Aanhef
Kennisgeving op grond van artikel 1:3, vierde lid, artikel 3:42 en artikel 4:81 van de Algemene Wet Bestuursrecht en artikel 12a Woningwet.
Besluit
Het college van burgemeester en wethouders maakt bekend dat de Beleidsregel ‘Circulair Kwaliteitsplan Heesch West’ op 8 mei 2025 gewijzigd is vastgesteld door de gemeenteraad. De beleidsregel hoort bij het plan voor het nieuwe regionaal bedrijventerrein Heesch West, waarvan het bestemmingsplan tegelijkertijd gewijzigd is vastgesteld (herstelbesluit). De beleidsregel ziet uitsluitend op het plangebied van het project Heesch West. In de beleidsregel Circulair Kwaliteitsplan Heesch West worden regels over stedenbouw en beeldkwaliteit uit het bestemmingsplan verder uitgewerkt. Dit besluit treedt daarmee in de plaats van de geldende Welstandsnota voor dit specifieke gebied.
Plangebied
Het plangebied is gelegen tussen 's-Hertogenbosch en Heesch, ten zuiden van de A59 en ten noorden van de Zoggelsestraat. Het plangebied valt zowel binnen het grondgebied van de gemeente Bernheze als dat van 's-Hertogenbosch. Aan de oostzijde is het plangebied globaal begrensd door Achterste Groes/Achterstraat en aan de westzijde door de Weerscheut. De nieuwe situering van de Bosschebaan steekt zowel aan de oost- als aan de westzijde door de genoemde begrenzing heen; deze twee 'poten' maken ook onderdeel uit van het plangebied.
Inhoud
Het circulair kwaliteitsplan is een integraal visie- ambitie- en kwaliteitsplan voor de duurzame ontwikkeling van het regionale bedrijventerrein Heesch West. Het stelt kaders voor de ontwikkeling en biedt tegelijkertijd ruimte en inspiratie voor nu én de toekomst. Dit plan wordt in de loop van de tijd steeds aangevuld en aangescherpt. Aanpassingen worden vastgesteld door de GR Heesch West in de jaarlijkse beleidscyclus.
Wijzigingen
De beleidsregel Circulair Kwaliteitsplan Heesch West is eerder op 1 februari 2022 door de gemeenteraad vastgesteld. Naar aanleiding van de actualisatie en wijzigingen in het herstelbesluit van het bestemmingsplan Heesch West, is het Circulair Kwaliteitsplan beperkt aangepast en als gewijzigde beleidsregel op 7 mei 2025 vastgesteld. Het betreft met name een redactie op kaartbeelden en de regeling van beeldkwaliteit, alsmede een actuele beschouwing op de energievoorziening.
Terinzagelegging
Tegen de (gewijzigde) vastgestelde beleidsregel is geen beroepsmogelijkheid. De beleidsregel ligt vanaf 30 juni 2025 gedurende 6 weken op afspraak ter inzage in het gemeentehuis aan De Misse 6 te Heesch.. Ook vindt u de stukken via de publicatie in het Gemeenteblad en via de website https://lokaleregelgeving.overheid.nl.
Hoofdstuk 5 Proces en ontwikkeling
5.2 borging duurzaamheid
5.2.1 Energie
Op gebiedsniveau van Heesch West is het zonnepark in het zuidwestelijk deel van het terrein het belangrijkste onderdeel voor dit thema. Met dit zonnepark met een capaciteit van 15 TJ, draagt Heesch West als bedrijventerrein bij aan de (boven) gemeentelijke duurzame ambities. Daarnaast zijn meer toepassingen voor lokale opwekking voorzien, zoals, aangrenzend aan het regionale bedrijventerrein, de ontwikkeling van Zonnepark Achterste Groes (zelfstandige deelontwikkeling).
Eventuele ontwikkelingen, zoals een snelle doorbraak in de waterstofeconomie, kunnen voor het terrein aanvullende kansen bieden. In dat licht wordt een duurzaam brandstoffen- punt op het terrein voorzien.
Op het niveau van het eigen bedrijfsperceel is het belangrijkste uitgangspunt dat elk bedrijf moet voorzien in duurzame energieopwekking op het dak van het bedrijfsgebouw op eigen perceel. In het bestemmingsplan is dit ook geborgd met planregel 5.2.11, waarin staat dat 80% van het dak wordt gebruikt om op duurzame wijze energie/warmte/koude op te wekken. En daarnaast is in het bestemmings- plan geborgd dat het bedrijfsproces aardgas- vrij is in artikel 5.4.9.
Doordat het bedrijventerrein aardgasvrij is, moeten bedrijven zich in hun visie richten op elektriciteit in het bedrijfsproces. Hierdoor is er een verplichtend handelingsperspectief om aandacht te geven aan het concept van Trias Energetica. Dit is een strategie voor duurzaam bouwen en bestaat uit drie uitgangspunten: Stap 1. Beperk de energievraag; Stap 2. Gebruik energie uit hernieuwbare (duurzame) bronnen; Stap 3. Gebruik eindige (fossiele) energiebronnen efficiënt.
Naast de mate waarin duurzame energie wordt opgewekt, zijn bovenstaande drie stappen de drie aspecten waarop zal worden getoetst voor dit thema (waarbij stappen 1 en 2 hiermee samenhangen).
Door de opgenomen verplichtingen in het bestemmingsplan (duurzaam dakgebruik en aardgasvrij), zullen bedrijven al snel minimaal een 0 scoren op dit thema. Er is dan sprake van een energieneutrale bedrijfsvoering op basis van duurzame energie. Indien ook energie wordt teruggeleverd aan het net en er een sprake is van een (zeer) energiezuinig bedrijfsproces, is het aannemelijk dat bedrijven op dit thema een + scoren. Deze beoordeling is bedrijfsafhankelijk. Logistieke bedrijven hebben veel meer moge- lijkheden om veel zonnepanelen op het dak te leggen dan andere bedrijven en hebben daarmee meer mogelijkheden om een + te scoren.
5.2.2 Klimaatadaptatie
Klimaat en klimaatadaptatie zijn thema’s waarinveel aspecten een rol kunnen spelen. Allereerst wordt hier op gebiedsniveau stevig op ingezet. In het landschapspark worden zeer robuuste groenzones gerealiseerd met veel nieuwe bomen en ook veel ruimte voor waterberging (norm: 70 mm waterberging). Verder dragen de aardgasvrije ontwikkeling en duurzame lokale opwekking bij aan het behalen van het uitgangspunt klimaatneutraal te zijn in 2050.
Daarnaast zijn ook op perceelsniveau belang- rijke stappen te zetten in het licht van klimaat- adaptatie. Dat gaat om de fysieke toevoeging van ‘groen en blauw’(groenontwikkeling en wateropvang en -zuivering), maar ook over (beperking van) de CO2-uitstoot van de bedrijfs- voering. De overall score voor dit thema wordt op basis van deze twee sub-aspecten bepaald. Indien op een van beide aspecten een + wordt gescoord en het andere aspect een 0, wordt overall op dit thema een + gescoord.
Voor de toevoeging van groen en blauw zijn bindende regels in het bestemmingsplan opgenomen (artikel 5.2.10 en 5.4.11), met een verwijzing naar de nadere uitwerking in dit Circulaire Kwaliteitsplan, (paragraaf 4.5 en voorliggend hoofdstuk 5). Dit houdt in dat minimaal 20% van het bedrijfsperceel ingericht moet worden voor groene en/of blauwe functies. Hieraan voldoen levert in principe een neutrale score op dit sub-aspect (0). Voor de wijze van interpretatie en berekening van de groen/blauwnorm, zie Bijlage Systematiek bepaling groennorm Heesch West.
Het tweede subaspect bij dit thema, betreft de mate van CO2-uitstoot. Het wordt daarbij positief beoordeeld indien inzet wordt gepleegd op het zoveel mogelijk beperken van de uitstoot of binden van CO2 uitstoot (bezien vanuit het type bedrijfsvoering); maar ook indien er op voorhand al relatief weinig uitstoot is. Hoe meer beperking van de uitstoot, hoe beter dit zal scoren. Daarentegen zal het als negatief worden beoordeeld wanneer een significante uitstoot weliswaar zal passen binnen de wettelijke regels, maar er geen streven bestaat om dit te beperken.
Voorbeeld beoordelingen:
1indien bedrijven 25% groen/blauw op hun perceel realiseren, maar er in het geheel geen streven bestaat om CO2-uitstoot te beperken (anders dan wettelijke regels), is de overall score op dit thema naar verwachting maximaal 0. (want: scores van + op groen/blauw en – op CO2-uitstoot).
2indien bedrijven 20% groen/blauw op hun perceel realiseren, en er een zeer groot streven is naar beperken van CO2-uitstoot, is de overall score op dit thema naar verwachting + (want: scores van 0 op groen/blauw en + op CO2-uitstoot).
5.2.3 Landschap en biodiversiteit:
De uitgangspunten voor versterken van bio- diversiteit en realiseren van landschappelijke kwaliteit worden voor Heesch West met name op gebiedsniveau uitgewerkt in het omvang- rijke landschapspark. In het landschapsontwerp wordt ook nadrukkelijk ingezet op een versterking van de biodiversiteit en natuur- waarden. Bovendien worden bestaande natuurwaarden volledig gemitigeerd door de aanleg van vervangende voorzieningen. Voor de beoordeling van dit thema is biodiversiteit het enige aspect.
Bedrijven worden gevraagd bij de realisatie van hun plannen op het eigen perceel nadrukkelijk aandacht te besteden aan het uitgangspunt van natuurinclusief bouwen en versterking van de biodiversiteit. Zo kan gedacht worden aan natuurrijke groene gevels en daken, maar ook aan een ecologische inrichting van de groene ruimte rondom het pand. Dit zijn aspecten die worden mee- gewogen bij het bepalen van de kwalitatieve biodiversiteitsscore voor nieuwe ontwikkelingen. Dit houdt in dat bij de aanleg van 500 m2 verharding of meer op het perceel, als uitgangspunt een kwalitatieve biodiversiteits- score van 10 punten wordt gehanteerd (van de mogelijke 15 punten). Daarnaast wordt het positief gewaardeerd als bedrijven aandacht besteden aan kansen bij de overgang van aangrenzende (nieuwe) landschapsstructuren naar hun perceel.
In de bijlage Systematiek bepaling groennorm Heesch West is aangegeven hoe de normering voor biodiversiteit wordt berekend. Deze methodiek is een doorvertaling van de Bossche Verordening Bomen, Water en Groen (2021) naar de duurzaamheidsambities voor Heesch-West.
Indien 10 punten op de kwalitatieve biodiversiteitsscore wordt behaald, wordt op dit thema een 0 gescoord.
Indien meer dan 10 punten wordt behaald, of anderszins extra wordt ingezet op het versterken van biodiversiteit die nog niet meetelt in het behalen van de 10 punten, kan op dit thema een + worden gescoord. Denk bijvoorbeeld aan de benoemde kansen bij de overgang van het landschap naar het perceel.
5.2.4 Circulair bouwen en bedrijfsproces
Belangrijke aspecten bij dit thema zijn het gebruik van materialen, grondstoffen, recycling en afvalverwerking. Dit gaat om zowel de fase van bouwen en ontwikkelen van het bedrijfsperceel, als om het bedrijfsproces na ingebruikname van het gebouw.
Bedrijven worden primair gevraagd bij bouwen en ontwikkelen zoveel mogelijk in te zetten op hergebruik en losmaakbaarheid van materialen, en zich te richten op het gebruik van duurzame grondstoffen. Een handvat hierbij is het Grondstoffenakkoord 2030, waarin met name het terugdringen van het gebruik van primaire grondstoffen met 50% een belangrijk uitgangspunt is.
In de duurzaamheidsvisie dient inzichtelijk te worden gemaakt in hoeverre er sprake zal zijn van:
1Losmaakbaarheid en de mate van recyclebaarheid van materialen;
2Gebruik duurzame materialen en terugdringen primaire grondstoffen.
De basis voor de beoordeling van dit thema is de fase van bouwen en ontwikkelen. Indien bij die fase wordt voldaan aan bovengenoemde ambities, wordt op dit thema minimaal een 0 gescoord (ongeacht het bedrijfsproces). Uitgangspunt hierbij is het genoemde grond- stoffenakkoord. Indien hier niet aan kan worden voldaan, dient te worden gemotiveerd waarom niet. Met een geldige motivatie, kan mogelijk alsnog een 0 op dit thema worden gescoord.
De plus op dit thema (+) kan worden behaald door ook het bedrijfsproces na ingebruikname van het gebouw en het perceel in te richten op het gebruik van duurzame materialen en circulariteit. Circulariteit gaat dan om aspecten als afvalproductie en de mate van hergebruik en recycling.
Indien hier voldoende ambities op worden geformuleerd, én er dus ook sprake is van duurzaam bouwen zoals hierboven beschreven, wordt op dit thema overall een + gescoord.
Indien op het onderdeel circulair bouwen negatief wordt gescoord, kan een score van 0 op dit thema toch nog behaald worden, door positief te scoren op het bedrijfsproces.
5.2.5 mobiliteit
Op gebiedsniveau van Heesch West wordt optimaal aangesloten op doorgaande fietsroutes, waarbij op en nabij het terrein maatregelen worden genomen om de routes aantrekkelijker en veiliger te maken. De e-bike kan zo een goed alternatief zijn voor het woon/werkverkeer van medewerkers van de bedrijven op Heesch West. Een openbare buslijn met twee haltes aan de Bosschebaan is al aanwezig. Mogelijk kan vanuit de onder- nemers individueel of collectief aanvullend collectiefvervoer worden geboden, bij logistieke bedrijven die in diensten werken is dat niet ongebruikelijk.
Wat betreft het niveau van het bedrijfsperceel, zijn de volgende onderdelen relevant: Bedrijven worden uitgedaagd om een duurzaam mobiliteitsplan op te stellen, waarin zowel aandacht wordt besteed aan duurzaam woon/werkverkeer als zakelijk verkeer.
Wat betreft woon/werkverkeer wordt het positief gewaardeerd als medewerkers bijvoorbeeld gefaciliteerd en geprikkeld worden om met de fiets naar het werk te komen of waarin openbaar vervoer gestimuleerd wordt. Andere positieve aspecten zijn het gezamenlijk naar het werk reizen, het bevorderen van thuis- werken en het faciliteren en stimuleren van elektrische auto’s.
Het zakelijk verkeer is een ander belangrijk onderdeel van het duurzame mobiliteitsplan. Het wordt positief gewaardeerd als het vrachtverkeer of autoverkeer deels of volledig elektrisch aangedreven zijn, meetings online mogelijk zijn en worden gestimuleerd en er efficiënt vrachtvervoer plaatsvindt, zodat onnodige transportbewegingen worden voorkomen.
Indien geen of onvoldoende ambities worden uitgesproken op dit thema, zal dit negatief scoren (-). Met een goed ambitieus plan in lijn met gemeentelijke ambities kan een 0 worden gescoord.
Indien zowel op woon-werkverkeer als op zakelijk verkeer veel ambities worden uitgesproken die leiden tot een zeer duurzame mobiliteit, is het mogelijk om op dit thema een + te scoren.