Gemeentelijke regelgeving

Nota Parkeernormen en Afkoopregeling Parkeren 2024

Gemeente Beverwijk · geldt sinds 1 november 2023

Aanhef

De gemeenteraad van Beverwijk heeft op 12 oktober 2023 de Nota Parkeernormen en Afkoopregeling Parkeren 2024 vastgesteld (D-102169, Z-23-183309). Dit nieuwe beleid gaat in op 1 november 2023. De belangrijkste verschillen ten opzichte van de vorige nota uit 2020 zijn:

•De kruimelregeling voor het hele grondgebied van Beverwijk is komen te vervallen;

•Voor een specifiek deel van de Stadskant Spoorzone gaan lagere parkeernormen gelden, voor de rest van het centrumgebied van Beverwijk blijven de huidige parkeernormen van toepassing;

•De tarieven voor de parkeerbijdrage zijn geïndexeerd (artikel 4.4).

•Ook is nader omschreven welke reductie van de parkeernorm mag worden toegepast bij gebruik van deelauto’s, Mobility as a Service (MaaS) en ander deelvervoer (artikel 3.2.6).

De nieuwe nota is te vinden op www.beverwijk.nl/parkeernormen

3. Parkeernormen Beverwijk

3.1 Parkeernormen

3.1.1 Gebruikersdeel en bezoekersdeel

De parkeereis is opgebouwd uit een gebruikersdeel en een bezoekersdeel. Per toepassing kunnen deze twee onderdelen leiden tot behoorlijk afwijkende eisen en in sommige gevallen vragen ze om verschillende oplossingen. Zo zal om praktische redenen het bezoekersdeel dat op eigenterrein wordt gerealiseerd openbaar toegankelijk moeten zijn.

De parkeernorm bestaat uit het aandeel voor vaste gebruikers, inclusief het bezoekersdeel van de parkeervraag (uitdrukt in een percentage of absoluut aantal). De weergegeven parkeernormen zijn dus inclusief bezoekersparkeren.

3.1.2 Stedelijkheidsgraad en stedelijke zone

In de landelijke parkeercijfers wordt onderscheid gemaakt naar stedelijkheidsgraad en naar de ligging in de stedelijke zone. Beverwijk ligt in de één-na-hoogste categorie van stedelijkheid (CROW: sterk stedelijk). De gebiedsafbakening van het centrum en de schil rondom het centrum is opgenomen in bijlage 2. Aan deze gebiedsafbakening is het gebied Spoorzone Stadskant toegevoegd. Dit onderscheid is gemaakt, aangezien in deze zone andere normen gelden dan in het overige Centrum-gebied. Voor de rest van de bebouwde kom (waaronder Wijk aan Zee) en het buitengebied (buiten bebouwde kom) gelden afzonderlijke parkeernormen. De parkeernormen zijn hiermee voor het gehele grondgebied van de gemeente Beverwijk van toepassing.

We kiezen als parkeernorm de onderkant van de bandbreedte die de CROW aangeeft. Met de centrumfunctie die Beverwijk vervult is de beschikbare ruimte beperkt. Als we kijken naar alle claims op de openbare ruimte, vinden we parkeren belangrijk, maar geven we het niet de allerhoogste prioriteit. Een ander argument voor het toepassen van de onderkant van de bandbreedte is dat Beverwijk gezien de ligging binnen de Metropoolregio Amsterdam goed bereikbaar is per openbaar vervoer en per fiets. We investeren in (door)fietsroutes en voeren een actieve lobby voor beter openbaar vervoer. Het alternatief voor de auto wordt daarmee aantrekkelijker.

De parkeernormen zijn onderverdeeld en worden gepresenteerd naar de volgende hoofdgroepen:

•winkelen en boodschappen;

•onderwijs;

•sport, cultuur en ontspanning;

•horeca en (verblijfs)recreatie;

•gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen;

•wonen;

•werken.

3.1.3 Afwijkingen met CROW

De parkeernormen zijn gelijk aan de cijfers van het CROW. Op een aantal punten wijken de parkeernormen in deze nota om praktische redenen af van de CROW-cijfers:

•In de parkeernormen van de hoofdfunctie wonen wordt onderscheid gemaakt in bruto vloeroppervlak en het type woning (grondgebonden of gestapeld). Een onderscheid naar prijsklasse, huur/koop is in de praktijk niet praktisch. Vaak is bij aanvang van het project nog niet bekend welke marktwaarde de woningen vertegenwoordigen en of het koop/huur woningen zijn. Vloeroppervlak is daarentegen meestal wel objectief vooraf te bepalen.

•In de parkeernormen van de hoofdfunctie wonen wordt er een onderscheid toegevoegd, dit is het gebied Spoorzone Stadskant. Dit volgt beleid dat in andere gemeenten met grote bouwplannen. Hierdoor ontstaat er een parkeernorm onderscheid tussen de volgende locaties: stationsgebied Spoorzone, centrum, schil centrum, rest bebouwde kom en buitengebied.

•In de parkeernormen van de hoofdfunctie werken wordt geen onderscheid gemaakt in kantoren met of zonder baliefunctie en bedrijfsverzamelgebouwen. Bij de realisatie van kantoorpanden is op voorhand vaak niet vast te stellen welk(e) (combinatie van) type kantoren er zich zullen vestigen. Ook komt functieverandering in de loop van de tijd geregeld voor. We kiezen er daarom voor om het onderscheid tussen met en zonder baliefunctie niet op te nemen en te werken met één norm voor kantoren.

•Parkeernormen hebben in de huidige vorm een lineair karakter: een functie van een tweemaal zo grote omvang heeft volgens de parkeernormen een tweemaal zo grote parkeerbehoefte. In de praktijk vlakt deze toename in parkeerbehoefte op enig moment af. Dit is zeker het geval in het centrum, waar het optimaal dubbelgebruik van parkeren door bezoekers in collectieve voorzieningen en in bepaalde mate ook het parkeertarief effect hebben op de parkeervraag. Er kan ook sprake zijn van dubbelgebruik van functies, waarbij bijvoorbeeld een bezoeker van detailhandel ook de horeca bezoekt. Voor stadscentra hanteren we daarom voor winkelfuncties met een hoog bezoekersaandeel een lagere parkeernorm.

3.2 Uitvoeringsregels bij parkeernormen

3.2.1 Centrale gedachte

Het parkeernormenbeleid van de gemeente Beverwijk is bedoeld om bij nieuwe ontwikkelingen parkeeroverlast in de omgeving te voorkomen. De parkeereis die wordt gesteld bij een bouwinitiatief is dat er op of nabij het bouwplan een parkeercapaciteit komt. De parkeercapaciteit moet op eigen terrein komen, tenzij er in de directe omgeving andere mogelijkheden zijn.

Centrale gedachte:

Bij de ontwikkeling van een locatie mag de parkeerdruk nu en in de toekomst niet worden afgewenteld op de directe omgeving, tenzij in de omgeving aantoonbaar structurele restcapaciteit aanwezig is.

Er zijn altijd situaties die enige flexibiliteit vragen in de toepassing van de parkeernormen. Uitzonderingen zijn in specifieke omstandigheden mogelijk. Zonder aanvullende uitvoeringsregels is onduidelijk op welke wijze binnen de gemeente Beverwijk de parkeereis vastgesteld moet worden en wanneer en op welke wijze mogelijk ontheffing of vrijstelling van de parkeereis kan worden verkregen. Voor de praktische uitvoerbaarheid van parkeernormen zijn de aandachtspunten en uitvoeringsregels in deze paragraaf van toepassing.

3.2.2 Restcapaciteit

De gemeente wil bouwontwikkelingen stimuleren. Door het benutten van restcapaciteit in de omgeving van een bouwplan wordt het een ontwikkelaar makkelijker gemaakt. Vrijstelling op de parkeernorm is conform de centrale gedachte dus mogelijk, indien er voldoende restcapaciteit aanwezig is op het piekmoment van de betreffende functie (rekenregel 1 in 3.2.3), binnen de gestelde loopafstanden tot deze functie (3.2.4). De aanvrager dient dit in overleg met de gemeente aan te tonen met objectieve en representatieve parkeertellingen. Het gehele centrumgebied van Beverwijk (kaart bijlage 2) wordt voor de bepaling van de restcapaciteit, als één geheel beschouwd.

Een bezetting vanaf 75% wordt al door bezoekers als druk ervaren, terwijl een bezetting van 95% als vol wordt beschouwd. Het is raadzaam om een strategische reserve of –buffer te hanteren in de restcapaciteit. Het is verstandig om voor piekmomenten, zoals tijdens evenementen of seizoensgebonden bezoekerspieken, wat meer capaciteit achter de hand te hebben. Dit geldt ook voor onvoorziene zaken die invloed hebben op het parkeren, zoals een verdere toename van het autobezit of -gebruik. Gebruikmaking van restcapaciteit is daarom mogelijk tot een bezetting van 85%.

Ook wordt bij gebruikmaking van restcapaciteit in het centrum een bijdrage van €5.000,- gevraagd per benodigde parkeerplaats. Dit is verwerkt in de Afkoopregeling parkeren (zie 4.4). Deze vergoeding gebruiken we bij toekomstige ontwikkelingen in het centrum waar een parkeeroplossing voor nodig is.

3.2.3 Rekenregels bepalen parkeereis

De zes aanvullende rekenregels in deze paragraaf dienen ter vaststelling van de parkeereis. In bijlage 5 worden enkele rekenvoorbeelden gegeven.

Rekenregel 1: uitwisselbaarheid van parkeerplaatsen: aanwezigheidspercentages

De parkeernormen zijn onderverdeeld in functies en geven per functie een indicatie van de omvang van het benodigde aantal parkeerplaatsen. In sommige gevallen, met name bij grote ontwikkelingen, vindt een combinatie van functies plaats. In dat geval kan gekeken worden naar de momenten in de week waarop per functie de parkeervraag zich voordoet. Omdat de parkeerbehoefte van een specifieke functie zich slechts op bepaalde momenten voordoet is dubbelgebruik met andere functies te realiseren, wat uit het oogpunt van kostenbesparing en optimaal gebruik van spaarzame ruimte voor alle partijen wenselijk is. Om dit dubbelgebruik te bepalen, zijn aanwezigheidspercentages nodig, zoals in bijlage 3 is uitgewerkt. Ook deze percentages komen van het CROW en kunnen als vertrekpunt worden toegepast in de parkeerbalans.

Door een parkeerbalans op te stellen, rekening houdende met aanwezigheidspercentages van de diverse functies, kan uiteindelijk een parkeereis worden bepaald. De aanwezigheidspercentages, die gebruikt worden voor het opstellen van de parkeerbalans, kunnen alleen worden toegepast wanneer de parkeergelegenheid toegankelijk is voor de verschillende doelgroepen.

Opmerkingen:

•Specifieke of lokale omstandigheden, bijvoorbeeld zondagsopenstellingen detailhandel, kunnen ertoe leiden dat de aanwezigheidspercentages voor specifieke projecten aangepast moeten worden.

•Opmerking: In de praktijk blijkt dat dubbelgebruik onder vaste gebruikers moeilijk te organiseren is. Daarom wordt bij het bepalen van de parkeereis in eerste instantie niet uitgegaan van dubbelgebruik onder vaste gebruikers, maar wel onder bezoekers. Pas als de aanvrager kan aantonen dat maximaal dubbelgebruik in de praktijk reëel uitvoerbaar is, dan zal met het bepalen van de parkeereis hiermee rekening worden gehouden. Maximaal dubbelgebruik betekent bijvoorbeeld dat niemand de beschikking zal krijgen over een eigen parkeerplaats, maar dat alle plaatsen zwerfplekken zijn.

•Ook komt het geregeld voor dat een bedrijf meerdere functies in zich herbergt. Zo heeft een tuincentrum ook wel eens horeca. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte is de dominante functie bepalend. Alleen als de functies gelijkwaardig zijn, dan moet de parkeerbehoefte berekend worden naar evenredigheid van de functionaliteiten. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een autodealer: de functies showroom en garage zijn vaak even sterk aanwezig.

•De aanwezigheidspercentages bepalen het maatgevend moment van een functie: wat wil zeggen dat op deze momenten de aanwezigheid 100% is / er een piekbehoefte is.

Rekenregel 2: berekenwijze parkeervoorziening bij woningen

Bij woningen wordt niet elke parkeerplaats op eigen terrein altijd als zodanig gebruikt. In een toekomstige woonwijk met veel garages en (dubbele) opritten zijn bijvoorbeeld mogelijk in theorie voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig. In de praktijk blijkt alleen vaak dat een groot gedeelte van het theoretisch aanbod niet wordt gebruikt en dat men auto's toch regelmatig op de openbare weg parkeert.

Het theoretisch aanbod van parkeercapaciteit op eigen terrein is dus niet altijd het aanbod in de praktijk. In onderstaande tabel staan daarom enkele reductiefactoren voor parkeervoorzieningen op eigen terrein, die daar rekening mee houden. Op deze manier telt in de berekening van de parkeerbehoefte een garage, oprit of carport niet als volwaardige parkeerplaats mee.

Parkeervoorzieningen

theoretischaantal

berekenings-aantal

opmerkingen

enkele oprit zonder garage

1

0,8

oprit minimaal 5 meter diep

lange oprit zonder garage / carport

2

1,0

oprit minimaal 11 meter diep

dubbele oprit zonder garage

2

1,7

oprit minimaal 4,5 meter breed

garage zonder oprit (bij woning)

1

0,4

garagebox (niet bij woning)

1

0,5

garage met enkele oprit

2

1,0

oprit minimaal 5 meter diep

garage met lange oprit

3

1,3

oprit minimaal 11 meter diep

garage met dubbele oprit

3

1,8

oprit minimaal 4,5 meter breed

Tabel 1: Berekeningsaantallen parkeervoorzieningen bij woningen

Rekenregel 3: berekenwijze bij wijziging van gebruik en sloop/nieuwbouw

Bij verbouwplannen wordt op basis van de parkeernormen een parkeereis berekend. Als je een pand sloopt of een andere functie geeft, hoeft een ontwikkelaar niet altijd de volledige parkeernorm van de nieuwe functie te realiseren. Er is namelijk mogelijk sprake van een parkeerrecht van de bestaande (te vervallen) functie op de openbare weg.

Op basis van de huidige parkeernormen passen we daarom bij verbouwplannen de volgende rekensystematiek toe:

•eerst wordt voor het maatgevend moment van de nieuwe functie uitgerekend wat de parkeerbehoefte is van de nieuwe functie over de week;

•daar wordt vanaf getrokken de parkeerbehoefte op hetzelfde maatgevend moment van de oude functie

5Indien niet duidelijk is wat de huidige of vroegere functie is, wordt aangesloten bij het omschreven gebruiksdoel uit de Basis Administratie Gemeenten (BAG)

, na aftrek van de plaatsen op eigen terrein;

•de parkeereis wordt vervolgens op de standaard wijze bepaald aan de hand van de berekende verschillen.

Bij deze berekening wordt gebruik gemaakt van de huidige parkeernormen. Deze geven immers de beste inschatting van de werkelijke behoefte.

Rekenregel 4: berekenwijze bij uitbreiding van een bestaande functie

Als een winkel of horecavoorziening uitbreidt en dus dezelfde functie houdt, dan betekent twee keer zo groot nog niet tweemaal zoveel bezoekers. In de meeste gevallen zal er sprake zijn van enige demping. Er is een zekere reductiefactor van toepassing op de uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen op basis van de parkeernorm. Deze reductiefactor is afhankelijk van de omvang van de uitbreiding en van de grootte van de huidige functie. Een uitleg over deze reductiefactor staat in bijlage 4.

Rekenregel 5: compensatie bij bebouwing parkeerplaatsen

Bij bouwinitiatieven op een bestaande gemeentelijke parkeervoorziening of waar bestaande parkeercapaciteit verloren gaat, moet compensatie plaatsvinden van het bestaand parkeerareaal. Compensatie van het verlies aan capaciteit moet zodanig binnen het project plaatsvinden dat er geen structureel nadelig effect is op de parkeerdruk in de directe omgeving. Bovendien zullen de door de gemeente aangegane verplichten voor deze parkeervoorziening moeten worden gerespecteerd (ook financieel). In de regel vereist dit maatwerk en aanvullende afspraken tussen de vergunningaanvrager en de gemeente.

Bij gebiedsontwikkelingen en/of inbreilocaties is het denkbaar – zo niet onvermijdelijk – dat hierover (afwijkende) afspraken gemaakt worden. Uitgangspunt hierbij blijft dat er geen structureel nadelig effect op de parkeerdruk in de directe omgeving mag zijn.

Rekenregel 6: afronding

Afrondingen in de parkeereis vinden altijd plaats aan het eind van de berekeningen. Afronden vindt altijd naar boven plaats.

3.2.4 Acceptabele loopafstanden

Parkeerplaatsen moeten op een acceptabele loopafstand liggen van de functie waarvoor deze bedoeld zijn. In tabel 2 staan de maximaal acceptabele loopafstanden, waarbinnen in principe de parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn. De acceptatie van de loopafstand hangt af van de parkeerduur en van het motief van het bezoek aan het bestemmingsadres. Ook hangt de acceptatie af van de aantrekkelijkheid van de looproute, de prijsstelling en de concurrentiekracht van alternatieven. Uitgangspunt voor de acceptabele loopafstanden zijn de richtlijnen zoals deze zijn opgenomen in de CROW publicatie. De gemeente Beverwijk gebruikt deze maximaal acceptabele loopafstanden als richtlijn voor het toetsen van de parkeeroplossing behorende bij een nieuwe functie. De maximale loopafstanden gelden dus niet voor bestaande situaties.

functie

maximaalacceptabelloopafstand

wonen (eerste auto)

100meter

wonen (tweede en volgende auto)

250meter

wonen bezoekers

250meter

winkel centrumgebied

500meter

winkel wijkwinkelcentrum

250meter

supermarkt

100meter

werkgelegenheid

800meter

vrijetijdsvoorzieningen

600meter

zorgvoorzieningen

100meter

onderwijsvoorzieningen

150meter

Tabel 2: Maximaal acceptabele loopafstanden nieuwe ontwikkelingen

Voor werknemers geldt dat zij over het algemeen een langere maximale loopafstand accepteren, vanwege hun relatief lange verblijfsduur. De genoemde loopafstanden bij de functies met een hoog aandeel bezoekers (zoals winkel-, onderwijs-, zorg- en vrijetijdsvoorzieningen) gelden dus voor de bezoekers van de functies. Voor werknemers geldt altijd een maximaal acceptabele loopafstand van 800 meter.

Loopafstanden niet in centrum Beverwijk

Er kunnen zich altijd omstandigheden voordoen waarbij afwijken van de maximaal acceptabele loopafstanden legitiem is. Zo accepteert men in het centrum van Beverwijk, wat dichtbebouwd is, een langere loopafstand. Als je bijvoorbeeld naar een winkel op de Breestraat gaat, zou het niet moeten uitmaken of je op het Beverplein, Meerplein of op het parkeerterrein Halve Maan parkeert. Het ligt dan voor de hand om het centrumgebied als één geheel te beschouwen in de beoordeling op loopafstanden. De loopafstanden zijn daarom niet van toepassing in het gehele centrumgebied van Beverwijk (kaart bijlage 2). Dit gebied wordt, voor de bepaling van de restcapaciteit, als één geheel beschouwd.

3.2.5 Maatvoering parkeervakken

Naast het minimaal aantal te realiseren parkeerplaatsen wordt de inrichting van parkeervoorzieningen door een verkeerskundige beoordeeld op bruikbaarheid en veiligheid. De ruimte voor het parkeren van auto’s moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto’s. Voor de toetsing van bouwplannen hanteren we de inrichtingseisen van Beverwijk, die eveneens gebaseerd zijn op de richtlijnen van het CROW.

3.2.6 Reductie norm met deelauto’s / MaaS / deelvervoer

Als een ontwikkelaar in combinatie met het bouwplan deelauto’s plaatst of een passende oplossing binnen het concept Mobility as a Service (MaaS) aanbiedt, is een reductie op de parkeernorm voor het gebruikersdeel (bewoners / werknemers) mogelijk. Daarvoor geldt een viertal voorwaarden:

1het bouwplan ligt binnen een straal van 600 meter van het treinstation of binnen een straal van 100 meter van een bushalte van één van de frequente buslijnen 71/73/74/79;

2het bouwplan ligt binnen 100 meter van een hoofdroute van het gemeentelijk fietsnetwerk;

3het gebruik van deelauto’s / MaaS moet voor de bewoners/gebruikers makkelijk en laagdrempelig zijn;

4deelauto’s / MaaS is voor langere tijd (>10 jaar) beschikbaar.

Als het bouwplan aan al deze voorwaarden voldoet, is een reductie van maximaal 10% op de parkeernorm (gebruikersdeel) mogelijk in het centrum Beverwijk.,

Het realiseren van 1 pp ten behoeve van een deelauto’s / deelvervoer telt voor 4 pp voor de berekening van het benodigd aantal parkeerplaatsen (vuistregel CROW).

3.2.7 Hogere parkeereis

De gemeente Beverwijk behoudt zich altijd het recht om in overleg met de vergunningaanvrager een hogere parkeereis vast te stellen, om zodoende mogelijke tekorten in de directe omgeving te kunnen compenseren. De kosten voor deze extra parkeerplaatsen komen in dat geval volledig voor rekening van de gemeente Beverwijk.

Bijlage 1 Parkeernormen in Beverwijk

Alle opmerkingen genummerd met een cijfer staan onderaan bijlage 1.

wonen

functie

eenheid

Spoorzone Stadskant

centrumgebied

Centrum-schil, schil en sector Theater

rest bebouwde kom

buitengebied

waarvan bezoekers

Bezoekers

Spoorzone

Stadshart

opmerkingen

grondgebonden woning

woning zeer groot (>140 m2 bvo)

per woning

0.6

1.2

1.4

1.7

1.9

0.3

0.15

bvo conform NEN 2580 / opm. grens groot gesteld op + 140 m²

woning groot (90-140 m2 bvo)

per woning

0.6

1.1

1.3

1.6

1.8

0.3

0.15

woning midden (60-90 m2 bvo)

per woning

0.6

1.0

1.2

1.4

1.6

0.3

0.15

woning klein (40-60 m2 bvo)

per woning

0.6

0.7

0.9

1.1

1.0

0.3

0.15

woning zeer klein (<40 m2 bvo)

per woning

0.6

0.5

0.5

0.6

0.6

0.3

0.15

gestapelde woning

woning zeer groot (>120 m2 bvo)

per woning

0.6

1.0

1.2

1.5

1.7

0.3

0.15

woning groot (80-120 m2 bvo)

per woning

0.6

0.9

1.1

1.3

1.5

0.3

0.15

woning midden (60-80 m2 bvo)

per woning

0.4

0.8

0.9

1.1

1.2

0.3

0.15

woning klein (40-60 m2 bvo)

per woning

0.4

0.7

0.8

1.0

1.0

0.3

0.15

woning zeer klein (<40 m2 bvo)

per woning

0.4

0.5

0.5

0.6

0.6

0.3

0.15

kamerverhuur zelfstandig (niet-studenten)

per kamer

0.1

0.5

0.5

0.6

0.6

0.2 per woning

0.05

kamerverhuur studenten,

niet-zelfstandig

per kamer

0.2

0.2

0.2

0.2

0.2

0.2 per woning

0.1

tiny house

per woning

0.4

0.5

0.5

0.6

0.6

0.3

0.1

serviceflat / aanleunwoning

per woning

0.1

0.2

0.8

0.9

1.0

0.3

0.05

*1

werken

functie

eenheid

centrumgebied en Spoorzone Stadskant

Centrum-schil, schil en sector Theater

rest bebouwde kom

buitengebied

waarvan bezoekers

opmerkingen

commerciële dienstverlening (kantoor met en/of zonder baliefunctie)

per 100 m² bvo

1.3

1.6

2.0

3.3

15%

bedrijf arbeidsintensief / bezoekersextensief

(industrie, laboratorium, werkplaats)

per 100 m² bvo

1.1

1.5

1.9

2.1

5%

exclusief parkeren vrachtwagen

bedrijf arbeidsextensief / bezoekersextensief

(loods, opslag, transportbedrijf)

per 100 m² bvo

0.4

0.5

0.7

0.8

5%

exclusief parkeren vrachtwagen

bedrijfsverzamelgebouw

per 100 m² bvo

0.8

1.1

1.3

1.7

10%

gelijkwaardige mix van kantoren, arbeidsextensieve en arbeidsintensieve bedrijven

onderwijs

functie

eenheid

centrumgebied en Spoorzone Stadskant

Centrum-schil, schil en sector Theater

rest bebouwde kom

buitengebied

waarvan bezoekers

opmerkingen

kinderdagverblijf (crèche)

per 100 m² bvo

0.8

1.0

1.1

1.4

0%

excl. kiss & ride

basisschool

per leslokaal

0.5

0.5

0.5

0.5

0%

excl. kiss & ride

kiss & ride

per 100 leerlingen

5.5

5.5

5.5

5.5

100%

middelbare school

per 100 leerlingen

2.3

3.0

3.3

3.9

11%

bezoekers zijn leerlingen

ROC

per 100 leerlingen

3.2

3.8

4.2

4.9

7%

bezoekers zijn leerlingen

avondonderwijs / vrijetijdsonderwijs

per 10 studenten

3.0

4.0

5.0

9.5

95%

bezoekers zijn studenten

horeca en (verblijfs)recreatie

functie

eenheid

centrumgebied en Spoorzone Stadskant

Centrum-schil, schil en sector Theater

rest bebouwde kom

buitengebied

waarvan bezoekers

opmerkingen

bungalowpark (huisjescomplex)

per 100 m² bvo

n.v.t.

n.v.t.

1.5

2.0

91%

camping (kampeerterrein)

per standplaats

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

1.1

90%

excl. 10% gasten van bezoek

1* hotel

per 10 kamers

0.3

0.7

2.2

4.4

77%

2* hotel

per 10 kamers

1.1

1.9

3.6

6.0

80%

3* hotel

per 10 kamers

1.5

2.6

4.2

6.3

77%

4* hotel

per 10 kamers

2.7

4.4

6.3

8.5

73%

5* hotel

per 10 kamers

4.2

6.8

9.3

11.8

65%

discotheek

per 100 m² bvo

4.1

10.3

16.4

18.8

99%

café / bar / cafetaria

per 100 m² bvo

4.0

4.0

5.0

n.v.t.

90%

*2

restaurant (incl. fastfood)

per 100 m² bvo

8.0

8.0

12.0

n.v.t.

80%

*2

evenementenhal / beursgebouw / congresgebouw

per 100 m² bvo

3.0

4.0

5.0

n.v.t.

99%

*2

winkelen en boodschappen

functie

eenheid

centrumgebied en Spoorzone Stadskant

Centrum-schil, schil en sector Theater

rest bebouwde kom

buitengebied

waarvan bezoekers

opmerkingen

bouwmarkt

per 100 m² bvo

n.v.t.

1.5

2.0

2.2

87%

tuincentrum

per 100 m² bvo

n.v.t.

2.0

2.3

2.6

89%

incl. buitenruimte

bruin- en witgoedzaken

per 100 m² bvo

2.9

4.8

6.6

8.5

90%

woonwarenhuis (zeer groot)

per 100 m² bvo

n.v.t.

n.v.t.

4.0

4.4

95%

kengetallen gebaseerd op vestiging van ca. 25.000 m2

kringloopwinkel

per 100 m² bvo

n.v.t.

0.9

1.4

2.0

89%

meubel-/woonboulevard

per 100 m² bvo

n.v.t.

1.6

2.0

n.v.t.

93%

outletcentrum

per 100 m² bvo

n.v.t.

7.8

8.6

9.4

94%

grote supermarkt (XL)

per 100 m² bvo

4.9

5.8

6.7

n.v.t.

84%

(zeer) uitgebreid assortiment met hoog serviceniveau, verkoopvloeroppervlakte 2.500- 4.000 m2 wvo

supermarkt (fullservice)

per 100 m² bvo

2.1

3.0

3.9

n.v.t.

93%

met speciale afdelingen voor groente, vlees, kaas en brood; verkoopvloeroppervlak 1.000-2.000 m2 wvo

buurtsupermarkt

per 100 m² bvo

0.9

1.7

2.4

n.v.t.

89%

kleinere supermarkt (<600 m2 wvo) met een duidelijk afgebakend verzorgingsgebied

groothandel specialist

per 100 m² bvo

n.v.t.

4.9

4.9

n.v.t.

80%

bv.levensmiddelen, bouwmaterialen of kantoorartikelen

groothandel algemeen

per 100 m² bvo

n.v.t.

5.4

5.4

n.v.t.

80%

grootschalige detailhandelsvestiging

winkel centrum Beverwijk

per 100 m² bvo

2.9

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

88%

winkel Plantage/Wijkerbaan/Marlo

per 100 m² bvo

n.v.t.

3.3

4.1

n.v.t.

79%

winkel Wijk aan Zee

per 100 m² bvo

n.v.t.

n.v.t.

2.7

n.v.t.

72%

winkel elders

per 100 m² bvo

n.v.t.

2.7

3.5

n.v.t.

76%

De Bazaar

per 100 m² bvo

n.v.t.

n.v.t.

4.0

n.v.t.

90%

weekmarkt

per 100 m² bvo

0.15

0.15

0.15

n.v.t.

85%

*2

norm per m1 kraam (kraam = 6 m2 bvo). Indien geen parkeren achter kraam, dan +1,0 pp per standhouder

sport, cultuur en ontspanning

functie

eenheid

centrumgebied en Spoorzone Stadskant

Centrum-schil, schil en sector Theater

rest bebouwde kom

buitengebied

waarvan bezoekers

opmerkingen

bowlingcentrum

per baan

1.1

1.7

2.3

2.3

89%

biljartcentrum

per tafel

0.6

0.8

1.1

1.5

87%

dansstudio

per 100 m² bvo

1.0

3.3

4.9

6.9

93%

fitnesstudio / sportschool

per 100 m² bvo

0.9

2.9

4.2

6.0

87%

fitnesscentrum

per 100 m² bvo

1.2

3.9

5.7

6.9

90%

sporthal / sportzaal

per 100 m² bvo

1.0

1.7

2.4

3.2

95%

let op bij grotere aantallen bezoekers

indoorspeeltuin (kinderspeelhal)

klein-gemiddeld

per 100 m² bvo

0.4

1.2

1.9

2.6

98%

1500-3500 m2 bvo

>3500 m2 bvo: zie CROW

tennishal

per 100 m² bvo

0.2

0.3

0.4

0.4

87%

squashhal

per 100 m² bvo

1.5

2.3

2.6

3.1

84%

zwembad overdekt

per 100 m² bassin

n.v.t.

9.7

10.5

12.3

97%

* 3

zwembad openlucht

per 100 m² bassin

n.v.t.

9.1

11.9

14.8

99%

* 3

wellnesscentrum (thermen, kuurcentrum, beautycentrum)

per 100 m² bvo

n.v.t.

n.v.t.

8.8

9.8

99%

sauna, hammam

per 100 m² bvo

2.0

4.1

6.1

6.8

99%

bibliotheek

per 100 m² bvo

0.2

0.5

0.8

1.1

97%

bioscoop

per 100 m² bvo

2.2

6.9

10.0

12.7

94%

* 4

filmtheater / filmhuis

per 100 m² bvo

1.6

4.2

6.7

8.9

97%

* 4

theater / schouwburg

per 100 m² bvo

5.8

6.4

8.3

10.5

87%

100zitplaatsen is 300 m2 bvo

casino

per 100 m² bvo

5.2

5.6

6.0

7.5

86%

volkstuin

per 10 tuinen

n.v.t.

1.1

1.2

1.3

100%

jachthaven

per ligplaats

0.5

0.5

0.5

0.5

100%

*2

manege (paardenhouderij)

per box

n.v.t.

n.v.t.

0.3

0.3

90%

*2

kinderboerderij

per boerderij

0.4

1.2

1.9

2.6

97%

museum

per 100 m² bvo

0.3

0.5

0.9

n.v.t.

95%

*2

sportveld

per hectare netto terrein

13.0

13.0

13.0

13.0

95%

*2

parkeerkencijfers zijn exclusief kantine, kleedruimte, oefenveldje en toiletten

golfbaan (18 holes)

per 18 holes

n.v.t.

n.v.t.

85.6

108.3

98%

18-holes = 60-70 ha

gezondheid en (sociale) voorzieningen

functie

eenheid

centrumgebied en Spoorzone Stadskant

Centrum-schil, schil en sector Theater

rest bebouwde kom

buitengebied

waarvan bezoekers

opmerkingen

huisartsenpraktijk (-centrum)

per behandelkamer

1.8

2.2

2.7

3.0

57%

fysiotherapiepraktijk (-centrum)

per behandelkamer

1.0

1.2

1.5

1.7

57%

consultatiebureau

per behandelkamer

1.0

1.3

1.6

1.9

50%

gezondheidscentrum

per behandelkamer

1.3

1.6

1.9

2.2

55%

consultatiebureau voor ouderen

per behandelkamer

1.2

1.5

1.8

2.1

38%

tandartsenpraktijk (-centrum)

per behandelkamer

1.3

1.7

2.1

2.4

47%

apotheek

per 100 m² bvo

2.0

2.5

2.9

n.v.t.

45%

ziekenhuis

per 100 m² bvo

1.3

1.5

1.6

1.9

29%

*5

crematorium

per (deels) gelijktijdige plechtigheid

n.v.t.

n.v.t.

25.1

25.1

99%

begraafplaats

per (deels) gelijktijdige plechtigheid

n.v.t.

n.v.t.

26.6

26.6

97%

religiegebouw

per zitplaats

0.1

0.1

0.1

n.v.t.

99%

*2

verpleeg- en verzorgingstehuis

per wooneenheid

0.5

0.5

0.5

n.v.t.

60%

*2 *6

Algemeen: norm is wat moet, meer capaciteit mag.

*1 Definitie aanleunwoning/serviceflat: zelfstandige woonruimte voor ouderen of (licht) verstandelijk gehandicapten waarbij wel een fysieke en/of organisatorische relatie met een zorginstelling bestaat. Het zijn vaak woningen in de directe nabijheid van (of behoren tot) een zorginstelling, waarbij de mogelijkheid bestaat om desgewenst gebruik te maken van de diensten van de zorginstelling. Het autobezit zal beperkt zijn. De te realiseren plaatsen zijn vooral bedoeld voor het opvangen van bezoek.

*2 Van deze functie kunnen alleen globale parkeerkencijfers gegeven worden. Bij het toepassen van deze cijfers moet maatwerk toegepast worden.

*3 Parkeerbehoefte combinatie zwembad overdekt en openlucht: bereken via verhouding bassin overdekt en openlucht aan de hand van kengetallen overdekt per 100 m² bassin en kengetallen openlucht per 100 m² bassin.

*4) 1 zitplaats is circa 3 m² bvo. Bij bioscopen/filmhuizen moet voor parkeren rekening worden gehouden met een eventuele overlap tussen twee voorstellingen (+ 40%). Gegeven kengetallen betreffen de drukste voorstelling op de drukste dag van de drukste maand.

*5) Let op: de weergegeven kengetallen gelden voor een gemiddeld ziekenhuis. Een gedetailleerde parkeerberekening is mogelijk door gebruik te maken van de volgende parkeerkengetallen:

-bezoekers van klinische patiënten: 0,5 p.p. per bed bij beperkt aantal bezoekuren per dag, 0,25 p.p. per bed bij gespreide bezoektijden.

-dagverplegings- respectievelijk deeltijdbehandelingspatiënten: 0,5 p.p. per bed respectievelijk plaats.

-medewerkers: 0,25 p.p. per formatieplaats (voor elke ambulante behandelaar 1 parkeerplaats).

*6) Definitie verpleeg-, verzorgingstehuis: zorgplaatsen waarbij de (bejaarde) bewoners niet meer geheel zelfstandig kunnen wonen en gehele of gedeeltelijke verzorging nodig hebben. Te denken valt dan aan de bewoners van een bejaardenhuis/verzorgingshuis/verpleeghuis. Hier zijn alleen parkeerplaatsen nodig voor het opvangen van bezoek en personeel.

Bijlage 2 Gebiedsindeling parkeernormen

Afbeelding: gebiedsindeling Centrum Beverwijk.

In Beverwijk Centrum geldt één zone betaald parkeren. In deze zone wordt een viertal gebieden onderscheiden, waarin verschillende parkeernormen gelden. Het betreft de gebieden Spoorzone Stadskant (rood), Centrumgebied (groen), Sector Theater (paars) en Centrum-Schil (bruin). In de sector theater gelden andere tijden voor het betaald parkeren.

In de overige gebieden geldt geen betaald parkeren. Dit geldt voor de Schil (blauw), het Marloterrein en de Wijckerpoort (oranje).

Indien een straat geheel buiten of binnen het gebied valt, geldt dit voor alle percelen aan weerszijden van de

Weg.

Bijlage 3 Aanwezigheidspercentages

wonen

werkdag

ochtend

werkdag

middag

werkdag

avond

werkdag

nacht

koop

avond

zaterdag

middag

zaterdag

avond

zondag

middag

opmer-kingen

woningen bewoners

50

50

90

100

80

60

80

70

aanleunwoning en serviceflat

50

50

90

100

80

60

80

70

bezoekers

10

20

80

0

70

60

80

70

werken

werkdag

ochtend

werkdag

middag

werkdag

avond

werkdag

nacht

koop

avond

zaterdag

middag

zaterdag

avond

zondag

middag

opmer-kingen

kantoren, bedrijven

100

100

5

0

5

0

0

0

commerciële dienstverlening

(bank, makelaar, etc)

100

100

5

0

75

0

0

0

*1

winkelen en boodschappen

werkdag

ochtend

werkdag

middag

werkdag

avond

werkdag

nacht

koop

avond

zaterdag

middag

zaterdag

avond

zondag

middag

opmer-kingen

bouwmarkt, tuincentrum, woonwarenhuis (zeer groot), meubel-/woonboulevard, outletcentrum, groothandel levensmiddelen

30

60

70

0

80

100

0

0

*2 *3

bruin- en witgoedzaken, kringloopwinkel, showroom

30

60

10

0

75

100

0

0

*2 *3

supermarkt (fullservice)

30

60

40

0

80

100

40

0

*2

centrum Beverwijk, wijkcentrum (Plantage, Wijkerbaan),

buurt- en dorpscentrum (Wijk aan Zee)

30

60

10

0

75

100

0

0

*2 *3

De Bazaar

0

0

0

0

0

100

0

100

weekmarkt

100

100

0

0

0

0

0

0

sport, cultuur en ontspanning

werkdag

ochtend

werkdag

middag

werkdag

avond

werkdag

nacht

koop

avond

zaterdag

middag

zaterdag

avond

zondag

middag

opmer-kingen

bowlingcentrum, biljartcentrum

10

40

100

0

100

60

100

100

sportschool, dansstudio, sporthal, sportzaal

50

50

100

0

100

100

100

75

indoorspeeltuin (kinderspeelhal)

30

100

100

0

100

100

80

100

tennishal, squashhal, zwembad

50

50

100

0

100

100

100

75

sportveld

25

25

50

0

50

100

25

100

wellnesscentrum (thermen, kuurcentrum, beautycentrum), sauna, hammam

30

50

100

0

100

100

90

100

bibliotheek

30

70

100

0

100

90

0

0

bioscoop, filmtheater / filmhuis, theater / schouwburg

5

25

90

0

90

40

100

40

casino

15

30

90

0

90

60

100

60

volkstuin

10

50

75

0

75

100

40

80

jachthaven

50

100

80

80

80

100

80

100

manege (paarden)

10

40

100

0

100

100

60

100

museum

20

45

0

0

0

100

0

90

horeca en (verblijfs)recreatie

werkdag

ochtend

werkdag

middag

werkdag

avond

werkdag

nacht

koop

avond

zaterdag

middag

zaterdag

avond

zondag

middag

opmer-kingen

bungalowpark (huisjescomplex), camping (kampeerterrein)

30

40

80

80

80

100

100

100

hotel

30

40

100

100

100

80

100

80

discotheek

0

0

80

80

80

0

100

0

café / bar / cafetaria

30

40

90

0

85

75

100

45

restaurant

30

40

90

0

95

70

100

40

evenementenhal / beursgebouw / congresgebouw

100

100

0

0

0

100

0

0

*2

gezondheid en (sociale) voorzieningen

werkdag

ochtend

werkdag

middag

werkdag

avond

werkdag

nacht

koop

avond

zaterdag

middag

zaterdag

avond

zondag

middag

opmer-kingen

huisartsenpraktijk (-centrum), fysiotherapiepraktijk (-centrum), consultatiebureau, consultatiebureau voor ouderen, gezondheidscentrum, tandartsenpraktijk (-centrum)

100

75

10

0

10

10

10

10

apotheek

100

75

10

0

10

0

0

0

*1

ziekenhuis medewerkers

75

100

40

25

40

40

40

40

ziekenhuis – patiënten en bezoekers

60

100

60

5

60

60

60

60

begraafplaats / crematorium

100

100

10

0

10

100

10

100

religiegebouw

10

20

70

0

10

10

100

70

*4

verpleeg- en verzorgingstehuis

100

100

50

25

50

100

100

100

onderwijs

werkdag

ochtend

werkdag

middag

werkdag

avond

werkdag

nacht

koop

avond

zaterdag

middag

zaterdag

avond

zondag

middag

opmer-kingen

kinderdagverblijf (crèche)

100

100

0

0

0

0

0

0

basisschool, middelbare school, ROC

100

100

0

0

0

0

0

0

avondonderwijs

0

0

100

0

100

0

0

0

vrijetijdsonderwijs

-

-

-

-

-

-

-

-

*5

*1 Bij openstelling op zaterdagmiddag geldt 75%

*2 Bij zondagsopenstelling gelden op zondagmiddag dezelfde aanwezigheidspercentages als zaterdagmiddag

*3 Bij openstelling op zaterdagavond geldt 70%

*4 Bij moskee maatgevend moment werkdagmiddag en zaterdagmiddag

*5 Op moment van openstelling geldt 100%

Bijlage 4 Reductiefactor bij uitbreiding

Een verdubbeling van het vloeroppervlak van een functie betekent niet altijd dat er ook een verdubbeling van de parkeerbehoefte zal zijn. Er is een zekere reductiefactor van toepassing op de uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen op basis van de parkeernorm. Deze reductiefactor is afhankelijk van de omvang van de uitbreiding en van de grootte van de huidige functie.

Stel de oorspronkelijke functie heeft een bruto vloeroppervlak (bvo) van x1 en de geplande uitbreiding een bvo van x2. Dan wordt de reductiefactor y berekend als het maximum van x1 en x2 gedeeld door de som van x1 en x2. De formule voor deze reductiefactor (y) is de volgende:

y = max(x1,x2)/(x1+x2)

Als minimum parkeereis voor de uitbreiding wordt nu gesteld: de minimum parkeernorm behorende bij x2 bvo vermenigvuldigd met y.

Over deze formule kan het volgende worden opgemerkt:

•er wordt geen directe relatie gelegd met de parkeercapaciteit behorende bij de bestaande

•functie;

•in extremis komt de formule overeen met nieuwbouw: als x1 = 0, dan y = 1 en dus geldt de

•standaard minimumnorm voor x2;

•bij een relatief minimale uitbouw (x2 klein ten opzichte van x1, dus y is ongeveer 1) wordt er

•geen reductie toegepast;

•deze formule wordt toegepast op het minimum aantal te realiseren parkeerplaatsen: Je mag er dus minder maken dan de lineaire norm, maar het is niet verplicht.

Voorbeeld: Een huidige winkel heeft een oppervlakte van 500 m² bvo (x1). De oppervlakte van de winkel wordt vergroot met 300 m² bvo (x2). Conform de formule is de uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen afhankelijk van de huidige omvang (x1) en de uiteindelijke de omvang (x1+x2). De toe te passen reductiefactor y is dit geval 500/800 en de minimum parkeereis wordt dus 5/8 van de feitelijke minimum parkeernorm voor de winkeluitbreiding.

Bijlage 5 Rekenvoorbeelden

Hier volgt een drietal fictieve rekenvoorbeelden die duidelijk maken hoe de parkeereis berekend wordt. Het eerste rekenvoorbeeld gaat uit van een nieuwe ontwikkeling. De tweede van uitbreiding van een bestaande functie en de derde van een functiewijziging.

Rekenvoorbeeld 1: Ontwikkeling nieuw winkel- en woonfunctie centrum

Bij het Stationsplein in Beverwijk komt een nieuw winkelpand (260 m² bvo) met daarboven 16 kleine appartementen van ieder 50 m² bvo. Het pand komt midden in de vijver. De projectontwikkelaar kan gezien de situering van het bouwplan niet voorzien in de behoefte op eigen terrein. De winkel zal op zondag gesloten blijven.

Uitwerking:

Op basis van de parkeernorm wordt bepaald wat de behoefte is van de functies. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen het bezoekersdeel en het gebruikersdeel en wordt rekening gehouden met de mate van aanwezigheid. Het Stationsplein ligt in de zone Centrumgebied (kaart bijlage 2). De parkeernorm en lezen we af uit de tabellen in bijlage 1.

programma

normcentrumBeverwijk

winkels

260m2 bvo

2,9 per 100 m2 bvo, waarvan 88% bezoek

kleine woningen

15stuks

0,7 per woning, waarvan 0,3 voor bezoek

parkeernorm

gebruikers

bezoekers

totaal

winkels

0,9

6,6

7,5

kleine woningen

6,0

4,5

10,5

totaal

6,9

11,1

18,0

De aanwezigheidspercentages komen uit de tabellen in bijlage 3.

aanwezigheidspercentages

werkdag

ochtend

werkdag

middag

werkdag

avond

werkdag

nacht

koop

avond

zaterdag

middag

zaterdag

avond

zondag

middag

winkels centrum

30

60

10

0

75

100

0

0

woningen bewoners

50

50

90

100

80

60

80

70

woningen bezoekers

10

20

80

0

70

60

80

70

De berekende parkeernorm vermenigvuldigen we met de aanwezigheidspercentages, zodat een beeld ontstaat van de parkeerbehoefte gedurende de week.

parkeerbalans

werkdagochtend

werkdagmiddag

werkdagavond

gebruik

bezoek

totaal

gebruik

bezoek

totaal

gebruik

bezoek

totaal

winkels

0,3

2,0

2,3

0,5

4,0

4,5

0,1

0,7

0,8

kleine woningen

3,0

0,5

3,5

3,0

0,9

3,9

5,4

3,6

9,0

totaal

3,3

2,4

5,7

3,5

4,9

8,4

5,5

4,3

9,8

parkeerbalans

werkdagnacht

koopavond

zaterdagmiddag

gebruik

bezoek

totaal

gebruik

bezoek

totaal

gebruik

bezoek

totaal

winkels

0,0

0,0

0,0

0,7

5,0

5,7

0,9

6,6

7,5

kleine woningen

6,0

0,0

6,0

4,8

3,2

8,0

3,6

2,7

6,3

totaal

6,0

0,0

6,0

5,5

8,1

13,6

4,5

9,3

13,8

parkeerbalans

zaterdagavond

zondagmiddag

gebruik

bezoek

totaal

gebruik

bezoek

totaal

winkels

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

kleine woningen

4,8

3,6

8,4

4,2

3,2

7,4

totaal

4,8

3,6

8,4

4,2

3,2

7,4

Uit de balans blijkt dat het maatgevend moment de zaterdagmiddag is. Er is dan een parkeerbehoefte van 13,8 parkeerplaatsen, waarvan 9,3 bezoekersplaatsen.

Vervolgens kijken we of de vrijstellingen op de parkeereis uit de paragrafen 3.2.2 en 3.2.4 van toepassing zijn.

•Er is geen vrijstelling op de realisatie van de parkeereis mogelijk in het kader van aanwezige restcapaciteit.

Conclusie:

Parkeereis is (naar boven afgerond 14 parkeerplaatsen, waarvan 7 plaatsen voor bezoekers en 5 plaatsen voor werknemers / bewoners. De ontwikkelaar dient deze parkeerbehoefte af te kopen conform de bedragen uit tabel 3.

Rekenvoorbeeld 2: Uitbreiding van een bouwmarkt

De eigenaar van een bouwmarkt op het Marlo-terrein wil zijn bedrijf uitbreiden. De bouwmarkt heeft nu een oppervlakte van 900 m² bvo, en de eigenaar wil daar 330 m² bij bouwen. Al het parkeren vindt plaats op eigen terrein, zowel van bezoekers als van medewerkers. De ontwikkelaar heeft aangegeven het bestaande parkeerterrein van 18 plaatsen met nog eens 5 plaatsen te willen uitbreiden en vraagt of hij daarmee voldoet aan de parkeernormen.

Uitwerking:

Op basis van de parkeernorm bepalen we de behoefte is van dit bouwplan. Daarbij kijken we naar werknemers en bezoekers, en we betrekken de reductiefactor voor uitbreidingen van bestaande functies in het bepalen van de parkeereis.

Het Marlo-terrein ligt in de zone schil (kaart bijlage 2). De norm voor deze zone lezen we af uit de tabellen in bijlage 1, de aanwezigheidspercentages uit bijlage 3.

programma

normschilcentrum

bouwmarkt bestaand

900m2 bvo

1,5 per 100 m2 bvo, waarvan 87% bezoek

uitbreiding

330m2 bvo

aanwezigheidspercentages

werkdag

ochtend

werkdag

middag

werkdag

avond

werkdag

nacht

koop

avond

zaterdag

middag

zaterdag

avond

zondag

middag

bouwmarkt

30

60

70

0

80

100

0

0

De aanwezigheidspercentages laten zien dat de zaterdagmiddag het maatgevend moment is voor een bouwmarkt. Deze bouwmarkt is ook op zondag open, waardoor deze middag ook maatgevend is (conform voetnoot tabel aanwezigheidspercentage).

Omdat er geen lineair verband is tussen een uitbreiding van een bestaande functie en de toename van de parkeercapaciteit, passen we op de norm voor de uitbreiding een reductiefactor toe zoals beschreven in bijlage 4. De formule om deze factor te bepalen is: y = max(x1,x2)/(x1+x2), waarbij de y de reductiefactor is, x1 het bestaande oppervlak en x2 de uitbreiding. De reductiefactor y = 900/(900+330) = 0,73. De norm voor de uitbreiding kan dus verminderd worden conform met deze factor.

parkeernorm

gebruikers

bezoekers

totaal

uitbreiding

0,6

4,4

5,0

uitbreiding * reductiefactor

0,5

3,2

3,7

De eigenaar van de bouwmarkt moet uiteindelijk (naar boven afgerond en inclusief reductie) minimaal 4 extra parkeerplaatsen op eigen terrein realiseren. Hij wil 5 extra plaatsen realiseren.

Conclusie:

De parkeereis voor de uitbreiding is 4 parkeerplaatsen. De ontwikkelaar moet 4 plaatsen realiseren, maar mag ook de gewenste 5 extra plaatsen realiseren.

Rekenvoorbeeld 3: Voormalig hotel wordt sportschool

Een ontwikkelaar wil in Wijk aan Zee een voormalig hotel ombouwen tot een sportschool. Het 4* hotel heeft 16 hotelkamers. De sportschool krijgt een oppervlakte van 300 m2 bvo. Het hotel heeft voor eigen personeel drie parkeerplaatsen op eigen terrein. De overige auto’s, waaronder die van de bezoekers van het hotel, parkeren langs de openbare weg in de directe omgeving. De toekomstige sportschool houdt de drie parkeerplaatsen op eigen terrein in stand.

Uitwerking:

Op basis van de parkeernorm bepalen we de behoefte is van dit bouwplan. Daarbij maken we onderscheid tussen het bezoekersdeel en het gebruikersdeel, maar we kijken ook naar het parkeerrecht van de oude functie in de openbare ruimte. Wijk aan Zee ligt in de zone rest bebouwde kom. De parkeernormen lezen we af uit de tabellen in bijlage 1.

programma

normschilcentrum

te verwijderen

4* hotel

16kamers

6,3 per 10 kamers, waarvan 73% bezoek

te realiseren

sportschool

300m2 bvo

4,2 per 100 m2 bvo, waarvan 87% bezoek

De aanwezigheidspercentages zijn afkomstig uit de tabellen in bijlage 3.

aanwezigheidspercentages

werkdag

ochtend

werkdag

middag

werkdag

avond

werkdag

nacht

koop

avond

zaterdag

middag

zaterdag

avond

zondag

middag

hotel

30

40

100

100

100

80

100

80

sportschool

50

50

100

0

100

100

100

75

De nieuwe functie is leidend voor het bepalen van het maatgevend moment van dit bouwplan. Het parkeerrecht van de oude functie in de openbare ruimte kan dan voor ditzelfde moment berekend worden. Uit de aanwezigheidspercentages blijkt dat het maatgevend moment voor de nieuwe functie (de sportschool) op de werkdagavond, koopavond, zaterdagmiddag en zaterdagavond ligt. Dit komt voor een drietal momenten overeen met het maatgevend moment van de oude functie (het hotel): de werkdagavond, koopavond en zaterdagavond. Omdat in dit geval de maatgevende momenten overlappen, kan het parkeerrecht in de openbare ruimte van de oude functie volledig toegerekend worden aan de nieuwe functie.

We berekenen de parkeernormen voor beide functies. Omdat zowel in de oude als in de nieuwe situatie de werknemers op eigen terrein parkeren, en er daar voldoende capaciteit is/blijft, is er alleen sprake van een bezoekersnorm. En omdat het hotel een parkeerrecht heeft van 7,4 bezoekersplaatsen in de openbare ruimte, hoeft er voor de sportschool niet de volledige bezoekersnorm gerealiseerd te worden. Er resteert een parkeereis van 3,6 parkeerplaatsen in de openbare ruimte.

parkeernorm

gebruikers

bezoekers

totaal

te verwijderen (parkeerrecht)

4* hotel

2,7

7,4

10,1

af: parkeerplaatsen op eigen terrein

-4

-

4* hotel

0

7,4

7,4

te realiseren (parkeereis)

sportschool

1,6

11,0

12,6

af: parkeerplaatsen op eigen terrein

-4

-

sportschool

0

11,0

11,0

totaal

0

3,6

3,6

(parkeereis nieuw functie minus parkeerrecht oude functie)

Vervolgens kijken we of de vrijstellingen op de parkeereis uit paragraaf 3.2.2 en 3.2.4 van toepassing zijn.

•Er kan daarnaast mogelijk gebruik worden gemaakt van restcapaciteit. Voorwaarde is dat er gedurende de week voldoende restcapaciteit beschikbaar is in Wijk aan Zee, op loopafstand van de betreffende functie. De loopafstanden staan in tabel 2 in paragraaf 3.2.3. Voor vrijetijdsvoorzieningen, zoals een sportschool, is de maximale loopafstand 600 meter.

Er zijn geen recente parkeertellingen voor Wijk aan Zee beschikbaar. De gemeente houdt op kosten van de aanvrager een representatieve telling om eventuele restcapaciteit aan te tonen binnen een straal van 600 meter van het bouwplan. De telling laat zien dat er op een aantal momenten in de week onvoldoende restcapaciteit aanwezig is, waardoor het bouwplan voor wat betreft het onderdeel parkeren niet akkoord is.

Conclusie:

Parkeereis in de openbare ruimte is (naar boven afgerond en inclusief reductie) 4 bezoekersparkeerplaatsen. Op loopafstand van het bouwplan is volgens een parkeertelling geen restcapaciteit beschikbaar. Het bouwplan wordt op het onderdeel parkeren niet goedgekeurd. Mogelijk kan de ontwikkelaar nog 4 extra bezoekersplaatsen op eigen terrein realiseren. Dan voldoet het plan wel aan de parkeernormen.

Bijlage 6 Richtlijnen fietsparkeervoorzieningen

functie

eenheid

fietsparkeerplaatsen

toelichting

ondergrens

bovengrens

winkelcentra

centrum Beverwijk

per 100 m2 bvo

4

6

Wijkerbaan, Plantage

per 100 m2 bvo

5

7

overige wijk-, buurt- en dorpscentrum Wijk aan Zee

per 100 m2 bvo

6

8

kantoren

kantoren zonder baliefunctie

per 100 m2 bvo

2

3

kies ondergrens bij sterk OV

kantoren met baliefunctie

per balie

2

4

kies ondergrens bij sterk OV

sociaal/culturele instellingen

religiegebouw

per 100 zitplaatsen

5

15

museum

per 100 bezoekers

1

3

kies ondergrens bij sterk OV

uitgaansgelegenheden

theater

per 100 zitplaatsen grootste zaal

20

25

kies ondergrens bij sterk OV en regiofunctie

bioscoop

per 100 zitplaatsen grootste zaal

25

30

kies ondergrens bij sterk OV en regiofunctie

discotheek

per 100 bezoekers topdag

5

35

kies ondergrens bij sterk OV en perifere ligging

recreatieve bestemmingen

recreatiegebied / strand

per 100 bezoekers topdag

20

40

kies ondergrens bij sterk OV en perifere ligging

De Bazaar

per 100 bezoekers topdag

10

15

kies ondergrens bij sterk OV en perifere ligging

sportcomplexen

sporthal

per 100 bezoekerscapaciteit

35

45

kies ondergrens bij perifere ligging

sportveld

per 100 bezoekerscapaciteit

20

30

kies ondergrens bij perifere ligging

zwembad

per 100 m2 oppervlak bassin

15

20

kies ondergrens bij perifere ligging

zorginstellingen

ziekenhuis

per 100 bedden

15

40

kies ondergrens bij sterk OV en perifere ligging

verpleeg-/verzorgingstehuis

per 100 wooneenheden

5

15

kies ondergrens bij sterk OV en perifere ligging

onderwijsinstellingen

crèche/peuterspeelzaal/kinderdagverblijf

per 10 kinderen

1

3

kies ondergrens bij grote bovenwijkse functie

basisonderwijs

per 100 leerlingen

30

40

kies ondergrens bij grote bovenwijkse functie

voortgezet onderwijs

per 100 leerlingen

60

70

kies ondergrens bij sterk OV en perifere ligging

ROC

per 100 leerlingen

40

60

kies ondergrens bij sterk OV en perifere ligging

openbaar vervoer

haltes lijn 71/73

per halte

10

30

haltes overige buslijnen

per halte

3

5

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.