Gemeentelijke regelgeving

Erfgoedverordening Gemeente Bergen 2012

Gemeente Bergen (NH) · geldt sinds 8 januari 2025

Aanhef

De raad van de gemeente Bergen;

gelezen het voorstel van het college van Bergen van 1 november 2011

gezien het advies van de Algemene raadscommissie van 24 november 2011

gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet, de artikelen 12, 15 en 38 van de Monumentenwet 1988 en de artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

b e s l u i t:

vast te stellen de

ERFGOEDVERORDENING GEMEENTE BERGEN 2012

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

Deze verordening verstaat onder:

a.gemeentelijk monument: een overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen:

1zaak, die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde;

2terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak bedoeld onder 1;

b.[vervallen]

c.[vervallen]

d.[vervallen]

e.[vervallen]

f.[vervallen]

g.[vervallen]

h.[vervallen]

i.archeologisch onderzoek: werkzaamheden met betrekking tot het bodemarchief die ten behoeve van de archeologische monumentenzorg door daartoe gecertificeerde instanties worden uitgevoerd;

j.gemeentelijke archeologische waardenkaart: topografische kaart van het gemeentelijke grondgebied of delen van het grondgebied, waarop archeologische monumenten en archeologische verwachtingsgebieden zijn aangegeven;

k.landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden: landelijke kaart met een schaal van 1:50.000, die op basis van geomorfologische gegevens, de kans weergeeft op de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen, waarbij onderscheid wordt gemaakt in hoge, middelhoge, lage en zeer lage trefkans;

l.provinciale Archeologische Monumentenkaart: topografische kaart van (delen van) het provinciale grondgebied, waarop archeologische monumenten en archeologische gebieden zijn aangegeven;

m.archeologisch verwachtingsgebied: gebied, aangegeven op de archeologische waardenkaart, waarvan is aangegeven dat in bepaalde mate archeologische vondsten of sporen te verwachten zijn;

n.hoge verwachtingswaarde: grote kans op archeologische vondsten of informatie;

o.middelhoge verwachtingswaarde: gemiddelde kans op archeologische vondsten of informatie;

p.lage verwachtingswaarde: kleine kans op archeologische vondsten of informatie;

q.plan van aanpak: plan dat weergeeft hoe een archeologische uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen denkt te gaan beantwoorden;

r.programma van eisen: programma dat door het college wordt vastgesteld en waarmee kaders worden gesteld voor het ontwerp en de uitvoering van archeologisch onderzoek.

s.gemeentelijke beleidsadvieskaart: kaart behorende bij de archeologische paragraaf van het bestemmingsplan.

t.bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

u.het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen

v.vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

w.Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Hoofdstuk 2. Aanwijzing gemeentelijke monumenten

Artikel 2. Het gebruik van het monument

[vervallen]

Artikel 3. De aanwijzing tot gemeentelijk monument

[vervallen]

Artikel 4. Voorbescherming

[vervallen]

Artikel 5. Termijnen advies en aanwijzingsbesluit

[vervallen]

Artikel 6. Mededeling aanwijzingsbesluit

[vervallen]

Artikel 7. Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst

[vervallen]

Artikel 8. Wijzigen van de aanwijzing

[vervallen]

Artikel 9. Intrekken van de aanwijzing

[vervallen]

Hoofdstuk 3. Instandhouding van gemeentelijke monumentale zaken

Artikel 10. Instandhoudingbepaling

[vervallen]

Artikel 11. De schriftelijke aanvraag

Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2. Besluit omgevingsrecht voor een vergunning als bedoeld in artikel 10 en de daarbij te overleggen gegevens en bescheiden worden in tweevoud ingediend.

Artikel 12. Termijnen advies

1Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een gemeentelijk monument aan de adviescommissie omgevingskwaliteit gemeente Bergen voor advies.

Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een provinciaal monument aan de adviescommissie omgevingskwaliteit gemeente Bergen én Gedeputeerde Staten voor advies.

2Gedeputeerde Staten adviseert in het geval van een provinciaal monument binnen zeven weken na ontvangst van de aanvraag om advies.

Artikel 13. Weigeringsgronden

De vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing houdt het bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument.

Artikel 14. Intrekken van de vergunning

De vergunning kan door het bevoegd gezag geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken indien:

a.blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;

b.de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen.

Hoofdstuk 4. BESCHERMDE monumenten

Artikel 15. Vergunning voor beschermd monument

[vervallen]

Hoofdstuk 5. Instandhouding van archeologische terreinen

Artikel 16. Instandhoudingbepaling

1Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in artikel 1, onder a, sub 2 of een archeologisch verwachtingsgebied, bedoeld in artikel 1, onder m, de bodem te verstoren.

2Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien;

a.het een verstoring betreft van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de provinciale Archeologische Monumentenkaart of de gemeentelijke Kaart van Archeologische Waarden, en waarbij die verstoring plaatsvindt:

· in een gebied met lage archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 2500 m2, én de verstoring dieper is dan 40 cm of;

· in een gebied met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 500 m2, én de verstoring dieper is dan 40 cm of;

· in een gebied met hoge archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 50 m2 én de verstoring dieper is dan 35 cm of;

· in een gebied met een zeer hoge archeologische verwachtingswaarde bij elke verstoring.

b.in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg.

c.sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg.

d.het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op gemeentelijke archeologische waardenkaart of de gemeentelijke beleidsadvieskaart, dan wel bij het ontbreken daarvan,de provinciale Archeologische Monumentenkaart of de landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden;

e.een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat:

· het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of

· de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of

· in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.

Artikel 17. Opgravingen en begeleiding

1Indien binnen het grondgebied van de gemeente Bergen onderzoek door gecertificeerd bureau wordt uitgevoerd in het kader van het doen van opgravingen in de zin van artikel 1 sub h Monumentenwet 1988, dient, onverminderd de overige bepalingen van deze wet:

a.het college een programma van eisen vast te stellen als bedoeld in artikel 1 onder r, waarbij nadere regels worden gesteld ten aanzien van het onderzoek.

b.de verstoorder, voorafgaande aan het onderzoek, een plan van aanpak als bedoeld in artikel 1 onder q van deze verordening ter goedkeuring aan het bevoegd gezag te overleggen,.

2In de nadere regels neemt het college bepalingen op met betrekking tot het toezicht op de feitelijke uitvoering van het plan van aanpak. Tijdens het onderzoek dienen aanwijzingen van het college in acht te worden genomen.

3Om te kunnen beoordelen of het plan van aanpak aan het programma van eisen en eventuele nadere regels voldoet, vraagt het bevoegd gezag advies aan een deskundige, zoals omschreven in de Wet op de Archeologische monumentenzorg.

Artikel 18. Procedure

De bepalingen uit artikel 11, 12, 13 en 14 zijn van overeenkomstige toepassing op de bepalingen uit artikel 16, tweede lid, onder e, en artikel 17, eerste lid, onder b.

Hoofdstuk 6 Overige bepalingen

Artikel 19. Tegemoetkoming in schade

Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen tegemoetkoming toe, indien de schade in relatie staat tot:

a.[vervallen]

b.[vervallen]

c.[vervallen]

d.de door het college nader te stellen regels als bedoeld in artikel 16, tweede lid, onder d;

e.een aanwijzing als bedoeld in artikel 17, tweede lid, tweede volzin.

Artikel 20. Strafbepaling

Degene, die handelt in strijd met het derde lid van artikel 10 en artikel 16 met uitzondering van het bepaalde in het tweede lid, onder e, van deze verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden.

Artikel 21. Toezichthouders

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast, naast de in artikel 141 van het wetboek van strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door het college met zorg voor de naleving van deze verordening zijn belast, ieder voor zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 22. Intrekken oude regeling

De Verordening Monumentenverordening gemeente Bergen 2006, vastgesteld bij besluit 31 oktober 2006, wordt ingetrokken bij de inwerkingtreding van deze verordening.

Artikel 23. Overgangsrecht

1De op grond van de onder artikel 22 ingetrokken Monumentenverordening gemeente Bergen 2006 aangewezen en geregistreerde gemeentelijke monumenten, worden geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.

2Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in artikel 22 ingetrokken verordening.

Artikel 24. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking 1 januari 2012

Artikel 25. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als Erfgoedverordening 2012 Gemeente Bergen.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.