Aanhef
De raad van de gemeente Borger-Odoorn;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 december 2001;
overwegende dat het door de herindeling van de voormalige gemeenten Borger en Odoorn noodzakelijk is de Verordening subsidiëring godsdienst- en vormingsonderwijs openbare basisscholen in de gemeente Borger aan te passen;
gelet op de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Gemeentewet en de Wet op het primair onderwijs (Wpo);
overwegende dat het noodzakelijk is de toekenning van vergoedingen voor het geven van godsdienst- of vormingsonderwijs aan leerlingen van de openbare basisscholen bij verordening te regelen;
b e s l u i t :
vast te stellen de volgende:
VERORDENING SUBSIDIËRING GODSDIENST- EN VORMINGSONDERWIJS OPENBARE BASISSCHOLEN IN DE GEMEENTE BORGER-ODOORN.
Artikel 1
1Aan kerkelijke gemeenten, plaatselijke kerken of rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid die zich blijkens hun statuten het geven van godsdienst- of vormingsonderwijs ten doel stellen, als bedoeld in artikel 51 van de Wet op het primair onderwijs, kan een vergoeding worden verleend voor het geven van godsdienst- of vormingsonderwijs aan leerlingen van de openbare basisscholen.
2De aanvraag hiervoor dient te worden gericht aan het college van Burgemeester en Wethouders.
Artikel 2
1De vergoeding bedraagt ingaande het schooljaar 2000/2001 € 9,98 per les, waarbij wordt uitgegaan van 35 schoolweken per schooljaar.
2Om in aanmerking te kunnen komen voor een vergoeding moeten tenminste 10 leerlingen deelnemen aan de lessen.
3De tijdsduur van een les zal tenminste 45 minuten moeten bedragen.
4De lessen moeten zo economisch mogelijk gegeven worden, waarbij naar combinatie van lessen c.q. klassen gestreefd dient te worden.
Artikel 3
De vergoeding wordt verleend voor het geven van godsdienst- of vormingsonderwijs aan de leerlingen van:
de groepen 5 t/m 8 van tweemansscholen voor gewoon basisonderwijs;
de groepen 7 en 8 van scholen voor gewoon basisonderwijs met meer dan twee leerkrachten.
Artikel 4
Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks het gehanteerde normbedrag voor de vergoeding bij op basis van een door B en W jaarlijks vast te stellen percentage.
Artikel 5
1Jaarlijks vóór 1 juni dient het bestuur van een instantie, als bedoeld in Artikel 1, lid 1bij burgemeester en wethouders een aanvraag in voor het komende schooljaar.
2De aanvraag dient te worden gedaan door middel van het daarvoor bestemde formulier.
Artikel 6
Op de aanvraag wordt door burgemeester en wethouders jaarlijks vóór 1 augustus beslist.
Artikel 7
Het bestuur van een instantie, als bedoeld in Artikel 1, lid 1, overlegt jaarlijks vóór 1 juni van het lopende schooljaar aan burgemeester en wethouders een opgave van de gerealiseerde uren over het afgelopen schooljaar.
De opgave dient te worden gedaan door middel van het daarvoor bestemde formulier.Artikel 8
Naar aanleiding van de opgave wordt door burgemeester en wethouders jaarlijks vóór 1 augustus de definitieve subsidie vastgesteld voor het afgelopen schooljaar.
Artikel 9
In de gevallen, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college van burgemeester en wethouders.
Artikel 10
1Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening subsidiëring godsdienst- en vormingsonderwijs openbare basisscholen in de gemeente Borger-Odoorn.
2Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2002.
Op dezelfde dag vervalt de Verordening subsidiëring godsdienst- en vormingsonderwijs openbare basisscholen in de gemeente Borger-Odoorn. van.25 mei 2000.