Aanhef
1De Beleidsregel horeca met kenmerk D-116296 vast te stellen, welke de dag na die van bekendmaking in werking treedt.
2De Beleidsregel exploitatievergunningen horeca met kenmerk UIT-18-37031 in te trekken op het moment van inwerkingtreding van de beleidsregel horeca D-116296.
3Het Horeca interventiedraaiboek met kenmerk BURG-17-00352 in te trekken op het moment van inwerkingtreding van de beleidsregel horeca D-116296
Hoofdstuk 2 - Exploitatievergunning
2.4 Het aanvragen van een (nieuwe) exploitatievergunning
2.4.1 De aanvraag
Via www.beverwijk.nl kan online een aanvraag worden ingediend. Daarnaast is er een papieren formulier beschikbaar, zodat deze per post kan worden ingediend. Voor het aanvragen van een vergunning is een aanvraagformulier vastgesteld. Naast het aanvraagformulier worden tenminste de volgende stukken overlegd:
a.Een geldig legitimatiebewijs van de aanvrager en alle leidinggevenden in loondienst;
b.Een exemplaar van de arbeidsovereenkomst van alle leidinggevenden indien leidinggevende geen ondernemer is.
c.Een volledig ingevuld Bibob-vragenformulier inclusief bijlagen.
2.4.2 Beslistermijn
1De burgemeester beslist op een aanvraag voor een vergunning binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.
2De burgemeester kan de beslistermijn voor ten hoogste acht weken verlengen.
3De burgemeester kan de beslistermijn met maximaal drie maanden verlengen indien advies wordt gevraagd bij het Landelijk Bureau Bibob.
2.4.3 Geldigheid
1De exploitatievergunning wordt voor onbepaalde tijd verleend;
2De burgemeester kan in bijzondere gevallen een kortere looptijd bepalen;
3De vergunning is exploitant- en inrichtingsgebonden;
4De vergunning vermeldt de inrichting waar de vergunning voor zal gelden;
5De vergunning wordt op naam gesteld van de exploitant en bevat een aanhangsel waarop de leidinggevende(n) vermeld wordt/worden;
6De exploitant meldt aan de burgemeester zijn wens een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven op de exploitatievergunning;
7Op grond van artikel 1:6 Apv kan de vergunning worden ingetrokken of gewijzigd:
2.5 De beoordeling van de aanvraag
2.5.1 Weigeringsgronden
De exploitatievergunning kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:
a.de openbare orde;
b.de openbare veiligheid;
c.de volksgezondheid;
d.de bescherming van het milieu.
De burgemeester kan de vergunning weigeren indien:
a.de vestiging of exploitatie van het betreffende horecabedrijf in strijd is met het geldende omgevingsplan, tenzij het gaat om een ruimtelijk gewenste ontwikkeling en het college en/of de raad voornemens is/zijn om hieraan binnen afzienbare termijn medewerking te verlenen (bescherming leefomgeving);
De burgemeester weigert de vergunning indien:
b.indien moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het desbetreffende horecabedrijf;
c.de leidinggevende(n) binnen 5 jaar voor de aanvraag een horecabedrijf heeft geëxploiteerd dat op grond van ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde bestuurlijke maatregelen zijn getroffen (openbare orde);
d.indien ernstig gevaar bestaat dat de beschikking mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of strafbare feiten te plegen (openbare orde);
e.indien de vermelde exploitant(en) of leidinggevende(n) ten tijde van de aanvraag de leeftijd van 21 jaren niet hebben bereikt (openbare orde);
f.indien de exploitant(en) of leidinggevende(n) onder curatele of bewindvoering staan, ontzet zijn uit het ouderlijk gezag of de voogdij of in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn (openbare orde).
Toelichting op de weigeringsgronden
Openbare veiligheid en volksgezondheid
Op basis van artikel 1:8, eerste lid, van de Apv wordt in het kader van de volksgezondheid en de veiligheid geëist dat een horecabedrijf waar rookwaren zonder tabak worden voor directe consumptie worden verstrekt, bijvoorbeeld bij de exploitatie van een shishalounge, het horecabedrijf niet is gelegen onder, boven of naast een woning. Deze weigeringsgrond ziet op het daadwerkelijke gebruik van de woonruimte.
De reden hiertoe is dat gezondheidsrisico’s aan het gebruik van waterpijpen kleven. Er zijn negatieve gevolgen voor de luchtkwaliteit van niet alleen de bezoekers van het horecabedrijf, maar ook voor de directe omwonenden. Bij het inhaleren komen schadelijke stoffen vrij, zoals teer en koolmonoxide. Het maakt hierbij weinig verschil in welke vorm de waterpijp wordt gerookt. Deze schadelijke stoffen kunnen negatieve gevolgen hebben voor de gezondheid op zowel de korte als lange termijn.
Een ander risico is de toepassing van kooldeeltjes en het daarmee samenhangende brandgevaar. De kooltjes waarvan gebruik wordt gemaakt blijven zeer lang branden en kunnen ook na lange tijd nog overgaan tot her-ontbranding. Een waterpijp in zijn algemeenheid vormt een ontstekingsbron van waaruit brand kan ontstaan in het horecabedrijf die kan overslaan op de directe omgeving.
a.Strijd met geldend omgevingsplan
De exploitatievergunning kan worden geweigerd indien sprake is van strijd met het omgevingsplan. In principe zal de burgmeester de exploitatievergunning weigeren, omdat feitelijk geen gebruik kan worden gemaakt van de exploitatievergunning wegens handelen in strijd met het omgevingsplan.
Weigering van de exploitatievergunning blijft achterwege indien een omgevingsvergunning kan worden verleend voor het horecabedrijf.
b.Woon- en leefsituatie in de omgeving
Meldingen van overlast in of in de directe omgeving van het horecabedrijf worden als volgt beoordeeld. Er dient te worden nagegaan of de gemelde overlast aan de wijze van exploiteren door de exploitant kan worden toegerekend. Hierbij wordt ook het huidige woon- en leefklimaat meegenomen. De spanning waaraan het woonmilieu reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door vestiging van het horecabedrijf. In de belangenafweging moet nader gemotiveerd worden in hoeverre het belang van de exploitant bij vergunningverlening opweegt tegen de ervaren overlast als gevolg van het exploiteren van het horecabedrijf. Er moet daarom inzicht worden gegeven hoe deze belangen tegen elkaar zijn afgewogen en hoe daarbij de aspecten van geluid, vervuiling, verkeers- en parkeerdruk zijn onderzocht en betrokken. In het document ‘Uitgangspunten onderzoek leefomgeving horecabedrijf’, dat onderdeel uitmaakt van dit beleid, is beschreven hoe een aanvraag zal worden beoordeeld (bijlage I).
Waar nodig worden extra voorschriften aan de vergunning verbonden, zodat bestaande overlast of te verwachten overlast kan worden teruggedrongen, dan wel voorkomen.
Voorbeelden van ontoelaatbare overlast zijn hard dichtslaan portieren, schreeuwen op straat, wegscheurende gemotoriseerde voertuigen, licht handgemeen (duwen, trekken), geruzie, ledigen maag- en/of blaasinhoud in de omgeving van het horecabedrijf, etc. Bij gemelde overlast is het van belang deze een zo goed mogelijk beeld te krijgen. In geval van klachten moet het in ieder geval gaan om:
-effecten op de woon- en leefomgeving die gezien de lokale situatie als overlast zijn aan te duiden
-te herleiden zijn tot het horecabedrijf
-de overlast moet “objectiveerbaar” zijn, in de zin dat ieder weldenkend mens het als overlast zou ervaren.
Overlast moet worden onderscheiden van “normale” redelijkerwijs te verwachten effecten van de bedrijfsvoering, zoals het op een normale manier komen en gaan van bezoekers.
d.Wet Bibob
Op grond van de Beleidslijn Wet Bibob gemeente Beverwijk vindt voor horecaexploitatievergunningen toetsing op grond van de Wet Bibob plaats. De toetsing van de aanvraag op grond van de Wet Bibob is bedoeld als een aanvulling op de bestaande mogelijkheden om een vergunning te weigeren of in te trekken. De Wet Bibob verruimt de mogelijkheden van gemeenten en andere bestuursorganen om zich te beschermen tegen het risico dat criminele activiteiten worden gefaciliteerd. De beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit belangrijke uitgangspunten van de wet. Het instrument Bibob dient dan ook een ultimum remedium te zijn. Het bestuursorgaan onderzoekt eerst zelf of er geen bestaande weigeringsgronden aanwezig zijn. Deze bestaande weigeringsgronden hebben ook betrekking op de integriteit van de aanvrager of vergunninghouder.
f.Slecht levensgedrag
Exploitanten, leidinggevenden en beheerders hebben een belangrijke verantwoordelijkheid voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de onderneming en de openbare orde en veiligheid. Zij dienen verstoring van de openbare orde, zoals overlast, criminaliteit, geweld en alcoholmisbruik (en andersoortige verdovende middelen) te voorkomen en te beperken. Daarnaast zijn zij verantwoordelijk voor (de veiligheid van) hun personeel, bezoekers en de directe omgeving van het horecabedrijf en voor het signaleren en melden van misstanden, waaronder mensenhandel en uitbuiting.
Daarom geldt dat exploitanten, leidinggevenden en beheerders ‘niet in enig opzicht van slecht levensgedrag’ mogen zijn. Bij de invulling van dit criterium komt de burgemeester beoordelingsruimte toe. Per geval moet hij onderbouwen welke feiten of omstandigheden reden zijn om het levensgedrag tegen te werpen.
Toepassing van de toets op levensgedrag, is een preventieve toets om risico’s voor de openbare orde en veiligheid of het goede woon- en leefklimaat te beperken. Slecht levensgedrag is een (zelfstandige) grond om de vergunning te weigeren of in te trekken, te weigeren om leidinggevenden of beheerders bij te schrijven op de vergunning, om extra voorwaarden aan de vergunning te verbinden of de bestaande exploitatievergunning in te trekken. Deze toets vindt in ieder geval plaats bij de aanvraag of wijziging van een exploitatievergunning. Daarnaast kan de burgemeester dit op ieder moment doen dat hij dit nodig acht.
De burgemeester maakt bij de beoordeling van slecht levensgedrag gebruik van de volgende informatiebronnen:
-informatie van de politie;
-het Justitieel Documentatie Systeem;
-handhavingsgegevens en overige gegevens waarover de gemeente beschikt;
-informatie uit een Bibob-toets;
-informatie uit openbare bronnen;
-indien noodzakelijk kan de burgemeester via het RIEC informatie uitwisselen met de Nederlandse Arbeidsinspectie, belastingdienst, douane en de IND.
De volgende gedragingen kunnen in ieder geval worden betrokken bij de beoordeling van het levensgedrag:
-gedragingen die zijn verwoord in processen-verbaal of mutaties van de politie;
-gedragingen die zijn neergelegd in rapportages van toezichthouders;
-gedragingen die blijken uit strafrechtelijke procedures;
-strafrechtelijke veroordelingen, transacties en strafbeschikkingen;
-zaken waarin het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is verklaard;
-zaken die zijn geseponeerd;
-het structureel overtreden van wet- en regelgeving waarvoor bestuursrechtelijke maatregelen, zoals boetes of lasten onder dwangsom, kunnen worden opgelegd.
Beoordelingsperiode
Bij de beoordeling van slecht levensgedrag worden in principe alleen feiten die zich hebben voorgedaan in de periode van vijf jaar voorafgaand aan het besluit meegenomen in de beoordeling. Dit geldt niet voor informatie van de Belastingdienst en overige fiscale feiten. Daarbij wordt gekeken naar de aard en de omvang van de informatie en of sprake is van een patroon om te beoordelen of dit relevant is op de toets op levensgedrag. Voor de exploitatievergunning van een coffeeshop kan tot 10 jaar worden teruggekeken. Bij de berekening is de pleegdatum leidend. De periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of voorlopige hechtenis is ondergaan telt niet mee. De peildatum voor het vaststellen van de periode van vijf jaar betreft de datum van het primaire besluit.
Indien sprake is van een patroon kan de burgemeester bij zijn beoordeling wel feiten en omstandigheden meenemen van een periode langer dan vijf jaar geleden. Deze feiten en omstandigheden zijn echter niet meer voldoende om zelfstandig tot weigering dan wel intrekking te leiden.
Type feiten
Er is sprake van gedragingen die naar hun aard en ernst de vrees rechtvaardigen dat de aanwezigheid van de exploitant, leidinggevende of beheerder -als verantwoordelijke voor de exploitatie van het bedrijf of de activiteit- een bedreiging vormt voor de openbare orde, veiligheid of de kwaliteit van het woon- en leefklimaat in de buurt. Ook kan rekening worden gehouden met gedragingen die op zichzelf niet reeds als ernstig in vorenbedoelde zin worden beschouwd, maar die in samenhang met andere gedragingen een bepaald gedragspatroon opleveren dat voormelde vrees rechtvaardigt.
De omstandigheid of er een sanctie is opgelegd en de zwaarte van deze sanctie. Het is niet vereist dat er een sanctie is opgelegd om een feit mee te kunnen nemen in de beoordeling van het levensgedrag. Bij een sepot kan het feitencomplex informatie bevatten over de houding en het gedrag van de exploitant, de leidinggevende of beheerder die relevant is voor de toets op het levensgedrag. Het delict zelf zal niet worden meegenomen in de beoordeling, maar relevante informatie over houding en gedrag wel. Een dergelijk feitencomplex zal op zichzelf staand geen weigeringsgrond opleveren.
Voor horecabedrijven waar alcohol wordt geschonken worden alcoholgerelateerde feiten verzwaard mee.
Hardheidsclausule
Op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht beslist de burgemeester over maatwerk in gevallen waarin deze beleidsregels niet of onvoldoende voorzien en waarbij toepassing van het beleid leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
2.5.2 Inhoud en voorschriften vergunning
1De burgemeester kan aan de vergunning voorschriften verbinden.
2De burgemeester vermeldt in een vergunning:
a.De vergunninghouder;
b.Tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt;
c.De plaats waar de inrichting zich bevindt;
d.De voorschriften en/of beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden;
e.De burgemeester vermeldt in een aanhangsel bij de vergunning de leidinggevenden;
f.Dat de vergunning en het daarvan deel uitmakende aanhangsel, of afschriften daarvan in het horecabedrijf aanwezig zijn;
g.De horeca-exploitatievergunning is in de inrichting aanwezig en wordt op verzoek van of namens de burgemeester getoond;
h.De ondernemer en/of de leidinggevende draagt er zorg voor dat de bezoekers in en om het horecabedrijf geen hinder veroorzaken voor omwonenden, de openbare orde niet wordt verstoord, de veiligheid gewaarborgd blijft en het woon- en leefklimaat niet wordt aangetast door de wijze van exploitatie;
i.Personen die beveiligingswerkzaamheden verrichten (horecaportiers) voldoen aan de eisen gesteld bij of krachtens de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus;
j.De politie en andere handhavingsdiensten worden door of namens de horecaondernemer zo spoedig mogelijk en pro-actief benaderd ingeval er relevante veiligheidskwesties spelen;
k.In de inrichting wordt voor voldoende toezicht gezorgd.
Sluitingstijden
De sluitingstijden voor horecabedrijven en terrassen zijn in artikel 2:29 Apv geregeld. De burgemeester kan in de exploitatievergunning afwijken van de reguliere sluitingstijden en nadere regels stellen met betrekking tot de sluitingstijden.
AVV Terrassen
Een eventueel terras mag slechts geplaatst worden in overeenstemming met de AVV terrassen en het omgevingsplan.
Bijlage I Uitgangspunten onderzoek leefomgeving horecabedrijf
Er moet na het onderzoek bij vestiging van een horecabedrijf voldoende blijk gegeven worden van de belangen van omwonenden dat de leefomgeving (woonomgeving en het woongenot) niet onaanvaardbaar wordt aangetast. Dit belang moet worden afgewogen tegen het belang van de vergunninghouder om het horecabedrijf te exploiteren.
Indien er aanleiding bestaat om te verwachten dat de woon- en leefsituatie in de nabijheid van de horeca-onderneming op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door het exploiteren of de wijze van exploiteren van een horecabedrijf, dan wordt de vergunningaanvraag geweigerd. Het onderzoek naar de te verwachten gevolgen van het exploiteren van een horecabedrijf op de desbetreffende locatie wordt als volgt verricht.
Indicatoren:
De beoogde ligging:
-Is het horecabedrijf op de desbetreffende locatie passend binnen de bestemming die daaraan in het omgevingsplan is gegeven?
-Ligt het horecabedrijf in een kwetsbaar gebied? Het horecabedrijf wordt bijvoorbeeld omringd door woningen.
Parkeerdruk:
De parkeerbehoefte mag door vestiging van het horecabedrijf niet zodanig toenemen dat het woon- en leefklimaat onaanvaardbaar wordt aantast. Ook mag de openbare veiligheid ter plaatse niet in het gedrang komen als gevolg van het parkeergedrag van bezoekers aan het horecabedrijf. Dit geldt voor zowel fiets- als autoverkeer. Hiervoor wordt getoetst aan vigerend beleid.
Eerdere ervaringen:
-Eerdere ervaringen met de exploitatie van het horecabedrijf op de desbetreffende locatie en met de uitbater van het horecabedrijf, de vergunninghouder, zijn er meldingen die het gevolg zijn van de wijze van exploiteren? En beïnvloeden ze de leefomgeving?
-De openingstijden van het horecabedrijf: beperktere openingstijden dan die in vergunning van voorgangers zijn opgenomen? Openstelling op zondagen en maandagen? Sluitingsuur?
-Uitkomsten uit adviezen van ketenpartners
Milieu (geluid en vervuiling)
Geluid:
Eventuele geluidsoverlast vanuit de horeca-inrichting moet worden betrokken bij beoordeling of de woon- en leefsituatie nadelig wordt beïnvloed. Dat de horeca-inrichting aan het Activiteitenbesluit voldoet is onvoldoende om aan te nemen dat de leefomgeving door geluidsproductie van een horeca-inrichting niet nadelig wordt beïnvloed, dit is immers een andere beoordeling dan de beoordeling of aan de geluidsnormen wordt voldaan. Het geluid, ook voor zover dat valt binnen de door de milieuwetgeving gestelde normen, maakt deel uit van de uitstraling in totaliteit van de inrichting op de omgeving en is dus mede bepalend voor het woon- en leefklimaat in de directe omgeving. Bijvoorbeeld: borrelend publiek op het terras, vertrekkende auto’s van publiek.
Voor horecabedrijven in het centrumgebied van Beverwijk geldt over het algemeen het volgende. Als het omgevingsplan horeca op het desbetreffende perceel toestaat, dan is gelet hierop is een zekere mate van overlast ten gevolge van de op het perceel te vestigen bedrijven reeds bij de vaststelling van het omgevingsplan voorzien. Gelet op het karakter van de straat en wijk waarin het perceel ligt, omgeven door gevestigde horecagelegenheden en detailhandel, moet enige overlast moet worden geaccepteerd. Het is over het algemeen niet aannemelijk dat normale overlast de gebruikelijke overlast in een dergelijk centrumgebied overschrijdt of van dien aard is dat de woon- en leefsituatie in de omgeving op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
Een horeca-inrichting mag achtergrondmuziek produceren. Bij dit geluidsniveau worden de wettelijke geluidsnormen (meestal) niet overschreden.
Geluid op basis van het Activiteitenbesluit van de Wet milieubeheer
Wanneer een exploitant meer muziek wil produceren is hij of zij verplicht de akoestische situatie van zijn pand, in combinatie met de gewenste bedrijfsvoering, te laten onderzoeken en hiervan melding te doen bij de Omgevingdienst IJmond.
Geuroverlast en afval:
Voor de beoordeling van geuroverlast en het opslaan en aanbieden van bedrijfsafval vragen wij advies aan de Omgevingsdienst IJmond.
Bijlage II Handhavingsmatrix
A. Handhaving exploitatievergunning
1Exploitatie zonder geldige vergunning
Overtreding artikel 2:28 Apv
Exploiteren van een horecabedrijf mag alleen met een geldige exploitatievergunning, tenzij sprake is van een vrijstelling van de vergunningsplicht of een gedoogverklaring is afgegeven. Dat geldt bijvoorbeeld ook wanneer de exploitatievergunning is verlopen en nog geen nieuwe vergunning is (aangevraagd en/of) verleend.
De burgemeester maakt in dergelijke gevallen gebruik van zijn bevoegdheid om de horeca-inrichting te sluiten (in beginsel nadat een waarschuwing is gegeven), tenzij de horecaondernemer zelf de inrichting gesloten houdt.
Er is in ieder geval sprake van illegale exploitatie als:
a.wordt geëxploiteerd (bijvoorbeeld bij een overname van de inrichting) terwijl nog geen nieuwe vergunning(en) is (zijn) aangevraagd en verleend;
b.wordt geëxploiteerd terwijl de vergunning(en) is(zijn) ingetrokken of geweigerd;
c.wordt geëxploiteerd nadat de exploitatievergunning is vervallen;
d.vergunningen m.b.t. de inrichting/exploitatie niet op de juiste naam/persoon staan.
Constateringen
Sanctie
Toezichthouder(s)
1econstatering
Schriftelijke waarschuwing dat het horecabedrijf dicht moet en dat de exploitant een exploitatievergunning dient aan te vragen
Toezichthouders gemeente
Politie
2econstatering
Toepassing bestuursdwang
Toezichthouders gemeente
Politie
2Wijziging van de inrichting en/of leidinggevenden
Indien de inrichting van het horecabedrijf wijzigt of nieuwe leidinggevenden werkzaam zijn in het horecabedrijf dient de exploitant dit te melden. De exploitatievergunning en/of het aanhangsel moeten in dat geval gewijzigd worden. Als blijkt dat de inrichting of het aanhangsel niet overeenkomt met de feitelijke situatie, is sprake van een overtreding.
Constateringen
Sanctie
Toezichthouder(s)
1econstatering
Schriftelijke waarschuwing en dat de exploitant een exploitatievergunning dient aan te vragen.
Exploitant heeft hier 1 week de tijd voor.
Toezichthouders gemeente
Politie
2econstatering
Toepassing bestuursdwang met een begunstigingstermijn van 1 week
Toezichthouders gemeente
Politie
3Het niet naleven van de algemene voorschriften (bijlage II) van de exploitatievergunning
Constateringen
Sanctie
Toezichthouder(s)
1econstatering
Schriftelijke waarschuwing
Toezichthouders gemeente
Politie
2econstatering binnen één jaar na 1e overtreding
Last onder dwangsom
Toezichthouders gemeente
Politie
3econstatering binnen één jaar na 2e overtreding
Last onder hogere dwangsom
Toezichthouders gemeente
Politie
4econstatering binnen één jaar na 3e constatering
Sluiting voor max. 14 dagen
Toezichthouders gemeente
Politie
5econstatering binnen één jaar na de 4e constatering
Intrekking exploitatievergunning
Toezichthouders gemeente
Politie
4Overtreden openings- en/of sluitingstijden
Horecabedrijven zijn gebonden aan de in artikel 2.29 APV opgenomen dan wel op grond van artikel 2.30 APV toegestane openings- en sluitingstijden, de specifiek nader in de exploitatievergunning vermelde openings- en sluitingstijden van de betreffende inrichting.
Constateringen
Sanctie
Toezichthouder(s)
1econstatering
Schriftelijke waarschuwing
Toezichthouders gemeente
Politie
2econstatering binnen één jaar na 1e overtreding
Last onder dwangsom
Toezichthouders gemeente
Politie
3econstatering binnen één jaar na 2e overtreding
Sluiting voor twee dagen
Toezichthouders gemeente
Politie
4econstatering binnen één jaar na 3e constatering
Sluiting voor max. 7 dagen
Toezichthouders gemeente
Politie
5econstatering binnen één jaar na de 4e constatering
Intrekking exploitatievergunning
Toezichthouders gemeente
Politie
5Schijnbeheer
Er is sprake van schijnbeheer als blijkt dat niet de vergunninghouder feitelijk zeggenschap heeft over (en leiding geeft aan) het horecabedrijf, maar een persoon die niet als zodanig op de vergunning staat vermeld. Een reden kan bijvoorbeeld zijn dat een persoon vanwege zijn/haar strafrechtelijke verleden geen vergunning kan krijgen en daarom een ander de vergunning laat aanvragen.
Onder schijnbeheer worden die situaties verstaan waarbij de feitelijke eigenaar bewust op de achtergrond blijft en de feitelijke situatie niet overeen komt met het ‘papier’. Dit kan bijvoorbeeld zijn om een antecedentencheck te ontwijken. Op basis van het dossier zal de burgemeester beoordelen of voldoende aannemelijk is dat een schijnbeheerconstructie wordt gebruikt.
Constateringen
Sanctie
Toezichthouder(s)
1econstatering
Intrekking exploitatievergunning
Toezichthouders gemeente
Politie
6Slecht levensgedrag exploitant
Van een exploitant mag worden verwacht dat deze niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is. In hoofdstuk 2 is uitgelegd wanneer sprake is van slecht levensgedrag.
Constateringen
Sanctie
Toezichthouder(s)
1econstatering
Intrekking exploitatievergunning
Toezichthouders gemeente
Politie
7Slecht levensgedrag leidinggevende
Van een exploitant mag worden verwacht dat deze niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is. In hoofdstuk 2 is uitgelegd wanneer sprake is van slecht levensgedrag.
Constateringen
Sanctie
Toezichthouder(s)
1econstatering
Waarschuwing en verzoek wijzigen exploitatievergunning, verwijderen leidinggevende
Toezichthouders gemeente
Politie
2econstatering
Intrekken vergunning
Toezichthouders gemeente
Politie
B. Handhaving openbare orde
1Ernstige incidenten in, vanuit of in de directe omgeving van het horecabedrijf
Ernstige incidenten in, vanuit of in de directe omgeving van het horecabedrijf. Als ernstige geweldsincidenten worden in ieder geval beschouwd:
-(dreigen met) Schietincident;
-(dreigen met) Steekincident;
-aanwezigheid wapen;
-Verwijtbaar handelen exploitant en/of personeel;
-grootschalige vechtpartij waarbij meerdere bezoekers, personeelsleden van het horecabedrijf betrokken zijn
-vechtpartij waarbij meer dan één iemand ernstig gewond is geraakt dan wel dat er één of meer slachtoffers zijn gevallen
-ernstige incidenten waarbij grootschalige politie optreden is ingezet om ernstige openbare ordeverstoring te voorkomen/de-escaleren (zwaar)
Constateringen
Sanctie
Toezichthouder(s)
1econstatering
Bevel tot sluiting van het horecabedrijf voor de duur van max. 1 maand
Toezichthouders gemeente
Politie
2econstatering binnen twee jaar na 1e constatering
Bevel tot sluiting van het horecabedrijf
Toezichthouders gemeente
Politie
3econstatering binnen twee jaar na 2e constatering
Intrekking vergunning
Toezichthouders gemeente
Politie
2Geweld in, vanuit of in de directe omgeving van het horecabedrijf, voor zover geen sprake is van ernstige geweldsincidenten
Als geweldsincidenten worden in ieder geval, maar niet uitsluitend, gezien:
-Vechtpartijen en openlijke geweldpleging
-Discriminatie (zwaar)
-Zedendelicten;
-Mishandeling (ook bijvoorbeeld drogeren)
Constateringen
Sanctie
Toezichthouder(s)
1econstatering
Gesprek met exploitant en schriftelijke waarschuwing en opnieuw beoordelen voorschriften.
Toezichthouders gemeente
Politie
2econstatering binnen 1 jaar na 1e constatering
Sluiting en sluiting horecabedrijf voor max één week
Toezichthouders gemeente
Politie
3econstatering binnen twee jaar na 2e constatering
Vooraankondiging sluiting en sluiting horecabedrijf voor max 1 maand
Toezichthouders gemeente
Politie
4econstatering binnen twee jaar na 3e constatering
Sluiting horecabedrijf voor twaalf weken
Toezichthouders gemeente
Politie
5econstatering binnen twee jaar na 4e constatering
Intrekking vergunning
Toezichthouders gemeente
Politie
3Strafbare feiten vanuit het horecabedrijf
Zoals:
-Heling;
-Drugs of wapenhandel, aanwezigheid handelshoeveelheid drugs; (Damoclesbeleid is leidend, indien het Damoclesbeleid tekort schiet gelden de sancties uit het horecabeleid. Indien de drugs gelinkt kan worden aan de bezoekers geldt eveneens het horecabeleid. In beide gevallen geldt dat de constatering meetelt in de telling)
-Mensenhandel dan wel activiteiten die daaraan te linken zijn
-Prostitutie
(zwaar)
Constateringen
Sanctie
Toezichthouder(s)
1econstatering
Schriftelijke waarschuwing
Toezichthouders gemeente
Politie
2econstatering binnen 1 jaar na 1e constatering
Vooraankondiging sluiting en sluiting horecabedrijf voor één dag.
Toezichthouders gemeente
Politie
3econstatering binnen twee jaar na 2e constatering
Vooraankondiging sluiting en sluiting horecabedrijf voor twee dagen
Toezichthouders gemeente
Politie
4econstatering binnen twee jaar na 3e constatering
Sluiting horecabedrijf voor zeven dagen
Toezichthouders gemeente
Politie
5econstatering binnen twee jaar na 4e constatering
Intrekking vergunning
Toezichthouders gemeente
Politie
4Overlast (met uitzondering van geluidsoverlast), in, vanuit of in de directe omgeving van het horecabedrijf
Waar in ieder geval sprake is van ‘ objectieveerbare’ overlast en:
a.Er duidelijke effecten zijn op de woon- en leefomgeving; en
b.Er sprake is van aanhoudende overlast;
c.De overlast te herleiden is tot het horecabedrijf waarop de klachten betrekking hebben.
(licht)
Constateringen
Sanctie
Toezichthouder(s)
1econstatering
Schriftelijke waarschuwing
Toezichthouders gemeente
Politie
2econstatering binnen 1 jaar na 1e constatering
Vooraankondiging sluiting en sluiting horecabedrijf voor één dag.
Toezichthouders gemeente
Politie
3econstatering binnen twee jaar na 2e constatering
Vooraankondiging sluiting en sluiting horecabedrijf voor twee dagen
Toezichthouders gemeente
Politie
4econstatering binnen twee jaar na 3e constatering
Sluiting horecabedrijf voor zeven dagen
Toezichthouders gemeente
Politie
5econstatering binnen twee jaar na 4e constatering
Intrekking vergunning
Toezichthouders gemeente
Politie
Het aantal overtreding is cumulatief. Indien eerst een strafbaar feit wordt gepleegd in de horeca inrichting en binnen een jaar sprake is van een ernstig incident geldt dat als een tweede constatering.