Gemeentelijke regelgeving

Nadere regels voor exploitatievergunningen en aanwezigheidsvergunningen

Gemeente Bergen (NH) · geldt sinds 21 oktober 2016

De burgemeester van Bergen;

Artikel 1 Begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

a.speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen (inrichting als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder c van de Wet op de kansspelen);

b.exploitatievergunning: vergunning als bedoeld in artikel 2, lid 1 van de “Verordening speelautomatenhallen gemeente Bergen 2003” (door burgemeester te verlenen vergunning) voor de vestiging of de exploitatie van een speelautomatenhal;

c.aanwezigheidsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen (op grond van mandaat burgemeester, door de Districtchef van de politie Noord-Kennemerland te verlenen vergunning) voor het aanwezig hebben van speelautomaten;

d.vergunninghouder: aanvrager exploitatievergunning, tevens de natuurlijke of rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert;

e.beheerder: degene die met het dagelijks toezicht en de onmiddellijke leiding in de speelautomatenhal is belast;

f.“pré-Nijpels” kansspelautomaten: speelautomaten ”oude stijl”, dat wil zeggen de kansspelautomaten die vóór de herziening van de Wet op de kansspelen (per 1 juni 2000) ook mochten worden opgesteld in de “losse locaties” (hoogdrempelige inrichtingen). Deze automaten voldoen niet aan de “Nijpels” normen;

g.meerspelers: kansspelautomaten waarop met meer dan één speler tegelijk kan worden gespeeld;

h.spelersplaatsen: het aantal plaatsen dat per kansspelautomaat voor spelers beschikbaar is. Dat aantal varieert, afhankelijk van het soort automaat.

Artikel 2 Nadere regels exploitatievergunningen

Aan de exploitatievergunningen voor speelautomatenhallen worden de volgende nadere regels verbonden (voorschriften en beperkingen als bedoeld in artikel 5, lid 3 van de “Verordening speelautomatenhallen gemeente Bergen 2003”):

1.de vergunning geldt voor onbepaalde tijd;

2de vergunning geldt voor ten hoogste 44 speelautomaten, met in totaal ten hoogste59 spelersplaatsen. Dit aantal speelautomaten bestaat uit maximaal 40 “pré-Nijpels” kansspelautomaten (40 spelersplaatsen) en maximaal vier meerspelers (met in totaal niet meer dan 19 spelersplaatsen);

3de vergunning geldt alleen voor de speelautoma(a)t(en) die eigendom zijn van personen die in het bezit zijn van een exploitatievergunning als bedoeld artikel 30h van de Wet op de kansspelen;

4de vergunning is niet overdraagbaar;

5de vergunninghouder heeft de verplichting op zich genomen uitsluitend toegang te verlenen aan personen van 18 jaar en ouder en zorgt voor een deugdelijke toegangscontrole van de bezoekers van de speelautomatenhal;

6in de vergunning wordt de naam, geboortedatum en geboorteplaats van de beheerder(s) vermeld. Indien de beheerder of één van de beheerders de hoedanigheid van beheerder heeft verloren en het beheer niet door de andere in de vergunning genoemde beheerder kan worden uitgevoerd, vraagt de ondernemer binnen vier weken na het verlies van deze hoedanigheid een nieuwe vergunning aan;

7de openingstijden van de speelautomatenhal zijn van 10.00 tot 01.00 uur;

8gedurende de openingstijden van de hal houdt de beheerder of één van de beheerders voortdurend toezicht. De beheerder is belast met het dagelijks toezicht en de onmiddellijke leiding in de speelautomatenhal.

9de beheerder(s) ziet erop toe dat de bezoekers van de speelautomatenhal het pand verlaten zonder overlast te veroorzaken aan de omwonenden van de hal;

10in de speelautomatenhal mogen geen alcoholhoudende dranken worden verstrekt of aanwezig zijn;

11het is de vergunninghouder, de bedrijfsleider en de beheerder(s) verboden wervendereclame te maken voor uitkeringen/prijzen van automaten in de speelautomatenhal;

12de bedrijfsleider en / of beheerder(s) biedt de bezoekers van de hal actief actueel voorlichtingsmateriaal aan over de risico’s van gokverslaving. De kansspelautomaten zijn voorzien van waarschuwingsstickers tegen overmatig gokgedrag (“VAN” stickers);

13de bedrijfsleider en/of beheerder(s) van de speelautomatenhal wijst “overmatige” gokkers op de gevaren van overmatig gokken. Zonodig wordt contact opgenomen met en wordt de persoon in kwestie doorverwezen naar instellingen voor

verslavingszorg (zoals de Brijder Stichting);

14alle aanwijzingen van of namens de politie en/of

commandant van de brandweer die in het belang van de openbare orde en/of veiligheid worden gegeven, moeten stipt en zonder uitstel worden opgevolgd;

15naast deze voorschriften en beperkingen, voldoet de vergunninghouder aan de voorwaarden die verbonden zijn aan de aanwezigheidsvergunningen voor speelautomaten en de terzake geldende wettelijke voorschriften;

16.deze vergunning is in het pand aanwezig.

Artikel 3 Nadere regels aanwezigheidsvergunningen

Aan de aanwezigheidsvergunningen voor speelautomaten in speelautomatenhallen wordende volgende nadere regels verbonden (voorschriften en beperkingen als bedoeld in artikel 30d van de Wet op de Kansspelen);

1de vergunning geldt voor een tijdvak van 12 maanden;

2de vergunning geldt voor ten hoogste 44 speelautomaten, met ten hoogste 59spelersplaatsen. Dit aantal speelautomaten bestaat uit maximaal 40 “pré-Nijpels” kansspelautomaten (40 spelersplaatsen) en maximaal vier meerspelers (met in totaal niet meer dan 19 spelersplaatsen);

3.de vergunning geldt alleen voor de speelautoma(a)t(en) die eigendomzijn van personen die in het bezit zijn van een exploitatievergunning als bedoeld artikel 30h van de Wet op de kansspelen;

4.de bedrijfsleider en beheerder(s) beschikken over voldoende kennis eninzicht over het gebruik van speelautomaten en de daaraan verbonden risico’s van gokverslaving;

5de bedrijfsleider en/of beheerder(s) biedt de bezoekers van de hal actief actueel voorlichtingsmateriaal aan over de risico’s van gokverslaving. De kansspelautomaten zijn voorzien van waarschuwingsstickers tegen overmatig gokgedrag (“VAN” stickers);

6de bedrijfsleider en/of beheerder(s) van de hal wijst “overmatige” gokkers op de gevaren van overmatig gokken. Zonodig worden deze doorverwezen naar instellingen voor verslavingszorg (zoals de Brijder Stichting);

7alle aanwijzingen van of namens de politie en/of commandant van de brandweer, die in het belang van de openbare orde en/of veiligheid worden gegeven, moeten stipt en zonder uitstel worden opgevolgd;

8de vergunning is in het pand aanwezig.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.