Gemeentelijke regelgeving

Marktregeling 2016

Gemeente Best · geldt sinds 5 september 2019

Aanhef

Besluit

[Tabel][Rij 1][Cel 1]marktmeester/Marktregeling Best 2016/ / 26-02-2016 / Marktregeling Best 2016

van 26 april 2016 gelet op het bepaalde in de Marktverordening 2016 artikel 3, zoals deze is vastgesteld bij raadsbesluit van 18 juli 2016

Marktregeling Best 2016

Burgemeester en wethouders

Artikel 1 begripsomschrijving

Voor de begripsomschrijvingen wordt verwezen naar artikel 1 van de Marktverordening Best 2016, hierna te noemen “verordening”.

Artikel 2 Inrichting, dag, tijd en plaats van de markt

Het college bepaalt ten aanzien van de markt het volgende:

1De afmeting van de standplaats wordt vastgelegd in de vergunning als bedoeld in artikel 6 van de verordening;

2Het aantal mogelijke standplaatsen bedraagt circa 30;

3De openingstijden zijn iedere zaterdag van 08.00 tot 13.00 uur en wordt opgesteld rondom het gemeentehuis;

4De markt wordt gehouden op vrijdag, indien op zaterdag de winkels ingevolge de Winkeltijdenwet niet geopend mogen zijn;

5De markt wordt gehouden op donderdag wanneer 2e Kerstdag op een zaterdag valt;

6De markt wordt niet in de eerste week van juli gehouden (i.v.m. kermis)

7Bij de opstelling van de verschillende branches is het uitgangspunt als volgt. De markt moet zo weinig mogelijk overlast voor de omgeving geven, groente en fruit staan bij elkaar, wenskaarten e.d. staan uit de wind en foodproducten zoveel mogelijk uit de zon.

8In de omgeving van de standplaats geldt het volgende:

a.Onder eigen materieel wordt verstaan een eigen kraam (zie volgende bolletje), een instantkraam, verrijdbare kraam, parasols, een afzetcontainer, een verkoopwagen, dan wel een markavan. Het eigen materieel dient technisch/esthetisch inpasbaar te zijn. Onder technisch/esthetisch inpasbaar wordt verstaan, dat het eigen materieel binnen de vergunde ruimte inpasbaar moet zijn en waarbij de eventueel naastgelegen kramen hiervan geen hinder mogen ondervinden.

b.Het plaatsen van voertuigen achter de kramen is enkel toegestaan op de daarvoor aangewezen plaatsen. Hiervoor wordt, op kenteken, op het legitimatiebewijs ontheffing verleend.

c.Het gebruik van eigen materieel wordt toegestaan onder de voorwaarden, zoals hierboven is omschreven en met schriftelijke goedkeuring van het college.

Het is verboden in of aan de bestrating of het straatmeubilair voorwerpen, zoals haken, pinnen en dergelijk aan te brengen, noch op andere wijze hieraan schade toe te brengen.

Artikel 3 Waarneming

1De waarnemer moet een aantoonbare relatie hebben met de vergunninghouder en moet een handelingsbekwaam natuurlijk persoon zijn, die persoonlijk voldoet aan het bepaalde in artikel 5 van de marktverordening.

2Indien een vergunninghouder van een plaats toestemming aanvraagt om zijn plaats te laten waarnemen, wordt na verleende toestemming, aan de vergunninghouder een ontheffing verleend. Een vergunninghouder die zijn plaats laat waarnemen, blijft hoofdelijk aansprakelijk voor de inrichting van de standplaats.

3Eenmaal per jaar zal aan vergunninghouder een ontheffing worden verstrekt om zijn vaste plaats te laten waarnemen en zal, op verzoek van de vergunninghouder of marktmeester desgewenst, met de vergunning­houder een evaluatiegesprek worden gehouden over alle zaken met betrekking tot de waarneming. Bij een positief gesprek volgt verlenging van de ontheffing.

Artikel 4 Verzorging standplaats

De vergunninghouder dient:

1ervoor te zorgen dat zijn standplaats steeds een goed verzorgd aanzien biedt;

2tijdens de markt zelf zijn afval, verpakkingsmaterialen en dergelijke in te zamelen;

3voordat hij het marktterrein verlaat zijn standplaats en de onmiddellijke omgeving daarvan veegschoon achter te laten en het afval zelf mee te nemen;

4zich aan de achterzijde van de kraam te bevinden en de handel niet onbeheerd achter te laten;

5artikelen gedurende de markttijden in voldoende en geprijsde mate aan te bieden;

6indien het de verkoop van vis betreft, alle afval af te voeren, waarbij de standplaats goed schoon moet worden gespoeld, en wel op zodanige wijze, dat geen stank verspreidende visresten of vocht achterblijven;

7indien het de verkoop van vis dan wel gebakken en gebrande producten betreft, dient men voldoende afschermende maatregelen te treffen, zodat de bestrating niet wordt vervuild of beschadigd door lekkende vet- of productresten;

8indien het de verkoop van eet- en drinkwaren betreft, zijn goederen of waren op zodanige wijze uit te stallen, dat deze voldoende beschermd zijn tegen verontreiniging door stof, vuil of anderszins, een en ander conform de voorschriften van de Voedsel en Waren Autoriteit;

Artikel 5 Afvalbakken

De vergunninghouder aan wie vergunning is verleend om geringe eet- en drinkwaren voor consumptie ter plaatse gereed te maken en te verkopen, dient aan de voorzijde van zijn standplaats voldoende afvalbakken te plaatsen. De vergunninghouder mag zijn bedrijfsafval niet in de openbare afvalbakken deponeren.

Artikel 6 Elektriciteit

1Het is de standplaatshouder zonder ontheffing van het college verboden op zijn standplaats:

a.Gebruik te maken van andere dan elektrische verlichting.

b.Elektriciteit te betrekken van een ander dan degene die door het college voor het leveren daarvan is aangewezen of om zelf hierin te voorzien.

2Gebruik van de gemeentelijke elektrakasten mag uitsluitend geschieden met daarvoor geschikt deugdelijk materieel, op de daarvoor door de marktmeester aangewezen groep. Schade door onjuist gebruik van de elektrakasten wordt op de vergunninghouder verhaald.

3Voor het gebruik van elektriciteit gelden 2 tarieven:

a.Minimaal elektriciteitsgebruik; hieronder verstaan we basisverlichting voor uw handelsplek. De kosten bedragen € 60 per jaar.

b.Overigen; hieronder verstaan we elektriciteitsgebruik voor verlichting met hoge wattage en alle overige apparatuur. De kosten bedragen € 120 per jaar.

De vergunninghouder kan er ook voor kiezen om in het geheel, het hele jaar door, geen gebruik te maken van elektriciteit. Hij is hiervoor dan ook geen kosten verschuldigd.

Artikel 7 Geluidsapparatuur

1Het is verboden op de standplaats gebruik te maken van luidsprekers, versterkers en andere middelen ter versterking van het geluid.

2Het aanwezig hebben van radio's, cd-spelers en overige geluidsapparatuur op de standplaats, voor een ander doel dan verkoop daarvan, is evenmin toegestaan.

3Het college kan ontheffing verlenen van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden, onder door haar te stellen voorwaarden.

Artikel 8 Kook-, bak- en verwarmingsapparatuur

1Het is de vergunninghouder verboden verwarmingstoestellen en/of bak- en kookinstallaties te gebruiken.

2Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen onder door haar te stellen voorwaarden.

Artikel 9 Overschrijving vergunning bij bijzondere omstandigheden

1Het college mag de vergunning overschrijven bij bijzondere omstandigheden.

2Van bijzondere omstandigheden wordt gesproken in de volgende gevallen:

a.Bij echtscheiding, indien door een rechtelijke uitspraak de desbetreffende markt wordt toegewezen aan degene die niet op de vergunning vermeld staat.

b.Bij overlijden dan wel blijvende arbeidsongeschiktheid van beide ouders en het kind de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.

Artikel 10 Opvullen standplaats wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheid

1Het college kan beslissen bij afwezigheid wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheid deze plaats (tijdelijk) op te vullen.

2Van het bedoelde in lid 1 is sprake, indien men 4 achtereenvolgende weken niet op de markt aanwezig is.

Artikel 11 Persoonlijk innemen standplaats; bijstand

1De vergunninghouder neemt de standplaats die hem is toegewezen persoonlijk in. Hij mag de standplaats niet aan een ander afstaan of in gebruik geven.

2De vergunninghouder kan met toestemming van het college zich laten vertegenwoordigen door een waarnemer.

3De vergunninghouder mag zich op de standplaats doen bijstaan.

Artikel 12 Aantal keren innemen standplaats

De vergunninghouder van een standplaats neemt ten minste driemaal per vier weken en tienmaal per dertien weken zijn standplaats op de markt in, dit met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 11, 13 en 14.

Artikel 13 Afwezigheid wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden

1De vergunninghouder van een standplaats die wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn standplaats in te nemen, deelt dit vooraf schriftelijk mee aan het College en mondeling of schriftelijk aan de marktmeester. Bij vakantie geeft de vergunninghouder aan hoe lang zijn afwezigheid duurt. Deze afwezigheid bij vakantie mag maximaal 4 aaneengesloten weken bedragen.

2Mededelingen worden tijdig voor de desbetreffende marktdag gedaan. Plotselinge verhindering wordt mondeling aan de marktmeester gemeld gevolgd door een schriftelijke bevestiging daarvan aan het college.

3Bij langdurige afwezigheid wegens ziekte overlegt de vergunninghouder als bewijs van ziekte iedere drie maanden een geneeskundige verklaring aan het college, tenzij het college hiervan ontheffing heeft verleend.

Artikel 14 Ontheffing en vervanging

1In geval van ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college op aanvraag van de vergunninghouder van een standplaats hem tijdelijk ontheffing verlenen van de verplichting om ten minste driemaal per vier weken en tienmaal per dertien weken de standplaats op de markt in te nemen.

2Het college kan op aanvraag van de vergunninghouder hem vergunning verlenen zich op zijn standplaats te laten vervangen door een met name genoemde persoon.

3Bij langdurige afwezigheid ( 4 weken) kan men in het belang van de weekmarkt desbetreffende standplaats tijdelijk door een andere vergunninghouder laten innemen.

Artikel 15 Legitimatie en identiteit vergunninghouder

1Degene die een standplaats op de markt inneemt of wenst in te nemen, dient op verzoek van de marktmeester door middel van het tonen van een geldig legitimatiebewijs aan te tonen dat hij de vergunninghouder/waarnemer is.

2De vergunninghouder dient bij zijn standplaats duidelijk zichtbaar zijn naam en eventuele bedrijfsnaam aan te geven.

Artikel 16 Tijdstip innemen standplaats/aan- en afvoer goederen

1Het is verboden voor vergunninghouders op het marktterrein meer dan 2 uur voor aanvang en meer dan 1 uur en 15 minuten na afloop van de markt met een voertuig, goederen of anderszins ruimte in te nemen of goederen aan of af te voeren.

2De vergunninghouder is verplicht zijn standplaats tot de sluitingstijd van de markt te blijven innemen. Het college kan hiervan ontheffing verlenen.

3Indien de vergunninghouder zijn standplaats niet uiterlijk om 08.00 uur heeft ingenomen, wordt de desbetreffende standplaats voor die dag als dagplaats aangemerkt, tenzij de marktmeester de standplaats op tijdig verzoek van de vergunninghouder voor hem beschikbaar houdt.

4Voertuigen voor het aan- en afvoeren van goederen moeten om 08.00 uur verwijderd zijn en mogen vanaf 13.00 uur weer het marktterrein op. Het college kan hiervoor ontheffing verlenen.

Artikel 17 Branche-indeling

1De volgende branches zijn aanwezig. Bij wenselijk staan de ambities omschreven. Voorwaarde is, dat er fysieke ruimte aanwezig moet zijn.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.