Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel van de burgemeester van de gemeente Bergen op Zoom inhoudende Beleid Aanpak woonoverlast Bergen op Zoom

Gemeente Bergen op Zoom · geldt sinds 3 juni 2025

Bijlage D: Beschrijving escalatiemodel

Fase 1: Wegen melding

Zodra is gebleken dat een melding niet door één of enkele partners kan worden opgelost, kan de partnerorganisatie contact opnemen met de gemeente en zal worden overlegd of alle mogelijke stappen al zijn ondernomen. Vervolgens wordt gekeken of er mogelijkheden zijn waarbij de meldende partij samen met de gemeente stappen kan ondernemen om de woonoverlast te verminderen/verhelpen.

Indien een casus wordt beoordeeld als complexe woonoverlast, zal de casus worden ingebracht op een casusoverleg waarbij de benodigde partijen zullen aansluiten. In dit casusoverleg zal vervolgens integraal de aanpak worden bepaald. Wanneer een melding wordt beoordeeld als niet al te ernstig, wordt allereerst ingezet op bemiddeling.

Fase 2: Gesprek / Bemiddeling / Huisbezoek

Afhankelijk van de soort woning zal de woningcorporatie of gemeente (buurtbemiddeling) een gesprek aangaan met de klager en de overlastgever. Afhankelijk van de situatie kan hierin ook de samenwerking worden aangegaan. Het doel van het gesprek is om de klager en de overlastgever te stimuleren om samen een oplossing te zoeken voor de overlast. De betrokken professionals dienen ervoor te zorgen dat beide partijen zich gehoord en gesteund voelen. Dit stimuleert hen om naar een oplossing te zoeken. In het gesprek wordt van beide partijen gevraagd hun steentje bij te dragen aan de oplossing van de overlast. Bemiddeling levert goede resultaten op wanneer de betrokkenen bereid zijn naar elkaars argumenten te luisteren en een zekere basisbereidheid hebben om tot een oplossing te komen.

Bij buurtbemiddeling met woningcorporatiewoningen kan als tussenstap, wanneer een zaak is vastgelopen, nog gekozen worden dat de betrokken partner vanuit de woningcorporatie met de overlastgever in gesprek gaat waarom de betrokkene niet wenst deel te nemen voordat verder opgeschaald wordt.

Bemiddeling is niet geschikt voor situaties waarin (vermoed wordt dat er) sprake is van criminele activiteiten, (ernstige) psychosociale problematiek of multi-problematiek. Voor zaken die niet bemiddelbaar zijn vanwege ernst wordt bekeken of elders in de escalatieladder dient te worden ingestapt. Voor zaken waarbij psychosociale problematiek op de voorgrond ligt wordt geschakeld met de benodigde zorgpartners van de gemeente om de casus over te dragen. of de regie bij een andere partner thuishoort. Bij (het vermoeden van) criminele activiteiten wordt direct de politie ingeschakeld en indien nodig met de collega’s ondermijning.

Fase 3: (Schriftelijke) waarschuwing

Als de geconstateerde overlast niet stopt, nadat “lichte instrumenten” zoals een huisbezoek of buurtbemiddeling zijn ingezet, kan een waarschuwing worden gegeven aan de overlastgever. Na deze waarschuwing kunnen sancties ingezet worden tegen de overlastgever.

Fase 4: Voornemen gedragsaanwijzing

Voorafgaand aan het opleggen van een gedragsaanwijzing, wordt per brief kenbaar gemaakt dat de Burgemeester een gedragsaanwijzing wil inzetten. Dit draagt bij aan het stapsgewijs opschalen en de beweringen dat overhaast is opgetreden. Bij het voornemen voor een gedragsaanwijzing krijgt de overlastgever de mogelijkheid om zijn/haar zienswijze te geven. Hierin geeft hij/zij aan wat hij/zij van de overlastsituatie vindt en ook zijn/haar mening over het voornemen van de burgemeester om een gedragsaanwijzing op te leggen.

Fase 5: Gedragsaanwijzing als last onder dwangsom

Als de geconstateerde overlast niet stopt, nadat een voornemen voor het opleggen van een gedragsaanwijzing is uitgegaan naar de overlastgever, kan worden overgegaan op het inzetten van een gedragsaanwijzing in de vorm van een last onder dwangsom. Dit houdt in dat bij elke overtreding van de gedragsaanwijzing een dwangsom verbeurd.

Fase 6: Gedragsaanwijzing als last onder bestuursdwang

Nadat een voornemen voor het opleggen van een gedragsaanwijzing is uitgegaan naar de overlastgever, kan ook worden overgegaan op het inzetten van een gedragsaanwijzing als last onder bestuursdwang. Dit houdt in dat de last (gedragsaanwijzing) voor de overtreder wordt uitgevoerd als hij/zij dat zelf niet doet. Het is hierbij niet mogelijk om na één overtreding van de zorgplicht een last onder dwangsom én een last onder bestuursdwang op te leggen. Het is wel mogelijk om naar aanleiding van een overtreding een last onder dwangsom op te leggen en naar aanleiding van een andere (latere) overtreding een last onder bestuursdwang. In dit geval moet in beide gevallen moet er zelfstandig sprake zijn van een overtreding van de zorgplicht.

Fase 7: Huisverbod

Als een dwangsom of bestuursdwang niet helpt bij ernstige en herhaaldelijke overlast, kan in het meest ernstige geval een meerderjarig iemand door middel van een tijdelijke uithuiszetting voor de duur van 10 dagen en aanvullend met maximaal 18 dagen de toegang tot zijn of haar woning ontzegd worden. Voordeel van dit instrument is dat tijdens de initiële periode van 10 dagen of in de verlenging met 18 dagen een hulpverleningstraject kan starten voor de overlastgever (of zorgmijder) en deze behandeld wordt bij zorginstanties. Welk hulpverleningstraject opgestart moet worden en door welke zorginstantie is maatwerk en wordt per geval nader bepaald.

Wanneer de voorgaande stappen de overlastsituatie niet hebben kunnen beëindigen of er sprake is van ernstige wetsovertredingen, dient men over te gaan tot permanente uithuiszetting. Bij onherstelbare situaties of escalatie heeft een woningcorporatie bij huurders het recht om de voorgaande stappen over te slaan en direct tot permanente uithuiszetting over te gaan. Klanten van woningcorporaties die hun laatste of zelfs nog “tweede” kans verspeeld hebben zijn in feite op zichzelf aangewezen. De gemeente heeft niet de plicht hen op te vangen. Een aanzienlijk deel van de uitgezette bewoners weet dakloosheid te vermijden door in te trekken bij een ander huishouden of onderdak te vinden via de particuliere sector. Als een gezin in aanmerking komen voor noodopvang, dan wordt nader bepaald welke zorginstantie hierbij betrokken wordt en in dat geval maatwerk toegepast.

Hierbij wordt opgemerkt dat ook uitgezette overlastgevers op enig moment weer terugkeren (eventueel via een verblijfsvoorziening of begeleid wonen traject) op de huurwoningmarkt, waarbij dan ook het preventiebeleid (opnieuw) in werking treedt.

Desalniettemin is het voor alle betrokkenen beter als uithuiszetting wordt voorkomen en de overlast in de bestaande situatie opgelost kan worden. Dit is ook het uitgangspunt van de aanpak.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.