Gemeentelijke regelgeving

Uitvoeringsprogramma VTH gemeente Borger-Odoorn 2025

Gemeente Borger-Odoorn · geldt sinds 22 februari 2025

Aanhef

Behorend bij de U&H-Strategie VTH ‘Ruimte in Ontwikkeling’ 2023-2027

Inleiding

Voor u ligt het Programma Uitvoering & Handhaving (U&H) voor het jaar 2025 van de gemeente Borger-Odoorn. Dit uitvoeringsprogramma beschrijft hoe we in 2025 omgaan met onze taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving.

Reikwijdte

In dit uitvoeringsprogramma wordt ingegaan op de vergunningverlenings- toezichts- en handhavingstaken die we als gemeente hebben in het fysiek domein. Het gaat dan bijvoorbeeld om taken die voortvloeien uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en daaruit voortvloeiende regelgeving, de Omgevingswet en daarop gebaseerde regelgeving, de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en bijzondere wetten zoals de Alcoholwet, de Wet op de Kansspelen, de Wet Kinderopvang, de Wet Maatschappelijke Ondersteuning en de Participatiewet. Zo vallen bijvoorbeeld ook evenementen, standplaatsen, en taken met betrekking tot kinderopvang, peuteropvang en gastouders onder de reikwijdte van het programma.

Plaats in de beleidscyclus

Uit de Omgevingswet

1Onder het ‘oude’ Omgevingsrecht volgt dit uit het Besluit Omgevingsrecht (Bor).

volgt dat gemeenten jaarlijks een uitvoeringsprogramma en een jaarverslag op dienen te stellen, afgestemd op het vierjaarlijkse strategische beleidskader, de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (ook wel bekend als het VTH-Beleid). Deze beleidscyclus heet ook wel de Big-8-beleidscyclus. Deze cyclus vormt een dubbel plan-do-check-act-proces dat zowel in de beleidsvormende fase als in de uitvoerende fase plaatsvindt.

In het voor u liggende Uitvoeringsprogramma wordt beschreven op welke wijze we omgaan met de taken die we als gemeente te vervullen hebben op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, en zal hier een planning aan gegeven worden. Hiermee valt dit programma te zien als de start van de planning en controlcyclus, weergegeven in de onderste cyclus van de Big-8-beleidscyclus.

De Big-8-beleidscyclus

Leeswijzer

Dit Uitvoeringsprogramma is opgebouwd uit een aantal modules, die bestaan uit verschillende bouwstenen. Module 1 omvat alle vergunningverlening met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Module 2 beschrijft onze toezichts- en handhavingsstrategie. Module 3 beschrijft enkele taken op het gebied van het sociaal domein.

Het uitvoeringsprogramma is schematisch gezien als volgt opgebouwd:

Opbouw van het Uitvoeringsprogramma

Module 1: Vergunningverlening binnen het fysiek domein

2. Bouwsteen 1: Omgevingsrecht

2.4. Omgevingsvergunningen onder de Omgevingswet

2.4.1. Aanvraag omgevingsvergunning – beslistermijn en bindend adviesrecht

Onder de Omgevingswet is de reguliere procedure voor behandeling van een vergunning het uitgangspunt. Dat betekent dat een vergunningaanvraag doorgaans binnen acht weken beoordeeld moet zijn. Slechts in een aantal gevallen is de uitgebreide procedure nog van toepassing. Dat betekent dat in veel gevallen een kortere procedure geldt dan onder het oude recht het geval was. Daarnaast geldt dat in sommige gevallen de raad het bindend adviesrecht heeft. In dat geval moet in de proceduretijd meegerekend worden dat een initiatief langs de raad moet. Hiervoor is een speciale procedure ingeregeld. Een overzicht van de onderwerpen waarop de raad het bindend adviesrecht heeft is te vinden in de ‘Lijst categorieën waarop het adviesrecht van toepassing is’.

2.4.2. Conceptverzoek

Het begrip vooroverleg zoals we dat onder het oude wettelijke regime kennen, komt onder de Omgevingswet niet meer terug. In plaats daarvan spreken we van een conceptverzoek.

Het uitgangspunt is om zo veel mogelijk in te zetten op conceptverzoeken. Hierdoor kunnen problemen die doorgaans voorkomen in een vergunningstraject (zoals het ontbreken van bepaalde documenten of wijzigingen van plannen) in het voortraject afgevangen worden. Hierdoor wordt de doorlooptijd voor een vergunningsaanvraag korter, en heeft men sneller een vergunning. Door zoveel mogelijk te werken met conceptverzoeken kunnen we ervoor zorgen dat de doorlooptijden tijdens de vergunningverlening kort blijven, en de aanvragen zo veel mogelijk volledig en juist aangeleverd worden.

Voor het conceptverzoek bestaat geen wettelijke behandeltermijn. Omdat we willen voorkomen dat het traject van het conceptverzoek te lang duurt, stellen we hier als gemeente een dienstverlenende termijn van zes weken voor.

2.4.3. Planning

Voor het behandelen van vergunningsaanvragen onder de Omgevingswet (met uitzondering van kap, uitrit en asbest light) is 3,94 FTE vaste formatie beschikbaar. Hiervan is momenteel 2,94 FTE ingevuld. De overige 1 FTE betreft vacatureruimte. Daarnaast is (voor in ieder geval de eerste helft van 2025) 1,0 FTE extra beschikbaar gesteld. Dat betekent dat in totaal 3,94 FTE beschikbaar is, waarbij een productienorm van 1.429 uur per FTE aangehouden wordt. Er kan dus vanuit gegaan worden dat er 5.630 uren beschikbaar zijn (1.429 uren nog niet ingevuld).

Hiernaast is in de begroting voor 2025 door de raad een extra bedrag van €350.000 uitgetrokken voor extra ambtelijke slagkracht om kleine particuliere bouwinitiatieven in behandeling te kunnen nemen. Deze middelen kunnen gebruikt worden om extra capaciteit aan te trekken. Gedurende het jaar wordt bekeken wat de beste invulling is voor deze middelen.

In onderstaande tabel is weergegeven welke producten we verwachten te behandelen het komende jaar. De verwachting is gebaseerd op ervaringen uit 2024.

Producttype

Raming aantal producten

Uren per product

Totale raming uren 2025

Omgevingsvergunningen

Activiteit bouw (technisch)

80

3

240

Omgevingsplanactiviteit (Opa)

180

4

720

Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (Bopa)

30

5

150

Activiteit aanleg

5

4,5

23

Activiteit kappen

70

1,5

105

Activiteit uitrit wijzigen / aanleggen

30

5

150

Activiteit met betrekking tot monumenten (uitgebreide procedure)

1

8

8

Melding sloop

15

1

15

Conceptverzoek

200

5-10

1000-2000

Asbest-light

140

0,25

35

Rioolaansluitvergunning

14

3

42

Huisnummerbesluit

80

1,25

100

Vergunning Leegstandswet

3

3

9

Milieuvergunning (WKO)

15

0,25

4

Extra structurele taken Omgevingswet

Spreektafel

250

0,5

125

Keukentafeloverleg

125

3

375

Intaketafel

250

1

250

Omgevingstafel

100

3

300

Overig

Informatieverstrekking algemeen

700

1

700

Brandveilig gebruik

14

1

14

Informele fase bezwaar / input voor handhavingsverzoeken)

43/11

3/5

184

Melding activiteit milieu

31

0,25

7,75

Totaal

2551

-

4.557-5.557

Bovenstaande getallen zijn een schatting op basis van de cijfers van 2024. In 2024 hebben we een flinke terugloop gezien in het aantal aangevraagde vergunningen en conceptverzoeken. In het jaarverslag zal hier nader over gerapporteerd worden. Het kan zijn dat in 2025 de aantallen toe zullen nemen. In dat geval zullen we gedurende het jaar monitoren of bijsturing gewenst en noodzakelijk is.

Haalbaarheid planning

Op basis van de hiervoor weergegeven cijfers zijn in totaal 4.557-5.557 uren benodigd om de caseload weg te werken. Dit zou betekenen dat er aanzienlijk minder inzet nodig is dan de afgelopen jaren. Het aantal beschikbare aantal uren, 5.546 uren, zit binnen het bereik van uren dat we verwachten, en zou dus voldoende moeten zijn om de werkvoorraad aan te kunnen. Gedurende het jaar wordt gemonitord of dit ook het geval is. Hierbij wordt, zo nodig, tijdig bijgestuurd.

6. Toezichtscategorieën

6.1. Vergunninggericht toezicht

6.1.1. Toezicht op de bouw

Het gemeentelijke toezicht op de bouw heeft dit jaar voor het eerst een andere vorm dan in de voorgaan de jaren het geval was. Met de invoering van de Wkb is een groot deel van de gemeentelijke toezichtstaak in dit werkveld komen te vervallen. Zo is niet de gemeente, maar een private kwaliteitsborger verantwoordelijk voor het toezicht op de bouw als het gaat om bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1. Het gaat dan bijvoorbeeld om grondgebonden woningen, eenvoudige bedrijfshallen of andere bouwwerken waar geringe veiligheidsrisico’s spelen. Voor complexere bouwwerken, die onder gevolgklasse 2 en 3 vallen, blijft de gemeente verantwoordelijk voor het toezicht tijdens de bouw.

Voor bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1 is ervoor gekozen om slechts een bezoek aan de bouwplaats te brengen indien de kwaliteitsborger melding maakt van overtredingen tijdens de bouw. Wordt geen melding gemaakt door de kwaliteitsborger, dan gaan onze toezichthouders ook niet op bezoek op de bouwplaats. Bij bouwwerken die onder gevolgklasse 2 en 3 vallen geldt dat minimaal tweemaal een bezoek aan de bouwplaats wordt afgelegd door een toezichthouder. Het eerste bezoek staat dan in het teken van de uitzetting van de bouw. Het laatste bezoek staat in het teken van een eindcontrole. Indien de omstandigheden daarom vragen, worden tussen de twee bezoeken nog extra bezoeken afgelegd.

6.1.2. Toezicht op de Alcoholwet

Vergunningverlening, toezicht en handhaving op de DHW wordt uitgevoerd in overeenstemming met het Alcoholpreventie- en handhavingsplan 2020-2024 'Ontnuchterend!'. In dit plan stelt de gemeente zich het volgende ten doel:

1: Preventief inzetten op informeren van jongeren en hun ouders over de schadelijke gevolgen van alcohol- en lachgas gebruik.

2: Afname van alcoholgebruik en van de schadelijke gevolgen van alcoholgebruik onder de achttien jaar.

3: Signaleren en terugdringen van problematisch alcoholgebruik bij zowel volwassenen als jongeren onder de 18.

4: Stijging realiseren van het aantal positieve controles en terugdringen van het aantal incomplete of onjuiste vergunningen bij horecagelegenheden, detailhandelaren en paracommerciële organisaties.

De prioriteit gaat bij het toezicht uit naar de doelgroep onder de 18 en tussen de 18 en 24 jaar. De uitvoering van dit toezicht wordt verzorgd door de Stichting Veiligheidszorg Drenthe. De toezichtactiviteiten door Veiligheidszorg Drenthe en/of andere externe partijen worden conform onderlinge afspraken ingepland. In het Alcoholpreventie en handhavingsplan 2020-2024 'Ontnuchterend!' staan de stappen beschreven die zullen worden ondernomen om de gestelde doelen te halen.

Verder zal in 2025 gestart worden met het actualisatieproces van de Alcoholwetvergunningen. De gemeentelijke toezichthouders zullen cyclisch op gaan pakken.

6.1.3. Toezicht op evenementen

In de gemeente Borger-Odoorn is jaarlijks een groot aantal evenementen. Een aantal hiervan betreffen evenementen die grote bezoekersaantallen trekken en waar vaak grote tenten of andere bouwwerken geplaatst worden. Om ervoor te zorgen dat deze evenementen veilig kunnen plaatsvinden, wordt door de gemeente toezicht gehouden op de opbouw van het evenement en het verloop hiervan.

We maken een onderscheid in A-, B- en C-evenementen. Gemeentelijke toezichthouders gaan over het algemeen bij -bijna- alle B- en C-evenementen langs. Er worden minimaal twee controles gehouden: de eerste controle betreft de eindschouw voor het begin van het evenement, de tweede controle betreft een controle tijdens het evenement, om het verloop van het evenement te monitoren. Indien het karakter of de grootte van het evenement daarom vraagt, worden tijdens het evenement diverse briefingsmomenten gehouden, waarop de betrokken partijen (zoals de organisator, beveiliging, EHBO en politie) elkaar op de hoogte houden van de actualiteiten. Daarnaast zijn er boa’s aanwezig om te controleren op het naleven van de Alcoholwet.

Doelen van het toezicht op evenementen

6.2. Gebiedsgericht toezicht.

6.2.1. Openbare orde en veiligheid

Doelen van het toezicht met betrekking tot openbare orde en veiligheid

In 2025 staan de BOA-taken die raken aan het verbeteren van de leefbaarheid en het verminderen/voorkomen van diverse vormen van overlast centraal. Tot deze taken behoren o.a. het handhaven op overlast/vandalisme (zowel preventief, n.a.v. meldingen van burgers, politie en toezichthouders als n.a.v. wat ze zelf tegenkomen), afvaldumping, hondenpoep, diverse verkeersmaatregelen en het bijstaan van politie en brandweer bij ongelukken en branden.

Voor de diverse deelaspecten van het handhavingsdomein openbare ruimte (onder meer afvaldumping, hondenpoep, parkeerbeleid, overlast/vandalisme) geldt dat door de hoeveelheid uitgedeelde waarschuwingen en boetes per type overtredingen in kaart te brengen en te monitoren, kan worden bezien of er sprake is van een toe- of afname van de gemeten naleving van de wet- en regelgeving. Dit uiteraard wel bij een gelijkblijvende uren-inzet op de desbetreffende deelaspecten ten opzichte van de voorgaande meetperiodes. Los daarvan is er ook nog sprake van het preventieve effect wat uitgaat van BOA-inzet; een deel van de illegale gedragingen zal achterwege worden gelaten wanneer mensen weet hebben van de (mogelijke) aanwezigheid van BOA’s. Hoewel dit lastig meetbaar is, is dit wel een positief effect van de BOA-inzet wat vermeldenswaardig is.

6.2.2. Ondermijning – specifiek onderwerp 2025

De aanpak van ondermijning staat hoog op de agenda, zowel landelijk als lokaal. Voor een effectieve aanpak is het noodzakelijk dat alle afdelingen hierin meewerken. Een belangrijke rol is weggelegd voor de toezichthouders binnen de gemeente. De medewerkers van Bouw- en woningtoezicht komen op veel plekken, zien en signaleren veel, en kunnen ingeschakeld worden voor controles bij vermoedens van overtreding van wet- en regelgeving. Deze controles variëren van reguliere controles tot grootschalige integrale controles, waarbij ook andere instanties betrokken zijn.

De uitvoering van de beleidsregels Bibob is deels in de organisatie geïmplementeerd, onder meer voor de Wabo-activiteiten. Dit betekent voor zowel vergunningverlening als toezicht en handhaving een uitbreiding van werkzaamheden.

6.3. Objectgericht toezicht

6.3.1. Brandveiligheid

De VRD voert namens de gemeente Borger-Odoorn het toezicht op brandveiligheid uit. Dit doet de VRD op een risicogerichte manier. Dit betekent dat men, naast de geldende wet- en regelgeving, meer vanuit de aanwezige risico’s in en rond een bouwwerk toezicht uitvoert en daar op adviseert. Middels een risico inschatting zijn de gebruiksfuncties ingedeeld in een risicoklasse. Zo zijn de gebouwen waar niet-zelfredzame personen aanwezig zijn, gevaarlijke stoffen zijn opgeslagen of waarbij een gelijkwaardige brandveiligheid is toegepast in gedeeld in een hogere risicogroep.

De kern van deze aanpak is dat men in gesprek gaat met de gebruikers om de veiligheid van het object integraal te beoordelen en samen tot een aanpak te komen die de risico’s op slachtoffers/schade minimaliseert. De gedachte erachter is dat bij deze aanpak de gebruiker mee wordt genomen in het denken over brandveiligheid, de risico’s van het niet naleven van regels en zelf in staat is om ook in de toekomst brandveiligheid te optimaliseren. Daarnaast is gekeken in voor welke functies toezicht ook anders gerealiseerd kan worden. Voor de minder risicovolle objecten is gekozen om dit op een andere manier te doen dan het standaard toezicht.

6.3.2. Milieu – Omgevingsdienst Drenthe

Het volledige milieu-gerelateerde toezicht, zowel ten aanzien van objecten als in gebieden en inclusief toezicht op slopen (i.v.m. asbestverwijdering) is uitbesteed aan de RUDD. Jaarlijks wordt in het jaarprogramma van de RUDD uiteengezet hoeveel uren besteed worden aan bijvoorbeeld het toezicht dat zij uitvoert voor Borger-Odoorn. In het jaarprogramma van de RUDD over 2025 is 4396 uren ingekocht voor toezicht en handhaving. Er wordt voor 2650 uren ingekocht voor vergunningverlening. Voor juridische ondersteuning houden we rekening met 223 uren. Verder is voor 500 uur aan complexe VTH-taken gereserveerd.

6.3.3. Landelijke aanpak adreskwaliteit (Laa)

In het kader van de Landelijk aanpak adreskwaliteit voeren de gemeentelijke toezichthouders adrescontroles uit. Het doel hiervan is om de registratie van adresgegevens in de BRP kwalitatief te verbeteren. In 2025 zal de aanpak verder vormgegeven worden in samenwerking met collega’s van het cluster BRP en Burgerzaken. In ieder geval wordt als ambitie meegenomen om de bestuurlijke boete op basis van de Wet BRP in te voeren in het gemeentelijke handhavingsstelsel. Verwacht wordt dat toezichthouders ongeveer 60 keer op adrescontrole zullen gaan.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.