiatie met kleurgebruik centraal. Met name langs de dorpsranden, de oostelijke randen van De Horsten, dient hier nadrukkelijk rekening mee gehouden te worden. Op al deze plekken geldt het basis pallet van kleuren als vertrekpunt. In de matrix staat verwoord dat er op blokniveau verschillende kleuren toegepast moeten worden. Niet zoals bij de woonstraten door te kiezen uit 1 kleur met een lichtere en donkerder nuance; maar door verschillende tinten terra te kiezen inclusief de mogelijkheid van lichtere en donkerder nuanceringen.
De deelgebieden in het beekdal (A, B en C)
Elk van deze deelgebieden worden beschouwd als solitaire ontwikkelingen in de beekdalzone. Daarbij hoort ook een eigen kleurgebruik. Voor elk van deze ontwikkelingen is een kleur uit het basis pallet vastgesteld als uitgangspunt voor de ontwikkeling. Binnen de betreffende ontwikkeling is het mogelijk om met lichtere en donkerder kleuren gewenste accenten en differentiaties aan te geven.
Deelgebied A: voor de patio (of grondgebonden) woningen geldt dat de beige kleur gebruikt dient te worden. Deze contrasteert mooi met de groene omgeving rond de beek en de bomen van de 2e Hemmelhorst en sluit aan bij de lichte steen van het ertegenover gelegen kindcentrum.
Deelgebied B: voor dit appartementencomplex wordt een bruine kleur voorgeschreven. Daarbij dient het toepassen van de lichtere (het lagere deel) of donkerder kleur (het hogere deel) in de gevel bij te dragen aan het accentueren van de gewenste maat en schaal van dit complex.
Deelgebied C: indien er gekozen wordt voor één architectuur voor beide complexen wordt de rode en beige kleur voorgeschreven; voor elk complex een eigen kleur. Indien er gekozen wordt voor verschillende architectuur per complex is het mogelijk ook voor alleen de rode kleur te kiezen; dus voor beide complexen dezelfde kleur. Echter, het is ook mogelijk voor het tweede complex de beige kleur te gebruiken. Daarbij dient het toepassen van de lichtere of donkerder kleur in de gevel bij te dragen aan het accentueren van de gewenste maat en schaal van dit complex. (zie ook themablad appartementen).
2.6.4 Parkeerkoffers
Uitgangspunt is dat de woonomgeving klimaatadaptief wordt ingericht. In de meeste (autovrije) woonstraten is het oppervlakte verharding beperkt. Daar bepaalt groen (wadi’s, gras, struweel en bomen) het beeld. Daarmee ligt er een goede basis om verdroging, wateroverlast en hittestress te beperken. Door het gekozen concept voor deze buurt met autovrije woonstraten, zijn er enkele grote parkeerkoffers in het ontwerp opgenomen; in eerste instantie bedoeld voor parkeren. Spelen en verblijven gebeurt op andere plekken in de buurt. Door de functie van de parkeerkoffers, het parkeren van auto’s, ligt het voor de hand dat op deze plekken sprake zal zijn van een aanzienlijke hoeveelheid verharding. Dat heeft het risico in zich dat het hittestress eilanden worden. Om dit te voorkomen, dient bij de inrichting rekening gehouden te worden met een klimaatadaptieve inrichting.
Bij de inrichting wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten:
-De rijbanen krijgen een verharding met klinkers;
-In de parkeervakken dient een grassteen toegepast te worden die verdroging en wateroverlast voorkomt en hittestress beperkt. De uiteindelijke keuze dient in overleg met beheer te worden afgestemd;
-Rond en in de parkeerhoven worden hagen geplaatst. Deze zorgen voor een groene uitstraling, geleding van de ruimte en ze bieden mogelijkheden voor de regenwater afvoer;
-In het ontwerp is rekening gehouden met het uitsparen van enkele parkeerplekken ten behoeve van de plaatsing van bomen. Bomen zijn in deze parkeeromgeving belangrijk voor de schaduwwerking.
Te onderzoeken kansen:
-Om elektrische auto’s te kunnen laden zijn laadpalen noodzakelijk. In elke parkeerkoffers dienen enkele laadplekken gerealiseerd te worden;
-Een andere oplossing voor het creëren van schaduw is de plaatsing van pergola’s boven de parkeerplekken. Dit is geen standaardoplossing en ook nog niet elders in de Bornsche Maten toegepast. Onderzocht moet worden of hiervoor mogelijkheden zijn;
-Een andere oplossing is om geen groene pergola’s te plaatsen maar deze te voorzien van zonnepanelen. Eventueel biedt dit mogelijkheden om deze panelen in het beheer te geven van een vereniging van eigenaren die rondom deze parkeerkoffers wonen. Dat zou bijdragen aan meerdere doelen, waaronder de energietransitie.
2.6.5 Poort
In het noordelijk plandeel eindigt de laan, het verlengde van de Aakamp, op een bouwblok met rijwoningen. Achter deze rijwoningen ligt de meest noordelijk gelegen parkeerkoffer.
Om deze beëindiging te accentueren en daarmee de gebruiker duidelijk te maken dat de laan hier ophoudt, is het noodzakelijk dat in de as van de weg een accent in de rijwoningen aangebracht wordt.
Dit kan door:
-Een poortgebouw te ontwerpen. Dat betekent dat er sprake dient te zijn van een minimale doorrijhoogte van 4,5 meter. De erboven te realiseren woonruimte kan dan als zolderverdieping worden verdeeld over de beide aangrenzende woningen. Een alternatief zou kunnen zijn dat hier alleen sprake is van een gebouwde poort zonder woonfunctie;
-Een poort te ontwerpen. Dat betekent dat er tussen de beide hoekwoningen een poort met een doorrijhoogte van 4,5 meter moet worden aangebracht. Een dergelijke constructie moet wel krachtig genoeg zijn om een attractieve waarde te hebben als einde van de laan.
Indien er sprake is van een kunstwerk als ‘poort’ dienen de twee aangrenzende delen met rijwoningen links en rechts van de poort gezien te worden als 1 bouwblok .
2.6.6 Appartementen
Gebied B
Functies: in dit complex is ruimte voor maatschappelijke voorzieningen (begane grond en 1e verdieping) en appartementen (mogelijk op alle lagen van het complex op het moment dat er geen maatschappelijke voorzieningen komen). Dit complex is gelegen naast het kindcentrum De Horsten. Deze ligging maakt het mogelijk de parkeervoorzieningen van het kindcentrum en dit complex te combineren (dubbel grondgebruik).
Het complex dient gerealiseerd te worden als ware het twee complexen (omvang ongeveer van 20*20 tot 25*25 m2) die in elkaar geschoven zijn. Door deze twee onderdelen in hoogte te laten verschillen (respectievelijk drie en vier lagen) ontstaat een bescheiden complex, in omvang gelijkwaardig aan het gebouw van het kindcentrum. De oriëntatie van het complex is alzijdig. De opgave in het ontwerp van dit complex is het ‘kleinschalig’ te laten overkomen en in te passen in de groene, landschappelijke setting van het beekdal rond de Slangenbeek.
•Programma: Maatschappelijke voorzieningen
•Appartementen
•Parkeren in combinatie met parkeren kindcentrum
Ontsluiting en parkeren: deze vindt plaats vanaf de Aakamp, gecombineerd met de ingang van de parkeerplekken voor het kindcentrum. Het aantal parkeerplekken zal in alle gevallen medebepalend zijn voor het maximaal te realiseren programma.
Inpassing: het complex dient aan drie zijden (zuid- en oostzijde richting de Aakamp en zuidzijde richting de Hemmelhorstzijde) zorgvuldig ingepast te worden in het beekdallandschap. Dit kan door middel van een aarden walletje, als het ware een terp in het beekdal . Dit walletje heeft als doel de geparkeerde auto’s uit beeld te houden zodat ook hier de auto’s niet beeldbepalend zijn voor de omgeving. Dit walletje hoeft niet hoog te worden (bijvoorbeeld 1 tot 1,5 meter hoog). In dit walletje is het mogelijk wandelroutes op te nemen en er zal rekening gehouden moeten worden met bereikbaarheid en opstelruimte voor de hulpdiensten in geval van calamiteiten.
Kleurgebruik: de basiskleur voor dit gebouw is bruin. Door hier een lichtere (of donkerder) variant aan toe te voegen, krijgt het complex een op de plek passende maat en schaal.
Opties voor een grondwal rondom de complexen
Gebied C
Functies: in deze twee complexen kunnen alleen appartementen ontwikkeld worden. Deze liggen op een bijzondere plek in het plan, in het beekdal en aan de rand van de wijk met uitzicht op het buitengebied. De complexen dienen gerealiseerd te worden binnen de in het omgevingsplan weergegeven bouwvlakken. Daarbij wordt uitgegaan van bebouwd oppervlaktes van ongeveer 20*20 tot 25*25 m2. De richting van de complexen is vrij, de oriëntatie alzijdig. De opgave in het ontwerp is deze complexen ‘kleinschalig’ te laten overkomen, passend bij de Bornse maat en schaal, en in te passen in de groene, landschappelijke setting van het beekdal rond de Slangenbeek.
Referentiebeeld kleinschalige appartementen in een groene setting
Programma :
-Maximaal 60 appartementen. Bergingen dienen inpandig te worden opgelost;
-Parkeren gebaseerd op de parkeernormen die gekoppeld zijn aan het type appartementen.
Ontsluiting en parkeren: de ontsluiting vindt plaats vanaf de Aakmap. Het aantal parkeerplekken zal in alle gevallen mede bepalend zijn voor het te realiseren programma.
Inpassing: de complexen dienen aan alle zijden zorgvuldig ingepast te worden in het beekdallandschap. Dit kan door middel van een aarden walletje, als integraal onderdeel van het beekdallandschap. Dit walletje heeft als doel de geparkeerde auto’s uit beeld te houden zodat ook hier de auto’s niet beeldbepalend zijn voor de omgeving. Dit walletje hoeft niet hoog te worden (bijvoorbeeld 1 tot 1,5 meter hoog). In dit walletje is het mogelijk wandelroutes op te nemen en er zal, indien noodzakelijk, rekening gehouden moeten worden met bereikbaarheid en opstelruimte voor de hulpdiensten in geval van calamiteiten.
Kleurgebruik en architectuur: hiervoor zijn diverse opties mogelijk.
-1 architectuur voor beide complexen: dan verschillende kleuren (rood en beige) en/of accenten per complex;
-Verschillende architectuurbeelden per complex: dan of eenduidig kleurgebruik met de rode baksteen of alsnog verschillende kleuren (rood en beige) en/of accenten per complex;
-Verschillende kapvormen met 1 basiskleur met nuanceringen.
Bornsche maat en schaal:
De Bornsche maat en schaal dient daarbij als uitgangspunt. De kleinschaligheid dient zichtbaar te zijn in de vormgeving van de massa en gevels maar ook in het kleurgebruik. Door de oogharen heen zal er in alle gevallen sprake moeten zijn van een duidelijke samenhang tussen de complexen. De ontwikkeling dient te voldoen aan de volgende eisen:
-de massa van elke complex dient opgebouwd te worden uit verschillende hoogtes. Daarbij dient er sprake te zijn van minimaal 1 bouwlaag verschil; bij voorkeur 2 bouwlagen;
-om een ranke en slanke vormen te realiseren dient de verticaliteit in het gevelontwerp benadrukt te worden;
-de kleinschaligheid dient zichtbaar te worden in het gevelontwerp door het toepassen van lichtere en donkerder kleuren ten opzichte van de basis kleur of het variëren met metselverband;
-het toepassen van (verschillende) kapvormen versterkt het kleinschalige, dorpse karakter.
opbouw met hoogteverschillen in de massa om de kleinschaligheid te benadrukken
een kapvorm ter versterking van het dorpse karakter
verticaliteit in de gevel door maatvoeringvan raampartijen en accenten in metselwerk
kleinschaligheid in gevels door het variëren in het metselverband