Gemeentelijke regelgeving

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Bergen op Zoom inhoudende Verordening afvalstoffenheffing Bergen op Zoom

Gemeente Bergen op Zoom · geldt sinds 4 juli 2026

Aanhef

De raad van de gemeente Bergen op Zoom;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 30 september 2025, nr. RVB25-0057;

gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

BESLUIT:

vast te stellen de volgende:

VERORDENING OP DE HEFFING EN

INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING 2026

Artikel 1 Definitie

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

gebruik maken: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit

1Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

2De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 3 Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 4 Vrijstelling

Van belastingplichtigen door wie blijkens schriftelijke verklaring van huisarts of medisch specialist of kopie van een afleverbon/factuur/recept als gevolg van een stoma, huisdialyse, chronische wondverzorging of incontinentie extra afvalstoffen worden aangeboden worden vrijgesteld:

a.het aantal ledigingen van de minicontainer voor restafval boven het aantal van 10 met een maximum van 16 ledigingen per jaar;

b.het aantal inworpen in de ondergrondse container voor restafval boven het aantal van 70 met een maximum van 112 inworpen per jaar.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

1De belasting wordt geheven naar de grondslagen genoemd in lid 2 van dit artikel en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

2De grondslagen van de belasting zijn:

a.een vast bedrag per perceel;

b.het aantal ledigingen en inworpen van de periodiek ingezamelde afvalstoffen per perceel;

c.het op afroep inzamelen of achterlaten op de milieustraat of andere incidentele dienstverlening als bedoeld in hoofdstuk 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 6 Belastingjaar

Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Wijze van heffing

1De belasting bedoeld in artikel 5, lid 2, letter a en b, de hoofdstukken 1 en 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag.

2De belasting bedoeld in artikel 5, lid 2, letter c, hoofdstuk 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende kennisgeving.

Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1De belasting als bedoeld in artikel 5, lid 2, letter a, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2Indien de belastingplicht als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3Indien de belastingplicht, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

4Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.

5De belasting als bedoeld in artikel 5, lid 2, letter b, is verschuldigd na afloop van het belastingjaar of eerder indien de belastingplicht binnen de gemeente wordt beëindigd in de loop van het belastingjaar.

6De belasting als bedoeld in artikel 5, lid 2, letter c, is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.

7Voor de bij wege van aanslag geheven belasting geldt dat belastingbedragen van minder dan € 5,00 niet worden geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.

Artikel 9 Termijnen van betaling

1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.

2In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van alle op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 10.000,00 dat dit bedrag en een bestuurlijke boete op dit aanslagbiljet moeten worden betaald op de laatste dag van de maand volgend op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

3Betaling via automatische incasso is voor alle aanslagen mogelijk. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel geldt, ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen € 100,00 of meer, doch niet meer dan € 10.000,00 bedraagt, dat de aanslagen moeten worden betaald in maximaal tien gelijke termijnbedragen, waarvan de eerste vervalt op de 28e dag van elke maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnbedragen telkens een maand later.

4In afwijking van de voorgaande leden moet de kennisgeving als bedoeld in artikel 7, tweede lid, worden betaald:

-ingeval de kennisgeving schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na dagtekening van de kennisgeving;

-ingeval de kennisgeving mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving.

5De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 10 Kwijtschelding

Bij de invordering van de belasting kan kwijtschelding worden verleend van de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1, onderdelen 1.1 en 1.3 en hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Voor de kwijt te schelden belasting bedoeld in hoofdstuk 1, onderdelen 1.1 en 1.3 en hoofdstuk 2 geldt dat voor het totaal van deze onderdelen maximaal € 331,80 van de verschuldigde belasting kan worden kwijtgescholden. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de verschuldigde belasting bedoeld in hoofdstuk 1, onderdelen 1.1 en 1.3 en hoofdstuk 2 aangemerkt als de verschuldigde belasting.

Artikel 11 Overgangsrecht

De ‘Verordening afvalstoffenheffing Bergen op Zoom 2025’, vastgesteld bij raadsbesluit van 19 december 2024 (RVB24-0074), wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande, dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 12 Inwerkingtreding

1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 13 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening afvalstoffenheffing Bergen op Zoom 2026’.

Tarieventabel

behorende bij de verordening afvalstoffenheffing gemeente Bergen op Zoom 2026

Hoofdstuk 1 Tarieven vast bedrag afvalstoffenheffing

1.1

De belasting als bedoeld in artikel 5, lid 2 onder a, bedraagt per perceel, per jaar,

€ 273,47

1.2

De belasting in onderdeel 1.1 wordt voor een extra container verhoogd met een belastingbedrag per container, per jaar

€ 72,50

1.3

In afwijking van het bepaalde in 1.1 bedraagt de belasting indien gebruik wordt gemaakt van een niet-bemeterde afvalcontainer per perceel, per jaar

€ 325,00

Hoofdstuk 2 Tarieven hoeveelheid periodiek ingezamelde afvalstoffenheffing

2.1

De belasting als bedoeld in artikel 5, lid 2 onder b, bedraagt:

2.1.1

per lediging van een 240 liter restafvalcontainer,

€ 8,20

2.1.2

per lediging van een 140 liter restafvalcontainer,

€ 4,78

2.1.3

Voor inworpen in een ondergrondse restafvalcontainer van 60 liter, vanaf

2.1.3.1

1t/m 100 aanbiedingen, per aanbieding

€ 1,18

2.1.3.2

101t/m 200 aanbiedingen, per aanbieding

verhoogd met het op basis van 2.1.3.1 berekende bedrag

€ 2,00

2.1.3.3

201t/m 500 aanbiedingen, per aanbieding

verhoogd met het op basis van 2.1.3.1 en 2.1.3.2 berekende bedrag

€ 3,00

2.1.3.4

501en meer aanbiedingen, per aanbieding

verhoogd met het op basis van 2.1.3.1, 2.1.3.2 en 2.1.3.3 berekende bedrag

€ 4,00

2.1.4

Voor inworpen in een ondergrondse restafvalcontainer van 30 liter, vanaf

2.1.4.1

1t/m 100 aanbiedingen, per aanbieding

€ 0,59

2.1.4.2

101t/m 200 aanbiedingen, per aanbieding

verhoogd met het op basis van 2.1.4.1 berekende bedrag

€ 1,00

2.1.4.3

201t/m 500 aanbiedingen, per aanbieding

verhoogd met het op basis van 2.1.4.1 en 2.1.4.2 berekende bedrag

€ 1,50

2.1.4.4

501en meer aanbiedingen, per aanbieding

verhoogd met het op basis van 2.1.4.1, 2.1.4.2 en 2.1.4.3 berekende bedrag

€ 2,00

Hoofdstuk 3 Tarieven milieustraat, op afroep inzamelen, incidentele dienstverlening afvalstoffenheffing

3.1

Het achterlaten van huishoudelijk restafval op een daartoe van gemeentewege ter beschikking gestelde plaats (Milieustraat), per aanbieding van maximaal 2 m3

1tik van de milieupas of

€ 32,50

3.2

Het op afroep inzamelen van grof tuin-en snoeiafval, per inzameling van maximaal 1 m3.

3tikken van de milieupas of

€ 97,50

3.3

Het op afroep inzamelen van grof huisvuil, per inzameling van maximaal 1 m3

3tikken van de milieupas of

€ 97,50

Behoort bij raadsbesluit van 13 november 2025

De griffier,

drs. E.P.M. van der Meer

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.