Gemeentelijke regelgeving

Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2021

Gemeente Bloemendaal · geldt sinds 12 januari 2022

Aanhef

De raad van de gemeente Bloemendaal;

gelezen het voorstel van het presidium van 29 september 2021,

gelet op de artikelen 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, 97, 98, en 99 van de Gemeentewet en de artikelen 3.3.2 (ICT). 3.3.3 (Scholing), eerste en tweede lid, 3.3.8 (eindheffingsbestanddelen) van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2021.

Artikel 1. Reis- en verblijfskosten voor reizen buiten de gemeente

1Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 97 van de Gemeentewet worden aan een raads- of commissielid vergoed:

a.De kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;

b.bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt.

2Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente, ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur, worden aan een raads- of commissielid bij gebruik van de eigen auto ook de parkeer-, veer- en tolkosten vergoed.

3Boetes en naheffingen voor parkeren worden niet vergoed;

4Als een raads- of commissielid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld.

5De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen buitenhet grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed.

Artikel 2. Nadere regels niet partij politiek georiënteerde scholing

1Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier.

2Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie.

3De maximale vergoeding van de scholing bedraagt:

a.€ 215,-- per jaar per raadslid;

b.€ 215,-- per jaar per commissielid.

4De burgemeester beslist in overleg met de griffier op de aanvraag op basis van de overlegde stukken.

5Indien deze regeling niet of niet voldoende voorziet in de opleidingsbehoeften van de raadsleden kan de burgemeester in overleg met de griffier besluiten om van de bedragen in lid 3 af te wijken.

Artikel 3. Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel

1Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in artikel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

2Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrekking als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964.

Artikel 4. Betaling en declaratie van onkosten

1De betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen vindt plaats door:

a.betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreekse aan de gemeente toegezonden factuur; of

b.betaling vooruit uit eigen middelen.

2Een aanvraag om vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken.

3Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen twee maanden na factuurdatum of betaling bij de griffier ingediend.

Artikel 5. Computer

1Raads- of commissieledenleden aan wie een computer, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking wordt gesteld als bedoeld in artikel 3.3.2 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, ondertekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met de gemeente.

2Zolang een raads- commissielid niet is afgetreden, ontslagen of herbenoemd, blijft voor hem het desbetreffende artikel van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dat luidde voor 1 januari 2019, en de op dat artikel gebaseerde nadere regels, van toepassing, indien hem in 2018 een tegemoetkoming of een vergoeding op grond van dat artikel is verleend.

Artikel 6. Intrekking oude verordening

De Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2020 wordt ingetrokken.

Artikel 7. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2021.

Artikel 8. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2021.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.