Aanhef
De raad van de gemeente Beverwijk;
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders
d.d. .. 2025, nummer D-142540;
gehoord de Raadscommissie;
gelet op artikel 147 Gemeentewet;
besluit:
1In te trekken de Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Beverwijk houdende regels omtrent speelautomatenhallen (Speelautomatenhallenverordening Beverwijk 2020) zoals vastgesteld door de raad op 25 juni 2020
2Het maximum aantal speelautomatenhallen in de Speelautomatenhallenverordening met het kenmerk D-142540 met inachtneming van een uitsterfconstructie vast te stellen op twee
3Vast te stellen de navolgende Speelautomatenverordening Beverwijk 2025
4Het gestelde in sub 1 en 2 in werking te laten treden op de eerstvolgende dag na bekendmaking
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Begripsbepalingen
1Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a.de Wet: de Wet op de kansspelen;
b.Speelautomatenbesluit: KB van 23 mei 2000, Stb. 224, houdende regels ter uitvoering van titel VA van de wet, zoals gewijzigd bij besluit van 14 september 2001, Stb. 2001, 415;
c.aanwezigheidsvergunning: een inrichting, bestemd om het publiek de gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen als bedoeld in artikel 30b, eerste lid, van de wet;
d.exploitatievergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, van de wet en artikel 3 van deze verordening;
e.exploitant: de natuurlijke of rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert;
f.beheerder:
I. de natuurlijke pers(o)on(en) of de bestuurders van een rechtspersoon die de exploitatievergunning houden, of de gevolmachtigden van de rechtspersoon;
II. de natuurlijke pers(o)on(en) die algemene leiding geven aan een onderneming waarin de exploitatievergunning in een of meer inrichtingen wordt geëxploiteerd;
III. de natuurlijke pers(o)on(en) die onmiddellijk leiding geeft/geven aan de bedrijfsvoering in de inrichting.
g.speelautomaat: een automaat als bedoeld in artikel 30, aanhef en onder a, van de wet;
h.behendigheidsautomaat: een speelautomaat waarvan als bedoeld in artikel 30, aanhef en onder b, van de wet;
i.kansspelautomaat: een speelautomaat als bedoeld in artikel 30, aanhef en onder c, van de wet;
j.meerspeler: een spelautomaat met één spelgenerator, waarop meerdere mensen tegelijk kunnen spelen;
k.spelersplaats: speelplaats beschikbaar aan een speelautomaat;
l.speelautomatenhal: een inrichting zoals als bedoeld in artikel 30c, eerste lid onder b, van de wet;
m.hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet;
n.laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet;
o.openbare plaats: voor publiek toegankelijke plaatsen;
p.Wet Bibob: Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;
HOOFDSTUK 2 KANSSPELAUTOMATEN
Artikel 2 Aanwezigheidsvergunning
1Voor hoogdrempelige inrichtingen kan een aanwezigheidsvergunning worden verleend voor maximaal twee kansspelautomaten.
2In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.
3Voor speelautomatenhallen kan een aanwezigheidsvergunning worden verleend voor maximaal 75 kansspelautomaten per speelautomatenhal.
HOOFDSTUK 3 SPEELAUTOMATENHALLEN
Artikel 3 Exploitatievergunning speelautomatenhal
1Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een speelautomatenhal te vestigen of te exploiteren.
2De burgemeester kan vergunning verlenen voor maximaal twee speelautomatenhallen.
3De geldigheidsduur van de vergunning bedraagt vijftien jaar, te rekenen vanaf het moment van vergunningverlening.
4De vergunning valt onder het toepassingsbereik van de Wet Bibob.
Artikel 4 Persoonsgebonden
1De vergunning is zowel locatie- als persoonsgebonden en niet overdraagbaar.
2Op de vergunning, waaronder tevens kan worden begrepen een aanhangsel bij de vergunning, wordt tenminste vermeld:
a.Het adres en de kadastrale gegevens van het perceel waarvoor de exploitatievergunning is verleend;
b.De (statutaire) gegevens van de exploitant;
c.Indien exploitant een rechtspersoon betreft, de bestuurders van de exploitant;
d.De gegevens van de beheerders.
3Het is verboden een speelautomatenhal voor het publiek geopend te hebben zonder dat één van de op de vergunning vermelde beheerder in de speelautomatenhal aanwezig is.
Artikel 5 Eisen exploitant en beheerder
1Een vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal wordt niet verleend aan degene die:
a.niet voldoet aan de eisen zoals gesteld in artikel 4 van het Speelautomatenbesluit 2000;
b.niet voldoet aan de eisen zoals gesteld in artikel 6 van het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen;
c.de leeftijd van 25 jaar nog niet heeft bereikt.
2De eisen genoemd in het eerste lid zijn van overeenkomstige toepassing op beheerder van een speelautomatenhal.
3De burgemeester kan ontheffing verlenen van het leeftijdsvereiste, gesteld in het eerste lid, onder c, tot een leeftijd van 21 jaar.
Artikel 6 Transparantie
1Indien één of meer vergunningen als bedoeld in artikel 3 beschikbaar is of zijn, kondigt de burgemeester door middel van een openbare bekendmaking de mogelijkheid aan tot het indienen van een aanvraag voor een vergunning.
2In de openbare bekendmaking wordt aangegeven binnen welk tijdvak aanvragen voor een vergunning kunnen worden ingediend.
3De openbare bekendmaking vindt minimaal acht weken voor aanvang van het aanvraagtijdvak plaats.
Artikel 7 Bevoegdheid opstellen nadere regels
De burgemeester stelt nadere regels vast omtrent de wijze van verdeling van de vergunningen voor speelautomatenhallen.
Artikel 8 Indienen aanvraag
1De aanvrager dient de aanvraag in via het daarvoor vastgestelde formulier onder overlegging van:
a.een aanduiding van de locatie van de speelautomatenhal;
b.een nauwkeurige beschrijving en plattegrond van de inrichting met daarop aangeduid:
i.de oppervlakte van de inrichting;
ii.op welke plaatsen, in welke aantallen en welke soort speelautomaten
(waaronder aantal spelersplaatsen) worden opgesteld;
iii.op welke plaats entree wordt verstrekt.
c.een verklaring waaruit blijkt dat de aanvrager gerechtigd is over de ruimte te beschikken;
d.een bewijs van inschrijving in het Handelsregister met daarbij een uitdraai van het UBO- en aandeelhoudersregister;
e.een afschrift van het verslavingspreventiebeleid zoals bedoeld in artikel 7 van het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen;
f.een ‘Plan van aanpak openbare orde en veiligheid’, waarin de aanvrager aangeeft wat de mogelijke impact is en welke maatregelen aanvrager treft om de eventuele impact te verkleinen op de omgeving als gevolg van de vestiging van een speelautomatenhal op de beoogde locatie;
g.een gemotiveerde toelichting op het bedrijfsconcept;
h.per exploitant en beheerder:
i.kopie van een geldig legitimatiebewijs; en
ii.een bewijs dat wordt voldaan aan artikel 5, lid 1 onder b.
i.een volledig ingevuld en ondertekend vragenformulier in het kader van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob), inclusief gevraagde bijlagen;
j.een verklaring omtrent het gedrag van de ondernemer dan wel, indien de ondernemer een rechtspersoon is, van degene die de onderneming krachtens de statuten vertegenwoordigt en van de beheerder.
Artikel 9 Beslistermijn
1De burgemeester beslist op een aanvraag voor een vergunning binnen zestien weken na afloop van het in artikel 6, tweede lid, bedoelde aanvraagtijdvak.
2De burgemeester kan deze termijn voor ten hoogste twaalf weken verlengen.
3Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 10 Vergunningsvoorschriften
Aan de vergunning worden voorschriften en beperkingen verbonden die in ieder geval betrekking hebben op:
a.de openings- en sluitingstijden van de speelautomatenhal;
b.het toezicht in de speelautomatenhal;
c.het aantal en type speelautomaten dat mag worden opgesteld;
d.de leeftijdscontrole en toegangscontrole (exploitatie van de hal);
e.het voorkomen en tegengaan gokverslaving;
f.de bescherming van de openbare orde en,- bescherming van het woon- en leefklimaat in de omgeving van de speelautomatenhal.
Artikel 11 Weigeringsgronden
1De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:
a.de openbare orde;
b.de openbare veiligheid;
c.de volksgezondheid.
2De burgemeester weigert de vergunning indien:
a.er strijd is met een geldend omgevingsplan;
b.de aanvraag is ingediend buiten het in artikel 6 bedoelde aanvraagtijdvak;
c.de aanvraag niet voldoet aan de minimale totaalscore als bedoeld in artikel 13 van de nadere regels;
d.het maximaal aantal af te geven vergunningen voor speelautomatenhallen reeds is verleend;
e.de gegronde vrees bestaat dat verlening van de vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu;
f.de exploitant dan wel beheerder niet voldoet aan de in artikel 5 gestelde eisen.
Artikel 12 Wijziging beheerder
1De exploitant meldt wijzigingen in de bedrijfsvoering of in de inrichting binnen één maand nadat deze situatie is ontstaan aan het bevoegd bestuursorgaan.
2De melding geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel bij de vergunning.
3Bij het melden van een nieuwe beheerder wordt getoetst aan artikel 5.
4Het leidinggeven kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.
Artikel 13 Wijziging exploitatie
1Indien de beëindiging van de exploitatie het gevolg is van het overlijden van de exploitant - alleen voor zover de exploitant een natuurlijk persoon betreft - dit gedurende de looptijd van de vergunning plaatsvindt en voortzetting van de exploitatie wordt beoogd, vragen de rechtsopvolgers onder algemene titel binnen twaalf weken een nieuwe exploitatievergunning aan ter voortzetting van de exploitatie voor de resterende vergunde termijn. Deze aanvraag wordt getoetst aan de voorwaarden van de Verordening.
2Indien de exploitatievergunning ingevolge het eerste lid is vervallen, geeft de burgemeester toepassing aan de procedure bedoeld in artikel 6 en 8.
3Indien er enige wijziging plaats gaat vinden in de verdeling van de aandelen waarbij een nieuwe aandeelhouder toetreedt, dan wel in het bestuur, waarbij een nieuwe bestuurder toetreedt, dan dient dit vooraf aan het bevoegd gezag te worden gemeld zodat toepassing kan worden gegeven aan het bepaalde in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob).
4Zolang op een tijdig ingediende aanvraag zoals bedoeld in lid 1 niet is beslist, kan voortzetting van de exploitatie worden toegestaan met inachtneming van de voorschriften en beperkingen, verbonden aan de vervallen vergunning. De burgemeester stelt ten aanzien hiervoor gedoogregels.
Artikel 14 Intrekkingsgronden
1De burgemeester trekt de vergunning in indien:
a.deze ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
b.de exploitant, dan wel één van de exploitanten, stelt de burgemeester schriftelijk op de hoogte van de beëindiging van de exploitatie.
2De burgemeester kan de vergunning intrekken indien:
a.gehandeld is of wordt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen;
b.de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is verleend na het verlenen zodanig zijn gewijzigd dat door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het oordeel van de burgemeester de leef- en woonsituatie in de naaste mgeving of het karakter van de straat of de buurt op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;
c.de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is verleend na het verlenen zodanig zijn gewijzigd dat door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het oordeel van de burgemeester de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt;
d.voor de exploitatie van de speelautomatenhal tevens een andere vergunning, melding of ontheffing is vereist en deze vergunning niet is verleend, geaccepteerd, is ingetrokken of geweigerd;
e.de melding als bedoeld in artikel 12, eerste lid niet tijdig wordt ingediend;
f.de exploitant niet langer voldoet aan de in artikel 5 gestelde eisen;
g.gehandeld wordt in strijd met in deze verordening gestelde regels;
h.de exploitant dan wel beheerder toelaat of gedoogt dat in de speelautomatenhal strafbare of beboetbare feiten worden gepleegd.
Artikel 15 Vervalgronden
De vergunning vervalt van rechtswege, wanneer:
a.de vergunning onherroepelijk is geworden en sindsdien zes maanden zijn verstreken, zonder dat handelingen zijn verricht om van de vergunning gebruik te maken;
b.gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning;
c.een exploitant komt te overlijden. Behoudens een situatie zoals omschreven in artikel 13 lid 2.
HOOFDSTUK 4 Straf- en overgangsbepalingen
Artikel 16 Strafbepaling
Overtreding van artikel 3, eerste lid, en de op grond van artikel 10 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.
Artikel 17 Toezichthouders
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast:
a.de in artikel 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering genoemde (buitengewoon) opsporingsambtenaren;
b.de door de burgemeester aangewezen personen, ambtenaren of categorieën van ambtenaren.
Artikel 18 Overgangsbepaling
1De op grond van de Speelautomatenhallenverordening Beverwijk 2020 verleende vergunning, wordt geacht verleend te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.
2De in het eerste lid van dit artikel benoemde vergunningen hebben de duur van 15 jaar. Deze termijn vangt aan vanaf het moment van inwerkingtreding van deze verordening.
Artikel 19 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als "Speelautomatenhallenverordening Beverwijk 2025”.