Aanhef
De WIJ verplicht gemeenten om te investeren in de arbeidsinschakeling van alle jongeren. Gemeenten moeten daarom jongeren in beginsel een Werkleeraanbod doen. Het Werkleeraanbod is beschikbaar voor jongeren van 16 tot 27 jaar.
Hoelang de kortste weg naar werk is, is per jongere verschillend. Als dat nodig is kan sprake zijn van een recht op een reeks van voorzieningen met als doel duurzame inschakeling op de arbeidsmarkt. Net als bij de WWB geldt dat er maatwerk wordt geleverd.
In de Verordening Werkleeraanbod WIJ is aan het college van burgemeester en wethouders een aantal taken opgedragen. In deze beleidsregels is neergelegd op welke wijze het college uitvoering geeft aan deze taken. Daar waar noodzakelijk wordt per artikel een toelichting gegeven. De invulling van deze beleidsregels zal de artikelsgewijze opzet van de Verordening Werkleeraanbod WIJ volgen.
Deel
Artikel 4 en 5 Beleidsregels en de voorzieningen
Een Werkleeraanbod aan jongeren van 16 tot 27 jaar kan bestaan uit het aanbieden van:
•algemeen geaccepteerde arbeid
•een voorziening gericht op arbeidsinschakeling (scholing, opleiding, sociale activering)
•ondersteuning bij arbeidsinschakeling
Een jongere van 16 of 17 jaar kan een Werkleeraanbod worden gedaan als hij:
•de startkwalificatie heeft behaald
•is vrijgesteld van de kwalificatieplicht
•niet meer dan 15 uur per week werkt
Artikel 7 Intrekking werkleeraanbod
Het college trekt het recht op het werkleeraanbod in wanneer de jongere zijn verplichtingen die horen bij het werkleeraanbod niet of onvoldoende nakomt. Daarbij gelden de gronden zoals omschreven in hoofdstuk 5 van de WIJ.
Artikel 8 Budgetplafond
Er is voor gekozen om, net als in de re-integratieverordening WWB IOAW IOAZ 2010, geen budget per voorziening op te nemen. Met het oog op de aangekondigde bezuinigingen is dit mogelijk op termijn wel aan de orde.
Artikel 9 Loonkostensubsidie
Loonkostensubsidie is een re-integratie-instrument om de kansen op een reguliere baan en het bereiken van uitkeringsonafhankelijkheid te vergroten. Als de klant nog niet helemaal klaar is voor de arbeidsmarkt en enige vorm van begeleiding nodig heeft, kan het inzetten van de loonkostensubsidie een extra stimulans zijn voor de werkgever. Een voorwaarde voor het verstrekken van loonkostensubsidie is dat de werkgever voornemens is om bij gebleken geschiktheid van de werknemer na de subsidieperiode de arbeidsovereenkomst voort te zetten.
Bij de invulling van banen met loonkostensubsidie worden de volgende criteria/uitgangspunten gehanteerd voor de overweging om al dan niet gesubsidieerde arbeid aan te bieden als arbeidsmarktinstrument:
1mate van maatschappelijke relevantie;
2relevantie voor uitstroom naar regulier werk;
3beperking in duur van het contract (1 jaar, na dat jaar wordt opnieuw gekeken naar de arbeidsmogelijkheden van de belanghebbende en de noodzaak voor het in stand houden van de subsidie);
4alleen personen met voldoende capaciteiten tot uitstroom naar een reguliere baan worden geplaatst;
5met de werkgever wordt vooraf vastgelegd hoe een toenemende verdiencapaciteit (afname loonkostensubsidie in de tijd) dient te resulteren in het regulier maken van een baan;
6er vind geen verdringen plaats van reguliere arbeid;
7er is geen conflict met de Europese richtlijn inzake staatssteun;
8de eis kan worden gesteld dat voorafgaande aan de gesubsidieerde baan een succesvol afgeronde werkstage heeft plaatsgevonden;
9de werkgever sluit een WA-verzekering af voor de deelnemer;
10de werkgever draagt zorg voor de benodigde voorzieningen (kleding, schoeisel etc.) of maakt hierover met de gemeente afspraken.
Het is altijd ter beoordeling van de klantmanager en/of de medewerker re-integratie welke vorm van subsidie redelijk is en het beste aansluit bij de klant. Tijdens de periode dat sprake is van loonkostensubsidie, dient er wel regelmatig contact tussen de gemeente, werkgever en werknemer te zijn. Doel is uiteindelijk toch om op termijn een subsidieonafhankelijke arbeidsovereenkomst te creëren.
Artikel 10 Vergoedingen
Vergoeding van de kosten is mogelijk als deze noodzakelijk zijn ter bevordering van de arbeidsinschakeling of het werkleeraanbod. De noodzakelijkheid wordt beoordeeld door de klantmanager.
Voor enkele kostensoorten kan voor de vergoeding aansluiting worden gezocht bij Nibud richtprijzen. Voor andere kosten ligt de beoordeling en de vaststelling van de hoogte van de vergoeding bij de klantmanager en het college.