Aanhef
De raad van de gemeente Best;
gezien het voorstel van Burgemeester en wethouders van 24 oktober 2023 (IN23-02396);
gelet op artikel 189 van de Gemeentewet en artikel 43 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten;
besluit
1de Financiële verordening 2023 gewijzigd vast te stellen per 1 januari 2024, met inachtneming van de volgende wijziging:
Artikel 5, lid 3: toevoegen het woord ‘incidentele’: “Voor niet in de begroting opgenomen incidentele exploitatielasten van maximaal € 100.000 kan het college zonder voorafgaande autorisatie van de raad zelfstandig verplichtingen aangaan.”
2de Financiële verordening 2022 in te trekken per 1 januari 2024, met dien verstande dat de Financiële verordening 2022 van toepassing blijft op de jaarstukken 2023.
3de nota Reserves en voorzieningen 2023 vast te stellen per 31 december 2023;
4de nota Reserves en voorzieningen 2021 in te trekken per 31 december 2023, met dien verstande dat de nota Reserves en voorzieningen 2021 van toepassing blijft op de jaarstukken 2023.
1. Reserves en voorzieningen in Best
1.1. De Vrije Algemene reserve
De kaders voor de vrije algemene reserve zijn:
1.2 Bestemmingsreserves
In een aantal gevallen zijn in het verleden budgetten afgezonderd en vastgelegd in een bestemmingsreserve. Vooraf is bepaald voor welk doel bestedingen uit de bestemmingsreserve mogen plaatsvinden, conform artikel 43 lid 2 van het BBV. De gemeenteraad kan de bestemming van deze reserves ten alle tijde aanpassen.
Bestemmingsreserves worden tot het eigen vermogen gerekend omdat deze reserves ondanks de toegekende bestemming vrij besteedbaar zijn. Het is daarom zinvol om periodiek de bestemming van de reserves te toetsen aan actuele ontwikkelingen. Per reserve wordt hier nader op ingegaan.
De bestemmingsreserves zijn te onderscheiden in:
a.Tariefegalisatiereserves
b.Overige bestemmingsreserves
a.Tariefegalisatiereserves
Hiertoe behoren de reserves die bedoeld zijn om een gelijkmatige ontwikkeling van tarieven die aan derden in rekening worden gebracht te bevorderen. Tarieven zijn doorgaans gebaseerd op kosten die worden gemaakt. Deze kosten kunnen een grillig verloop hebben. Door sterke kostenafwijkingen te verrekenen met een tariefegalisatiereserve, wordt een beheerste ontwikkeling van de tarieven mogelijk. Zonder deze reserves zou zouden zeer sterke schommelingen in de tarieven optreden.
De kaders voor de egalisatiereserve afvalverwijdering zijn:
b.Overige bestemmingsreserves
Dit zijn reserves waarvoor nog geen besteding is vastgelegd en die nog niet zijn geblokkeerd voor bepaalde verplichtingen of risico’s, oftewel het zijn reserves die nog open staan. De gemeenteraad kan aan deze reserves een bepaalde bestemming geven, maar zolang nog niet tot daadwerkelijke aanwending is besloten is sprake van vrij besteedbare reserves. Hieronder zijn de bestemmingsreserves opgenomen met de kaders die van toepassing zijn. Nieuwe bestemmingsreserves zijn blauw gemarkeerd.
1.3 De dekkingsreserves
Artikel 59 van het BBV schrijft voor dat investeringen met een economisch nut (bijvoorbeeld een gebouw wat 50 jaar meegaat) moet worden geactiveerd, dat wil zeggen zichtbaar gemaakt moet worden op de balans.
Bij dekking uit reserves is dit standaard niet het geval, de afwikkeling verloopt zonder aanvullende maatregelen volledig via de raming van baten en lasten.
Om toch reserves te kunnen gebruiken als dekkingsmiddel en gelijktijdig te kunnen voldoen aan artikel 59 van het BBV is het systeem van activering op de balans via een zogenaamde dekkingsreserve bedacht.
De technische uitleg hierbij:
Door het storten van het investeringsbedrag in een dekkingsreserve en vervolgens jaarlijks de afschrijvingslast onttrekken uit de dekkingsreserve kan aan de eis in artikel 59 van het BBV worden voldaan. De dekkingsreserve is zo in feite een “potje” om de jaarlijkse afschrijvingen die ontstaan vanwege de investering te dekken. Budgettair wordt de dekking van investering in het jaar van aanschaf gestort in de dekkingsreserve waarmee in dat jaar de investering is afgedekt. Vervolgens worden via de dekkingsreserve de lasten van de investering gedurende de looptijd onttrokken. Overeenkomstig het raadsbesluit bij deze investeringen worden lasten ineens gedekt uit een reserve, toekomstige lasten die op grond van artikel 59 moeten worden verantwoord in de raming van baten en lasten, worden structureel afgedekt door bijdragen uit de daartoe ingerichte dekkingsreserve.
Belangrijk bij dekkingsreserves: een bestemmingswijziging heeft gevolgen voor de exploitatie:
De gemeenteraad is vrij om de bestemming van reserves te wijzigen, maar als dit plaatsvindt bij dekkingsreserves heeft dit een bijeffect:
Als een dekkingsreserve wordt opgeheven of verlaagd, is er geen/minder ruimte om de lasten van de investering waarvoor de dekkingsreserve was, te dekken.
Uit het oogpunt van een solide financieel beleid wordt geadviseerd om dekkingsreserves in stand te houden zolang op onderliggende investering nog moet worden afgeschreven (op de balans is opgenomen met een boekwaarde).
Hieronder worden de dekkingsreserves samengevat weergegeven. Voor een volledig overzicht per dekkingsreserve wordt verwezen naar bijlage 1.
1.4 Voorzieningen
Wanneer is sprake van een voorziening en wanneer is sprake van een reserve?
Het onderscheid tussen reserves en voorzieningen is soms moeilijk te maken. De belangrijkste verschillen tussen een reserve en een voorziening zijn in onderstaande tabel weergegeven:
Kenmerk:
Reserve:
Voorziening:
Onderbouwend plan noodzakelijk?
nee
ja
Omvang redelijkerwijs in te schatten?
niet altijd
ja
Eigen vermogen / vreemd vermogen?
eigen vermogen
vreemd vermogen
Omvang is voldoende om toekomstige verplichtingen op te vangen?
niet altijd
ja (obv plan)
Bestemming wijzigbaar algemene Reserves en bestemmingsreserves:
ja (raadsbesluit)
ja
Bestemming wijzigbaar dekkingsreserve:
ja, maar alternatieve dekking is nood zakelijk.
Op basis van de uitleg hierboven blijkt dat de bestemming van zowel een dekkingsreserve als van een voorziening in de praktijk niet zonder (financiële) gevolgen te wijzigen is.
Bevoegdheid tot het instellen, storten in en onttrekken uit voorzieningen
Op grond van artikel 189 van de Gemeentewet is de raad bevoegd tot het instellen en het storten in voorzieningen. Voorzieningen worden gevormd op basis van artikel 44 lid 1 t/m 3 van het BBV. Omdat uitgaven uit voorzieningen op basis van door de raad goedgekeurde plannen wordt gedaan, ligt de bevoegdheid tot het doen van uitgaven uit voorzieningen bij het college.
Hieronder zijn de kaders voor de voorzieningen opgenomen die van toepassing zijn. Nieuw is de voorziening verlof sparen, blauw gemarkeerd:
1.5 Stille reserves
Men spreekt van een stille reserve als de actuele waarde van een actief hoger is dan de boekwaarde. Het gaat hierbij om alle activa niet voor de openbare dienst bestemd die een hogere waarde hebben dan de boekwaarde, die is gebaseerd op de verkrijging- of vervaardigingprijs. Voorbeelden hiervan zijn:
•landbouw- en overige gronden, die (nog) niet in bouwgrondexploitaties zijn opgenomen;
•gebouwen, waaronder woningen, waarvan de te verwachten opbrengstwaarde aanzienlijk uitgaat boven de (eventueel aanwezige) boekwaarde;
•verhandelbare aandelen die op korte termijn kunnen worden omgezet in liquide middelen en waaraan geen of onvoldoende waarde is toegekend.