Gemeentelijke regelgeving

Verordening afvalstoffenheffing 2026

Gemeente Beverwijk · geldt sinds 16 december 2025

Aanhef

De raad van de gemeente Beverwijk;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16 oktober 2025, documentkenmerk D-157092;

gehoord de raadscommissie;

gelet op;

•Gemeentewet artikel 156 eerste en tweede lid aanhef en onderdeel h, 216, 220 tot en met 220h, 221, 224, 225, 228, 228a, 229, 234, 255.

•Parkeerverordening 2013 (2012/44466).

•Paspoortwet artikelen 2, tweede lid en 7.

•Artikel 13.1a van de Omgevingswet.

•Wet milieubeheer, artikel 15.33.

•Invorderingswet 1990.

•Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.

•Cocensus Leidraad Invordering 2020.

•Begroting gemeente Beverwijk 2026-2029.

besluit:

Vast te stellen:

1Verordening afvalstoffenheffing 2026 (D-150055);

2Verordening binnenhavengelden 2026 (D-150056);

3Legesverordening 2026 (D-150058);

4Verordening marktgelden 2026 (D-150059);

5Verordening parkeerbelastingen 2026 (D-150060)

6Verordening precariobelasting 2026 (D-150061);

7Verordening rioolheffing 2026 (D-150063);

8Verordening toeristenbelasting 2026 (D-150064);

9Verordening zeehavengelden 2026 (D-150065);

10Besluit kwijtscheldingsregels 2026 (D-150066).

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder “gebruik maken”: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.

Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit

1Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

2De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 3 Voorwerp van de belasting

1Voorwerp van de belasting is een perceel.

2Als perceel wordt aangemerkt:

a.de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken;

b.de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;

c.een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;

d.een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren.

e.het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.

Artikel 4 Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt maakt van een perceel.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarieven

1De afvalstoffenheffing bedraagt per perceel per kalenderjaar: € 418,10.

2Slechts indien er sprake is van gebruik van het perceel door één persoon, bedraagt de afvalstoffenheffing: € 279,80.

Artikel 6 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

4Indien het aantal personen dat gebruikmaakt van het perceel in de loop van het belastingjaar vermindert tot een eenpersoonshuishouden, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het verschil in tarief voor een meerpersoonshuishouden en een eenpersoonshuishouden als er in dat jaar, na de wijziging van de gebruikssituatie nog volle kalendermaanden overblijven.

5Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.

Artikel 9 Termijnen van betaling

1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.

2In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 100,00 en minder is dan € 10.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, moeten de aanslagen worden betaald in negen gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens één maand later.

3De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel

1De Verordening afvalstoffenheffing 2025 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

3Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

4Deze verordening wordt aangehaald als Verordening afvalstoffenheffing 2026.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.