Gemeentelijke regelgeving

Beleidsplan Spelen en Bewegen in de openbare ruimte 2022-2031 Gemeente Berkelland

Gemeente Berkelland · geldt sinds 23 maart 2022

Aanhef

De raad van de gemeente Berkelland;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14-12-2021;

b e s l u i t :

1het ‘Beleidsplan Spelen en Bewegen in de openbare ruimte 2022-2031’ vast te stellen;

2vanaf 2023 de jaarlijkse kapitaallasten op te nemen in de begroting voor vervanging van speel- en beweegvoorzieningen;

3kennis te nemen van het ‘Uitvoeringsplan Spelen en Bewegen in de openbare ruimte 2021-2022, kennis te nemen van het feit dat dit Uitvoeringsplan inmiddels in uitvoering is genomen en dat de kosten van investeringen uit dit plan worden onttrokken aan de budgetten ‘Samen Investeren in Berkelland’.

Samenvatting

Dit beleidsplan geeft in hoofdlijnen aan hoe we met spelen en bewegen omgaan in de openbare ruimte binnen de bebouwde kommen, de komende 10 jaar.

Zowel voor de leefbaarheid als voor de sociale en fysieke ontwikkeling is het belangrijk voldoende speel- en beweegplekken in de buurten en dorpen te hebben. We willen uitdagende, aantrekkelijke en veilige voorzieningen, waarbij de buurt zich betrokken voelt.

De volgende aspecten willen we centraal stellen de komende 10 jaar:

•Stimulans om te bewegen: Investeren in gezondheid van onze inwoners door bewegen meer te stimuleren. We willen in elke grote kern een beweegplek realiseren, waar jongeren en volwassenen in de openbare ruimte kunnen trainen, en bewegen.

•Kwaliteit en kosten in balans: We gaan meer planmatig het onderhoud uitvoeren. We streven naar kwalitatief goede voorzieningen die voldoen aan de veiligheidseisen. De voorkeur gaat uit naar een onderhoudsarme inrichting. Het onderhoudsbudget is beperkt. Waar budget nodig is voor nieuwe toestellen, wordt via het investeringsplan budget gevraagd.

•Klimaatadaptatie: Zo mogelijk komt er in elke speel- en beweegplek een boom om zo een koele plek te bieden. Ook is er aandacht voor een minimum aan verharding, en mogelijkheid om water te laten te infiltreren.

•Kleur: Kleur in het groen is ambitie van dit college. Ook in de speelvoorzieningen willen we meer kleur, door bloemen, herfstkleuren, en kleur in de speeltoestellen.

•Doelgroepen: Rekening houden met verschillende doelgroepen en leeftijdsgroepen. Bijvoorbeeld meer aandacht voor toegankelijkheid, zitgelegenheid, sociale veiligheid, en natuureducatie.

•Inclusief spelen: We willen meerdere voorzieningen realiseren waar rekening wordt gehouden met kinderen en volwassenen met een beperking. Samen spelen en bewegen is daarbij het motto.

•Sociale functie: We willen de speel- en beweegplekken aantrekkelijk maken voor ontmoeten, en de betrokkenheid van de buurt verbeteren. Bijvoorbeeld door voor elke speelvoorziening een contactpersoon uit de buurt te verbinden, die de link is tussen gemeente en buurt voor de speeltuin.

•Veiligheid: De speelvoorzieningen worden al 2x per jaar gecontroleerd. We willen de veiligheid nog verder verbeteren door het contact met de contactpersoon uit de buurt. Deze kan bijzonderheden melden zodat er eerder maatregelen kunnen worden genomen.

•Inspecties en reparaties in eigen beheer: Tot nu toe werden bijna alle werkzaamheden voor inspectie en reparatie uitbesteed. We gaan onderzoeken of we binnen onze eigen buitendienst mensen kunnen certificeren en deze werkzaamheden uitvoeren. Dit heeft als voordeel dat er meer binding is met de plekken en de inwoners waar het om gaat, er sneller kan worden gehandeld.

2 Huidige situatie

2.1 Werkwijze en organisatie

2.1.1 Budget voor spelen en bewegen

Per 2021 is er een bezuiniging op het budget voor nieuwe toestellen. Dit budget was € 40.000 en is per 2021 € 20.000. De bezuiniging volgt uit het proces Berkelland in Balans. Daarbij is aangegeven dat wanneer projecten of (grotere) vervangingen nodig zijn, er via het investeringsplan geld aangevraagd moet worden bij de raad.

Voor het reguliere onderhoud van speelvoorzieningen is ongeveer € 25.000 per jaar beschikbaar. Dit is net voldoende voor inspecties en reparaties.

Het onderhoud van de speelondergronden van zand of snippers wordt door de buitendienst gedaan.

2.1.2 Participatie

Relevant zijn de notities Verder met wijk- en kerngericht werken en Ambitiegericht beheer. Deze zijn beide vastgesteld in 2019. In deze stukken is omschreven wat de basiskwaliteit is en hoe we inwoners betrekken bij hun leefomgeving.

Bij nieuwe speelvoorzieningen en herinrichting van speelplekken worden inwoners intensief betrokken. Bij de bestaande speelvoorzieningen is dat minimaal.

3 Visie Spelen en Bewegen 2022-2031

3.5 Duurzame voorzieningen

3.5.1 Klimaatadaptatie en biodiversiteit

Plekken om te bewegen en te spelen zijn vaak groenvoorzieningen met een bijzondere inrichting. Deze groenvoorziening kan plek bieden voor infiltratie van water, schaduw door middel van bomen, en een groene invulling met bloemen en bessen die aantrekkelijk zijn voor diverse dieren. In de ideale situatie wordt dit gecombineerd met speelwaarde. Bijvoorbeeld een wadi waar je ook in kan spelen, bloemen die je kunt plukken om te ‘verkopen’ in je speelhuisje, of een bosje waar je een hut in kunt maken. Alleen verharding waar nodig.

Foto: spelen en wadi gecombineerd in Borculo

3.5.2 Circulair en lange levensduur van materialen

De verwachting is dat de vraag naar grondstoffen in de komende decennia verder toeneemt door een groeiende wereldbevolking en toenemende consumptie. Dit heeft een grote impact op het klimaat. Om deze reden is het van belang om het gebruik van (niet hernieuwbare) grondstoffen terug te dringen, en beschikbare grondstoffen zo efficiënt mogelijk te (her)gebruiken. Om te kunnen bepalen wat de duurzaamste grondstof is, moeten veel factoren worden meegenomen. Een daarvan is de CO2-uitstoot door een bouwmateriaal; deze wordt veroorzaakt door o.a. de productie, het vervoer en het gebruik van het bouwmateriaal.

De ambitie van het kabinet is om samen met maatschappelijke partners in 2030 een (tussen) doelstelling te realiseren van 50% minder gebruik van primaire grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen).

Het is dan ook goed om bewuste keuzes te maken en voor producten te kiezen met een grote impact. Zo is beton zeer vervuilend. Maar een bos brengt een stroom van nieuwe bomen voort, die oneindig kan doorgaan. Naast het bewust inkopen van materialen zoals speeltoestellen, is het ook van belang wat je met de restanten gaat doen als het toestel aan het einde van zijn levensduur is.

Een circulair product…

…is gemaakt van zoveel mogelijk gerecyclede materialen

…is niet schadelijk of belastend voor mens, dier en milieu

…wordt gemaakt met hulp van hernieuwbare energiebronnen

…behoudt ook na de gebruiksfase maximale waarde

Foto: hergebruik materialen

De Braak Neede

Welke materialen hebben de voorkeur?

Hout is de meest natuurlijke, energie-efficiënte en milieuvriendelijke grondstof. Hout heeft een CO2-footprint die lager is dan beton, staal en kunststof. Elke kuub hout legt daarnaast ook nog eens bijna een ton CO2 (900 kg/m3) vast.

Een van de hardnekkigste vooroordelen is dat het gebruik van hout zorgt voor ontbossing en alle gevolgen van dien. De enorme ontbossing wordt namelijk veroorzaakt door onverantwoorde houtkap voor bijvoorbeeld de sojateelt. Door gecertificeerd hout te gebruiken, kunnen meer bossen gecertificeerd worden waarmee onverantwoorde houtkap wordt voorkomen. Met fsc gecertificeerd hout is er dus geen ontbossing.

In verband met de levensduur heeft het de voorkeur om alleen de kern van het hout te gebruiken.

Daarnaast is het prima om gerecycled kunststof toe te passen. Ook metalen zijn een mogelijkheid, omdat dit na een lange levensduur zeer goed te hergebruiken is.

Leverancierskeuze

We kiezen om deze reden alleen materialen van leveranciers die aantoonbaar rekening houden met circulariteit.

•De producten mogen van hout, metaal of gerecycled kunststof zijn.

•We stellen als voorwaarde dat er een garantietermijn van minimaal 10 jaar wordt geboden.

•Voor hout vragen we een FSC certificering (of vergelijkbaar).

•Voorkeur gaat bovendien uit naar leveranciers die door middel van certificering op de CO2 prestatieladder, aantonen dat ze werken aan een zo laag mogelijke CO2 footprint. Niveau 3 is daarbij een instapniveau, dat we als minimum stellen. Bij niveau 5 wordt er serieus werk van gemaakt, ook in de hele keten.

4 Richtlijnen voor ontwerp en inrichting

4.2 Inrichting van een speel- of beweegplek

4.2.1 Verwijderen speelplekken

Er zijn ook locaties waar hele speelplekken verdwijnen. In sommige buurten zijn bij de aanleg van de woonwijk heel veel kleine speelplekjes aangelegd. Vooral in die wijken worden nu speelplekken opgeheven. Hier zijn kansen om iets anders met de locatie te doen. Bijvoorbeeld bloemrijk gras, een buurtinitiatief voor een tuin, of een wadi om water op te vangen.

4.2.2 Planproces en participatie

Bij het vernieuwen / nieuwe aanleg van de gehele speeltuin of beweegplek vindt een participatieproces plaats via het Gebiedsteam.

Als het gaat om het vervangen van een toestel kan dit zonder participatieproces vanuit onderhoud. Als er een contactpersoon is in de buurt, gaat ook dit in overleg met de contactpersoon.

We streven naar een hoger tevredenheidscijfer bij de volgende peilingen.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.