Gemeentelijke regelgeving

Treasurystatuut 2018

Gemeente Berkelland · geldt sinds 21 maart 2018

Aanhef

De raad van de gemeente Berkelland;

Gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders;

Gelet op het bepaalde in artikel 212 van de Gemeentewet, de financiële verordening van de gemeente Berkelland, de Wet financiering decentrale overheden (Fido), de regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) en de uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden

Besluit:

Vast te stellen het navolgende

Treasurystatuut

I Begrippenkader

Artikel 1.

In dit statuut wordt verstaan onder:

-Derivaten Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren;

-Drempelbedrag Maximale bedrag dat een decentrale overheid over een heel kwartaal gezien gemiddeld op dagbasis buiten de schatkist mag aanhouden

-Financiering Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen;

-Geldstromenbeheer Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer);

-Intern liquiditeitsrisico De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen;

-Kasgeldlimiet Een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar;

-Koersrisico Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen;

-Kredietrisico De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit;

-Liquiditeitenbeheer Het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar;

-Liquiditeitenplanning Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en tijdseenheid;

-Medium term note Verhandelbare schuldbekentenis als onderdeel van een obligatielening uitgegeven door een overheid of bedrijf

-Rating De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier;

-Renterisico Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen;

-Renterisiconorm Een bij de aanvang van enig jaar op basis van de Wet fido gefixeerd percentage van het totaal van de vaste schuld van de gemeente dat bij de realisatie niet mag worden overschreden;

-Rentetypische looptijd Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding;

-Saldobeheer Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen;

-Rentevisie Toekomstverwachting over de renteontwikkeling;

-Treasuryfunctie De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer;

-Uitzetting Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer.

II Doelstellingen van de treasuryfunctie

Artikel 2.

De treasuryfunctie van de gemeente dient tot:

1Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities.

2Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s.

3Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.

4Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut.

5Het waarborgen dat de taken en verantwoordelijkheden op dit onderdeel duidelijk worden geregeld.

Risicobeheer

III Uitgangspunten risicobeheer

Artikel 3.

Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten:

1De gemeente mag leningen of garanties uit hoofde van de “publieke taak” verstrekken, waarbij vooraf advies wordt ingewonnen over de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij. De gemeenteraad bepaalt de publieke taak.

2De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd door de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut;

IV Renterisicobeheer

Artikel 4.

1.De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet fido;

2.De renterisiconorm wordt niet overschreden conform de Wet fido;

3.Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning;

4.De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie

5.De rentevisie van de gemeente wordt jaarlijks opgesteld op basis van de rentevisie van een vooraanstaande financiële instelling;

6.Het gebruik van derivaten is niet toegestaan

V Koersrisicobeheer

Artikel 5.

1.Overtollige liquide middelen zetten wij uitsluitend conform de wet Schatkistbankieren uit bij de Nederlandse Staat.

2.Het uitzetten van geld anders dan bij de Nederlandse Staat staan wij toe onder de voorwaarde van garandering van de hoofdsom van de uitzetting en met vastrentende waarden;

3.Beleggingen in aandelen of daaraan verwante producten worden uitsluitend gedaan voor de uitoefening van de publieke taak

VI Kredietrisicobeheer

Artikel 6.

Alle overtollige liquide middelen van de gemeente Berkelland worden belegd bij de staat conform de regeling schatkistbankieren decentrale overheden.

De volgende onderwerpen zijn uitgezonderd van het schatkistbankieren:

1Het drempelbedrag wat gelijk is aan 0,75% van de jaarlijkse begrotingsomvang met een minimum van € 250.000,=.

2Middelen die aangehouden worden bij derden vanuit de publieke taak;

3Leningen aan andere decentrale overheden behoudens als met deze decentrale overheid een toezichtrelatie bestaat

Bij uitzetting dient de rating van de financiële instellingen ten minste een A-rating te zijn. Deze rating moet zijn afgegeven door twee van de volgende erkende ratingbureau’s: Moody’s, Standard & Poors, Fitch of DBRS;

VII Intern liquiditeitsrisicobeheer

Artikel 7.

De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar treasuryactiviteiten te baseren op de liquiditeitsplanning

VIII Valutarisicobeheer

Artikel 8.

Valutarisico’s worden in de gemeente uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in euro’s.

Gemeentefinanciering

IX Financiering

Artikel 9.

Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten:

1Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak;

2Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken teneinde de renterisico’s te minimaliseren en het renteresultaat te optimaliseren;

3Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn: onderhandse leningen en Medium term notes;

4De gemeente vraagt bij minimaal twee instellingen offertes op alvorens een financiering wordt aangetrokken, welke schriftelijk dan wel digitaal worden vastgelegd

X Langlopende uitzettingen

Artikel 10.

Door de invoering van het verplicht schatkistbankieren, mogen wij overtollige liquide middelen (boven het drempelbedrag) van de gemeenten alleen in rekening courant en via desposito’s bij de schatkist aanhouden. Wel is het mogelijk om gebruik te maken van uitzonderingen zolang we binnen de richtlijnen en grensbedragen van de de wet Fido blijven.

XI Relatiebeheer

Artikel 11.

De gemeente beoogt het realiseren van gunstige dan wel marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten:

1Bankrelaties dienen wat betreft hun kredietwaardigheid minimaal te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in artikel 6 en hun bancaire condities worden ten minste eens in de 4 jaar beoordeeld;

2Financiële instellingen (kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen) dienen in landen met minimaal een A-rating gevestigd te zijn en onder Nederlands of anderszins EER-toezicht te vallen, zoals De Nederlandse Bank en de Verzekeringskamer.

3Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning als makelaar te hebben ontvangen of een bewijs te kunnen overleggen van AFM dat zij niet onder artikel 2:80, eerste lid wet op het financieel toezicht (wft) vallen.

4Artikel 11 is niet van toepassing bij het aantrekken van financieringsmiddelen.

Kasbeheer

XII Geldstromenbeheer

Artikel 12.

Om de kosten van het geldstromenbeheer te minimaliseren wordt:

1.Het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar en de liquiditeitenplanning af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen.

2.Het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door één bank;

XIII Saldo- en liquiditeitenbeheer

Artikel 13.

Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen:

1De gemeente streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste condities;

2Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat, kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt – conform artikel 4 lid 1 - de kasgeldlimiet niet overschreden;

3Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening courant;

4Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een periode korter dan één jaar zijn rekening-courant, daggeld, spaarrekeningen en deposito’s;

5Bij het extern uitzetten van gelden korter dan één jaar zijn slechts de in artikel 6 genoemde tegenpartijen toegestaan;

Administratieve organisatie en interne controle

XIV Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle

Artikel 14.

In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle:

1.De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn vastgelegd in de paragrafen XV en XVI van dit treasurystatuut vastgelegd

2.Bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk vastgelegd;

3Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:

a.iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vier-ogen-principe).

b.de uitvoering en de controle geschieden door afzonderlijke functionarissen;

c.de uitvoering en de registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen.

4.Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de financiële administratie zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties;

5Een transactie wordt onmiddellijk geregistreerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten en gecontroleerd door de functionaris die belast is met de interne controle.

6De administratieve organisatie en interne controle (interne audit) waarborgen dat:

a.de uitvoering rechtmatig en doelmatig is;

b.de treasury-activiteiten adequaat kunnen worden uitgevoerd en bijgestuurd;

c.de juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie verzekerd zijn;

Verantwoordelijkheden

Artikel 15.

De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de gemeente staan in onderstaande tabel gedefinieerd.

Functie

Verantwoordelijkheden

De Gemeenteraad

·Het vaststellen van de financiële verordening op basis van artikel 212 Gemeentewet

·Het vaststellen van het Treasurystatuut waarin opgenomen de treasurydoelstellingen, het treasurybeleid, beleidskaders en limieten

·Het vaststellen van de paragraaf Financiering in de begroting en de jaarrekening;

·Het houden van toezicht op het treasurybeleid en de uitvoering hiervan;

·Het evalueren en als gevolg daarvan (eventueel) bijstellen van het treasurybeleid.

·Het bepalen van de publieke taak en het budgettaire kader voor de uitoefening van deze taak

Het college van B&W

·Het uitvoeren van het treasurybeleid (formele verantwoordelijkheid);

·Het rapporteren aan de Gemeenteraad over de uitvoering van het treasurybeleid.

De portefeuillehouder Financiën

·Het uitvoeren van het treasurybeleid (politieke verantwoordelijkheid).

Audit-team

·Het controleren van de volledigheid en betrouwbaarheid van de informatievoorziening van de treasuryfunctie en hierover rapporteren aan het team.

Team Financiën

·Het uitvoeren van de aan haar/hem gemandateerde treasuryactiviteiten conform het treasurystatuut en de financieringsparagraaf;

·Het zorgdragen voor juiste verantwoording van de uitvoering van de door hem/haar gemandateerde treasuryactiviteiten;

·Het rapporteren aan B&W over de uitvoering van het treasurybeheer;

·Het opzetten van administratieve richtlijnen op het gebied van treasury;

·Het bewaken van de kwaliteit van de treasuryprocessen;

·Het afleggen van verantwoording aan het college van B&W.

Teams

·Het zorgdragen voor een goede kwaliteit van de informatie die hun team aanlevert aan het team Financiën met betrekking tot toekomstige uitgaven en ontvangsten.

Budgetbeheerders

·Het zorgdragen voor een goede kwaliteit van de informatie aan het team Financiën met betrekking tot toekomstige uitgaven en inkomsten;

·Het zorgdragen voor het tijdig aanleveren van betrouwbare operationele informatie over toekomstige geldstromen aan het team Financiën

·Het fiatteren van betalingen en ontvangsten, ten laste c.q. ten gunste van hun budgetten.

Medewerker autorisatie Treasury

·Het voorbereiden van beleidsvoorstellen op treasurygebied

·Het uitvoeren van de activiteiten met betrekking tot de volgende deelfuncties: het risicobeheer, gemeentefinanciering (financiering, uitzetting en relatiebeheer) en kasbeheer. Deze activiteiten moeten conform dit treasurystatuut worden uitgevoerd en de transacties dienen door bevoegde personen geautoriseerd zijn;

·Het beoordelen en eventueel autoriseren van werkzaamheden, voorstellen en financiële transacties die voortkomen uit Treasury

·Deelnemen aan periodiek overleg werkgroep Treasury

Medewerker Treasury

·Het uitvoeren van de activiteiten met betrekking tot de volgende deelfuncties: het risicobeheer, gemeentefinanciering (financiering, uitzetting en relatiebeheer) en kasbeheer. Deze activiteiten moeten conform dit treasurystatuut worden uitgevoerd en de transacties dienen door bevoegde personen geautoriseerd te zijn;

·Het vervaardigen van en het bewaken van de liquiditeitspositie op korte en lange termijn

·Het aantrekken en uitzetten van gelden in het kader van het saldo- en liquiditeitenbeheer;

·Het opstellen van de rentevisie en financieringsparagraaf

·Het beheren van de geldstromen;

·Het onderhouden van contacten met banken, geldmakelaars en overige financiële instellingen;

·Het afsluiten van financiële contracten voortvloeiend uit bovenstaande deelfuncties;

·Het overboeken van saldi tussen bankrekeningen;

·Het aanleveren van tijdige, volledige en juiste gegevens aan de gemeentelijke administratie;

·Het verstrekken van informatie betreffende de liquiditeitspositie aan derden (toezichthouder en CBS).

Medewerker financieel beleid

·Het adviseren bij beleidsvoorstellen op treasurygebied.

Financieel consulent

·Het adviseren van de teams over de financiële gevolgen van hun activiteiten en projecten.

De externe accountant

·Het in het kader van haar reguliere controletaak adviseren en controleren over de feitelijke naleving van het treasurystatuut.

Financiële Administratie

·Het juist en volledig administreren van de bezittingen, schulden, rechten, verplichtingen, inkomsten, uitgaven, ontvangsten en betalingen in de verplichtingen- en financiële administratie;

Bevoegdheden

Artikel 16.

In onderstaande tabel staan bevoegdheden met betrekking tot treasuryactiviteiten weergegeven evenals de daarbij benodigde fiattering.

Bevoegd functionaris

Autorisatie door

Saldo-, liquiditeiten- en geldstromenbeheer

Het uitzetten van geldmiddelen, korter dan 1 jaar en < € 5.000.000,00

Treasury medewerker

Medewerker autorisatie Treasury

Het uitzetten van geldmiddelen, langer dan 1 jaar of ≥ € 5.000.000,00

Treasury medewerker

Medewerker autorisatie Treasury

Het aantrekken van geldmiddelen, korter dan 1 jaar en < €5.000.000,00

Treasury medewerker

Medewerker autorisatie Treasury

Het aantrekken van geldmiddelen, langer dan 1 jaar of ≥ €5.000.000,00

Treasury medewerker

Medewerker autorisatie Treasury

Betalingsopdrachten voorbereiden en versturen

Kassier

Comptabele

Bankrelatiebeheer

Bankrekeningen openen/sluiten/wijzigen

Treasury medewerker

Medewerker autorisatie Treasury

Bankcondities en tarieven afspreken

Treasury medewerker

Medewerker autorisatie Treasury

Financiering en uitzetting

Het vaststellen van kredietfaciliteiten

Treasury medewerker

Medewerker autorisatie Treasury

Het aantrekken van geldmiddelen zoals vastgelegd in het treasurystatuut, korter dan één jaar en < € 10.000.000,00

Treasury medewerker

Medewerker autorisatie Treasury

Het aantrekken van geldmiddelen zoals vastgelegd in het treasurystatuut, langer dan één jaar en ≥ € 10.000.000,00

Treasury medewerker

Medewerker autorisatie Treasury

Informatieplicht College B&W

Het uitzetten/beleggen van geldmiddelen zoals vastgelegd in het treasurystatuut, korter dan één jaar en < € 10.000.000,00

Treasury medewerker

Medewerker autorisatie Treasury

Het uitzetten/beleggen van geldmiddelen zoals vastgelegd in het treasurystatuut, langer dan één jaar en ≥ € 10.000.000,00

Treasury medewerker

Medewerker autorisatie Treasury

Informatieplicht College B&W

Het verstrekken van leningen aan derden uit hoofde van de publieke taak

Behandelend ambtenaar

College van B&W/Gemeenteraad

Het verstrekken van leningen aan decentrale overheden (uitzondering verplicht schatkistbankieren)

Treasury medewerker

Bevoegd medewerker team Financiën + informatiepliecht aan College van B&W

Het garanderen van middelen uit hoofd van de publieke taak

Team Financiën

College van B&W/Gemeenteraad

Informatievoorziening

Artikel 17.

Met betrekking tot de treasuryactiviteiten dient tenminste de in de onderstaande tabel opgenomen informatie te worden verstrekt door de betreffende functionarissen:

Informatie

Frequentie

Informatiever-strekker

Informatie-ontvanger

1.Overzicht van opgenomen en uitgezette middelen

Kwartaal

Treasury medewerker

Portefeuillehouder

2.Liquiditeitenplanning

Kwartaal

Treasury medewerker

Coördinator medewerker

3.Beleidsplannen treasury in paragraaf Financiering van begroting

Jaarlijks

Treasury medewerker

B&W/ Gemeenteraad

4.Evaluatie treasuryactiviteiten in paragraaf Financiering van de jaarrekening

Jaarlijks

Treasury medewerker

B&W/ Gemeenteraad

5.Voortgang onderdelen paragraaf Financiering via de voor- en najaarsrapportage

Minimaal 1x per jaar

Treasury medewerker

B&W/ Gemeenteraad

6.Verantwoording n.a.v. paragraaf Financiering via het jaarverslag

Jaarlijks

Treasury medewerker

B&W/ Gemeenteraad

7.Informatie aan derden (toezichthouder en CBS) zoals genoemd in art. 8 Wet fido

Kwartaal

Treasury medewerker

Derden

8.Lenings- / uitzettings-/ borgstellingsbesluiten

binnen 14 dagen na besluit

College van B&W

Gemeenteraad/ Provincie

Inwerkingtreding

Artikel 18.

Dit treasurystatuut 2018 treedt in werking met ingang vanaf 13-03-2018 en vervangt het treasurystatuut dat in de raadsvergadering 11 september 2012 is vastgesteld.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.