Gemeentelijke regelgeving

Nadere regels gebruik openbare weg voor het verlengde private laden t.b.v. elektrische voertuigen Beverwijk

Gemeente Beverwijk · geldt sinds 21 april 2026

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beverwijk,

Overwegende dat:

Het neerleggen van een laadkabel voor het opladen van elektrische voertuigen in sommige situaties aanvaardbaar is en het daarom wenselijk is om in een algemeen verbindend voorschrift vast te leggen wanneer het verbod op het leggen van zulke kabels niet geldt;

de gemeenteraad heeft op 18 december de Algemene Plaatselijke Verordening Beverwijk (2026) vastgesteld waarmee het college de mogelijkheid heeft nadere regels op te stellen voor laadinfrastructuur. Op 6 januari 2026 heeft het college van deze mogelijkheid gebruik gemaakt.

Gelet op:

Dat het op grond van afdeling 5 artikel 2.10 van de Algemene Plaatselijke Verordening Beverwijk 2026 verboden is de weg, een weggedeelte of een ander openbare plaatse anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan;

Op grond van het vierde lid kan het college nadere regels bepalen wanneer en onder welke voorwaarden het verbod niet geldt;

Dat de ontwikkelingen op het gebied van elektrisch rijden en laadinfrastructuur volop in ontwikkeling zijn. Met deze nadere regels wil het college duidelijkheid verschaffen over de voorwaarden, criteria en condities die van toepassing zijn op het gebruik van verlengde private aansluitingen voor het opladen van een voertuig in de openbare ruimte door het gebruik van een particuliere netaansluiting.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze nadere regels wordt verstaan onder:

a.APV: Algemene Plaatselijke Verordening Beverwijk

b.Oplaadpunt: een voorziening voor het opladen van elektrische voertuigen die geplaatst is op particulier eigendom en aangesloten is op de eigen meterkast.

c.Laadkabel: de kabel waarmee de laadpaal op eigen terrein wordt verbonden met een voertuig dat geparkeerd staat op een openbare parkeerplaats.

d.Weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994.

e.Kabelmat: een voorziening waaronder een laadkabel veilig over of het trottoir wordt gelegd.

Artikel 2 Uitzondering op verbodsbepaling

Als wordt voldaan aan onderstaande voorschriften dan is het verbod zoals beschreven in artikel 2:10 van de APV niet van toepassing.

We staan twee wijzen van verlengd privaat laden toe:

1een afgedekte laadkabel door een kabelmat. Of

2een platte oplaadkabel.

Beide oplaadmogelijkheden moeten aan onderstaande voorwaarden en voorschriften voldoen. Er geldt geen meldingsplicht voor het gebruik van de oplaadmogelijkheden.

a.Algemene eisen

1De eigenaar van de verlengde private aansluiting beschikt niet over een parkeergelegenheid bij de woning of het bedrijf (oprit, garage, carport of privaat parkeerterrein).

2De kabel over het voetpad mag uitsluitend dienen voor het opladen van een elektrische auto.

3Het oplaadpunt dat wordt gebruikt voor het opladen van een elektrisch voertuig op een openbare parkeerplaats, bevindt zich op het eigen of particuliere terrein van de gebruiker/bezitter van het elektrische voertuig.

4Het oplaadpunt mag uitsluitend voor privé doeleinden worden gebruikt. Het is niet toegestaan tegen betaling het oplaadpunt te laten gebruiken voor het laden door derden.

5Het gebruik van de elektrische laadkabel in de openbare ruimte mag op geen enkele wijze schade aanbrengen aan eigendommen van derden of aan gemeentelijk eigendom. De laadkabel mag niet (bijvoorbeeld met behulp van lijm of schroeven) aan gemeentelijke eigendommen zijn vastgemaakt.

b.Voorschriften voor het gebruik van de verlengde private aansluiting

1De laadkabel die niet voldoet aan het bepaalde in artikel 2, onder e van deze regels wordt over de gehele lengte waar deze de stoep raakt afgedekt door een kabelmat die voldoet aan het bepaalde in artikel 2, aanhef en onder d van deze regels.

2Alle laadkabels welke zowel voldoen als niet voldoen aan artikel 2 van deze regels geldt dat het gedeelte van de laadkabel dat zich in de openbare ruimte bevindt, bestaat uit één ononderbroken deel.

3De laadkabel heeft een CE-markering, verkeert in goede staat en heeft een maximale totale lengte van vijf meter.

4De laadkabel en kabelmat veroorzaken geen hinder of gevaar aan de openbare ruimte.

5De laadkabel en kabelmat grenzendirect aan het trottoir en liggen niet over een rijbaan, fietspad of door of over openbaar groen;

6De laadkabel wordt op de kortst mogelijke manier van het oplaadpunt naar het elektrische voertuig over de stoep gelegd.

7Eventuele extra kabellengte wordt op eigen terrein opgeborgen.

8Het gebruik van de laadkabel zoals bedoeld in artikel 2, onder e, van deze regels en laadkabels met kabelmatten is toegestaan tussen 20:00 uur en 16:00 uur. Waarna de laadkabel en de kabelmat zo snel als mogelijk na het opladen van het voertuig worden verwijderd uit de openbare ruimte.

9Laadkabels worden niet over elkaar heen gelegd, ook niet als er een kabelmat overheen wordt geplaatst.

10De geldende parkeerregels worden nageleefd.

c.Eisen aan installatie

1De eigenaar draagt er zorg voor dat realisatie, beheer en onderhoud van de laadinfrastructuur, bekabeling en de elektrotechnische aansluiting voldoen aan alle NEN-, IEC-, en ISO-normen, en een CE-keurmerk heeft.

2De eigenaar is verplicht de laadinfrastructuur, bekabeling en de elektrotechnische aansluiting te laten aanleggen door een erkend installateur.

d.Eisen aan de kabelmat

1Is maximaal 5 millimeter dik.

2Moet goed overrijdbaar zijn.

3Moet zodanig zijn geplaatst dat deze altijd vlak op de grond ligt en niet kan kantelen, opkrullen, verschuiven of verwaaien.

4Moet goed zichtbaar zijn.

5Moet uitgerust zijn met een antislipprofiel.

e.Eisen aan elektrische laadkabel (indien niet afgedekt met een kabelmat)

1Is maximaal 5 millimeter dik.

2Moet vlak (plat) en goed overrijdbaar zijn voor gehandicaptenvoertuigen.

3Moet te allen tijde, dus ook ’s nachts, zodanig goed zichtbaar zijn voor gebruikers van de openbare ruimte dat het voorwerp geen gevaar vormt voor voorbijgangers.

4Moet zodanig zijn geplaatst dat deze altijd vlak op de grond ligt en niet kan kantelen, opkrullen, verschuiven of verwaaien.

Artikel 3 Gronden verwijderen laadinfrastructuur

1Het college kan de aangebrachte laadinfastructuur ten alle tijden verwijderen als er spraken is van gevaar, hinder of schaden.

2De openbare ruimte wordt heringericht.

Artikel 4 Aansprakelijkheid

1De gebruiker is verantwoordelijk voor het gebruik van een elektrische laadkabel als bedoeld in artikel 2, onder e van deze regels en laadkabels met kabelmatten voor het opladen van een elektrisch voertuig in de openbare ruimte vanaf een laadpunt op particulier terrein. De gemeente is niet aansprakelijk voor schade door een gebruiker of anderen als gevolg van het gebruik van de kabel in de openbare ruimte.

Artikel 5 Inwerkingtreding

Deze nadere regels treden in werking op de dag na bekendmaking.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.