Gemeentelijke regelgeving

Nota parkeernormen 2025

Gemeente Bladel · geldt sinds 8 november 2025

Aanhef

De raad van de gemeente Bladel;

gelezen het voorstel R25.055 van burgemeester en wethouders van 19 augustus 2025;

gelet op het feit dat de Verkeersvisie 2035 separaat parkeerbeleid wenselijk acht, het college graag ten aanzien van parkeren meer flexibiliteit en maatwerk mogelijkheden wenst;

overwegende dat het nieuwe beleid aansluit bij de maat en schaal van Bladel;

besluit:

1Vaststellen van het nieuwe parkeerbeleid zoals dat is omschreven in de nota’s Parkeerbeleidsplan en Nota parkeernormen, met inbegrip van de volgende wijziging: Paragraaf 5.5 ‘Artsen/verloskundigen’ van het parkeerbeleidsplan (p.26), criteria 5 te vervangen door:

“5. Het college kan besluiten om in voorkomende gevallen een parkeerplaats aan te wijzen voor artsen en/of verloskundigen. Hiervoor is geen aanvullende onderbouwing vereist.”

2Vaststellen van de nota van zienswijzen.

2. Autoparkeernormen

2.3 Autoparkeernormen

2.3.1 Parkeernormen voor woningen

De gemeentelijke autoparkeernormen voor woningen zijn opgenomen in Tabel 1, deze zijn inclusief kencijfers voor bezoekersparkeren. Het CROW kent geen parkeerkencijfers voor de huisvesting van arbeidsmigranten. De woonvorm van deze groep kent een sterke variatie waardoor het bepalen van de parkeereis voor dit woningtype maatwerk is.

Woningtypologieën

Centrum

Schil centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Koop, huis, vrijstaand

1,65

1,95

2,2

2,4

Koop, huis, twee-onder-een-kap

1,55

1,85

2,1

2,2

Koop, huis, tussen/hoek

1,35

1,65

2,0

2,1

Koop, appartement, > 100 m2 bvo

1,45

1,75

2,0

2,1

Koop, appartement, 75-100 m2 bvo

1,25

1,45

1,6

1,7

Koop, appartement, < 75 m2 bvo

1,15

1,25

1,5

1,6

Huur, huis, vrije sector

1,15

1,45

1,6

1,7

Huur, huis, sociale huur

0,95

1,05

1,3

1,4

Huur, appartement, vrije sector, > 100 m2 bvo

1,15

1,45

1,6

1,6

Huur, appartement, vrije sector, 75-100 m2 bvo

0,85

0,95

1,2

1,3

Huur, appartement, vrije sector, < 75 m2 bvo

0,75

0,95

1,1

1,2

Huur, appartement, sociale huur, > 100 m2 bvo

0,85

0,95

1,2

1,3

Huur, appartement, sociale huur, 75-100 m2 bvo

0,75

0,85

1,1

1,2

Huur, appartement, sociale huur, < 75 m2 bvo

0,65

0,75

1,0

1,1

Huur, appartement, sociale huur of vrije sector, < 30 m2 bvo

0,45

0,5

0,7

0,8

Kamerverhuur, studenten, niet-zelfstandig

0,2

0,4

0,45

0,55

Aanleunwoning, serviceflat

0,9

0,95

1,1

1,2

Kleine eenpersoonswoning (Tiny house, meestal grondgebonden)

0,4

0,5

0,6

0,7

Zorgwoning, intramuraal (zware zorg)

0,6

0,6

0,6

0,6

Zorgwoning, extramuraal type 1 (zorg op afroep)

0,9

0,95

1,1

1,2

Zorgwoning, extramuraal type 2, (vitale bewoners met kleine zorgvraag)

Zie normen reguliere woningen

Bezoekersaandeel (al verwerkt in parkeernorm)

0,15

0,15

0,2

0,3

Tabel 1: autoparkeernormen voor hoofdgroep ‘Wonen’, inclusief het bezoekersaandeel

3. Maatwerk voor parkeernormen

3.1 Mobiliteitscorrectie

3.1.1 Inzet deelauto

Een deelauto is een auto die gebruikt wordt door meerdere gebruikers. De deelauto maakt het mogelijk om zonder het bezit van een auto toch de beschikking te hebben over een auto. Het delen van een auto kan op grond van een overeenkomst met een aanbieder of tussen personen uit meerdere huishoudens.

Reductiefactor

De inzet van deelauto’s met een vaste standplaats leidt tot een lagere parkeerbehoefte. Voor sommige huishoudens is een deelauto een alternatief op het bezit van een (tweede) auto omdat zij deze te weinig gebruiken. De inzet van deelauto’s zorgt er daarmee voor dat er minder parkeerplaatsen nodig zijn. Om deelmobiliteit te stimuleren kan de parkeerbehoefte na inzet van een deelauto worden verlaagd. De reductiefactor is als volgt:

Gebiedsindeling

Correctie per deelauto

Plafond

Centrum

max. 5 parkeerplaatsen

20% van parkeerbehoefte bewoners

Schil-centrum

max. 5 parkeerplaatsen

20% van parkeerbehoefte bewoners

Rest bebouwde kom

max. 5 parkeerplaatsen

20% van parkeerbehoefte bewoners

Buitengebied

n.v.t.

n.v.t.

Tabel 4: reductiefactor en plafond per gebiedsindeling

De inzet van een deelauto levert een korting op van maximaal vijf parkeerplaatsen, echter heeft de deelauto zelf ook een (gereserveerde) parkeerplaats nodig, waardoor de parkeereis mag worden verminderd met maximaal vier parkeerplaatsen per deelauto. De mobiliteitscorrectie is beperkt tot een deel van de totale parkeereis. Voorkomen moet worden dat de gebruikers bij onvoldoende belangstelling voor een deelauto alsnog in de omgeving parkeren. Op grond hiervan is de mobiliteitscorrectie ingeperkt tot de genoemde percentages.

Borging

Voor deze mobiliteitscorrectie is borging van een deelauto een vereiste. Bij de inzet van deelauto’s is een mobiliteitsplan vereist waarin wordt onderbouwd hoe de mobiliteitsoplossingen tot stand worden gebracht en duurzaam beschikbaar blijven. Hierbij wordt ook een intentieverklaring van een aanbieder van deelauto’s verlangd. Binnen drie maanden na oplevering van het plan moeten de deelauto’s beschikbaar zijn. Als er sprake is van deelmobiliteit in de parkeeropgave dan moet dat publiekrechtelijk worden geregeld, in het omgevingsplan of de omgevingsvergunning.

3.1.2 Kleine ontwikkelingen met een geringe toename op de parkeerdruk

Bij kleine ontwikkelingen, zoals het wijzigen van een functie, komt het regelmatig voor dat de parkeereis iets toeneemt en dat niet op eigen terrein kan worden gerealiseerd. Om te voorkomen dat een planvoornemen hierdoor niet wordt gerealiseerd is een vrijstellingsmogelijkheid opgenomen voor ontwikkelingen met een parkeereis tot 1,5 parkeerplaats. Er hoeft hierbij niet onderbouwd te worden of er voldoende beschikbare parkeerplaatsen in de openbare ruimte zijn.

Rekenvoorbeeld

In het gebied ‘centrum’ zijn er plannen om een tussenwoning te splitsen naar twee koop appartementen (<75m2 bvo). Volgens de parkeernormen bedraagt het parkeergebruik in de huidige situatie 1,35 parkeerplaatsen en in de toekomstige situatie 2,3 (2 x 1,15) parkeerplaatsen. De parkeertoename bedraagt daarmee 0,95 parkeerplaats. De parkeereis neemt daarmee niet meer toe dan 1,5 parkeerplaats waardoor de toename van 0,95 parkeerplaats wordt kwijtgescholden.

Bijlage 1 — Rekenmethode parkeerbalans

Rekenmethode parkeerbalans

Onderstaand schema toont de rekenmethode om te komen tot de parkeerbalans voor een ruimtelijke ontwikkeling.

Stap 1: bepalen normatieve parkeerbehoefte

Bij het bepalen van de normatieve parkeerbehoefte zijn de parkeernormen en de locatie van het plan bepalend. Paragraaf 2.2 beschrijft de gebiedsindeling van de kernen binnen de gemeente. Om de normatieve parkeerbehoefte te bepalen tel je de parkeernormen van de betreffende functies van de ontwikkeling bij elkaar op.

Stap 2: toepassen van dubbelgebruik en salderen

Als binnen een ontwikkeling verschillende functies/voorzieningen worden gerealiseerd, is het mogelijk om bij het berekenen van de parkeerbehoefte rekening te houden met dubbelgebruik van parkeerplaatsen. Bij een functiemenging van bijvoorbeeld woningen en bedrijven maken bewoners ’s avonds gebruik van de parkeerplaatsen en werknemers/bezoekers van de bedrijven overdag. Hierdoor hoeven er minder parkeerplaatsen te worden gerealiseerd dan de som van de parkeernorm van de verschillende functies. Om het dubbelgebruik te berekenen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheidspercentages uit paragraaf 2.5, tabel 3.

De parkeernorm is gericht op de toekomstige parkeerbehoefte van plannen die nog gerealiseerd moeten worden. Als een ontwikkeling in de plaats komt van een bestaande functie, is er sprake van een bestaande parkeerbehoefte. Met salderen kunnen, alleen als de bestaande parkeerplaatsen worden gehandhaafd, de bestaande parkeerplaatsen worden ingezet om de parkeerbehoefte van de nieuwe functie(s) op te lossen. Dit geldt voor parkeerplaatsen op eigen terrein, maar ook in het openbaar gebied. Bestaande parkeerplaatsen die bij een herontwikkeling komen te vervallen tellen dus niet mee.

Zowel het rekenen met dubbelgebruik als salderen is niet verplicht. Het is een keuze om toch de gehele normatieve parkeerbehoefte op eigen terrein te realiseren.

Stap 3: mobiliteitscorrectie door inzet deelmobiliteit

De parkeerbehoefte kan lager worden als er bij een woningbouwontwikkeling deelauto’s worden ingezet. Ook dit is geen verplichting, maar beleidsmatig wenselijk om de mobiliteitstransitie in gang te zetten. Eén deelauto vervangt vijf personenauto’s, dit houdt in dat er vier parkeerplaatsen minder gerealiseerd hoeven te worden. Om uitwijkgedrag te voorkomen is de mobiliteitscorrectie beperkt tot 20% van de totale parkeerbehoefte.

Bij de inzet van deelauto’s is een mobiliteitsplan vereist waarin wordt onderbouwd hoe de mobiliteitsoplossingen tot stand worden gebracht en duurzaam beschikbaar blijven. Hierbij wordt ook een intentieverklaring van een aanbieder van deelauto’s verlangd. Binnen drie maanden na oplevering van het plan moeten de deelauto’s beschikbaar zijn. De ontwikkelaar meldt dit aan de gemeente waarna de aanbieder jaarlijks het gebruik bij de gemeente rapporteert.

Stap 4: parkeren op eigen terrein

De normatieve parkeerbehoefte (stap 1), het eventueel toepassen van dubbelgebruik en salderen (stap 2) en de eventuele inzet van deelmobiliteit (stap 3) resulteert in de parkeereis van de ontwikkeling. In eerste instantie dient de parkeereis in zijn geheel op eigen terrein te worden opgelost. De benodigde parkeerplaatsen dienen binnen de eigendomsgrenzen van de ontwikkeling te worden aangelegd, die ook duurzaam voor de functie beschikbaar moeten blijven.

Mocht de ontwikkeling de parkeereis niet in zijn geheel op eigen terrein op kunnen lossen kan gebruik worden gemaakt van externe parkeercapaciteit (stap 5). Bij een kleine ontwikkeling met een parkeereis van maximaal 1,5 parkeerplaatsen die niet op eigen terrein gerealiseerd kan worden, kan deze parkeereis worden kwijtgescholden, zie paragraaf 3.1.2.

Stap 5: gebruik externe parkeercapaciteit

De parkeereis van een ontwikkeling kan niet altijd op eigen terrein worden gerealiseerd. Daarom biedt de gemeente de mogelijkheid aan een aanvrager van een omgevingsvergunning om de parkeereis buiten het eigen terrein op te lossen. We maken onderscheidt tussen de volgende situaties:

A De aanvrager geeft een vervangende private parkeerruimte op.

B De aanvrager realiseert zelf vervangende parkeerruimte in de openbare ruimte.

C De aanvrager maakt gebruik van bestaande beschikbare parkeerplaatsen in de openbare ruimte.

De belangrijkste uitgangspunten om gebruik te maken van externe parkeercapaciteit is dat de parkeerdruk onder de 85% blijft en dat de parkeerplaatsen binnen de desbetreffende loopafstanden (zoals beschreven in bijlage 4) liggen.

Bijlage 2 — Parkeernormen voorzieningen

Parkeernormen voorzieningen

Onderstaande tabellen geeft de bandbreedte voor de parkeernormen per functie weer, waarbij Bladel kiest voor het midden van de norm. De tabellen zijn onderverdeeld in verschillende hoofdgroepen.

Parkeernormen werken

Functie

(Tenzij anders aangegeven geldt de norm per 100m2)

Centrum

Schil centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Aandeel bezoekers

min.

max.

min.

max.

min.

max.

min.

max.

Kantoor (zonder baliefunctie)

1,6

2,1

2,1

2,6

2,3

2,8

2,3

2,8

5%

Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie)

2,2

2,7

2,7

3,2

3,3

3,8

3,3

3,8

20%

Bedrijf arbeidsintensief/ bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats)

1,3

1,8

1,7

2,2

2,1

2,6

2,1

2,6

5%

Bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)

0,4

0,9

0,6

1,1

0,8

1,3

0,8

1,3

5%

Bedrijfsverzamelgebouw

1,1

1,6

1,5

2,0

1,7

2,2

1,7

2,2

-

Opslagruimte (particulier)

(per vestiging)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

5

15

5

15

-

Tabel 5: parkeernormen hoofdgroep ‘werken’

Parkeernormen winkelen en boodschappen

Functie

(tenzij anders aangegeven geldt de norm per 100m2 bvo)

Centrum

Schil centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Aandeel bezoekers

min.

max.

min.

max.

min.

max.

min.

max.

Buurtsupermarkt

1,3

3,3

2,2

4,2

3,1

5,1

n.v.t.

n.v.t.

89%

Fullservice-supermarkt

2,6

5,1

3,6

6,3

4,6

7,2

n.v.t.

n.v.t.

93%

Grote supermarkt

5,6

7,6

6,6

8,6

7,6

9,6

n.v.t.

n.v.t.

84%

Groothandel specialist

n.v.t.

n.v.t.

5.6

7.1

5.6

7.9

n.v.t.

n.v.t.

80%

Groothandel algemeen

n.v.t.

n.v.t.

6,1

8,1

6,1

8,1

n.v.t.

n.v.t.

80%

Detailhandel in centrum

3,1

4,1

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

82%

Detailhandel overig

n.v.t.

n.v.t.

3,7

5,7

4,5

6,5

n.v.t.

n.v.t.

79%

Kringloopwinkel

n.v.t.

n.v.t.

1,0

1,5

1,7

2,2

2,0

2,5

89%

Bruin- en witgoedzaken

3,3

4,8

5,4

6,9

7,4

8,9

8,5

10,0

92%

Woonwarenhuis/ woonwinkel

1,0

1,5

1,5

2,0

1,7

2,2

1,7

2,2

91%

Meubelboulevard

n.v.t.

n.v.t.

1,9

2,4

2,3

2,8

n.v.t.

n.v.t.

93%

Winkelboulevard

n.v.t.

n.v.t.

3,7

4,2

4,2

4,7

n.v.t.

n.v.t.

94%

Outletcentrum

n.v.t.

n.v.t.

8,5

10,5

9,4

11,4

9,4

11,4

94%

Bouwmarkt

n.v.t.

n.v.t.

1,6

2,1

2,2

2,7

2,2

2,7

87%

Tuincentrum

n.v.t.

n.v.t.

2,1

2,6

2,4

2,9

2,6

3,1

89%

Groencentrum

n.v.t.

n.v.t.

2,1

2,6

2,4

2,9

2.6

3,1

89%

Tabel 6: parkeernormen hoofdgroep ‘winkelen en boodschappen’

Parkeernormen sport, cultuur en ontspanning

Functie

(tenzij anders aangegeven geldt de norm per 100m2 bvo)

Centrum

Schil centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Aandeel bezoekers

min.

max.

min.

max.

min.

max.

min.

max.

Bibliotheek

0,2

0,7

0,5

1,0

0,9

1,4

1,1

1,6

97%

Museum

0,5

0,7

0,7

0,9

1,0

1,2

n.v.t.

n.v.t.

95%

Bioscoop

2,2

4,2

7,0

9,0

10,2

12,2

12,7

14,7

94%

Filmtheater/ filmhuis

1,6

3,6

4,3

6,3

6,9

8,9

8,9

10,9

97%

Theater/ schouwburg

5,9

8,9

6,5

9,5

8,3

11,3

10,5

13,5

87%

Musicaltheater

2,4

3,4

2,9

3,9

3,5

4,5

4,6

5,6

86%

Casino

5,2

6,2

5,6

6,6

6,0

7,0

7,5

8,5

86%

Bowlingcentrum

(per bowlingbaan)

1,1

2,1

1,8

2,8

2,3

3,3

2,3

3,3

89%

Biljart-/ snookercentrum

(per tafel)

0,6

1,1

0,9

1,4

1,1

1,6

1,5

2,0

87%

Dansstudio

1,1

2,1

3,4

4,4

5,0

6,0

6,9

7,9

93%

Fitnessstudio/ sportschool

0,9

1,9

2,9

3,9

4,3

5,3

6,0

7,0

87%

Fitnesscentrum

1,2

2,2

4,0

5,0

5,8

6,8

6,9

7,9

90%

Wellnesscentrum

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

8,8

9,8

9,8

10,8

99%

Sauna, hamam

2,0

3,0

4,1

5,1

6,2

7,2

6,8

7,8

99%

Sporthal

1,3

1,8

1,9

2,4

2,6

3,1

3,2

3,7

96%

Sportzaal

0,9

1,4

1,7

2,2

2,6

3,1

3,3

3,8

94%

Tennishal

0,2

0,4

0,3

0,5

0,4

0,6

0,4

0,6

87%

Padelhal

0,2

0,5

0,3

0,6

0,5

0,8

0,5

0,8

87%

Squashhal

1,5

1,7

2,3

2,5

2,6

2,8

3,1

3,3

84%

Functie

(tenzij anders aangegeven geldt de norm per 100m2 bvo)

Centrum

Schil centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Aandeel bezoekers

min.

max.

min.

max.

min.

max.

min.

max.

Zwembad overdekt

(per 100 m2 bassin)

n.v.t.

n.v.t.

9,7

11,7

10,5

12,5

12,3

14,3

97%

Zwembad openlucht

(per 100 m2 bassin)

n.v.t.

n.v.t.

9,1

11,1

11,9

13,9

14,8

16,8

99%

Zwemparadijs

(per 100 m2 bassin)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

3,0

5,0

3,0

5,0

99%

Sportveld

(per ha netto terrein)

3,0

27,0

13,0

27,0

13,0

27,0

13,0

27,0

95%

Kunstijsbaan (< 400 meter)

1,0

1,5

1,3

1,8

1,6

2,1

1,8

2,3

98%

Kunstijsbaan (> 400 meter)

n.v.t.

n.v.t.

2,0

2,5

2,3

2,8

2,5

3,0

98%

Ski- snowboardhal

(per 100 m2 sneeuw)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

2,3

2,8

n.v.t.

n.v.t.

98%

Golfoefencentrum

(per centrum)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

49,1

53,1

54,2

58,2

93%

Golfbaan (18 holes)

(per 18 holes)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

86,0

106,0

108,3

128,3

98%

Indoorspeeltuin (gemiddeld en kleiner)

0,6

5,6

1,4

6,4

2,2

7,2

2,6

7,6

97%

Indoorspeeltuin (groot)

1,2

6,2

2,1

7,1

3,1

8,1

3,6

8,6

98%

Indoorspeeltuin (zeer groot)

2,5

5,5

3,4

6,4

4,4

7,4

4,9

7,9

98%

Functie

(tenzij anders aangegeven geldt de norm per 100m2 bvo)

Centrum

Schil centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Aandeel bezoekers

min.

max.

min.

max.

min.

max.

min.

max.

Kinderboerderij

(per boerderij)

0,6

5,6

1,4

6,4

2,2

7,2

2,6

7,6

97%

Manege

(per box)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

0,3

0,5

90%

Dierenpark

(per ha netto terrein)

4,0

12,0

4,0

12,0

4,0

12,0

4,0

12,0

99%

Attractie- en pretpark

(per ha netto terrein)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

4,0

12,0

4,0

12,0

99%

Volkstuin

(per 10 tuinen)

n.v.t.

n.v.t.

1,1

1,4

1,2

1,5

1,3

1,6

100%

Plantentuin

(per gemiddelde tuin)

n.v.t.

n.v.t.

5,0

10,0

8,0

13,0

11,0

16,0

99%

Tabel 7: parkeernormen hoofdgroep ‘sport, cultuur en ontspanning’

Parkeernormen horeca en (verblijfs-)recreatie

Functie

(tenzij anders aangegeven geldt de norm per 100m2 bvo)

Centrum

Schil centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Aandeel bezoekers

min.

max.

min.

max.

min.

max.

min.

max.

Camping

(per standplaats)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

1,1

1,3

90% (excl. 10% voor gasten van bezoekers)

Bungalowpark

(per bungalow)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

1,6

1,8

2,0

2,2

91%

1* Hotel

(per 10 kamers)

0,3

0,5

0,7

0,9

2,4

2,6

4,4

4,6

77%

2* Hotel

(per 10 kamers)

1,2

1,7

2,1

2,6

4,0

4,5

6,0

6,5

80%

3* Hotel

(per 10 kamers)

1,7

2,7

2,9

3,9

4,7

5,7

6,3

7,3

77%

4* Hotel

(per 10 kamers)

3,0

4,0

4,8

5,8

7,0

8,0

8,5

9,5

73%

5* Hotel

(per 10 kamers)

4,7

6,3

7,5

9,1

10,2

11,8

11,8

13,4

65%

Café́/bar/ cafetaria

5,0

7,0

5,0

7,0

6,0

8,0

n.v.t.

n.v.t.

90%

Restaurant

6,0

8,0

6,0

8,0

6,0

8,0

8,0

10,0

80%

Discotheek

5,0

9,0

11,9

15,9

18,9

22,9

18,8

22,8

99%

Evenementenhal/ beursgebouw/ congresgebouw

4,0

7,0

5,0

8,0

6,0

11,0

n.v.t.

n.v.t.

99%

Tabel 8: parkeernormen hoofdgroep ‘horeca en (verblijfs-)recreatie’

Parkeernormen gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen

Functie

(tenzij anders aangegeven geldt de norm per behandelkamer)

Centrum

Schil centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Aandeel bezoekers

min.

max.

min.

max.

min.

max.

min.

max.

Huisartsenpraktijk

2,0

2,5

2,5

3,0

3,0

3,5

3,0

3,5

57%

Apotheek

2,1

2,6

2,6

3,1

3,1

3,6

n.v.t.

n.v.t.

45%

Fysiotherapiepraktijk

1,1

1,6

1,4

1,9

1,7

2,2

1,7

2,2

57%

Consultatiebureau

1,2

1,7

1,5

2,0

1,8

2,3

1,9

2,4

50%

Consultatiebureau voor ouderen

1,2

1,4

1,5

1,7

1,9

2,1

2,1

2,3

38%

Tandartsenpraktijk

1,4

1,9

1,9

2,4

2,3

2,8

2,4

2,9

47%

Gezondheidscentrum

1,4

1,9

1,8

2,3

2,2

2,7

2,2

2,7

55%

Ziekenhuis

(per 100 m2 bvo)

1,4

1,6

1,6

1,8

1,8

2,0

1,9

2,1

29%

Crematorium

(per gelijktijdige plechtigheid)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

25,1

35,1

25,1

35,1

99%

Begraafplaats

(per gelijktijdige plechtigheid)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

26,6

36,6

26,6

36,6

97%

Penitentiaire inrichting

(per 10 cellen)

1,4

1,9

1,9

2,4

3,0

3,5

3,4

3,9

37%

Religiegebouw

(per zitplaats)

0,1

0,2

0,1

0,2

0,1

0,2

n.v.t.

n.v.t.

100%

Verpleeg- en verzorgingstehuis

(per wooneenheid)

0,5

0,7

0,5

0,7

0,5

0,7

n.v.t.

n.v.t.

60%

Tabel 9: parkeernormen hoofdgroep ‘gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen

Parkeernormen onderwijs

Functie

(tenzij anders aangegeven geldt de norm per 100 leerlingen/studenten)

Centrum

Schil centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Aandeel bezoekers

min.

max.

min.

max.

min.

max.

min.

max.

Kinderdagverblijf (crèche)

(per 100 m2 bvo)

0,9

1,1

1,1

1,3

1,3

1,5

1,4

1,6

0%

Basisonderwijs

(per leslokaal)

0,5

1,0

0,5

1,0

0,5

1,0

0,5

1,0

48%

(excl. Kiss & ride)

Middelbare school

2,7

4,7

3,6

5,6

3,9

5,9

3,9

5,9

11%

ROC

3,8

5,8

4,4

6,4

4,9

6,9

4,9

6,9

7%

Hogeschool

7,4

11,4

8,1

12,1

8,9

12,9

8,9

12,9

72%

Universiteit

11,4

15,4

13,4

17,4

14,7

18,7

14,8

18,8

48%

Avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs

(per 10 studenten)

3,6

5,6

4,7

6,7

5,8

7,8

9,5

11,5

95%

Tabel 10: parkeernormen hoofdgroep ‘onderwijs’

Bijlage 3 — Maatvoering parkeerplaatsen en -wegen

Maatvoering parkeerplaatsen en -wegen

Om parkeervoorzieningen goed te kunnen gebruiken dienen deze aan bepaalde maatvoeringen te voldoen. Parkeervoorzieningen zijn in beginsel opgebouwd uit twee elementen:

1de parkeerplaats(en);

2de parkeerweg(en).

Parkeerplaats

In Tabel 11 staat de minimale maatvoering voor personenauto’s op of langs de weg of een parkeerterrein, gebaseerd op het ASVV 2021. Voor parkeergarages is de NEN 2443 van toepassing. Voor parkeergarages bedraagt de minimumbreedte 2,30 meter bij normaal gebruik en 2,50 meter bij intensief gebruik. De huidige aanbevolen parkeerbreedte is tenminste 2,40 meter.

Breedte

Lengte

Haaks- of gestoken parkeren (60°, 45° of 30°)

2,50 meter

5,13 meter

Langsparkeren

2,00 meter

6,00 meter

Tabel 11: minimale breedte en lengte parkeerplaatsen voor personenauto's

Er wordt geen verschil gemaakt tussen lang parkeren en kort parkeren, omdat parkeerplaatsen vaak gebruikt worden door beide doelgroepen. Uitgangspunt is een zodanige maatvoering dat te allen tijde parkeercomfort wordt geboden. Gehandicaptenparkeerplaatsen dienen zowel bij haaks-, als langsparkeren 3,5 meter breed te zijn of 3,0 meter als er een vrije uitstapstrook naar het parkeervak is.

Parkeerweg

De breedte van de parkeerweg moet zodanig zijn dat de parkeermanoeuvre in één keer kan worden uitgevoerd (zonder te steken). Naarmate de parkeerhoek kleiner is, is minder ruimte nodig. In veel gevallen noodzaken andere eisen (bijvoorbeeld van de brandweer) tot een grotere breedte van de parkeerweg. In Tabel 12 staat de breedte van de parkeerweg bij gestoken en haaksparkeren (bij een parkeervakbreedte van 2,5 meter), gebaseerd op het ASVV 2021.

Breedte parkeerweg

Haaksparkeren

6,0 meter

Gestoken parkeren (60°, 45° of 30°)

4,0 meter

Tabel 12: breedte van de parkeerweg bij gestoken en haaksparkeren voor personenauto's

De genoemde breedte van de parkeerweg geldt bij de minimale breedte van een parkeervak van 2,5 meter. Indien een parkeervak breder wordt gemaakt, kan de parkeerweg smaller worden.

Bijlage 4 — Acceptabele loopafstanden

Acceptabele loopafstanden

Indien de parkeervraag niet (volledig) op eigen terrein kan worden opgelost, kan gekeken worden naar vervangende parkeergelegenheid. In onderstaande tabel is aangegeven wat een acceptabele loopafstand tot deze alternatieve parkeergelegenheid is. De loopafstand wordt bepaald vanaf de eerste deur van een complex. Bij de woning is dat de voordeur, bij een kantoorpand de hoofdingang et cetera.

Het CROW benoemt in onderstaande tabel de acceptabele loopafstanden voor verschillende typen voorzieningen. Bij iedere verplaatsing is een bandbreedte in acceptabele loopafstand aangegeven.

Hoofdfunctie

Acceptabele loopafstand

Wonen

75– 100 meter

Supermarkt

100– 250 meter

Stadscentrum/winkelgebied

200– 600 meter

Werklocatie

200– 800 meter

Schoollocatie

100– 300 meter

Horeca

100– 500 meter

Huisarts/fysio/apotheek

100– 250 meter

Ziekenhuis

100– 350 meter

Bioscoop/theater

100– 600 meter

Sportlocatie binnen

100– 300 meter

Sportlocatie buiten

100– 300 meter

Tabel 13: acceptabele loopafstanden (bron: CROW)

Bijlage 5 — Parkeerdruk berekenen

Parkeerdruk berekenen

In deze bijlage staat beschreven op welke manier de parkeerdruk wordt gemeten. De parkeerdruk is in dit geval het percentage parkeerplaatsen op de openbare weg waarop een auto staat geparkeerd. Daarbij wordt eerst het gebied bepaald waarin het onderzoek zal plaatsvinden. Vervolgens wordt het aantal legale parkeerplaatsen geteld, waarna op de genoemde tijdstippen het aantal geparkeerde auto’s wordt geteld.

Afbakening gebied

In bijlage 4 staat de loopafstand waarbinnen een oplossing voor het parkeren gevonden moet worden. De loopafstand wordt gemeten vanaf de eerste deur van een complex. Bij een woning is dat de voordeur, bij een kantorenpand de hoofdingang etc. In het gebied dat binnen de in bijlage 4 genoemde loopafstand valt, wordt de parkeerdruk gemeten. Dit gebied wordt op kaart aangegeven.

Aantal parkeerplaatsen

Vervolgens wordt van de legale en openbare parkeerplaatsen het aantal geparkeerde auto’s geteld. Een legale plek is: een parkeervak (uitgezonderd gehandicaptenparkeerplaatsen en gereserveerde plaatsen). Als er geen parkeervakken zijn, wordt de straatlengte in meters gedeeld door zes meter (lengte parkeervak volgens bijlage 3). De straatlengte wordt gemeten tussen kruispunten, onderbrekingen (een plaats in een parkeerstrook voor bijvoorbeeld een boom, speelplek, afvalcontainer of een uitrit). Ook mag vijf meter vanaf een bocht niet worden geparkeerd. Dit moet worden afgetrokken van de straatlengte. Indien de deling leidt tot een getal achter de komma, dan wordt het aantal plaatsen naar beneden afgerond, tenzij het getal achter de komma groter of gelijk is aan acht.

Aantal geparkeerde auto’s

Bij deze berekening wordt uitgegaan van de openbare parkeerplaatsen en de auto’s die op deze openbare plaatsen zijn geparkeerd. Dit betekent dat parkeerplaatsen op eigen terrein niet meetellen in deze meting. Het gaat immers om de situatie die mensen tegenkomen als zij in een bepaalde straat willen parkeren. Ook auto’s op gehandicaptenparkeerplaatsen en nadere gereserveerde parkeerplaatsen op de openbare weg tellen niet mee.

Tijdstippen van meting

Doordeweekse avond/nacht

23.00 - 01.00 uur

Doordeweekse ochtend

10.00 - 12.00 uur

Doordeweekse middag

13.00 - 15.00 uur

Koopavond

18.00 - 20.00 uur

Zaterdagmiddag

13.00 - 15.00 uur

De doordeweekse tellingen geven een beeld van de ‘normale parkeerdruk’ en worden bij voorkeur op een dinsdag of donderdag uitgevoerd; de tellingen op koopavond en zaterdagmiddag geven een beeld van de tellingen tijdens de wekelijkse piekdrukte. De tellingen worden uitgevoerd buiten de vakantieperioden. Telmomenten kunnen afwijken als de aard van de ontwikkeling daarom vraagt. Dit gebeurt altijd in overleg met de gemeente.

Parkeerdruk

Parkeerdruk bestaand = (het aantal geparkeerde auto’s huidige situatie) / (het aantal legale parkeerplaatsen huidige situatie)

Parkeerdruk toekomst = (parkeerbehoefte nieuwe situatie) + (het aantal geparkeerde auto’s huidige situatie) / (het aantal legale parkeerplaatsen huidige situatie)

De verschillende tijdstippen kunnen een verschillende parkeerdruk opleveren. 's Avonds kunnen immers de parkeerplaatsen anders gebruikt worden dan overdag. Per tijdstip wordt de bestaande en toekomstige parkeerdruk bepaald.

De hoogste parkeerdruk die wordt gemeten op de aangegeven tijdstippen is maatgevend voor het bepalen of de parkeerdruk boven de 85% uitkomt. Dit betekent dat als op één van de gemeten tijdstippen de parkeerdruk boven de 85% uitkomt, er geen gebruik kan worden gemaakt van de restcapaciteit van de openbare weg.

Bijlage 6 — Fietsparkeernormen

Fietsparkeernormen

Fietsparkeernormen wonen

Woning

(Schil) centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Koop, vrijstaand

5,3

5,25

5,2

Koop, twee-onder-een-kap

5,3

5,25

5,2

Koop, tussen/hoek

5,3

5,25

5,2

Koop, appartement, > 100 m2 bvo

5,3

5,25

5,2

Koop, appartement, 75 - 100 m2 bvo

4,55

4,5

4,45

Koop, appartement, < 75 m2 bvo

3,55

3,5

3,45

Huur, vrije sector

5,3

5,25

5,2

Huur, sociale huur

5,3

5,25

5,2

Huur, appartement, vrije sector, > 100 m2 bvo

5,3

5,25

5,2

Huur, appartement, vrije sector, 75 - 100 m2 bvo

4,55

4,5

4,45

Huur, appartement, vrije sector, < 75 m2 bvo

3,55

3,5

3,45

Huur, appartement, sociale huur, > 100 m2 bvo

5,3

5,25

5,2

Huur, appartement, sociale huur, 75-100 m2 bvo

4,55

4,5

4,45

Huur, appartement, sociale huur, < 75 m2 bvo

3,55

3,5

3,45

Huur, appartement, sociale huur of vrije sector,< 30 m2 bvo

2,8

2,75

2,7

Kamerverhuur, studenten, niet-zelfstandig

1,65

1,6

1,55

Aanleunwoning, serviceflat (zelfstandige woning met beperkte zorgvoorzieningen)

0,85

1,0

0,95

Kleine eenpersoonswoning (Tiny house, meestal grondgebonden)

2,8

2,75

2,75

Bezoekersaandeel (al verwerkt in parkeernorm)

0,3

0,25

0,2

Tabel 14: fietsparkeernormen hoofgroep ‘wonen’

Fietsparkeernormen werken

Functie

(tenzij anders aangegeven geldt de norm per 100m2 bvo)

(Schil) centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Kantoor (zonder baliefunctie)

1,5

1,1

0,8

Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie

2,0

1,4

1,1

Bedrijf arbeidsintensief/ bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats)

1,5

1,2

0,9

Bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)

0,7

0,4

0,4

Bedrijfsverzamelgebouw

1,2

0,8

0,7

Opslagruimte (particulier)

(per vestiging)

n.v.t.

6,0

6,0

Tabel 15: fietsparkeernormen hoofdgroep 'werken'

Fietsparkeernormen winkelen en boodschappen

Functie

(tenzij anders aangegeven geldt de norm per 100m2 bvo)

(Schil) centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Buurtsupermarkt

3,1

1,7

n.v.t.

Fullservice-supermarkt

4,4

2,9

n.v.t.

Grote supermarkt

4,4

2,9

n.v.t.

Groothandel specialist

n.v.t.

1,3

n.v.t.

Groothandel algemeen

n.v.t.

1,3

n.v.t.

Buurt-/dorps-(winkel)centrum

2,7

2,5

n.v.t.

Wijkwinkel-centrum (klein)

n.v.t.

2,9

n.v.t.

Wijkwinkel-centrum (gemiddeld)

n.v.t.

3,5

n.v.t.

Kringloopwinkel

n.v.t.

1,3

1,1

Bruin- en witgoedzaken

0,3

0,3

0,3

Woonwarenhuis/ woonwinkel

0,3

0,3

0,3

Meubelboulevard

n.v.t.

0,3

n.v.t.

Winkelboulevard

n.v.t.

0,3

n.v.t.

Outletcentrum

n.v.t.

0,3

0,2

Bouwmarkt

n.v.t.

0,3

0,3

Tuincentrum

n.v.t.

0,3

0,3

Groencentrum

n.v.t.

0,3

0,3

Tabel 16: fietsparkeernormen hoofdgroep 'winkelen en boodschappen'

Fietsparkeernormen sport, cultuur en ontspanning

Functie

(tenzij anders aangegeven geldt de norm per 100m2 bvo)

(Schil) centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Bibliotheek

3,5

3,1

2,4

Museum

1,4

0,7

n.v.t.

Bioscoop

7,5

2,8

1,7

Filmtheater/ filmhuis

7,5

2,8

1,7

Theater/ schouwburg

23

13

10

Musicaltheater

23

13

10

Casino

1,7

1,3

1,3

Bowlingcentrum

(per bowlingbaan)

4,5

2,6

2,4

Biljart-/ snookercentrum

(per tafel)

2,4

1,5

1,1

Dansstudio

5,7

2,9

2,0

Fitnessstudio/sportschool

5,7

2,9

2,0

Fitnesscentrum

5,7

2,9

2,0

Wellnesscentrum

n.v.t.

4,0

4,0

Sauna, hamam

4,0

4,0

4,0

Sporthal

5,3

2,9

2,4

Sportzaal

6,5

2,6

2,1

Tennishal

0,8

0,5

0,5

Padelhal

1,6

1,0

1,0

Squashhal

5,1

3,0

2,5

Zwembad overdekt

(per 100 m2 bassin)

n.v.t.

16,0

9,5

Zwembad openlucht

(per 100 m2 bassin)

n.v.t.

24

17,5

Zwemparadijs

(per 100 m2 bassin)

n.v.t.

9,5

9,5

Sportveld

(per ha netto terrein)

57,5

57,5

57,5

Kunstijsbaan

(<400 meter)

2,9

1,9

1,7

Kunstijsbaan

(>400 meter)

n.v.t.

3,3

2,9

Ski- snowboardhal

(per 100 m2 sneeuw)

n.v.t.

3,2

n.v.t.

Golfoefencentrum

(per centrum)

n.v.t.

17,5

17,5

Golfbaan (18 holes)

(per 18 holes)

n.v.t.

17,5

17,5

Indoorspeeltuin (gemiddeld en kleiner)

1,5

1,0

0,5

Indoorspeeltuin (groot)

1,5

1,0

0,5

Indoorspeeltuin (zeer groot)

1,5

1,0

0,5

Kinderboerderij

(per boerderij)

12,5

12,5

12,5

Manege

(per box)

n.v.t.

n.v.t.

0,6

Dierenpark

(per ha netto terrein)

10,8

10,8

10,8

Attractie- en pretpark

(per ha netto terrein)

n.v.t.

10,8

10,8

Volkstuin

(per 10 tuinen)

n.v.t.

1,8

1,6

Plantentuin

(per gemiddelde tuin)

n.v.t.

14,1

11,0

Tabel 17: fietsparkeernormen hoofdgroep 'sport, cultuur en ontspanning'

Fietsparkeernormen horeca en (verblijfs)recreatie

Functie

(tenzij anders aangegeven geldt de norm per 100m2 bvo)

(Schil) centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Camping

(per standplaats)

n.v.t.

n.v.t.

0,2

Bungalowpark

(per bungalow)

n.v.t.

0,2

0,2

1* Hotel

(per 10 kamers)

2,0

2,0

2,0

2* Hotel

(per 10 kamers)

2,0

2,0

2,0

3* Hotel

(per 10 kamers)

2,0

2,0

2,0

4* Hotel

(per 10 kamers)

2,0

2,0

2,0

5* Hotel

(per 10 kamers)

2,0

2,0

2,0

Café/bar/cafetaria

11,5

11,5

n.v.t.

Restaurant

11,5

11,5

6,5

Discotheek

12,5

10,0

5,5

Evenementenhal/beursgebouw/ congresgebouw

1,0

1,0

n.v.t.

Tabel 18: fietsparkeernormen hoofdgroep ‘horeca en (verblijfs)recreatie’

Fietsparkeernormen gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen

Functie

(tenzij anders aangegeven geldt de norm per behandelkamer)

(Schil) centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Huisartsenpraktijk

1,2

0,9

0,5

Apotheek

(per apotheek)

7,0

7,0

n.v.t.

Fysiotherapiepraktijk

1,2

0,9

0,5

Consultatiebureau

1,2

0,9

0,5

Consultatiebureau voor ouderen

1,2

0,9

0,5

Tandartsenpraktijk

2,5

2,2

1,9

Gezondheidscentrum

1,2

0,9

0,5

Ziekenhuis

(per 100 m2 bvo)

1,1

1,0

0,7

Crematorium

(per gelijktijdige plechtigheid)

n.v.t.

6,5

6,5

Begraafplaats

(per gelijktijdige plechtigheid)

n.v.t.

6,5

6,5

Penitentiaire inrichting

(per 10 cellen)

0,5

0,5

0,5

Religiegebouw

(per zitplaats)

0,4

0,4

n.v.t.

Verpleeg- en verzorgingstehuis

(per wooneenheid)

0,6

0,8

0,8

Tabel 19: fietsparkeernormen hoofdgroep 'gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen

Fietsparkeernormen onderwijs

Functie

(tenzij anders aangegeven geldt de norm per 100 leerlingen/studenten)

(Schil) centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Kinderdagverblijf (crèche)(per 100 m2 bvo)

1,0

0,8

0,8

Basisonderwijs(per leslokaal)

13,0

13,0

13,0

Middelbare school

80,0

80,0

80,0

ROC

48,0

48,0

48,0

Hogeschool

64,0

64,0

64,0

Universiteit

64,0

64,0

64,0

Avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs(per 10 studenten)

3,8

3,8

3,8

Tabel 20: fietsparkeernormen hoofdgroep 'onderwijs'

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.