Gemeentelijke regelgeving

Verordening commissie Bezwaarschriften gemeente Bernheze 2026

Gemeente Bernheze · geldt sinds 13 oktober 2026

Aanhef

De raad van de gemeente Bernheze;

gezien het bijbehorende voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 23 juni 2026

gelet op artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 149 van de Gemeentewet;

besluiten:

vast te stellen de volgende verordening:

Verordening commissie Bezwaarschriften gemeente Bernheze 2026.

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.Awb: Algemene wet bestuursrecht

b.College: college van burgemeester en wethouders;

c.Commissie: vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften;

d.Verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen.

Artikel 2. Inleidende bepaling commissie

1Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester;

2De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van een wettelijk voorschrift inzake belastingen of de Wet waardering onroerende zaken, personele aangelegenheden en sociale zaken met uitzondering van bezwaarschriften op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning of Jeugdwet.

Artikel 3. Samenstelling van de commissie

1De commissie bestaat uit meerdere leden die roulerend als voorzitter optreden. Voor iedere hoorzitting ligt vast wie de voorzitter is van de zitting.

2De leden worden door het college benoemd, geschorst en ontslagen.

3De leden kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente Bernheze, of nevenfuncties vervullen die hun onafhankelijkheid als lid van de commissie in het geding (kunnen) brengen. Ook wonen zij niet in de gemeente Bernheze.

Artikel 4. Secretaris

Het college wijst één of meerdere ambtenaren aan als secretaris van de commissie.

Artikel 5. Zittingsduur

1De leden van de commissie worden benoemd voor een termijn van vier jaar. Het is mogelijk om herbenoemd te worden.

2De leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan het college.

3De aftredende of ontslag nemende leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.

Artikel 6. Ingediend bezwaarschrift

1Het bestuursorgaan registreert het ingediende bezwaarschrift met de datum van ontvangst.

2Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld.

Artikel 7. Bemiddeling

De commissie onderzoekt of de zaak in der minne kan worden geschikt alvorens de zaak in behandeling wordt genomen. De secretaris verricht daartoe de nodige handelingen.

Artikel 8. Uitoefening bevoegdheden

1De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie:

a.Artikel 2:1, tweede lid;

b.Artikel 6:6, voor wat betreft het de indiener stellen van een termijn;

c.Artikel 6:17, voor zover het de verzending van stukken betreft tijdens de behandeling door de commissie;

d.Artikel 7:4, tweede lid;

e.Artikel 7:6, vierde lid.

2De voorzitter kan deze bevoegdheden overdragen aan de secretaris.

Artikel 9. Vooronderzoek

1De voorzitter van de commissie is bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.

2De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de andere commissieleden bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college vereist.

Artikel 10. Hoorzitting

1De secretaris van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen.

2De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 Awb.

Artikel 11. Uitnodiging zitting

1De secretaris nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan tenminste twee weken voor de zitting schriftelijk uit.

2Binnen drie dagen na de datum van verzending van de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.

3De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan meegedeeld.

4De voorzitter is bevoegd om in bijzondere omstandigheden af te wijken van de termijnen die genoemd zijn in het eerste tot en met het derde lid.

Artikel 12. Quorum

Voor het houden van een zitting is vereist dat tenminste twee leden, onder wie in elk geval de voorzitter, of zijn plaatsvervanger, aanwezig zijn.

Artikel 13. Niet-deelneming aan de behandeling

De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. Zij laten zich zo nodig vervangen.

Artikel 14. Openbaarheid zitting

1De zitting van de commissie is openbaar, tenzij het betreft de behandeling van bezwaren tegen een besluit betreffende de Wet maatschappelijke ondersteuning of Jeugdwet.

2De deuren kunnen worden gesloten indien de commissieleden het nodig oordelen of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet.

3Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting plaats achter gesloten deuren.

Artikel 15. Verslaglegging

1Het verslag, bedoeld in artikel 7:7 Awb, bevat in ieder geval:

a.Namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid;

b.Zakelijke vermelding van wat over en weer is gezegd en wat verder op de hoorzitting is voorgevallen;

c.Vermelding als de hoorzitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren plaatsvond, of als belanghebbenden of hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord;

d.Verwijzing naar de op de hoorzitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht.

2Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris.

Artikel 16. Nader onderzoek

1Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de andere commissieleden dit onderzoek houden.

2De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden.

3De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op zo’n verzoek.

4Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de hoorzitting van overeenkomstige toepassing.

Artikel 17. Raadkamer en advies

1De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies.

2De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.

3Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.

4Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.

5Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend.

Artikel 18. Uitbrengen advies en verdaging

1Het advies wordt, onder medezending van eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen.

2Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn van twaalf weken, genoemd in artikel 7:10, eerste lid, Awb, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, wijst hij het verwerend orgaan erop de beslissing te verdagen.

Artikel 19. Jaarverslag

De commissie brengt jaarlijks voor 1 juli verslag uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar aan de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders, en met tussenkomst van het college aan de raad.

Artikel 20. Intrekking oude regeling

De Verordening intergemeentelijke commissie Bezwaarschriften gemeenten Bernheze en Maasdonk 2010 wordt ingetrokken.

Artikel 21. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum waarop hij is bekendgemaakt.

Artikel 22. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening commissie Bezwaarschriften gemeente Bernheze 2026.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.