Aanhef
Welke mogelijkheden biedt de gemeente Berkelland via ruimtelijke instrumenten voor het behoud en de versterking van aanwezige cultuurhistorische waarden?
2. BELEIDSKADER (ERFGOED EN RUIMTE)
2.1 RIJKSBELEID
Erfgoedwet
Op 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988, samen met enkele andere wetten op het gebied van de bescherming van cultureel erfgoed, samengevoegd tot de Erfgoedwet. Ten aanzien van het ruimtelijk domein regelt deze wet de omgang met rijksbeschermde gebouwde en archeologische monumenten en de beschermde stads- en dorpsgezichten.
De Erfgoedwet werkt door in de Wet administratieve bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro).
Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg (2009) (hierna MoMo)
Het doel van de MoMo is het doorvoeren van veranderingen in de monumentenzorg.
Bij de uitwerking heeft de Minister zich op drie pijlers gericht. Eén van de pijlers uit de Modernisering Monumentenzorg van het Rijk is het opnemen van cultuurhistorische waarden in de ruimtelijke ordening. Deze wijziging is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
Wro/Bro
In het Bro wordt het bestemmingsplan genoemd als instrument waarin cultuurhistorische waarden kunnen worden verankerd. Het Bro is een uitwerkingsbesluit van de Wro.
Dit besluit verplicht gemeenten om in de toelichting bij een bestemmingsplan te beschrijven op welke wijze met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden (Artikel 3.1.6, lid 5). Belangrijk daarbij is dat het cultuurhistorische belang uitdrukkelijk als afwegingsgrond in het bestemmingsplan moet worden genoemd, omdat anders een juridische grond voor toetsing op basis van dit beleidsterrein ontbreekt.
Met het opstellen van deze beleidsregel ‘cultuurhistorie en ruimtelijk beleid’ kunnen wij aan die verplichting voldoen.
Toelichting
Het borgen van specifieke waarden in een bestemming, vanwege hun landschappelijke of stedenbouwkundige waarde is in beginsel niet genoeg om ook het cultuurhistorische aspect te wegen. Een agrarisch gebied met landschapswaarden zegt iets over de combinatie van het huidige gebruik en de aanwezige landschapselementen of kenmerken. Maar het geeft geen uitleg over het ontstaan, de ontwikkeling en de cultuurhistorische gelaagdheid van het gebied (historisch-geografisch, gebruiksgeschiedenis, etc.). Deze waarden kunnen voor een ontwikkeling andere inzichten geven ten aanzien van behoud, beheer en ontwerp.
De belangen van landschap en stedenbouw aan de ene zijde en cultuurhistorie aan de andere zijde kunnen namelijk verschillend zijn.
De wetgever heeft geen verplichting opgelegd over de wijze waarop het erfgoed geborgd moet worden; alleen dat er moet worden aangegeven welke keuzen in het bestemmingsplan worden gemaakt en waarom. De wettelijke verplichting ten aanzien van cultuurhistorie is minder vergaand dan de verplichting ten aanzien van archeologie.
2.2 PROVINCIAAL BELEID
Omgevingsverordening Gelderland
In de Omgevingsverordening staan algemene regels voor de uitvoering van het provinciale beleid dat beschreven is in de Omgevingsvisie. Onderdelen van de Omgevingsverordening worden per periode geactualiseerd.
Voor het gemeentelijk ruimtelijk beleid zegt deze verordening met betrekking tot cultuurhistorie voornamelijk iets over regels voor natuur en landschap (Nationaal Landschap, Gelders Natuurnetwerk, Groene Ontwikkelingszone en Molenbiotopen). Deze vinden we in het bestemmingsplan terug in de bestemmingen: ‘Agrarisch - met landschapswaarden’, ‘Agrarisch - met natuur- en landschapswaarden’ en de ‘vrijwaringszone - molenbiotoop’.
2.3 GEMEENTELIJK BELEID
Structuurvisie Berkelland 2025
Bij nieuwe ontwikkelingen gaat Berkelland met respect om met het cultureel erfgoed. Archeologie, monumenten en het cultuurlandschap zijn een inspiratiebron voor de inrichting en vormgeving.
Het behouden van de rust, de variatie en kleinschaligheid van het Berkellandse landschap is een uitgangspunt voor de gemeente. Erfgoed speelt ook een steeds grotere rol in toerisme en economie. Bij gebouwde monumenten is de aandacht gericht op het vinden van economische dragers.
Welstandsnota (2012)
De Woningwet bepaalt dat de gemeenteraad een welstandsnota moet vaststellen. De welstandsnota geeft het college handvatten voor het uitvoeren van het welstandsbeleid en heeft tot doel om de welstandsadvisering inzichtelijker en beter toetsbaar te maken.
Kenmerkende gebieden
In de Welstandsnota onderscheiden we verschillende gebieden met een eigen unieke ontstaansgeschiedenis, karakter en kwaliteiten. Door gebiedsgericht welstandsbeleid wordt maatwerk geleverd, rekening houdend met het karakter en de kwaliteiten in dat gebied.
Gebiedsgericht welstandsbeleid
Met een gebiedsgericht welstandsbeleid bereiken we dat nieuwe bouwwerken in een gebied passen bij de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied. De nota gaat uit van vier verschillende beschermingsniveaus: bijzonder, regulier, soepel en welstandsvrij. Ter illustratie; het gehele buitengebied en het centrum van de vier grote kernen kennen het hoogste beschermingsniveau ‘bijzonder’. Aan de andere zijde zijn er ook pilots met welstandsvrije gebieden, zoals het dorp Beltrum, de woongebieden van Neede en het bedrijventerrein van Borculo.
Buitengebied
Voor alle nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied geldt het uitgangspunt dat ze zorgvuldig worden ingepast. Het kleinschalige Achterhoekse karakter is daarbij het uitgangspunt. Daarbij streven we naar het handhaven en verbeteren van de bestaande ruimtelijke kwaliteit.
Beschermde (gebouwde) monumenten
Voor de beschermde monumenten geldt altijd het hoogste welstandsniveau.
Beschermd stads- en dorpsgezicht en Historische Buitenplaats Ruurlo
Als in een gebied één of meer monumenten liggen en de verzameling van gebouwen, de omgeving en het omliggende landschap daarvan zo belangrijk zijn dat deze samenhang moet worden beschermd, kan dit gebied worden aangewezen als beschermd stads- en dorpsgezicht of historische buitenplaats. Voor deze gebieden geldt het hoogste welstandsniveau (bijzonder).
Bestemmingsplannen Berkelland
Omdat veel geldende bestemmingsplannen als ontwerp al vóór de wetswijziging van het Besluit ruimtelijke ordening ter inzage zijn gelegd, is cultuurhistorie tot nu toe in beperkte mate meegenomen als ruimtelijk afwegingsaspect.
Bestemmingsplan buitengebied
Tot op heden worden in de huidige bestemmingsplannen en beleidsdocumenten cultuurhistorische waarden alleen expliciet meegenomen als er al sprake was van een (gebieds)bescherming op een hoger bestuursniveau, zoals door het Rijk beschermde historische buitenplaatsen en dorpsgezichten of de Nationale Landschappen. Andere voorbeelden zijn de molenbiotopen en de Groene natuurnetwerken (GNN) uit de provinciale Omgevingsverordening.
In het vernietigde bestemmingsplan Buitengebied 2012 is in de toelichting de Cultuurhistorische Gebiedsbeschrijving (2012) opgenomen, waarbij een rechtstreekse koppeling is gelegd met de plan- en afwijkingsregels. In het bestemmingsplan Buitengebied Berkelland 2016 dat nu wordt opgesteld, zullen deze beleidsregel en de cultuurhistorische waardenkaart worden meegenomen.
Ten aanzien van de beschermde monumenten zijn deze niet nader aangeduid in de planregels of de verbeelding.
Andere bestemmingsplannen
In de bestemmingsplannen voor de centrumgebieden is ten aanzien van de overige historische bouwkunst een globale bouwhistorische verwachtingenkaart als bijlage toegevoegd. Ook daar is alleen sprake van een signalering en geen borging met de planregels.
In de bestemmingsplannen voor de ‘Centrumgebieden’, ‘Woongebieden’ en ‘Bedrijventerreinen’ zijn de beschermde monumenten voorzien van een ‘strak’ bouwvlak om de bebouwing en een begrenzing van de bestaande goot- en nokhoogte.
Erfgoedverordening
Op 20 maart 2012 is de laatste Erfgoedverordening Berkelland vastgesteld. Ten aanzien van het ruimtelijk domein regelt deze verordening de omgang met gemeentelijk beschermde monumenten en eventuele gemeentelijke beschermde stads- en dorpsgezichten. De Erfgoedverordening werkt ook als vangnet voor het archeologische beleidskader in de gebieden waar het bestemmingsplan daarin nog niet voorziet. De Erfgoedverordening werkt door in de Wabo.
Na de invoering van de Omgevingswet zullen deze regels onderdeel worden van het omgevingsplan.
BIJLAGE 1: BEGRIPPEN (uit Erfgoedwet en Erfgoedverordening)
archeologisch monument (Erfgoedwet; Ew)
terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen;
beschermd (stad- en dorps)gezicht (Ew)
groep van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en waarin zich één of meer monumenten bevinden;
cultureel erfgoed (Ew)
uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de mens of ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen, onafhankelijk van het bezit ervan, identificeren als een weerspiegeling en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden;
cultuurhistorie:
een combinatie van een aantal ruimtelijke wetenschappen, met name archeologie, historische geografie, bouwhistorie, historische ecologie en een variabel aantal andere wetenschappen, zoals de toponymie en soms ook de fysische geografie.
cultuurhistorische waardenkaart:
een samengesteld product van een cartografische weergave van bestaande en verdwenen landschapstypen en cultuurhistorische relicten in het landschap (kenmerkenkaart), een cartografische weergave van gebieden met een gecategoriseerde cultuurhistorische waarde (van laag tot zeer hoog) (waarderingenkaart) en een toelichtend rapport.
ensemble (anders dan in de Ew):
Een gebied waar bijzondere landschappelijke kwaliteiten bij elkaar komen, waarbij het moet gaan om:
-een historische kern of groter bebouwingsensemble met een nog relatief gave relatie met het (agrarisch) buitengebied óf
-een bijzondere combinatie van verschillende, aan elkaar grenzende landschappen of
-gebieden daarbinnen waar een belangrijk, onderscheidend historisch verhaal te vertellen is.
historische buitenplaats (Ew)
een rijksmonument dat als geheel wordt gevormd door een (niet meer bestaand), in oorsprong versterkt huis, kasteel, buitenhuis of landhuis, met bijgebouwen, omgeven door tuinen en/of park met één of meer grachten, waterpartijen, lanen, boomgroepen, parkbossen, (sier)weiden, moestuinen en ornamenten. Een historische buitenplaats is aangelegd en kan deel vormen van een landgoed. Samen vormt dit een ensemble die door opzet of ontwerp van tuin, park en gebruik (historisch en architectonisch) onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
monument (Ew)
onroerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed;
rijksmonument (Ew)
monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister;
gemeentelijk monument (Erfgoedverordening; Ev):
monument of archeologisch monumenten dat is ingeschreven in het gemeentelijk monumentenregister.