Gemeentelijke regelgeving

REGIONAAL BELEIDSKADER TOEZICHT EN HANDHAVING KINDEROPVANG 2018 BRABANT-ZUIDOOST

Gemeente Best · geldt sinds 19 juli 2018

Aanhef

Inhoudsopgave

Voorwoord. 3

1Inleiding. 4

2Toezicht kinderopvang. 5

2.1 Kindercentra en gastouderbureaus. 5

2.1.1 Onderzoek voor registratie (OVR) 5

2.1.2 Onderzoek na registratie (ONR) 6

2.1.3 Reguliere inspectie. 6

2.1.4 Nader onderzoek. 7

2.1.5 Incidenteel onderzoek. 7

2.1.6 Wijzigingen kindercentra of gastouderbureaus. 7

2.2 Gastouders. 7

2.2.1 Inspectie gastouders. 8

2.2.2 Wijzigingen gastouders. 8

2.3 Continue screening. 9

3Overleg en overreding en herstelaanbod. 10

3.1 Doel overleg en overreding. 10

3.2 Toepassen overleg en overreding. 10

3.3 Herstelaanbod. 10

3.4 Doel herstelaanbod. 10

3.5 Toepassen herstelaanbod. 11

4Handhaving kinderopvang. 13

4.1 Hersteltermijnen en prioriteitstelling. 13

4.2 Juridische sancties. 13

4.3 Overige handhavingsacties. 14

5Inwerkingtreding en communicatie. 15

Bijlage 1 Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang. 16

Bijlage 2 Onderbouwing bedragen last onder dwangsom.. 42

Voorwoord

Het doel van deze beleidsnotitie is, om met de 21 gemeenten in Brabant-Zuidoost te komen tot een zo uniform mogelijke werkwijze met betrekking tot toezicht en handhaving kinderopvang.

In hoofdstuk 1 worden een aantal definities en kaders beschreven. In hoofdstuk 2 wordt dieper ingegaan op de rol van het toezicht en de wijze waarop deze plaatsvindt. Hoofdstuk 3 gaat specifiek in op overleg en overreding. Hoofdstuk 4, tot slot, gaat kort in op handhaving en herstelaanbod. Hoofdstuk 5 gaat in op de inwerkingtreding en communicatie van dit beleidskader.

Samen met deze beleidsnotitie zijn de Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang vastgesteld. In deze Beleidsregels is de handhaving verder uitgewerkt en is een afwegingsoverzicht opgenomen. In dit afwegingsoverzicht wordt aan de verschillende overtredingen een prioriteit en hersteltermijn toegekend, een daarmee samenhangend boetebedrag en bedrag betreffende de last onder dwangsom. De Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang zijn als bijlage aan deze beleidsnotitie toegevoegd. Zij vormen de concrete uitwerking van de in de beleidsnotitie omschreven werkwijze.

Tekst

1Inleiding

Deze beleidsnotitie gaat over toezicht en handhaving kinderopvang op grond van de Wet kinderopvang (Wko).

Onder kinderopvang wordt hierbij verstaan, het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint (artikel 1.1 lid 1 Wko).

Er zijn verschillende soorten kinderopvang:

1kinderdagverblijven

2buitenschoolse opvang

3gastouderopvang (geregistreerd bij een gastouderbureau)

Daarnaast vallen ook gastouderbureaus, die zelf geen opvang bieden maar gastouderopvang tot stand brengen en begeleiden, onder toezicht en handhaving kinderopvang.

Een kindercentrum is een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt, anders dan gastouderopvang (artikel 1.1 lid 1 Wko).

In de Wet kinderopvang worden twee zaken geregeld:

1de financiering van de kosten van de kinderopvang en

2de kwaliteit van de kinderopvang en toezicht en handhaving daarop.

De kwaliteitseisen zijn nader uitgewerkt in:

1Besluit kwaliteit kinderopvang (Besluit)

2Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang

3Regeling Wet kinderopvang

4Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang

5Regeling aanwijzing certificaten kinder EHBO

6Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie

7Besluit landelijk register kinderopvang en register buitenlandse kinderopvang

Deze wet- en regelgeving vormt het wettelijke kader voor toezicht en handhaving van de kinderopvang.

Ondernemers zijn zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van hun kindercentrum of gastouderbureau. De gemeente i.c. het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) is belast met het toezicht op de kwaliteit en met de handhaving en sanctionering van overtredingen op het gebied van deze kwaliteit.

Elk jaar stelt het college een jaarverslag omtrent toezicht en handhaving Wko op. Dit jaarverslag wordt aangeboden aan de gemeenteraad en digitaal aangeleverd bij de Inspectie van het Onderwijs.

Voor- en vroegschoolse educatie (VVE)

Nadere eisen voor de voor- en vroegschoolse educatie liggen vast in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie en worden door de GGD getoetst binnen het kader van toezicht en handhaving Wko. De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de educatieve kwaliteit van de voorschoolse educatie.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.