Aanhef
Het college van B en W besluit:
1De Uitvoerings- en Handhavingsstrategie gemeente Best 2025-2029 vast te stellen.
1 Inleiding
1.2 Wet- en regelgeving
Omgevingswet
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De Omgevingswet gaat over de ruimte waarin mensen wonen, werken en ontspannen. De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving. De wet zorgt voor minder regels, een samenhangende benadering van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. Het is een ingrijpende wetswijziging met gevolgen voor de hele organisatie én vrijwel alle inwoners en bedrijven van Best. De Omgevingswet voegt een groot aantal wetten op het gebied van bouwen, milieu, natuur, water, ruimtelijke ordening en monumentenzorg samen. Dit maakt het wettelijk systeem eenvoudiger. Daarnaast maakt de wet kortere procedures mogelijk en heeft de gemeente meer afwegingsruimte. Het vraagt ook om een andere manier van denken. Inwoners en bedrijven kunnen meer zelf regelen en organiseren. Dit vraagt ook een andere houding van ons. Een vergunning aanvragen voor een nieuw plan of idee kan in het nieuwe digitale Omgevingsloket. In dit loket staan alle regels en plannen van gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk. Een paar zaken die onder de Omgevingswet veranderen:
-Een korte procedure is het uitgangspunt, met een beslistermijn van 8 weken bij de korte procedure;
-‘Anders werken’: een gedrags- en cultuurverandering;
-Participatie en afweging bij de planvorming;
-Bredere integrale afweging;
-Alle digitale informatie is op één plek te vinden.
-De Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) als opvolger van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS).
In hoofdstuk 18 van de Omgevingswet zijn de bepalingen te vinden van het bevoegd gezag bij de uitoefening van de handhavingstaak. De Omgevingswet bepaalt dat het bevoegd gezag moet zorg dragen voor een goede kwaliteit van uitvoering en handhaving (artikel 18.20 Ow). Deze taak is verder uitgewerkt in hoofdstuk 13 van het Omgevingsbesluit (Ob), een AMvB onder de Omgevingswet.
•Artikel 13.5 Ob eerste lid bepaalt dat het bestuursorgaan een uitvoerings- en handhavingsstrategie vaststelt in een of meer documenten, waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen het bestuursorgaan zichzelf stelt bij de handhaving en welke werkzaamheden het daartoe zal uitvoeren. Ook verplicht dit artikel om het beleid regelmatig te evalueren en af te stemmen met andere betrokken bestuursorganen en met de organen die belast zijn met strafrechtelijke handhaving.
•Het vierde lid van artikel 13.5 Ob bepaalt dat de handhavingsstrategie is gebaseerd op een probleemanalyse.
•In het eerste lid van artikel 13.6 Ob wordt gesteld dat het beleid inzicht geeft in de prioriteitenstelling van de handhavingsactiviteiten. Het tweede lid van artikel 13.6 Ob draagt het bestuursorgaan op een nalevings-, toezichts- en sanctiestrategie vast te stellen.
•De handhavingsstrategie wordt op grond van artikel 13.8 Ob jaarlijks uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma. Het uitvoeringsprogramma moet ook worden afgestemd met de handhavingspartners (omgevingsdiensten, politie, boa’s etc.).
•Verder zorgt het bestuursorgaan op grond van artikel 13.9 Ob voor een uitvoeringsorganisatie, zodat een goede uitoefening van de uitvoerings- en handhavingsstrategie is gewaarborgd. Onderdelen hiervan zijn een beschrijving van werkprocessen, procedures en bijbehorende informatievoorziening wat betreft toezicht op naleving en handhaving, en uiteraard ook de daarvoor benodigde personeelsformatie.
Wet kwaliteitsborging
Vanaf 1 januari 2024 is de Wet kwaliteitsborging (hierna: ‘Wkb’) in werking getreden. Het kabinet wil dat bouwbedrijven de kwaliteit van hun werk beter controleren. Zo kan de bouwkwaliteit van gebouwen verbeteren door minder bouwfouten en gebreken. Bijvoorbeeld constructiefouten, brandonveilige situaties, onvoldoende isolatie of een slecht functionerende ventilatie. Ook hoeven bouwbedrijven minder kosten te maken voor het herstel van bouwfouten. En het werk van onafhankelijke controleurs (kwaliteitsborgers) wordt makkelijker en sneller, omdat de bouwers zelf al veel gecontroleerd hebben. De veranderingen uit de Wkb gelden (naar verwachting) tot en met 2028 alleen voor (ver-)bouw van eenvoudige bouwwerken. Dit zijn bijvoorbeeld eengezinswoningen en kleinere bedrijfspanden. Daarna volgen de andere bouwwerken. Dat begint met verbouw van eenvoudige bouwwerken vanaf 1 januari 2025. Hierdoor kunnen bouwbedrijven en gemeenten stap voor stap ervaring opdoen met het nieuwe toezicht in de bouw.
Informatieplichten
De gemeente Best is bezig met het inrichten van de werkprocessen omtrent de informatieplichten. Hieronder is een korte beschrijving welke informatieplichten dit betreffen, en wat hiervoor in het systeem is ingericht. Dit zal de komende jaren verder worden opgepakt.
Start bouw en beëindiging bouwwerkzaamheden
In het systeem RxMission is door ons ingebouwd dat er een waarschuwingsbrief wordt gestuurd als er geen melding start en beëindiging bouw is ingediend. Als deze wel worden ingediend, een bevestiging wordt gestuurd.
Informatieplicht stikstofreductie
Onder de Omgevingswet geldt ook een nieuwe informatieplicht met betrekking tot stikstofemissie. Artikel 7.19a, eerste lid van het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl) bepaalt dat bij het verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden adequate maatregelen worden getroffen om de emissie van stikstofverbindingen naar de lucht te beperken. In artikel 7.5c, tweede lid van het Bbl is de informatieplicht opgenomen, dat gelijktijdig met de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen of slopen een beschrijving van de stikstofreductiemaatregelen wordt verstrekt. In het systeem RxMission wordt een aparte zaak aangemaakt, waarbij een ontvangstbevestiging kan worden gestuurd, een beoordeling wordt gedaan, een eventuele akkoordbrief en bij niet akkoord het opvragen van stukken. Op de gemeentelijke website zal informatie worden verschaft over deze informatieplicht.
Bouw- en sloopveiligheid
Vanaf 1 januari 2024 wordt bouw- en sloopveiligheid onder de Omgevingswet een aparte activiteit als informatieplicht voor iedere bouw- en sloopactiviteit die meldingsplichtig of vergunningplichtig is. Dit wordt bepaald via artikel 7.15 Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl). Bij bouwveiligheid dient altijd een informatieplicht te worden aangeleverd. De aanvrager vult een risicomatrix in, als daaruit volgt dat er geen risico)’s) is/zijn, dan is de melding klaar. Zodra eruit volgt dat er wel sprake is van (een) risico(‘s), dienen extra vragen te worden beantwoord. Volgt hieruit ook een hoge score, dan moet een sloop-/ bouwveiligheidsplan worden opgesteld, en een bouwveiligheidscoördinator te worden aangesteld. Daarbij wordt een aparte zaak aangemaakt in het systeem.
Preventie- en Handhavingsplan Alcohol
Gemeenten zijn uitvoerders van de Alcoholwet. Zij zijn verplicht om hun doelstellingen en acties van het preventie- en handhavingsbeleid vast te leggen in een Preventie- en handhavingsplan alcohol (hierna: PHA). Hiermee wordt alcoholpreventie en handhaving met elkaar verbonden. Een van de voornaamste doelen van de Alcoholwet is om jongeren te beschermen tegen de schadelijke effecten van alcohol op de gezondheid en de veiligheid. Met de Alcoholwet heeft de gemeente hiervoor de verantwoordelijkheid gekregen. De wet schrijft voor dat het vaststellen van een PHA een wettelijke plicht is, die verankerd is in artikel 43a van de Alcoholwet.
Omgevingsvisie
Op 31 januari 2022 en op 8 mei 2023 (aanvulling) stelde de gemeenteraad de ‘Omgevingsvisie Best’ vast. Gemeenten worden uitgedaagd om gebiedsgericht na te denken over de toekomst. Ze krijgen meer ruimte om samen met onder meer inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners binnen de kaders van de wet invulling te geven aan beleid. Elke gemeente maakt daarom een eigen Omgevingsvisie die richting geeft aan toekomstige ontwikkelingen, initiatieven en beleid. De Omgevingsvisie verbindt alles met elkaar: ruimte, economie en sociale zaken. Bovendien moet het aansluiten bij regionale afspraken, de Brabantse en de Nationale Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie Best zetten we op hoofdlijnen de hoe de ambities waargemaakt moeten worden. De gemeente Best heeft te maken met vele uitdagingen over onder andere wonen, duurzaamheid, economie en een gezonde samenleving. Deze uitdagingen roepen vragen op, maar bieden ook kansen. Het is een basis voor het Omgevingsplan. De Omgevingsvisie helpt ons om zoveel mogelijk zelf invulling te geven aan onze woon- en leefomgeving. Het bevat ambities, kaders en uitgangspunten voor ontwikkelingen van de fysieke leefomgeving. Ook geeft het houvast bij het ontwikkelen van plannen en initiatieven. Deze moeten namelijk aansluiten bij de kernopgaven uit de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie is om die reden een belangrijke factor bij het werken volgens de beleidscyclus van de Omgevingswet.
Beleidsakkoord 2022-2026
In de gemeente Best is voor de periode 2022-2026 het beleidsakkoord ‘We doen het Samen’ opgesteld. Het akkoord beschrijft de ambities op verschillende thema’s, zoals veiligheid, verkeer, openbare ruimte, duurzaamheid, energietransitie en sociaal domein. Het is een overzicht van de onderwerpen waar op hoofdlijnen tot overeenstemming is gekomen. Namens de gemeenteraad voert het college van burgemeester en wethouders (hierna: ‘B&W’) het akkoord tijdens de periode 2022-2026 uit.
Interbestuurlijk Toezicht van de Provincie Noord-Brabant
Het Interbestuurlijk Toezicht (hierna: ‘IBT’) is het toezicht tussen gemeenten en provincies. De provincie beoordeelt of gemeenten hun taken uitvoeren volgens de vigerende regelgeving, waaronder op de terreinen ruimtelijke ordening, bouwen, milieu, huisvesting en constructieve veiligheid van bouwwerken. Toezicht houden op de taakuitvoering van gemeenten is naast een wettelijke taak ook één van de kerntaken van de provincie. De provincie publiceert de resultaten over de beleidsdocumenten van onder andere omgevingsrecht op haar website. Daarbij wordt gekeken naar het tijdig indienen van de VTH-documenten en het actueel houden van die documenten. Dit is een wettelijke eis. De afgelopen drie jaar, van 2021 tot en met 2023 heeft de gemeente Best een groene score ten aanzien omgevingsrecht. Dit duidt aan dat de gemeente Best voldaan heeft aan de wettelijke eis voor dit gebied. De gemeente Best heeft voor 2024 een oranje score ontvangen. Het toezichtoordeel heeft geleid tot de volgende verbeterpunten:
I. Hoofdstuk 4 van het Beleidsplan VTH 2021-2025 beschrijft de algemene uitgangspunten en de doelen. Deze doelstellingen hebben betrekking op organisatie en bedrijfsvoering en zijn dus niet van invloed op verbetering van bijvoorbeeld de milieukwaliteit, fysieke leefomgeving of veiligheid;
II. Het beleid is in 2020 opgesteld in de veronderstelling dat in 2022 de Omgevingswet in werking treedt;
III. Het huidige beleid is niet actueel; zo wordt bijvoorbeeld nog verwezen naar de Wabo en de LHS;
IV. Het beleid gaat niet in op de uitoefening van uitvoering en handhaving voor het onderdeel cultureel erfgoed, aan de hand van de uitkomst van de omgevings-/probleemanalyse en de prioriteitenstelling;
V. Het beleid gaat niet in op de uitoefening van uitvoering en handhaving voor het onderdeel regels in het omgevingsplan aan de hand van de uitkomst van de omgevings-/probleemanalyse en de prioriteitenstelling;
VI. De doelen uit § 4.4.1 van het beleidsplan en de doelen die in § 4.1 (Doelstellingen en prestatie-indicatoren) van het uitvoeringsprogramma zijn benoemd komen, net als de prestatie-indicatoren, niet één-op-één overeen met elkaar. In het uitvoeringsprogramma zijn taken extra geprioriteerd die bij de risicoanalyse niet in beeld zijn gebracht. Indien er aanleiding is om nieuwe doelen te beschrijven, dan is er ook een reden om nieuw beleid op te stellen;
VII. De uitoefening van handhaving voor het onderdeel cultureel erfgoed is niet beschreven in het uitvoeringsprogramma;
VIII. Ga in het evaluatierapport dieper in op de uitoefening van uitvoering en handhaving van de regels in het omgevingsplan.
1.3 Beleidscyclus
Wettelijke plicht
De eisen waaraan de beleidscyclus bij de VTH-taken moet voldoen, worden procescriteria genoemd. De procescriteria die gesteld worden aan de VTH-beleidscyclus staan in artikel 13.5 tot en met 13.11 van het Omgevingsbesluit. Deze zijn tweeledig; er is sprake van een beleidsvormende (strategische) cyclus, en een uitvoerende (operationele) cyclus. Op het snijvlak van beide cycli ligt het uitvoeringsprogramma. Een illustratie van de BIG-8 cyclus is opgenomen in de bijlage.
1Bijlage XXXX
In hoofdstuk 5 worden de procescriteria nader uitgewerkt.
Werking beleidscyclus
De beleidscyclus wordt ook wel BIG-8 genoemd. Deze sluitende cyclus maakt vanuit een strategisch kader de vertaling naar operationeel beleid. Het bovenste deel van de BIG-8 is gericht op een goede beleidsvoering. Het onderste deel is gericht op een goede uitvoering van dat beleid. De beleidsevaluatie en risicoanalyse worden eens per vier jaar doorlopen. Jaarlijks wordt een rapportage opgesteld ter verantwoording.
Hoofdstuk 2 Omgevingsanalyse
2.2 Maatschappelijke ontwikkelingen
Ondermijning
Ondermijnende criminaliteit komt op vele manieren voor en kan lokaal zeer ontwrichtend zijn. In de lokale samenleving zien gemeenten en hun bestuurlijke partners zich steeds meer geconfronteerd met allerlei vormen van ondermijning. We zullen actief handhaven bij situaties waar ondermijning speelt. Het gebruik van leegstaand (agrarisch) vastgoed voor de productie van drugs verdient hierbij extra aandacht.
Huisvesting (arbeids-)migranten en vluchtelingen
Landelijk is aandacht voor het huisvesten van (arbeids-)migranten en vluchtelingen. Illegale bewoning, bijvoorbeeld in schuren, recreatiewoningen of bedrijfspanden is onwenselijk. Het kan leiden tot overlast en onveilige situaties, bijvoorbeeld op het gebied van brandveiligheid. Hierbij is oog voor de schrijnende gevallen en zal daar waar nodig ondersteuning worden geboden. Daarnaast is het opvangen van vluchtelingen een thema dat aandacht vraagt. Zo zijn verschillende locaties beschikbaar gesteld in verband met het opvangen van Oekraïense vluchtelingen. In de komende jaren is het mogelijk dat er ruimte geboden moet worden aan vluchtelingen. Om die reden heeft dit onderdeel de aandacht van vergunningverlening en toezicht.
2.3 Samenwerkingsverbanden
Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB)
De Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (hierna: ODZOB) voert in opdracht van de gemeente taken uit op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving met betrekking tot met name milieu gerelateerde taken. Deze taken zijn onderverdeeld in de basistaken, verzoektaken en collectieve taken. Daarnaast voert de ODZOB een aantal taken onder mandaat uit. Het betreft enkelvoudige aanvragen omgevingsvergunning milieu, milieumeldingen, milieueffectrapportages (MER) en toezicht/handhaving milieu. Ook sloopmeldingen zijn gemandateerd. Ook is een aantal taken op het gebied van omgevingsvergunningen bouw uitbesteed aan de ODZOB. Het gaat dan bijvoorbeeld om de toets van constructieve veiligheid en het behandelen van sloopmeldingen (met of zonder asbest). Het toezicht op verleende omgevingsvergunningen bouw wordt ook gedeeltelijk uitgevoerd door de ODZOB. De gemeente blijft het bevoegd gezag voor de taken die zijn overgeheveld naar de omgevingsdienst.
De omgevingsdienst heeft, samen met een aantal deelnemende gemeentes (waaronder Best) voor het milieuvergunningverlening en -toezicht een Regionaal uitvoeringskader opgesteld, wat na vaststelling geldt als beleidsuitgangspunt voor het opstellen van de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s voor zowel de ODZOB zelf als voor de deelnemende gemeentes. Hiermee wordt efficiënt en risicogericht milieutoezicht gewaarborgd. In het uitvoeringskader zijn de prioriteiten, doelstellingen en werkwijze opgenomen met betrekking tot milieutoezicht, -handhaving en samenwerking. Met de omgevingsdienst wordt zowel op bestuurlijk als ambtelijk niveau intensief samengewerkt en vindt afstemming van de werkzaamheden plaats.
Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO)
De Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (hierna: VRBZO) voert in opdracht van de gemeente Best een aantal taken uit op het gebied van vergunningverlening en het toezicht op brandveiligheid. De VRBZO is adviserend ten aanzien van de omgevingsvergunningen, evenementenvergunningen en meldingen brandveilig gebruik. Hierbij wordt steeds meer gewerkt met standaard voorschriften, zodat er meer uniformiteit en effectiviteit ontstaat. De toezichthouders van de VRBZO, de ODZOB en het taakveld bouwen werken daar waar mogelijk integraal. Dit betekent dat controles gezamenlijk worden uitgevoerd. Het initiatief hiertoe ligt bij de gemeente Best. In de realisatiefase controleren de toezichthouders van de taakvelden bouwen en brandpreventie veelal naast elkaar, maar indien wenselijk worden controles ook gezamenlijk uitgevoerd. Zowel advisering als toezicht worden door de VRZBO uitgevoerd op basis van de Werkwijzer Risicobeheersing, waar onder meer de doelstellingen en prioritering in is aangegeven. Jaarlijks worden de taken opnieuw bezien en besproken en wordt een werkprogramma opgesteld.
Hoofdstuk 3 Visie en doelstellingen
3.1 Visie
Uitgangspunten
➢ Werken in de geest van de Omgevingswet. We werken samen aan een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en goede omgevingskwaliteit, ter vervulling van maatschappelijke behoeften.
➢ Consequent en doelmatig handelen. Wij voeren vergunningverlening, toezicht en handhaving eenduidig en programmatisch uit op basis van de risicoanalyse, prioritering en strategieën uit dit beleidsplan;
➢ Eigen verantwoordelijkheid. Het is onmogelijk om wet- en regelgeving 100% te controleren. De primaire verantwoordelijkheid ligt bij de burgers, bedrijven en instanties;
➢ Digitale dienstverlening. Onze dienstverlening stemmen we af op de digitale dienstverleningsvisie van Best: ‘Digitaal waar het kan en persoonlijk waar het helpt’.
➢ Transparantie. De gemeente Best streeft een transparante en duidelijke VTH-uitvoering na voor de inwoners en bedrijven, zij kunnen gemakkelijk kennisnemen van de wijze van invulling.
➢ Goede samenwerking. Wij werken nauw samen met onze handhavingspartners door een integrale aanpak, om criminaliteit en overlast zoveel mogelijk te voorkomen en beperken.
In de onderstaande paragrafen wordt nader ingegaan hoe we deze visie naar uitvoering vertalen door doelstellingen en prestatie-indicatoren te hebben geformuleerd.
3.2 Doelen
Doelstellingen Vergunningverlening
De visie hebben we voor het vakgebied vergunningverlening vertaald naar de onderstaande strategische doelen. In deze paragraaf worden de prestatie-indicatoren aangegeven die tijdens de looptijd van dit beleidsplan worden gemonitord bij de uitvoering van de VTH taken.
2Art. 13.6, eerste lid onder b Omgevingsbesluit; voorheen: art. 7.2, zesde lid onder b Bor.
Vergunningverlening
Doel
Wat gaan we doen om het doel te behalen?
1
Het geldende wettelijke kader en de UHS vormen de basis voor besluitvorming
Beschikkingen voldoen aan de wettelijke eisen en de diepgang van toetsing van aanvragen sluit aan bij de prioriteit
2
Werken naar de gedachte van de Omgevingswet
Initiatieven en aanvragen worden beoordeeld vanuit mogelijkheden en oplossingen, ‘ja, mits (…)’ in plaats van ‘nee, tenzij (…)’, naar de gedachte van de Omgevingswet
3
Verbetering participatie van de inwoners en bedrijven
We verbeteren de eigen verantwoordelijkheid en betrokkenheid
4
Optimaliseren samenwerkingsverbanden
Inhoudelijk wordt tussen/binnen domeinen én met externe partners afgestemd om integraliteit te waarborgen
5
Goede dienstverlening
Vragen van inwoners en bedrijven worden inhoudelijk adequaat beantwoord
6
Waarborgen zorgvuldigheid
We voldoen aan de wettelijke minimumeisen en algemene beginselen van behoorlijk bestuur
7
Toetsing aanvragen
We toetsen aanvragen aan het tijdelijk Omgevingsplan, de bruidsschat en de andere wettelijke en beleidsmatige kaders
8
Actueel beleid
We herzien verouderde beleidsregels
9
Bij evenementenvergunningen worden risico’s goed in kaart gebracht
Bij de aanvraag worden o.a. een beveiligings-, calamiteiten en veiligheidsplan vereist
10
Efficiënt en servicegericht werken
We behandelen ingekomen aanvragen en meldingen tijdig en tegen zo laag mogelijke kosten
12
Digitale monitoring
Monitoring van doelstellingen gebeurt middels rapportages uit RxMission
De doelstellingen uit het beleidsplan VTH 2021-2025 zijn aangevuld met de punten 1 tot en met 4 in het bovenstaande schema.
Prestatie-indicatoren Vergunningverlening
Onderdeel
Prestatie indicator
Minimaal aantal omgevingsvergunningen verleend binnen de wettelijke termijn (omgevingsrecht)
100%
Minimaal aantal omgevingsvergunningen verleend binnen de wettelijke termijn (APV en Alcoholwet)
95%
Er wordt nagegaan of een aanvraag voor een OPA
3‘De OPA’: omgevingsplanactiviteit.
betrekking heeft op een monument
100%
Een aanvrager wordt binnen drie werkdagen op de hoogte gesteld van de ontvangst van de aanvraag
95%
Bij de aanvragen voor een BOPA
4De ‘BOPA’: buitenplanse omgevingsplanactiviteit
wordt vooroverleg gevoerd en/of eerst een conceptaanvraag ingediend
80%
Bij een ingediende bouwmelding wordt direct geconstateerd of ook een (B)OPA nodig is
75%
Maximaal aantal bezwaarschriften gegrond verklaard (omgevingsrecht)
10%
Maximaal aantal bezwaarschriften gegrond verklaard (APV en Alcoholwet)
10%
Maximaal percentage dossiers waarin een dwangsom is betaald wegens niet tijdig beslissen op een verzoek om handhaving
0%
Doelstellingen Toezicht en Handhaving
De visie hebben we voor het vakgebied toezicht en handhaving vertaald naar de onderstaande strategische doelen. De volgende doelstellingen en uitgangspunten zijn hieronder gesteld.
Toezicht en handhaving
Doel
Wat gaan we doen om het doel te behalen?
1
Het UHS vormt de basis voor toezicht en handhaving
Toezicht en handhaving wordt uitgevoerd naar gelang de gestelde prioriteiten
2
Integraal samenwerken
Tijdig betrekken interne en externe partners
3
Toezicht en handhaving is geen doel op zich, maar een middel
Handhaven aan de hand van prioriteiten en effect op de maatschappij
4
Gericht op preventie
Zoeken naar oplossingen, waar mogelijk legalisering
5
In- en uitschrijving herstelsancties Kadaster
Conform de WKpb
6
Zorgvuldige en kenbare belangenafweging
Op basis van inspraak, publicatie en vermelding van rechtsmiddelen
7
Voorkomen van herhaling
Consequent en methodisch handhaven
8
Toezicht en handhaving wordt op professionele wijze uitgeoefend
We voldoen aan de wettelijke minimumeisen en algemene beginselen van behoorlijk bestuur
9
Risicogericht en informatie gestuurd werken
Beschikbare capaciteit inzetten waar het risico op niet-naleving het hoogst is
10
Optimaliseren samenwerkingsverbanden
Inhoudelijk wordt tussen/binnen domeinen én met externe partners afgestemd om integraliteit te waarborgen
11
Open, eenduidige en voortvarende werkwijze
Met gepaste (mix van) interventie(s) een blijvende gedragsverandering realiseren
12
Digitale monitoring
Monitoring van doelstellingen gebeurt middels rapportages uit RxMission
De doelstellingen uit het beleidsplan VTH 2021-2025 zijn aangevuld met de punten 1 tot en met 7 in het bovenstaande schema.
Prestatie-indicatoren Toezicht en Handhaving
Om te monitoren of de doelstellingen behaald worden, zijn de volgende prestatie-indicatoren opgesteld:
Onderdeel
Prestatie indicator
Bij ontvangst van een klacht, melding of informatieverzoek wordt uiterlijk binnen één werkweek contact opgenomen met de melder/verzoeker;
100%
Organiseren en bijwonen van integraal handhavingsoverleg waar toezichthouders, juridisch en BOA’s bij aanwezig zijn, minimaal vier keer per jaar
100%
Na constatering van een onveilige situatie (hoog risico bouw/brandveiligheid/ondermijning/Damocles) wordt deze binnen één week opgepakt
100%
Overige constateringen worden binnen vier weken opgepakt
100%
Brandonveilige woonsituaties worden binnen drie maanden na constatering opgelost
100%
Na ontvangst van een klacht/ melding/ verzoek om handhaving wordt uiterlijk binnen één werkweek contact opgenomen met melder/verzoeker
5De ontvangstbevestiging is onderdeel van het zaaksysteem van de gemeente Best, RxMission.
100%
In het buitengebied vinden minimaal zes controles per maand plaats op de regels uit het tijdelijke omgevingsplan en bestaande bouw
100%
Geconstateerde bouwovertredingen n.a.v. een verleende vergunningen worden tijdens de bouw opgelost
75%
De overige geconstateerde bouwovertredingen zijn opgelost binnen twee maanden na constatering
90%
Maximaal aantal bezwaarschriften gegrond verklaard (omgevingsrecht)
15%
Maximaal aantal bezwaarschriften gegrond verklaard (APV en Alcoholwet)
15%
Maximaal percentage dossiers waarin een ingebrekestelling is gestuurd wegens niet-tijdig beslissen op een verzoek om handhaving
2%
Maximaal percentage dossiers waarin een dwangsom is betaald wegens niet tijdig beslissen op een verzoek om handhaving;
0%
Hoofdstuk 4 Omgevings- en risicoanalyse
4.1 De risicoanalyse
Negatief effect
Allereerst is gewerkt met het negatieve effect (NE) van een overtreding. Het negatieve effect varieert van zeer beperkt tot zeer groot. Afhankelijk van het type situatie is gekeken naar de volgende factoren:
•Gezondheidsrisico’s
•Veiligheidsrisico’s
•Risico’s voor de (fysieke) leefomgeving
•Financiële risico’s
•Bestuurlijke risico’s
Kans op overtreding
Daarnaast is gekeken naar de kans (K) dat de overtreding wordt begaan, aan de hand van het naleefgedrag. Het naleefgedrag varieert van zeer goed naleefgedrag tot zeer slecht naleefgedrag.
Risico
Wanneer voor een bepaalde situatie het negatieve effect en de kans op overtreding bepaald zijn, kan het risico worden bepaald. Het risico (R) is berekend door NE x K = R. De waarde van R is gekoppeld aan een prioriteit, van Zeer Laag tot Zeer Hoog. Onderstaande is geïllustreerd hoe wordt gewerkt met de schaalverdeling:
In bijlage III bij dit document is de risicoanalyse opgenomen. In de onderstaande paragrafen van dit hoofdstuk worden de belangrijkste resultaten (prioriteiten) besproken.
4.2 De VTH taken binnen erfgoed
Bevoegd gezag erfgoed
De Omgevingswet gaat uit van het decentraal-tenzij-beginsel. Daarom is voor een rijksmonumentenactiviteit en werelderfgoedactiviteit uit het Bal de gemeente bevoegd gezag (artikel 13.3 en 14.3 Bal).
Uitzonderingen:
-De minister van Infrastructuur en Waterstaat is bevoegd gezag voor een rijksmonument of werelderfgoed in de territoriale zee buiten een gemeente (artikelen 13.4 en 14.4 Bal).
-De provincie is bevoegd gezag voor een rijksmonument als er op dezelfde locatie een vergunning voor milieubelastende activiteit voor een complex bedrijf is verleend (artikel 13.5 en 14. 5 Bal).
Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan:
•Waar melding moet worden gedaan als er een activiteit wordt uitgevoerd;
•Dat maatwerkvoorschriften kan stellen;
•Dat een besluit neemt over een gelijkwaardige maatregel;
•Dat bevoegd is voor handhaving en toezicht van de algemene regels uit het Bal.
Vrijwel altijd is dit bestuursorgaan ook bevoegd gezag voor een omgevingsvergunning voor dezelfde activiteit.
Vergunningverlening erfgoed
Binnen de gemeente Best staan rijksmonumenten en door de gemeente aangewezen monumenten. Deze zijn opgenomen in de Monumentenlijst Best. Sinds 2016 is een deel van Batadorp aangewezen als beschermd dorpsgezicht, vanwege de bijzondere cultuurhistorische waarden in Batadorp uit de periode 1850-1940.
Bij de beoordeling van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het wijzigen van monumenten en beschermde stads-en dorpsgezichten wordt beoordeeld of er geen onomkeerbare schade wordt toegebracht aan gemeentelijk cultuurhistorisch erfgoed. De gemeente Best gebruikt hierbij de Erfgoedverordening gemeente Best 2024 als beoordelingskader. De commissie Ruimtelijke Kwaliteit adviseert het gemeentebestuur over aanvragen die te maken hebben met monumenten.
Naast deze kaders bevat de bruidsschat aanvraagvereisten met betrekking tot het ontsieren, slopen of veranderen van monumenten. Het betreft gemeentelijke, archeologische en provincie beschermde monumenten of beschermde stads-en dorpsgezichten. Rijksmonumenten zijn monumenten en archeologische monumenten die volgens de Erfgoedwet in het rijksmonumentenregister staan ingeschreven. De regels over de rijksmonumentenactiviteit en over cultureel erfgoed staan in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit (Ob), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de Omgevingsregeling, het overgangsrecht van de Invoeringswet Omgevingswet en het omgevingsplan van rechtswege (via de bruidsschat).
Toezicht en handhaving erfgoed
Bij de toezicht en handhaving van erfgoed binnen de gemeente Best worden de volgende aspecten meegenomen:
-Het afwijken van de omgevingsvergunning(en) voor omgevingsplanactiviteiten (OPA) en een rijksmonumentenactiviteit (RMA);
-Het bouwen of slopen (ook vergunning vrije bouwwerken moeten voldoen aan de regels in het Bbl);
-Het wijzigen van de gebruiksfunctie van het monument zonder dat daarvoor de eventueel benodigde omgevingsvergunning is verkregen of wanneer het gebruik in strijd is met die vergunning;
-Het niet of onvoldoende verrichten van onderhoud;
-De toets aan het omgevingsplan blijft onderdeel van de omgevingsvergunning. De gemeente blijft toezien op het naleven van welstandsvoorschriften.
Hoofdstuk 5 Prioriteiten
5.1 Prioriteiten vergunningverlening bouwen, RO en APV/bijzondere wetten
Ruimtelijke ordening
Onderdeel
Prioriteit
Bouwen in strijd met omgevingsvergunning
Gemiddeld
Bouwen zonder omgevingsvergunning
Gemiddeld
Strijdig gebruik omgevingsplan (recreatie)
Hoog
Strijdig gebruik omgevingsplan (agrarisch)
Hoog
Strijdig gebruik omgevingsplan (bedrijventerrein)
Hoog
Toezicht en handhaving in het buitengebied (RO gericht)
6Naar verwachting zijn er 150 tot 175 illegale situaties in het buitengebied waarop toezicht moet worden uitgeoefend en een handhavingstraject dient te worden gestart.
Hoog
Bebouwing openbaar groen
Zeer laag
Illegale bouwwerken geen gebouw
Gemiddeld
Plaatsgebonden reclame
Laag
Niet plaatsgebonden reclame
Laag
Slechte staat bouwwerken/ open erven
Zeer laag
Voorwaardelijke verplichting
Laag
Intensieve veehouderijen
Hoog
Beëindigingsregelingen
Hoog
Landelijke inpassingen
Hoog
Ruimtelijke kwaliteit: in ernstige mate strijdt
Gemiddeld
Tijdelijke omgevingsvergunningen
Gemiddeld
Cultureel erfgoed
Onderdeel
Prioriteit
Beschermd dorpsgezicht
Gemiddeld
Omgevingsplanactiviteit monumenten
Gemiddeld
Toezicht en handhaving monumenten
Gemiddeld
Archeologie
Hoog
Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)
Onderdeel
Prioriteit
Procedure bouwwerkzaamheden
Laag
Procedure sloopwerkzaamheden
Zeer laag
Brandveiligheid
Hoog
Geen gebruiksmelding
Gemiddeld
Constructieve veiligheid
Hoog
Omgevingsveiligheid (bouwplaat inrichting / verkeersmaatregelen / overlast)
Hoog
Duurzaamheid
Zeer laag
APV
Onderdeel
Prioriteit
Hoofdstuk 2
Samenscholing
Hoog
Voorwerpen op of aan de weg
Zeer laag
Veranderen weg / uitweg
Zeer laag
Kleinschalig evenement < 100
Gemiddeld
Grootschalig evenement > 100
Hoog
Exploitatievergunning
Gemiddeld
Sluitingstijd
Zeer laag
Schenktijden
Hoog
Kansspelautomaten
Zeer laag
Plakken en kladden
Laag
Hinderlijk gedrag
Zeer hoog
Verboden drankgebruik
Hoog
Verboden lachgasgebruik
Hoog
Vechten in het openbaar
Laag
Liggen / slapen openbare weg
Gemiddeld
Verbod carbidschieten
Zeer laag
Loslopende honden
Hoog
Verontreinigende honden
Hoog
Gevaarlijke honden
Hoog
Heling
Zeer laag
Drugsoverlast
Laag
Bestuurlijke ophouding
Zeer laag
Veiligheidsrisicogebied
Hoog
Gebiedsontzegging
Hoog
Woonoverlast
Zeer laag
Hoofdstuk 3
Seksbranche
Zeer laag
Hoofdstuk 4
Collectieve festiviteiten
Zeer laag
Incidentele festiviteiten
Laag
(On-) versterkte muziek
Gemiddeld
Houtopstanden
Zeer laag
Ontsiering
Gemiddeld
Kamperen buiten kampeerterrein
Laag
Defecte / voertuigwrakken
Hoog
Venten
Zeer laag
Standplaats
Zeer laag
Crossen
7Per jaar vinden er 8-10 controles met het expertteam plaats.
Hoog
Vuurverbod
Zeer laag
Bijzondere wetten / overig
Onderdeel
Prioriteit
Opiumwet
Damocles
Zeer hoog
Winkeltijdenwet
Zondag openstelling
Zeer laag
Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
Foutparkeren
Hoog
Blauwe zone
Laag
Gehandicaptenparkeerplaats
Gemiddeld
Afvalstoffenverordening
Verkeerd aanbieden
Hoog
Integraal veiligheidsplan
Woning inbraken
Hoog
Geweld
Gemiddeld
Jeugdoverlast en -criminaliteit
Hoog
Uitvoering van, en toezicht en handhaving op KIT controles
8Het Kempen Interventie Team is een samenwerkingsverband tussen de acht Kempengemeenten, politie, Omgevingsdienst en Veiligheidsregio. De Kempengemeenten zijn de gemeente Veldhoven, Best, Oirschot, Waalre, Reusel-De Mierden, Bladel, Eersel, Bergeijk en een aantal andere overheidsinstanties. Dit team controleert regelmatig locaties waarbij mogelijk wetsovertredingen plaatsvinden, zoals illegale bewoning, onjuist gebruik van panden, problemen met brandveiligheid, prostitutie, mensenhandel en drugs gerelateerde activiteiten.
Hoog
Milieu
De milieuprioritering is opgenomen onder bijlage VI bij dit beleidsplan.
Juridische dienstverlening
Onderdeel
Prioriteit
Klachtenlijn
Gemiddeld
Verzoek om handhaving
Gemiddeld
Bezwaar
Gemiddeld
Voorlopige voorziening
Gemiddeld
(Hoger) beroep
Gemiddeld
Hoofdstuk 6 Strategie en werkwijze
6.1 Vergunningenstrategie
De (omgevings-)vergunning
Een vergunning is een toestemming van de overheid om een bepaalde activiteit uit te voeren. De wet bepaalt in welke gevallen een activiteit verboden is zonder (omgevings-)vergunning. De vergunningplichtige activiteiten zijn aangewezen door het Rijk in de Omgevingswet, het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Bbl. Ook in het gemeentelijke omgevingsplan worden vergunningplichtige activiteiten aangewezen. Wij verstaan onder vergunningverlening, het:
-Verlenen, weigeren of wijzigen van een vergunning waarbij toestemming wordt verleend om een bepaalde activiteit uit te voeren;
-Verlenen van een ontheffing van -met name- gemeentelijke regels;
-Afhandelen van een melding, als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid van de Omgevingswet;
-Opleggen van een maatwerkbesluit of -regel;
-Gebruik maken van het instemmingsrecht (voorheen: verklaring van geen bedenkingen);
-Geheel of gedeeltelijk intrekken van een (omgevings-)vergunning.
N.B.: de gedoogverklaring is niet opgenomen in de bovenstaande lijst. De gedoogverklaring is onderdeel van de gedoogstrategie. Een gedoogverklaring heeft een andere insteek dan een vergunning. Het proces van gedogen is gekoppeld aan handhaving, doordat er eerst een afweging wordt gemaakt om te handhaven.
Grondslag vergunningenstrategie
In artikel 13.6, eerste lid onder c en d van het Omgevingsbesluit wordt bepaald dat de uitvoerings- en handhavingsstrategie in ieder geval inzicht biedt in de criteria die worden gebruikt bij het beoordelen van en beslissen op aanvragen om omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen en de werkwijze bij het verlenen van omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen. Met een vergunningenstrategie streven we ernaar om tot een integraal proces van vergunningverlening te komen, die op efficiënte en gestructureerde wijze vorm wordt gegeven. Deze strategie stelt ons in staat om te beslissen op een aangevraagde vergunningplichtige activiteit. Heldere, transparante en handhaafbare vergunningen opstellen staat daarbij voorop.
Vormen van vergunningverlening
De verschillende vormen van vergunningverlening die wij hanteren zijn:
Vorm
Bijzonderheden
Meldingen
Aan het bevoegd gezag is het de taak te beoordelen of de activiteit meldingsplichtig is en of de melding volledig is ingediend, met als resultaat het al dan niet als melding accepteren. Het accent van de gemeentelijke taken bij meldingen ligt bij het uitvoeren van toezicht. Initiatiefnemers moeten voor sommige activiteiten in de leefomgeving een melding doen of informatie geven (informatieplicht) aan de overheid. Dit moet voor de meeste activiteiten minimaal 4 weken voor de start of de verandering.
Vergunning
Volgens de regelgeving dient dit beleidsplan inzicht te bieden in de criteria die worden gebruikt bij het beoordelen van en beslissen op aanvragen omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen; én de werkwijze bij het verlenen van omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen. Met het vastleggen van deze vergunningenstrategie voldoen wij hieraan.
Maatwerkbesluit
Het stellen of wijzigen van maatwerkvoorschriften is een besluit in de zin van de Awb.
Werkwijze
De gemeente Best hanteert voor de behandeling van aanvragen voor een omgevingsvergunning en de beoordeling van meldingen een werkwijze die vastgelegd is in een geautomatiseerd systeem: de backofficeapplicatie RxMission. De processtappen op hoofdlijnen worden hierbij doorlopen.
Bibob
De Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Bibob) is een wet die in 2003 in werking getreden is. Deze wet ziet toe op de toetsing van de integriteit van houders en/of aanvragers van vergunningen en subsidies. De Omgevingswet brengt een aantal veranderingen mee voor de Bibob toets, voornamelijk met betrekking tot het toepassingsbereik van de Wet Bibob. Ook worden omgevingsvergunningen bij overschrijding van de beslistermijn niet meer van rechtswege verleend. De Wet Bibob kon onder de Wabo worden toegepast op omgevingsvergunningen voor de activiteiten bouw en milieu en aanlegactiviteiten. Onder de Omgevingswet kan de Wet Bibob worden toegepast op aanvragen om een wijziging van het omgevingsplan vast te stellen, en op omgevingsvergunningen voor:
-Bouwactiviteiten;
-Omgevingsplanactiviteiten;
-Milieubelastende activiteiten;
-Activiteiten vallend onder de waterschapsverordening.
Meldingen en informatieplichten
De meldingen die vallen onder deze strategie zijn de meldingen op het gebied van bouw, brandveilig gebruik, en voortkomend uit de APV (bijv. inrit en kappen). Meldingen voor milieubelastende activiteiten blijven buiten beschouwing in deze strategie.
Intrekken (omgevings-)vergunningen
Na het verlenen van een omgevingsvergunning of ontheffing wordt vaak snel gevolg gegeven aan de uitvoering of ingebruikname. Het komt ook voor dat geen of pas na lange tijd gebruik wordt gemaakt van een verleende vergunning of ontheffing. Wanneer ongebruikte vergunningen of ontheffingen jaren geleden zijn verleend en niet zijn ingetrokken blijft vaak het recht bestaan om hiervan gebruik te maken. Om uiteenlopende redenen is het ongewenst om verleende vergunningen en ontheffingen in stand te laten zonder dat daar binnen een bepaalde termijn gebruik van wordt gemaakt:
-Wij willen voorkomen dat er een stuwmeer ontstaat van ongebruikte vergunningen;
-Door oude vergunningen in stand te houden kunnen projecten worden gerealiseerd en in gebruik worden genomen volgens verouderde (bouw-)technische inzichten, milieutechnische aspecten of zelfs in strijd met nieuwe (planologische) regels.
-Vanuit administratief oogpunt is het gewenst dat het gemeentelijke (bouw)archief zoveel mogelijk overeenstemt met de feitelijke situatie. Ook voor het beheer van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) is een actuele administratie nodig;
-Door het in stand laten van (ver-) oude (-rde) vergunningen kunnen (nieuwe) planologische, stedenbouwkundige of andere inzichten over de fysieke leefomgeving doorkruist worden door vergunde, nog te realiseren of te slopen bouwwerken en het gebruik ervan;
-Voor de rechtszekerheid van omwonenden en belanghebbenden is het ongewenst oude vergunningen en ontheffingen in stand te houden. Doordat de bekendmaking van deze besluiten lang geleden heeft plaatsgevonden, kunnen zij alsnog verrast worden door (start van) de activiteiten.
Gronden voor intrekking
Op grond van het bepaalde in artikel 5.40 lid 2 onder b van de Ow kan het college bevoegd een verleende omgevingsvergunning intrekken. Dit kan bijvoorbeeld wanneer gedurende een jaar of een in de vergunning bepaalde langere termijn geen activiteiten zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning, of op verzoek van de vergunninghouder. In het vorige Beleidsplan VTH 2021-2025 van de gemeente Best is het beleid over het intrekken van omgevingsvergunningen in de beleidscyclus meegenomen. In de voorliggende nieuwe beleidscyclus is ervoor gekozen om het beleid apart vast te stellen en vast te stellen conform de Omgevingswet. Dit is het beleid ‘Beleidsregels over het intrekken van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen onder de Omgevingswet’.
6.2 Handhavingsstrategie
Preventiestrategie
Met de inzet van preventieve handhavingsinstrumenten kan het (nalevings-)gedrag van inwoners en bedrijven op een positieve manier beïnvloed worden. Hierdoor kunnen onveilige en ongewenste situaties worden voorkomen en zijn er minder tijdrovende en kostbare repressiemiddelen nodig.
Voorlichting en communicatie
De inwoners en bedrijven zijn er verantwoordelijk voor om op de hoogte te blijven van de geldende wet- en regelgeving. Wij bieden hierin hulp aan door te verwijzen naar regelgeving op het internet, de gemeentelijke website en contactcentrum en huis-aan-huisbladen. Daarnaast is er de mogelijkheid om in contact te komen door het maken van een afspraak bij de gemeente.
Bij het opstarten van een handhavingstraject wordt per geval bekeken welke vorm van communicatie het beste kan worden ingezet. Hierbij wordt gekeken naar de informatiebehoefte, wie het aanspreekpunt is en welke communicatiemiddelen geschikt zijn in het kader van duidelijk communiceren, transparantie en preventie.
Ambtelijke inzet
De gemeentelijke toezichthouders en BOA’s spelen een cruciale rol bij preventie. Zij zijn het eerste aanspreekpunt in het veld. Zij vangen signalen op uit de buurt en kunnen hier preventief op reageren. Daarnaast kan buurtbemiddeling een belangrijke rol spelen bij de verbetering van naleefgedrag. Wanneer er maatschappelijke wrijvingen of weestand tegen een ontwikkeling bestaat, waarbij geen wettelijke grondslag is om te handhaven, kan buurtbemiddeling een goede uitkomst zijn om toekomstige handhavingsverzoeken en/of klachten te voorkomen. De gemeente kiest geen positie in het ‘conflict’, maar probeert overeenstemming te bereiken tussen de betrokken partijen.
Ook bij vergunningverlening wordt een belangrijke rol in het kader van preventie vervuld. Dit kan de vorm nemen van vooroverleg, en de communicatie met de initiatiefnemer voorafgaand en tijdens het proces van het behandelen van de aanvraag en/of beoordelen van een melding. Dit voorkomt in grote mate het onbewust overtreden van regels.
Samenwerking
Bij het voorkomen van overtredingen werkt de gemeente samen met meerdere (handhavings-)partners. Hierbij kan gedacht worden aan onder andere de Omgevingsdienst(en), de Veiligheidsregio en politie. Samen met de Veiligheidsregio wordt ingezet op brandveilig leven, en in samenwerking met de politie kan voorlichting bestaan over bijvoorbeeld het verminderen van woninginbraken.
Toezichtstrategie
De toezichtstrategie beschrijft op welke manier en in welke mate toezicht wordt gehouden. Toezicht houden draagt eraan bij dat mensen wettelijke voorschriften naleven en het beperkt de risico’s op het overtreden van die voorschriften. De aard en frequentie van het toezicht zijn afhankelijk van het risico. We werken met risicogericht toezicht, voor het onderdeel toezicht is aan de hand van de risicomatrix bepaald waar de prioriteiten liggen.
Op grond van artikel 13.6, tweede lid onder b en c van het Omgevingsbesluit biedt de uitvoerings- en handhavingsstrategie inzicht in de wijze waarop toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet wordt gehouden. Ook wordt inzicht geboden in de wijze waarop wordt gerapporteerd over bevindingen over de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet en eventueel daaraan verbonden consequenties.
Sanctiestrategie
Op grond van artikel 13.6, tweede lid onder d van het Omgevingsbesluit biedt de uitvoerings- en handhavingsstrategie ook inzicht in de wijze waarop bestuurlijke sancties en termijnen die bij het opleggen en ten uitvoer leggen daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd.
Op grond van artikel 13.6, tweede lid onder b van het Omgevingsbesluit biedt de uitvoerings- en handhavingsstrategie inzicht in de wijze waarop toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet wordt gehouden.
Als uit toezicht blijkt dat er sprake is van een overtreding, dan wordt hiertegen in beginsel handhavend opgetreden. De gemeente Best hanteert hierbij de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (hierna: LHSO). Met het vaststellen van deze UHS, stellen wij ook de LHSO vast. Conform de LHSO wordt een passende sanctie ingezet die efficiënt en effectief is. De sanctie dient zodanig te zijn dat deze leidt tot de beëindiging van de overtreding. Afhankelijk van de feiten, het naleefgedrag van de overtreder en de omstandigheden van het voorliggende geval, wordt de sanctie aangepast.
De nieuwe LHSO leidraad voor de hoogte van dwangsombedragen is niet werkbaar. Sinds de vaststelling van de LHS in 2014 gaat deze gepaard met een leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen. In 2023 is een nieuwe leidraad dwangsombedragen vastgesteld. Dit document is niet juridisch bindend. Het dient als leidraad tot het vaststellen van een passende dwangsomhoogte en begunstigingstermijn. De versie van 2023 is binnen de gemeente Best niet werkbaar. Om die reden wordt thans de versie van 13 december 2022 aangehouden. Deze versie is als bijlage bij dit beleidsplan opgenomen.
9Bijlage IV.
Wanneer deze verwijst naar wetgeving van voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zal per geval een passende dwangsom worden vastgesteld conform de nieuwe wetgeving.
Gedoogstrategie
Uit artikel 18.1 onder c van de Omgevingswet volgt dat de bestuursrechtelijke handhavingstaak het opleggen en ten uitvoer leggen van een bestuurlijke sanctie vanwege enig handelen of nalaten in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze wet omvat. In dit onderdeel is de beginselplicht tot handhaving opgenomen. Het is echter een beginselplicht en daarmee is het onder bepaalde omstandigheden mogelijk om ervan af te wijken. In bepaalde gevallen kan (tijdelijk) gemotiveerd afgezien worden van handhaving. Dit kan in de volgende (zeer uitzonderlijke) situaties:
-Er is sprake van concreet zicht op legalisatie;
-Handhaving is onevenredig (art. 3:4 Awb);
-Handhaving is in strijd met het gelijkheidsbeginsel;
-Regelgeving is slecht uitvoerbaar en/of niet handhaafbaar;
-Regelgeving is onvoldoende toegesneden op de situatie;
-Er is sprake van ontoereikend overgangsrecht;
-Er zijn zwaarwegende persoonlijke belangen.
Daarnaast zijn er bepaalde procedurele voorwaarden voor gedogen:
-Gemotiveerd;
-Terughoudend;
-In (zeer) uitzonderlijke gevallen;
-Schriftelijk en uitdrukkelijk;
-Zoveel mogelijk beperkt in omvang en/of tijd;
-Zorgvuldige kenbare belangenafweging.
Daarnaast beschrijft de kabinetsnota ‘Grenzen aan Gedogen’ de randvoorwaarden van het begrip gedogen.
10Kamerstukken II, 1996/97, 25085, nr. 2.
Dit kan op verschillende manieren:
-Impliciet dan wel expliciet;
-Vooraf dan wel achteraf;
-Incidenteel dan wel categorisch;
-Onvoorwaardelijk dan wel onder voorwaarden.
Impliciet gedogen houdt in dat er niets wordt gedaan na constatering van een overtreding. Van expliciet gedogen wordt gesproken wanneer er kan worden gemotiveerd dat er sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor kan worden afgezien van handhaving. Hierbij is sprake van een gedoogbrief, waarbij schriftelijk wordt gedoogd onder bepaalde voorwaarden.
De gemeente Best gedoogt niet impliciet. Wordt dit gedaan, dan kunnen er de bovenstaande procedurele vereisten niet worden gewaarborgd. Gedoogbeslissingen zijn als zodanig geen Awb-besluiten of beschikkingen. Hiermee vervalt ook de rechtsbescherming. Expliciet gedogen is om die reden niet bevorderend voor de rechtszekerheid. De gemeente Best zal om die reden in beginsel niet overgaan tot expliciet gedogen. We beperken het gedogen tot zeer uitzonderlijke situaties, waarbij er op korte termijn uitzicht bestaat op het opheffen van de overtreding of op het legaliseren van de situatie, bijvoorbeeld doordat een vergunning verleend kan worden. De gedoogstrategie staat als onderdeel van de Landelijke Handhavingsstrategie in de nadere uitwerking.
Hoofdstuk 8 Monitoring en evaluatie
Monitoring
Monitoring van de doelen vindt jaarlijks plaats in het VTH-evaluatieverslag. Het college stelt het evaluatieverslag vast en stuurt deze ter informatie naar de raad en ter monitoring naar de Provincie. De inzichten worden meegenomen in het uitvoeringsprogramma voor het opvolgende jaar. Indien uit de monitoring van de indicatoren blijkt dat doelen niet gerealiseerd zijn, wordt dit gemotiveerd in het evaluatieverslag. Indien nodig, worden verbetermaatregelen voorgesteld die ertoe dienen te leiden dat de doelen in het vervolg wel gerealiseerd worden.
Gedurende het jaar monitoren we de voortgang van de activiteiten en deze zullen in het daaropvolgende jaar hierop worden aangepast (indien nodig). Het uitvoeringsprogramma wordt ter kennisgeving aan de raad en de Provincie gestuurd. In het evaluatieverslag en de jaarrekening verantwoordt het bestuur de uitgevoerde activiteiten en de inzet van de beschikbare middelen van het voorafgaande jaar. De ODZOB verantwoordt de taakuitvoering middels een algemeen jaarverslag en het specifieke jaarverslag voor de gemeente Best. Ook dit stuk wordt via het college aan de raad gestuurd.
Bijlage I Afkortingen en begrippen
Afkortingen
APV
Algemene Plaatselijke Verordening Best
Bal
Besluit activiteiten leefomgeving
Bkl
Besluit kwaliteit leefomgeving
Bor
Besluit omgevingsrecht
Ob
Omgevingsbesluit
ODZOB
Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant
Ow
Omgevingswet
VTH
Vergunningverlening, toezicht en handhaving
Wabo
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Begrippen
Afvalstoffenverordening
Alcoholwet
Algemene Plaatselijke Verordening
Algemene wet bestuursrecht
Besluit activiteiten leefomgeving
Besluit bouwwerken leefomgeving
Besluit kwaliteiten leefomgeving
Besluit omgevingsrecht
Bouwbesluit 2012
Omgevingsbesluit
Omgevingswet
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
Wet VTH
Winkeltijdenwet
Bijlage III Resultaten risicoanalyse
Onderdeel
Negatief effect
Kans op overtreding
Risico
Prioriteit
Ruimtelijke ordening
Bouwen in strijd met vergunning
3
3
9
Gemiddeld
Bouwen zonder vergunning
3
3
9
Gemiddeld
Strijdig gebruik omgevingsplan (recreatie)
3
4
12
Hoog
Strijdig gebruik omgevingsplan (agrarisch)
3
4
12
Hoog
Strijdig gebruik omgevingsplan (bedrijventerrein)
3
4
12
Hoog
Bebouwing openbaar groen
3
1
3
Zeer laag
Illegale bouwwerk geen gebouw
3
3
9
Gemiddeld
Plaatsgebonden reclame
3
2
6
Laag
Niet plaatsgebonden reclame
3
2
6
Laag
Slechte staat bouwwerken/ open erven
4
1
4
Zeer laag
Voorwaardelijke verplichting
3
2
6
Laag
Intensieve veehouderijen
4
4
16
Hoog
Beëindigingsregelingen
3
4
12
Hoog
Landschappelijke inpassingen
3
4
12
Hoog
Ruimtelijke kwaliteit: in ernstige mate strijdt
3
3
9
Gemiddeld
Tijdelijke omgevingsvergunningen
3
3
12
Gemiddeld
Cultureel erfgoed
Beschermd dorpsgezicht
3
3
9
Gemiddeld
Omgevingsplanactiviteit monumenten
3
3
9
Gemiddeld
Toezicht en handhaving monumenten
3
3
9
Gemiddeld
Archeologie
4
3
12
Hoog
Bouwen (Bbl)
Procedure bouwwerkzaamheden
2
4
8
Laag
Procedure sloopwerkzaamheden
2
2
4
Zeer laag
Brandveiligheid
4
3
12
Hoog
Geen gebruiksmelding
3
3
9
Gemiddeld
Constructieve veiligheid
4
3
12
Hoog
Omgevingsveiligheid (bouwplaatsinrichting / verkeersmaatregelen/ overlast)
4
4
16
Hoog
Duurzaamheid
3
1
3
Zeer laag
APV
Hoofdstuk 2
Samenscholing
3
4
12
Hoog
Voorwerpen op of aan weg
2
2
4
Zeer laag
Veranderen weg / uitweg
2
2
4
Zeer laag
Kleinschalig evenement < 100
3
3
9
Gemiddeld
Grootschalig evenement > 100
4
3
12
Hoog
Exploitatievergunning
3
3
9
Gemiddeld
Sluitingstijd
1
2
2
Zeer laag
Schenktijden
3
4
12
Hoog
Kansspelautomaten
1
1
1
Zeer laag
Plakken en kladden
2
4
8
Laag
Hinderlijk gedrag
4
5
20
Zeer hoog
Verboden drankgebruik
3
4
12
Hoog
Verboden lachgasverbruik
3
4
12
Hoog
Vechten in openbaar
3
2
6
Laag
Liggen/slapen openbare weg
3
3
9
Gemiddeld
Verbod carbidschieten
1
2
2
Zeer laag
Loslopende honden
3
4
12
Hoog
Verontreiniging honden
4
4
16
Hoog
Gevaarlijke honden
4
3
12
Hoog
Heling
1
1
1
Zeer laag
Drugsoverlast
2
4
8
Laag
Bestuurlijke ophouding
1
1
1
Zeer laag
Veiligheidsrisicogebied
3
4
12
Hoog
Gebiedsontzegging
3
4
12
Hoog
Woonoverlast
1
3
3
Zeer laag
Hoofdstuk 3
Prostitutie, seksbranche
1
3
3
Zeer laag
Hoofdstuk 4
Collectieve festiviteiten
2
2
4
Zeer laag
Incidentele festiviteiten
3
2
6
Laag
(On-)versterkte muziek
3
3
9
Gemiddeld
Houtopstanden
1
1
1
Zeer laag
Ontsiering
3
3
9
Gemiddeld
Kamperen buiten kampeerterrein
3
2
6
Laag
Defecte / voertuigwrakken
3
4
12
Hoog
Venten
1
1
1
Zeer laag
Standplaats
1
1
1
Zeer laag
Crossen
4
4
16
Hoog
Vuurverbod
2
2
4
Zeer laag
Bijzondere wetten / overig
Opiumwet
Damocles
5
5
25
Zeer hoog
Winkeltijdenwet
Zondag openstelling
1
1
1
Zeer laag
Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)
Foutparkeren
4
3
12
Hoog
Blauwe zone
2
4
8
Laag
Gehandicaptenparkeerplaats
3
3
9
Gemiddeld
Afvalstoffenverordening
Verkeerd aanbieden
3
4
12
Hoog
Integraal Veiligheidsplan
Woning inbraken
4
3
12
Hoog
Geweld
3
3
9
Gemiddeld
Jeugdoverlast en -criminaliteit
3
4
12
Hoog
Juridische dienstverlening
Klachtenlijn
3
3
9
Gemiddeld
Verzoek om handhaving
3
3
9
Gemiddeld
Bezwaar
4
3
12
Gemiddeld
Voorlopige voorziening
4
3
12
Gemiddeld
Beroep
4
3
12
Gemiddeld
Bijlage IV Lijst dwangsommen
Bijlage behorende bij het document Kompas – Richtlijn Dwangsombeschikking
versie 13 december 2022
OVERZICHT DWANGSOMHOOGTES EN BEGUNSTIGINGSTERMIJNEN
ONDERWERP
OVERTREDING
HOOGTE DWANGSOM
DWANGSOM PER
MAXIMUM
BEGUNSTIGING TERMIJN
PER
BEDRAG
WET MILIEUBEHEER
VERGUNNING / MELDING
Wabo
Inrichting zonder vergunning
€ 3.000,-
Week
€
18.000,-
3maanden
Inrichting uitgebreid of wijzigen zonder vergunning
€ 3.000,-
Week
€
18.000,-
3maanden
Inrichting milieuneutraal wijzigen
€ 1.000,-
Week
€
6.000,-
3maanden
Activiteitenbesluit
Inrichting zonder melding inwerking
€ 600,-
Week
€
3.600,-
1maand
ONGEWOON VOORVAL
Wm
Het niet (zo spoedig mogelijk) melden van het ongewoon voorval aan het bevoegde gezag
€ 1.750,-1
Week
€
10.500,-1
1maand
AFVAL
Opslag afval niet overeenkomstig voorschriften vergunning/activiteitenbesluit
€ 1.100,-
Week
€
6.600,- 1
3maanden
Bedrijfsafval wordt niet correct afgevoerd
Kg € 2,-
Week
X 6
2maanden
Gevaarlijk afval wordt niet correct afgevoerd
Kg € 11,-
Week
X 6
2maanden
AFVALWATER
Olie-benzineafscheider, slibvanger of vetafscheider niet geleegd
€ 800,-
Week
€
4.800,-
1maand
Ontbreken zuiveringstechnische voorziening
€ 6.000,-1
Week
€
36.000,-1
3maanden
Ontbreken controlevoorziening
€ 600,-
Week
€
3.600,-
2maanden
Overschrijding van lozingsnormen uit vergunning/activiteitenbesluit
€ 1.750,-
Week
€
10.500,-
2weken
Lozen van waterbezwaarlijke stoffen zonder toestemming/vergunning (ikv ABM-toets)
€ 1.750,-1
Week
€
10.500,-1
2weken
Geen ABM toetsing uitgevoerd
€ 1.750,-
Week
€
10.500,-
3maanden
BODEM
Algemeen
Geen onderhoudsprogramma, werkinstructies, incidentmanagement, etc
€ 550,-
Week
€
3.300,-
1maand
Vloer
Ontbreken vloeistofdichte vloer
M2 € 275,-
Week
X 6
3maanden
Ontbreken vloeistofkerende vloer
M2 € 140,-
Week
X 6
3maanden
Geen certificaat/rapport van vloeistofdichte vloer
€ 1.100,-
Week
€
6.600,-
2maanden
Geen jaarlijkse controle vloeistofdichte vloer
€ 550,-
Week
€
3.300,-
2maanden
Opruimen vervuiling
Niet direct verwijderen van verontreinigingen op de vloer
€ 275,-
Constatering
€
1.650,-
1maand
Geen adsorptiemiddelen of geen goed gebruik van adsorptiemiddelen
€ 275,-
Week
€
1.650,-
1maand
Lekbak Vaatwerk
Lekbak niet aanwezig/onvoldoende capaciteit
€ 550,-
Week
€
3.300,-
1maand
Opslag niet in lekbakken
€ 275,-
Constatering
€
1.650,-
1maand
Bodemonderzoek
Geen bodem nul- / eind-situatieonderzoek uitgevoerd
€ 1.100,-
Week
€
6.600,-
2maanden
Geen monitoringsonderzoek bodem uitgevoerd
€ 1.100,-
Week
€
6.600,-
2maanden
GELUID
Overtreding geluidsvoorschriften door nalatig gedrag
€ 1.100,-
Constatering
€
26.400,-
2weken
Overtreding geluidvoorschriften door ontbreken voorzieningen
€ 2.200,-1
Week
€
17.600,-1
2maanden
Akoestisch onderzoek niet uitgevoerd
€ 1.750,-
Week
€
10.500,-
2maanden
LUCHT
Stookinstallaties
Geen 2- of 4-jaarlijkse inspectie stookinstalalties > 20/100 kW (scope 1, 2, 3 of 5)
€ 1.750,-
Week
€
10.500,-
3maanden
Geen inspectie brandstofleidingen (scope 7)
€ 1.750.-
Week
€
10.500,-
3maanden
Geen goedgekeurd inspectierapport, eerst nog aanpassingen aan installatie doorvoeren
€ 1.100,-1
Week
€
6.600,-1
3maanden
Geen NOx meting uitgevoerd (scope 6 of anders)
€ 1.750,-
Week
€
10.500,-
3maanden
Niet voldoen aan de NOx emissienorm
€ 4.500,-
Week
€
27.000,-
3maanden
Geur
Geen (goedgedimensioneerde) ontgeuringsinstallatie
€ 1.750,-
Week
€
10.500,-
3maanden
Uitmonding afvoerpijp afzuiginstallatie niet op hoogte
€ 1.100,-
Week
€
6.600,-
2maanden
Geen onderhoud ontgeuringsinstallatie
€ 800,-
Week
€
4.800,-
1maand
Geuronderzoek niet uitgevoerd/niet correct uitgevoerd.
€ 2.200,-1
Week
€
13.600,-1
2maanden
Slechte opslag dierlijk afval
€ 600,-
Constatering
€
3.600,-
1maand
Emissie algemeen
Ontbreken filterinstallatie
€ 1.750,-1
Week
€
10.500,- 1
3maanden
Geen onthouder filterinstallatie
€ 800,-
Week
€
4.800,-
1maand
Niet voldoen aan emissiegrenswaarden Ner
€ 2.200,-1
Week
€
13.600,-1
3maanden
Stofoverlast veroorzaken
€ 2.200,-
Constatering
€
13.600,-
2maanden
Onderzoek emissiebeperkingen niet uitgevoerd
€ 1.750,-
Week
€
10.500,-
2maanden
Oplosmiddelenbesluit
Niet opstellen reductieprogramma
€ 2.750,-
Week
€
16.500,-
2maanden
Geen correcte/volledige oplosmiddelenboekhouding
€ 1.100,-
Week
€
6.600,-
2maanden
Niet voldoen aan emissiegrenswaarden
€ 4.500,-
Week
€
27.000,-
3maanden
ONDERWERP
OVERTREDING
HOOGTE DWANGSOM
DWANGSOM PER
MAXIMUM
BEGUNSTIGING TERMIJN
PER
BEDRAG
VEILIGHEID
Blusmiddelen
Geen brandblussers
€ 300,-
Week
€
1.800,-
1maand
Keuring blusmiddelen niet juist
€ 300,-
Week
€
1.800,-
1maand
Brandblusser niet direct bereikbaar voor gebruik
€ 300,-
Constatering
€
1.800,-
2weken
LPG
Afleveren LPG zonder toezicht (evt. in nacht)
€ 1.750,-
Constatering
€
10.500,-
1Week
Niet voldoen aan interne afstanden LPG-installatie
€ 6.000,-
Week
€
36.000,-
1-3 maanden
Geen aanrijbeveiliging
€ 1.100,-
Week
€
6.600,-
1maand
Niet keuren van reservoir, leidingen etc
€ 3.500,-1
Week
€
21.000,-1
2maanden
Vuurwerk
Sprinklerinstallatie niet gekeurd
€ 1.100,-
Week
€
6.600,-
2maanden
Geen actualisatie UPD
€ 600,-
Week
€
3.600,-
2maanden
Verkoopruimte niet vrij van (zeer) licht ontvlambare stoffen en drukhouders
€ 600,-
Dag1
€
3.600,-
1Week1
Geen vervanging moedersprinklers
€ 800,-
Week
€
4.800,-
2maanden
Opslag vuurwerk te hoog/tegen muur etc
€ 600,-
Dag1
€
3.600,-
1Week1
Opslag van “illegaal” vuurwerk
€ 800,-
Week
€
4.800,-
1maand
ENERGIE
Energiebesparingsonderzoek niet uitgevoerd
€ 1.750,-1
Week
€
10.500,-1
2maanden
Geen energiemonitoring / niet overleggen energiegegevens
€ 300,-
Week
€
1.800,-
2maanden
REGISTRATIES
Geen (volledig) installatieboek tankstation aanwezig
€ 300,-
Week
€
1.800,-
1maand
Geen VOS-registratie (anders dan oplosmiddelenbesluit)
€ 300,-
Week
€
1.800,-
2maanden
Geen onderhoudscontracten of bewijzen van onderhoud of keuringen van ten behoeve van de inrichting aanwezige voorzieningen en installaties;
€ 300,-
Week
€
1.800,-
1maand
Geen afgiftebewijzen van bedrijfs- en gevaarlijke afvalstoffen
€ 600,-
Week
€
3.600,-
1maand
VEEHOUDERIJ
Mest
Mestbassins niet overeenkomstig bouwtechnische richtlijnen
€ 1.100,-
Week
€
6.600,- 1
2maanden
Vaste mest niet op mestdichte plaat
€ 825,-
Week
€
4.950,-
2maanden
Veehouderij
Chemische luchtwasser staat uit
Luchtwasser € 1.980,-
Constatering
€
11.880,-
1dag
Biologische (gecombineerde) luchtwasser staat uit
Luchtwasser € 990,-
Constatering
€
5.940,-
1dag
Overige emissiearme stalsystemen uit of niet conform gebruikseisen en dus als traditioneel aan te merken
stalsysteem € 2.750,-
Week
€
16.500,-
3maanden
Niet voldoen aan gebruikseisen emissiearm stalsysteem - Type B en type B + OBM (anders dan ‘ammoniak overschrijding’ hierboven)
stalsysteem € 425,-
Week
2.550,-
3maanden
Niet voldoen aan gebruikseisen emissiearm stalsysteem - Type C (anders dan ‘ammoniak overschrijding’ hierboven)
stalsysteem € 850,-
Week
€
5.100,-
3maanden
Niet voldoen aan gebruikseisen emissiearm stalsysteem - Type C + IPPC (anders dan ‘ammoniak overschrijding’ hierboven)
stalsysteem € 1.275,-
Week
7.650,-
3maanden
Meer dieren houden dan vergund
n = < 100 € 3.740,-
Week
€
22.440,-
1maand
n = 100-1000 € 9.240,-
Week
€
55.440,-
2maanden
n = > 1000 € 18.700,-
Week
€
112.200,-
3maanden
Veehouderij type-B-bedrijf i.h.k.v. Activiteitenbesluit milieubeheer
Niet voldoen aan Besluit emissiearme huisvesting of ontbreken vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming
€ 7.370,-
Week
€
44.220,-
3maanden
Chemische luchtwasser niet aanwezig
Luchtwasser € 9.350,-
Week
€
56.100,-
3maanden
Biologische (gecombineerde) luchtwasser niet aanwezig
Luchtwasser € 11.000,-
Week
€
66.000,-
3maanden
Overige emissiearme stalsystemen niet aanwezig
stalsysteem € 7.370,-
Week
€
44.220,-
3maanden
Veehouderij type-C-bedrijf i.h.k.v. Activiteitenbesluit milieubeheer
Niet voldoen Besluit emissiearme huisvesting/Richtlijn industriële emissies of ontbreken vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming
€ 15.400,-
Week
€
92.400,-
3maanden
Chemische luchtwasser niet aanwezig
Luchtwasser € 18.700,-
Week
€
112.200,-
3maanden
Biologische (gecombineerde) luchtwasser niet aanwezig
Luchtwasser € 22.000,-
Week
€
132.000,-
3maanden
Overige emissiearme stalsystemen niet aanwezig
stalsysteem € 15.400,-
Week
€
92.400,-
3maanden
KOELINSTALLATIES
Synthetische koelmiddelen
Geen logboek aanwezig, of niet volledig
€ 300,-
Week
€
1.800,-
1maand
Geen lekkagecontrole uitgevoerd
€ 400,-
Week
€
2.400,-
1maand
Niet bekend welke koelmiddelen gebruikt worden
€ 200,-
Week
€
1.200,-
1maand
Geen lekdetectie aanwezig (>500 ton CO2)
€ 1.100,-
Week
€
6.600,-
2maanden
Geen controle lekdetectieapparatuur
€ 600,-
Week
€
3.600,-
1maand
NH3 tot 1500 kg
Geen jaarlijks onderhoud
€ 1.100,-
Week
€
6.600,-
2maanden
Geen 2-jaarlijkse inspectie
€ 1.100,-
Week
€
6.600,-
2maanden
Niet voldoen aan voorschriften PGS 13
€ 2.200,-1
Week
€
13.600,-1
2maanden
NH3 boven 1500 kg
Geen jaarlijks onderhoud
€ 2.200,-
Week
€
13.600,-
2maanden
Geen 2-jaarlijkse inspectie
€ 2.200,-
Week
€
13.600,-
2maanden
Niet voldoen aan voorschriften PGS 13
€ 4.500,-1
Week
€
27.000,-
2maanden
Niet voldoen aan afstanden Bevi
€ 6.000,-
Week
€
36.000,-
3maanden
OPSLAG VAN VERPAKTE GEVAARLIJKE STOFFEN PGS 15
Gevaarlijke stoffen algemeen
Ontbreken opslagvoorziening kast
€ 1.100,-
Week
€
6.600,-
2maanden
Ontbreken opslagvoorziening bouwkundig/kluis
€ 2.200,-
Week
€
13.600,-
3maanden
Het opslaan van gevaarlijke stoffen buiten de PGS 15 ruimte (geen werkvoorraad)
€ 600,-
Constatering
€
3.600,-
2weken
ONDERWERP
OVERTREDING
HOOGTE DWANGSOM
DWANGSOM PER
MAXIMUM
BEGUNSTIGING TERMIJN
PER
BEDRAG
WBDBO van opslag geen 60 minuten
€ 1.100,-1
Week
€
6.600,- 1
2maanden
Leidingdoorvoeringen niet in zelfde WBDBO uitgevoerd als opslag zelf
€ 600,-
Week
€
3.600,-
2maanden
Geen zelfsluitende deur
€ 300,-
Week
€
1.800,-
2weken
Geen BMI bij opslag boven 2500 kg
€ 1.100,-
Week
€
6.600,-
2maanden
Geen juiste pictogrammen aanwezig
€ 200,-
Week
€
1.200,-
2weken
Gasflessen
Opslag gasflessen voldoet niet aan de afstandseisen tot brandbare objecten, erfgrens / brandwerendheid gevel
€ 1.100,-
Week
€
6.600,-
2maanden
Gasflessen niet tegen opvallen beschermd
€ 300,-
Constatering
€
1.800,-
2weken
Opslag > 10 ton
Geen goedgekeurd blussysteem
€ 3.000,-
Week
€
18.000,-
2maanden
Geen geactualiseerd UPD
€ 600,-
Week
€
3.600,-
2maanden
Geen juist stoffenjournaal
€ 600,-
Week
€
3.600,-
1maand
Opslag niet conform UPD
€ 3.000,-1
Week
€
18.000,-1
2maanden
OPSLAG PROPAAN EN BUTAAN PGS 19
Geen keuring reservoir
€ 1.100,-
Week
€
6.600,-
2maanden
Geen keuring leidingen
€ 600,-
Week
€
3.600,-
2maanden
Geen (volledig) logboek
€ 300,-
Week
€
1.800,-
1maand
Opslag van brandgevaarlijke stoffen bij de tank
€ 300,-
Constatering
€
1.800,-
1maand
Voldoet niet aan interne/externe afstanden
€ 1.100,-1
Week
€
6.600,-1
2maanden
Begroeiing rondom reservoir niet in orde
€ 300,-
Week
€
1.800,-
1maand
OPSLAG VLOEIBARE BRANDSTOF ONDERGRONDSE TANKS/ TANKSTATIONS/ PGS 28
Vulpistool is voorzien van een vastzetinrichting/ te lange slang
€ 300,-
Constatering
€
1.800,-
2weken
Geen water / sludge-controle uitgevoerd
€ 600,-
Week
€
3.600,-
1maand
Geen KB-meting/bodemweerstand uitgevoerd
€ 600,-
Week
€
3.600,-
1maand
Ondergrondse tank niet gekeurd/herkeurd
€ 3.500,-
Week
€
21.000,-
3maanden
Niet saneren van ondergrondse tank
€ 3.500,-
Week
€
21.000,-
3maanden
Bemonstering grondwater niet uitgevoerd
€ 1.750,-
Week
€
10.500,-
2maanden
Ontbreken financiële zekerheid tank
€ 1.750,-
Week
€
10.500,-
2maanden
Dampretoursysteem
(DRS)
Ontbreken dampretour stage I of II
€ 1.750,-
Week
€
10.500,-
2maanden
Geen controle van dampretoursysteem Stage II
€ 800,-
Week
€
4.800,-
2maanden
Installatieboek (logboek)
tank € 300,-
Week
€
1.800,-
2maanden
VLOEIBARE BRANDSTOFFEN BOVENGRONDSE TANKS PGS 30
Bovengrondse tank, geen installatiecertificaat/niet herkeurd
€ 1.100,-
Week
€
6.600,-
2maanden
Bovengrondse tank niet in lekbak/lekdetectie niet gekeurd
€ 600,-
Week
€
3.600,-
2maanden
Bovengrondse tank niet tegen aanrijden beschermd
€ 600,-
Week
€
3.600,-
2maanden
Geen water / sludge-controle uitgevoerd
€ 300,-
Week
€
1.800,-
1maand
Ontluchtingsleiding niet in orde
€ 300,-
Week
€
1.800,-
1maand
Buiten gebruik stellen tank niet volgens regels
€ 1.100,-
Week
€
6.600,-
2maanden
Opslag van brandgevaarlijke stoffen bij de tank
€ 300,-
Constatering
€
1.800,-
1maand
BESLUIT BODEMKWALITEIT
Art. 42
Lid 1
Degene die voornemens is grond of baggerspecie toe te passen als bedoeld in artikel 35, onderdeel a tot en met i, met uitzondering van onderdeel f, meldt dat voornemen ten minste vijf werkdagen van tevoren aan Onze Minister.
€ 550,- 1
Week
€
3.300,- 1
1maand
Lid 2
Bij de melding van een toepassing als bedoeld in artikel 35, onder a tot en met e en g, worden ten minste de volgende gegevens verstrekt:
a.de naam en het adres van degene die voornemens is grond of baggerspecie toe te passen;
b.het toetsingskader waarbinnen de toepassing wordt uitgevoerd;
c.de milieuhygiënische verklaring van de toe te passen grond of baggerspecie;
d.de plaats van herkomst van de toe te passen grond of baggerspecie;
e.de hoeveelheid toe te passen grond of baggerspecie;
f.de toepassingslocatie;
g.voor zover het een toepassing betreft krachtens afdeling 2, paragraaf 2, de bodemkwaliteitsklasse;
h.voor zover het een toepassing op of in de bodem, uitgezonderd de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam, betreft krachtens afdeling 2, paragraaf 2, de bodemfunctieklasse.
Lid 3
Op de melding van de toepassing, bedoeld in artikel 35, onder h en i, is het tweede lid, onder a, c tot en met f, van overeenkomstige toepassing en op meldingen van de toepassing, bedoeld in artikel 35, onder h, het tweede lid, onder g. Bij meldingen van de toepassing, bedoeld in artikel 35, onder h en i, wordt ook de voorziene duur van de toepassing vermeld.
Lid 4
Indien de voorziene duur van de toepassing, bedoeld in artikel 35, onder h en i, langer is dan zes maanden, wordt de eindbestemming van de grond of baggerspecie binnen die termijn gemeld.
Lid 5
Onze Ministers kunnen nadere regels stellen met betrekking tot de in het tweede lid bedoelde gegevens.
Lid 6
De melding wordt elektronisch of schriftelijk gedaan door middel van een formulier waarvan het model bij regeling van Onze Ministers wordt aangewezen. Onze Ministers kunnen nadere regels stellen met betrekking tot de wijze waarop moet worden gemeld.
Lid 7
Onze Minister zendt onverwijld de melding met de bijbehorende gegevens elektronisch door aan het bevoegd gezag.
ONDERWERP
OVERTREDING
HOOGTE DWANGSOM
DWANGSOM PER
MAXIMUM
BEGUNSTIGING TERMIJN
PER
BEDRAG
Lid 8
Het eerste lid geldt niet voor:
a.natuurlijke personen anders dan in de uitoefening van beroep of bedrijf;
b.degene die voornemens is grond of baggerspecie toe te passen binnen een landbouwbedrijf, indien de grond of baggerspecie afkomstig is van een tot dat landbouwbedrijf behorend perceel waarop een vergelijkbaar gewas wordt geteeld als op het perceel waar de grond of baggerspecie wordt toegepast;
c.degene die voornemens is grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 39 in een omvang van minder dan 50 m3 toe te passen.
Lid 9
Degene die voornemens is grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 39 in een omvang van ten minste 50 m3 toe te passen, meldt in afwijking van het tweede en derde lid eenmalig de gegevens, genoemd in het tweede lid, onder a en f.
Lid 10
Het achtste lid, onder c, en het negende lid zijn niet van toepassing op het toepassen van grond of baggerspecie in de Nederlandse territoriale zee.
Lid 11
De volgende toepassers van grond of baggerspecie bewaren de in het tweede, onder a, c tot en met f, genoemde gegevens gedurende ten minste vijf jaren: a. degene die voornemens is grond of baggerspecie toe te passen als bedoeld in artikel 39, uitgezonderd degene, bedoeld in het achtste lid, onder a en b; b. degene die baggerspecie verspreidt uit een watergang over de aan de watergang grenzende percelen.
WONINGWET
BOUWBESLUIT 2012
Artikel 1.16.
Zorgplicht
Lid 1
Een bij of krachtens de wet aanwezige installatie als bedoeld in hoofdstuk 6 van dit besluit: a. functioneert overeenkomstig de op die installatie van toepassing zijnde voorschriften;
b.wordt adequaat beheerd, onderhouden en gecontroleerd, en
c.wordt zodanig gebruikt dat geen gevaar voor de gezondheid of de veiligheid ontstaat dan wel voortduurt.
Noodverlichting
armatuur € 275,-
Week
€
1.650,-
2maanden
Vluchtrouteaanduidingen
armatuur € 275,-
Week
€
1.650,-
2maanden
Brandslanghaspel en pompinstallatie
brandhaspel € 550,-
Week
€
3.300,-
2maanden
Bluswaterwinplaats / brandkraan
bluswaterwinplaat
s / brandkraan € 550,-
Week
€
3.300,-
2maanden
Lid 2
Na het aanbrengen of wijzigen van een kabel-, leiding- of andere doorvoer in of door een scheidingsconstructie waarvoor op grond van dit besluit een eis met betrekking tot de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag of rookdoorgang geldt, wordt de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag of rookdoorgang op adequate wijze gecontroleerd.
rookdoorgang € 550,- 1
Week
€
3.300,- 1
2maanden
doorvoer € 550,- 1
Week
€
3.300,- 1
2maanden
WABO
Art. 2.1
Vergunning
Lid 1d.
Inrichting zonder of in afwijking van vergunning
€ 1.650,-
Week
€
9.900,-
3maanden
Art. 1.18
Meldingsplicht
Inrichting zonder of in afwijking van melding
€ 550,-
Week
€
3.300,-
1maand
Art. 6.3
Noodverlichting
Lid 1
Een verblijfsruimte voor meer dan 75 personen en een besloten ruimte waardoor een vluchtroute uit die verblijfsruimte voert, hebben noodverlichting.
€ 550,-
Week
€
3.300,-
2maanden
Lid 2
Een onder het meetniveau gelegen functieruimte als bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, heeft noodverlichting.
Lid 3
Een besloten ruimte als bedoeld in artikel 6.2, vierde lid, heeft noodverlichting.
Lid 5
Noodverlichting als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid geeft binnen 15 seconden na het uitvallen van de voorziening voor elektriciteit gedurende ten minste 60 minuten een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte van ten minste 1 lux.
armatuur € 110,-
Week
€
660,-
2maanden
Art. 6.20
Brandmeldinstallatie
Lid 1
Een gebruiksfunctie heeft een brandmeldinstallatie als bedoeld in NEN 2535 met een omvang van de bewaking en een doormelding zoals aangegeven in bijlage I bij dit besluit, indien:
a.de gebruiksoppervlakte van de gebruiksfunctie of de totale gebruiksoppervlakte aan gebruiksfuncties van dezelfde soort in het gebouw voor zover die gebruiksfuncties op eenzelfde vluchtroute zijn aangewezen groter is dan de in deze bijlage aangegeven grenswaarde;
b.de hoogste vloer van een verblijfsruimte van de gebruiksfunctie gemeten boven het meetniveau hoger is gelegen dan op de in deze bijlage aangegeven grenswaarde, of
c.deze bijlage dit aanwijst zonder dat sprake is van een grenswaarde als hierboven bedoeld.
BMI € 3.300,- 1
Week
€
19.800,- 1
6maanden
Lid 3
Een doormelding als bedoeld in het eerste lid vindt rechtstreeks plaats naar de regionale alarmcentrale van de brandweer.
€ 1.100,-
Week
€
6.600,-
2maanden
Lid 4
Bij een woonfunctie voor zorg met zorg op afroep in een woongebouw of in een groepszorgwoning vindt rechtstreekse melding naar een zorgcentrale plaats. Bij 24-uurszorg in een woongebouw of in een groepszorgwoning vindt deze melding naar een zusterpost plaats.
Lid 5
Voor zover vanuit de uitgang van een verblijfsruimte slechts in één richting kan worden gevlucht, zijn de buiten die verblijfsruimte gelegen ruimten waardoor die enkele vluchtroute voert alsmede aan die ruimten grenzende verblijfsruimten en ruimten met een verhoogd brandrisico voorzien van een brandmeldinstallatie met ruimtebewaking als bedoeld in NEN 2535, indien:
a.de loopafstand tussen de uitgang van een verblijfsruimte en het punt van waaruit in meer dan één richting kan worden gevlucht meer dan 10 m is;
b.de totale vloeroppervlakte van de ruimten waardoor die enkele vluchtroute voert alsmede van de daarop aangewezen verblijfsruimten meer dan 200 m2
is, of
c.het aantal aan de enkele vluchtroute gelegen verblijfsruimten meer dan twee is.
BMI € 3.300,- 1
Week
€
19.800,- 1
6maanden
Lid 6
In de in bijlage I bij dit besluit aangewezen gevallen heeft een bij of krachtens de wet voorgeschreven brandmeldinstallatie een geldig inspectiecertificaat dat is afgegeven op grond van het CCV-inspectieschema Brandmeldinstallaties.
€ 550,-
Week
€
3.300,-
2maanden
Lid 7
Het onderhoud van een bij of krachtens de wet voorgeschreven brandmeldinstallatie waarvoor geen certificaat als bedoeld in het zesde lid is vereist, voldoet aan NEN 2654-1.
€ 550,-
Week
€
3.300,-
2maanden
Lid 8
Het beheer en de controle van een bij of krachtens de wet voorgeschreven brandmeldinstallatie voldoen aan NEN 2654-1.
€ 550,-
Week
€
3.300,-
2maanden
Art. 6.23 Ontruimingsalarminstallatie en ontruimingsplan
Lid 1
Een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in artikel 6.20, eerste, tweede en vijfde lid, heeft een ontruimingsalarminstallatie als bedoeld in NEN 2575.
OAI € 3.300,- 1
Week
€
19.800,- 1
6maanden
Lid 2
Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over het ontruimingssignaal van de in het eerste lid bedoelde ontruimingsalarminstallatie.
Lid 3
Het beheer en de controle van een ontruimingsalarminstallatie als bedoeld in het eerste lid voldoen aan NEN 2654-2.
Lid 4
Een ontruimingsalarminstallatie als bedoeld in het eerste lid, die behoort bij een brandmeldinstallatie waarop artikel 6.20, zesde lid, van toepassing is, heeft een geldig inspectiecertificaat dat is afgegeven op grond van het CCV-inspectieschema Ontruimingsalarminstallaties.
Lid 5
Het onderhoud van een ontruimingsalarminstallatie als bedoeld in het eerste lid, die behoort bij een brandmeldinstallatie waarop artikel 6.20, zevende lid, van toepassing is, voldoet aan NEN 2654-2.
Lid 6
Een gebruiksfunctie met een brandmeldinstallatie als bedoeld in artikel 6.20 heeft een ontruimingsplan.
€ 275,-
Week
€
1.650,-
2maanden
Art. 6.24
Vluchtrouteaanduidingen
Lid 1
Een ruimte waardoor een verkeersroute voert en een ruimte voor meer dan 50 personen hebben een vluchtrouteaanduiding die voldoet aan NEN 6088 en aan de zichtbaarheidseisen, bedoeld in de artikelen 5.2 tot en met 5.6 van NEN-EN 1838.
pictogram € 110,-
Week
€
660,-
2maanden
Lid 3
Een vluchtrouteaanduiding als bedoeld in het eerste of tweede lid is aangebracht op een duidelijk waarneembare plaats.
pictogram € 110,-
Week
€
660,-
2maanden
Lid 4
Een vluchtrouteaanduiding als bedoeld in het eerste of tweede lid voldoet binnen 15 seconden na het uitvallen van de voorziening voor elektriciteit, gedurende een periode van ten minste 60 minuten, aan de zichtbaarheidseisen bedoeld in de artikelen 5.2 tot en met 5.6 van NEN-EN 1838.
armatuur € 110,-
Week
€
660,-
2maanden
ONDERWERP
OVERTREDING
HOOGTE DWANGSOM
DWANGSOM PER
MAXIMUM
BEGUNSTIGING TERMIJN
PER
BEDRAG
Art. 6.25 Deuren in vluchtroutes
Lid 1
Een deur op een gemeenschappelijke vluchtroute die toegang geeft tot een trappenhuis van een te bouwen woongebouw draait bij het openen niet tegen de vluchtrichting in.
deur € 275,-
Week
€
1.650,-
2maanden
Lid 2
Een deur op een vluchtroute vanaf de uitgang van een wooneenheid naar de uitgang van de woonfunctie voor kamergewijze verhuur kan in de vluchtrichting worden geopend:
a.door een lichte druk tegen de deur, of
b.met behulp van een ontsluitingsmechanisme dat voldoet aan NEN-EN 179 of aan NEN-EN 1125.
deur € 275,-
Week
€
1.650,-
2maanden
Lid 3
Een deur op een vluchtroute draait bij het openen niet tegen de vluchtrichting in indien bij een te bouwen bouwwerk meer dan 37 personen of bij een bestaand bouwwerk meer dan 60 personen op die uitgang zijn aangewezen.
Lid 4
Een nooddeur kan geen schuifdeur zijn.
Lid 5
Een deur op een vluchtroute draait bij het openen niet tegen de vluchtrichting in.
Lid 6
Een deur waarop bij het vluchten meer dan 100 personen zijn aangewezen kan worden geopend door:
a.een lichte druk tegen de deur, of
b.een lichte druk tegen een op circa 1 m boven de vloer over de volle breedte van de deur aangebrachte panieksluiting die voldoet aan NEN-EN 1125.
Lid 7
Een deur op een vluchtroute die begint in een ruimte voor het insluiten van personen, kan tijdens het vluchten met een sleutel worden geopend.
Lid 8
Een automatisch werkende deur en een voorziening voor toegangs- of uitgangscontrole in een vluchtroute mogen het vluchten niet belemmeren.
deur € 550,-
Week
€
3.300,-
2maanden
Lid 9
Een deur die toegang geeft tot een overdruktrappenhuis is voorzien van een aanduiding waaruit blijkt dat hard duwen noodzakelijk kan zijn.
deur € 110,-
Week
€
660,-
2maanden
Lid 10
Aan de aan de buitenlucht grenzende zijde van een nooddeur is het opschrift «nooddeur vrijhouden» of «nooduitgang» aangebracht. Dit opschrift voldoet aan de eisen voor aanvullende tekens in NEN 3011.
deur € 110,-
Week
€
660,-
2maanden
Art. 6.26 Zelfsluitende deuren
Lid 1
Een beweegbaar constructieonderdeel in een inwendige scheidingsconstructie waarvoor een eis aan de weerstand tegen branddoorslag, weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag of weerstand tegen rookdoorgang geldt, is zelfsluitend.
constructie-onderdeel € 275,-
Week
€
1.650,-
2maanden
Art. 6.28
Brandslanghaspels
Lid 1
Een te bouwen gebruiksfunctie heeft ten minste een brandslanghaspel.
€ 550,-
Week
€
3.300,-
2maanden
Lid 3
De gecorrigeerde loopafstand tussen een brandslanghaspel als bedoeld in het eerste en tweede lid en elk punt van de vloer van een gebruiksfunctie is niet groter dan de lengte van de brandslang, vermeerderd met 5 m. Dit geldt niet voor een niet in een functiegebied gelegen vloer die uitsluitend door niet besloten ruimten kan worden bereikt.
haspel € 275,-
Week
€
1.650,-
2maanden
Art. 6.29 Droge blusleiding
Lid 1
Een gebruiksfunctie met een vloer van een verblijfsgebied hoger gelegen dan 20 m boven het meetniveau, heeft een droge blusleiding.
droge blusleiding € 1.100,-
Week
€
6.600,-
2maanden
Lid 4
De loopafstand tussen een brandslangaansluiting van een in het eerste lid bedoelde droge blusleiding en een punt in een op die aansluiting aangewezen gebruiksgebied is niet groter dan 60 m voor nieuwbouw en 110 m voor bestaande bouw.
€ 550,-
Week
€
3.300,-
2maanden
Lid 5
Een te installeren droge blusleiding voldoet aan NEN 1594.
droge blusleiding € 550,-
Week
€
3.300,-
2maanden
Lid 6
De inrichting van een bestaande droge blusleiding voldoet aan NEN 1594 voor:
a.de drukbestendigheid;
b.de onbrandbaarheid van het materiaal van de leiding;
c.de soorten koppelingen voor de aansluiting van brandslangen;
d.de aanduiding van de brandslangaansluitingen, en
e.de aanduiding van de voedingsaansluitingen.
[OPMERKING BRIS: De NEN 1594 die is aangestuurd voor bestaande bouw kent geen aanduiding van de brandslangaansluitingen. Hiervoor kan de NEN 1594 gebruikt worden die wordt aangestuurd voor nieuwbouw]
Lid 7
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.16, eerste lid, worden een bij of krachtens de wet voorgeschreven droge blusleiding en een pompinstallatie bij oplevering en daarna eenmaal in de vijf jaar getest volgens NEN 1594.
Art. 6.31
Blustoestellen
Lid 1
Voor zover daarin niet reeds voldoende door de aanwezigheid van brandslanghaspels is voorzien, is een gebouw voorzien van voldoende draagbare of verrijdbare blustoestellen om een beginnende brand zo snel mogelijk door in het gebouw aanwezige personen te laten bestrijden.
brandblusser € 550,-
Week
€
3.300,-
2maanden
Lid 4
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.16, eerste lid, wordt ten minste eenmaal per twee jaar overeenkomstig NEN 2559 op adequate wijze het nodige onderhoud aan een bij of krachtens de wet voorgeschreven draagbaar of verrijdbaar blustoestel verricht en de goede werking van dat blustoestel gecontroleerd.
brandblusser € 275,-
Week
€
1.650,-
2maanden
Art. 6.32
Automatische brandblusinstallatie en rookbeheersingssyst eem
Lid 1
Een bij of krachtens de wet voorgeschreven automatische brandblusinstallatie is voorzien van een geldig inspectiecertificaat dat is afgegeven op grond van het CCV - inspectieschema Vastopgestelde Brandbeheersings - en Brandblussystemen
€ 1.100,- 1
Week
€
6.600,- 1
2maanden
Lid 2
Een bij of krachtens de wet voorgeschreven rookbeheersingsinstallatie is voorzien van een geldig inspectiecertificaat dat is afgegeven op grond van het CCVinspectieschema Rookbeheersingsinstallaties.
Art. 6.33 Aanduiding blusmiddelen
Een voorziening voor het bestrijden van brand als bedoeld in de artikelen 6.28 en 6.31 is duidelijk zichtbaar opgehangen of gemarkeerd met een pictogram als bedoeld in NEN 3011.
blusmiddel € 110,-
Week
€
660,-
2maanden
Art. 6.36
Brandweeringang
Lid 1
Een bouwwerk voor het verblijven van personen heeft een brandweeringang. Dit geldt niet indien de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat naar het oordeel van het bevoegd gezag niet vereist.
€ 605,-
Week
€
3.630,-
2maanden
Lid 3
In een bouwwerk met een brandmeldinstallatie met doormelding als bedoeld in artikel 6.20, eerste lid, wordt een brandweeringang bij een brandmelding automatisch ontsloten of ontsloten met een systeem dat in overleg met de brandweer is bepaald.
Artikel 7.2. Verbod op
roken en open vuur
Lid 1
Het is verboden te roken of open vuur te hebben:
a.in een ruimte die is bestemd voor de opslag van een brandgevaarlijke stof;
b.bij het verrichten van een handeling die het uitstromen van een brandgevaarlijke stof kan veroorzaken, en
c.bij het vullen van een brandstofreservoir met een brandgevaarlijke stof.
€ 550,-
Week
€
3.300,-
2maanden
Lid 2
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, wordt goed zichtbaar aangegeven door het aanbrengen van een gestandaardiseerd symbool overeenkomstig NEN 3011.
pictogram € 275,-
Week
€
1.650,-
2maanden
Artikel 7.3. Vastzetten zelfsluitend constructieonderdeel
Een zelfsluitend constructieonderdeel als bedoeld in artikel 6.26, eerste lid, mag niet in geopende stand zijn vastgezet tenzij het constructieonderdeel bij brand en bij rook door brand automatisch wordt losgelaten.
constructie-
onderdeel € 275,-
Week
€
1.650,-
2maanden
ONDERWERP
OVERTREDING
HOOGTE DWANGSOM
DWANGSOM PER
MAXIMUM
BEGUNSTIGING TERMIJN
PER
BEDRAG
Artikel 7.4.
Aankleding
Lid 1
Aankleding in een besloten ruimte mag geen brandgevaar opleveren. Dit gevaar is niet aanwezig indien de aankleding:
a.een ondergeschikte bijdrage aan het brandgevaar levert;
b.onbrandbaar is, bepaald volgens NEN 6064;
c.voldoet aan brandklasse A1 als bedoeld in NEN-EN 13501-1;
d.voldoet aan de eisen voor constructieonderdelen als bedoeld in afdeling 2.9, of
e.een navlamduur heeft van ten hoogste 15 seconden en een nagloeiduur van ten hoogste 60 seconden.
aankleding soort € 550,-
Week
€ 3.300,-
2maanden
Lid 3
Aankleding in een besloten ruimte die niet direct op de vloer, trap of hellingbaan is aangebracht mag geen brandgevaar opleveren. Dit gevaar is niet aanwezig indien de aankleding:
a.een ondergeschikte bijdrage aan het brandgevaar levert;
b.onbrandbaar is, bepaald volgens NEN 6064;
c.voldoet aan brandklasse A1 als bedoeld in NEN-EN 13501-1 of
d.voldoet aan de eisen voor constructieonderdelen als bedoeld in afdeling 2.9.
aankleding soort € 550,-
Week
€ 3.300,-
2maanden
Lid 5
In een besloten ruimte zijn geen met brandbaar gas gevulde ballonnen aanwezig.
€ 550,- 1
Week
€ 3.300,- 1
2maanden
Artikel 7.5.
Brandveiligheid inrichtings-elementen
Lid 1
In een voor publiek toegankelijke ruimte opgestelde stands, kramen, schappen, podia en daarmee vergelijkbare inrichtingselementen zijn brandveilig.
€ 275,-
Week
€ 1.650,-
2maanden
Lid 2
Aan het in het eerste lid gestelde is in ieder geval voldaan indien een naar de lucht gekeerd onderdeel van het inrichtingselement:
a.onbrandbaar is, bepaald volgens NEN 6064;
b.voldoet aan brandklasse A1, als bedoeld in NEN-EN 13501-1;
c.een dikte heeft van ten minste 3,5 mm, en voldoet aan brandklasse D, als bedoeld in NEN-EN 13501-1;
d.een dikte heeft van ten minste 3,5 mm, en voldoet aan klasse 4 als bedoeld in NEN 6065, of
e.een dikte heeft van minder dan 3,5 mm en over de volle oppervlakte is verlijmd met een onderdeel als bedoeld onder c of d.
Artikel 7.6.
Brandgevaarlijke stoffen
Lid 1
In, op of nabij een bouwwerk is geen brandgevaarlijke stof als bedoeld in tabel 7.6 aanwezig.
€ 550,- 1
Week
€ 3.300,- 1
2maanden
Artikel 7.8.
Opslag in stookruimte
In een ruimte met een of meer verbrandingstoestellen met een totale nominale belasting van meer dan 130 kW zijn geen brandbare goederen opgeslagen of opgesteld.
€ 550,- 1
Week
€ 3.300,- 1
2maanden
Artikel 7.10.
Restrisico brandgevaar en ontwikkeling van brand
Onverminderd het bij of krachtens dit besluit bepaalde is het verboden in, op, aan of nabij een bouwwerk voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten, werktuigen, middelen of voorzieningen te gebruiken of niet te gebruiken of anderszins belemmeringen op te werpen of hinder te veroorzaken waardoor: a. brandgevaar wordt veroorzaakt, of
b.bij brand een gevaarlijke situatie wordt veroorzaakt.
€ 550,- 1
Week
€ 3.300,- 1
2maanden
Artikel 7.12. Deuren in vluchtroutes
Lid 1
Een deur op een vluchtroute is bij aanwezigheid van personen in het bouwwerk uitsluitend gesloten indien die deur tijdens het vluchten, zonder gebruik te moeten maken van een sleutel onmiddellijk over de ten minste vereiste breedte kan worden geopend.
deur € 550,-
Week
€ 3.300,-
2maanden
Artikel 7.16.
Restrisico veilig vluchten bij
brand
Onverminderd het bij of krachtens dit besluit bepaalde is het verboden in, op, aan of nabij een bouwwerk voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten, werktuigen, middelen of voorzieningen te gebruiken of niet te gebruiken of anderszins belemmeringen te veroorzaken waardoor:
€ 550,- 1
Week
€ 3.300,- 1
2maanden
a.melding van, alarmering bij of bestrijding van brand wordt belemmerd;
b.het gebruik van vluchtmogelijkheden bij brand wordt belemmerd, of
c.het redden van personen of dieren bij brand wordt belemmerd.
ILLEGALE BOUW
Bij bouwen zonder of in afwijking van de bouwvergunning wordt de hoogte van de dwangsom bepaald door de hoogte van de bouw- en/of herstelkosten, inclusief een toeslag van 25 %.
3
Week
2
2maanden
WET RUIMTELIJKE ORDENING
ILLEGAAL GEBRUIK
Illegaal gebruik van bebouwing en percelen o.b.v. oppervlakte in m2
Tot 10 m2
€ 1.100,-
Week
€
6.600,-
2maanden
Van 11 tot en met 50 m2
€ 1.750,-
Week
€
10.500,-
2maanden
Van 51 tot en met 100 m2
€ 3.000,-
Week
€
18.000,-
2maanden
Van 101 tot en met 500 m2
€ 6.000,-
Week
€
36.000,-
2maanden
Van 501 tot en met 1.000 m2
€ 10.000,-
Week
€
60.000,-
2maanden
Boven 1.000 m2
€ 12.000,-
Week
€
72.000,-
2maanden
ASBEST
WABO
Art.
5.17
Een besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom gericht op naleving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wet kan inhouden dat het bouwen, gebruiken of slopen van een bouwwerk wordt gestaakt of dat voorzieningen, met inbegrip van het slopen van een bouwwerk, gericht op het tegengaan of beëindigen van gevaar voor de gezondheid of de veiligheid worden getroffen.
€ 5.500,-
Constatering
€
33.000,-
Direct
Woningwet
1A
1De eigenaar van een bouwwerk, open erf of terrein of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het daaraan treffen van voorzieningen draagt er zorg voor dat als gevolg van de staat van dat bouwwerk, open erf of terrein geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat dan wel voortduurt.
2Een ieder die een bouwwerk bouwt, gebruikt, laat gebruiken of sloopt, dan wel een open erf of terrein gebruikt of laat gebruiken, draagt er, voor zover dat in diens vermogen ligt, zorg voor dat als gevolg van dat bouwen, gebruik of slopen geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat dan wel voortduurt.
3De eigenaar van een bouwwerk of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het daaraan treffen van voorzieningen onderzoekt, of laat onderzoek uitvoeren naar, de staat van dat bouwwerk, voor zover dat bouwwerk behoort tot bij ministeriële regeling vast te stellen categorieën bouwwerken waarvan is vast komen te staan dat die een gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kunnen opleveren. Bij ministeriële regeling worden voorschriften gegeven omtrent het onderzoek.
€ 550,-
Week
€
3.300,-
Direct
ONDERWERP
OVERTREDING
HOOGTE DWANGSOM
DWANGSOM PER
MAXIMUM
BEGUNSTIGING TERMIJN
PER
BEDRAG
BOUWBESLUIT 2012
Artikel 1.33.
Mededeling aanvang en beëindiging sloopwerkzaamheden
Lid 1
Het bevoegd gezag wordt ten minste twee werkdagen voor de feitelijke aanvang van de sloopwerkzaamheden, bedoeld in artikel 1.26, schriftelijk van de aanvang van die werkzaamheden in kennis gesteld door diegene die de sloopwerkzaamheden gaat uitvoeren.
€ 275,-
Constatering
€
1.650,-
Afhankelijk van:
1Bij nalaten: direct
2Bij handelen: 1 dag
Lid 2
Indien bij de sloopwerkzaamheden asbest wordt verwijderd dat is ingedeeld in risicoklasse 2 of 2A als bedoeld in artikel 4.48, onderscheidenlijk 4.53a van het Arbeidsomstandighedenbesluit, voert degene die de sloopwerkzaamheden gaat uitvoeren, in afwijking van het eerste lid, ten minste twee werkdagen voor de feitelijke aanvang van de sloopwerkzaamheden, bedoeld in artikel 1.26, de datum van aanvang in het LAVS in.
€ 275,-
Constatering
€
1.650,-
Afhankelijk van:
1Bij nalaten: direct
2Bij handelen: 1 dag
Lid 3
Het bevoegd gezag wordt uiterlijk op de eerste werkdag na de dag van beëindiging van de sloopwerkzaamheden, bedoeld in artikel 1.26 van de beëindiging van die werkzaamheden in kennis gesteld door degene die de werkzaamheden heeft uitgevoerd.
€ 275,-
Constatering
€
1.650,-
Afhankelijk van:
1Bij nalaten: direct
2Bij handelen: 1 dag
Lid 4
Indien bij de sloopwerkzaamheden asbest is verwijderd dat is ingedeeld in risicoklasse 2 of 2A als bedoeld in artikel 4.48, onderscheidenlijk 4.53a van het Arbeidsomstandighedenbesluit, voert degene die de sloopwerkzaamheden heeft uitgevoerd, in afwijking van het derde lid, uiterlijk de eerste werkdag na de beëindiging van de sloopwerkzaamheden, bedoeld in artikel 1.26, de datum van beëindiging in het LAVS in.
Lid 5
Op verzoek van het bevoegd gezag overlegt degene die de sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 1.26 heeft uitgevoerd, binnen een door het bevoegd gezag te bepalen termijn na beëindiging van de werkzaamheden, een opgave van de aard en de hoeveelheid van de bij de werkzaamheden vrijgekomen afvalstoffen en van de afvoerbestemming van die stoffen.
€ 275,-
Constatering
€
1.650,-
Afhankelijk van:
1Bij nalaten: direct
2Bij handelen: 1 dag
Lid 6
Indien bij de sloopwerkzaamheden asbest is verwijderd dat is ingedeeld in risicoklasse 2 of 2A als bedoeld in artikel 4.48, onderscheidenlijk artikel 4.53a, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, voert degene die de sloopwerkzaamheden heeft uitgevoerd, in afwijking van het vijfde lid binnen twee weken nadat de eindbeoordeling is verricht, in het LAVS een bewijs in van de afvoer van het asbestafval, onder opgave van het gewicht en van de afvoerbestemming van het asbestafval.
€ 275,-
Constatering
€
1.650,-
Afhankelijk van:
1Bij nalaten: direct
2Bij handelen: 1 dag
Art. 7.22
Restrisico gebruik bouwwerken, open erven en
terreinen
Onverminderd het bij of krachtens dit besluit of de Wet milieubeheer bepaalde is het verboden in, op of aan een bouwwerk of op een open erf of terrein voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten of werktuigen te gebruiken, waardoor:
a.op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze rook, roet, walm of stof wordt verspreid;
b.overlast wordt of kan worden veroorzaakt voor de gebruikers van het bouwwerk, het open erf of terrein;
c.op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze stank, stof of vocht of irriterend materiaal wordt verspreid of overlast wordt veroorzaakt door geluid en trilling, elektrische trilling daaronder begrepen, of door schadelijk of hinderlijk gedierte, dan wel door verontreiniging van het bouwwerk, open erf of terrein, of d. instortings-, omval- of ander gevaar wordt veroorzaakt.
€ 2.200,-
Constatering
€
13.200,-
Afhankelijk van:
1Bij nalaten: direct
2Bij handelen: 1 dag
Art. 7.21
Zindelijke staat van bouwwerken, open erven en
terreinen
Een bouwwerk, open erf en terrein bevindt zich in een zodanig zindelijke staat, dat dit geen hinder voor personen en geen gevaar voor de veiligheid of de gezondheid van personen oplevert.
€ 1100,-
Week
€ 6.600,-
Afhankelijk van:
1Bij nalaten: direct
2Bij handelen: 1 dag
Art. 8.1 Aansturingsartikel
1De uitvoering van bouw- en sloopwerkzaamheden is zodanig dat voor de omgeving een onveilige situatie of voor de gezondheid of bruikbaarheid nadelige hinder zoveel mogelijk wordt voorkomen.
2Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze afdeling.
€ 550,-
Week
€ 3.300,-
Afhankelijk van:
1Bij nalaten: direct
2Bij handelen: 1 dag
Art. 8.2 Veiligheid in de omgeving
Bij het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden worden maatregelen getroffen ter voorkoming van:
a.letsel van personen op een aangrenzend perceel of een aan het bouw- of sloopterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen; b. letsel van personen die het bouw- of sloopterrein onbevoegd betreden, en
c.beschadiging of belemmering van wegen, van in de weg gelegen werken en van andere al dan niet roerende zaken op een aangrenzend perceel of op een aan het bouw- of sloopterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen.
2Bij bouw- en sloopplaatsen van een te bouwen of te slopen gebouw wordt een veiligheidsafstand vrijgehouden bepaald volgens paragraaf 6.2 van de Landelijke richtlijn Bouw- en sloopveiligheid, versie 1.2 augustus 2018.
€ 550,-
Constatering
€
3.300,-
Afhankelijk van:
1Bij nalaten: direct
2Bij handelen: 1 dag
Art. 8.9
Scheiden bouw- en
sloopafval (i.c.m. art. 4.1. van de Regeling Bouwbesluit
2012)
Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven over de te scheiden categorieën bouw-en sloopafval en de opslag en afvoer daarvan op en van het terrein bij het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden.
€ 550,-
Week
€ 3.300,-
Afhankelijk van:
1Bij nalaten: direct
2Bij handelen: 1 dag
BESLUIT MOBIEL BREKEN BOUW- EN SLOOPAFVAL
Artikel 3 i.c.m. bijlage 1 van het besluit voorschrift 2.1.3
Een mobiele puinbreker is voorzien van weegeenheden die automatisch de hoeveelheden bouw- en sloopafval of puingranulaat registreren. De betreffende weegeenheden worden voorafgaand aan de inzet van de installatie autonoom volautomatisch gekalibreerd. De kalibratiegegevens worden geregistreerd.
€ 5.500
Constatering
€33.000,-
Twee weken
Artikel 3 i.c.m. bijlage 1 van het besluit voorschrift 3.2.1
Voor een mobiele puinbreker is een inspectie- en onderhoudssysteem opgesteld, dat bijdraagt aan het waarborgen van periodiek onderhoud en controle van de installatie.
€ 220,-
Week
€1.300,-
Twee weken
Artikel 3 i.c.m. bijlage 1 van het besluit voorschrift 3.4.1
Naast de in voorschrift 2.1.2 bedoelde documenten zijn de volgende documenten aanwezig op de locatie of het deel van de inrichting waar een mobiele puinbreker in werking is:
a.gegevens omtrent de bronsterkte in dB(A) van de mobiele puinbreker;
b.het inspectie- en onderhoudsschema van de mobiele puinbreker, bedoeld in voorschrift 3.2.1 en de kalibratiegegevens, bedoeld in voorschrift 2.1.3;
c.certificaten of bewijzen van:
1º. de installatie van tanks, filters en andere voorzieningen;
2º. onderhoud of keuringen van ten behoeve van de mobiele puinbreker aanwezige voorzieningen en installaties;
d.een afschrift van de schriftelijke kennisgeving, bedoeld in artikel 4 of 5.
€ 550,-
Week
€3.300,-
Twee weken
ONDERWERP
OVERTREDING
HOOGTE DWANGSOM
DWANGSOM PER
MAXIMUM
BEGUNSTIGING TERMIJN
PER
BEDRAG
ASBESTVERWIJDERINGSBESLUIT
Art. 3 Asbestinventarisatie
Lid 1
Degene die:
a.anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf een bouwwerk of object geheel of gedeeltelijk afbreekt of uit elkaar neemt, of
b.een bouwwerk of object geheel of gedeeltelijk doet afbreken of uit elkaar doet nemen,
beschikt met betrekking tot het bouwwerk of object, dan wel het gedeelte daarvan ten aanzien waarvan de handeling wordt verricht, over een asbestinventarisatierapport indien hij weet of redelijkerwijs kan weten dat zich in het bouwwerk of object asbest of een asbesthoudend product bevindt.
€ 1.650,-
Constatering
€
6.600,-
Direct
Lid 2
Degene die:
a.anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf asbest of een asbesthoudend product uit een bouwwerk of object verwijdert, of
b.asbest of een asbesthoudend product uit een bouwwerk of object doet verwijderen,
beschikt met betrekking tot het bouwwerk of object over een asbestinventarisatierapport.
€ 1.650,-
Constatering
€
6.600,-
Direct
Lid 3
Degene die materialen of producten doet opruimen die ten gevolge van een incident zijn vrijgekomen, beschikt met betrekking tot de materialen of producten over een asbestinventarisatierapport indien hij weet of redelijkerwijs kan weten dat zich in de materialen of producten asbest of een asbesthoudend product bevindt.
€ 1.650,-
Constatering
€
6.600,-
Direct
Art. 6
Asbestverwijdering
1De volgende handelingen, indien de concentratie van asbestvezels is ingedeeld in risicoklasse 2 of 3 als bedoeld in artikel 4.48 onderscheidenlijk artikel
4.53a van het Arbeidsomstandighedenbesluit, mogen slechts worden verricht door een bedrijf dat in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel
4.54d, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit:
a.het geheel of gedeeltelijk afbreken of uit elkaar nemen van bouwwerken of objecten indien in die bouwwerken of objecten asbest of een asbesthoudend product is verwerkt;
b.het verwijderen van asbest of asbesthoudende producten uit bouwwerken of objecten;
c.het opruimen van asbest dat of asbesthoudende producten die ten gevolge van een incident is of zijn vrijgekomen.
€ 550,-
Constatering
€
3.300,-
Direct
2Artikel 4 is, met uitzondering van het eerste lid onder a, van overeenkomstige toepassing.
3Het is verboden een handeling als bedoeld in het eerste lid te doen verrichten in strijd met het bepaalde in het eerste lid in verbinding met het tweede lid.
Art. 7 (alleen voor particulieren)
Degene die anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf asbest of een asbesthoudend product verwijdert, draagt er zorg voor dat:
a.de verwijderingshandeling, indien technisch mogelijk, wordt verricht alvorens het bouwwerk of object waarin het asbest of asbesthoudende product zich bevindt, geheel of gedeeltelijk wordt afgebroken of uit elkaar genomen;
b.verwijderd asbest of een verwijderd asbesthoudend product onmiddellijk van niet-asbesthoudende producten wordt gescheiden en verzameld;
c.het verzamelde asbest of de verzamelde asbesthoudende producten, tenzij dit door vorm of formaat niet mogelijk is, onmiddellijk wordt respectievelijk worden verpakt in niet-luchtdoorlatend verpakkingsmateriaal van zodanige dikte en sterkte dat deze niet scheurt;
d.niet-luchtdoorlatend verpakkingsmateriaal waarin verwijderd asbest of een verwijderd asbesthoudend product is verpakt onmiddellijk wordt afgesloten en opgeslagen in een afgesloten opslagplaats;
e.ingeval verzameld asbest of verzamelde asbesthoudende producten niet in niet-luchtdoorlatend verpakkingsmateriaal kan respectievelijk kunnen worden verpakt, dat asbest of die asbesthoudende producten onmiddellijk in een afgesloten container wordt respectievelijk worden opgeslagen;
f.niet-luchtdoorlatend verpakkingsmateriaal waarin verwijderd asbest of een verwijderd asbesthoudend product is verpakt op duidelijke wijze wordt voorzien van aanduidingen overeenkomstig artikel 7 van het Productenbesluit asbest;
g.opgeslagen verwijderd asbest of een opgeslagen verwijderd asbesthoudend product binnen twee weken na het vrijkomen hiervan wordt afgevoerd naar een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, vierde lid, van de Wet milieubeheer.
€ 275,-
Constatering
€1.650,-
Direct
Art. 8 (alleen voor particluieren)
1Degene die anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf een handeling als bedoeld in artikel 7 verricht, doet dat op een zodanige wijze dat gevaren voor mens en milieu die door zodanige handelingen kunnen ontstaan, worden voorkomen.
2Bij regeling van Onze Minister kunnen met het oog op het voorkomen van gevaren voor mens en milieu regels worden gegeven die ten minste bij het verrichten van zodanige handelingen in acht worden genomen.
€ 275,-
Constatering
€1.650,-
Direct
Art. 9
Lid 1
Degene die in een binnenruimte een handeling doet verrichten waarop artikel 6, eerste lid, van toepassing is, draagt er zorg voor dat direct na het verrichten van die handeling een eindbeoordeling wordt uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens artikel 4.51a, eerste, tweede en vijfde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
€ 275,-
€ 110,-
€ 550,-
€ 550,-
Constatering
Constatering
Constatering
Constatering
€1.650,-
€ 660,-
€ 3.300,-
€ 3.300,-
Direct
Direct
Direct
Direct
Lid 2
Degene die in de buitenlucht een handeling doet verrichten waarop artikel 6, eerste lid, van toepassing is, draagt er zorg voor dat direct na het verrichten van die handeling een visuele inspectie wordt uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens 4.51a, derde en vijfde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
Lid 4
Het is verboden andere werkzaamheden in een binnenruimte te verrichten of te doen verrichten met betrekking tot een bouwwerk of object ten aanzien waarvan een handeling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, is verricht, zolang niet een eindbeoordeling als bedoeld in het eerste lid is uitgevoerd of indien uit de eindbeoordeling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat er op de plaats van de handeling nog visueel waarneembaar asbest aanwezig is of de concentratie asbestvezels in de lucht, bedoeld in artikel 4.51a, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit wordt overschreden.
Lid 5
Het is verboden andere werkzaamheden in de buitenlucht te verrichten of te doen verrichten met betrekking tot een bouwwerk of object ten aanzien waarvan een handeling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a of b, is verricht of op de plaats waar een handeling als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder c, is verricht, zolang niet een visuele inspectie als bedoeld in het tweede lid is uitgevoerd of indien uit de visuele inspectie, bedoeld in het tweede lid, volgt dat er op de plaats van de handeling nog visueel waarneembaar asbest aanwezig is.
ONDERWERP
OVERTREDING
HOOGTE DWANGSOM
DWANGSOM PER
MAXIMUM
BEGUNSTIGING TERMIJN
PER
BEDRAG
WET NATUURBESCHERMING
Art. 2.7 lid 2 Wnb
Lid 2
Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied.
€ 5.500,- 5
Week
€
33.000,- 1
2maanden
INTERIM OMGEVINGSVERORDENING NOORD-BRABANT 23 november 2021
Art 2.66
Lid 1
Vanaf 1 januari 2024 geldt dat:
a.een veehouderij gemiddeld op bedrijfslocatieniveau moet voldoen aan de eisen van Bijlage 2 Technische eisen huisvestingssysteem, of
b.elk huisvestingssysteem dat op een veehouderij wordt toegepast of in werking is, moet voldoen aan de eisen uit Bijlage 2 Technische eisen huisvestingssysteem, behoudens in het geval dat het huisvestingssysteem is gerealiseerd op eenomgevingsvergunning, onderdeel milieu, of een melding ingevolge het Activiteitenbesluit die:
1voor de hoofdcategorie rundvee uit de Regeling ammoniak en veehouderij ten hoogste 20 jaar geleden onherroepelijk is geworden of uiterlijk 20 jaar geleden is ingediend, of
2voor alle andere diercategorieën uit de Regeling ammoniak en veehouderij ten hoogste 15 jaar geleden onherroepelijk is geworden of uiterlijk 15 jaar geleden is ingediend.
€ 2.000,-
Week
€ 12.000,-
2maanden
Lid 2
Voor een veehouderij die op 19 juli 2017 voor een hele hoofdcategorie niet voldeed aan de eisen van het Besluit emissiearme huisvesting geldt in afwijking van het eerste lid aanhef als datum 1 januari 2020.
Lid 3
Voor de toepassing van dit artikel geldt dat het in beperkte omvang en aantal houden van hobbydieren voor privégebruik en zonder relatie met de bedrijfsvoering, niet betrokken hoeft te worden in de beoordeling of een veehouderij voldoet aan de eisen uit Bijlage 2 Technische eisen huisvestingssysteem.
Artikel 2.69
Lid 1
In aanvulling op artikel 1.11 Wet natuurbescherming, geldt voor een nieuwe stal dat ieder huisvestingssysteem dat wordt toegepast, moet voldoen aan de eisen uit Bijlage 2 Technische eisen huisvestingssystemen, die gelden op het moment van besluitvorming op een vergunningaanvraag of het moment waarop de melding is ingediend, bij:
a.de vergunning ingevolge artikel 2.7, tweede lid Wet natuurbescherming;
b.de vergunning ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of een daarop gebaseerde Algemene maatregel van bestuur, waarvoor op grond van artikel 2.27 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een verklaring van geen bedenkingen is vereist, of c. als onderdelen a. en b. niet van toepassing zijn:
1een vergunning ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
2een melding ingevolge het Activiteitenbesluit milieubeheer.
€ 2.000,-5
Week
€ 12.000,-
2maanden
Lid 2
In afwijking van het eerste lid geldt voor de vergunningaanvragen, bedoeld in het eerste lid, die voor 1 januari 2023 zijn ingediend, dat de nieuwe stal en de toepassing van ieder huisvestingssysteem voldoet aan de eisen zoals opgenomen in bijlage 2 Technische eisen huisvestingssystemen die gelden op het moment van indiening daarvan.
Art. 9.5
Lid 1 of 2
Lid 1
Voor nieuwe stallen waarvoor op 25 mei 2010 reeds een melding krachtens het Besluit landbouw milieubeheer is gedaan, een aanvraag voor een vergunning krachtens de Wet milieubeheer, de Woningwet, dan wel de Natuurbeschermingswet 1998 in behandeling is genomen, treedt de technische uitvoering volgens die vergunningaanvraag of melding, voor zover relevant voor de emissiesituatie, in de plaats van de eisen, bedoeld in Bijlage 2 Technische eisen huisvestingssysteem, behorende bij deze verordening.
Lid 2
Onverminderd het eerste lid, treedt de technische uitvoering volgens de beschikking op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, voor zover relevant voor de emissiesituatie, in de plaats van de eisen, bedoeld in Bijlage 2 Technische eisen huisvestingssysteem, behorende bij deze verordening.
€ 1.100,-5
Week
€ 6.600,-
2maanden
1= Dwangsom afhankelijk van de omvang (risico, hoeveelheid, oppervlakte of inhoud) van de overtreding.
2= Het bedrag van de herstelkosten + 25% toeslag
3= Afhankelijk van hoogte van de bouw-, sloop- of herstelkosten, gedeeld door 6 (zes).
4= Overeenkomstig de horeca sanctiestrategie
5= Voor de specifieke overtredingen en de daarbij horende financiële prikkel kijk onder het kopje Veehouderijen
De gestelde dwangsomhoogtes en begunstigingstermijnen dienen periodiek te worden geëvalueerd op aspecten als juistheid, effectiviteit en bevordering naleefgedrag. Aan de hand van de resultaten kan aanpassing of aanvulling plaatsvind
Bijlage V Werkprogramma Omgevingsdienst
Fase
Controle
Onderdeel
Percentage
Algemeen
Vergunning
Vergunningsvoorwaarden
100%
Ruwbouw
Fundering
Afmetingen
Steekproef 30%
Wapening
100%
Trillings-isolatie
Steekproef 30%
Begane grond
Binnenwanden
30%/ 100%
11Steekproef 30%, Bij seriematige bouw 100% bij 1 pand.
Indeling gevel
100%
Overige verdiepingen
Wapening
100%
Indeling/ binnenwanden
30%/ 100%
Buitengevels
Indeling/ kleurstelling/
Materiaalgebruik/ isolatie/ geluid
30%/ 100%
Dak
Indeling/ kleurstelling/
Materiaalgebruik/ isolatie/ geluid
30%/ 100%
Afbouw/ eindcontrole
Buitengevels
Indeling/ kleurstelling/
Materiaalgebruik/ isolatie/ geluid
30%/ 100%
Brandveiligheid
Rookmelders
30%/ 100%
Brandwerendheid
100%
Veiligheid
Beveiliging/
30%/ 100%
Duurzaamheid
Duurzaamheids-maatregelen
30%/ 100%
Gebruik
Eindcontrole
Vluchtroute/ noodverlichting/ blusmiddelen/ nooduitgangen
100%
Bijlage VI Werkprogramma Odzob
1Inleiding
1.1 Doel
Voor u ligt het document “ODZOB werkprogramma gemeenten 2025” (hierna: werkprogramma). Dit werkprogramma heeft als doel een zo goed mogelijk beeld te geven van de taken die door de gemeente voor 2025 aan de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) worden opgedragen. Met dit werkprogramma wordt, voor wat betreft de taken die bij de ODZOB zijn belegd, invulling gegeven aan artikel 18.22 Omgevingswet juncto artikel 13.12 Omgevingsbesluit.
1.2 Afbakening
Het werkprogramma geldt voor geheel 2025 en betreft de VTH basis- en verzoektaken en de overige verzoektaken. De ODZOB is verantwoordelijk voor het operationele deel, terwijl de gemeenten verantwoordelijk blijven voor het strategische deel in de beleidscyclus. De ODZOB en de gemeenten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het verbinden van de twee delen.
1.3 Uitgangspunten
Iedere deelnemer is zelf verantwoordelijk voor het onderbrengen van het basistakenpakket bij de ODZOB. Bij het uitvoeren van dit werkprogramma houdt ODZOB zich aan de Dienstverleningsovereenkomst (DVO), regionaal uitvoeringsbeleid en de financiële kaders van dit werkprogramma.
Het werkprogramma bestaat uit taken die onderdeel uitmaken van het primaire proces (productief en declarabel) en daaraan gerelateerde werkzaamheden (indirect productief en declarabel). De verhouding tussen primair proces en gerelateerde werkzaamheden kenmerkt zich door flexibiliteit. Bij meer procedures in het primaire proces wordt de inzet op gerelateerde werkzaamheden waar mogelijk versoberd.
In bijlage 1 is een tabel toegevoegd waarin alle basis- en verzoektaken zijn opgenomen. Per deelnemer is aangegeven of wij de taak uitvoeren en of wij daarvoor mandaat (m) hebben of de taak als advies (a) verstrekken.
1.4 Voorbereiding, vaststelling, coördinatie uitvoering en monitoring
Onderdeel van de voorbereiding van het werkprogramma is de GPO-special van 6 juni 2024. Tijdens deze special is een doorkijkje gegeven naar het werkprogramma voor 2025 en nieuwe ontwikkelingen binnen de thema’s van de ODZOB.
De in bijlage 2 opgenomen definitieve budgetten zijn in samenwerking met de betreffende gemeente bepaald. Het werkprogramma wordt door alle gemeenten individueel vastgesteld.
De ODZOB coördineert de uitvoering van het werkprogramma. Periodiek rapporteert ODZOB over de (financiële) uitvoering van het werkprogramma en stemt dit af met de deelnemer.
1.5 Financieel kader (in uren)
Dit werkprogramma is opgesplitst in de volgende hoofdstukken:
•Vergunningverlening (basis- en VTH-verzoektaken);
•Toezicht en handhaving (basis- en VTH-verzoektaken);
•Advies (verzoektaken);
•Informatieanalyse, -verstrekking en gegevensbeheer (basis- en verzoektaken).
1.6 Kwaliteit
De ODZOB voldoet ten minste aan:
•De landelijke kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (Kwaliteitscriteria 2.3).
•Het uniform volgen van de landelijke handhavingsstrategie. Overtredingen en de daarbij met toepassing van deze strategie gekozen interventies worden vastgelegd.
Voor het overige werkt de ODZOB continu aan verbetering van zijn processen en de kwaliteit van de producten.
2Vergunningverlening
2.1 Regionaal operationeel kader vergunningverlening
Artikel 13.5, lid 2, Omgevingsbesluit stelt dat de bestuursorganen die deelnemen in een omgevingsdienst gezamenlijk een uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid vaststellen. Dit beleid moet onder andere inzicht geven in de werkwijze bij het verlenen van omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen, almede de criteria die hierbij worden gebruikt en een prioriteitenstelling voor het verrichten van werkzaamheden. Middels het Regionaal operationeel beleidskader Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (ROK-VTH) wordt invulling gegeven aan dit artikel.
Op 3 juli 2024 heeft het algemeen bestuur van de ODZOB ingestemd met het Regionaal Operationeel Kader 2025-2028 voor de milieutaken vergunningverlening, toezicht en handhaving (ROK-VTH). Het ROK-VTH stelt de ODZOB beter in staat op een effectieve, efficiënte en innovatieve manier uitvoering te geven aan vergunningverlening, toezicht en handhaving met als resultaat een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving.
Het behandelen van vergunningaanvragen en afhandelen van meldingen is een wettelijke taak met beperkte vrijheden. Alle relevante inhoudelijke milieuaspecten van de activiteiten worden bij de behandeling van een aanvraag betrokken om zo de leefomgeving te beschermen. Ook de behandeltermijn, resultaat en wijze van communiceren met de initiatiefnemer en omwonenden zijn aan regels gebonden.
In het ROK-VTH zijn doelstellingen opgenomen voor onderstaande thema’s met een aanpak op vergunningverlening en toezicht & handhaving inclusief indicatoren ten behoeve van de monitoring.
Veiligheid:
•Omgevingsveiligheid
•Ondermijning en milieucriminaliteit
Gezondheid
•Luchtkwaliteit: fijnstof en stikstof (NOx)
•Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)
Duurzaamheid
•Energiebesparing
•Circulaire economie
Leefbaarheid
•Geluid- en geurhinder
Basis op orde
•Actueel bedrijvenbestand
We bevinden ons in een periode van omvangrijke ontwikkelingen en politieke keuzes met invloed op vergunningverlening. De ODZOB werkt intensief samen met zijn deelnemers aan deze ontwikkelingen, zoals de transitie van de veehouderij en de doorontwikkeling van de VTH-taken van de ODZOB.
In het kader van vergunningverlening is de problematiek die speelt rondom stikstof in relatie tot de agrarische vergunningverlening een factor die van belang is. Door fungerende wet- en regelgeving liggen veel aanvragen stil. Het blijft momenteel “koffiedik kijken” wat de ontwikkelingen in deze gaan worden. Om in control te blijven hebben we een taskforce georganiseerd die alle knelpunten gestructureerd en integraal in beeld brengen en oppakken. We stemmen hierbij periodiek af met de deelnemers.
De problematiek rondom stikstof en verduurzaming van de landbouw speelt in deze regio een grote rol en heeft direct invloed op de behandeling van vergunningaanvragen. Daarnaast speelt de Omgevingswet een rol bij de invulling van het onderwerp gezondheid bij vergunningverlening. De beleidsonderwerpen ZZS, Schone Lucht Akkoord, circulaire economie en energie werken de komende jaren door in de vergunningverlening en afhandeling van meldingen.
De komende vier jaar hanteren we de volgende uitgangspunten:
1We zorgen voor focus op milieurisico’s, die ertoe doen;
2We zorgen voor actuele vergunningen, waar nodig;
3We borgen integrale afstemming tussen vergunningverlening, toezicht en handhaving;
4We borgen integrale afstemming met regionale bevoegde gezagen en partners.
Omdat we te maken hebben met een uitdagende arbeidsmarkt binnen vergunningverlening, wordt onderzocht of, en zo ja onder welke voorwaarden, meldingen meer administratief kunnen worden uitgevoerd waarbij we vergunningverleners de spaarzame capaciteit effectiever kunnen inzetten.
De werkzaamheden voor vergunningverlening voor milieubelastende activiteiten, onder het regime van de Omgevingswet, omvatten:
•Conform overgangsrecht behandelen aanvragen omgevingsvergunning Wabo milieu;
•Op basis van het uitvoeringsprogramma behandelen van aanvragen, ambtshalve wijzigingen en ambtshalve revisie omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten, bouwactiviteiten en omgevingsplanactiviteiten. Hierbij is inbegrepen het voeren van vooroverleg (afstemming met gemeente, verstrekking informatie over overige vergunningplichten, participatie), advisering, en de behandeling van zienswijzen, bezwaar en beroep;
•In voorkomende gevallen worden in afstemming met bevoegd gezag ook casemanagementtaken uitgevoerd;
•Behandelen meldingen (o.a. OB/Bal, Bkl en Bbl);
•Opstellen van maatwerkvergunningvoorschriften (Bal, Bkl en Bbl);
•Overige adviezen m.b.t. milieubelastende activiteiten (b.v. beoordelen aanmeldnotitie, beoordelen MER voorafgaande aan vergunningprocedure, toetsen rapportage PRTR).
2.2 Milieubelastende activiteiten bodem
Met de verschuiving van de bodemtaken van de provincie naar de gemeente is sinds 1 januari 2024 de taak voor gemeenten uitgebreid op dit gebied. De werkzaamheden bestaan met name uit het beoordelen van meldingen. Het beoordelen van de meldingen valt onder de basistaak. Indien maatwerkvoorschriften opgesteld dienen te worden (op verzoek van de initiatiefnemer of beargumenteerd door een gemeente) zal overgestapt worden naar het vergunningentraject. Bij de invoering van de Omgevingswet zijn er nog verontreinigingen die vallen onder het overgangsrecht.
Deze zullen conform de oude procedure worden behandeld.
2.3 Beoordelen meldingen mobiel breken
Het plaatsen en gebruiken van een mobiele puinbreker is opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het beoordelen van meldingen voor het mobiel breken van bouw- en sloopafval is een verzoektaak. Deze activiteit is geregeld in afdeling 7.2 van het Bbl en wordt volgens een risicogerichte werkwijze uitgevoerd, zoals opgenomen in het evaluatierapport mobiele puinbrekers van april 2022.
2.4 Beoordelen meldingen Gesloten Bodem Energie Systeem (GBES)
We voeren werkzaamheden uit met betrekking tot het beoordelen van meldingen besluit lozen buiten inrichtingen en meldingen gesloten bodemenergiesystemen. Gesloten bodemenergiesystemen (GBES-en) zijn sinds de komst van de Omgevingswet een milieubelastende activiteit en eveneens een basistaak voor de ODZOB. Daarnaast is sindsdien ook de Omgevingsverordening van kracht, waardoor bij een aantal gemeenten het veel moeilijker wordt om GBES-en toe te passen door de maximaal toegestane boordiepte die is gaan gelden per gemeente (bijvoorbeeld; in Gemert mag je onder de omgevingswet boren tot een diepte van circa 19 meter onder maaiveld maar in Bakel mag geboord worden tot circa 88 meter onder maaiveld. In Bladel mag je tot circa 24 meter onder maaiveld boren). Naar verwachting geeft een beperking op de boordiepte ter bescherming van het drinkwater een lichte afname van het aantal meldingen.
Er komen nog steeds meer GBES-en bij en dat vraagt om een zorgvuldige afweging. Reden hiervoor is dat systemen steeds dichter bij elkaar komen te liggen en elkaar, open bodemenergiesystemen of andere belangen kunnen beïnvloeden (interferentie en/of minder koude of warmte opbrengst kan dan optreden); Doordat er nog steeds meer systemen bijkomen (140 meldingen maar 400 systemen het eerste halfjaar 2023 bij 16 gemeenten) is het van belang om de meldingen goed te beoordelen In 40% van de gevallen zijn deze nu niet goed ingevuld. Dit vraagt meer zorgvuldigheid van de melders, maar ook alertheid bij de beoordeling en bij de toezichthouders.
2.5 Beoordelen asbestinventarisatierapporten
Het beoordelen van sloopmeldingen (met asbestinventarisatierapport) en asbesttoezicht wordt uitgevoerd conform het Regionaal Uitvoeringsbeleid Asbest dat is vastgesteld in het AB d.d. 3 juli 2023. In dit beleid is de wettelijke verankering opgenomen en vastgesteld dat de werkwijze risicogericht en informatie gestuurd wordt uitgevoerd. Om invulling aan dit beleid te geven is een generiek werkproces ontwikkeld dat we hanteren en dat met alle deelnemers gedeeld is. Dit werkproces stelt ons in staat de doelstellingen van risicogericht en informatie gestuurd werken te realiseren en levert ons allen een efficiencyvoordeel op. Dit betekent wel dat individueel maatwerk voor een gemeente ten aanzien van het proces asbest niet meer tot de mogelijkheden behoort.
2.6 Duurzaamheid
De ODZOB krijgt in de loop van 2025 opdracht van de provincie op het thema circulaire economie, een meerjarige opdracht tot en met 2027. Deze opdracht richt zich op de volle breedte van VTHwerk waaronder vergunningverlening. De mogelijkheden voor vergunningverlening zitten hem in het bespreken van circulaire economie bij vooroverleg, het opnemen van voorschriften over afvalpreventie en grondstoffengebruik en het bieden van experimenteerruimte voor initiatieven gerichte op circulaire economie. Daarnaast dienen beoordelingen voor einde afvalstof te worden uitgevoerd, zodat een afvalstof gemakkelijker als een grondstof kan worden ingezet. De opdracht van de provincie is in eerste instantie gericht op de bedrijven onder provinciaal bevoegd gezag, maar waar mogelijk trekken we dit breder naar de bedrijven onder gemeentelijk bevoegd gezag, wanneer de ontwikkelingen in de markt daarom vragen. Dan kan bijvoorbeeld gedacht worden aan einde afvalstofbeoordelingen of experimenteerruimte.
2.7 Juridische ondersteuning
Onder juridische ondersteuning worden onderstaande taken verstaan:
•Bezwaar en (hoger) beroep behandelen alsmede verzoeken om voorlopige voorziening i.h.k.v. vergunningprocedures;
•Algemene juridische ondersteuning bij vergunningprocedures.
Het gaat veelal om werkzaamheden die tot een zelfstandig product leiden. Deze werkzaamheden zijn vaak moeilijk vooraf te ramen.
2.8 Wet elektronische publicaties
Sinds 1 juli 2023 is het voor overheden verplicht om bepaalde besluiten, naast fysiek, ook digitaal ter inzage te leggen. Dit is een vereiste uit de Wet elektronische publicaties (Wep), die tot doel heeft de toegankelijkheid van informatie voor burgers en bedrijven te vergroten en het gebruik van papier te verminderen. Dit heeft gevolgen voor de wijze waarop bevoegde gezagen (ontwerp)besluiten, zoals omgevingsvergunningen, publiceren.
Digitaal ter inzage leggen
De Wep wijzigt niet welke stukken ter inzage gelegd moeten worden. De documenten die voorheen fysiek ter inzage moesten worden gelegd, moeten sinds 1 juli 2023 ook digitaal beschikbaar worden gesteld. Dit betreft doorgaans het (ontwerp)besluit en alle stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling daarvan (denk bijv. aan een akoestisch rapport) voor een periode van zes weken. De Wep verplicht dus niet om meer of andere documenten ter inzage te leggen ten opzichte van wat eerder fysiek verplicht was. Hierbij moeten we uiteraard ook rekening houden met de bescherming van persoonsgegevens.
Voor zover de ODZOB uitgebreide procedures in mandaat in behandeling neemt, zal de ODZOB ook de digitale ter inzage legging verzorgen. Alle stukken die ter inzage worden gelegd worden in dat geval door de ODZOB geanonimiseerd. Voor de gemeenten die machtiging hebben verleend verzorgt de ODZOB deze werkzaamheden tot en met het conceptbesluit.
Publiceren
Naast het ter inzage leggen zijn er ook diverse momenten van publiceren/kennisgeven van aanvragen/besluiten. Hierbij kan gedacht worden aan de kennisgeving dat een aanvraag binnen is gekomen, het verlengen van de beslistermijn, de kennisgeving van de digitale ter inzage legging en het besluit dan wel acceptatie van een melding. Vanaf 1 september 2024 worden de publicatiewerkzaamheden verricht voor alle werkzaamheden die via het DSO bij de ODZOB binnenkomen waarvoor dit wettelijk vereist is. In het kader van de Wet Open Overheid kan het bevoegd gezag er voor kiezen om meer te publiceren. De ambitie van onze deelnemers hierop is nog niet bekend.
2.9 Leges milieu
Vanaf 1 januari 2024 kunnen gemeenten leges heffen voor aanvragen milieubelastende activiteiten. Het heffen van leges is een bevoegdheid van de heffingsambtenaar. Deze bevoegdheid valt daarmee niet onder het mandaat van het college aan de ODZOB. Daarmee blijft dit een verantwoordelijkheid van de heffingsambtenaar van de gemeente, tenzij hier specifieke afspraken over worden gemaakt.
De ODZOB levert desgevraagd de benodigde informatie aan de heffingsambtenaar, die nodig is voor de hoogte van de te heffen leges.
3Toezicht en handhaving
3.1 Regionaal operationeel kader toezicht en handhaving
Artikel 13.5, lid 2, Omgevingsbesluit stelt dat de bestuursorganen die deelnemen in een omgevingsdienst gezamenlijk een uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid vaststellen. Dit beleid moet onder andere inzicht geven in de wijze waarop toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet wordt gehouden, de wijze waarop gerapporteerd wordt over bevindingen over de naleving en eventueel daaraan verbonden consequenties, de wijze waarop bestuurlijke sancties worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving wordt afgestemd. Middels het Regionaal operationeel beleidskader Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (ROK-VTH) wordt invulling gegeven aan dit artikel.
Op 3 juli 2024 heeft het algemeen bestuur van de ODZOB ingestemd met het Regionaal Operationeel Kader 2025-2028 voor de milieutaken vergunningverlening, toezicht en handhaving (ROK-VTH). Het ROK-VTH stelt de ODZOB beter in staat op een effectieve, efficiënte en innovatieve manier uitvoering te geven aan vergunningverlening, toezicht en handhaving met als resultaat een schone, gezonde en veilige leefomgeving.
Het ROK-VTH geeft tevens de ontwikkeling weer die onze deelnemers van de ODZOB verwachten. Belangrijkste onderdelen zijn in dat opzicht het verder eigen maken en verfijnen van de methodiek van informatiegestuurd toezicht, het beter verwerken van omgevingsfactoren en naleefgedrag bij het bepalen van de inzet van capaciteit en tot slot het inzetten van alternatieve instrumenten bovenop of in plaats van inspecties.
In het ROK-VTH zijn doelstellingen opgenomen voor onderstaande thema’s met een aanpak op vergunningverlening en toezicht & handhaving inclusief indicatoren ten behoeve van de monitoring.
Veiligheid:
•Omgevingsveiligheid
•Ondermijning en milieucriminaliteit
Gezondheid
•Luchtkwaliteit: fijnstof en stikstof (NOx)
•Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)
Duurzaamheid
•Energiebesparing
•Circulaire economie
Leefbaarheid
•Geluid- en geurhinder
Basis op orde
•Actueel bedrijvenbestand
3.2 Systematiek
Voor de uitvoering van toezicht en handhaving bij industriële en agrarische bedrijven werken we volgens de ROK-systematiek. Binnen het ROK zijn vijf blokken te onderscheiden. Deze zijn hieronder schematisch weergegeven.
3.2.1 Signalen, klachten en meldingen
Een deel van het toezicht, zowel agrarisch als industrieel, is niet planbaar. Blok 1 bevat toezicht naar aanleiding van klachten, ongewone voorvallen en signalen (intern, van gemeente, waterschap, etc.). Het betreffen o.a. meldingen over inrichtingen, zoals geluids- of geuroverlast, maar ook meldingen over niet inrichtingen (drugsafvaldumpingen, asbestbranden e.d.). Daarnaast doen zich gedurende het jaar omstandigheden voor waardoor het noodzakelijk of gewenst is toezicht of andere taken uit te voeren bij een inrichting die niet voorzien waren in dit programma. Op basis van signalen kunnen bedrijven worden aangedragen voor een controle. Deze controles kunnen op initiatief van zowel de deelnemer als de ODZOB zijn.
Voor klachten merken we nog op dat hierop een analyse plaatsvindt om op basis van patronen informatie te krijgen over specifieke bedrijven, activiteiten, bedrijfstypen of gebieden. De resultaten hiervan kunnen aanleiding geven voor signaaltoezicht, programmatisch toezicht of geluidmetingen.
3.2.2 Projectmatige aanpak en programmatisch toezicht
Programmatisch toezicht is het vooraf planbare toezicht in de blokken 2 en 3. In blok 2 is dat thematisch toezicht, gemotiveerd vanuit bestuurlijk benoemde thema’s zoals veiligheid, gezondheid, de energietransitie en emissies. In blok 3 betreft het branchetoezicht, waarvoor in de aanloop van het ROK een prioritering is gemaakt die als basis dient.
Industriële bedrijven
Parallel aan het opstellen van het totale werkprogramma wordt voor het industriële toezicht een lijst van projecten voor 2025 opgesteld. De bijbehorende projectplannen, met bedrijvenlijsten, worden in november 2024 voor de regio beschikbaar gesteld. Dan wordt ook op basis van die projectenlijst een jaarprogramma gepresenteerd. In 2025 worden diverse projecten op gemeentelijke niveau uitgevoerd. Door de deelnemers is aangegeven dat het op orde krijgen en houden van het bedrijvenbestand en in beeld brengen van de risico’s van ZZS (zeer zorgwekkende stoffen) prioriteit moet krijgen.
Veehouderijen
Sinds 2022 wordt middels risicoprioritering bepaald bij welke veehouderijen toezicht wordt gehouden. De belangrijkste milieurisico’s verbonden aan het houden van vee, de regionale en lokale bestuurlijke prioriteiten en doelen en het naleefgedrag worden bij deze prioritering betrokken en vervolgens vertaald naar risico indicatoren.
Duurzaamheid
De ODZOB voert jaarlijks themagerichte energiecontroles uit bij alle gemeenten in de regio. Deze themagerichte energiecontroles worden zeker tot en met 2026 gefinancierd vanuit de SPUK-THE gelden. Een voorwaarde van deze SPUK-THE financiering is dat de ODZOB naast de themagerichte controles, ook het al bestaande toezicht gericht op energiebesparing blijft uitvoeren. Momenteel wordt ongeveer 10% van het energietoezicht bekostigd via het ROK. In 2025 start het toezicht op de Werkgebonden Personen Mobiliteit, regelgeving gericht op CO2 reductie van woon-werkverkeer en zakelijk verkeer van werknemers van bedrijven met tenminste 100 werknemers. Onder het ROK zal bij de milieucontroles standaard het aantal werknemers gecheckt worden en of een bedrijf onder de energiebesparings- en informatieplicht valt. Indien een bedrijf geen rapportage heeft ingediend terwijl dat wel had gemoeten, dan wordt het bedrijf hierop aangeschreven. Daarnaast wordt ook (vanuit het ROK) tenminste één brancheproject uitgevoerd gericht op energie.
Zoals eerder vermeld krijgt de ODZOB in de loop van 2025 opdracht van de provincie op het thema circulaire economie (CE). Deze opdracht richt zich ook op de volle breedte van VTH-werk waaronder toezicht. De mogelijkheden voor toezicht op circulaire economie zitten hem vooral in het toezicht houden op gescheiden afvalstromen, de wijzen van verwerking (de juiste verwerking, zo hoogwaardig mogelijk) en op bewustwording en signalering bij bedrijven. Ook biedt ketentoezicht kansen om bij te dragen aan circulaire economie.
Het komend jaar maken we als ODZOB ook een uitvoeringsagenda voor circulaire economie die we bestuurlijk aan alle deelnemers gaan voorleggen.
3.2.3 Gerelateerde werkzaamheden
Om het toezicht uit te kunnen voeren worden er door de ODZOB projectplannen opgesteld. Deze projecten worden vervolgens opgenomen in een jaarplanning. Maandelijks monitoren we de voortgang van de projecten en de budgetten. Deze werkzaamheden hebben we ondergebracht in blok 4.
3.2.4 Handhaving
Repressieve bestuursrechtelijke en/of strafrechtelijke handhaving
Blok 5 is erop gericht om, met de ons ter beschikking staande handhavingsinstrumenten, opvolging te geven aan overtredingen die vanuit toezicht zijn gesignaleerd. Hierbij wordt de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) toegepast. De werkzaamheden om een overtreding te beëindigen (herstelsanctie) bevatten naast het opstellen van een voornemen en beschikking tot het opleggen van een last onder dwangsom of bestuursdwang ook het repressieve deel van het toezicht (bijvoorbeeld dwangsomcontroles). Ook de behandeling van verzoeken om handhaving vallen onder blok 5.
Als ook nog vermoed wordt dat de regels bewust zijn overtreden, kan daarnaast ook strafrechtelijk onderzoek worden gedaan. Dit wordt afgestemd met het Functioneel Parket (FP) en/of de politie en kan leiden tot de inzet van de milieu-boa’s van de ODZOB. In de meeste gevallen leidt de inzet van onze boa’s tot een proces-verbaal (verkort of uitgebreid) of een bestuurlijke strafbeschikking milieu. Onder regie van het FP is het ook mogelijk dat onze boa’s een bijdrage leveren aan grotere opsporingsonderzoeken, waarvoor primair de politie, ILT-IOD of NVWA-IOD aan de lat staan.
In 2024 heeft de ODZOB-directie besloten om de handhavingsprocessen professioneler en slagvaardiger te organiseren. Alle bestuurs- en strafrechtelijke handhavingstaken zullen vanaf 2025 door een gespecialiseerd handhavingsteam worden gecoördineerd en uitgevoerd. Hierbij zal optimaal worden samengewerkt met onze juristen en toezichthouders. Daarmee wordt de gewenste koppeling gemaakt tussen het bestuurs- en strafrecht, in lijn met de uitgangspunten van de LHSO.
De ODZOB voldoet daarmee aan de landelijke kwaliteitscriteria VTH.
3.3 Toezicht bodem
Het beoordelen van meldingen bodem wordt uitgevoerd volgens het vastgestelde Uitvoeringkader Bodem. Vanaf 2024 worden de uitvoerende taken gemonitord en geëvalueerd door de werkgroep bodem. Daar waar nodig wordt de uitvoering van de taken bijgestuurd.
In overleg met betreffende gemeenten worden tijdens de voorbereiding van het werkprogramma de grote (infrastructurele) projecten geïnventariseerd. Dit kunnen zowel projecten zijn binnen de eigen gemeentegrenzen als projecten die de gemeentegrenzen overschrijden.
3.4 Toezicht mobiel breken
Het plaatsen en gebruiken van een mobiele puinbreker is opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het beoordelen van meldingen voor het mobiel breken van bouw- en sloopafval is een verzoektaak. Dit geldt ook voor het toezicht hierop.
3.5 Toezicht Gesloten Bodem Energie Systeem (GBES)
Het beoordelen van meldingen GBES is vanaf 1 januari 2024 (onder de Omgevingswet) als basistaak opgenomen. In 2021 is ervaring opgedaan met het toezicht op de aanleg van GBES. De hoeveelheid meldingen ziet de ODZOB door de grotere focus op de energietransitie en klimaat, fors toenemen. Ook heeft de ODZOB geconcludeerd dat de uitvoering van de aanleg van de systemen niet altijd naar wens plaatsvindt. Gebaseerd op het aantal ingediende meldingen en een risicogerichte aanpak, wordt op deze basistaak regiobreed inzet verwacht, welke in het werkprogramma 2025 is opgenomen. Hierbij wordt uitgegaan van toezicht op 10% van de systemen. Dit toezicht vindt bij de aanleg plaats.
3.6 Toezicht asbestsloop
Vanaf mei 2019 is gestart met meer risico gericht (informatiegestuurd) toezicht. Locaties waar lage risico’s aanwezig zijn worden minder diepgaand gecontroleerd. Locaties waar meer risico bestaat worden nauwkeurig geïnspecteerd. Daarnaast worden projectmatig zaken opgepakt die vanuit het reguliere toezicht aandacht vragen.
In 2022 is gestart met de evaluatie op de werkafspraken en uitvoering van asbesttoezicht door ODZOB (interne evaluatie) en het opstellen van een implementatieplan. Dit is ook vastgelegd in het Regionaal uitvoeringsbeleid Asbest.
Ketenaanpak
De uitvoering van ketentoezicht is voor de ODZOB een wettelijke basistaak en daarmee een belangrijke methode om illegaliteit en milieucriminaliteit binnen de asbestverwijderingsketen gericht aan te kunnen pakken. Deze problematiek overstijgt zowel de gemeente- als de regiogrenzen en daarom wordt er door de drie Brabantse omgevingsdiensten geïnvesteerd in een Brabantbrede ketenaanpak. Jaarlijks stellen de drie omgevingsdiensten een gezamenlijk werkprogramma ketenaanpak op, waarin gezamenlijke uitvoeringsprojecten worden gedefinieerd. Binnen deze projecten is ruimte om innovatieve methodes en instrumenten te ontwikkelen en toe te passen. Het vormgeven en uitvoeren van de ketenaanpak asbest, bij voorkeur Brabantbreed, is een opgave die nog stevig aangepakt dient te worden. Voor ketentoezicht is 10 procent van het asbesttoezicht budget beschikbaar. Om het ketentoezicht adequaat te kunnen implementeren is een verruiming van het budget benodigd. Hieraan kan een impuls gegevens worden door het “ontschotten” van het totale budget voor het taakveld asbest waarbij de ODZOB de inzet van middelen en capaciteit beheerd.
3.7 Juridische Ondersteuning
Onder juridische ondersteuning worden onderstaande taken verstaan (deze maken geen onderdeel uit van het ROK-budget voor toezicht en handhaving):
•Bezwaar en (hoger) beroep behandelen alsmede verzoeken om voorlopige voorziening i.h.k.v. handhavingsprocedures. Hieronder valt het opstellen van een verweerschrift en de vertegenwoordiging van het college in rechte. In principe gaat het altijd om besluiten die door de ODZOB in mandaat zijn genomen. De bevoegdheid om te beslissen op een bezwaarschrift ligt bij het college, de behandeling van een beroep of hoger beroep tegen een dergelijk besluit valt wel onder deze paragraaf.
•Invorderingsprocedures tot en met het nemen van een invorderingsbesluit. Dit houdt het vervolg in bij de vaststelling van een overtreding van een opgelegde last. Hieronder valt de verbeurtebrief (kennisgeving van de verbeurde dwangsom) die gepaard gaat met de mogelijkheid een zienswijze in te dienen tegen het voorgenomen besluit alsmede het besluit tot invordering van de verbeurde dwangsom. Het traject dat daarna volgt, zoals de aanmaning en de invordering bij dwangbevel blijft een bevoegdheid van de gemeente.
•Algemene juridische ondersteuning bij handhavingsprocedures.
Het gaat veelal om werkzaamheden die tot een zelfstandig product leiden. Deze werkzaamheden zijn vaak moeilijk vooraf te ramen. In de tabel in bijlage 1 is per deelnemer opgenomen welke taken wij op dit onderdeel uitvoeren en of hiervoor mandaat is verleend of dat deze taak als advies wordt uitgevoerd.
4Advies
Onder de adviestaken vallen alle door de ODZOB, op verzoek van de gemeenten, uitgevoerde taken die:
•Niet onder het basistakenpakket vallen of;
•Geen betrekking hebben op milieubelastende activiteiten.
Onder de overige taken zijn zeer verschillende taken opgenomen. Werkzaamheden worden in overleg met de deelnemer uitgevoerd. Voorbeelden hiervan zijn vergunningverlening bij bouwactiviteiten, advisering technische bouwtoets, advisering bij afwijkingen van omgevingsplannen (alle milieuthema’s), advisering erfgoed en welstand. Met de komst van de Omgevingswet dienen de milieuthema’s geïntegreerd te worden in de omgevingsplannen.
Hierbij wordt ondersteuning gevraagd bij het opstellen van regels in het omgevingsplan, met een toenemende vraag om beleidsmatig ondersteuning te bieden. En ook de programma’s Externe Veiligheid worden op verzoek opgesteld.
Ook vallen beoordelingen akoestische- of geurrapporten of inzet op geluidsmetingen onder de adviestaken.
Verzoeken die worden ingediend in het kader van de Wet Open Overheid (Woo-verzoeken) voor zover deze VTH-gerelateerd zijn, vallen ook onder de adviestaken. De gemeente kan ervoor kiezen om deze werkzaamheden als verzoektaak in het werkprogramma op te nemen.
In de tabel in bijlage 1 is per deelnemer aangegeven welke werkzaamheden uitgevoerd worden. Daarbij is aangegeven of hiervoor mandaat is verleend aan de ODZOB of dat deze taak als advies wordt aangeleverd.
5Informatieanalyse, -verstrekking en –gegevensbeheer
Vanuit diverse hoeken krijgt de ODZOB vragen om informatie. In de meeste gevallen zijn het vragen die betrekking hebben op een vergunning- of handhavingsprocedure en daarmee onder de basistaken van het werkprogramma vallen. Vaak worden er echter ook raadsvragen of persvragen gesteld, waarbij wij gevraagd worden om het college hierover te adviseren.
Gerelateerd aan de VTH-processen worden op verzoek gegevens bijgehouden in diverse systemen. Het gegevensbeheer valt onder deze categorie. In bijlage 1 is per deelnemer aangegeven welke systemen er worden bijgehouden.
Wij rapporteren minimaal 1 keer per jaar over de uitvoering van alle VTH-taken met het jaarverslag.
Deze rapportage is ondergebracht in deze categorie.
Ook de gerelateerde taken en de specifieke werkzaamheden van de accountmanagers vallen hieronder.
Bijlage 1
Overzicht werkzaamheden bij wp 2025
A. VERGUNNINGVERLENING
Best
Vooroverleg
M
Milieuactiviteit industrieel
M
Milieuactiviteit agrarisch
M
Meervoudige aanvragen
Gesloten bodemenergiesysteem
M
Sloopactiviteit
M
Bodemactiviteit (nieuw onder de Omgevingswet)
M
Bouwactiviteit
A
Juridische procedures vergunningverlening
M
behandelen bezwaar en (hoger)beroep (incl verweerschrift)
M
Administratieve en procedurele afhandeling meldingen en vergunningen
M
publiceren (Wep)
M
digitale ter inzage legging
M
heffen leges milieuvergunningen
B. TOEZICHT EN HANDHAVING
Milieuactiviteit industrie
M
Milieuactiviteit agrarisch
M
Bodemactiviteit (nieuw onder de Omgevingswet)
M
Bodemactiviteit (voormalig besluit bodemkwaliteit)
M
Bouwactiviteit
Sloopactiviteit verwijdering asbest
M
Gesloten bodemenergiesystemen
M
Klacht/meldingen behandelen
M
Juridische procedures handhaving
M
opstellen+verzenden verbeurtebrief
M
invorderingsbesluit
M
behandelen bezwaar en (hoger)beroep (incl verweerschrift)
M
C. ADVIES
Advies juridisch
Verzoek Woo
A
Advies bodem/water
Advies geluid
Zonebeheer
A
Geluidmetingen
Advies archeologie
Advies erfgoed en omgevingskwaliteit
Advies gebiedsontwikkeling en omgevingsplan
Advies omgevingsveiligheid
A
Advies energie en duurzaamheid
D. INFORMATIEANALYSE, -VERSTREKKING EN GEGEVENSBEHEER
Gegevensbeheer
RVMK/ LVMK
A
CIMLK verkeer
M
CIMLK agrarisch
M
KRD
M
BZV (bouwen)
A
REV
M
IPPC database
M
E-MJA (energie efficiency)
M
E-PRTR
M
Amice
M
BIS
M
M = mandaat
A = advies
Bijlage 2 Financieel werkprogramma
Uitvraag WP 2025
Gemeente Best
Omschrijving PDC 2025
Soort taak (basis of verzoek) gemeente
Uren 2025
Budget basistaken
WP2025
Budget verzoektaken
WP2025
Totaal budget
WP2025
Totaaltelling werkprogramma
---->
4.962
442.009
157.929
599.939
VERGUNNINGVERLENING
2.273
130.939
137.081
268.021
Vooroverleg
Basis/Verzoek
50
6.710
0
6.710
Milieuactiviteit industrieel
Basis/Verzoek
143
11.057
7.963
19.020
Milieuactiviteit agrarisch
Basis/Verzoek
572
55.958
20.119
76.077
Gesloten bodemenergiesysteem
Basis
75
8.925
8.925
Sloopactiviteit
Basis
200
21.800
21.800
Bodemactiviteit (nieuw onder de Omgevingswet)
Basis
50
5.950
5.950
Bouwactiviteit
Verzoek
1.000
109.000
109.000
Juridische procedures vergunningverlening
Basis
83
11.039
11.039
Administratieve en procedurele afhandeling meldingen en vergunningen
Basis
100
9.500
9.500
TOEZICHT EN HANDHAVING
2.090
252.550
0
252.550
Milieuactiviteit industrie
Basis/Verzoek
1.078
128.418
0
128.418
Milieuactiviteit agrarisch
Basis/Verzoek
462
55.036
0
55.036
Bodemactiviteit (nieuw onder de Omgevingswet)
Basis
16
1.907
1.907
Bodemactiviteit (voormalig besluit bodemkwaliteit)
Basis
100
11.918
11.918
Bouwactiviteit
Verzoek
0
0
0
Sloopactiviteit verwijdering asbest
Basis
100
11.900
11.900
Gesloten bodemenergiesystemen
Basis
35
4.171
4.171
Klacht/meldingen behandelen
Basis
50
5.950
5.950
Juridische procedures handhaving
Basis
250
33.250
33.250
ADVIES
118
0
15.668
15.668
Advies juridisch
Verzoek
0
0
0
Advies bodem/water
Verzoek
0
0
0
Advies geluid
Verzoek
20
2.684
2.684
Geluidmetingen
Verzoek
0
0
0
Advies archeologie
Verzoek
0
0
0
Advies erfgoed en omgevingskwaliteit
Verzoek
0
0
0
Advies gebiedsontwikkeling en omgevingsplan
Verzoek
0
0
0
Advies omgevingsveiligheid
Verzoek
98
12.984
12.984
Advies energie en duurzaamheid
Verzoek
0
0
0
INFORMATIEANALYSE, -VERSTREKKING EN GEGEVENSBEHEER
480
58.520
5.180
63.700
Gegevensbeheer
Verzoek
10
1.190
1.190
Rapportage opdrachtgever
Verzoek
30
3.990
3.990
Ex VVGB gelden
Basis
22
2.926
2.926
Coördinatie en werkverdeling
Basis
318
42.294
42.294
Accountmanagement
Basis
100
13.300
13.300
BUITEN WERKPROGRAMMA
Uren 2025
Prognose
Totaaltelling buiten werkprogramma
---->
2.932
390.000
ADVIES
2.932
390.000
Advies juridisch
Verzoek
0
0
Advies bodem/water
Verzoek
38
5.000
Advies geluid
Verzoek
752
100.000
Geluidmetingen
Verzoek
504
67.000
Advies archeologie
Verzoek
98
13.000
Advies erfgoed en omgevingskwaliteit
Verzoek
1.000
133.000
Advies gebiedsontwikkeling en omgevingsplan
Verzoek
75
10.000
Advies omgevingsveiligheid
Verzoek
0
0
Advies energie en duurzaamheid
Verzoek
429
57.000
RVCS/communicatie
Verzoek
38
5.000
Opmerkingen / toevoegingen:
Handtekening:
Handtekening:
Gemeente
Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant