Gemeentelijke regelgeving

Standplaatsenbeleid Bladel 2021

Gemeente Bladel · geldt sinds 29 oktober 2021

Aanhef

Burgemeester en wethouders van de gemeente Bladel,

gelet op Paragraaf 4.11.2 van de Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Bladel;

overwegende de grondslag van het standplaatsenbeleid door de invoering van de Verordening Fysieke Leefomgeving is gewijzigd;

besluiten vast te stellen:

Standplaatsenbeleid Bladel 2021

Hoofdstuk 1 Inleiding

Artikel 1 Begripsbepalingen

1In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

a.Aanvrager: de natuurlijke persoon die een vergunning aanvraagt;

b.APV: Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Bladel;

c.Branche: verkoopactiviteiten binnen een bepaalde productgroep, zoals groenten en fruit, brood en banket, vis, zuivel en kaas, bloemen en planten, snacks en aanverwante artikelen, maar ook niet-etenswaren als kleding, schoenen en stoffen;

d.College: het college van burgemeester en wethouders van Bladel;

e.Feestdagen: dagen als bedoeld in artikel 1 van het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet;

f.Incidentele standplaats: een standplaats voor maximaal twaalf dagen per jaar;

g.Jaarmarkt: een aangewezen jaarmarkt, als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h van de Gemeentewet;

h.Reguliere standplaats: een standplaats voor het gehele jaar;

i.Standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare weg en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel, niet zijnde een standplaats op een weekmarkt, jaarmarkt of evenement;

j.Tijdelijke standplaats: een standplaats uitsluitend voor het leveren van diensten, waarbij de standplaats niet langer dan zes maanden per jaar feitelijk wordt ingenomen;

k.Standplaatshouder: ieder aan wie door het college een standplaatsvergunning is verleend;

l.VFL: Verordening Fysieke Leefomgeving van de gemeente Bladel

m.Weekmarkt: de warenmarkt in Bladel.

2Voor begripsbepalingen die niet in deze beleidsregel zijn voorzien, gelden de bepalingen uit de VFL, mocht de begripsbepaling hierin niet te vinden zijn, dan geldt de begripsbepaling uit de APV.

Artikel 2 Toepassingsbereik

Deze beleidsregel is niet van toepassing op standplaatsen op een weekmarkt, een braderie/jaarmarkt, een evenement of op een terras dat onderdeel uitmaakt van een horecagelegenheid.

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op reguliere standplaatsen.

Hoofdstuk 2 Reguliere standplaatsen

Paragraaf 2.1 De aanvraag

Artikel 3 Wijze van aanvragen

1Een standplaatsvergunning wordt aangevraagd op een daarvoor vastgesteld aanvraagformulier.

2De aanvrager overlegt bij het indienen van het aanvraagformulier de daarin opgenomen bijlagen.

Artikel 4 Persoon van de aanvrager

De aanvrager is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

Artikel 5 Weigeringsgronden

1De algemene weigeringsgronden uit artikel 1.9 VFL zijn van toepassing:

a.de openbare orde (zoals het voorkomen of beperken van overlast);

b.de openbare veiligheid (zoals de verkeersveiligheid en de veiligheid voor personen en goederen);

c.de volksgezondheid;

d.de bescherming van het milieu (zoals het voorkomen of beperken van geluidsoverlast).

In het belang van deze weigeringsgronden worden locaties voorgeschreven waar standplaatsen ingenomen mogen worden en hoeveel per locatie.

2Op basis van artikel 4:128 lid 2 VFL kan een standplaatsvergunning ook worden geweigerd wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.

•Een standplaats ingenomen op een terrein met een bestemming gelijk of vergelijkbaar met de bestemmingen “verblijfsdoeleinden”, “verkeersdoeleinden” of “groendoeleinden” wordt geacht conform het bestemmingsplan te zijn, tenzij wordt aangetoond dat de locatie nodig is om te voorzien in de parkeerbehoefte.

3Op basis van artikel 4:128 lid 3 onder a VFL kan een standplaatsvergunning eveneens worden geweigerd als de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.

•Op de aangewezen locaties wordt een standplaats geacht te voldoen aan redelijke eisen van welstand.

4indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.

•Het redelijk verzorgingsniveau kan in het gedrang komen als binnen het verzorgingsgebied nog slechts één winkel gevestigd is in een bepaalde branche en deze winkel dreigt te verdwijnen door verlening van één of meerdere standplaatsvergunning(en). Om die reden wordt geen standplaatsvergunning verleend voor een branche waarvan nog maar één winkel is gevestigd in de kernen Hapert, Casteren, Hoogeloon of Netersel. Voor Bladel is er sprake van een dermate ruim bestedingspotentieel dat winkels in deze kern geen bescherming kunnen krijgen.

•Aan weigering mogen geen andere economische motieven of behoefteaspecten ten grondslag liggen.

•Deze weigeringsgrond geldt niet voor standplaatsen die diensten verlenen, omdat dit door de Europese Dienstenrichtlijn wordt beschouwd als een economische, niet toegestane, belemmering voor het vrije verkeer van diensten.

Artikel 6 Volgorde aanvragen

1Aanvragen worden op volgorde van ontvangst behandeld.

2Als dag van ontvangst wordt de dag aangemerkt waarop het bestuursorgaan de aanvraag volgens het post- c.q. zaaksysteem heeft ontvangen.

Paragraaf 2.2 De vergunning

Artikel 7 Duur

1Een standplaatsvergunning wordt voor vijf jaar verleend.

2Na afloop van de termijn kan de vergunning steeds met vijf jaar worden verlengd.

Artikel 8 Inhoud vergunning

1In de standplaatsvergunning wordt in ieder geval vermeld:

a.een omschrijving van de toegewezen standplaats met vermelding van de afmetingen van de totale standplaats en het kadastraal nummer van de locatie;

b.een omschrijving van de verkoopinrichting;

c.de branche waarin door de standplaatshouder op de hem toegewezen standplaats goederen worden verkocht of diensten worden aangeboden;

d.de dag(en) en de tijden waarop van de standplaats gebruik mag worden gemaakt;

e.de motivering van het besluit.

2Aan een standplaatsvergunning voor een standplaats worden de voorschriften opgenomen in de artikelen 18 en 19 opgenomen.

Artikel 9 Kosten

1Voor het aanvragen van een vergunning zijn leges verschuldigd. De hoogte hiervan wordt jaarlijks vastgesteld in de gemeentelijke legesverordening en bijbehorende tarieventabel.

2Voor het gebruik van gemeentelijke (nuts)voorzieningen moet worden betaald. De kosten voor aansluiten en verbruik worden afzonderlijk in rekening gebracht en zijn bovenop de leges verschuldigd.

Artikel 10 Gebruikelijke vakantieperiode

1Een standplaatshouder mag een standplaats vanwege vakantie éénmaal in de maanden april tot en met september en éénmaal in de maanden oktober tot en met maart een aaneengesloten periode van ten hoogste vier weken niet innemen zonder dat de vergunning wordt ingetrokken.

2Indien een standplaatshouder een langere periode wegens vakantie de standplaats niet in zal nemen, moet de standplaatshouder dit tijdig voorafgaand aan de betreffende vakantieperiode aan het college meedelen.

3Standplaatshouder kan zich bij vakantie laten vervangen. De standplaatshouder deelt de naam van de persoon die vervangt en voor welke periode mee aan het college voordat de standplaats door de vervanger wordt ingenomen.

Artikel 11 Ziekte standplaatshouder

1Een standplaatshouder die wegens ziekte verhinderd is zijn standplaats in te nemen, moet het college binnen één week, vanaf de eerste dag van ziekte, daarvan schriftelijk in kennis stellen.

2Standplaatshouder kan zich bij ziekte laten vervangen. De standplaatshouder deelt de naam van de persoon die vervangt mee aan het college voordat de standplaats door de vervanger wordt ingenomen.

Artikel 12 Overschrijving standplaatsvergunning

1Bij overlijden van standplaatshouder, blijvende arbeidsongeschiktheid of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van de standplaatshouder kan de vergunning over worden geschreven op de echtgenoot, samenwonende partner, een persoon die minimaal drie jaar in loondienst van het bedrijf heeft gewerkt of een persoon die gedurende minimaal drie jaar als mede-eigenaar van het bedrijf heeft gefunctioneerd. De vergunning wordt uitsluitend overgeschreven als aan alle in dit beleid genoemde voorwaarden wordt voldaan.

2Een verzoek tot overschrijving moet binnen drie maanden na het voordoen van één van bovengenoemde situaties bij het college wordt ingediend. Aanvragen in dit verband die na de voornoemde termijn zijn ontvangen worden niet in behandeling genomen. Paragraaf 2.2. is van overeenkomstige toepassing.

3In het geval dat een rechtsopvolger, zoals bedoeld in het eerste lid, al een vergunning heeft voor het innemen van een andere standplaats binnen de gemeente, vervalt de vergunning voor die andere standplaats van rechtswege op het moment van het effectueren van de gewenste overschrijving.

Artikel 13 Intrekken vergunning

1Standplaatshouder kan het college verzoeken de standplaatsvergunning in te trekken. Bij het intrekken van een vergunning moet minimaal één maand opzegtermijn in acht worden genomen. De standplaatshouder moet daarom minimaal één maand voor het feitelijk niet meer innemen van de standplaats het college hiervan schriftelijk op de hoogte te stellen.

2Het college kan de standplaatsvergunning in aanvulling op artikel 1:6 VFL intrekken vanwege het opheffen van de standplaatslocatie vanwege herinrichting van het geografische gebied waarbinnen de standplaatslocatie zich bevindt.

3Op het moment dat het college het voornemen tot intrekken van de vergunning op basis van het tweede lid kenbaar maakt aan standplaatshouder, treedt het college in overleg met standplaatshouder voor een alternatieve standplaatslocatie.

4Tenzij dit in de vergunning voor het innemen van een standplaats op de alternatieve locatie als expliciete voorwaarde is opgenomen, heeft standplaatshouder geen terugkeergarantie naar de oude standplaatslocatie.

Paragraaf 2.3 Standplaatsen

Artikel 14 Locaties

Standplaatsen mogen uitsluitend worden ingenomen op de volgende locaties:

a.Markt in Bladel, parkeervakken aan zijde Sniederslaan;

b.Burg. Van Houdtplein in Bladel, bestraat gedeelte;

c.Markt in Hapert, dinsdag parkeerplaatsen voor Markt 66 en andere dagen het open gedeelte op het trottoir voor Markt 24 en 26;

d.Valensplein in Hoogeloon;

e.Frans Bruursplein in Casteren;

f.Carolus Simplexplein in Netersel.

Artikel 15 Dagen en tijden

1Een standplaats mag worden ingenomen op de volgende dagen en tijden:

a.Markt in Bladel:

•Donderdag tot en met zaterdag tussen 8.00 en 18.00 uur, mits niet gelijktijdig op het Burg. Van Houdtplein in Bladel een standplaats wordt ingenomen;

•Zondag tussen 12.00 en 18.00 uur.

a.Burg. Van Houdtplein in Bladel:

•Donderdag tot en met zaterdag tussen 8.00 en 18.00 uur, mits niet gelijktijdig op de Markt in Bladel een standplaats wordt ingenomen.

a.Markt in Hapert:

•Dinsdag tussen 8.00 en 13.00 uur en donderdag tot en met zaterdag tussen 8.00 en 18.00 uur.

a.Valensplein in Hoogeloon:

•Alle werkdagen tussen 8.00 en 18.00 uur.

a.Frans Bruursplein in Casteren:

•Alle werkdagen tussen 8.00 en 18.00 uur.

a.Carolus Simplexplein in Netersel:

•Alle werkdagen tussen 8.00 en 18.00 uur.

2Een standplaats voor een hele dag kan verdeeld worden in twee verschillende standplaatsen voor een halve dag, van 8.00 tot 13.00 en van 13.00 tot 18.00.

3Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing in incidentele gevallen en wanneer sprake is van een bijzondere gelegenheid.

4Onder een bijzondere gelegenheid als bedoeld in het derde lid worden in ieder geval verstaan: een braderie/jaarmarkt, een evenement ter plaatse, carnaval, kermis en feestdagen.

5Wanneer hoofzakelijk sprake is van het verkopen van etenswaren die voor directe consumptie gereed zijn kan voor de kernen Casteren, Hoogeloon en Netersel voor maximaal drie dagen in de week een tijdstip tussen 10.00 en 22.00 uur worden verbonden aan de vergunning.

Artikel 16 Aantal standplaatsen per locatie

1Het aantal standplaatsen per locatie is aan de volgende maxima gebonden:

a.Markt in Bladel: één standplaats per dag, mits niet gelijktijdig een standplaats wordt ingenomen op het Burg. Van Houdtplein in Bladel.

b.Burg. Van Houdtplein in Bladel: één standplaats per dag, mits niet gelijktijdig een standplaats wordt ingenomen op de Markt in Bladel.

c.Markt in Hapert: vijf standplaatsen op dinsdag en 1 standplaats per dag op donderdag tot en met zaterdag.

d.Valensplein in Hoogeloon: drie standplaatsen op woensdag en de andere werkdagen 1 standplaats per week.

e.Frans Bruursplein in Casteren: drie standplaatsen op woensdag en de andere werkdagen 1 standplaats per week.

f.Carolus Simplexplein in Netersel: twee standplaatsen per week.

Artikel 17 Branches

1Op een standplaatslocatie mag per dag gezien maximaal één aanbieder per branche tegelijkertijd standplaats houden.

2Op zondag op de Markt in Bladel mag uitsluitend een standplaats worden ingenomen waarbij hoofdzakelijk sprake is van de verkoop van etenswaren die voor directe consumptie gereed zijn.

Artikel 18 Innemen standplaats

1De standplaatsinrichting mag een frontbreedte van maximaal 10 meter hebben en een diepte van maximaal 3 meter.

2Er mag geen terras worden ingericht op de standplaats. Maximaal 2 statafels mogen tot de standplaatsinrichting behoren.

3De standplaatsinrichting mag maximaal een uur voor aanvang van het tijdstip, waarop volgens de vergunning gestart mag worden met de activiteiten, worden geplaatst. Maximaal een uur na afloop van het tijdstip, waarop volgens de vergunning gestopt moet worden met de activiteiten, moet de standplaatsinrichting zijn verwijderd.

4Standplaatshouder is verplicht zijn standplaats voor zonsopgang en vanaf zonsondergang voorzien te hebben van een verlichting, welke geen hinder toebrengt aan omwonenden en waarmee de uitgestalde goederen helder verlicht zijn.

5De standplaats mag niet worden ingenomen op feestdagen.

6Het college heeft het recht om tijdelijk een andere plaats toe te wijzigen in geval van bijvoorbeeld onderhoudswerkzaamheden of evenementen.

7De standplaats moet zo worden ingericht dat zo min mogelijk parkeergelegenheid verloren gaat.

8Het is niet toegestaan wagens te parkeren op de plaats waarop deze standplaatsvergunning betrekking heeft, tenzij onlosmakelijk verbonden met het innemen van de standplaats.

9De standplaats moet zo worden ingenomen dat geen overlast wordt veroorzaakt en dat de verkeersvrijheid en -veiligheid niet in het gedrang komen.

10Er mag geen gebruik worden gemaakt van luidsprekers en versterkers.

11Standplaatshouder is verplicht er zorg voor te dragen dat zijn standplaats steeds een goed verzorgd aanzien biedt.

12Voor het inzamelen van afval moeten voldoende voorzieningen worden getroffen.

13Bij het ontruimen moet de standplaatshouder zijn standplaats en de onmiddellijke omgeving daarvan schoon opleveren.

14Afvalwater mag alleen worden afgevoerd via een rioolput in de omgeving van de ingenomen standplaats.

Artikel 19 Verplichtingen rondom het gebruik van de standplaats

1Voor noodgevallen of andere zaken is de in de vergunning aangewezen contactpersoon telefonisch bereikbaar. Als de contactpersoon (tijdelijk) wijzigt, wordt de naam en het telefoonnummer van de nieuwe contactpersoon zo snel mogelijk aan het college doorgegeven.

2De standplaats moet door de standplaatshouder persoonlijk worden ingenomen, tenzij sprake is van een uitzondering als genoemd in de artikelen 10 tot en met 12.

3De standplaatshouder moet zich kunnen legitimeren door middel van een officieel identiteitsbewijs. De standplaatshouder moet dit identiteitsbewijs op eerste aanvraag aan de toezichthouder tonen.

4Eventuele aanwijzingen van met opsporing en/of toezicht belaste personen moeten stipt en onmiddellijk worden opgevolgd.

5Verkoop van eet- en drinkwaren moet voldoen aan het gestelde in de Warenwet.

6Alle mogelijke maatregelen moeten worden getroffen om te voorkomen dat de gemeente Bladel of derden, als gevolg van het gebruik van maken van de standplaats, schade lijden.

7De standplaatshouder moet voldoende verzekerd zijn en blijven tegen vorderingen tot schadevergoeding, waartoe hij als gebruiker van een standplaats krachtens wettelijke aansprakelijkheidsbepalingen zou kunnen worden verplicht wegens aan derden toegebrachte schade.

8De gemeente Bladel is niet aansprakelijk voor eventuele ongevallen en schade.

Hoofdstuk 3 Tijdelijke en incidentele standplaatsen

Paragraaf 3.1 De aanvraag

Artikel 20 Wijze van aanvragen

Artikel 3 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 21 Weigeringsgronden

1De algemene weigeringsgronden uit artikel 1.9 VFL zijn van toepassing.

2Op basis van artikel 4.128 lid 2 VFL kan een standplaatsvergunning ook worden geweigerd wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.

•Een standplaats ingenomen op een terrein met een bestemming gelijk of vergelijkbaar met de bestemmingen “verblijfsdoeleinden”, “verkeersdoeleinden” of “groendoeleinden” wordt geacht conform het bestemmingsplan te zijn, tenzij wordt aangetoond dat de locatie nodig is om te voorzien in de parkeerbehoefte.

3Op basis van artikel 4.128 lid 3 onder a VFL kan een standplaatsvergunning eveneens worden geweigerd als de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.

•Op de aangewezen locaties wordt een standplaats geacht te voldoen aan redelijke eisen van welstand. Incidentele standplaatsen worden gelet op de beperkte duur geacht te voldoen aan redelijke eisen van welstand. Bij tijdelijke standplaatsen op niet aangewezen locaties moet aan de hand van een advies van de Welstandscommissie worden geoordeeld of sprake is van redelijke eisen van welstand en er dus geen sprake is van een ernstige verstoring van het straatbeeld.

4Op basis van artikel 4.128 lid 3 onder b VFL kan een standplaatsvergunning eveneens worden geweigerd indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt.

•Bij een incidentele standplaats komt het redelijk verzorgingsniveau niet in gevaar, omdat het slechts om een beperkte duur gaat.

•Aan weigering mogen geen economische motieven of behoefteaspecten ten grondslag liggen. Deze weigeringsgrond geldt niet voor standplaatsen die diensten verlenen, omdat dit door de Europese Dienstenrichtlijn wordt beschouwd als een economische, niet toegestane, belemmering voor het vrije verkeer van diensten. Bij een tijdelijke standplaats kan dan ook geen sprake zijn van een standplaats die een redelijk verzorgingsniveau in gevaar brengt.

Artikel 22 Volgorde aanvragen

Artikel 6 is van overeenkomstige toepassing.

Paragraaf 3.2 De vergunning

Artikel 23 Duur

1Een tijdelijke standplaatsvergunning wordt verleend voor maximaal een jaar, waarbij de standplaats feitelijk maximaal zes maanden per jaar ingenomen mag worden. Indien het een jaarlijks terugkerende tijdelijke standplaats betreft wordt de vergunning verleend voor vijf jaar.

2Per aanvraag wordt bekeken welke duur wordt toegestaan.

3Een incidentele standplaatsvergunning wordt verleend voor maximaal twaalf dagen per jaar. Indien het een jaarlijks terugkerende incidentele standplaats betreft wordt de vergunning verleend voor vijf jaar.

Artikel 24 Inhoud vergunning

Artikel 8 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de geldende voorschriften zijn opgenomen in de artikelen 28 en 29.

Artikel 25 Kosten

Artikel 9 is van overeenkomstige toepassing.

Paragraaf 3.3 Standplaatsen

Artikel 26 Locaties

Tijdelijke en incidentele standplaatsen zijn niet gebonden aan de in artikel 14 bedoelde standplaatslocaties.

Artikel 27 Dagen en tijden

1Aan tijdelijke en incidentele standplaatsen kunnen tijden worden verbonden gelegen op maandag tot en met vrijdag tussen 8.00 uur en 18.00 uur en op zaterdag en zondag tussen 09.00 uur en 18.00 uur, waarbinnen vanaf de locatie activiteiten mogen worden uitgeoefend.

2Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing wanneer sprake is van een bijzondere gelegenheid.

3Onder een bijzondere gelegenheid als bedoeld in het tweede lid worden in ieder geval verstaan: een braderie/jaarmarkt, een evenement ter plaatse, carnaval, kermis en feestdagen.

4In de uren van 18.00 uur tot 8.00 uur wordt uitsluitend een incidentele standplaatsvergunning ten behoeve van een bijzondere gelegenheid, als bedoeld in het derde lid, verleend.

Artikel 28 Innemen standplaats

1Voordat de standplaats fysiek wordt ingenomen moet vooraf contact op worden genomen met team Openbare werken van de afdeling Ontwikkeling om de exacte plaats van de standplaats te bepalen.

2De standplaatsinrichting mag een frontbreedte van maximaal tien meter hebben en een diepte van maximaal drie meter.

3Er mag geen terras worden ingericht op de standplaats. Maximaal twee statafels mogen tot de standplaatsinrichting behoren.

4De standplaatsinrichting mag maximaal een uur voor aanvang van het tijdstip, waarop volgens de vergunning gestart mag worden met de activiteiten, worden geplaatst. Maximaal een uur na afloop van het tijdstip, waarop volgens de vergunning gestopt moet worden met de activiteiten, moet de standplaatsinrichting zijn verwijderd.

5Standplaatshouder is verplicht zijn standplaats voor zonsopgang en vanaf zonsondergang voorzien te hebben van een verlichting, welke geen hinder toebrengt aan omwonenden en waarmee de uitgestalde goederen helder verlicht zijn.

6De standplaats moet zo worden ingericht dat zo min mogelijk parkeergelegenheid verloren gaat.

7Het is niet toegestaan wagens te parkeren op de plaats waarop deze standplaatsvergunning betrekking heeft, tenzij onlosmakelijk verbonden met het innemen van de standplaats.

8De standplaats moet zo worden ingenomen dat geen overlast wordt veroorzaakt en dat de verkeersvrijheid en -veiligheid niet in het gedrang komen.

9Er mag geen gebruik worden gemaakt van luidsprekers en versterkers.

10Standplaatshouder is verplicht er zorg voor te dragen dat zijn standplaats steeds een goed verzorgd aanzien biedt.

11Voor het inzamelen van afval moeten voldoende voorzieningen worden getroffen.

12Bij het ontruimen moet de standplaatshouder zijn standplaats en de onmiddellijke omgeving daarvan schoon opleveren.

13Afvalwater mag alleen worden afgevoerd via een rioolput in de omgeving van de ingenomen standplaats.

Artikel 29 Verplichtingen rondom het gebruik van de standplaats

1Voor noodgevallen of andere zaken is de in de vergunning aangewezen contactpersoon telefonisch bereikbaar. Als de contactpersoon (tijdelijk) wijzigt, wordt de naam en het telefoonnummer van de nieuwe contactpersoon zo snel mogelijk aan het college doorgegeven.

2Eventuele aanwijzingen van met opsporing en/of toezicht belaste personen moeten stipt en onmiddellijk worden opgevolgd.

3Verkoop van eet- en drinkwaren moet voldoen aan het gestelde in de Warenwet.

4Alle mogelijke maatregelen moeten worden getroffen om te voorkomen dat de gemeente Bladel of derden, als gevolg van het gebruik van maken van de standplaats, schade lijden.

5De standplaatshouder moet voldoende verzekerd zijn en blijven tegen vorderingen tot schadevergoeding, waartoe hij als gebruiker van een standplaats krachtens wettelijke aansprakelijkheidsbepalingen zou kunnen worden verplicht wegens aan derden toegebrachte schade.

6De gemeente Bladel is niet aansprakelijk voor eventuele ongevallen en schade.

Paragraaf 3.4 Omgevingsvergunning

Artikel 30 Aanvraag omgevingsvergunning

Bij een tijdelijke standplaatsvergunning kan sprake zijn van een bouwwerk waarvoor ook een omgevingsvergunning is vereist. Er is sprake van een bouwwerk wanneer:

a.er sprake is van een driedimensionaal gebouwd object (constructie);

b.er sprake is van een omvang van minimaal 2m² (enige omvang);

c.het bouwwerk direct of indirect steun vindt in of op de grond (direct of indirect steun in of op de grond);

d.het bouwwerk bedoeld is om ter plaatse te functioneren (ter plaatse functioneren).

De objecten op standplaatsen voldoen aan deze criteria, maar zijn daarmee niet direct omgevingsvergunningplichtig. Vooral criterium d is hierbij van belang. Over het algemeen is een object bedoeld om ter plaatse te functioneren als het object langer dan 31 dagen op dezelfde plaats staat. Er moet dan wel sprake zijn van een permanent karakter. Bij een onderzoekswagen e.d. is wel sprake van een periode langer dan 31 dagen, maar niet van een permanent karakter. Daarvoor is dus geen omgevingsvergunning vereist.

Of sprake is van een omgevingsvergunningplicht moet per geval worden beoordeeld. Is een omgevingsvergunning vereist dan blijft ook een tijdelijke standplaatsvergunning vereist.

Hoofdstuk 4 Slotbepalingen

Artikel 31 Intrekking eerdere beleidsregel en inwerkingtreding

1Het Standplaatsenbeleid Bladel 2019, vastgesteld bij besluit van 18 december 2018, wordt ingetrokken.

2Deze beleidsregel treedt in werking daags na bekendmaking.

Artikel 32 Overgangsregeling

Het Standplaatsenbeleid Bladel 2019, vastgesteld bij besluit van 18 december 2018, blijft van toepassing op aanvragen waarop nog niet is beslist op het moment van inwerkingtreding van deze beleidsregels.

Voor reguliere standplaatsvergunningen verleend onder het regime van het Standplaatsenbeleid Bladel 2019 wordt een uitsterfbeleid gehanteerd. Dit betekent dat bestaande rechten worden gerespecteerd, zolang er geen intrekkingsgronden van toepassing zijn.

Artikel 33 Citeertitel

Deze beleidsregel kan worden aangehaald als ‘Standplaatsenbeleid Bladel 2021’.

Bladel, 5 oktober 2021

Burgemeester en wethouders voornoemd,

de secretaris, drs. E.L.C.M. Mol

de burgemeester, ir. R.P.G. Bosma

Bijlage Toelichting bij Standplaatsenbeleid Bladel 2021

1.1. Aanleiding

Op 21 september 2010 is de “Beleidsregels voor standplaatsen gemeente Bladel” vastgesteld. Deze beleidsregel is op 2 oktober 2010 in werking getreden. Vanwege actualisatie wordt het beleid voor standplaatsen aangepast. Het ‘Standplaatsenbeleid Bladel 2019” vervangt de “Beleidsregels voor standplaatsen gemeente Bladel”.

1.2. Doel

De beleidsregel is opgesteld om te komen tot een rechtmatige en doelmatige uitoefening van Paragraaf 4.11.2 van de Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Bladel. Hierdoor zijn burgers en bedrijven door de beleidsregel vooraf beter op de hoogte van de criteria die worden gehanteerd bij de beoordeling van aanvragen om standplaatsvergunning. Toepassing van de beleidsregel maakt dat in gelijke gevallen, gelijk gehandeld wordt. Ten aanzien van een transparante en efficiënte dienstverlening worden met de beleidsregels twee doelen bereikt:

1Er is vooraf duidelijkheid over de haalbaarheid van aanvragen in relatie tot de VFL en de APV;

2De procedure om tot een besluit op een aanvraag te komen wordt bespoedigd.

Daarnaast biedt in juridische zin het instrument van de beleidsregel de volgende voordelen voor zowel het college als voor burgers en bedrijven:

1Rechtszekerheid: de beleidsregel informeert burgers en bedrijven wanneer het college wel en wanneer het niet gebruik zal maken van een bevoegdheid om een bepaald besluit te nemen (artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht).

2Motivering: het hanteren van beleidsregels zorgt ervoor dat het bestuur een goede invulling geeft aan het motiveringsbeginsel (artikel 4:82 van de Algemene wet bestuursrecht).

3Flexibiliteit: de beleidsregel biedt het bestuur meer flexibiliteit dan het instrument van de verordening (wettelijk voorschrift). Het is eenvoudiger om een beleidsregel aan te passen dan een verordening.

4Afwijkingsmogelijkheid: In artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald dat het college overeenkomstig de beleidsregel handelt, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Uit deze bepaling vloeit voort dat voor het college de mogelijkheid bestaat om van de beleidsregel af te wijken (dit wordt de inherente afwijkingsmogelijkheid genoemd). De mogelijkheid om van de beleidsregel af te wijken kan slechts in bijzondere omstandigheden gehanteerd worden. Afwijken is mogelijk en geboden, als de strikte naleving van de beleidsregel, gelet op de strekking van de beleidsregel en de onderliggende wettelijke regeling, in het concrete geval niet nodig is en bovendien een onevenredig nadeel voor de belanghebbenden zou opleveren. Soms kan dit op voorhand duidelijk zijn, maar soms kan dit ook pas blijken als de beoordelingsprocedure van een vergunningaanvraag al is gestart (bijvoorbeeld als gevolg van zienswijzen die worden ingediend). In het algemeen valt niet aan te geven wanneer sprake is van een onevenredig nadeel. Dit zal per situatie moeten worden beoordeeld.

1.3. Wettelijke bepalingen

1Paragraaf 4.11.2 van de Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Bladels zijn artikelen opgenomen over het innemen van standplaatsen.

2Artikel 1:3, lid 4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de artikelen 4:81 tot en met 4:84 van de Awb bepalen dat beleidsregels vastgesteld kunnen worden.

1.4. Toepassing

1.4.1. Afwijkingsbevoegdheid

In deze beleidsregel is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Dit betekent dat als aan de beleidsregel wordt voldaan, maar er een onevenredig nadeel is voor mogelijke belanghebbenden het college kan besluiten geen medewerking te verlenen. Het voldoen aan de beleidsregel is dan ook geen garantie dat ook daadwerkelijk gecollecteerd mag worden, gevent mag worden of een standplaats ingenomen mag worden. In de beleidsregel is ook opgenomen dat het college de bevoegdheid heeft om de beleidsregel in een specifieke situatie te beperken.

1.4.2. Procedurele vereisten

De aanvragen worden afgehandeld conform de procedure opgenomen in hoofdstuk 1 van de VFL.

Als er sprake is van het geheel of gedeeltelijk afwijzen van een aanvraag moet de aanvrager op grond van artikel 4:7 van de Algemene wet bestuursrecht vooraf in de gelegenheid worden gesteld zienswijzen naar voren te brengen.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.