Gemeentelijke regelgeving

Beleidsplan Openbare Verlichting 2025-2034

Gemeente Berkelland · geldt sinds 29 augustus 2025

Aanhef

De raad van de gemeente Berkelland;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 juni 2025;

b e s l u i t :

1Het beleidsplan Openbare Verlichting 2025-2034 vast te stellen;

2Bij toekomstige momenten in de P&C cyclus te bepalen of er middelen voor noodzakelijke investeringen vrijgemaakt kunnen worden.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 8 juli 2025

de griffier,

de voorzitter,

3. Verlichting in de openbare ruimte

3.1. WAT IS VERLICHTING?

3.1.1. Het kabelnet

Het kabelnet is eigendom van en wordt onderhouden door de netbeheerder. In onze regio is dat Liander. Als er een storing in het kabelnet zit, verzorgt Liander de reparatie.

Eigen kabelnetten

Een klein deel van de openbare verlichtingsinstallatie is uitgevoerd met een eigen kabelnet van de gemeente. Dit schept verantwoordelijkheden op het gebied van veiligheid en ook binnen de wet WION. Daarom is het belangrijk om deze netwerkdelen goed inzichtelijk te hebben en te houden. Bovendien móet de installatieverantwoordelijkheid goed georganiseerd zijn (zie doelstellingen). Het gaat om ongeveer zes kabelnetten en ca. 1-2% van de totale installatie.

De eigen kabelnetten behelzen netten rond de tunnels onder de nieuwe N18, rond de verkeersregelinstallaties op de traverse Eibergen, kabelnetten in de centra van Neede, Borculo en Eibergen en kabelnetten rondom het gemeentehuis in Borculo.

3.1.2. Lichtmast

Een lichtmast is doorgaans van staal of aluminium. Beide gaan ongeveer 40 jaar mee en zijn gelijkwaardig qua prijs en kwaliteit. Staal is relatief zwaar en gevoelig voor weersinvloeden. Aluminium is kwetsbaarder bij aanrijdingen.

3.1.3. Armatuur

Armaturen gaan ongeveer 20 tot 25 jaar mee. Er zijn diverse fabrikanten van armaturen welke allen een gelijkwaardige kwaliteit leveren.

3.1.4. Lamp

Lampen gaan 3 tot 20 jaar mee, afhankelijk van het type lamp. Veel voorkomend zijn:

-SOX-lamp (geel licht), levensduur 3 jaar;

-PL of PLL-lamp (wit licht), levensduur 4-6 jaar;

-LED-lamp (wit licht), levensduur 20 jaar.

De lichtkleur (wordt uitgedrukt als kleurtemperatuur in Kelvin) die door de lampen wordt verspreid heeft effect op de omgeving. Op onderstaande afbeelding is dit geïllustreerd. Bij daglicht komen de kleuren het beste tot uiting. Hoe hoger de kleurtemperatuur in Kelvin, des te beter wordt het daglicht geëvenaard. Licht met een lage kleurtemperatuur wordt als "warmer" ervaren dan licht met een hoge kleurtemperatuur.

De gemeente Berkelland heeft op ontsluitingswegen met name geel licht (SOX of SON, lage kleurtemperatuur) en in woonwijken met name wit licht (PLL, hoge kleurtemperatuur).

Lichtkleuren

3.2. FUNCTIES OPENBARE VERLICHTING

3.2.1. Sociale veiligheid

Openbare verlichting dient de sociale veiligheid. Mensen voelen zich veilig(er) als zij goed kunnen waarnemen wat er gebeurt op straat en in de omgeving. Goede verlichting draagt bij aan het terugdringen van vandalisme en geweld. Met voldoende verlichting voelt men zich veiliger. Randvoorwaarde is wel dat er daadwerkelijk sociale controle is. Dat anderen toezien op wat er gebeurt in de verlichte ruimte. Daarom speelt deze functie het meest in bebouwde woonomgevingen en verblijfsgebieden (woonwijken, straten en pleinen).

Om goed te kunnen waarnemen waar wat gebeurt is ook hier de lichtkleur (wit licht) en het verlichtingsniveau van belang. Verlichting in achterpaden is ook een belangrijk aspect voor de sociale veiligheid en hier hebben ook woningcorporaties en private eigenaren vaak een verantwoordelijkheid of rol.

3.2.2. Verkeersveiligheid

Bij verkeersveiligheid wordt de veiligheid op (hoofd)ontsluitingswegen en doorgaande wegen met een verkeersfunctie bedoeld. Hier bevindt de weggebruiker zich vaak in een motorvoertuig en is de sociale veiligheid niet het meest belangrijke aspect.

Veel belangrijker is echter het veilig verplaatsen van A naar B. Verlichting wordt dan vaak zodanig geplaatst dat daaraan kan worden opgemerkt dat er bijvoorbeeld een rotonde of een bocht nadert (discontinuïteit). Goede openbare verlichting heeft een bewezen gunstige invloed op de verkeersveiligheid. Uit nationaal en internationaal onderzoek blijkt dat het aantal nachtelijke ongevallen met zo'n 25 tot 35 procent daalt door het aanbrengen van (goede) openbare verlichting. Lichtmasten kunnen daarentegen ook een obstakel zijn waar men juist tegen aan kan rijden en dat kan letsel veroorzaken. Het bepalen van de juiste plaats voor elke lichtmast is dus ook een belangrijk aspect.

3.2.3. Leefbaarheid

Leefbaarheid kan worden uitgedrukt in sfeer, comfort en veiligheid. Het is een combinatie van factoren. Vooral in binnensteden zijn deze aspecten van belang. Een lichtmast mag er fraai uitzien maar moet ook haar functie behouden ten aanzien van veiligheid. Daarom wordt hier vaak een lichtmast toegepast die decoratief is (hoge esthetische waarde) met daarbij een goed armatuur en lichtbron die voor een juiste sfeer in combinatie met een juist veiligheidsgevoel geven.

Ook het aanlichten van historische panden, bruggen of bijzondere monumenten speelt daarbij een rol. Het bijzondere karakter van een plek kan geaccentueerd worden en een trekpleister vormen voor bezoekers.

3.4. OVERIGE VERLICHTING

3.4.1. Achterpaden

Achterpaden moeten volgens het Politiekeurmerk (woonomgeving) worden verlicht zonder gebruik te maken van een aanwezigheidsdetectiesysteem. Achterpaden zijn altijd lastige objecten voor beheerders. Daarom nemen we geen nieuw aangelegde e achterpaden in beheer en zorgen we ervoor dat het eigendom naar de (aanliggende) eigenaren gaat.

We geven op achterpaden invulling aan het Politiekeurmerk op de volgende manier:

▪ Met ProWonen bestaan specifieke afspraken en in de achterpaden die ProWonen in eigendom heeft beheert en onderhoudt de gemeente de verlichting.

▪ Voor de verlichting van particuliere achterpaden levert de gemeente op verzoek wandarmaturen met schemerschakelaar. Particulieren kunnen de lamp zelf op een wand of schutting monteren en voeden vanuit het eigen (huis)netwerk. In nieuwbouwwijken levert de gemeente op verzoek een wandarmatuur en koopt ze met één geldbedrag het energieverbruik af.

3.4.2. Feest- en evenementenverlichting

In het centrum van Eibergen is in 2021 een eigen stroomnetwerk aangelegd. Dat net voedt fietslaadpalen en ook de openbare verlichting rondom De Brink. De Eibergse centrumverlichting is op afstand te bedienen en de lichtsterkte kan worden gevarieerd. Naar verwachting worden in de komende jaren ook in de Borculose en Ruurlose centrumstraten soortgelijke installaties gemaakt.

4. De huidige beheersituatie

4.1. DE OPENBARE VERLICHTINGSINSTALLATIE

4.1.1. Lichtmasten

De gemeente Berkelland heeft, beheert en onderhoudt 8.773 masten (peildatum 2023, exclusief de lichtmasten van ProWonen).

In de grafiek hiernaast staat de leeftijdsopbouw op basis van leeftijdscategorie weergegeven. De leeftijdsopbouw van de lichtmasten is bepaald op basis van het uiterlijk (model) en de fysieke status (roestvorming, beschadigingen, verkleuring).

4.1.2. Armaturen

De gemeente Berkelland heeft 8.812 armaturen. Dit getal ligt hoger dan het aantal lichtmasten omdat er lichtmasten zijn met meerdere armaturen. In de grafiek is te zien dat ongeveer 30% van het totale armaturenareaal ouder dan 20 jaar en daar mee aan het eind van de technische levensduur is.

4.1.3. Lampen

In de onderstaande grafiek is een overzicht weergegeven met de verschillende typen lampen met bijbehorende aantallen in onze gemeente. Duidelijk is de piek bij PLL-lampen en LED-lampen te zien. PLL- en LED-lampen zijn energiezuinige lampen. Toch is verbetering mogelijk. Als de PLL-lampen vervangen worden door een LED-armatuur kan er nog circa 50% op energie en onderhoud (minder storingen) bespaard worden.

Bij het maken van beleidskeuzes voor de diverse lampsoorten kan de terugverdientijd bij het vervangen door LED een rol spelen. Hieronder wordt per lampsoort een voorbeeld gegeven.

Het vervangen van SOX-lampen door LED wordt over het algemeen snel terugverdiend omdat deze lampen relatief veel energie verbruiken, relatief snel defect gaan (7x sneller dan LED) en de lamp zelf vele malen duurder is dan andere lampen. Het is dus verstandig om eerst de armaturen waarin een ‘dure’ lamp zit te vervangen. De snel te bereiken besparing kan dan direct worden ingezet voor de vervanging van de overige verouderde armaturen.

Van:

Naar:

Terugverdientijd in jaren

SOX

LED

6

SON

LED

13

TL

LED

25

PL / PLL

LED

41

Onderstaande afbeeldingen geven een beeld van het type armatuur waarin zich doorgaans PLL-lampen bevinden.

4.3. DE ORGANISATIE VAN HET BEHEER

4.3.1. De bemensing

Interne bemensing

Het beheer van de openbare verlichting is ondergebracht bij twee productbeheerders binnen het team Advies en Beheer Openbare Ruimte. De taken zijn verdeeld tussen de beheerders van de ondergrondse infrastructuur en de wegen.

Onderhoudspartner

Een aannemer draagt zorg voor reparaties, het verhelpen van storingen en ook voor preventief onderhoud op aangeven van de gemeente.

Gemeente en aannemer werken samen op basis van een RAW Raamovereenkomst. Huidige contractant is Swarco Mobility Nederland en het contract heeft een looptijd tot (uiterlijk) 31-03-2027.

Adviespartner

De gemeente Berkelland heeft sinds begin 2023 een vaste adviseur op het gebied van openbare verlichting. Dit is het Nederlands Licht Instituut (NLI). Het NLI verzorgt de volgende werkzaamheden:

-het opzetten en actueel houden van een beheersysteem;

-advies bij het maken van keuzes voor nieuwe verlichting;

-advies en controle bij verlichtingsplannen;

-advies over assetmanagement en mogelijke besparingen;

-toezicht en/of directievoering op aannemers en uitvoerende partijen;

-het aanbesteden van gerelateerde werken en diensten.

4.3.2. Beheerdata en informatie

Cruciaal voor het beheren van de openbare verlichting is het beschikken over complete, correcte en adequate gegevens van alle assets. Zonder die gegevens is het niet mogelijk goed te onderhouden, op tijd te vervangen en om grip te hebben op onderhouds- en vervangingsbudgetten.

In het voorjaar van 2023 is het LMS systeem van het Nederlands Licht Instituut (NLI) live gegaan. Alle data van de installatie is in LMS geplaatst, gecontroleerd en compleet gemaakt. In dit systeem kan iedereen een storing melden aan de verlichting waarna de onderhoudsaannemer hiermee aan de slag kan gaan. Swarco meldt ook de storingen middels dit systeem af en werkt hierin ook de assetdata bij. Dit doen zij ook voor schades en projecten. Adviespartner NLI ziet toe op alle processen.

4.3.3. Uitvoering van werkzaamheden aan de installatie

Contract 2023-2027

Alle uitvoeringswerkzaamheden (onderhoud, vervangingen, storingen) aan de verlichting vinden plaats op basis van een RAW raamovereenkomst, die begin 2023 Europees openbaar is aanbesteed.

Het contract heeft een looptijd van 2023 tot en met 2025 waarbij twee keer met één kalenderjaar verlengd kan worden. Dit betekent dat het contract maximaal loopt tot en met 2027. Schades, storingen, kleine klussen en vervangingsprojecten worden binnen de raamovereenkomst uitgevoerd. De hersteltijd voor een storing bedraagt maximaal 5 werkdagen.

Preventief onderhoud

Het preventieve onderhoud wordt door middel van het groepsgewijs vervangen van lampen (het zogenaamde ‘remplace’) en het periodiek schouwen van de gehele verlichtingsinstallatie uitgevoerd. Door het preventief onderhoud goed te plannen voorkomen we veel storingen.

Remplace heeft betrekking op de lampen waarvan de theoretische levensduur dat jaar eindigt. Deze lampen worden voor de winterperiode vervangen opdat het aantal storingen zo laag mogelijk blijft.

Vervangen / vervangingsinvesteringen

Onder vervangen of het doen van vervangingsinvesteringen verstaan we het vervangen van de complete verlichtingsinstallatie of delen daarvan. Dat betreft dus de mast en/of het armatuur. Na 40-50 jaar is het einde van de technische levensduur van een lichtmast bereikt en is deze in principe aan vervanging toe. Lichtmasten ouder dan 35 jaar worden getest met een stabiliteitsmeting. Een deskundige bepaalt met een veldtest of de mast nog stabiel genoeg is en geeft vervolgens een garantie van zes jaar.

Deze testmethode passen we jaarlijks toe bij lichtmasten die 40 jaar of ouder zijn en bij lichtmasten waarvan de garantie verloopt. Zo maken we maximaal gebruik van de levensduur van de mast en besparen we op materialen, inzet en ook op kosten voor het af en weer aansluiten op het stroomnet. Dit past binnen de focus op duurzaam handelen.

Uitgangspunt bij vervanging van masten:

▪ We vervangen masten die de technische levensduur hebben bereikt pas als uit praktijktesten blijkt dat ze niet langer stabiel zijn.

De technische levensduur van armaturen is 20 jaar (tot max. 25 jaar). Bij het bereiken van deze leeftijd worden armaturen geheel vervangen. Wanneer ook de lichtmast verouderd is wordt het gehele verlichtingsobject vervangen (mast, armatuur, lamp, zekering, snoer).

Storingen en afhandeling

De storingen en schades worden veelal gemeld door onze inwoners. Soms wordt dit ook gedaan door de beheerder zelf of door nood- en hulpdiensten.

Sinds 2023 kan iedereen een storing melden via de gemeentelijke website. Daar wordt de melder doorgelinkt naar het LMS systeem van het NLI. LMS zet de melding direct door naar de onderhoudsaannemer (nu Swarco). De aannemer handelt deze meldingen af en de beheerder van de gemeente kan in LMS zien dat de melding is afgehandeld.

Samengevat:

▪ Met het implementeren van LMS is de basis voor de beheerdata geborgd en bovendien verlopen de processen rond de melding en afhandeling van storingen effectiever en klantvriendelijker.

▪ Met de keuze voor een ‘vaste’ adviespartner in 2022 is de bemensing op het beheerveld geborgd.

6. Beleidskeuzes 2025-2034

6.6. INSTANDHOUDING VAN DE FYSIEKE INSTALLATIE

6.6.1. Technische levensduur van masten en armaturen

Voor lichtmasten hanteren we een technische levensduur van 40 jaar. Na die periode testen we de oude masten met een stabiliteitsmeting. Deze meting geeft aan hoe lang een mast nog veilig mee kan gaan. Zo’n test is zinvol, want in 80 tot 90 procent van de gevallen kan de levensduur worden verlengd met ongeveer 15 jaar. Binnen de gemeente Berkelland zijn 171 lichtmasten 40 jaar of ouder (peildatum 1 juni 2023).

Armaturen hebben een kortere technische levensduur: 20 tot 25 jaar. Armaturen ouder dan 20 jaar zijn vaak niet meer verkrijgbaar of te repareren en dit zijn vaak ook niet (meer) de meest energiezuinige armaturen. In de gemeente Berkelland zijn 2.692 armaturen 20 jaar of ouder. Dat is een relatief groot aantal en dat levert voor de komende jaren een flinke vervangingsopgave. Het vervangen blijft een continu proces om de installatie in goede staat te houden.

▪ Gemeente Berkelland heeft op dit moment relatief veel armaturen die aan of over de technische levensduur zijn. In mindere mate geldt dat voor de masten. Een focus op vervanging voor de komende jaren is belangrijk voor het (veilig) blijven functioneren van de installatie. Dit plan voorziet daarom in een tienjarig vervangingsprogramma.

6.6.2. Klein onderhoud / verhelpen van storingen

Klein onderhoud is nodig omdat er soms lampen, masten en armaturen kapotgaan. Dit kan voorkomen zodra een lichtmast/armatuur defect raakt omdat er stormschade, vernieling of aanrijdschade is. Over het algemeen is klein onderhoud meer planbaar en betreft het verhelpen van storingen ad hoc actie zodra dat nodig is.

Planbaar regulier onderhoud betreft ook het vervangen van defecte lampen.

▪ Gemeente Berkelland kiest ervoor om defecte lampen en andere storingen binnen een termijn van 10 dagen te vervangen en te verhelpen.

6.9. GEBIEDSGERICHTE KEUZES

6.9.1. Woonstraten

In woongebieden zijn er altijd diverse soorten straten: woonerven, woonstraten, en wijkontsluitingswegen. De verlichting langs deze straten is functioneel en gericht op sociale- en verkeersveiligheid.

▪ Langs wijkontsluitingswegen plaatsen we in de regel lichtmasten met een hoogte van zes meter met een LED-armatuur.

▪ In de woonwijken en woonerven passen we in de regel 4 meter lange mast toe voorzien van een kegelvormig paaltop LED-armatuur.

Foto’s: links de woonstraat, rechts de wijkontsluitingsweg

6.9.2. Winkelcentra en aanlichten panden: bijzondere verlichting

In winkelgebieden is het belangrijk dat er een hoge mate van sociale veiligheid wordt ervaren en dat het gebied een aangename sfeer uitstraalt. Op die plekken is het mogelijk om lichtmasten en armaturen toe te passen met een specifieke lichtuitstraling (meer licht en betere spreiding) en kan er voor een design worden gekozen dat afwijkt van de standaard. Doorgaans hebben stedenbouwkundigen, ondernemersverenigingen, pandeigenaren en de beheerder(s) van monumenten hier bemoeienis. Cruciaal is ook de inbreng van de beleidsmedewerker en beheerder van de openbare verlichting, zoals staat beschreven in paragraaf 5.5.

Foto: monumentale kerk met bijzonder verlichtingsobject.

6.9.3. Industriegebied

Op bedrijventerreinen zijn de wegen vaak breed en wordt meestal een lichtmast van 8 meter hoog toegepast met een LED-armatuur. Op bedrijfsterreinen is de verlichting met name voor de verkeersveiligheid. De lichtkleur van LED is uitermate geschikt voor eventuele camerabewaking zodat gezichtsherkenning en dergelijke makkelijker zichtbaar is.

Foto: 8 meter hoge mast met uithouder en led armatuur.

▪ Op bedrijventerreinen plaatsen we in de regel lichtmasten met een hoogte van zes of acht meter met een LED-armatuur. De lichtkleur is afgestemd op camerabewaking.

6.9.4. Buitengebied

In het buitengebied staan over het algemeen 4 en 6 meter masten. Deze masten zullen (indien verouderd) in principe gesaneerd worden. Ze worden enkel vervangen door 4 en 6 meter masten met een LED armatuur als het uit veiliheidsoverwegingen echt noodzakelijk is.

De openbare verlichting in het buitengebied dient in de basis ter oriëntatie. In sommige gevallen voor het aanduiding van bijvoorbeeld kruispunten, fietspaden en gevaarlijke situaties. Ook in dit geval ligt de nadruk duidelijk meer op verkeersveiligheid dan op sociale veiligheid.

Ideeën en verzoeken om fietsroutes buiten de kommen te verlichten komen in elke gemeente met een zekere regelmaat voor, met name als het gaat om veel gebruikte routes van dorp naar dorp of van dorp naar een school of sportvereniging buiten de hoofdverkeersstructuur. Dit zijn situaties waar sociale veiligheid gewenst is, maar bij gebrek aan toezicht lang niet altijd plaats kan vinden. Mede daarom is verlichting op die routes niet altijd zinvol. Verdere aspecten die meespelen in de keuze zijn de overgangen van licht naar donker, de zichtbaarheid van fietsers voor kwaadwillenden, het materiaal- en energieverbruik (milieuimpact) en de toenemende exploitatiekosten. Al met al reden om erg terughoudend te zijn met het verlichten van fietsroutes in het buitengebied.

In de buitengebieden van de gemeente:

▪ Plaatsen we geen verlichting als daar vanuit veiligheidsoverwegingen of concrete leefbaarheidsaspecten geen reden toe is.

▪ Saneren we (in principe) de bestaande verlichting zodra die aan het einde van de levensduur is.

▪ Leveren we maatwerk bij plaatsing of vervanging van verlichtingsobjecten door te dimmen, optimale locaties te kiezen en verlichting waar zinvol dynamisch uit te voeren.

Foto: een verlichte route buiten de kom.

6.9.5. Hoofdontsluitingswegen

De hoofdinfrastructuur is, net als de bedrijventerreinen, uitgevoerd met 8 meter masten met LED-armatuur. Ook hier is de functie van de openbare verlichting gericht op verkeersveiligheid.

Foto: verlichting langs één van de ontsluitende wegen in Eibergen.

7. Financiële doorrekening 2025-2034

7.2. REGULIERE VERVANGINGSBEHOEFTE

7.2.1. De waarde van de installatie

De waarde van de totale installatie als kapitaalgoed is samen met de theoretische levensduur van de onderdelen bepalend voor de hoogte van de reguliere vervangingsbehoefte.

Hieronder in de tabel een weergave wat de waarde van de installatie is. Voor masten is uitgegaan van een technische levensduur van 40 jaar en voor armaturen van 20 jaar. Als de levensduur van masten en armaturen verlengd kunnen worden is er minder vervangingsbudget nodig.

7.2.2. Vervangings- en investeringsbehoefte

Uit de tabel volgt dat er voor het jaar 2024 een budget van € 461.457,-- in de begroting opgenomen zou moeten worden om (delen) van de installatie te vervangen. Dit bedrag is gebaseerd op de waarde van de installatie op 1 juni 2023.

Dit bedrag kan worden gezien als een soort afschrijving op de installatie. Na 2024 loopt het bedrag op omdat er ook rekening is gehouden met:

-jaarlijks 1% uitbreiding (ca. 80-100 masten) van de installatie (door bijvoorbeeld nieuwe wijken en bijplaatsingen om te voldoen aan de NPR13201).

-jaarlijks 3% indexering (stijging van loon- en materiaalkosten).

De kosten voor het vervangen van openbare verlichting gedurende de gehele tienjarige beleidsperiode zijn geraamd op € 5,5 miljoen euro. Met dat totaalbedrag, gespreid over tien jaren, lopen we de opgebouwde vervangingsachterstand in. Het is technisch mogelijk om deze forse investering te spreiden over tien jaar. Na de planperiode van tien jaar is er geen sprake meer van achterstand.

Tegelijk met het investeren besparen we onderhoud en energie. Elk jaarlijks investeringsbedrag vergroot die besparing op onderhoud en energie. Toch is besparing niet dermate fors dat er sprake is van korte ‘terugverdientijden’. Dat komt voornamelijk doordat de meeste huidige armaturen met relatief zuinige PL-lampen zijn uitgerust. Hier kan niet drastisch bespaard worden op energie- en onderhoudskosten. De armaturen zijn echter wel relatief oud en technisch versleten.

In bijlage 2 is een specificatie opgenomen van de uit te voeren vervangingen, de bijbehorende en benodigde budgetten én de besparingen die als voordeel ontstaan.

7.3. REGULIERE ONDERHOUDSBEHOEFTE

7.3.1. Huidig onderhoudsbudget

Het huidige budget voor de openbare verlichting in de gemeente Berkelland is hieronder weergegeven (bron: programmabegroting 2024).

Budget (FCL) 62100231 (2023)

€ 330.000,-

Onderverdeeld in:

ECL 31000

Elektriciteit

€ 190.000,-

ECL 34300

Aankoop niet duurzame diensten en goederen

€ 40.600,-

ECL 34400

Onderhoud

€ 96.000,-

ECL 34429

Andere kosten openbare verlichting

€ 3.400,-

Ter informatie:

-Aankoop niet duurzame diensten en goederen is de inhuur van advies en andere diensten en goederen met een consumptief karakter. De huur van slimme meters en de uitleesdiensten horen hier ook toe.

-‘Onderhoud’ behelst het repareren van defecten en het uitvoeren van preventief onderhoud (remplace).

-‘Elektriciteit’ omvat de energiekosten inclusief netbeheerkosten en transportkosten.

7.3.2. Toekomstig onderhoudsbudget

Uit recente berekeningen volgt dat de huidige middelen voor het onderhouden (in stand houden) van de verlichtingsinstallatie passend zijn. Ook in de komende jaren.

Dat geldt niet voor het aandeel ‘elektriciteit’ in het budget. Dat is niet zo verwonderlijk, de tarieven zijn in 2022 significant gestegen en de algemene verwachting is dat de energieprijzen minimaal op de huidige niveaus zullen blijven.

Budget (FCL) 62100231 ( NB benodigd in 2025 )

€ 435.000,-

Onderverdeeld in:

ECL 31000

Elektriciteit

€ 293.500,--

ECL 34300

Aankoop niet duurzame diensten en goederen

€ 40.500,-

ECL 34400

Onderhoud

€ 101.000,-

ECL 34429

Andere kosten openbare verlichting

€ 0,-

Dit plan gaat uit van grootschalige vervanging van lampen en armaturen door LED techniek. Zodra dat gebeurt dalen de kosten van energie en onderhoud fors. (direct € 47.000,- per jaar besparing oplopend naar € 64.500,- per jaar).

In bijlage 1 staat berekend welke toekomstige budgetten benodigd zijn om de installatie in stand te houden. De tabel behoeft een korte toelichting:

•Er is rekening gehouden met een indexering van 3% per jaar (gemiddeld voor loon- en materiaalkosten);

•De tabel laat een (beperkte) stijging van de kosten voor onderhoud en energie zien. De voorgestelde vervangingen binnen de beleidsperiode leveren een (uiteindelijke) besparing op de jaarlijkse kosten van € 64.500,-. Zonder vervanging is de onderhouds- en energiebehoefte in 2034 dus € 64.500,- hoger;

•Onder ‘opties’ staan de voorgestelde maatregelen voor verbeteringen zoals stabiliteitsmetingen, elektrotechnische keuringen, installatieverantwoordelijkheid en een beheersysteem opgenomen.

Grafiek: ontwikkeling onderhoudsbehoefte met in:

-Oranje: INclusief vervangingsinvesteringen

-Grijs: Exclusief vervangingsinvesteringen

NB: in de grijze staven is geen rekening gehouden met een groei van het aantal storingen als gevolg van de (in dat geval) verder verouderende installatie.

8.1. BIJLAGE 1 - BEREKENING BENODIGD ONDERHOUDSBUDGET

In bovenstaande tabel de onderbouwing van de jaarlijkse onderhoudsbehoefte en de evolutie daarvan. Er is rekening gehouden met jaarlijks 1% uitbreiding van de installatie en jaarlijks 3% indexering van energiekosten, materiaalkosten en loonkosten. In de grafiek is te zien dat het benodigde budget voor (preventief) onderhoud en storingen duidelijk daalt door het invullen van de vervangingsvraag en het toepassen van LED. De verLEDding zorgt voor een beperkte daling van de energiekosten, die teniet wordt gedaan door de uitbreiding van de installatie (nieuwbouw, bijplaatsen). Daarom groeit het benodigde onderhoudsbudget toch weer door de jaren.

8.2. BIJLAGE 2 - SPECIFICATIE VERVANGINGEN BELEIDSPERIODE

Tabel B2.1: concrete vervangingsbehoefte zonder trendinvloeden

In de tabel B2.1 hierboven staat de concrete vervangingsbehoefte per kalenderjaar onderbouwd weergegeven. De praktische jaarlijkse en gemiddelde vervangingsvraag is in lijn met de theoretische vraag zoals weergegeven in de tabel hieronder. In de tabel hierboven is geen rekening gehouden met uitbreiding van de installatie (1% jaarlijks) en indexering (3% jaarlijks).

Het ligt voor de hand om de jaarlijkse vervangingsvraag te spreiden over de tien planjaren. Voor 2024 is die vervangingsbehoefte € 461.457,-- waarna er ieder jaar een iets hoger budget nodig is om de uitbreiding en indexering op te vangen. Hieronder in tabel B2.2 de bedragen die in de programmabegrotingen van de komende jaren opgenomen zouden moeten worden.

Tabel B2.2: vervangingsbehoefte met trendinvloeden

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.