Gemeentelijke regelgeving

Onderwerp: Beleidsregel Wet Bibob 2024 gemeente Bernheze

Gemeente Bernheze · geldt sinds 2 september 2024

Aanhef

De burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bernheze, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft,

overwegende dat de gemeente Bernheze graag zaken wil doen met integere partijen. De Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) is hierbij een instrument om de integriteit van het bestuur te waarborgen. Het doel van de wet is het voorkomen dat de gemeente strafbare activiteiten faciliteert. Dit gebeurt door een Bibob-onderzoek uit te voeren naar de betrokkene(n) en relevante Bibob-relaties van de betrokkene(n);

dat de Wet Bibob de gemeente Bernheze beleidsruimte verschaft bij de besluitvorming omtrent het toepassen van de uit deze wet voortvloeiende bevoegdheden;

dat de Beleidsregel Wet Bibob gemeente Bernheze 2015, laatstelijk aangepast in 2019, actualisatie behoeft;

gelet op het bepaalde in de Wet Bibob en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

besluiten:

vast te stellen de Beleidsregel Wet Bibob 2024 gemeente Bernheze

Bijlage 1, behorende bij artikel 3 van de Beleidsregel Wet Bibob 2024 gemeente Bernheze

Onder andere relevante signalen kunnen onder meer een of meer van de volgende gevallen worden verstaan (niet limitatief):

a.aan betrokkene in de afgelopen vijf jaar een beschikking tot terugvordering van subsidie is opgelegd dan wel met betrokkene binnen deze periode een schikking tot terugbetaling van de verkregen subsidiegelden overeengekomen is;

b.aan betrokkene in de afgelopen vijf jaar een handhavingsbeschikking is opgelegd;

c.aan betrokkene in de afgelopen vijf jaar surseance van betaling is verleend of ten aanzien van betrokkene gedurende de genoemde periode een faillissement is uitgesproken;

d.de gemeente Bernheze, op grond van de wet, maatregelen treft of heeft getroffen in een andere procedure. Dit ten aanzien van dezelfde betrokkene, natuurlijk persoon of rechtspersoon die in relatie staat tot de betrokkene als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de wet;

e.een ander bestuursorgaan, op grond van de wet, maatregelen treft of heeft getroffen in een andere procedure. Dit ten aanzien van dezelfde betrokkene, natuurlijk persoon of rechtspersoon die in relatie staat tot de betrokkene als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de wet;

f.informatie op grond waarvan naar het oordeel van de gemeente Bernheze mogelijk sprake is van feiten en omstandigheden in de zin van de wet.

Bijlage 2 Risico categorieën

De gemeente Bernheze heeft de volgende risico categorieën aangewezen (niet limitatief). Deze worden gevoelig geacht voor criminele invloeden.

a.Hotels

b.Kamerverhuurbedrijven

c.reguliere kamerverhuur en/of logiespanden waarbij sprake is van vijf of meer kamer

d.Grootschalige huisvesting internationale medewerkers

e.Pensions

f.Recreatieparken en jachthavens

g.Horecabedrijven

h.Coffeeshops

i.Shisha-lounges

j.Prostitutiebedrijven

k.Darkrooms

l.Seksbioscopen

m.Sexwinkels

n.Erotische massagesalons

o.Smartshops/headshops

p.Speelautomatenhallen

q.Gamecenters

r.Afvalbewerkings- en verwerkingsbedrijven

s.Afvalrecylingbedrijven

t.Inrichtingen voor het reinigen van drukhouders, insluitsystemen, ketels, vaten, mobiele tanks, tankautos’s, tank-of bulkcontainers

u.Autohandel (verkoop en verhuur)

v.Sloopbedrijven

w.Autodemontagebedrijven

x.Vuurwerkbranche

y.Wellnesscentra/ zonnestudio’s

z.Kappers

aa.Nagelstudio’s

ab.Tattooshops

ac.Fitnessbedrijven

ad.Sporthallen/complexen

ae.Religieuze instellingen

af.Scholen

ag.Energiemaatschappijen/ producenten

ah.Zonneparken

ai.ii. Zorgbureau’s en zorgaanbieders als bedoeld in de WMO 2015 en de Jeugdwet

aj.Re-integratie bedrijven en/of activiteiten

ak.Transformatie kantoorpanden

Toelichting bij de beleidsregel

Algemeen

Op 1 juni 2003 is de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) in werking getreden. Sindsdien is de wet een aantal malen gewijzigd (2013, 2020 en 2022). Met deze wijzingen zijn de bevoegdheden van bestuursorganen verruimd.

De Wet Bibob stelt de gemeente Bernheze in staat om zich te beschermen tegen het risico dat criminele activiteiten worden gefaciliteerd door het verlenen van beschikkingen, het aangaan van vastgoedtransacties en het gunnen van overheidsopdrachten. Bovendien wordt hiermee de concurrentiepositie van bonafide ondernemers beschermd.

Op 1 oktober 2022 is de Wet Bibob voor het laatst gewijzigd. Hierbij hebben bestuursorganen de verruimde mogelijkheden gekregen om informatie uit te wisselen. Ook hebben zij de bevoegdheid gekregen om elkaar te tippen.

Vanwege de wijzigingen is het wenselijk om de huidige beleidsregel aan te passen. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de wijziging van de aan de Wet Bibob verbonden wetgeving.

De Beleidsregel

De toepassing van de Wet Bibob is een discretionaire bevoegdheid. Dit houdt in dat de gemeente Bernheze zelf kan bepalen in welke gevallen zij een Bibob-onderzoek wenselijk vindt. Het is wettelijk niet verplicht om een beleidsregel op te stellen. Toch vindt de gemeente Bernheze het wenselijk om duidelijk te maken op welke manier zij de Wet Bibob inzet. Dit geeft het een helder kader voor de toetsing en heeft het een preventieve werking.

Uitgangspunten

In deze beleidsregel wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de begrippen die in de Wet Bibob worden gebruikt. Dit voorkomt verwarring. We gebruiken bijvoorbeeld de termen ‘betrokkene’, ‘ernstig’ en ‘mindere mate van’ gevaar. Deze beleidsregel is van toepassing op beschikkingen, vastgoedtransacties en/of overheidsopdrachten. Deze begrippen worden in de wet besproken en verder uitgewerkt. Bij beschikkingen gaat het bijvoorbeeld om (omgevings)vergunningen maar ook over subsidiebeschikkingen.

Bij overheidsopdrachten gaat het niet alleen over een gunningsbeslissing maar ook over een met een gunningsbeslissing beoogde overeenkomst. De wetgever heeft het ook mogelijk gemaakt om bepaalde onderaannemingen niet te accepteren.

Het begrip ‘verbonden partij’ is nieuw opgenomen in deze beleidsregel. Hiermee worden partijen waar de gemeente Bernheze bestuurlijk en financieel aan verbonden is in beginsel uitgezonderd van een Bibob onderzoek. Voor de definitie is aansluiting gezocht bij het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (Bbv) . Soms is er sprake van een situatie dat de gemeente Bernheze samen met een of meer private partijen aan een verbonden partij deelneemt. In dat geval wordt er wel een Bibob-onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek richt zich dan op de verbonden partij en de deelnemende private partijen.

Het eigen onderzoek

Het kenmerk van een Bibob-onderzoek is dat er sprake is van twee fasen. In eerste instantie voert de gemeente Bernheze een zogenoemd “eigen onderzoek” uit. Hierbij wordt gebruik gemaakt van openbare bronnen en gesloten bronnen (zoals informatie van politie, justitie, het OM en de Belastingdienst). Hierbij wordt bekeken of de betrokkene strafbare feiten heeft gepleegd en/of er sprake is van een vermoeden daarvan. Hierbij is het ook mogelijk om onderzoek te doen naar de personen en/of bedrijven waarmee een Bibob-relatie bestaat (zoals financiering).

Wanneer het eigen onderzoek daarvoor aanleiding geeft kan het (landelijk) Bureau Bibob (LBB) om een advies worden gevraagd. De gemeente Bernheze is niet verplicht om dit advies te volgen. Wel helpt het om een weloverwogen beslissing te maken.

Kan en zal bepaling

De gemeente Bernheze wil het Bibob instrument risico gestuurd inzetten. Dit houdt in dat bij categorieën waar een hoger risico aanwezig wordt geacht standaard sprake zal zijn van een Bibob onderzoek (zal bepaling). Bij categorieën waar een lager risico aanwezig wordt geacht wordt gekozen voor risicogericht en/of een steekproef (kan bepaling).

Privaatrechtelijke transacties

In deze beleidsregel is ervoor gekozen om het Bibob-onderzoek bij privaatrechtelijke transacties (vastgoedtransacties en aanbestedingen/overheidsopdrachten) uit te werken. Dit komt omdat de gemeente Bernheze in deze gevallen niet handelt als een bestuursorgaan maar als een rechtspersoon met een overheidstaak.

De Wet Bibob maakt het mogelijk om bij deze handelingen een Bibob-onderzoek uit te voeren. In de wet wordt echter niet geregeld welke gevolgen er aan het onderzoek verbonden kunnen worden. Zo kunnen onderhandelingen worden afgebroken of kunnen er nadere voorschriften worden opgenomen in de overeenkomst. Wanneer er besloten wordt om een overeenkomst niet aan te gaan, te ontbinden, op te zeggen of te vernietigen kan de betrokkene zich melden bij de civiele rechter. Door uitgebreid in te gaan op de gevolgen biedt dit voor alle partijen duidelijkheid.

Bij privaatrechtelijke overeenkomsten geldt het principe van contractsvrijheid. Alhoewel soms gedacht wordt dat zonder problemen onderhandelingen kunnen worden afgebroken is dit onjuist. Deze vrijheid is niet onbeperkt. Er moet gekeken worden naar de bepalingen van een overeenkomst maar ook naar de verwachtingen die over en weer zijn uitgesproken (gerechtvaardigd vertrouwen). Afhankelijk van de concrete omstandigheden per geval kan een Bibob-onderzoek ertoe leiden dat onderhandelingen worden afgebroken. Het is van belang dat de wederpartij op de hoogte is dat de Wet Bibob wordt toegepast en dat dit is vastgelegd in de (pre)contractuele fase. Ook hier geldt dat de beleidsregel inzicht geeft op de gevolgen die een Bibob-onderzoek met zich mee kunnen brengen. Dit biedt voor alle partijen duidelijkheid.

Vastgoedtransacties

Op grond van de Wet Bibob kan een Bibob-onderzoek plaatsvinden bij het aangaan van vastgoedtransacties. De gemeente neemt in de bijbehorende (concept)overeenkomst in ieder geval op dat de gemeente de overeenkomst kan ontbinden of opschorten op basis van een advies van het LBB en/of niet of onvoldoende gegevens en bescheiden worden aangeleverd voor het doen van het eigen onderzoek.

Het gevolg van een Bibob-onderzoek of een door het LBB uitgebracht advies kan dus zijn dat de overeenkomst wordt ontbonden of opgeschort. Is er nog geen overeenkomst tot stand gekomen dan kan het gevolg zijn dat de onderhandelingen of besprekingen worden afgebroken.

Overheidsopdrachten

De Wet Bibob biedt eveneens de mogelijkheid om een Bibob-onderzoek uit te voeren in de gevallen waarin de overheid aan een derde een overheidsopdracht wil gunnen of gegund heeft. In de aanbestedingsstukken wordt de mogelijkheid van een Bibob-onderzoek vermeld. Daarin wordt ook de voorwaarde opgenomen dat een onderaannemer niet zonder toestemming wordt gecontracteerd. Ook biedt de beleidsregel inzicht op de gevolgen van een Bibob-onderzoek. De uitkomst van het onderzoek kan er namelijk toe leiden dat de gemeente een gegadigde uitsluit, de overheidsopdracht niet gunt of een onderaannemer niet accepteert. Is de overheidsopdracht inmiddels gegund dan kan de uitkomst van het onderzoek leiden tot een ontbinding van de overeenkomst, het niet accepteren van een onderaannemer of de acceptatie daarvan te herzien.

Waarborgen

De Wet Bibob is een ingrijpend instrument. Het is daarom belangrijk om een balans te vinden tussen de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene(n) en de bescherming van het openbaar belang. Hierbij is het belangrijk om te onthouden dat de toepassing van de Wet Bibob geldt als een ‘ultimum remedium’. Er moet dus eerst bekeken worden of er geen andere mogelijkheden zijn om vergunningen te weigeren en/of in te trekken of geen overeenkomst aan te gaan. Daarnaast zijn ook de beginselen van subsidiariteit, proportionaliteit en evenredigheid van belang.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.