Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting Bergen 2026

Gemeente Bergen (NH) · geldt sinds 18 december 2025

Aanhef

De raad van de gemeente Bergen:

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11 november 2025;

gezien het advies van de algemene raadscommissie van 4 december 2025;

gelet op het bepaalde in artikel 224 van de Gemeentewet;

b e s l u i t:

vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting Bergen 2026

Artikel 1 Definities

Deze verordening verstaat onder:

a.college: het college van burgemeester en wethouders;

b.vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- of andere recreatieve doeleinden;

c.lengte: de lengte over alles;

d.vaste ligplaats; een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van een zelfde vaartuig gedurende een periode van ten minste een maand;

e.niet vaste ligplaatsen: een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van verschillende vaartuigen gedurende een periode van ten hoogste één maand per vaartuig;

f.etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 21.00 uur;

g.maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 etmalen;

h.seizoen: het tijdvak van 16 april tot en met 16 oktober;

i.schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam ‘watertoeristenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf op vaartuigen die aanwezig zijn in wateren binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook, door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.

Artikel 3 Belastingplicht

1Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 aan hem ter beschikking staande ligplaatsen of op hem ter beschikking staande vaartuigen.

2De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.

3Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is belastingplichtig:

-de schipper,

-de eigenaar of de gebruiker van een voertuig, of degene die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig.

Artikel 4 Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:

1door degenen die verblijf houden aan boord van:

a.een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden;

b.kano’s, roei- en volgboten;

c.motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter;

d.een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt;

2waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting;

3van kinderen die de leeftijd van vier jaar nog niet hebben bereikt;

4van kinderen tot en met de 17-jarige leeftijd, en hun begeleiders of leerkrachten welk verblijf in georganiseerd educatief verband en onder leiding van een of meer meerderjarige begeleiders of leerkrachten plaatsvindt.

Artikel 5 Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal verblijven in het belastingtijdvak. Het aantal verblijven wordt gesteld op de som van het aantal etmalen dat elke in artikel 2 bedoelde persoon verblijf heeft gehouden. Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een etmaal voor een vol etmaal gerekend.

Artikel 6 Belastingtarief

Het tarief bedraagt per persoon per etmaal € 2,60.

Artikel 7 Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is gelijk aan het seizoen.

Artikel 8 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 9 Termijnen van betaling

1De aanslagen moeten worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van de aanslag.

2De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijn.

Artikel 10 Aanmeldingsplicht

De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal gelegenheid tot verblijf verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de aangewezen inspecteur, zoals bedoeld in artikel 232, vierde lid, sub a, van de Gemeentewet.

Artikel 11 Registratieplicht

1De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden verblijfhoudenden te registreren in een daarvoor bestemd en door de gemeente verstrekt verblijfregister.

2Het college stelt genoemd verblijfregister kosteloos beschikbaar.

3Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven omtrent de inrichting en gebruik van het verblijfregister.

Artikel 12 Overgangsrecht

De Verordening watertoeristenbelasting Bergen 2025 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 13 Inwerkingtreding

1Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking.

2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 14 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening watertoeristenbelasting Bergen 2026’.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.