Aanhef
De raad van de gemeente Bloemendaal;
overwegende,
-dat de Subsidieverordening duurzame energie non-profitorganisaties 2009 werd vastgesteld om het toepassen van duurzame energie bij non-profitorganisaties te stimuleren;
-dat in de duurzaamheidsvisie 2030 als doelstelling is opgenomen dat duurzame energiebronnen 15% leveren van de lokale energiebehoefte;
-dat die doelstelling langs twee sporen bereikt kan worden, te weten het toepassen van duurzame energiebronnen en het verlagen van het energieverbruik;
-dat het aanbeveling verdient het energieverbruik terug te dringen door het toepassen van energiebesparende maatregelen;
-dat het college bij de uitvoering van de verordening prioriteit geeft aan energiebesparing en duurzame energieopwekking;
-dat het bereik van de subsidieverordening daarop wordt aangepast;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 30 september 2014;
gelet op de titels 4.2 en 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 149 van de Gemeentewet;
b e s l u i t:
I. de Subsidieverordening duurzame energie non-profitorganisaties Bloemendaal 2009 in te trekken
II. de volgende Subsidieverordening duurzame energie non-profitorganisaties Bloemendaal 2014 vast te stellen.
Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
non-profit organisaties
:
in de gemeente gevestigde scholen en andere organisaties die rechtspersoonlijkheid bezitten en blijkens hun statuten de ondersteuning van publieke aangelegenheden voor niet-commerciële, maatschappelijke doeleinden nastreven;
gebouw
:
het in de gemeente gevestigde gebouw van waaruit de non-profitorganisatie activiteiten ontplooit ter verwezenlijking van haar gestelde doelen;
DE-lijst
:
lijst met voor subsidie in aanmerking komende maatregelen en voorzieningen waarmee op duurzame wijze energie kan worden opgewekt, dan wel het energieverbruik kan worden verlaagd;
éénmalige subsidie
:
een subsidie, die de gemeente ten behoeve van de aanschaf van energiebesparende voorzieningen verstrekt;
Energie Prestatie Advies (EPA)
:
een door een gecertificeerd EPA-adviseur gegeven maatwerkadvies voor een gebouw;
de Awb
:
de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 2 Grondslag en werkingsfeer
1Op grond van deze verordening kunnen burgemeester en wethouders aan het bestuur van een non-profitorganisatie subsidie verlenen voor het treffen van maatregelen of voorzieningen op of in het gebouw dat de aanvrager ten dienste staat.
2Subsidie wordt alleen verstrekt voor maatregelen of voorzieningen die op de DE-lijst staan, en voor de opstelling van een EPA, mits de daarin voorgestelde maatregel(en) worden uitgevoerd.
3Het college stelt een DE-lijst vast, waarin staat welke maatregelen en voorzieningen voor subsidie ingevolge deze verordening in aanmerking komen, en tot welk bedrag.
4Het college kan nadere regels stellen ter uitvoering van deze verordening, over te subsidiëren maatregelen en voorzieningen, de doelgroep en de maximale bedragen of percentages.
Het subsidieplafond
Artikel 3 Vaststelling van het subsidieplafond
1De raad stelt jaarlijks het budget vast dat voor het verlenen van subsidie in het kader van deze verordening beschikbaar is, op grond van artikel 4.25 van de Awb.
2Het beschikbare budget wordt verdeeld in volgorde van ontvangst van de volledige aanvraag.
3Het college besluit over het verstrekken van subsidies met inachtneming van het subsidieplafond.
Subsidieverstrekking
Artikel 4 Indiening
1Een aanvraag om subsidie wordt bij het college ingediend en bevat ten minste:
· de in artikel 4:2 van de Awb genoemde gegevens, te weten:
o de naam en het adres van de aanvrager;
o de dagtekening;
o een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd;
· een opgave van de kosten;
· het adres van het gebouw waar de voorziening wordt geplaatst;
· naam en adres aannemer;
· een schriftelijke toestemming van de eigenaar, wanneer deze niet tevens de gebruiker is.
2Het college kan bepalen dat voor de aanvraag een vastgesteld formulier moet worden gebruikt.
Artikel 5 Aanvullende weigeringsgronden
Het college kan naast de in artikel 4:25 en artikel 4:35 van de Awb genoemde gronden, de subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren voor zover:
a.de beoogde voorzieningen dermate afwijken van de gangbare systemen dat nog onvoldoende kan worden beoordeeld of dit een bevredigend rendement oplevert;
b.met het treffen van de voorzieningen werd begonnen voordat op de aanvraag is beslist.
Subsidietoekenning
Artikel 6 Toekenning
1Binnen drie weken na ontvangst van de volledige aanvraag krijgt aanvrager bericht of deze voor subsidie in aanmerking komt.
2De aanvragen worden in volgorde van binnenkomst van de volledige aanvraag behandeld.
3Indien bij de toekenning van subsidies het in artikel 3 bedoelde subsidieplafond is bereikt, krijgen de indieners van de nog niet behandelde aanvragen daarvan bericht.
4Een aanvraag om subsidie wordt geweigerd als het ter beschikking gestelde budget volledig is benut.
Artikel 7 Voorwaarden bij de verlening van subsidie
1De subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat na toekenning binnen 6 maanden tot aanschaf en installatie van de voorziening is overgegaan;
2de onder 1 bedoelde termijn begint, in geval een omgevingsvergunning nodig is voor het veranderen van het gebouw, op de datum waarop die vergunning van kracht wordt.
3Het college kan voorwaarden aan de beschikking tot subsidieverlening verbinden, die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidieregeling.
Artikel 8 Intrekking en wijziging beschikking tot subsidieverlening
Het college kan, zolang de subsidie nog niet is vastgesteld, de subsidieverlening op grond van artikel 4:48 Awb intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen als:
a.de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid;
b.de subsidieontvanger op andere wijze een overheidsbijdrage heeft ontvangen voor het aanbrengen van de energiebesparende voorzieningen.
Vaststelling van de subsidie
Artikel 9 Subsidievaststelling
Het college stelt de subsidie vast na ontvangst van de facturen en betaalbewijzen, en –indien van toepassing- een installateurverklaring of adviesverklaring conform bijlage I van deze verordening.
Artikel 10 Beslistermijn
1Het college beschikt op de aanvraag om subsidie binnen acht weken na ontvangst van de in artikel 10 bedoelde documenten.
2Het college stelt de subsidie overeenkomstig de subsidieverordening vast indien de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn uitgevoerd en indien aan de voorwaarden is voldaan.
Betaling
Artikel 11 Betaling
Het subsidiebedrag wordt binnen acht weken na de beschikking tot subsidievaststelling betaald aan de aanvrager.
Slotbepalingen
Artikel 12 Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de verordening, indien strikte toepassing ervan, gelet op het belang van de aanvrager, zou leiden tot onbillijkheid van overwegende aard. Toepassing van dit artikel wordt gemotiveerd in het betreffende besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.
Artikel 13 Citeertitel
Deze verordening wordt aangeduid als de 'Subsidieverordening DE non-profitorganisaties Bloemendaal 2014’.
Artikel 14 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag na de dag van haar bekendmaking.
Bijlage I
Installateurverklaring of adviesverklaring van gecertificeerd EPA-adviseur
Hierbij verklaart:
Organisatie
Naam contactpersoon
Adres
Postcode en plaats
Telefoon
dat op locatie:
Adres
Postcode en plaats
in opdracht van:
Naam
Adres
Postcode en plaats
·een EPA-advies voor het gebouw op de locatie is uitgebracht.
Naam EPA adviseur
Datum en plaats
Ondertekening
·de volgende energiebesparende voorzieningen zijn aangebracht en in bedrijf zijn gesteld
omschrijving
DE-lijst
aantal
Naam installateur
Datum en plaats
Ondertekening