Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk,
gelet op artikel 160, eerste lid en 231, tweede lid, onderdelen b en c, van de Gemeentewet;
besluit
vast te stellen het volgende:
Aanwijzingsbesluit met betrekking tot de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen 2026
Artikel 1
Als degene die is belast met de heffing van gemeentelijke belastingen, als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, worden aangewezen:
a.de Teamleider Dienstverlening met betrekking tot de heffing van leges, voor zover het betreft de paragrafen 1.1, 1.2, 1.3, 1.4 en 1.5 van de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening (leges publiekszaken);
b.de Teamleider Gebiedsontwikkeling & Wonen met betrekking tot de heffing van leges, voor zover het betreft:
•artikel 1.19 en paragraaf 3.5 van de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening (leges voor vergunningen op basis van de Huisvestingswet);
•artikel 1.20 van de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening (leges voor vergunningen op basis van de Leegstandwet);
c.de Teamleider Samenleving met betrekking tot de heffing van leges, voor zover het betreft:
•artikel 1.21 van de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening (leges voor een vergunning voor één of meerdere kansspelautomaten of een loterijvergunning);
•artikel 1.26 van de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening (leges voor vergunningen, ontheffingen en beschikkingen algemeen);
•artikel 1.29 van de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening (leges voor een collectevergunning);
•paragraaf 3.1 van de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening (leges voor vergunningen of ontheffingen in het kader van de exploitatie van een horeca- of slijtersbedrijf);
•artikel 3.4 van de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening (leges voor een vergunning voor het exploiteren van een escortbedrijf);
•artikel 3.5 van de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening (leges voor een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet of -verordening);
•artikel 3.6 van de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening (leges voor een vergunning voor het houden van een evenement);
d.de Teamleider Openbare Ruimte met betrekking tot de heffing van leges, voor zover het betreft:
•artikel 1.22 van de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening (leges voor meldingen, instemmingsbesluiten, vergunningen of overleg met betrekking tot werkzaamheden voor aanleg van kabels en leidingen);
•artikel 1.23 van de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening (leges voor vergunningen of ontheffingen op basis van wegenverkeerswetgeving);
e.de penningmeester van de Stichting de 12 Reeuwijkse Plassen met betrekking tot de heffing van leges, voor zover het betreft artikel 1.28 van de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening (leges vaarontheffingen);
f.de Teamleider Openbare Ruimte met betrekking tot de heffing van liggeld en leges afmeervergunningen;
g.de Teamleider Buitendienst met betrekking tot de heffing van lijkbezorgingsrechten;
h.mevrouw Ph. de Groot van Revitalisering Bedrijventerreinen B.V. (REBEMA) met betrekking tot de heffing van parkeerbelastingen;
i.de Teamleider Openbare Ruimte met betrekking tot de heffing van staan- en marktgelden;
j.de Teamleider Financiën, Juridische Zaken en Inkoop met betrekking tot de heffing van alle andere gemeentelijke belastingen, met uitzondering van de heffingen die zijn overgedragen aan de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland;
k.de Teamleider Financiën, Juridische Zaken en Inkoop voor de heffingen genoemd in de onderdelen a tot en met i voor het geval er op grond van die onderdelen geen functionaris kan worden aangewezen.
Artikel 2
Als degene die is belast met de invordering van gemeentelijke belastingen, als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel c, van de Gemeentewet, worden aangewezen:
a.de penningmeester van de Stichting de 12 Reeuwijkse Plassen met betrekking tot de invordering van leges, voor zover het betreft artikel 1.28 van de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening (leges vaarontheffingen);
b.mevrouw Ph. de Groot van Revitalisering Bedrijventerreinen B.V. (REBEMA) met betrekking tot de invordering van parkeerbelastingen;
c.de Teamleider Financiën, Juridische Zaken en Inkoop met betrekking tot de invordering van alle andere gemeentelijke belastingen, met uitzondering van de heffingen die zijn overgedragen aan de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland.
d.de Teamleider Financiën, Juridische Zaken en Inkoop voor de heffingen genoemd in de onderdelen a en b voor het geval er op grond van die onderdelen geen functionaris kan worden aangewezen.
Artikel 3
1Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
2Het “Tijdelijk besluit aanwijzing heffings- en invorderingsambtenaren 2025” van 8 april 2025 wordt ingetrokken met ingang van de in het voorgaande lid genoemde datum van inwerkingtreding.
3De functionarissen en personen die op grond van dit besluit zijn aangewezen als heffings- of invorderingsambtenaar treden in de plaats van de functionarissen en personen die als zodanig vóór de inwerkingtreding van dit besluit bevoegd waren.
Artikel 4
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit aanwijzing heffings- en invorderingsambtenaren 2026.