Aanhef
Het college van B en W besluit:
1Het Uitvoeringsprogramma VTH 2026 vast te stellen.
2De raadsinformatiebrief ‘Uitvoeringsprogramma VTH 2026’ te versturen aan de gemeenteraad.
3 Wijze van programmeren
3.1 Ontwikkelingen
3.1.1 Omgevingswet
Na een lang voorbereidingstraject en veel uitstel, is de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking getreden. Hoewel het doel is om hiermee de dienstverlening op ruimtelijk gebied voor iedereen duidelijker en simpeler te maken is er nog een grote slag nodig om dit uiteindelijk te bereiken. De uitdaging blijft om de dienstverlening op hetzelfde niveau te houden. De extra benodigde formatie zetten we in waar deze het hardst nodig is. Ons doel in 2026 is om de basis op orde te houden zodat we onze inwoners zo goed mogelijk van dienst kunnen blijven zijn.
3.1.2 De wet kwaliteitsborging voor het bouwen
Tegelijkertijd met de Omgevingswet is de Wkb in werking getreden. Kortweg houdt dit in dat voor een groot aantal gebouwen en verbouwingen, zoals woningen en kleine bedrijfsgebouwen, door ons als gemeente geen technische bouwvergunningen meer verleend hoeven/kunnen worden.
Dit heeft twee gevolgen:
•Om te voorkomen dat er ongewenste ontwikkelingen plaatsvinden moeten we ons ruimtelijk deel (Omgevingsplan) heel goed op orde hebben en hierin indien nodig extra zaken regelen (zoals bouw- en sloopveiligheid). Hoewel de technische vergunningplicht vervalt, moeten wij in verreweg het merendeel van de gevallen wel een Omgevingsplanvergunning verlenen.
•Voor het technisch bouwdeel is de werklast verschoven van vergunningverlening naar toezicht en handhaving. Op de beleidsmatig vastgestelde prioriteiten moet toezicht blijven plaatsvinden om te voorkomen dat (veiligheids)risico's en/of onomkeerbare gevolgen kunnen ontstaan.
We hebben in bijlage 4 van het uitvoeringsprogramma 2024 ons Wkb beleid beschreven.
3.1.3 Nieuwe set kwaliteitscriteria 3.0
De gemeente Best heeft zich laten toetsen aan de landelijke kwaliteitscriteria 3.0 (KC 3.0), die vanaf 1 januari 2025 van kracht zijn voor de uitvoering van taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering binnen het omgevingsrecht. Deze toetsing is uitgevoerd door MasterMeester en richtte zich op drie hoofdonderdelen: de aanwezigheid van voldoende deskundige medewerkers (kritieke massa), de kwaliteit van de interne processen (procescriteria), en de competenties van medewerkers.
Uit het onderzoek blijkt dat de gemeente op het merendeel van de deskundigheidsgebieden voldoet aan de gestelde eisen. Toch zijn er twee taakgebieden waar de opleidingseisen nog niet volledig worden gehaald. Dit betreft de vergunningverlening en het toezicht op bouwen en ruimtelijke ordening. Hier is aanvullende scholing nodig om te voldoen aan de landelijke norm. Daarnaast is het van belang dat de gemeente jaarlijks bevestiging vraagt aan externe partners zoals de omgevingsdienst en de veiligheidsregio dat zij ook aan de kwaliteitscriteria voldoen.
Wat betreft de procesinrichting blijkt dat de gemeente op meerdere onderdelen nog niet voldoet aan de gestelde eisen. Vooral op het gebied van beleid, strategie, evaluatie en monitoring zijn verbeteringen nodig. Er ontbreekt een duidelijke systematiek voor het evalueren van de uitvoering en het bijstellen van beleid op basis van resultaten. Ook is de afstemming met externe handhavingspartners nog onvoldoende geborgd. De gemeente is voornemens hier stappen in te zetten, onder andere door het opzetten van een benchmark en het verbeteren van de monitoring via het VTH-systeem.
Op het gebied van competenties is vastgesteld dat de gemeente gemiddeld scoort, maar dat er op enkele onderdelen zoals integraal samenwerken en het nemen van verantwoordelijkheid nog ruimte is voor ontwikkeling. De competentieprofielen zijn wel bekend binnen de organisatie, maar worden nog niet structureel toegepast in de HR-cyclus.
Het rapport concludeert dat de gemeente Best op weg is om aan de KC 3.0 te voldoen, maar dat er op alle drie de onderdelen gerichte verbeteracties nodig zijn. Door te investeren in opleiding, procesoptimalisatie en competentieontwikkeling kan de gemeente haar VTH-taken verder professionaliseren en voldoen aan de landelijke kwaliteitsnormen. Deze inspanningen zijn essentieel om de kwaliteit van de leefomgeving en de veiligheid van inwoners te waarborgen.
In 2026 gaan we aan de slag met de verbeterpunten.
3.1.4 Geactualiseerde risicoanalyse
In de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025-2029 bevat de (strategische) doelen die de gemeente nastreeft en de prioriteiten die daarbij worden gesteld voor de komende vier jaar. Als onderdeel van de VTH-beleidscyclus wordt jaarlijks een uitvoeringsprogramma opgesteld. Hierin staan per jaar de concrete acties in het kader van de uitvoering van de VTH-taken. De programma’s worden met een evaluatieverslag elk jaar geëvalueerd. Eind 2025 hebben we de risicoanalyse geactualiseerd en bestuurlijk afgestemd. Dit heeft geleid tot een bestuurlijke her-prioritering. De methodiek en uitkomsten zijn terug te vinden in de bijlage. De prioriteiten zijn uitgewerkt in de taakbladen.
3.1.5 Wet goed verhuurderschap en Wet betaalbare huur
Vanaf 1 juli 2023 is de Wet goed verhuurderschap (Wgv) van kracht. Deze wet geeft duidelijkheid aan verhuurders en verhuurbemiddelaars en biedt huurders bescherming: wat mag en wat mag niet? Sinds de invoering van de wet heeft de gemeente bevoegdheden gekregen om verhuurders aan te spreken als zij zich niet houden aan de algemene regels zoals gesteld in deze wet. Ongewenst verhuurgedrag is bijvoorbeeld te hoge servicekosten vragen, intimidatie en discriminatie en een huurovereenkomst niet schriftelijk vastleggen. De gemeente heeft daarom een meldpunt waar belanghebbenden zich kunnen melden voor klachten over ongewenst verhuurgedrag. Daarbij heeft de gemeente de taak gekregen om te handhaven bij verhuurders die zich niet houden aan de normen voor goed verhuurderschap.
De Wbh is op 1 juli 2024 ingegaan. Het doel van deze wet is dat huurwoningen beter betaalbaar blijven. De verhoging van de liberalisatiegrens geeft huurders in het middensegment meer zekerheid en voorkomt dat woningen die qua kwaliteit thuishoren in het middensegment toch duur worden verhuurd. De Wet betaalbare huur vergroot de reikwijdte van de Wgv. Er zijn algemene regels opgesteld die toezien op de huurprijsbescherming. Het woningwaarderingsstelsel wordt daarmee dwingend. De Wbh regelt dat de gemeente vanaf 1 januari 2025 kunnen handhaven als verhuurders zich niet houden aan deze regels. Een huurder heeft vanaf die datum de mogelijkheid om een handhavingsverzoek in te dienen bij zijn gemeente. Bijvoorbeeld wanneer de huurder er met de verhuurder niet uitkomt of er redenen zijn om de Huurcommissie niet in te schakelen. Ook kan de gemeente zelf proactief optreden. Situaties waar het dan om gaat, zijn gericht toezicht in kwetsbare wijken of het ondersteunen van kwetsbare huurders die zich niet snel melden, zoals arbeidsmigranten. De gemeente kan handhavend optreden in samenloop met andere overtredingen van de Wgv.
3.1.6 Integraal Veiligheidsplan De Kempen 2023-2026 (IVP)
De rol van VTH (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) binnen het Integraal Veiligheidsplan (IVP) de Kempen 2023–2026 is verweven in meerdere onderdelen van het beleid.
Binnen het Integraal Veiligheidsplan (IVP) de Kempen 2023–2026 vervult de VTH-functie een essentiële rol in het realiseren van de strategische doelstellingen op het gebied van veiligheid en leefbaarheid. VTH is niet alleen uitvoerend van aard, maar vormt tevens een verbindende schakel tussen beleid, toezicht en handhaving. De inzet van VTH is verweven met meerdere prioriteiten binnen het IVP en draagt bij aan een integrale, informatiegestuurde en gebiedsgerichte aanpak.
1Zorg en Veiligheid
VTH levert een belangrijke bijdrage aan het vroegtijdig signaleren van problematiek op het snijvlak van zorg en veiligheid, zoals woonoverlast en overlast door personen met onbegrepen gedrag. Door meldingen en observaties vanuit toezicht te koppelen aan zorgstructuren, wordt een sluitende aanpak bevorderd. In de context van het IVP en de rol van VTH verwijst dit naar de manier waarop gemeenten samen met partners zoals GGZ, Veilig Thuis, het Zorg- en Veiligheidshuis, wijkteams en andere zorgaanbieders samenwerken om problematiek vroegtijdig te signaleren en aan te pakken.
2Jeugd
De inzet van VTH is van belang bij het signaleren en tegengaan van jeugdoverlast en crimineel gedrag onder jongeren. Handhavers fungeren als zichtbare en aanspreekbare functionarissen in de wijk en werken nauw samen met jongerenwerk, onderwijs en politie. VTH ondersteunt hiermee de preventieve en repressieve aanpak van jeugdproblematiek en draagt bij aan het vergroten van het veiligheidsgevoel in de leefomgeving.
3Gedigitaliseerde Criminaliteit
Hoewel de primaire verantwoordelijkheid voor digitale veiligheid binnen de gemeentelijke organisatie elders is belegd, speelt VTH een rol in het vergroten van de digitale weerbaarheid van inwoners en ondernemers. Via toezicht en publiekscontacten kan VTH bijdragen aan bewustwording, signalering en doorgeleiding van meldingen met een digitaal karakter.
4Maatschappelijke Onrust
VTH is een belangrijke actor in het signaleren van spanningen, polarisatie en radicalisering in de wijk. Door hun aanwezigheid in de openbare ruimte kunnen handhavers vroegtijdig signalen opvangen en deze delen met relevante partners. VTH ondersteunt hiermee de gemeentelijke rol in het voorkomen van maatschappelijke ontwrichting en draagt bij aan een weerbare samenleving.
5Ondermijning
De aanpak van ondermijning vraagt om een stevige inzet van VTH. Handhavers en toezichthouders zijn vaak de eerste die signalen van ondermijnende activiteiten opmerken, zoals misbruik van panden, vergunningen of openbare ruimte. VTH werkt nauw samen met het Kempen Interventie Team (KIT) en de programmaleider ondermijning en levert een bijdrage aan de versterking van de bestuurlijke en maatschappelijke weerbaarheid. KIT is het samenwerkingsverband tussen de acht Kempengemeenten, politie, ODZOB en VRBZO. Het team controleert locaties waarvan sterk het vermoeden bestaat dat er sprake is van misstanden of niet voldoen aan wet- en regelgeving. Het team kijkt onder andere naar brandveiligheid, illegale bewoning, vergunningen, inschrijving Basisregistratie Personen (BRP), mensenhandel, arbeidsuitbuiting, drugs, sociale zekerheidsfraude en andere overtredingen
6High Impact Crimes
VTH draagt bij aan de preventie van woninginbraken, overvallen en straatroven door zichtbare aanwezigheid en samenwerking met burgerinitiatieven zoals buurtpreventie. Daarnaast ondersteunt VTH de persoonsgerichte aanpak van veelplegers in samenwerking met politie en het Zorg- en Veiligheidshuis.
7Fysieke Veiligheid
Op het gebied van fysieke veiligheid is VTH betrokken bij toezicht op brandveiligheid, crisisbeheersing en rampenbestrijding. In samenwerking met de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost draagt VTH bij aan risicogericht toezicht, voorlichting en het vergroten van de zelfredzaamheid van inwoners en ondernemers.
3.1.7 Schaalsprong
De Brainportregio, waar we met onze gemeente ook in zitten, groeit harder dan verwacht. De groeiende industrie en het feit dat het in de regio fijn wonen, werken en leven is, zorgen voor een forse ruimtelijke schaalsprong van de Brainportregio. Brainport ontwikkelt zich sneller dan verwacht tot de krachtigste motor van de Nederlandse economie. Keerzijde is dat dit ook in Best leidt tot verstedelijking, toename van mobiliteit, extra druk op de woningmarkt, meer belasting van het volle energiesysteem en de uitdaging van een goede leefkwaliteit. Tegelijkertijd is het belangrijk om een nieuwe balans in het buitengebied te vinden en de kwaliteit daarvan te verbeteren. Beide ontwikkelingen moeten in samenhang bijdragen aan brede welvaart van de regio en haar inwoners. Het faciliteren en lokaal inbedden van de regionale schaalsprong en de transitie van het landelijk gebied vereisen investeringen, zowel in uitvoeringsprojecten als in ambtelijke capaciteit.
3.1.8 Fusie gemeente Best en gemeente Oirschot
De mogelijke fusie tussen de gemeenten Best en Oirschot is een belangrijk traject dat momenteel wordt onderzocht. Van de hele organisatie gaat dit capaciteit vergen. Van VTH wordt verwacht dat zij actief bijdragen aan het harmoniseren van beleid, processen en werkwijzen tussen Best en Oirschot in aanloop naar de fusie.
4 Personele capaciteit en financiële middelen
4.1 Beschikbare en benodigde personele capaciteit
4.1.1 Beschikbare capaciteit VTH
De werkzaamheden worden uitgevoerd door het team RO/ Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH). In 2025 is hiervoor de volgende formatie (incluis inhuur) beschikbaar:
Onderdeel
Functie
Beschikbare formatie (in Fte’s)
in dienst
inhuur
vacant
totaal
Vergunningen
Senior medewerker vergunningen
2,89
0,11
3
Medewerker vergunningen A
0,67
0,91
1,58
Medewerker vergunningen B
0,67
1,05
1,72
Ondersteunend medewerker vergunningen
0,53
0,53
Systeembeheerder
0,61
0,61
Regelanalist
0,83
0,17
1
Subtotaal
6,2
0
2,24
8,44
Toezicht
en handhaving
Senior medewerker handhaving
1
1
Jurist handhaving
1
0,89
0,94
2,83
Toezichthouder bouw en ruimte
1,5
0,1
0,4
2
Project assistent
0,78
0,78
Ondersteunend medewerker handhaving
1
1
Subtotaal
4,28
0,99
2,34
7,61
Overig
Boa
4
4
Subtotaal
4
Totaal
14,48
0,99
4,58
20,05
inhuur +vacant
5,57
Voor de uitvoering van alle werkzaamheden binnen VTH zijn 28.070 effectieve uren beschikbaar. Dit staat gelijk aan 20,05 Fte.
4.1.2 Benodigde personele capaciteit
Voor de uitvoering van voorgenomen VTH-taken zijn de volgende benodigde uren in kaart gebracht.
overzicht taakbladen
uren
fte
1
Informatievoorziening, vergunningen en meldingen Omgevingswet
6.273
4,48
2
Vergunningen en meldingen APV en Bijzondere wetten
1.846
1,32
3
Toezicht Omgevingswet
5.306
3,79
4
Toezicht en handhaving APV en Bijzondere wetten
5.487
3,92
5
Juridische bijdrage VTH
3.724
2,66
6
Projecten VTH
3.220
2,30
7
Algemene ondersteuning VTH
1.850
1,32
totaal benodigd
27.456
19,61
totaal beschikbaar (inclusief inhuur en vacant 5,57)
28.070
20,05
verschil beschikbaar en benodigd (in uren en fte)
614
0,44
Voldoende capaciteit in fte
0,44
Voor de uitvoering van alle werkzaamheden binnen VTH zijn effectieve 27.456 uur benodigd. Dit staat gelijk aan 19,61 fte.
4.1.3 Conclusie beschikbaar en benodigde capaciteit
Voor de uitvoering van alle werkzaamheden binnen VHT is er in principe voldoende capaciteit beschikbaar. De invulling hiervan is met tijdelijke inzet van inhuur deels vervuld en deels vacant. Het streven is om in 2026 de functies met vaste medewerkers in te vullen. Vanwege de krapte op de arbeidsmarkt blijft dit ook in 2026 een uitdaging. De formatie voor de uitvoering van de VTH-taken is op orde op papier, in de werkelijkheid is dat 4,58 fte openstaande vacatures zijn.
Bijlage 1 Uitkomsten risicoanalyse 2025
HANDLEIDING INVULLEN RISICOMATRIX Gemeente Best
Inleiding, doel en opbouw
Deze kwalitatieve risicomethode (deels gebaseerd op het DBC-risicomodel
1De afkorting staat voor ‘Damen BouwCentrum’, het bedrijf waar de ontwikkelaars van het model werkten bij het maken ervan. Damen BouwCentrum is inmiddels overgenomen. Het model is ontwikkeld voor het Ministerie van Justitie en is voor iedereen vrij beschikbaar.
) wordt gebruikt om voor de gemeente Best een integrale probleemgestuurde risicoanalyse uit te voeren, die uiteindelijk leidt tot een prioriteitstelling ten behoeve van het integraal programma uitvoering en handhaving.
Strategie opstellen betekent keuzes maken: nooit zal er voldoende capaciteit zijn om alle taken uitputtend uit te voeren. Het stellen van prioriteiten heeft dus als doel het bepalen van die problemen/overtredingssoorten die in potentie risicovol zijn en waar derhalve het meeste toezicht op moet worden gehouden vanuit de overheid. Een (door het bestuur vastgestelde) risicoanalyse levert inzicht in de benodigde menskracht en middelen, gebaseerd op de risico’s, op de specifieke lokale situatie en de ambities van het bestuur. Doel is via één uniforme werkwijze de uitvoering en handhaving (onder uitvoering valt ook ‘vergunningverlening’) te benaderen. Ook de wetgeving streeft naar meer uniformering. Zo wordt steeds meer lokale wetgeving landelijk geüniformeerd. De Omgevingswet voorziet op één aanpak voor uitvoering en handhaving.
Deze handleiding geeft uitleg over de werking en de resultaten van het gehanteerde probleemgestuurde, kwalitatieve risicomodel. Hierbij komen de volgende onderwerpen aan de orde:
-uitgangspunten van het risicomodel;
-vastleggen van definities risicoafweging;
-toepassen en invullen van de risicomatrix;
-voorbeeld ingevulde risicomatrix.
Uitgangspunten van het risicomodel
Bij gebruik van het risicomodel moeten soms keuzes worden gemaakt over hoe om te gaan met een aantal zaken. Deze keuzes worden in onderstaande tabel vastgelegd.
UITGANGSPUNTEN INVULLEN INTEGRALE RISICOMODEL
KEUZE
TOELICHTING
De risicomatrixen hebben betrekking op overtredingssoorten/problemen in de gemeente Best.
De risicomatrix heeft uitsluitend betrekking op de risicovolle overtredingen/problemen binnen het VTH werkveld die de gemeente Best uitvoert.
Er wordt gewerkt met overtredingssoorten per domein, deze staan opgesomd in de eerste kolom.
Deze probleemonderwerpen hebben zowel betrekking op Vergunningverleningstaken als Toezicht- en Handhavingstaken.
Er wordt op een beperkt aantal problemen/overtredingssoorten gescoord.
De lijst van problemen is niet limitatief en in samenspraak met de vakinhoudelijke experts van de gemeente Best opgesteld.
Er wordt gescoord op een zestal beoordelingsaspecten, deze staan opgesomd in de eerste rij.
Alle zes beoordelingsaspecten zijn gelijkwaardig, er wordt geen weging aangebracht in de verschillende beoordelingsaspecten.
De overtredingssoorten zijn gescoord op alle beoordelingsaspecten.
Indien een overtreding zich voordoet en de gezondheid of veiligheid is in het geding, wordt door gemeente Best hier direct op geacteerd.
Bij naleefgedrag wordt gescoord in hoeverre de regel (of regels) worden nageleefd.
De naleefscore beperkt zich op “de kans dat het probleem zich voordoet” of “de kans op het niet naleven van….”.
Als het naleefgedrag niet bekend is of er is een onvoldoende eenduidig beeld is, dan wordt het naleefgedrag op 3 (gemiddeld) gezet.
Het naleefgedrag is terughoudend ingevuld aangezien niet altijd (objectieve) informatie aanwezig is.
Vastleggen van definities risicoafweging
Voor uitvoering van de juiste risicoafweging moet een aantal variabelen worden gedefinieerd. Het gaat daarbij met name om de beoordelingscriteria, de scores 1 tot en met 5 die het risico per criterium aangeven en de risicoscore die de ranking van een probleem/overtredingssoort weergeeft. De definities hiervan zijn hieronder gegeven, waarbij deels is aangesloten bij de algemene definities zoals deze ten behoeve van de gebruikelijke risicomodellen zijn ontwikkeld.
De risicoafweging vindt plaats op basis van een zestal beoordelingsaspecten:
•Veiligheid
•Duurzaamheid
•Gezondheid
•Leefbaarheid
•Financieel economisch
•Bestuurlijk imago
Veiligheid
In hoeverre leidt een mogelijke calamiteit tot letsel. De te verwachten schade in de vorm van lichamelijk letsel als gevolg van een verstoring/calamiteit die volgt uit het niet of onvoldoende uitvoeren van een taak. Het gaat hier om direct lichamelijk letsel. Voorbeelden zijn: lichamelijk letsel (gewond raken), ademhalingsmoeilijkheden, vergiftiging, asbestbeschadiging, straling, rug/wervel beschadigingen ed.
De score ziet er als volgt uit:
1De verstoring/calamiteit leidt niet tot enig persoonlijk letsel.
2Pijn of gering letsel bij één of meerdere personen. Denk hierbij aan één of meerdere lichtgewonden.
3Zwaar letsel bij één of meerdere personen. Denk hierbij aan één of meerdere zwaargewonden.
4Eén of meerdere dodelijke slachtoffers. Zodra de inschatting is dat de verstoring/calamiteit dodelijke slachtoffers tot gevolg kan hebben moet minimaal een 4 worden aangehouden.
5Zwaar letsel bij meerdere personen en meerdere dodelijke slachtoffers over een groot gebied. Denk hierbij aan meerdere doden verspreid over een wijk of stad.
Duurzaamheid
In hoeverre tast het probleem het milieu/de natuur aan, welk effect heeft dit op de verstoring, verspilling van grondstoffen en energie alsmede de aantasting van de Groene Wetgeving.
De score ziet er als volgt uit:
1De verstoring/calamiteit leidt niet tot achteruitgang van het milieu/de natuur.
2De te verwachten afbreuk is gering. Hierbij valt te denken aan beperkte milieuschade als gevolg van (geringe) illegale stort, lozing of emissie van stoffen die slechts tijdelijk schade veroorzaken. Veelal betreft het kleine milieuovertredingen door particulieren of kleine bedrijven.
3Er is sprake van een duidelijke aantasting van het milieu/de natuur, doch deze is omkeerbaar en heeft geen effecten op de lange termijn.
4De te verwachten milieuaantasting is evident en heeft permanente gevolgen. Hierbij valt te denken aan illegale lozing, stort of emissie van sterk vervuilende/giftige stoffen.
5De te verwachten milieuaantasting is evident (onomkeerbaar) en heeft permanente gevolgen en leidt tot grote natuurrampen. Hierbij valt te denken aan illegale lozing, stort of emissie van sterk vervuilende/giftige stoffen in een kwetsbare omgeving (bijvoorbeeld beschermd natuurgebied).
Gezondheid
In hoeverre leidt een mogelijke calamiteit tot een afname van de gezondheid van de mens. De te verwachten schade aan de gezondheid als gevolg van bijvoorbeeld een afname van de luchtkwaliteit, waterkwaliteit, etc. Voorbeelden zijn toename fijnstof of andere luchtvervuiling, afname waterkwaliteit, etc. die de gezondheid van mensen nadelig beïnvloedt.
De score ziet er als volgt uit:
1De verstoring/calamiteit leidt niet tot mogelijke gezondheidsproblemen.
2Gezondheidsproblemen bij één of enkele personen (niet blijvend). Denk hierbij aan lokale vervuiling/overlast waardoor stank bestaat of die stress oplevert.
3Algehele (niet blijvende) gezondheidsproblemen. Denk hierbij aan ernstige lucht, water of andere vervuiling waardoor long- of oogirritaties ontstaan.
4Blijvende gezondheidsproblemen voor meerdere personen, bijvoorbeeld permanente aantasting van luchtwegen, blindheid, langdurige psychische problemen.
5Zware gezondheidsproblemen met de dood als gevolg, bijvoorbeeld langdurige blootstelling aan radioactieve straling of asbest.
Leefbaarheid
In hoeverre leidt een mogelijke calamiteit tot afbreuk van het omgevingsmilieu. De te verwachten afbreuk en schade aan de leefomgeving als gevolg van een verstoring/calamiteit die volgt uit het niet of onvoldoende uitvoeren van een taak door de overheid.
De score ziet er als volgt uit:
1Er is geen sprake van een negatief effect op het maatschappelijk welbevinden of het effect is verwaarloosbaar klein.
2De te verwachten afbreuk is minimaal/verwaarloosbaar. Hierbij valt te denken aan beperkte overlast in de vorm van stank, geluid of trillingen (zintuiglijke waarneming). De (beleving van) de veiligheid in de directe woonomgeving is niet in het geding.
3De te verwachten afbreuk heeft gevolgen die niet ernstig en/of van korte duur zullen zijn. Hierbij valt te denken aan een geringe afname van (het gevoel van) veiligheid of een tijdelijke ernstige overlast of een permanente overlast in de vorm van stank, geluid of hinder die de kwaliteit van het leven beïnvloeden .
4De te verwachten afbreuk heeft ernstige gevolgen die echter niet permanent zijn. Hierbij valt te denken aan een afname van (het gevoel van) veiligheid of een tijdelijke ernstige overlast in de vorm van stank, geluid of hinder die de kwaliteit van het leven sterk beïnvloeden.
5De te verwachten afbreuk is evident en heeft permanente grote gevolgen. Hierbij valt te denken aan een sterke afname van (het gevoel van) veiligheid in de directe omgeving en/of ernstige overlast in de vorm van stank, geluid of hinder die de kwaliteit van het leven erg sterk beïnvloeden, blijvende gezondheidsklachten veroorzaken, etc.
Financieel economisch
Wat is de financieel-economische schade voor de gemeente/provincie als gevolg van de calamiteit. Het gaat hier om schade die door de gemeente/provincie moet worden vergoed dan wel die ten laste komt van de gemeentelijke/provinciale economie. Voorbeelden zijn: Eventuele niet verzekerde kosten die door de gemeente/provincie worden gedragen (tijdelijke opvang, vergoedingen), verlies aan werkgelegenheid, economische achteruitgang, etc.
De score ziet er als volgt uit:
1Er is geen sprake van enige financieel - economische schade.
2De directe financieel - economische schade is gering en blijft beperkt tot geringe directe kosten (maximaal 10.000,- euro)
3De financieel - economische schade is aanzienlijk. Denk hierbij aan directe kosten tot maximaal 100.000,- euro en/of een geringe terugloop van economische bedrijvigheid.
4De financieel - economische schade is hoog. Denk hierbij aan directe kosten tot 1 miljoen en/of terugloop van economische bedrijvigheid.
5De financieel - economische schade is zeer hoog. Denk hierbij aan directe kosten van meer dan 1 miljoen en/of sterke terugloop van economische bedrijvigheid.
Bestuurlijk imago
Wat is de imagoschade van een eventuele calamiteit of het in stand houden van een illegale situatie. De te verwachten afbreuk en/of schade aan het imago, beeld, geloofwaardigheid en vertrouwen van de burger in het bestuurlijk apparaat en haar besluitvorming als gevolg van een verstoring/calamiteit die volgt uit het niet of onvoldoende uitvoeren van een taak. Voorbeelden: (al dan niet georganiseerde) protesten, mediacampagnes, open brieven e.d., met als gevolg gezichtsverlies, gevoel van zaakjes niet op orde, etc.
De score ziet er als volgt uit:
1Er is geen sprake van afbreuk aan het bestuurlijk imago.
2De te verwachten afbreuk is minimaal. Denk hierbij aan enkele brieven aan het bestuur, ingezonden brieven in de krant en/of een enkele klacht. Het algemene vertrouwen in het bestuur wordt niet geschaad. Het idee dat het bestuur haar zaken niet op orde heeft, is niet aan de orde.
3De te verwachten afbreuk heeft gevolgen die niet ernstig en/of van korte duur zijn. Denk hierbij aan een tijdelijke stroom klachten, georganiseerde buurtprotesten, enkele juridische procedures en een brede negatieve aandacht in de media. Algemeen ontstaat het beeld dat het bestuur niet alles op orde heeft.
4De te verwachten afbreuk is evident en heeft grote permanente gevolgen. Denk hierbij aan voortdurende klachten over het onderwerp, brede maatschappelijke protesten en onrust, georganiseerde mediacampagnes, zware juridische procedures (nalatigheid, etc) en algeheel gezichtsverlies van het bestuur. De positie van bestuurders is in het geding (moties van wantrouwen) en het bestuur wordt door de burgers als incompetent beschouwd.
5De afbreuk van het bestuurlijk imago is dermate groot dat de positie van het bestuur als geheel per direct onhoudbaar is.
Toepassen en invullen van de risicomatrix
Voor de toekenning van de scores van 1 tot 5 is het volgende risicoscore overzicht uitgewerkt:
De risico’s van de problemen/overtredingssoorten worden beoordeeld op een zestal beoordelingsaspecten. Per aspect wordt het eventuele negatieve effect uitgedrukt op een schaal van 1 (geen negatief effect) tot 5 (zeer sterk negatief effect). De eerder genoemde zes beoordelingsaspecten worden gebruikt:
o Veiligheid
o Duurzaamheid
o Gezondheid
o Leefbaarheid
o Financieel economisch
o Bestuurlijk imago
Daarnaast dient in eenzelfde riscomatrix de score ingevuld te worden voor het naleefgedrag. In het afwegingsmodel worden de risicoscores gecorrigeerd voor naleefgedrag. Dit risico model hanteert ook voor het naleefgedrag een 5-punts schaalverdeling:
De naleefscore beperkt zich op “de kans dat het probleem zich voordoet” of “de kans op het niet naleven van….”. Als het naleefgedrag niet bekend is of er is een onvoldoende eenduidig beeld is, dan wordt het naleefgedrag op 3 (gemiddeld) gezet. Dit is conform één van de uitgangspunten opgenomen in het eerder vermelde uitgangspuntentabel van deze handleiding.
Voorbeeld ingevulde risicomatrix
Hieronder staat een voorbeeld risicoanalyse met betrekking op het domein APV en Fysieke Leefomgeving. Het is een fictief voorbeeld, deze problemen en de toegekende scores zijn niet direct van toepassing op de situatie bij de gemeente Nuenen.
Beschrijving van de problemen
Domein APV en Fysieke leefomgeving
(o.a. overtreding-soorten)
Naleving
Kans dat het
Probleem zich voordoet
NALEEFNIVEAU
Veiligheid
Duurzaamheid
Gezondheid
Leefbaarheid
Financieel economisch
Bestuurlijk imago
Illegale afval dumping
4
2
2
3
4
4
3
Hondenpoep
2
1
1
2
3
1
2
Parkeerexcessen
4
3
1
2
3
2
1
Illegaal plaatsen reclameborden, terrasuitstalling
3
3
1
1
3
3
1
Toelichting op ingevulde tabel
Bovenstaande tabel is een gedeeltelijke uitwerking van de risicomatrix met betrekking tot domein APV en Fysieke leefomgeving. In de eerste kolom staat de uitgebreide omschrijving van de overtreding. In de tweede kolom volgt een beoordeling van het Naleefniveau (een goed naleefniveau kleurt groen met een onderliggende score van ‘1’, een zeer laag naleefniveau kleurt rood met een onderliggende score van ‘5’, zie voorbeeld het roodgekleurde vak). Vanaf kolom 3 (Veiligheid) tot en met 8 (Bestuurlijk imago) wordt het Negatief effect op de zes beoordelingscriteria toegekend. Als voorbeeld de middelste rij “hondenpoep” heeft 3 keer gescoord op 1. Dat wil zeggen dat er ‘een( zeer) klein/geen negatief effect’ is op de drie beoordelingsaspecten en het naleefgedrag is hoog.
Indien alle risicomatrix voor de betreffende taken zijn ingevuld volgt hieronder een voorbeeld hoe de totale risicoscore tot stand komt:
De resultaten van de risicoscores zijn gebaseerd op onderstaande schaalverdeling met betrekking tot de (minimale en maximale) totaaluitkomsten (is RISICO = Kans x Negatief Effect):
Bijlage 2 Doelen U&HS gemeente Best 2025-2029
Vergunningverlening
Doel
Wat gaan we doen om het doel te behalen?
1
Het geldende wettelijke kader en de UHS vormen de basis voor besluitvorming
Beschikkingen voldoen aan de wettelijke eisen en de diepgang van toetsing van aanvragen sluit aan bij de prioriteit
2
Werken naar de gedachte van de Omgevingswet
Initiatieven en aanvragen worden beoordeeld vanuit mogelijkheden en oplossingen, ‘ja, mits (…)’ in plaats van ‘nee, tenzij (…)’, naar de gedachte van de Omgevingswet
3
Verbetering participatie van de inwoners en bedrijven
We verbeteren de eigen verantwoordelijkheid en betrokkenheid
4
Optimaliseren samenwerkingsverbanden
Inhoudelijk wordt tussen/binnen domeinen én met externe partners afgestemd om integraliteit te waarborgen
5
Goede dienstverlening
Vragen van inwoners en bedrijven worden inhoudelijk adequaat beantwoord
6
Waarborgen zorgvuldigheid
We voldoen aan de wettelijke minimumeisen en algemene beginselen van behoorlijk bestuur
7
Toetsing aanvragen
We toetsen aanvragen aan het tijdelijk Omgevingsplan, de bruidsschat en de andere wettelijke en beleidsmatige kaders
8
Actueel beleid
We herzien verouderde beleidsregels
9
Bij evenementenvergunningen worden risico’s goed in kaart gebracht
Bij de aanvraag worden o.a. een beveiligings-, calamiteiten en veiligheidsplan vereist
10
Efficiënt en servicegericht werken
We behandelen ingekomen aanvragen en meldingen tijdig en tegen zo laag mogelijke kosten
12
Digitale monitoring
Monitoring van doelstellingen gebeurt middels rapportages uit Rx.Mission
Prestatie-indicatoren Vergunningverlening
Onderdeel
Prestatie indicator
Minimaal aantal omgevingsvergunningen verleend binnen de wettelijke termijn (omgevingsrecht)
100%
Minimaal aantal omgevingsvergunningen verleend binnen de wettelijke termijn (APV en Alcoholwet)
95%
Er wordt nagegaan of een aanvraag voor een OPA3 betrekking heeft op een monument
100%
Een aanvrager wordt binnen drie werkdagen op de hoogte gesteld van de ontvangst van de aanvraag
95%
Bij de aanvragen voor een BOPA4 wordt vooroverleg gevoerd en/of eerst een conceptaanvraag ingediend
80%
Bij een ingediende bouwmelding wordt direct geconstateerd of ook een (B)OPA nodig is
75%
Maximaal aantal bezwaarschriften gegrond verklaard (omgevingsrecht)
10%
Maximaal aantal bezwaarschriften gegrond verklaard (APV en Alcoholwet)
10%
Maximaal percentage dossiers waarin een dwangsom is betaald wegens niet tijdig beslissen op een verzoek om handhaving
0%
Toezicht en handhaving
Doel
Wat gaan we doen om het doel te behalen?
1
Het UHS vormt de basis voor toezicht en handhaving
Toezicht en handhaving wordt uitgevoerd naar gelang de gestelde prioriteiten
2
Integraal samenwerken
Tijdig betrekken interne en externe partners
3
Toezicht en handhaving is geen doel op zich, maar een middel
Handhaven aan de hand van prioriteiten en effect op de maatschappij
4
Gericht op preventie
Zoeken naar oplossingen, waar mogelijk legalisering
5
In- en uitschrijving herstelsancties Kadaster
Conform de WKpb
6
Zorgvuldige en kenbare belangenafweging
Op basis van inspraak, publicatie en vermelding van rechtsmiddelen
7
Voorkomen van herhaling
Consequent en methodisch handhaven
8
Toezicht en handhaving wordt op professionele wijze uitgeoefend
We voldoen aan de wettelijke minimumeisen en algemene beginselen van behoorlijk bestuur
9
Risicogericht en informatie gestuurd werken
Beschikbare capaciteit inzetten waar het risico op niet-naleving het hoogst is
10
Optimaliseren samenwerkingsverbanden
Inhoudelijk wordt tussen/binnen domeinen én met externe partners afgestemd om integraliteit te waarborgen
11
Open, eenduidige en voortvarende werkwijze
Met gepaste (mix van) interventie(s) een blijvende gedragsverandering realiseren
12
Digitale monitoring
Monitoring van doelstellingen gebeurt middels rapportages uit Rx.Mission
Prestatie-indicatoren Toezicht en Handhaving
Om te monitoren of de doelstellingen behaald worden, zijn de volgende prestatie-indicatoren opgesteld:
Onderdeel
Prestatie indicator
Bij ontvangst van een klacht, melding of informatieverzoek wordt uiterlijk binnen één werkweek contact opgenomen met de melder/verzoeker;
100%
Organiseren en bijwonen van integraal handhavingsoverleg waar toezichthouders, juridisch en BOA’s bij aanwezig zijn, minimaal vier keer per jaar
100%
Na constatering van een onveilige situatie (hoog risico bouw/brandveiligheid/ondermijning/Damocles) wordt deze binnen één week opgepakt
100%
Overige constateringen worden binnen vier weken opgepakt
100%
Brandonveilige woonsituaties worden binnen drie maanden na constatering opgelost
100%
Na ontvangst van een klacht/ melding/ verzoek om handhaving wordt uiterlijk binnen één werkweek contact opgenomen met melder/verzoeker5
100%
In het buitengebied vinden minimaal zes controles per maand plaats op de regels uit het tijdelijke omgevingsplan en bestaande bouw
100%
Geconstateerde bouwovertredingen n.a.v. een verleende vergunningen worden tijdens de bouw opgelost
75%
De overige geconstateerde bouwovertredingen zijn opgelost binnen twee maanden na constatering
90%
Maximaal aantal bezwaarschriften gegrond verklaard (omgevingsrecht)
15%
Maximaal aantal bezwaarschriften gegrond verklaard (APV en Alcoholwet)
15%
Maximaal percentage dossiers waarin een ingebrekestelling is gestuurd wegens niet-tijdig beslissen op een verzoek om handhaving
2%
Maximaal percentage dossiers waarin een dwangsom is betaald wegens niet tijdig beslissen op een verzoek om handhaving;
0%
Bijlage 3 Jaarverslag Commissie Ruimtelijke Kwaliteit
Wordt zodra vastgesteld, later toegevoegd.
Bijlage 4 Uitvoeringsprogramma 2026 ODZOB
WERKPROGRAMMA BEST 2026
Uitvoering in Ontwikkeling
Inleiding
Doel
Voor u ligt het document “ODZOB werkprogramma gemeenten 2026” (hierna: werkprogramma). Dit werkprogramma heeft als doel een zo goed mogelijk beeld te geven van de taken die door de gemeente voor 2026 aan de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) worden opgedragen.
Afbakening
Het werkprogramma geldt voor geheel 2026 en betreft de basis- en verzoektaken voor vergunningen, toezicht en handhaving (VTH) en de overige verzoektaken. De ODZOB is verantwoordelijk voor het operationele deel, terwijl de gemeenten verantwoordelijk blijven voor het strategische deel in de beleidscyclus. De ODZOB en de gemeenten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het verbinden van de twee delen.
Uitgangspunten
Iedere deelnemer is zelf verantwoordelijk voor het onderbrengen van het basistakenpakket bij de ODZOB. Bij het uitvoeren van dit werkprogramma houdt de ODZOB zich aan de Dienstverleningsovereenkomst (DVO), regionaal uitvoeringsbeleid en de financiële kaders van dit werkprogramma.
Het werkprogramma bestaat uit taken die onderdeel uitmaken van het primaire proces (productief en declarabel) en daaraan gerelateerde werkzaamheden (indirect productief en declarabel).
Het GPO-lid van de gemeente is het eerste aanspreekpunt voor de ODZOB. Omgekeerd vormen de accountmanagers van de ODZOB het eerste aanspreekpunt voor de gemeente.
In bijlage 3 is een tabel toegevoegd waarin alle basis- en verzoektaken zijn opgenomen. Per deelnemer is aangegeven of wij de taak uitvoeren en of wij daarvoor mandaat (m) hebben om besluiten te nemen, of wij machtiging (mch) hebben om handelingen te verrichten niet zijnde het nemen van een besluit of dat wij enkel advies (a) verstrekken.
Voorbereiding, vaststelling, coördinatie uitvoering en monitoring
Onderdeel van de voorbereiding van het werkprogramma is de GPO-special van 15 mei 2025. Tijdens deze special is een doorkijkje gegeven naar het werkprogramma voor 2026 en nieuwe ontwikkelingen binnen de thema’s van de ODZOB.
De in bijlage 4 opgenomen definitieve budgetten zijn in samenwerking met de betreffende gemeente bepaald. Het werkprogramma wordt door alle gemeenten individueel vastgesteld. De ODZOB coördineert de uitvoering van het werkprogramma. Periodiek rapporteert ODZOB over de (financiële) uitvoering van het werkprogramma en stemt dit af met de deelnemer.
Financieel kader (in uren)
Dit werkprogramma is opgesplitst in de volgende hoofdstukken:
•Vergunningverlening (basis- en VTH-verzoektaken);
•Toezicht en handhaving (basis- en VTH-verzoektaken);
•Advies (verzoektaken);
•Informatieanalyse, -verstrekking en gegevensbeheer (basis- en verzoektaken).
Kwaliteit
Het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) speelt een belangrijke rol in het beschermen van de leefomgeving. Om dit effectief te doen, is het belangrijk dat de kwaliteit van uitvoering en handhaving goed geborgd is. Met de komst van de Kwaliteitscriteria 3.0 voor vergunningverlening, toezicht en handhaving, die sinds 1 januari 2025 van kracht is, wordt verdere uniformiteit en kwaliteit in de uitvoering van de Omgevingswet nagestreefd.
Om uitvoering te geven aan het werkprogramma zijn of worden werkafspraken opgesteld voor een aantal processen, thema’s en onderwerpen. De ODZOB houdt bij de uitvoering van dit werkprogramma rekening met deze afspraken. Deze werkafspraken zijn dynamisch van aard. Dat betekent dat het werkafspraken document gaandeweg het uitvoeringsjaar kan worden uitgebreid en bijgesteld. De ODZOB werkt op deze manier continu aan verbetering van haar processen en de kwaliteit van de producten.
Wat willen we bereiken?
De ODZOB draagt op verschillende manieren bij aan een gezondere en veiligere leefomgeving in de regio. Via vergunningverlening beoordeelt en verleent de ODZOB vergunningen en meldingen voor milieubelastende activiteiten, waarbij ze toetst of bedrijven en projecten voldoen aan de wetgeving en milieunormen. Daarnaast is de ODZOB verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van milieuwetgeving, wat helpt om de milieukwaliteit te waarborgen. Ook biedt de ODZOB specialistisch advies op onder meer het gebied van geur, licht, lucht, geluid, veiligheid, klimaat en bodemkwaliteit. Dit draagt bij aan een weloverwogen beleidsvorming en projectontwikkeling. Het voorgaande is uitgewerkt in de onderstaande uitvoeringskaders.
Regionaal operationeel kader vergunningverlening, toezicht en handhaving (ROK-VTH)
Op 3 juli 2024 heeft het algemeen bestuur van de ODZOB ingestemd met het Regionaal Operationeel Kader 2025-2028 voor de milieutaken vergunningverlening, toezicht en handhaving (ROK-VTH). Het ROK-VTH stelt de ODZOB beter in staat op een effectieve, efficiënte en innovatieve manier uitvoering te geven aan vergunningverlening, toezicht en handhaving met als resultaat een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving.
Artikel 13.5 van het Omgevingsbesluit (Ob) stelt dat bestuursorganen die deelnemen in een omgevingsdienst gezamenlijk een uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie vaststellen voor de werkzaamheden die ingevolge artikel 13.12 door de omgevingsdienst worden verricht. Daarin moet gemotiveerd worden aangegeven welke doelen worden gesteld voor de uitvoering en handhaving en welke werkzaamheden daartoe worden uitgevoerd. Met het ROK-VTH wordt invulling gegeven aan dit artikel.
In het ROK-VTH zijn doelstellingen opgenomen voor onderstaande thema’s met een aanpak op vergunningverlening en toezicht & handhaving inclusief indicatoren ten behoeve van de monitoring.
Veiligheid:
•Omgevingsveiligheid
•Ondermijning en milieucriminaliteit
Gezondheid
•Luchtkwaliteit: fijnstof en stikstof (NOx)
•Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)
Duurzaamheid
•Energiebesparing
•Circulaire economie
Leefbaarheid
•Geluid- en geurhinder
Basis op orde
•Actueel bedrijvenbestand
Regionaal Uitvoeringsbeleid Asbest
Het beoordelen van sloopmeldingen (met asbestinventarisatierapport) en asbesttoezicht wordt vanaf 1 januari 2024 uitgevoerd conform het Regionaal Uitvoeringsbeleid Asbest dat is vastgesteld in het AB van 30 november 2023. In dit beleid is de wettelijke verankering opgenomen en vastgesteld dat de werkwijze risicogericht en informatie gestuurd wordt uitgevoerd.
Beleid Uitvoering Bodemtaken onder de Omgevingswet
De bodemtaken worden vanaf 1 januari 2024 uitgevoerd volgens het Regionaal Beleid Uitvoering bodemtaken welke is vastgesteld in het AB van 30 november 2023. Het uitvoeringskader richt zich op vergunningverlening en het toezicht op de milieubelastende activiteiten graven en saneren en op het toepassen van bouwstoffen, grond of baggerspecie. Deze werkzaamheden dragen bij aan de bescherming van de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem.
Hoe gaan we dat doen bij vergunningverlening?
Industrie en agrarisch
Het behandelen van vergunningaanvragen en afhandelen van meldingen is een wettelijke taak met beperkte vrijheden. Alle relevante inhoudelijke milieuaspecten van de activiteiten worden bij de behandeling van een aanvraag betrokken om zo de leefomgeving te beschermen. Ook de behandeltermijn, resultaat en wijze van communiceren met de initiatiefnemer en omwonenden zijn aan regels gebonden.
We bevinden ons in een periode van omvangrijke ontwikkelingen en politieke keuzes met invloed op vergunningverlening. De ODZOB werkt intensief samen met zijn deelnemers aan deze ontwikkelingen, zoals de transitie van de veehouderij en de doorontwikkeling van de VTH-taken van de ODZOB.
In 2025 is gestart met het intrekkingsbeleid voor gemeenten. In 2026 gaan we hier verder mee en vindt verdere uitwerking plaats in concrete werkafspraken. Dit doen we in samenspraak met de gemeenten.
In het kader van vergunningverlening is de problematiek die speelt rondom stikstof in relatie tot de agrarische vergunningverlening een factor die van belang is. Door fungerende wet- en regelgeving liggen veel aanvragen stil. Het blijft momenteel “koffiedik kijken” wat de ontwikkelingen in deze gaan worden. Om in control te blijven hebben we een taskforce georganiseerd die alle knelpunten gestructureerd en integraal in beeld brengen en oppakken. We stemmen hierbij periodiek af met de deelnemers.
De problematiek rondom stikstof en verduurzaming van de landbouw speelt in deze regio een grote rol en heeft direct invloed op de behandeling van vergunningaanvragen. Daarnaast speelt de Omgevingswet een rol bij de invulling van het onderwerp gezondheid bij vergunningverlening. De beleidsonderwerpen ZZS, Schone Lucht Akkoord, circulaire economie en energie werken de komende jaren door in de vergunningverlening en afhandeling van meldingen.
De komende vier jaar hanteren we de volgende uitgangspunten met betrekking tot milieu:
1We zorgen voor focus op milieurisico’s, die ertoe doen;
2We zorgen voor actuele vergunningen, waar nodig;
3We borgen integrale afstemming tussen vergunningverlening, toezicht en handhaving;
4We borgen integrale afstemming met regionale bevoegde gezagen en partners.
Omdat we te maken hebben met een uitdagende arbeidsmarkt binnen vergunningverlening, wordt onderzocht of, en zo ja onder welke voorwaarden, meldingen meer administratief kunnen worden uitgevoerd waarbij we vergunningverleners de spaarzame capaciteit effectiever kunnen inzetten.
De werkzaamheden voor vergunningverlening voor milieubelastende activiteiten, onder het regime van de Omgevingswet, omvatten:
•Conform overgangsrecht behandelen aanvragen omgevingsvergunning Wabo milieu;
•Op basis van het uitvoeringsprogramma behandelen van aanvragen, ambtshalve wijzigingen en ambtshalve revisie omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten, bouwactiviteiten en omgevingsplanactiviteiten. Hierbij is inbegrepen het voeren van vooroverleg (afstemming met gemeente, verstrekking informatie over overige vergunningplichten, participatie), advisering, en de behandeling van zienswijzen, bezwaar en beroep;
•In voorkomende gevallen worden in afstemming met bevoegd gezag ook casemanagementtaken uitgevoerd;
•Behandelen meldingen (o.a. OB/Bal, Bkl en Bbl);
•Opstellen van maatwerkvergunningvoorschriften (Bal, Bkl en Bbl);
•Overige adviezen m.b.t. milieubelastende activiteiten (b.v. beoordelen aanmeldnotitie, beoordelen MER voorafgaande aan vergunningprocedure, toetsen rapportage PRTR).
Bodem
Het toepassen van bouwstoffen, grond of baggerspecie wordt als een milieubelastende activiteit gezien onder de Omgevingswet. Deze basistaak, het beoordelen van meldingen en het toezicht erop, worden al jarenlang uitgevoerd door de ODZOB (voormalig besluit Bodemkwaliteit).
Met de verschuiving van de bodemtaken van de provincie naar de gemeente is sinds 1 januari 2024 de taak voor gemeenten uitgebreid met de vergunningverlening (en toezicht) op milieubelastende activiteiten graven en saneren van de bodem. De werkzaamheden bestaan met name uit het beoordelen van meldingen. Het beoordelen van de meldingen valt onder de basistaak. Indien maatwerkvoorschriften opgesteld dienen te worden (op verzoek van de initiatiefnemer of beargumenteerd door een gemeente) zal overgestapt worden naar het vergunningentraject. Bij de invoering van de Omgevingswet zijn er nog verontreinigingen die vallen onder het overgangsrecht. Deze zullen conform de oude procedure worden behandeld.
Bij de ingang van de Omgevingswet zijn ook (ondiepe) onttrekkingen voor wat betreft grondwaterkwaliteit als bodemtaak toegevoegd. Waterschappen krijgen de meldingen binnen en beoordelen op kwantiteit. Gemeenten zijn bevoegd op de waterkwaliteit van het onttrokken water. De onttrokken hoeveelheid water wordt veelal op het gemeentelijk riool geloosd waardoor de gemeentelijke rioolbeheerder ook betrokken wordt in het beoordelingsproces. Het beoordelingsproces verloopt nog niet naar wens van alle bevoegde partners en zal gedurende 2026 worden bijgesteld. De kwaliteitsbeoordelingen worden door team bodem namens de gemeenten uitgevoerd.
Mobiel breken
Het plaatsen en gebruiken van een mobiele puinbreker is opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het beoordelen van meldingen voor het mobiel breken van bouw- en sloopafval is een verzoektaak. Deze activiteit is geregeld in afdeling 7.2 van het Bbl en wordt volgens een risicogerichte werkwijze uitgevoerd, zoals opgenomen in het evaluatierapport mobiele puinbrekers van april 2022.
Gesloten Bodem Energie Systeem (GBES)
We voeren werkzaamheden uit met betrekking tot het beoordelen van meldingen van lozingen die vielen onder het voormalige Besluit lozen buiten inrichtingen (thans Omgevingswet) en meldingen gesloten bodemenergiesystemen.
Gesloten bodemenergiesystemen (GBES-en) zijn sinds de komst van de Omgevingswet een milieubelastende activiteit onder de bevoegdheid van de gemeenten. Dit betreft een basistaak voor de ODZOB.
Er komen steeds meer GBES-en bij en dat vraagt om een zorgvuldige afweging. Reden hiervoor is dat systemen steeds dichter bij elkaar komen te liggen en elkaar, open bodemenergiesystemen of andere belangen kunnen beïnvloeden (interferentie en/of minder koude of warmte opbrengst kan dan optreden); Doordat er nog steeds meer systemen bijkomen is het van belang om de meldingen goed te beoordelen. Dit vraagt meer zorgvuldigheid van de melders, maar ook alertheid bij de beoordeling en bij de toezichthouders.
Asbest
Het beoordelen van sloopmeldingen met asbestinventarisatierapport en asbesttoezicht wordt uitgevoerd conform het Regionaal Uitvoeringsbeleid Asbest dat is vastgesteld in het AB d.d. 30 november 2023. In dit beleid is de wettelijke verankering opgenomen en vastgesteld dat de werkwijze risicogericht en informatie gestuurd wordt uitgevoerd. Om invulling aan dit beleid te geven is een generiek werkproces ontwikkeld dat we hanteren en dat met alle deelnemers gedeeld is. Dit werkproces stelt ons in staat de doelstellingen van risicogericht en informatie gestuurd werken te realiseren en levert ons allen een efficiencyvoordeel op. Dit betekent wel dat individueel maatwerk voor een gemeente ten aanzien van het proces asbest niet tot de mogelijkheden behoort. Eind 2025 is gestart met de evaluatie van de uitvoering asbest toezicht. In februari 2026 wordt de evaluatie aan het AB voorgelegd
Juridische ondersteuning vergunningverlening
Onder juridische ondersteuning worden onderstaande taken verstaan:
•Bezwaar en (hoger) beroep behandelen alsmede verzoeken om voorlopige voorziening i.h.k.v. vergunningprocedures;
•Algemene juridische ondersteuning bij vergunningprocedures.
Het gaat veelal om werkzaamheden die tot een zelfstandig product leiden. Het gaat om zowel basis- als verzoektaken. Deze werkzaamheden zijn vaak moeilijk vooraf te ramen.
Hoe gaan we dat doen bij toezicht en handhaving?
Industrie en agrarisch
Voor de uitvoering van toezicht en handhaving bij industriële en agrarische bedrijven werken we volgens de ROK-systematiek. Het ROK-VTH vormt voor de ODZOB het kader waarbinnen we onze werkzaamheden de komende 4 jaar gaan uitvoeren. In het ROK-VTH zijn zowel inhoudelijke doelstellingen als ambities en randvoorwaarden voor continue kwaliteitsontwikkeling (ontwikkelopgaven) opgenomen. In lijn daarmee is, in de vorm van een doelenboom, met onze deelnemende gemeenten de Leidraad ROK VTH 2025-2028 opgesteld. In deze leidraad is meer duiding gegeven aan de bestuurlijke ambities en doelstellingen binnen het VTH-domein. De doelenboom is opgenomen in bijlage 1.
Om grip te krijgen en te houden op de uitvoering van alle activiteiten onder het ROK-VTH en zeker ook gezien de omvang van het programma is een implementatieplan gemaakt. Dit gebruiken we om zowel de onderliggende ontwikkelopgaven als ook acties/projecten voor de inhoudelijke doelstellingen te plannen over een periode van 4 jaar (2025-2028). Dit implementatieplan is in het voorjaar 2025 met de deelnemers gedeeld. In bijlage 2 wordt verder ingegaan op dit implementatieplan (A) en het jaarprogramma 2026 (B).
Voor de gehele periode 2025-2028 hanteren we de indeling in vijf blokken. Deze zijn hieronder schematisch weergegeven.
Signalen, klachten en meldingen
Een deel van het toezicht, zowel agrarisch als industrieel, is niet planbaar. Blok 1 bevat toezicht naar aanleiding van klachten, ongewone voorvallen en signalen (intern, van gemeente, waterschap, etc.). Het betreffen o.a. meldingen over inrichtingen, zoals geluids- of geuroverlast, maar ook meldingen over niet inrichtingen (drugsafvaldumpingen, asbestbranden e.d.). Daarnaast doen zich gedurende het jaar omstandigheden voor waardoor het noodzakelijk of gewenst is toezicht of andere taken uit te voeren bij een inrichting die niet voorzien waren in dit programma. Op basis van signalen kunnen bedrijven worden aangedragen voor een controle. Deze controles kunnen op initiatief van zowel de deelnemer als de ODZOB zijn.
Voor klachten merken we nog op dat hierop een analyse plaatsvindt om op basis van patronen informatie te krijgen over specifieke bedrijven, activiteiten, bedrijfstypen of gebieden. De resultaten hiervan kunnen aanleiding geven voor signaaltoezicht, programmatisch toezicht of geluidmetingen.
Projectmatige aanpak en programmatisch toezicht
Programmatisch toezicht is het vooraf planbare toezicht in de blokken 2 en 3. In blok 2 is dat thematisch toezicht, gemotiveerd vanuit bestuurlijk benoemde thema’s zoals veiligheid, gezondheid, de energietransitie en emissies. In blok 3 betreft het branchetoezicht, waarvoor in de aanloop van het ROK een prioritering is gemaakt die als basis dient.
Industriële bedrijven
Voor industrieel toezicht wordt een deel van de projecten zoals genoemd in bijlage 2 onder de blokken 2 en 3 van het ROK uitgevoerd. Door de deelnemers is aangegeven dat het op orde krijgen en houden van het bedrijvenbestand en in beeld brengen van de risico’s van ZZS (zeer zorgwekkende stoffen) prioriteit moet krijgen.
Veehouderijen
Sinds 2022 wordt middels risicoprioritering bepaald bij welke veehouderijen toezicht wordt gehouden. De belangrijkste milieurisico’s verbonden aan het houden van vee, de regionale en lokale bestuurlijke prioriteiten en doelen en het naleefgedrag worden bij deze prioritering betrokken en vervolgens vertaald naar risico indicatoren. Bestuurlijke aandacht voor een locatie maakt eveneens onderdeel uit van de risico indicatoren, waardoor inzet bij bestuurlijke dossiers geborgd is.
Duurzaamheid
De ODZOB voert als basistaak de energiecontroles uit bij alle gemeenten in de regio. Deze energiecontroles worden tot en met 2026 gefinancierd vanuit de Speciale Uitkering Toezicht en Handhaving Energie (SPUK-THE). Een voorwaarde van deze SPUK-THE financiering is dat de ODZOB namens de gemeenten ook het al bestaande toezicht gericht op energiebesparing blijft uitvoeren. Dit is het jaarlijkse brancheproject Energiebesparing dat wordt opgepakt van het ROK. Momenteel wordt ongeveer 10% van het energietoezicht bekostigd vanuit het ROK. De overige 90% wordt gefinancierd vanuit de SPUK-THE. Het is nog onzeker of en in welke vorm de speciale uitkering een vervolg krijgt na 2026.
Het toezicht op de Werkgebonden Personen Mobiliteit (WPM) is een basistaak. Dit betreft regelgeving gericht op CO2 reductie van woon-werkverkeer en zakelijk verkeer van werknemers van bedrijven met tenminste 100 werknemers. Er is voor 2026 gekozen om de uitvoering van dit toezicht via de prioritering van het ROK op te pakken.
In 2025 is de conceptregeling voor de implementatie van de Europese Richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD IV) gepubliceerd. Vanuit de collectieve taken wordt nagegaan in hoeverre de richtlijn doorwerking zal krijgen in het milieutoezicht vanaf 2026.
Gerelateerde werkzaamheden
Om het toezicht uit te kunnen voeren worden er door de ODZOB projectplannen opgesteld. Deze projecten worden vervolgens opgenomen in een jaarplanning. We houden vinger aan de pols door de voortgang van de projecten en de budgetten te monitoren. Ook de ontwikkelopdrachten met betrekking tot kwaliteit zijn ondergebracht in blok 4. Zie voor een planning bijlage 2.
Handhaving
Bestuursrechtelijke en/of strafrechtelijke handhaving
Blok 5 is erop gericht om, met de ons ter beschikking staande handhavingsinstrumenten, opvolging te geven aan overtredingen die vanuit toezicht zijn gesignaleerd. Hierbij wordt de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) toegepast. De werkzaamheden om een overtreding te beëindigen (herstelsanctie) bevatten naast het opstellen van een voornemen en beschikking tot het opleggen van een last onder dwangsom of bestuursdwang ook dwangsomcontroles. Ook de behandeling van verzoeken om handhaving vallen onder blok 5.
Als ook nog vermoed wordt dat de regels bewust zijn overtreden, kan daarnaast ook strafrechtelijk onderzoek worden gedaan. Dit wordt afgestemd met het Functioneel Parket (FP) en/of de politie en kan leiden tot de inzet van de milieu-boa’s van de ODZOB. In de meeste gevallen leidt de inzet van onze boa’s tot een proces-verbaal (verkort of uitgebreid) of een bestuurlijke strafbeschikking milieu. Onder regie van het FP is het ook mogelijk dat onze boa’s een bijdrage leveren aan grotere opsporingsonderzoeken, waarvoor primair de politie, ILT-IOD of NVWA-IOD aan de lat staan.
In 2025 is gestart met een team handhaving. Alle bestuurs- en strafrechtelijke handhavingscontroles worden door dit team gecoördineerd en uitgevoerd. Hierbij wordt optimaal samengewerkt met onze juristen en toezichthouders. Daarmee is de gewenste koppeling gemaakt tussen het bestuurs- en strafrecht, in lijn met de uitgangspunten van de LHSO. De ODZOB voldoet daarmee aan de landelijke kwaliteitscriteria VTH.
Bodem
We werken naar een meer risicogerichte toezichthouding. Dit gaan we doen op basis van een landelijk risicoprofiel, dat we in 2026 gaan implementeren. We houden op de volgende milieubelastende activiteiten toezicht:
•het toepassen van bouwstoffen, grond of baggerspecie;
•graven in de bodem;
•saneren van de bodem.
In overleg met betreffende gemeenten worden de grote (infrastructurele) projecten geïnventariseerd. Dit kunnen zowel projecten zijn binnen de eigen gemeentegrenzen als projecten die de gemeentegrenzen overschrijden.
Mobiel breken
Het plaatsen en gebruiken van een mobiele puinbreker is opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het beoordelen van meldingen voor het mobiel breken van bouw- en sloopafval is een verzoektaak. Dit geldt ook voor het toezicht hierop.
Gesloten Bodem Energie Systeem (GBES)
De hoeveelheid meldingen ziet de ODZOB door de grotere focus op de energietransitie en klimaat fors toenemen. Ook heeft de ODZOB geconcludeerd dat de uitvoering van de aanleg van de systemen niet altijd naar wens plaatsvindt. Gebaseerd op het aantal ingediende meldingen en een risicogerichte aanpak, wordt op deze basistaak regiobreed ingezet. Hierbij wordt uitgegaan van fysiek toezicht op 10% van de systemen. Dit toezicht vindt bij de aanleg plaats.
Asbest
We voeren toezicht op asbest risicogericht en informatiegestuurd uit. Locaties waar lage risico’s aanwezig zijn worden niet of minder diepgaand gecontroleerd. Locaties waar meer risico bestaat worden nauwkeurig geïnspecteerd. Daarnaast worden projectmatig zaken opgepakt die vanuit het reguliere toezicht aandacht vragen.
De uitvoering doen we volgens het Regionaal Uitvoeringsbeleid Asbest dat vanaf 1 januari 2024 geldt.
Ketentoezicht
De uitvoering van ketentoezicht is voor de ODZOB een wettelijke basistaak. Ten aanzien van ketentoezicht zijn in de Kwaliteitscriteria 3.0 eisen aan organisaties gesteld die deze taken (of werkzaamheden) uitvoeren: minimaal 6 medewerkers (die ieder 900 uur aan ketentoezicht spenderen) die voldoen aan bepaalde criteria.
Om hieraan te kunnen voldoen is de samenwerking opgezocht met de drie andere OD’s in Brabant. De insteek is om gezamenlijk te voldoen aan de Kwaliteitscriteria 3.0. De drie directeuren van de OD’s in Brabant hebben een ambitiedocument vastgesteld. De ODZOB pakt het inregelen van het integrale ketentoezicht op vanuit de Meerjarenontwikkelaanpak. Het programmatisch ketentoezicht heeft betrekking op meerdere verwerkingsketens, met name bodem, asbest en afval. De uitvoeringsstructuur (inclusief onderbouwing financiën en capaciteit) wordt in 2026 Brabantbreed opgetuigd.
Juridische ondersteuning toezicht en handhaving
Een deel van de juridische inzet op handhaving valt onder het ROK (zie paragraaf 4.1.4.). De inzet op bestuursrechtelijk en/of strafrechtelijke handhaving zoals in paragraaf 4.1.4 beschreven voeren we onder dit hoofdstuk ook uit voor bodem, GBES en asbest.
Daarnaast bieden we juridische ondersteuning op alle wetsdomeinen als het gaat om onderstaande taken (deze taken maken dus geen onderdeel uit van het ROK-budget voor toezicht en handhaving):
•Bezwaar en (hoger) beroep behandelen alsmede verzoeken om voorlopige voorziening i.h.k.v. handhavingsprocedures. Hieronder valt het opstellen van een verweerschrift en de vertegenwoordiging van het college in rechte. In principe gaat het altijd om besluiten die door de ODZOB in mandaat zijn genomen. De bevoegdheid om te beslissen op een bezwaarschrift ligt bij het college, de behandeling van een beroep of hoger beroep tegen een dergelijk besluit valt wel onder deze paragraaf.
•Invorderingsprocedures tot en met het nemen van een invorderingsbesluit. Dit houdt het vervolg in bij de vaststelling van een overtreding van een opgelegde last. Hieronder valt de verbeurtebrief (kennisgeving van de verbeurde dwangsom) die gepaard gaat met de mogelijkheid een zienswijze in te dienen tegen het voorgenomen besluit alsmede het besluit tot invordering van de verbeurde dwangsom. Het traject dat daarna volgt, zoals de aanmaning en de invordering bij dwangbevel blijft een bevoegdheid van de gemeente.
•Invulling geven aan verzoeken op grond van de Wet Open Overheid (WOO) die ontvangen zijn door onze deelnemers.
•Algemene juridische ondersteuning bij handhavingsprocedures.
Het gaat veelal om werkzaamheden die tot een zelfstandig product leiden. Het gaat om zowel basis- als verzoektaken.
Advies
Onder de adviestaken vallen alle door de ODZOB, op verzoek van de gemeenten, uitgevoerde taken die:
•Niet onder het basistakenpakket vallen of;
•Geen betrekking hebben op milieubelastende activiteiten.
Onder de overige taken zijn zeer verschillende taken opgenomen. Werkzaamheden worden in overleg met de deelnemer uitgevoerd. Voorbeelden hiervan zijn vergunningverlening bij bouwactiviteiten, advisering technische bouwtoets, advisering bij afwijkingen of opstellen van omgevingsplannen (alle milieuthema’s), advisering erfgoed en welstand. Met de komst van de Omgevingswet dienen de milieuthema’s geïntegreerd te worden in de omgevingsplannen.
Hierbij wordt ondersteuning gevraagd bij het opstellen van regels in het omgevingsplan, met een toenemende vraag om beleidsmatig ondersteuning te bieden. En ook de programma’s Externe Veiligheid worden op verzoek opgesteld.
Ook vallen beoordelingen akoestische- of geurrapporten, ondersteuning bij geluidsaneringsprojecten, zonebeheer of inzet op geluidsmetingen onder de adviestaken. Tevens ondersteunen we deelnemers door uitvoeringsbeleid op het gebied van geluid en geur op te stellen. De gemeenten kunnen deze gebruiken om hun beleid te actualiseren.
Daarnaast ligt er een grote opgave voor het omzetten van gezoneerde industrieterreinen naar de nieuwe methodiek onder de Omgevingswet. De ODZOB is projectmatig deze omzetting voor de belanghebbende gemeenten aan het doorvoeren.
De ODZOB voert in opdracht van de provincie op het thema circulaire economie, een meerjarige opdracht uit tot en met 2027. Deze opdracht richt zich op de volle breedte van VTH-werk waaronder vergunningverlening. De mogelijkheden voor vergunningverlening zitten hem in het bespreken van circulaire economie bij vooroverleg, het opnemen van voorschriften over afvalpreventie en grondstoffengebruik en het bieden van experimenteerruimte voor initiatieven gerichte op circulaire economie. Daarnaast dienen beoordelingen voor einde afvalstof te worden uitgevoerd, zodat een afvalstof gemakkelijker als een grondstof kan worden ingezet. De opdracht van de provincie is in eerste instantie gericht op de bedrijven onder provinciaal bevoegd gezag, maar waar mogelijk trekken we dit breder naar de bedrijven onder gemeentelijk bevoegd gezag, wanneer de ontwikkelingen in de markt daarom vragen. Dan kan bijvoorbeeld gedacht worden aan einde afvalstofbeoordelingen of experimenteerruimte. De mogelijkheid om CE te verweven in het milieutoezicht kan vorm krijgen door aandacht te geven aan en toezien op gescheiden afvalstromen, de wijzen van verwerking (de juiste verwerking, zo hoogwaardig mogelijk) en op bewustwording bij bedrijven. Ook biedt ketentoezicht kansen om bij te dragen aan circulaire economie. In 2025 inventariseren we wat de ODZOB in de uitvoering op het gebied van circulaire economie nog meer kan betekenen voor de deelnemers. In 2026 zal hier verder invulling aan worden gegeven.
Informatieanalyse, -verstrekking en –gegevensbeheer
Vanuit diverse hoeken krijgt de ODZOB vragen om informatie. In de meeste gevallen zijn het vragen die betrekking hebben op een vergunning- of handhavingsprocedure en daarmee onder de basistaken van het werkprogramma vallen. Vaak worden er echter ook raadsvragen of persvragen gesteld, waarbij wij gevraagd worden om het college hierover te adviseren.
Gerelateerd aan de VTH-processen worden op verzoek gegevens bijgehouden in diverse systemen. Het gegevensbeheer valt onder deze categorie. In bijlage 3 is per deelnemer aangegeven welke gegevens er worden bijgehouden.
Wij rapporteren minimaal 1 keer per jaar over de uitvoering van alle VTH-taken met het jaarverslag. Deze rapportage is ondergebracht in deze categorie.
Ook de gerelateerde taken en de werkzaamheden van de accountmanagers vallen hieronder.
Doelenboom ROK VTH
A. Implementatieplan jaarschijf 2026
Implementatieplan: jaarschijf 2026
Er is een (interne) opdracht verstrekt om te komen tot een implementatieplan, als concreet en realistisch hulpmiddel om alle gewenste doelstellingen en verbeteracties voor de komende 4 jaar te kunnen realiseren. De beschikbare middelen en capaciteit voor het implementeren van alle noodzakelijke acties zijn beperkt. In 2025 zijn diverse projecten gepland op gebied van toezicht en verbetering van de kwaliteit van vergunningverlening en toezicht.
Voor 2026 is opnieuw een planning in de maak van diverse opgaven. Hierbij worden alle opgaven verdeeld in 3 groepen:
1De inhoudelijke projecten voor toezicht (op basis van de Leidraad en risicogerichte aanpak) (blok 2 en 3 van de ROK-T financiering).
2De randvoorwaardelijke kwaliteitsopgaven die noodzakelijk zijn voor verdere ontwikkeling en professionalisering van VTH-taakuitvoering. (Blok 1,4 en 5 van de ROK-T financiering)
3De dienst brede ontwikkelopgaven die in de Meerjarenaanpak van de ODZOB worden geprogrammeerd (Deels bekostigd uit blok 4 met extra budget van deelnemers voor de Meerjarenontwikkelaanpak)
Daarbij de volgende kanttekeningen.
-Het vaststellen van de werkprogramma’s loopt iets voor op de programmeringen van bovenstaande opgaven. Onderstaande opsomming van de ROK-opgaven kan dus op details nog wijzigen als gevolg van voortschrijdend inzicht;
-De opgaven voor alle Meerjarenopgaven zijn nog niet door het AB vastgesteld. Dus ook hiervoor geldt dat er nog wijzigingen mogelijk zijn.
-De doelenboom is nu nog dezelfde als bij de vaststelling van het ROK is meegezonden. Er lopen nog twee opgaven om deze doelenboom te verbreden (met asbest en bodem) en te verfijnen. We verwachten in het voorjaar 2026 een aangepaste versie van de doelenboom. Dit heeft geen gevolgen voor de keuze van de opgaven.
De samenhang tussen de drie delen is schematisch weergegeven in de onderstaande afbeelding:
B. Jaarprogramma 2026: Toezichtprojecten en ontwikkelopgaven
Deel 1Projectenboekje 2026
Deel 2Kwaliteitsopgaven ROK-VTH 2026
Deel 3Ontwikkelopgaven Meerjarenaanpak 2026*
Onder de noemer Kwaliteitsverbetering operationele taken (afkomstig van ROK-VTH-bodem-asbest):
Ontwikkelopgaven 2026
Doorloop/ nieuw
Structurele samenwerking en afstemming met andere overheden en partners faciliteren 2026
Doorloop
Landelijk Informatiegestuurd Risicomodel (asbest, bodem, water) ontwerpen/implementeren (periodiciteit controles bewaken)
Nieuw
Integraal Ketentoezicht doorontwikkelen (van aspectsgewijs naar integraal) 2026
Doorloop
Aanpak illegaliteit en milieucriminaliteit ontwerpen en implementeren 2026
Nieuw
Monitoringstool ontwerpen en implementeren m.b.t. effectiviteit VTH-inzet 2026
Doorloop
Procesontwerp taken indirecte lozingen ontwerpen en borgen (structurele afstemming rioolbeheerders).
Nieuw
Werkprocesinrichting actueel houden van vergunningen (jaarplanning voor toetsen en actualiseren)
Nieuw
Casemanagement VTH inrichten voor complexe dossiers
Nieuw
*: De ontwikkelopgaven worden afzonderlijk voorgelegd aan het AB in december 2025. Dit kan nog voor wijzigingen zorgen op dit voorgestelde programma voor 2026.
Overzicht werkzaamheden
A. VERGUNNINGVERLENING
Vooroverleg
M
Milieuactiviteit industrieel / natuur
M
Milieuactiviteit agrarisch / natuur
M
Gesloten bodemenergiesysteem
M
Sloopactiviteit incl asbest
M
Bodemactiviteit
M
Bouwactiviteit
nvt
Juridische procedures vergunningverlening
behandelen bezwaar en (hoger)beroep (incl verweerschrift)
M
Administratieve en procedurele afhandeling meldingen en vergunningen
M
publiceren (Wep)
M
digitale ter inzage legging (uitgebreide procedures)
M
heffen leges milieuvergunningen
nvt
B. TOEZICHT EN HANDHAVING
Milieuactiviteit industrie
M
Milieuactiviteit agrarisch
M
Bodemactiviteit
M
Bodemactiviteit (voormalig besluit bodemkwaliteit)
M
Bouwactiviteit
nvt
Sloopactiviteit verwijdering asbest
M
Gesloten bodemenergiesystemen
M
Klacht/meldingen behandelen
M
Juridische procedures handhaving, waaronder:
opstellen+verzenden verbeurtebrief
nvt
invorderingsbesluit
nvt
behandelen bezwaar en (hoger)beroep (incl verweerschrift)
M
C. ADVIES
Advies juridisch
M
Verzoek Woo
A
Advies bodem/water
M
Advies geluid
M
Zonebeheer
M
Geluidmetingen
M
Advies archeologie
M
Advies erfgoed en omgevingskwaliteit
M
Advies gebiedsontwikkeling en omgevingsplan
M
Advies omgevingsveiligheid
M
Advies energie en duurzaamheid
M
D. INFORMATIEANALYSE, -VERSTREKKING EN GEGEVENSBEHEER
Gegevensbeheer
RVMK/ LVMK
M
CIMLK verkeer
M
CIMLK agrarisch
M
KRD
M
BZV (alleen als we bouwtaken uitvoeren)
nvt
REV
M
IPPC database
M
E-MJA (energie efficiency)
M
E-PRTR
M
Amice
M
BIS (alleen voor nieuwe bodemtaken onder OW en bodemtaken waarvoor de Provincie het bevoegd gezag is)
M
NAZCA (inclusief externe kosten)
M
M = Mandaat (om besluiten te nemen)
MCH = Machtiging (handelingen zonder rechtsgevolg)
A = Advies (bij machtiging verstrekken we enkel advies)
Nvt = taak wordt niet afgenomen
Financieel werkprogramma
Opmerkingen / toevoegingen:
Handtekening:
Handtekening:
Gemeente Best
Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant