4. Huisvestingsscenario’s in het IHP
4.2 Levensduurverlengende renovatie
2A: levensduurverlengende renovatie met scope 40 jaar
Deze ingreep wordt gezien als een volwaardig alternatief voor nieuwbouw, waarbij het bestaande gebouw ingrijpend wordt verbeterd om de levensduur met minimaal 40 jaar te verlengen. Het gebouw wordt duurzamer (ambitie (B)ENG), onderhoudsvriendelijker, functioneler en voldoet aan de eisen van Frisse Scholen klasse B voor het binnenklimaat.
Bij levensduurverlengende renovatie wordt gekeken naar:
▪ Functionele staat: verbeteren van de functionaliteit (flexibiliteit, multifunctionaliteit en aansluiten onderwijs- en kinderopvangconcept).
▪ Technische staat: levensduurverlenging door investering in bouwkundige en installatietechnische ingrepen.
▪ Ruimtelijke staat.
▪ Verduurzaming van het gebouw.
Voor de maatregel levensduurverlengende renovatie 2A (scope 40 jaar) zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
▪ Een haalbaarheidsonderzoek toont of nieuwbouw een beter alternatief is dan levensduurverlengende renovatie, wanneer daar geen direct uitsluitsel over wordt gegeven op basis van bepaalde context.
▪ De gemeente en het schoolbestuur stellen gezamenlijk het haalbaarheidsonderzoek op om te voorkomen dat er eenzijdige sturing plaatsvindt.
▪ De bijdrage vanuit de gemeente en aanvullende bijdrage vanuit het schoolbestuur is vergelijkbaar met de voorwaarden voor nieuwbouw.
▪ Voor levensduurverlengende renovatie en (vervangende) nieuwbouw wordt één investeringsbedrag gehanteerd, omdat levensduurverlengende renovatie (40 jaar) vanuit de gestelde ambities als volwaardig alternatief geldt en de kosten vrijwel gelijk zijn.
▪ In het afwegingskader binnen het haalbaarheidsonderzoek dienen de volgende afwegingen ten grondslag te liggen aan de motivatie om te kiezen voor levensduurverlengende renovatie in plaats van nieuwbouw:
-Het gebouw heeft een goede uitstraling, ligging en/of functionaliteit, en/of;
-Het gebouw heeft verschillende bouwdelen, en/of;
-Het gebouw heeft nog een hoge boekwaarde, en/of;
-De exploitatie vormt geen probleem, en/of;
-Levensduurverlengende renovatie vormt een duurzamer alternatief dan nieuwbouw, circulaire maatregelen en CO2 uitstoot worden hierin meegenomen, en/of;
-Er ruimte is in het gebouw of op het terrein om het gewenste aanbod te realiseren, en/of;
-Het gebouw dusdanig flexibel is dat er multifunctioneel gebruik van ruimten kan worden gemaakt en aanpassingen/uitbreidingen in de toekomst mogelijk zijn (indien gewenst);
-Wel of geen inzet van tijdelijke huisvesting benodigd is. Hierbij is leidend dat kinderen rust nodig hebben om tot goede ontwikkelprestaties te komen.
▪ Er wordt een klimaatscan uitgevoerd om te beoordelen welke klimaat adaptieve maatregelen er mogelijk zijn.
▪ De omschreven ambities voor flexibiliteit, inclusie en circulariteit dienen bij levensduurverlengende renovatieprojecten zoveel mogelijk te worden geïntegreerd passend binnen het beschikbaar gestelde budget (daarbij past ook transparantie door inzicht te geven in MJOP’s).
In het proces om te komen tot een afweging voor levensduurverlengende renovatie zijn nog vijf voorwaarden van toepassing:
▪ Indien er aanleiding is om de bouwkundige en installatietechnische maatregelen ter discussie te stellen, kan een gebrekenrapportage inclusief maatregelen opgesteld worden ter onderbouwing.
▪ Er kunnen argumenten zijn om een bestaand gebouw toch te handhaven in plaats van (vervangende) nieuwbouw. Dit dient uitgebreid beargumenteerd te worden in een haalbaarheidsonderzoek en betrokken organisaties komen gezamenlijk tot een besluit. Daarna is het een maatregel die conform de genoemde maatregelen voor bekostiging in aanmerking komt.
▪ Aandachtspunt voor in- of uitbreiden met behoud van onderwijs- en kinderopvangconcept.
▪ Aandacht voor de locatie (in de wijk/kern en leerlingenprognoses).
▪ Aandacht voor de klimaateffecten.
2B: levensduurverlengende renovatie met scope 20 jaar
In uitzonderlijke gevallen kan er sprake zijn van een aangepaste levensduurverlengende renovatie variant. Voor scholen waarvan het toekomstperspectief onzeker is (vanwege leerlingenaantal, ruimtelijke ontwikkeling, et cetera), maar het gebouw vanuit kwalitatief oogpunt om een ingreep vraagt, kan een levensduurverlenging van 20 jaar passend zijn.
Voor de maatregel levensduurverlengende renovatie 2B (scope 20 jaar) zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
▪ Bij een aangepaste variant wordt het gebouw verduurzaamd, het binnenklimaat verbeterd en worden beperkte ingrepen gedaan om de onderwijskundige kwaliteit te verbeteren.
▪ De gemeente en het schoolbestuur voelen zich gezamenlijk verantwoordelijk voor het bekostigen van de levensduurverlengende ingrepen.
▪ Het budget wordt bepaald op basis van de benodigde ruimtebehoefte van de school en kinderopvang, niet op de capaciteit van het gebouw en bedraagt maximaal 50% van het nieuwbouwbudget.
▪ Uitgangspunt is dat de ingrepen die met deze vergoeding te bekostigen zijn ervoor zorgen dat de levensduur van het totale pand met minimaal 20 jaar wordt verlengd.
▪ De schoolbesturen blijven verantwoordelijk voor de bekostiging van de onderhoudswerkzaamheden zoals opgenomen in het MJOP. Op het moment dat helder is dat er een ingreep komt, wordt getracht de onderhoudswerkzaamheden zoveel mogelijk te clusteren in combinatie met de ingreep.
▪ De haalbaarheid van de ambities op het gebied van flexibiliteit, inclusie en circulariteit worden onderzocht, maar zijn geen doel op zich. Binnen de mogelijkheid van het beschikbare budget wordt hier invulling aan gegeven.
Bijlage 1. Visie onderwijs en huisvesting Maasduinen
Inleiding
Het visiedocument is tot stand gekomen samen met de drie gemeentes (Bergen, Gennep en Mook en Middelaar) en de schoolbesturen ((Stichtingen Lijn 83, Punt Speciaal, OMO, VO Campus en Invitare) vanuit de gezamenlijke overtuiging dat je als partners samen de verantwoordelijkheid hebt om duurzame (en multifunctionele) gebouwen nieuw te bouwen of te renoveren vanuit een visie die past bij de context en toekomst.
Samen anders
We kunnen deze gezamenlijke onderwijsvisie niet los zien van het jeugdbeleid van de verschillende gemeentes omdat ze beide streven naar de ontwikkeling en het welzijn van kinderen en jongeren. Het jeugdbeleid richt zich op gunstige omstandigheden en ondersteuning, terwijl onderwijs kennis en vaardigheden biedt. Het bevorderen van een samenhangende aanpak leidt tot optimale kansen van kinderen en jongeren. Onderwijs vindt al lang niet meer uitsluitend plaats binnen de vertrouwde schoolmuren- en tijden. Door de school als leefomgeving te beschouwen wordt de omgeving vanzelfsprekend ook deel van het leren en (buiten)spelen. Als de directe omgeving een rol speelt in het leren en ontwikkelen, worden leerlingen meer uitgedaagd, gestimuleerd tot ontwikkeling en bewegen en groeien zij kansrijk op (van curatief naar preventief) zoals in het jeugdbeleid opgenomen. Daarnaast wordt betrokkenheid met de buurt, de jeugd, de kernpartners, het bedrijfsleven en de maatschappij, vergroot. Samenwerking en anders organiseren is het sleutelwoord, veiligheid en toegankelijkheid zijn hierbij kernbegrippen voor multifunctioneel gebruik van (onderwijs) huisvesting (voorzieningen) in de buurt door scholen en voor andere maatschappelijke (gezamenlijke) doeleinden. Goede voorzieningen en juist gebruik daarvan kunnen bijdragen aan het vergroten van de wisselwerking tussen school en haar partners. Dit geldt ook voor voorzieningen voor het bewegingsonderwijs (gymzalen, openbare ruimte). Het is zaak om bij nieuwe huisvesting te zorgen dat deze nabij en toegankelijk zijn. Het is van essentieel belang dat we met elkaar zorg blijven dragen voor kwalitatief goed basisonderwijs in alle dorpen- en SBO/ SO/V(S)O onderwijs in onze regio (Maasduinen) en oog blijven houden voor regionale initiatieven zoals Rebound of Time out. De mogelijkheid voor kinderen om in hun directe gezonde leer en leefomgeving naar school te gaan op een passende plek zorgt ervoor dat het kind zich optimaal kan ontwikkelen op de manier die bij hem/haar past. Het aanbieden van een gevarieerd onderwijsaanbod, waarbij het lukt om samen anders te organiseren door bijv. een doorlopende leerlijn 0-18 jaar aan te bieden. Onderwijs nabij geeft ouder(s)/verzorger(s) en leerlingen de ruimte om op zoek te gaan naar een school die aansluit bij de leer- en ondersteuningsbehoeften van het kind. Elke vorm van basisonderwijs is voorzien van een groene en blauwe speelplaats waar de schoolbesturen samen met de gemeente verantwoording voor dragen. Voor de doorlopende leerlijn is het van belang om ook samen te werken met de MBO- en HBO scholen in de regio om de doorlopende leerlijn te versterken binnen het vo om de jeugd te behouden voor de arbeidsgelegenheid in de regio.
Nieuwe schoolgebouwen moeten naast duurzaam vooral ook toekomstgericht en flexibel zijn. Veranderende regionale en landelijke ontwikkelingen mogen geen belemmering zijn voor het onderwijs dat in de komende jaren gegeven gaat worden. Er moet ruimte zijn voor aanpassingen in schoolconcepten, wijze van organiseren en het wijzigen van doelgroepen.
Anders organiseren
Inclusief onderwijs, waarbij alle leerlingen, ongeacht hun individuele behoeften, deel kunnen nemen aan het reguliere onderwijs, is van groot belang in onze samenleving. Het biedt gelijke kansen, ruimte voor ontwikkeling in doorgaande leerlijnen, bevordert diversiteit en helpt bij het opbouwen van een inclusieve samenleving. In het huidige systeemdenken hebben we met elkaar schotten geplaatst tussen verschillende vormen van onderwijs (PO, SBO, SO, V(S)O). Om met elkaar het beste, kwalitatief hoogstaande, onderwijs te bieden voor al onze leerlingen is het van belang dat we steeds meer bewegen naar het vormgeven van meer fluïde vormen van onderwijs. Om deze noodzaak te vervullen is een zo breed mogelijke samenwerking met alle partners een voorwaarde. Te denken valt aan;
•Scholen en schoolbesturen onderling
•Gemeentes
•Centrum voor jeugd en gezin
•Jeugdhulpverlening en Jeugdzorg
•Kinderopvang
•Verenigingen
•Werkgevers
•Bedrijven en instellingen
•Etc.
Samenwerking tussen verschillende scholen van regulier PO/VO en/of speciaal onderwijs en maatschappelijke partners zou bij de ontwikkeling van nieuwe huisvesting meer standaard moeten zijn. We realiseren ons dat de demografische ontwikkeling hier zowel remmend als sturend in kunnen zijn. Het is steeds weer aan de schoolbesturen en de gemeenten om gezamenlijk te bekijken welke mogelijkheden er zijn. Hierbij moeten we lef tonen en mag wet- en regelgeving geen belemmerende factor zijn voor de mogelijkheden voor innovatie en experimenten. Wij handelen vanuit sterke overtuigingen en laten ons informeren door uitkomsten van de wetenschap (evidence informed). Bij het plannen en ontwerpen van nieuwe onderwijsgebouwen ontstaat dit vanuit visie waarin je de behoeften meeneemt van zowel reguliere als speciale scholen, om een inclusiever en toegankelijkere leeromgeving te creëren. Dit vraagt dus ook om ruimtes die we mogelijk niet altijd rekenen tot de reguliere invulling van onze huidige schoolgebouwen. Rekening houdend wanneer je een langgerekte gemeente (bijv. Bergen) dit iets anders vraagt van inclusiviteit dan een gecomprimeerde gemeente, kortom het is couleur lokaal hoever je kunt gaan in inclusiviteit.
Samenwerking is het sleutelwoord, om te komen tot multifunctioneel (onderwijs) huisvesting (voorzieningen) waar een ieder maximaal bijdraagt aan het ontwikkeling van kinderen. Hier volgen enkele belangrijke uitgangspunten waarop de samenwerking zou moeten plaatsvinden:
1Inclusieve infrastructuur: Het nieuwe onderwijsgebouw moet zo worden ontworpen dat het voldoet aan de fysieke behoeften van alle leerlingen (regionaal voorziening passend onderwijs), inclusief degenen met speciale behoeften. Het moet toegankelijk zijn voor rolstoelgebruikers, voorzieningen hebben zoals liften, brede gangen en aangepaste sanitaire voorzieningen. Kortom het gebouw moet ruimte bieden voor ondersteuning/begeleiding van leerlingen (denk aan zorginzet, verschoningsruimtes, time-out ruimtes) etc. Een schoolgebouw bevindt zich in het hart van de maatschappij en heeft een verbindende factor.
2Flexibele ruimtes: Het ontwerp van het gebouw moet ruimtes bieden die kunnen worden aangepast aan verschillende onderwijs- en ondersteuningsbehoeften maar ook beschikbaar gemaakt kunnen worden voor maatschappelijke doeleinden. Flexibele klaslokalen, gemeenschappelijke ruimtes en studieruimtes kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt door leerlingen van zowel regulier- als speciaal onderwijs zowel van basis- en voortgezet onderwijs, door zorg- en ondersteuningspartners of door lokale verenigingen waarbij ontmoeting en verbinding worden gestimuleerd.
3Gemeenschappelijke faciliteiten: Het is belangrijk om gemeenschappelijke faciliteiten te creëren waar leerlingen van verschillende scholen maar ook onze kernpartners, elkaar kunnen ontmoeten en samen activiteiten kunnen ondernemen. Denk hierbij aan een gezamenlijke bibliotheek, gymzaal, auditorium of buitenspeelruimte. Deze gedeelde ruimtes bevorderen de inclusiviteit en kunnen wederzijds begrip en respect tussen leerlingen laten groeien.
4Samenwerkingsruimtes voor docenten: Het ontwerp moet ook voorzien in specifieke ruimtes waar leraren kunnen samenwerken en expertise kunnen delen. Dit bevordert de professionele ontwikkeling en ondersteunt een inclusieve onderwijsbenadering Goede en prettige werkomgeving draagt bij aan behouden van leerkrachten/docenten in deze enorme krappe arbeidsmarkt.
Samenwerking tussen verschillende scholen van regulier- en speciaal onderwijs bij de ontwikkeling van nieuwe huisvesting is een belangrijke stap naar inclusief onderwijs. Uiteraard zal er altijd een specifieke doelgroep leerlingen zijn waarvoor een speciale zorg- en onderwijsomgeving noodzakelijk is, maar dat kan onder hetzelfde dak gerealiseerd worden.
Duurzame schoolgebouwen
Visie op duurzaam onderwijs voor Maasduinen:
Maasduinen streeft naar duurzame, gezonde en toekomstbestendige schoolgebouwen die een positieve bijdrage leveren aan het gezond leer- en leefklimaat van onze leerlingen. Onze visie op duurzaam onderwijs omvat de volgende speerpunten:
1Gezond leer- en leefklimaat: We streven naar duurzame schoolgebouwen die zorgen voor een goede luchtkwaliteit, natuurlijk licht en een comfortabel binnenklimaat. Dit draagt bij aan optimale concentratie, gezondheid en productiviteit van zowel leerlingen als docenten.
2Ecologische verantwoordelijkheid: Duurzame schoolgebouwen spelen een essentiële rol in het verminderen van de ecologische impact van onze scholen. We streven naar CO2-reductie, energiebesparing en een efficiënter gebruik van hulpbronnen om bij te dragen aan een groenere toekomst.
3Praktisch voorbeeld van duurzaamheid: Door te investeren in duurzame infrastructuur dienen scholen als praktisch voorbeeld voor onze leerlingen over het belang van duurzaamheid. We willen hen inspireren en motiveren om bewuste keuzes te maken en bij te dragen aan een duurzame samenleving.
4Gemeentelijke investering: Hoewel duurzame schoolgebouwen op de lange termijn kostenbesparend kunnen zijn, erkennen we dat extra investeringen vanuit de gemeente nodig zijn om deze infrastructuur samen te realiseren. De rol van de gemeentes is om ervoor te zorgen dat er toewijding is om te investeren in energiezuinige systemen, verbeterde isolatie, ventilatie en groene technologieën. De gemeentes en schoolbesturen (zijn partners) trekken samen op en waar nodig vragen zij samen subsidies aan of kijken zij samen naar andere financiële mogelijkheden. Daarnaast is het van belang om in het IHP op te nemen dat de gemeentes en schoolbesturen bij scholgebouwen die gerenoveerd moeten worden ‘hoe’ deze verduurzaamd kunnen worden.
5Waarborgen van kwaliteit en welzijn: We zien duurzame schoolgebouwen als een waardevolle investering in de toekomst van onze kinderen, ons milieu en de kwaliteit van ons onderwijs. Door te streven naar duurzaamheid waarborgen we een hoogwaardig onderwijsaanbod en het welzijn van onze leerlingen.
Met deze visie op duurzaam onderwijs streven we ernaar om Maasduinen een voorloper te maken op het gebied van duurzame schoolgebouwen en daarmee een positieve impact te hebben op zowel onze leerlingen als op het milieu. Hier zal de gemeente vanuit haar verantwoordelijk voor zorgdragen.
Tot slot dient het visiedocument als basis geïntegreerd te worden in het nog te ontwikkelen IHP Maasduinen. Er wordt terug gekeken op een prettig samenspel tussen de schoolbesturen en de drie gemeenten en is men optimistisch op de ingeslagen koers.
Bijlage 3. Schouw ’t Kendelke
Schouwrapportage
Basisschool ‘t Kendelke
1.Inleiding
De gemeente Bergen (L) heeft gevraagd het schoolgebouw van ‘t Kendelke te beoordelen. Het gebouw is door onze adviseurs bezocht voor het uitvoeren van een schouw. De bevindingen zijn verwerkt in de voorliggende rapportage. De schouwrapportage schetst een algemeen beeld van het soort gebouw en de technische staat waarin het gebouw verkeert.
De rapportage doet geen uitspraak over de potentie van het gebouw op het gebied van ruimtelijk functioneel gebruik en de mogelijkheid om verduurzamingsmaatregelen door te voeren.
1.1Projectgegevens
Locatienaam: Basisschool ‘t Kendelke
Beheerder: Lijn 83
Adres: 5853 EL Siebengewald
Type accommodatie: Schoolgebouw (PO)
Bouwjaar: 1951
Monumentale status: Nee
Totale opp. perceel: 3.205 m² (BAG)
Totale opp. gebouw 1.379 m² bvo (BAG)
Aantal bouwlagen: 2
Kenmerk: Vrijstaand
Datum opname : 10 april 2024
Type opname: Schouw
Bron vastgoedloep
1.2Beoordeling
Het gebouw is visueel beoordeeld op vijf hoofdonderdelen, waarvan het hoofdonderdeel “technische staat” is opgebouwd uit drie subonderdelen. Alle (sub)onderdelen zijn beoordeeld op vijf kenmerken of aspecten.
1Technische staat
a.Exterieur
b.Interieur
c.Installaties
2Functionaliteit
3Binnenklimaat
4Veiligheid
5Duurzaamheid
De beoordeling van alle kenmerken of aspecten vindt plaats op een zespuntschaal zoals in onderstaande tabel weergegeven. Wanneer het niet mogelijk is één of meer van de kenmerken/aspecten te schouwen, worden deze als onbekend verklaard en zullen daarom ook geen score krijgen.
1.3Bouwdelen
De school is door de jaren heen in verschillende fases gebouwd en heeft tussentijdse renovaties ondergaan. Deze gefaseerde bouw en renovaties hebben niet geleid tot grote variaties in de kwaliteit van het gebouw op verschillende punten. Daarom is ervoor gekozen om het gebouw als geheel te beoordelen. Zie onderstaande afbeelding voor de verschillende (ver)bouwperiode:
1.4Samenvatting van de schouw en overzicht beoordeling
De technische staat van het exterieur is matig. Er is plaatselijk sprake van mosgroei op de gevel (metselwerk). De dakbedekking loopt niet overal goed af en op sommige plaatsen is er spraken van blaasvorming. Op de meeste plaatsen zijn de kozijnen uitgevoerd in aluminium. Deze kozijnen zijn sterk verkleurd door de inwerking van de UV-straling. De kozijnen bij de dakuitbouw zijn uitgevoerd in hout. Het schilderwerk op deze kozijnen is zeer slecht en dient vervangen te worden om verdere schade aan de kozijnen te voorkomen.
De technische staat van het interieur is redelijk. De marmoleum vloeren in lokalen vertonen slijtage vanwege schuiven van meubilair. Op de vloer van de gymzaal is dit in iets ergere mate aanwezig. Op verschillende plaatsen in de gangen en lokalen zijn de platen in het systeemplafond kromgetrokken.
De technische staat van de installaties is matig. Dit wordt grotendeels bepaald door het inefficiënte ventilatiesysteem en de technische veroudering van de algemene elektrische installatie. Het binnenklimaat is onvoldoende regelbaar door het ontbreken van een algemene koelinstallatie in de mechanische ventilatie. De installaties zijn op basis van de gebruiksperiode nog niet aan het einde van hun technische levensduur. Een gedeelte van de cv-installatie is recentelijk vervangen. Echter zijn er ook cv-ketels aanwezig die meer dan 21 jaar oud zijn. De BMI en inbraakinstallatie zijn in 2018 vervangen en werken naar behoren.
Het geschouwde functioneert matig als schoolgebouw. Het gebouw is (matig) toegankelijk voor mindervaliden door het ontbreken van voorzieningen om bij de verhoogde delen in het gebouw te komen. Daarnaast voldoet de aanwezige MIVA niet aan de richtlijnen (spiegel, alarmering). De klaslokalen en de gangen zijn niet flexibel aanpasbaar door het ontbreken van schuif-/vouwwanden. De lokalen hebben een goede afmeting voor de gebruikers.
Het binnenklimaat wordt als redelijk beoordeeld. Dit wordt voornamelijk teweeggebracht door het niet goed kunnen ventileren van het gebouw en de temperatuurregeling van de diverse lokalen. Uit de enquête blijkt dat het onderwijzend personeel hier veel overlast van ervaart in de lokalen en kantoren. Ook ervaren ze overlast van (direct) zonlicht. Dit wordt veroorzaakt door zoninstraling en kan worden verminderd door de aanwezige zonwering. Het ventilatieniveau wordt als voldoende beschouwd en wordt gemeten in bijna elk lokaal met behulp van C02 meters.
De veiligheid in en om het gebouw wordt als redelijk beoordeeld. Er is een brandmeldinstallatie aanwezig, maar de vluchtroutes zijn niet overal vrij van obstakels. De scheidingsdeuren van het brandcompartiment voldoen aan de eisen van het vigerende bouwbesluit.
De veiligheid in en om het gebouw wordt als redelijk beoordeeld. Het volledige schoolplein is afgesloten met hekwerk en beperkte groenvoorziening. Het schoolgebouw beschikt over een brandmelder met volledige bewaking en doormelding. Het hang- en sluitwerk en inbraaksysteem voldoen aan weerstandsklasse 2. Rondom en aan het gebouw zijn verschillende niet actieve camera’s gemonteerd.
De duurzaamheid wordt beoordeeld als matig. De verlichting is vervangen door een energiezuinige variant en er is plaatselijk dubbelglas toegepast. Het gebouw heeft geen energielabel en is niet tot slecht geïsoleerd. De meeste winst is hierdoor te halen op de aspecten van de trias energetica (bv. een aangepaste installatie en toevoeging van (gebouw) isolatie).
De duurzaamheid wordt beoordeeld als matig. Het gebouw heeft geen energielabel maar in het verleden zijn wel isolerende maatregelen getroffen, zoals toepassen van dubbele beglazing en isolatie van de zoldervloer. Er zijn geen kenmerken gevonden dat de gevel is nageïsoleerd. Deze maatregelen dragen beperkt bij aan het isoleren en de duurzaamheid van het gebouw. De verlichting is niet voorzien van ledverlichting.
Beoordeling
De onderstaande scores zijn het gemiddelde van de in hoofdstuk 3 beoordeelde criteria, welke samen de gemiddelde eindscore van de geschouwde locatie vormen.
2.Beschrijving van het gebouw
Het gebouw bestaat uit een centraal ontvangst/entree gedeelte en meerdere zijingangen. Het gebouw bestaat voornamelijk uit één bouwlaag. In enkele ruimten zijn er verdiepingen gemaakt. Van oorsprong is het gebouw gebouwd als een gangstructuur waar later lokalen en nevenruimten aangebouwd zijn.
Aan de hand van de onderstaande elementen worden de gebouwkenmerken verder in kaart gebracht.
2.1Locatie, buitenruimte
Het gebouw is gelegen aan een doorgaande weg en is stedenbouwkundig vrijliggend. Het bij het gebouw behorende terrein is middels een laag hekwerk afgesloten. Het gebouw is vrijstaand gesitueerd op een kavel met ontsluiting aan twee zijdes. De hoofdentree wordt bereikt via het schoolplein en is niet bijzonder herkenbaar. Bij de school is geen Kiss and Ride aanwezig. Het schoolplein is voor het grootste deel verhard en is voorzien van enkele speeltoestellen.
2.2Type en functies
De school behoort oorspronkelijk tot de zogenaamde gangschool. Een gangschool bestaat uit een lange gang met toiletten en garderobes aan de noordzijde en een reeks leslokalen met grote ramen op het zonnige zuiden met links invallend daglicht. Een doelmatige maar ook kostbare opzet want het bevat relatief veel vierkante meters verkeersruimte.
De school heeft verschillende uitbreidingen gehad waarbij nieuwe lokalen en ruimten aan de noordzijde zijn bijgebouwd. Tijdens de uitbreiding zijn er verschillende functies aan het gebouw toegevoegd voor gymmen, ontmoeten, leren en opvang.
2.3Bouwmethode en draagstructuur
Er zijn enkele bouwkundige tekeningen ter inzage gegeven waaruit gedeeltelijk blijkt hoe de draagconstructie is gemaakt. Op basis van het geschouwde is het vermoeden dat de constructie is opgebouwd uit een betonvloer met dragende metselwerkwanden. De kapconstructie is uitgevoerd in hout. Bij een renovatie is in het oudste gedeelte mechanische ventilatie met WTW aangebracht en de zoldervloer is voorzien van isolatie.
Ook de latere aanbouwen zijn volgens hetzelfde principe gebouwd, echter in combinatie met een stalen draagconstructie voor het dak. In deze bouwfase zijn isolatiemaatregelen genomen zoals toen gebruikelijk was.
2.4Dak(afwerking)
Het dak van het geschouwde is voor het grootste gedeelte voorzien van een dakconstructie bestaande uit een houten dakbeschot afgewerkt met dakpannen. Het oude gedeelte van de kapconstructie is niet geïsoleerd. Bij de latere aanbouw is de dakconstructie voorzien van geïsoleerde dakplaten met de toen gebruikelijke isolatiewaarde.
Bij de latere aanbouw hebben enkele delen een plat dak. Deze zijn opgebouwd met een balklaag, houten platen en 60mm PU hardschuim en zijn afgewerkt met een baanvormige dakbedekking. Hierbij zijn op verschillende plaatsen lichtkoepels aanwezig.
2.5Gevel(bekleding)
De gesloten geveldelen van het geschouwde zijn uitgevoerd met een steenachtig buitenspouwblad. Op verschillende plaatsen is het metselwerk geschilderd. De kozijnen zijn uitgevoerd in hout en kunststof en zijn geheel voorzien van dubbelbeglazing. Aan de zonzijde zijn de kozijnen voorzien van zonwering.
2.6Binnenwanden
De binnenwanden van het geschouwde zijn voornamelijk uitgevoerd als dragende massieve metselwerkwanden. Een groot gedeelte van deze wanden zijn niet afgewerkt, behalve in de natte ruimten, hier zijn ze afgewerkt met tegelwerk.
2.7Vloeren
De vloeren van het geschouwde zijn opgebouwd uit een betonnen drager. De afwerking in de algemene ruimten (lokalen en gangen) bestaat uit linoleum. In de sanitaire ruimten is de vloer afgewerkt met tegelwerk.
2.8Werktuigbouwkundige installaties
Het geschouwde is voorzien van een centrale verwarmingsinstallatie met hoog temperatuursysteem. Opwekking in het oude gedeelte gebeurt door middel van meerdere in cascade opgestelde gasgestookte cv-ketels. In tegenstelling tot het oude gedeelte zijn de uitbreidingen voorzien van een eigen verwarmingssysteem, waarbij de opwekking gebeurt door meerde opgestelde gasgestookte cv-ketels. Deze zijn niet in cascade opgesteld. Afgifte gebeurt door middel van radiatoren. Er is geen koelinstallatie aanwezig.
In verschillende lokalen hangt een decentraal balansventilatiesysteem die is voorzien van een warmtewisselaar. Dit is alleen van toepassing in de lokalen van het oorspronkelijke schoolgebouw. Bij de latere uitbreiding wordt natuurlijke ventilatie toegepast door de te openen raamdelen en ventilatie openingen in het plafond. De ruimten van het kinderdagverblijf zijn recentelijk voorzien van een split-airco systeem voor de verkoeling in de zomer.
Overige kenmerken: warmwateropwekking door middel van een plaatselijke close-in keukenboiler/elektrische boilers.
2.9Elektrotechnische-installaties
Het geschouwde is voorzien van een algemene elektra-installatie, verlichtingsinstallatie (tl-) en een pv-installatie. De hoofdverdeelkast is nog voorzien van de oorspronkelijke stoppenkast. De verdeelkasten zijn reeds gemoderniseerd. De verlichting in de gangen en lokalen worden per ruimte geschakeld. In het gebouw is een brandmeld- en ontruimingsinstallatie aanwezig.
3.Bevindingen schouw
3.1Technische staat
De technische staat wordt beoordeeld op het exterieur (gevels, puien, hang- en sluitwerk en dak), interieur (vloeren, wanden, plafond en sanitair) en installaties (verwarming, koeling, ventilatie, elektrotechnisch en warm water).
3.1.1Exterieur
Specifiek gebrek of kenmerk:
-Bitumen dak, op verschillende plaatsen blaasvorming.
-Schilderwerk kozijnen bij dak zeer slecht.
Impressies
3.1.2Interieurafwerking
Specifiek gebrek of kenmerk:
Impressies
3.1.3Installaties
Specifiek gebrek of kenmerk:
-Gedeelte cv-ketel is vernieuwd overige bj 2003/2004.
Impressies
3.2Functionaliteit
De functionaliteit van het gebouw wordt op vijf aspecten beoordeeld: toegankelijkheid, flexibiliteit, sanitair, gymzaal en buitenruimte.
Specifiek gebrek of kenmerk:
Impressies
3.3Binnenklimaat
Tijdens de schouw is het binnenklimaat beoordeeld op de onderdelen: temperatuur, ventilatie, licht en akoestiek.
Specifiek gebrek of kenmerk:
Impressies
3.4Veiligheid
Bij veiligheid is er gelet op de sociale veiligheid en de brandveiligheid. Onder sociale veiligheid vallen de subonderdelen veiligheid in en rondom het gebouw, verkeersveiligheid en vandalisme. Bij brandveiligheid wordt er steekproefsgewijs gekeken naar de brandcompartimentering en vluchtroutes.
Specifiek gebrek of kenmerk:
-Aan en op het gebouw zitten verschillende niet werkende camera’s.
Impressies
3.5Duurzaamheid
Tijdens de schouw is bekeken welke voorzieningen in het gebouw aanwezig zijn ter beoordeling van een duurzaam gebouw. Daarbij is gelet op de isolatiewaarde, type verwarming/koeling, type verlichting en voorzieningen. Nieuwe of grootschalig gerenoveerde gebouwen scoren hoger dan oude oorspronkelijk uitgevoerde gebouwen.
Specifiek gebrek of kenmerk:
Label van het gebouw
In het nationaal georegister staat de schoollocatie niet geregistreerd met een energielabel. Ook hebben we geen stukken ontvangen waaruit blijkt dat het schoolgebouw beoordeeld is voor een energielabel. Voor de labeling van het gebouw is gekeken naar het bouwjaar en de eventuele uitgevoerde (energetisch verbeterde) renovaties.
Bron Nationaal Georegister
Nieuwbouw of verduurzamen
Basisschool ‘t Kendelke
1.Aanleiding
Het Integraal Huisvestingsplan (IHP) is opgesteld voor de gemeenten Bergen, Gennep en Mook en Middelaar. ICSadviseurs is samen met de schoolbesturen, de kinderopvangorganisatie en de gemeente het IHP aan het actualiseren. Als aanvulling op de actualisatie op het bovenstaande onderzoek is er door de gemeente gevraagd om voor het schoolgebouw van ’t Kendelke inzicht te krijgen in de toekomstbestendigheid van het gebouw.
2.Kaders
In 2050 moet de complete gebouwde omgeving energieneutraal zijn. Alle woningen, kantoren, scholen, ziekenhuizen, overheidsgebouwen. Voor de bestaande bouw is dat een immense opgave. Om dit te bereiken heeft het VNG-bestuur de ambitie uitgesproken om alle schoolgebouwen in 2050 energieneutraal, aardgasvrij en kwalitatief goed op orde te hebben.
Daarnaast is de ambitie uitgesproken dat een school zoveel mogelijk voldoet aan het Programma van Eisen Frisse Scholen (PvE-FS), klasse B. In dit PvE zijn prestatie-eisen vastgelegd over de navolgende onderwerpen:
▪ Energie
▪ Lucht
▪ Temperatuur
▪ Licht
▪ Geluid
Bij het PvE-FS wordt onderscheid gemaakt tussen renovatie en nieuwbouw. Voor nieuwbouw geldt dat een gebouw minimaal moet voldoen aan het Besluit Bouwwerken Leefomgeving en op onderdelen worden er zwaardere eisen gesteld. Voor bestaande bouw gelden er afwijkende regels. De belangrijkste onderdelen zijn in het onderstaande overzicht weergegeven:
▪ Energie
Energieprestatie gebouw:
Energie-efficiëntie verwarming:
labeling gebouw minimaal B
warmtedistributie heeft een rendement van 95%
▪ Lucht
Afstand vloer–plafond:
Luchtverversing:
minimaal 2,80 meter
CO2-waarde maximaal 950 ppm en ventilatiedebiet in minimaal 8,5 dm3/s per persoon
▪ Temperatuur
Temperatuur:
Ventilatiekoeling:
de operatieve temperatuur ligt in het stookseizoen tussen 19-24˚C
leslokalen hebben minimaal vier ramen die tegelijkertijd met de buitenzonwering zijn te openen
▪ Licht
Kunstlicht:
Daglicht:
verlichtingssterkte minimaal 500 lux op werkvlakniveau
daglichtfactor minimaal 2,1% in meer dan 50% van de ruimte
▪ Geluid
Geluidniveau:
in de leslokalen t.g.v. geluidsniveau-installaties is maximaal 33dB De gemiddelde nagalmtijd (T30) in het leslokaal bedraagt max. 0,6 s.
Tot slot zijn de eisen van toepassing zoals deze in de laatste versie zijn vastgelegd van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL). Hierin is opgenomen dat nieuwbouw van een woning moet voldoen aan Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). De verwachting is dat deze regels in de nabije toekomst worden aangescherpt naar ENG.
3.Huidige situatie
3.1.Projectgegevens
Locatienaam: Basisschool ‘t Kendelke
Beheerder: Lijn 83
Adres: Kendelweg 1, 5853 EL Siebengewald
Type accommodatie: Schoolgebouw (PO)
Bouwjaar: 1951
Monumentale status: Nee
Totale opp. perceel: 3.205 m² (BAG)
Totale opp. gebouw 1.379 m² bvo (BAG)
Aantal bouwlagen: 2
Kenmerk: vrijstaand
Datum opname : 10 april 2024
Type opname: Schouw
3.2.Bouwdelen
De school is door de jaren heen in verschillende fases gebouwd en heeft tussentijdse renovaties ondergaan. Deze gefaseerde bouw en renovaties hebben niet geleid tot grote variaties in de kwaliteit van het gebouw op verschillende punten.
3.3.Beoordeling
De school is op 10 april 2024 beoordeeld op vijf hoofdonderdelen. Deze beoordeling is verwerkt in een schouwrapportage d.d. 07-05-2024. In de volgende tabel zijn de scores weergegeven uit deze schouwrapportage.
Uit de schouwrapportage blijkt dat de huidige staat van het gebouw zowel bouw- als installatietechnisch als matig wordt beoordeeld.
4.Onderhoud en investering
Op korte en middellange termijn (< 5 jaar) zijn er verschillende werkzaamheden noodzakelijk vanuit onderhoud. Deze werkzaamheden zijn opgenomen op basis van een NEN 2767 beoordeling.
▪ Dakbedekking (bitumen) en lichtkoepels
▪ Schilderwerk gevel en kozijnen
▪ Goten zink en HWA
▪ cv-installatie inclusief regelinstallatie
▪ Collectief ventilatiesysteem
▪ Bewakingssysteem, armaturen en lichtbronnen
Om een duurzaam gebouw te realiseren, zullen aanpassingen aan het gebouw noodzakelijk zijn. Door het karakter van de werkzaamheden en de toevoegingen aan het bestaande gebouw worden deze kosten investeringen genoemd. Deze werkzaamheden kunnen het beste uitgevoerd worden in combinatie met de onderhoudswerkzaamheden op een natuurlijk onderhoudsmoment.
Het beste kunnen de stappen van de Trias Energetica gevolgd worden. Voor ’t Kendelke zullen de volgende ingrepen minimaal noodzakelijk zijn:
▪ Verhogen van de isolatiewaarde van de buitenschil;
▪ Isoleren van de begane grondvloer;
▪ Isoleren van leidingen en extra isoleren zoldervloer;
▪ Vervangen verwarmingsinstallatie (leidingen en radiatoren) voor lage temperatuurverwarming;
▪ Vervangen van het complete ventilatiesysteem;
▪ Aanbrengen van extra energieopwekkende systemen eventueel in combinatie met energieopslag;
▪ Bouwkundige aanpassingen t.g.v. koudebruggen en energielekken;
▪ Vervangen beglazing en indien noodzakelijk kozijnen.
5.Overweging
5.1.Scenario’s
Er zijn een tweetal scenario’s bekeken:
1Nieuwbouw
2Renovatie bestaande bouw
1Nieuwbouw
Realiseren nieuwbouw op een nader te bepalen locatie.
2Renovatie bestaande bouw
Het gehele gebouw wordt gerenoveerd. De gehele installatie wordt vervangen en de buitenschil wordt aangepast. Voor het oudste gedeelte houdt dit in dat dit wordt vervangen. Voor de oudbouw betekent dit verduurzamen door middel van isoleren van de buitengevel aan de buiten- of de binnenzijde. De zoldervloer moet voorzien worden van nieuwe (aanvullende) isolatiemaatregelen of het dak wordt geïsoleerd. Alle installaties dienen vervangen te worden.
In deze verkenningsstudie is vanuit verschillende invalshoeken gekeken naar de scenario’s. In onderstaande tabel staan de scenario’s weergegeven met de voor- en nadelen.
Legenda symbolen
Uitstekend
Goed
Voldoende
Matig
Onvoldoende
Criteria
Nieuwbouw
Renoveren bestaande bouw
Financieel
Exploitatielasten
Nieuwe installatie en geoptimaliseerd gebouw
Bestaande aanpassingen in gebouw
Investering
Investeringen zijn vooraf bekend na aanbesteding
Renovatie heeft risico op onvoorziene werkzaamheden
Kapitaallasten (afschrijving exclusief rente)
Afschrijving in 40 jaar
Afschrijving in 25 jaar
Organisatie
Aansluiting bij onderwijsvisie
Gebouw afgestemd op onderwijsvisie
Bestaand gebouw
Tijdelijke huisvesting
Niet nodig
noodzakelijk
Planning
Aanvang realisatie
Enkele jaren
½-1 jaar
Fasering
1fase
Gefaseerd mogelijk
Kwaliteit
Duurzaamheid
ENG realiseerbaar
BENG maximaal op enkele onderdelen ENG
Bouwkundig
Uitstekend
Ruim verbeterd
Installatietechnisch
Uitstekend
Redelijk verbeterd
Flexibiliteit
Aanpasbaar te bouwen
Flexibiliteit niet aanwezig
Risico
Locatie
Niet bekend
Bestaande locatie
Maatschappelijke partners
Samenwerking
Beperkt
Netcongestie (stroom)
Nieuwe aansluiting
Bestaande aansluiting (beperking bij uitbreiding)
Uitvoering
neutraal
neutraal
Financiering
nieuwbouw
Bijna nieuwbouw
5.2.Advies
Verduurzaammaatregelen in combinatie met groot onderhoud aan het bestaande gebouw heeft grote impact. Vooral het oudste gedeelte van het schoolgebouw heeft een zeer slechte isolatiewaarde, waardoor ingrijpende maatregelen noodzakelijk zijn (bijvoorbeeld buitenisolatie of voorzetwanden). Ook installatietechnisch moet worden aangepakt en worden voorzien van bijna een complete nieuwe installatie. Een gedeelte van deze werkzaamheden is al geprognotiseerd in het MJOP, maar verschillende verbeteringen zijn investeringen en deze zijn niet in het MJOP opgenomen. De beglazing dient een hogere isolatiewaarde te krijgen, waardoor mogelijk nieuwe kozijnen noodzakelijk zijn (in geval van tripleglas). Al deze werkzaamheden hebben ingrijpende gevolgen voor het onderwijs en het gebouw. Tijdens de renovatiewerkzaamheden kunnen er geen onderwijs activiteiten plaatsvinden in het grootste gedeelte van het gebouw, waardoor tijdelijke huisvestiging noodzakelijk is.
Het voordeel van nieuwbouw is dat er geen bestaand gebouw is waarmee rekening gehouden hoeft te worden en vanaf de grond opgebouwd kan worden. Hierdoor kan er vanaf de bouw rekening gehouden worden met een duurzaam gebouw dat flexibel is ingedeeld met een gezond binnenklimaat.
Een eerste conclusie die hieruit getrokken kan worden is dat nieuwbouw het beste scenario voor de school is. Nieuwbouw maakt het mogelijk een functioneel, veilig, energieneutraal en flexibel gebouw te realiseren. Bovendien heeft dit scenario beperkte financiële risico’s. Echter, bij nieuwbouw kan de locatie en financiering een uitdaging zijn.