Aanhef
De burgemeester en wethouders van Bloemendaal,
overwegende :
dat het wenselijk is om nieuwe horecasanctie beleidsregels vast te stellen;
gelet op titel 4:3 van de Algemene wet bestuursrecht, de toepasselijke bepalingen van de Gemeentewet, de – van de Algemene plaatselijke verordening Bloemendaal 2017 en de – van de Drank- en Horecawet,
besluiten voor zover het diens bevoegdheid betreft:
vast te stellen de ‘beleidsregels horecasanctiebeleid Bloemendaal 2018’.
Artikel 1. Schijnbeheer
Er is sprake van schijnbeheer als blijkt dat niet de vergunninghouder feitelijk zeggenschap heeft over (en leiding geeft aan) het horecabedrijf, maar een persoon die niet als zodanig op de vergunning staat vermeld. Een reden kan bijvoorbeeld zijn dat een persoon vanwege zijn/haar strafrechtelijke verleden geen vergunning kan krijgen en daarom een ander de vergunning laat aanvragen.
Onder schijnbeheer worden die situaties verstaan waarbij de feitelijke eigenaar bewust op de achtergrond blijft en de feitelijke situatie niet overeen komt met het ‘papier’. Dit kan bijvoorbeeld zijn om een antecedentencheck te ontwijken. Op basis van het dossier zal de burgemeester beoordelen of voldoende aannemelijk is dat een schijnbeheerconstructie wordt gebruikt.
1econstatering
Proces-verbaal/rapportage naar burgemeester
Intrekken exploitatievergunning
Artikel 2. Slecht levensgedrag
Van een exploitant/leidinggevende wordt verwacht dat deze niet in enig opzicht van slecht levens-gedrag is, zoals in artikel 8 van de DHW is bepaald. Hij/zij dient te voldoen aan de eisen zoals gesteld in het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet. Ook verwacht de gemeente dat de exploitant gekwalificeerd personeel aanstelt en de leiding over zijn/haar horecabedrijf in handen geeft van personen aan wie deze leiding kan worden toevertrouwd. Wanneer wordt geconstateerd dat de exploitant of zijn/haar leidinggevende(n) in enig opzicht van slecht levensgedrag is/zijn, bijvoorbeeld op basis van betrokkenheid bij georganiseerde en ondermijnende criminaliteit, is dit reden om de exploitatievergunning in te trekken dan wel te wijzigen door de leidinggevende hier-van te verwijderen.
Elke constatering m.b.t. exploitant
Proces-verbaal/rapportage naar burgemeester
Besluit tot intrekken drank- en horecavergunning o.b.v. artikel 31 DHW en exploitatievergunning
Elke constatering m.b.t. leidinggevenden
Proces-verbaal/rapportage naar burgemeester
Waarschuwing tot intrekken D&H vergunning/exploitatie-vergunning naar exploitant. Betrokken leidinggevende dient onmiddellijk van de D&H vergunning(aanhangsel) te worden verwijderd
Elke volgende constatering m.b.t. leidinggevende binnen drie jaar
Besluit tot intrekken exploitatievergunning
Artikel 3. Exploitant/leidinggevende verkeert onder invloed van alcohol of psychotrope stoffen
Een exploitant/leidinggevende in een horecabedrijf moet en van goed levensgedrag zijn en beschikken over kennis en inzicht over sociale hygiëne. De leidinggevende heeft een bijzondere verantwoordelijkheid om te zorgen dat de alcoholverstrekking op verantwoorde wijze plaatsvindt en moet bezoekers van het horecabedrijf kunnen aanspreken op hun gedrag. Daarom is het niet acceptabel als een exploitant/leidinggevende onder invloed van alcohol of psychotrope stoffen verkeert.
In artikel 20 lid 6 van de DHW is dan ook bepaald dat het verboden is om in kennelijke staat van dronkenschap of kennelijk onder invloed van andere psychotrope stoffen dienst te doen in een horecalokaliteit.
1econstatering
Andere leidinggevende moet de ‘leiding’ overnemen; indien geen andere leidinggevende aanwezig is dan moet het bedrijf direct sluiten; Proces-verbaal/rapportage naar burgemeester
Vervroegde sluiting voor drie dagen op een vrijdag, zaterdag en zondag. Horeca gelegenheid dient om 21.00 uur gesloten te zijn.
2econstatering
Proces-verbaal/rapportage naar burgemeester
Intrekken drank- en horecavergunning voor één maand
3econstatering
Proces-verbaal/rapportage naar burgemeester
Intrekken drank- en horecavergunning
Wanneer de betreffende leidinggevende niet tevens exploitant/vergunninghouder is, kan de exploitant/vergunninghouder verzoeken om de betreffende leidinggevende van het aanhangsel bij de drank- en horecavergunning te verwijderen. Deze leidinggevende mag dan niet langer werkzaam zijn als leidinggevende bij dit horecabedrijf.
In dat geval zal de burgemeester afzien van het intrekken van de vergunning.
Intrekken vergunning voor onbepaalde tijd
Wanneer voor de derde maal wordt geconstateerd dat een leidinggevende/exploitant kennelijk onder invloed van alcohol of psychotrope stoffen verkeert terwijl hij/zij dienst doet in het horecabedrijf, besluit de burgemeester tot het intrekken van de drank- en horecawetvergunning voor onbepaalde tijd op grond van artikel 31 lid 2 van de DHW. Op grond van artikel 25 lid 1 van de DHW betekent dit dat er in de voor het publiek toegankelijke ruimte geen alcoholhoudende drank meer aanwezig mag zijn (anders dan zwak-alcoholhoudende dranken in gesloten verpakking bestemd voor de verkoop aan particulieren voor gebruik elders dan ter plaatse).
Artikel 4. Ernstige geweldsincidenten
Als ernstige geweldsincidenten in, of vanuit het horecabedrijf worden in ieder geval beschouwd:
•incidenten waarbij één of meer vuur-, steek-, slag-, of stroomstootwapens, sprayen, explosieven is/zijn gebruikt of met het gebruik ervan is gedreigd;
•incidenten waarbij één of meer dodelijk(e) slachtoffer(s) is (zijn) gevallen;
•incidenten waarbij één of meer slachtoffer(s) ernstig gewond is(zijn) geraakt;
•(grootschalige) vechtpartijen waarbij een groot aantal personen/bezoekers, dan wel personeel/portiers/beveiligers van het horecabedrijf betrokken is/zijn;
•ernstige zedendelicten (zoals aanranding en verkrachting);
•(onvrijwillige) toediening van bedwelmende middelen zoals bijvoorbeeld GHB (lijst I Opiumwet);
•incidenten waarbij grootschalig politie optreden is ingezet om ernstige openbare ordeverstoringen te voorkomen/de-escaleren.
Bij ernstige geweldsincidenten zijn de openbare orde en veiligheid in en rondom het betreffende horecabedrijf in hoge mate aangetast. Daarbij wordt in dit handhavingsarrangement ook nadrukkelijk gekeken naar de oorzaken en gevolgen dat door het geweld of de ernstige verstoring is veroorzaakt. Om de openbare orde en veiligheid onmiddellijk te herstellen, wordt de horeca-inrichting voor een korte periode van maximaal twee weken gesloten. De ondernemer, of in voorkomende gevallen zijn/haar exploitant wordt in dat geval telefonisch geïnformeerd.
Als uit onderzoek en een (zienswijzen)gesprek met de ondernemer/exploitant blijkt dat er kans is op herhaling van geweldsincidenten en/of de openbare orde zo ernstig is geschokt dat heropening van het bedrijf niet verantwoord is, besluit de burgemeester om het horecabedrijf gesloten te houden. De sluiting van het horecabedrijf is bedoeld voor herstel van de openbare orde.
De burgemeester kan ook besluiten dat een langere sluiting niet noodzakelijk is. De feiten en omstandigheden moeten hiertoe wel aanleiding geven (bijvoorbeeld dat de horeca-ondernemer/ exploitant overtuigend kan aantonen dat hij/zij maatregelen treft die herhaling voorkomen én de openbare orde en veiligheid niet verder is aangetast of inmiddels is hersteld).
1econstatering
Politie neemt direct contact met burgemeester/OM; Proces-verbaal/rapportage naar burgemeester
Maximaal twee (2) weken sluiting, dan of - intrekken sluitingsbevel of - sluiten voor drie (3) maanden.
2econstatering binnen een jaar
Proces-verbaal/rapportage naar burgemeester
Maximaal zes (6) maanden sluiting, gedurende de exploitatieperiode.
3econstatering binnen drie jaar
Intrekken exploitatievergunning voor onbepaalde tijd.
Indien zich echter in de betrokken inrichting feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven der vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid dan wordt mede de drank- en horecavergunning ingetrokken door de burgemeester op basis van artikel 31 lid 1 jo. 3 van de DHW.
Artikel 5. Gewelds incidenten
Onder geweldsincidenten worden verstaan de situaties waarin een vechtpartij/openlijke geweldpleging of ongewenste intimiteit plaatsvindt, in of vanuit het horecabedrijf, voor zover geen sprake is van ernstige geweldsincidenten of ernstige openbare orde verstoringen en voor zover het personeel/ portiers/beveiligers niet op negatieve wijze bij het geweldsincident betrokken is/zijn geweest dan wel een laakbare rol heeft/hebben gespeeld.
Is het personeel wel op negatieve wijze betrokken of kan de exploitant nalatigheid worden verweten (voor, tijdens of na het geweldsincident), dan wordt een handhavingsstap overgeslagen en kan de burgemeester (aanvullende) maatregelen treffen.
1econstatering
Proces-verbaal/rapportage naar burgemeester
Waarschuwing naar exploitant
2econstatering binnen een jaar
Proces-verbaal/rapportage naar burgemeester
Vervroegde sluiting om 21.00 uur voor de duur van drie aaneensluitende dagen, t.w. een vrij-, zater- en zondag
3econstatering binnen een jaar
Proces-verbaal/rapportage naar burgemeester
Maximaal twee (2) weken sluiting
4econstatering binnen een jaar
Proces-verbaal/rapportage naar burgemeester
Maximaal één (1) maand sluiting
5econstatering binnen twee jaar
Proces-verbaal/rapportage naar burgemeester
Maximaal zes (6) maanden sluiting
6econstatering binnen twee jaar
Proces-verbaal/rapportage naar burgemeester
Intrekken exploitatievergunning
Artikel 6. Strafbare feiten in of vanuit openbare inrichtingen
De burgemeester tolereert niet dat openbare inrichtingen het toneel zijn van strafbare handelingen of een uitvalsbasis vormen voor criminelen. Daarom wordt streng opgetreden tegen inrichtingen waar dergelijke praktijken plaatsvinden. Van ondernemers wordt verwacht dat zij ervoor zorgen dat in hun bedrijf geen strafbare feiten plaatsvinden.
Onder strafbare feiten worden in elk geval (niet uitsluitend) de volgende feiten verstaan:
•heling;
•illegale kansspelen;
•underground banking;
•aanwezigheid (vuur)wapen;
•aanwezigheid handelshoeveelheid drugs (artikel 13b Opiumwet)
•drugsgebruik en -handel; (artikel 13b Opiumwet)
•mensenhandel;
•tewerkstellen/werk laten verrichten van/door personen/werknemers zonder geldige titel voor het verrichten van arbeid.
Mede vanwege het ernstige en/of georganiseerde en/of ondermijnende karakter van dergelijke strafbare feiten en de impact die dit heeft op de openbare orde en veiligheid en het woon- en leefklimaat, wordt in beginsel uitgegaan van een sluiting van drie (3) maanden. Indien de feitelijke situatie daartoe aanleiding geeft, kan de burgemeester besluiten om hiervan af te wijken en te volstaan met een waarschuwing of juist een handhavingsstap over te slaan in het arrangement.
Feiten en omstandigheden die relevant zijn bij een dergelijke afweging op dit punt zijn onder andere (niet limitatief):
•de aard, duur en omvang van het strafbare feit;
•constatering van meerdere strafbare feiten;
•betrokkenheid van de exploitant, leidinggevende(n), de portier(s) en/of het (overige) personeel;
•de getroffen maatregelen door de exploitant om de openbare orde in en rond de inrichting in voldoende mate te herstellen en de medewerking die daarbij wordt verleend aan toezicht-houdende instanties;
•aantreffen in de inrichting van personen met antecedenten op het gebied van bovenstaande strafbare feiten of zich ten aanzien van dergelijke feiten recidiveren.
Wanneer een handelshoeveelheid drugs wordt aangetroffen in een horeca-inrichting is de openbare orde per definitie in het geding. Dit is zeker het geval wanneer aannemelijk is dat in drugs wordt gehandeld in of vanuit de inrichting, ook indien dit gebeurt buiten medeweten van de ondernemer of zijn/haar personeel om. (artikel 13b Opiumwet)
Bij het bepalen van de te treffen bestuurlijke maatregel kijkt de burgemeester naar de omstandig-heden van de drugshandel en de inrichting die het betreft. Uitgangspunt is dat bij het aantreffen van een handelshoeveelheid drugs en/of bij drugshandel of een vuurwapen een maatregel volgt, maar in sommige gevallen kan de burgemeester besluiten dat hij voorlopig volstaat met een waarschuwing (dus: “een maatregel, tenzij”).
Een waarschuwing kán bijvoorbeeld volstaan, wanneer een kleine hoeveelheid drugs wordt gevonden en er gelet op de feiten en omstandigheden kan worden uitgesloten dat de ondernemer had kunnen weten dat zich in zijn inrichting drugs bevonden én er geen andere signalen zijn dat de inrichting een uitvalsbasis is voor drugshandel.
1econstatering
Proces-verbaal/rapportage naar burgemeester
Maximaal drie (3) maanden sluiting (gedurende de exploitatieperiode)
2econstatering
Proces-verbaal/rapportage naar burgemeester
Maximaal zes (6) maanden sluiting (gedurende de exploitatieperiode)
3econstatering
Proces-verbaal/rapportage naar burgemeester
Intrekken exploitatievergunning
Indien zich echter in de betrokken inrichting feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven der vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid dan wordt mede de drank- en horecavergunning ingetrokken door de burgemeester op grond van artikel 31 lid 1 jo. 3 van de DHW.
Artikel 7. Exploitatie zonder (geldige) vergunning
Exploiteren van een openbare inrichting mag alleen met een geldige exploitatievergunning, tenzij er sprake is van een vrijstelling van de vergunningplicht. Zolang er geen exploitatievergunning is verstrekt, moet de openbare inrichting gesloten blijven. Dat geldt bijvoorbeeld ook wanneer de exploitatievergunning is verlopen en nog geen nieuwe vergunning is (aangevraagd en/of) verleend.
De burgemeester maakt in dergelijke gevallen gebruik van zijn bevoegdheid om de horeca-inrichting te sluiten (in beginsel nadat een waarschuwing is gegeven), tenzij de horecaondernemer zelf de inrichting gesloten houdt.
Er is in ieder geval sprake van illegale exploitatie als:
•wordt geëxploiteerd (bijvoorbeeld bij een overname van de inrichting) terwijl nog geen nieuwe vergunning(en) is (zijn) aangevraagd en verleend;
•wordt geëxploiteerd terwijl de vergunning(en) is(zijn) ingetrokken of geweigerd;
•wordt geëxploiteerd nadat de exploitatievergunning is vervallen;
•vergunningen m.b.t. de inrichting/exploitatie niet op de juiste naam/persoon staan.
1econstatering wanneer er nog nimmer een exploitatie-vergunning of gedoogvergunning is verleend
Rapportage naar burgemeester
Waarschuwing naar ‘exploitant’/rechtspersoon; exploitatie dient onmiddellijk gestaakt te worden
1econstatering in overige gevallen
Rapportage naar burgemeester
Sluiting inrichting voor onbepaalde tijd tot de juiste vergunningen zijn aangevraagd en verleend
Artikel 8. Overtreden openings- en/of sluitingstijden
Horecabedrijven zijn gebonden aan de in artikel 2.29 APV opgenomen dan wel op grond van artikel 2.30 APV toegestane openings- en sluitingstijden, de specifiek nader in de exploitatievergunning vermelde openings- en sluitingstijden en de vergunde vierkante meters van de betreffende inrichting. Exploiteert een ondernemer buiten de aan hem/haar vergunde tijden (zonder gebruikmaking van de ontheffing sluitingstijden) dan gelden de hieronder vermelde maatregelen.
1econstatering
Rapportage naar burgemeester
Waarschuwing tot vervroegde sluiting
2econstatering binnen een kalenderjaar
Rapportage naar burgemeester
Maximaal één (1) maand sluiting in de exploitatieperiode
3econstatering binnen een jaar
Rapportage naar burgemeester
Maximaal drie (3) maanden sluiting in de exploitatieperiode
4econstatering binnen twee jaar
Intrekken exploitatievergunning voor onbepaalde tijd
Overtreden sluitingstijden* en illegale uitbreiding van de inrichtingsgrenzen
* De burgemeester kan besluiten om bij het overtreden van de sluitingstijden tevens incidentele ontheffingen van de sluitingstijd gedurende (één) 1 jaar te verbieden.
** Indien ten aanzien van de feiten genoemd in dit stappenplan na meer dan een jaar geleden) een nieuwe overtreding wordt begaan, dan wordt indien mogelijk de desbetreffende stap herhaald.
Artikel 9. Wijzigen exploitant zonder melding
De exploitant is te allen tijde verantwoordelijk voor de exploitatie van de openbare inrichting.
De vergunning wordt dan ook verleend aan degene die haar aanvraagt (of aan degene namens wie een vergunning is aangevraagd).
De exploitant is verplicht elke wijziging in de zeggenschap (bijvoorbeeld doordat een vennoot toetreedt tot de vennootschap of een eenmanszaak een BV wordt met aandeelhouders) door te geven. Doet hij/zij dit niet, dan kan de burgemeester een maatregel treffen. In beginsel wordt de exploitant gewaarschuwd dat hij/zij een nieuwe vergunning moet aanvragen en wordt hem een termijn geboden om zijn aanvraag te doen. Doet hij/zij dit niet dan kan dat reden voor de burgemeester zijn om de huidige exploitatievergunning in te trekken.
Als blijkt dat moedwillig is gekozen voor een constructie waarbij eigenlijk wordt geëxploiteerd door een andere persoon die niet op de vergunning staat en de verplichting dat deze persoon als exploitant wordt geregistreerd wordt ontweken, dan is er sprake van schijnbeheer en worden dienovereenkomstig maatregelen genomen (zie stappenplan ‘Schijnbeheer‘).
1econstatering
Rapportage naar burgemeester
Waarschuwing en verplichting om binnen twee weken een nieuwe exploitatievergunning aan te vragen
2econstatering binnen een jaar of als niet binnen twee weken een nieuwe vergunning is aangevraagd
Rapportage naar burgemeester
Intrekken van de exploitatievergunning
Artikel 10. Illegale portier/beveiliger
Schakelt de exploitant een portier/beveiliger in voor het bewaken van de orde aan de deur en in het horecabedrijf, of laat de exploitant iemand optreden als portier/beveiliger dan moet deze portier beschikken over de juiste papieren. Het gaat om een gecertificeerde portier die voldoet aan de eisen die gesteld zijn in de Wet op de Particuliere Beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. Van deze portier/beveiliger mag worden verwacht dat hij/zij weet hoe te handelen in situaties waarin die (openbare) orde en veiligheid onder druk staat.
1econstatering
Rapportage naar burgemeester
Waarschuwing naar exploitant
2econstatering binnen een jaar
Rapportage naar burgemeester
Vervroegde sluiting voor de duur van drie aaneensluitende dagen, t.w. een vrij-, zater- en zondag
3econstatering binnen twee jaar
Rapportage naar burgemeester
Sluiting voor twee (2) weken
4econstatering binnen twee jaar
Rapportage naar burgemeester
Sluiting voor één (1) maand
5econstatering binnen twee jaar
Rapportage naar burgemeester
Intrekken exploitatievergunning voor onbepaalde tijd
Artikel 11. Illegaal terras
Voor het voeren van een gevelterras bij een horeca-inrichting is een geen vergunning nodig indien aan de voorschriften in artikel 2.10 lid 3 onder f van de APV wordt voldaan. Voert men een terras dat niet aan de bepalingen in de APV voldoet dan kan deze overtreding gevolgen hebben voor de exploitatievergunning.
1econstatering
Rapportage naar burgemeester
Waarschuwing naar exploitant
2econstatering binnen een jaar
Rapportage naar burgemeester
Vervroegde sluiting voor drie aaneensluitende dagen, t.w. een vrij-, zater- en zondag
3econstatering binnen een jaar
Rapportage naar burgemeester
Sluiting voor twee (2) weken
4econstatering binnen twee jaar
Rapportage naar burgemeester
Sluiting voor drie (3) maanden
5econstatering binnen twee jaar
Rapportage naar burgemeester
Intrekken van de exploitatievergunning voor onbepaalde tijd
Artikel 12. Afwezigheid exploitant of leidinggevende
De DHW stelt als voorwaarde dat een op de vergunning genoemde exploitant of leidinggevende aanwezig moet zijn gedurende de openingstijden wanneer het bedrijf geopend is voor publiek.
Artikel 8 DHW stelt eisen aan de leidinggevenden welke op de drank- en horecavergunning worden vermeld De exploitant is verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering.
Bovendien wordt hij/zij geacht de openbare orde in en rondom het horecabedrijf te kunnen bewaken (gekwalificeerd toezicht). Een bedrijf is open voor publiek, wanneer de deur is geopend en iedereen feitelijk het bedrijf kan binnengaan of wanneer er bezoekers in de inrichting zijn (ook als de deur dicht is).
1econstatering
Rapportage naar burgemeester
Waarschuwing naar exploitant
2econstatering
Rapportage naar burgemeester
Vervroegde sluiting voor drie aaneensluitende dagen, t.w. een vrij-, zater- en zondag
3econstatering
Rapportage naar burgemeester
Intrekken exploitatievergunning voor twee (2) weken
4econstatering binnen twee jaar
Rapportage naar burgemeester
Intrekken exploitatievergunning voor één (1) maand
5econstatering binnen twee jaar
Rapportage naar burgemeester
Intrekken van de exploitatievergunning
Artikel 13 Illegale evenementen
Er mag geen evenement plaatsvinden zonder vergunning van de burgermeester (artikel 2:25 APV). Er moet een evenementenvergunning worden aangevraagd voor activiteiten die in een inrichting in de zin van de DHW niet gebruikelijk zijn (artikel 2:24 APV). Is er voor zo een evenement geen vergunning verstrekt, dan is er sprake van een illegaal evenement.
1econstatering
Rapportage naar burgemeester
Intrekken exploitatievergunning voor drie maanden
2econstatering
Rapportage naar burgemeester
Intrekken exploitatievergunning
Artikel 14. Exploiteren niet conform (overige) aan de exploitatievergunning verbonden voorschriften die niet vallen onder hiervoor vermelde artikelen
Aan de exploitatievergunning worden voorschriften verbonden.
Dit kunnen algemene voorschriften zoals het vrijhouden van paden, het hebben van goede verlichting, het dragen van hesjes door beveiligers. Ook kan de burgemeester aan de vergunning voorschriften verbinden op grond van de Wet Bibob of naar aanleiding van een Bibob-onderzoek.
Als wordt geconstateerd dat de exploitant zich niet aan de voorschriften houdt, wijst de burgemeester de exploitant er in principe altijd eerst op dat hij/zij zich aan de voorschriften moet houden. Bij specifieke voorschriften kan de burgemeester bepalen dat hij/zij de waarschuwingsstappen overslaat. Dat vermeldt de burgemeester dan bij de voorschriften. Dit zal altijd het geval zijn bij Bibob-voorschriften.
1econstatering
Rapportage naar burgemeester
Waarschuwing naar exploitant
2econstatering binnen een jaar
Rapportage naar burgemeester
Vervroegde sluiting voor drie aaneensluitende dagen, t.w. een vrij-, zater- en zondag
3econstatering binnen een jaar
Rapportage naar burgemeester
Intrekken exploitatievergun-ning voor twee (2) weken
4econstatering binnen twee jaar
Rapportage naar burgemeester
Intrekken exploitatievergun-ning voor één (1) maand
5econstatering binnen twee jaar
Rapportage naar burgemeester
Intrekken van de exploitatievergunning
Artikel 15. Kleinhandel of zelfbedieningsgroothandel in een horecagelegenheid.
Artikel 14 van de DHW bepaalt dat het verboden is een horecalokaliteit of een terras tevens in gebruik te hebben voor het uitoefenen van de kleinhandel of zelfbedieningsgroothandel of het uitoefenen van een van de in het derde lid van artikel 14 DHW genoemde activiteiten, dan wel toe te laten dat daarin zodanige handel wordt of zodanige activiteiten worden uitgeoefend, tenzij het betreft de verkoop van etenswaren die voor consumptie gereed zijn.
1econstatering
Rapportage naar burgemeester
Vervroegde sluiting voor drie aaneensluitende dagen, t.w. een vrij-, zater- en zondag
2econstatering binnen een jaar
Rapportage naar burgemeester
Sluiting voor twee (2) weken
3econstatering binnen een jaar
Rapportage naar burgemeester
Sluiting voor één (1) maand
4econstatering binnen twee jaar
Rapportage naar burgemeester
Intrekken van de exploitatievergunning
Verwijtbare handelingen ondernemer
Wanneer de exploitatie van een ondernemer leidt tot ernstige incidenten of wanneer de ondernemer of zijn/haar personeel bij deze incidenten op een ontoelaatbare wijze betrokken is/zijn geweest of op enigerlei wijze verwijtbaar hebben gehandeld, of de openbare orde op enigerlei wijze ernstig heeft/hebben verstoord en waarbij voornoemde maatregelen naar het oordeel van de burgemeester niet afdoende effectief zijn, kan de burgemeester besluiten dat intrekking van de exploitatievergunning wenselijk is.
De burgemeester meent dan dat de ondernemer met zijn/haar exploitatie een gevaar vormt voor de openbare orde en/of het woon- en leefklimaat en treft maatregelen om een verstoring daarvan in de toekomst tegen te gaan.
Dit geldt eveneens wanneer een ondernemer telkens bepalingen in de APV overtreedt en zich door de getroffen maatregelen er niet toe laat leiden zijn/haar bedrijfsvoering dusdanig aan te passen dat hij/zij overtredingen of incidenten in de toekomst voorkomt. De burgemeester kan dan oordelen dat hij zijn/haar vertrouwen in de desbetreffende ondernemer is kwijtgeraakt en kan overgaan tot intrekking van de exploitatievergunning.
Algemene bepalingen
De in dit horecasanctiebeleid genoemde bepalingen laten onverlet dat de burgemeester in het belang van de openbare orde en veiligheid op grond van artikel 125, 172 en 174 Gemeentewet kan afwijken van de bepalingen van dit horecasanctiebeleid en andere maatregelen kan treffen.