3 NOTA PARKEERNORMEN IN DE PRAKTIJK
3.2 Stappenplan
3.2.1 Bepalen normatieve parkeerbehoefte
Wanneer de gegevens (functies) van een bouwontwikkeling bekend zijn, wordt de bijbehorende norm bepaald. Deze wordt vermenigvuldigd met het te realiseren programma, het aantal m2 bruto vloeroppervlakte of met andere eenheden zoals het aantal zitplaatsen. Bij een gecombineerde ontwikkeling wordt de berekening voor iedere functie apart uitgevoerd. De uitkomsten van iedere berekening worden vervolgens bij elkaar opgeteld; deze optelling vormt de normatieve parkeerbehoefte.
3.2.2 Verrekening oude functie
Bij functiewijziging wordt rekening gehouden met de normatieve parkeerbehoefte van de oorspronkelijke situatie. Het uitgangspunt hierbij is dat de parkeerbehoefte van het laatste legale gebruik van de oorspronkelijke situatie – voor zover die parkeerbehoefte werd gefaciliteerd in het totale aantal openbare parkeerplaatsen – in mindering wordt gebracht bij de te berekenen parkeerbehoefte voor de nieuwe situatie. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheidspercentages die voor de oorspronkelijke functie golden.
Als een bestaande voorziening meer dan vijf jaar ongebruikt of 'tijdelijk' gebruikt is gebleven, wordt de parkeerbehoefte van de bestaande situatie geacht nihil te zijn. De ooit beschikbare parkeerruimte is mogelijk door andere parkeerders in gebruik genomen waardoor de parkeerplaatsen niet meer beschikbaar zijn voor de nieuwe functie. Tijdelijk gebruik ter voorkoming van leegstand wordt buiten beschouwing gelaten bij de beoordeling van het laatste legale gebruik. Het is ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders of er sprake is geweest van tijdelijk gebruik.
Bijvoorbeeld, een nieuwe ontwikkeling met een parkeervraag van 30 parkeerplaatsen vestigt zich op de locatie waar voorheen een functie zat met een parkeervraag van 20 openbare parkeerplaatsen. Indien de functie met een parkeervraag van 20 openbare parkeerplaatsen vijf jaar of korter geleden is komen te vervallen, mag deze parkeerruimte worden gebruikt voor de nieuwe functie. Er dienen dan nog 10 parkeerplaatsen gerealiseerd te worden. Indien de functie met een parkeervraag van 20 openbare parkeerplaatsen langer dan vijf jaar geleden is komen te vervallen, dient de totale parkeervraag van de nieuwe functie gerealiseerd te worden (30 parkeerplaatsen) of dient met een parkeeronderzoek te worden aangetoond of de 20 openbare parkeerplaatsen op maatgevende momenten beschikbaar zijn.
3.2.3 Toets dubbelgebruik
De parkeernorm geeft aan wat de parkeerbehoefte van een functie is. Wanneer binnen een gebied meerdere functies aanwezig zijn of worden gebouwd, vallen de pieken in parkeerbehoefte van die functies niet altijd op hetzelfde moment. Bij woningen is de parkeerbehoefte bijvoorbeeld op werkdagen in de avond en nacht maximaal. Bij een supermarkt of kantoor zal deze behoefte vooral overdag optreden. Het moment waarop alle gecombineerde functies tezamen een maximale parkeerbehoefte genereren wordt de maatgevende parkeerbehoefte genoemd. De maatgevende parkeerbehoefte wordt bepaald aan de hand van de aanwezigheidspercentages.
3.2.4 Specifieke omstandigheden
Er kunnen specifieke omstandigheden zijn die van invloed zijn op het bepalen van de normatieve parkeerbehoefte. Deze omstandigheden dienen dan beschreven te worden in het parkeerplan. Hieronder staan voorbeelden van specifieke omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de parkeerbehoefte.
a.Vrijstelling parkeereis
Wanneer bij verbouwplannen het verschil tussen parkeerbehoefte van de oude functie en de nieuwe functie voor de totale ontwikkeling kleiner is dan 1,5 parkeerplaats verleent de gemeente vrijstelling van de parkeereis. Dit geldt bijvoorbeeld bij een beperkte uitbreiding van het vloeroppervlak van een supermarkt. Deze vrijstelling geldt niet voor ontwikkelingen met de functie ‘wonen’.
b.Korting op parkeernorm bij alternatieve mobiliteitsoplossingen
Het college van burgemeester en wethouders kan besluiten om in bijzondere gebieden of situaties korting te verlenen op de totale parkeervraag. Zo kan het college van B&W vanwege andere belangen, beleid of plannen binnen het centrumgebied van Nieuw Bergen (zie Bijlage 2) korting verlenen op de totale parkeervraag. De initiatiefnemer kan een aanvraag indienen bij het college van B&W voor korting op de totale parkeervraag met het aanbieden van een alternatieve mobiliteitsoplossing. De korting die gegeven wordt is maximaal 10%. De hoogte van de korting wordt door de gemeente bepaald en is afhankelijk van de onderbouwing van de initiatiefnemer.
De initiatiefnemer moet deze bijstelling onderbouwen ofwel door aannemelijk te maken dat het gebruik van de functie een afwijkende parkeervraag genereert, ofwel door een alternatieve mobiliteitsdienst aan te bieden. Mogelijkheden voor een alternatieve mobiliteitsdienst zijn het beschikbaar stellen van deelauto’s of andere deelconcepten. Het is aan de ontwikkelaar om de vaste kosten bij het opzetten van een alternatieve mobiliteitsdienst te dragen en verantwoording tot de uitvoer en continuïteit te waarborgen. De basis voor afwijking als gevolg van bijzondere omstandigheden wordt gevormd door een bereikbaarheidsplan dat onderdeel uitmaakt van de ruimtelijke onderbouwing. Indien de alternatieve mobiliteitsdienst niet werkt, dient rekening gehouden te worden met een uitgewerkt alternatief waarop men kan terugvallen. Afspraken en contracten met de aanbieder van de alternatieve mobiliteitsdienst dient aan de gemeente te worden overlegd, als onderdeel van het bereikbaarheidsplan.
3.2.5 Parkeerbehoefte = Parkeereis
Nadat de parkeereis is vastgesteld komt vervolgens de vraag of de parkeereis geheel, gedeeltelijk of niet op eigen terrein gerealiseerd kan worden. Idealiter wordt de parkeereis op eigen terrein gerealiseerd, maar wanneer dit niet mogelijk is, zijn er alternatieven voorhanden. Het afkopen van de parkeereis door een bijdrage te doen aan een zogenaamd parkeerfonds of mobiliteitsfonds is in de gemeente Bergen (L.) niet mogelijk.
a.Parkeren eigen terrein
Een ontwikkeling moet in de basis voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Soms is deze eis niet haalbaar. Voor ontwikkelingen met een resterende parkeereis groter of gelijk aan drie parkeerplaatsen moet een ontwikkelaar onderbouwd aangeven waarom deze niet op eigen terrein gerealiseerd kunnen worden. Wanneer de aanvrager niet kan voorzien in voldoende parkeervoorzieningen op eigen terrein is het mogelijk om gebruik te maken van vervangende parkeervoorzieningen (zie volgende stappen). Bij het bepalen van de parkeercapaciteit op eigen terrein maakt de initiatiefnemer gebruik van de berekeningsmethode die is omschreven in Tabel 2.
b.Parkeren particulier/privaat terrein (meerjarige overeenkomst bij huren)
Om te voldoen aan de resterende parkeereis kan een initiatiefnemer gebruik maken van een vervangende particuliere/private parkeervoorziening. De vervangende parkeerruimte dient te liggen binnen de geldende loopafstand van de functie en over voldoende parkeerplaatsen te beschikken op maatgevende momenten. De initiatiefnemer maakt de bezoekers attent op de parkeerplaatsen. De initiatiefnemer beschikt over een parkeerovereenkomst tussen initiatiefnemer en de aanbieder van de particuliere/private parkeerruimte en overlegt deze bij de bouwaanvraag. De overeenkomst moet een blijvend karakter hebben (minimaal tien jaar). De maximale loopafstand voor verschillende functies is weergegeven in Bijlage 3.
c.Gebruik openbare parkeerplaatsen
De vervangende parkeerruimte kan ook een parkeerruimte in het openbaar gebied zijn. Indien er voldoende parkeerruimte op straat is, ook na realisatie van het initiatief, kan de gemeente vrijstelling verlenen van het (geheel) realiseren van de parkeereis op eigen terrein. De bewijslast ligt hierbij bij de initiatiefnemer.
Deze dient middels parkeertellingen, uitgevoerd door een onafhankelijk onderzoeksbureau (ISO 9001 gecertificeerd), aan te tonen dat de parkeerdruk, in het op een acceptabele loopafstand gelegen gebied (Bijlage 3), op de drukste momenten onder de 85% is en ook na realisatie van het initiatief op de drukste momenten onder de 85% blijft. De betreffende meetmomenten en perioden worden bepaald/goedgekeurd door de gemeente.
Afrondingsregel
Om een parkeerplan op te stellen worden verschillenden berekeningen uitgevoerd. Bij de vaststelling van de normatieve parkeerbehoefte en de parkeerbehoefte naar toepassing van de aanwezigheidspercentages wordt wiskundig afgerond. Dit betekent dat kleiner of gelijk aan 0,49 naar beneden wordt afgerond en groter of gelijk aan 0,50 naar boven.
B1 PARKEERNORMEN GEMEENTE BERGEN (L.)
Gezondheid en (sociale) voorzieningen
eenheid
centrum
Nieuw Bergen
rest bebouwde kom
buiten bebouwde kom
apotheek
per apotheek
2,5
3,4
3,4
begraafplaats
per plechtigheid
31,6
31,6
31,6
consultatiebureau
per behandelkamer
1,5
2,2
2,2
consultatiebureau voor ouderen
per behandelkamer
1,3
2,0
2,2
uitvaartcentrum
per plechtigheid
30,1
30,1
30,1
fysiotherapiepraktijk (-centrum)
per behandelkamer
1,4
2,0
2,0
gezondheidscentrum
per behandelkamer
1,8
2,5
2,5
huisartsenpraktijk (-centrum)
per behandelkamer
2,3
3,3
3,3
penitentiaire inrichting
per 10 cellen
1,7
3,3
3,7
religiegebouw
per zitplaats
0,2
0,2
0,2
tandartsenpraktijk (-centrum)
per behandelkamer
1,8
2,6
2,7
verpleeg- en verzorgingstehuis
per wooneenheid
0,6
0,6
0,6
Horeca en (verblijfs)recreatie
eenheid
centrum
Nieuw Bergen
rest bebouwde kom
buiten bebouwde kom
hotel
per 10 kamers
5,5
11,0
12,6
bungalowpark
per bungalow
1,7
1,7
2,1
café, bar, cafetaria
per 100 m2 bvo
6,0
7,0
n.v.t.
camping/kampeerterrein
per standplaats
1,2
1,2
1,2
discotheek
per 100 m2 bvo
6,9
20,8
20,8
evenementenhal/beursgebouw/ congresgebouw
per 100 m2 bvo
5,5
8,5
8,5
restaurant
per 100 m2 bvo
11,0
15,0
15,0
Onderwijs
eenheid
centrum
Nieuw Bergen
rest bebouwde kom
buiten bebouwde kom
avondonderwijs
per 10 studenten
4,6
6,9
10,5
basisschool
per leslokaal
0,8
0,8
0,8
kinderdagverblijf (crèche)
per 100 m2 bvo
1,0
1,4
1,5
middelbare school
per 100 leerlingen
3,7
4,9
4,9
ROC
per 100 leerlingen
4,8
5,9
5,9
Sport, cultuur en ontspanning
eenheid
centrum
Nieuw Bergen
rest bebouwde kom
buiten bebouwde kom
attractie- en pretpark
per ha netto terrein
n.v.t.
8,0
8,0
bibliotheek
per 100 m2 bvo
0,5
1,2
1,4
biljart-/snookercentrum
per speeltafel
0,9
1,4
1,8
bioscoop
per 100 m2 bvo
3,2
11,2
13,7
bowlingcentrum
per bowlingbaan
1,6
2,8
2,8
casino
per 100 m2 bvo
5,7
6,5
8,0
dansstudio
per 100 m2 bvo
1,6
5,5
7,4
dierenpark
per ha netto terrein
8,0
8,0
8,0
filmtheater/filmhuis
per 100 m2 bvo
2,6
7,9
9,9
fitnesscentrum
per 100 m2 bvo
1,7
6,3
7,4
fitnesstudio/sportschool
per 100 m2 bvo
1,4
4,8
6,5
golfbaan (18 holes)
per 18 holes/60 ha
96,0
96,0
118,3
golfoefencentrum
per 6 ha
51,1
51,1
56,2
indoorspeeltuin (kinderspeelhal)
per 100 m2 bvo
3,1
4,7
5,1
jachthaven
per ligplaats
0,6
0,6
0,6
manege/paardenhouderij
per box
0,4
0,4
0,4
museum
per 100 m2 bvo
0,6
1,1
n.v.t.
sauna/hammam
per 100 m2 bvo
2,5
6,7
7,3
sporthal
per 100 m2 bvo
1,6
2,9
3,5
sportveld
per ha netto terrein
20,0
20,0
20,0
sportzaal
per 100 m2 bvo
1,2
2,9
3,6
squashhal
per 100 m2 bvo
1,6
2,7
3,2
tennishal
per 100 m2 bvo
0,3
0,5
0,5
theater/schouwburg
per 100 m2 bvo
7,4
9,8
12,0
volkstuin
per 10 tuinen
1,4
1,4
1,5
wellnesscentrum (thermen, kuurcentrum, beautycentrum)
per 100 m2 bvo
9,3
9,3
10,3
zwembad openlucht
per 100 m2 bvo
12,9
12,9
15,8
zwembad overdekt
per 100 m2 bvo
11,5
11,5
13,3
Werken
eenheid
centrum
Nieuw Bergen
rest bebouwde kom
buiten bebouwde kom
bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief
per 100 m2 bvo
0,7
1,1
1,1
bedrijf arbeidsintensief/ bezoekersextensief
per 100 m2 bvo
1,6
2,4
2,4
bedrijfsverzamelgebouw
per 100 m2 bvo
1,4
2
2
kantoor (met baliefunctie)
per 100 m2 bvo
2,5
3,6
3,6
kantoor (zonder baliefunctie)
per 100 m2 bvo
1,9
2,6
2,6
Winkel en boodschappen
eenheid
centrum
Nieuw Bergen
rest bebouwde kom
buiten bebouwde kom
bouwmarkt
per 100 m2 bvo
n.v.t.
2,4
2,5
bruin- en witgoedzaken
per 100 m2 bvo
4,1
8,2
9,1
buurt- en dorpscentrum
per 100 m2 bvo
3,4
4,1
4,1
buurtsupermarkt
per 100 m2 bvo
2,4
4,3
4,3
full service supermarkt
per 100 m2 bvo
4,0
6,2
6,2
groothandel specialist
per 100 m2 bvo
7,1
7,1
7,1
kringloopwinkel
per 100 m2 bvo
2,0
2,0
2,3
meubelboulevard/woonboulevard
per 100 m2 bvo
2,5
2,5
2,5
outletcentrum
per 100 m2 bvo
10,4
10,4
10,4
tuincentrum
per 100 m2 bvo
2,7
2,7
2,9
weekmarkt
per 100 m2 bvo
0,2
0,2
0,2
wijkcentrum (klein)
per 100 m2 bvo
5,0
5,0
5,0
wijkcentrum (gemiddeld)
per 100 m2 bvo
5,6
5,6
5,6
wijkcentrum (groot)
per 100 m2 bvo
6,2
6,2
6,2
winkelboulevard
per 100 m2 bvo
4,5
4,5
4,5
woonwarenhuis (zeer groot)
per 100 m2 bvo
5,2
5,2
5,2
woonwarenhuis/woonwinkel
per 100 m2 bvo
1,3
2,0
2,0
Wonen*
eenheid
centrum
Nieuw Bergen
rest bebouwde kom
buiten bebouwde kom
Aanleunwoning, serviceflat
per woning
1,1
1,2
1,2
Koop, huis, vrijstaand
per woning
1,8
2,3
2,4
Koop, huis, twee-onder-een-kap
per woning
1,7
2,2
2,2
Koop, huis, tussen/hoek
per woning
1,5
2,0
2,0
Koop, appartement, groot (>110 m2)
per woning
1,6
2,1
2,1
Koop, appartement, middel (60 tot 110 m2)
per woning
1,4
1,9
1,9
Koop, appartement, klein (<60 m2)
per woning
1,3
1,6
1,6
Huur, huis, vrije sector
per woning
1,5
2,0
2,0
Huur, huis, sociale huur
per woning
1,3
1,6
1,6
Huur, appartement, groot (>110 m2)
per woning
1,4
1,9
1,9
Huur, appartement, middel/klein (<110 m2) [incl. sociale huur]
per woning
1,1
1,4
1,4
kamerverhuur (niet zelfstandig)
per kamer
0,3
0,3
0,3
kamerverhuur (zelfstandig, niet-studenten)
per kamer
0,6
0,7
0,7
Kleine eenpersoonswoning (tiny house, meestal grondgebonden)
per woning
0,6
0,7
0,7
* Inclusief bezoekers parkeren 0,3 parkeerplaats per woning en 0,2 parkeerplaats per kamerverhuur
In bovenstaande tabellen staat een veelheid aan afzonderlijke functies opgenomen. Het kan ook voorkomen dat meerdere functies zijn verenigd in één gebouw. In dat geval dient van iedere functie afzonderlijk het aantal benodigde parkeerplaatsen te worden berekend en wordt aan de hand van de in deze Nota benoemde aanwezigheidspercentages het dubbelgebruik bepaald. Zo ontstaat een totale parkeervraag voor alle gecombineerde functies. Indien de desbetreffende functie niet (volledig) overeenkomt met één van bovenstaande categorieën, wordt in overleg met de gemeente maatwerk toegepast.
B3 LOOPAFSTANDEN PER TYPE FUNCTIE
De loopafstanden per type functie binnen de gemeente Bergen (L.) zijn gebaseerd op de maximale loopafstanden uit CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren, Van parkeerkencijfers naar parkeernormen’ (december 2018). Op basis van specifieke omstandigheden in de gemeente Bergen (L.) is gekozen om aan te sluiten bij de ondergrens binnen de bandbreedte die CROW geeft.
Hoofdfunctie
Maximale loopafstand (m)
Wonen
100
Winkelen
200
Werken
200
Ontspanning
100
Gezondheidszorg
100
Onderwijs
100