Aanhef
Onderdeel van beleidsprogramma van Zorg naar Gezondheid
Voorwoord
Met trots presenteren wij u het nieuwe Beleidsplan Armoedebestrijding & Schuldhulpverlening, een resultaat van nauwe samenwerking met al onze gewaardeerde partners in het voorveld. Met dit plan, dat onderdeel uitmaakt van het Beleidsprogramma van Zorg naar Gezondheid, willen wij het welzijn van onze inwoners verbeteren en armoede in onze gemeente uitbannen.
In een tijd waarin sociaaleconomische uitdagingen wereldwijd toenemen, hebben wij de verantwoordelijkheid om een veilig vangnet te bieden aan hen die het meest kwetsbaar zijn. Dit beleidsplan is een concrete uitwerking van onze missie op het gebied van armoedebestrijding: een gemeente creëren waar armoede niet langer een belemmering vormt voor het bereiken van een goed en waardig leven.
Dit beleidsplan weerspiegelt ook onze missie om elk kind in onze gemeente volop mee te kunnen laten doen. Hierin mag de financiële gezinssituatie geen belemmering zijn. We zijn vastbesloten om hiervoor de nodige middelen en ondersteuning te bieden. Kinderen zijn onze toekomst, en daarom willen wij eraan bijdragen om ervoor te zorgen dat zij opgroeien in een omgeving waarin hun potentieel kan bloeien en hun dromen werkelijkheid kunnen worden. Zij verdienen niets minder dan een toekomst vol belofte en mogelijkheden.
Wij willen onze partners in het voorveld bedanken voor hun betrokkenheid en toewijding en hun actieve bijdrage aan dit plan. Samen hebben we inzichten verzameld, best practices gedeeld en nieuwe benaderingen ontwikkeld om armoede te bestrijden en hulp te bieden aan hen die dat het hardst nodig hebben.
Dit beleidsplan markeert het begin van een reis, een reis waarin we ons inzetten voor een inclusieve en rechtvaardige gemeente. We nodigen iedereen uit om deel te nemen aan deze belangrijke inspanning.
Met vastberadenheid en solidariteit, streven we ernaar om onze gemeente te bevrijden van armoede en een hoopvolle toekomst te bieden aan iedereen die hier thuis is.
Met vriendelijke groet,
Claudia Ponjee
Wethouder gemeente Bergen
Portefeuille Sociaal Domein
17oktober 2023
Bijlage 1. Vangnetregelingen
Regeling
Bijdrage/ Inhoud
Wanneer in aanmerking
Opmerking
Bijzondere bijstand
Bedoeld voor bijzondere noodzakelijke bestaanskosten
110% van de bijstandsnorm.
Aanvragen worden met een beslisboom getoetst. Conform Participatiewet
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
Kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen
100% van de bijstandsnorm
Uitvoering door BSGW
Individuele inkomenstoeslag
Een keer per jaar een geldbedrag van de gemeente
110% van de bijstandsnorm
Als inwoners minimaal 3 jaar op 110% van de bijstandsnorm zijn aangewezen.
Collectieve aanvullende zorgverzekering
Bijdrage in kosten voor een aanvullende zorgverzekering tot een maximum van € 25,- per maand
120% van de bijstandsnorm
Geen vermogenstoets
Participatiefonds volwassenen
€ 100,- eenmalig per persoon per jaar
110% van de bijstandsnorm
Vrij besteedbare tegemoetkoming
Participatiefonds kinderen
€ 100,- eenmalig per persoon per jaar
130% van de bijstandsnorm
Vrij besteedbare tegemoetkoming
Jeugdcultuurfonds
€ 425,- eenmalig per kind per jaar
130% van de bijstandsnorm
Bedoeld voor contributie voor culturele vorming en activiteiten
Jeugdsportfonds
€ 225,- eenmalig per kind per jaar
130% van de bijstandsnorm
Bedoeld voor contributie voor sportbeoefening
Stichting leergeld De Stuwwal
€ 500,- maximaal per kind per jaar (tot 18 jaar) voor schoolkosten
130% van de bijstandsnorm
Zwemlesregeling
Voor kinderen vanaf 5 jaar
130% van de bijstandsnorm
Voor diploma A en B
Sociaal Noodfonds Bergen
(Financiële) ondersteuning voor inwoners tussen wal en schip
Tot een maximaal bedrag van € 2.500, - per huishouden.
Uitvoering door Stichting Vincentius Bergen
Totaalbudget is € 50.000, -
Bijlage 2. Productonderdelen schuldhulpverlening
Aanmeldingen: ieder schuldhulpverleningstraject start met een contactmoment (een aanmelding). Er wordt beoordeeld hoe urgent de melding is. Meestal melden inwoners zichzelf, soms melden vasten lasten partners zich ook als zij dreigen met afsluiting. Vanuit de aanmelding volgt een gesprek.
Quikscan: in een quickscan wordt de screening besproken met de inwoner die zich heeft gemeld. Er wordt door de schuldhulpverlener een inschatting gemaakt hoe de situatie is en er wordt ingegaan op het zo volledig mogelijk helder krijgen van het dossier.
Intake: in deze fase verheldert de schuldhulpverlener de hulpvraag en beoordeelt hij welke producten moeten worden ingezet. De gegevens worden volledig verzameld (inkomsten, uitgaven, schulden, etc.). Aan de hand van de intake wordt een plan opgesteld. Soms kan er volstaan worden met een eenmalig advies en het verstrekken van informatie waarmee de inwoner zelf verder kan.
Stabilisatie: in deze fase wordt er evenwicht gebracht tussen de inkomsten en uitgaven van de inwoner. Stabilisatie draagt bij aan het verhogen van de draagkracht en het stabiliseren of verminderen van de schuldenlast. Stabilisatie verhoogt de kans op een geslaagd schuldhulpverleningstraject aanzienlijk en verkleint de kans op uitval.
Schuldenregeling: er wordt een start gemaakt met een schuldenregeling als er sprake is van een problematische schuldsituatie. Zodra de schulden allemaal in kaart zijn gebracht, wordt er een minnelijke regeling tot stand gebracht. Hiervoor legt de schuldhulpverlener schriftelijk contact met alle schuldeisers. De schuldhulpverlener doet een verzoek tot stopzetting van invorderingsmaatregelen en renteberekening en maakt een betalingsvoorstel op basis van de afloscapaciteit. Deze regeling heeft een maximale looptijd van 3 jaar (conform de gedragscode NVVK) en vanaf 1 juli 2023 zelfs een maximale looptijd van 1,5 jaar.
Dwangakkoord: een dwangakkoord geeft de schuldhulpverlener de mogelijkheid om weigerachtige schuldeisers te dwingen mee te werken aan een minnelijke regeling. Dit gebeurt tijdens een kort geding. Met het dwangakkoord voorkomt een schuldhulpverlener dat een inwoner in de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) terecht komt.
Heronderzoeken: de schuldhulpverlener voert heronderzoeken uit voor lopende schuldenregelingen na ieder jaar. De schuldhulpverlener maakt een herberekening over het VTLB (Vrij te laten bedrag) en beoordeelt of de schuldenaar zich heeft gehouden aan de gemaakte afspraken. Indien dat het geval is en het traject wordt succesvol nageleefd, wordt na 3 jaar/1,5 jaar (afhankelijk instroom moment) de resterende schuld kwijtgescholden.
Budgetbeheer en Bewindvoering: kan onderdeel uitmaken van het schuldhulpverleningsplan. Indien inwoner zelf niet of onvoldoende zijn/haar financiën beheert, is dat reden voor de schuldhulpverlener om budgetbeheer of beschermingsbewind te organiseren (dit kan ook als een voorwaarde opgelegd worden voor een schuldhulpverleningstraject).
Indien er een schuldhulpverleningstraject in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) wordt aangevraagd en wordt toegewezen door de rechtbank, dan krijgt een schuldenaar een WSNP-bewindvoerder toegewezen. Deze legt verantwoording af van het WSNP-traject aan de rechtbank.
Budget coaching: kan een onderdeel van het schuldhulpverleningstraject zijn. Hier wordt de schuldenaar ondersteund in het leren van het voeren van zelfstandig financieel beheer. Hierin kan de schuldhulpverlener zelf ondersteuning in bieden aan de inwoner of de schuldhulpverlener schakelt hiervoor Humanitas in.
Nazorg: na afronding van een curatief traject is het van belang dat het gevaar van recidive wordt onderkend. In veel gevallen krijgt de ex-schuldenaar weer eigen beheer van financiën. Goede nazorg is belangrijk. De verschillende nazorggesprekken die gevoerd worden staan in het teken van toetsing of de ex-schuldenaar de gedragsverandering handhaaft, hierin speelt Humanitas in Bergen een belangrijke rol. Zij kunnen het stokje van de schuldhulpverlener overnemen en (voor een langere periode) nazorg verlenen.
Bijlage 3. Segmenten regelbaarheid schuldenpakket en schuldenaar
Regelbare schuldenaar met regelbaar schuldenpakket
Regelbare schuldenaar
Regelbaar schuldenpakket
Schuldsituatie is op te lossen met een schuldregeling
Bij deze groep is de verwachting dat binnen 4 maanden een schuldregeling mogelijk is. Hierbij worden in ieder geval de volgende instrumenten ingezet:
•Financieel beheer of budgetbeheer;
•Betalingsregeling, herfinanciering of schuldregeling;
•Communicatie met schuldeisers;
•Evt. kunnen ook instrumenten als stabilisatie en/of budget coaching worden ingezet.
Regelbare schuldenaar met on-regelbaar schuldenpakket
Regelbare schuldenaar
On-regelbaar schuldenpakket
Schuldsituatie is alleen te stabiliseren
Bij deze groep is geen schuldregeling (binnen 6 maanden) mogelijk, maar is het van belang om de financiele situatie stabiel te krijgen. Dit betekent dat:
•De inkomen en uitgaven moeten op orde worden gebracht (indien mogelijk door inkomensondersteunende en uitgavenbeperkende maatregelen);
•Betaling van vaste lasten geborgd moet worden;
•Administratie op orde wordt gebracht.
De volgende instrumenten kunnen bij deze groep worden ingezet:
•Informatie en advisering;
•Duurzaam financiële dienstverlening;
•(Ondersteuning in) communicatie met schuldeisers;
•Financieel beheer of budgetbeheer;
•Budget coaching.
On-regelbare schuldenaar met regelbaar schuldenpakket
On- regelbare schuldenaar
Regelbaar schuldenpakket
Mogelijkheden hangen af van het individuele dossier: soms schuldregeling, stabiliseren of geen oplossing.
Bij deze groep is meestal sprake van problematiek op meerdere terreinen. Denk hierbij aan verslaving, psychische problematiek of een ernstige geestelijke beperking. In sommige gevallen is dan eerst behandeling of begeleiding door andere instanties noodzakelijk. In dit geval is de taak van de schuldhulpverlener dan doorverwijzen of overdragen.
In andere gevallen kan naast behandeling of begeleiding door een andere instantie wel al schuldhulpverlening opgestart worden.
Tot deze groep behoort ook de schuldenaar die zijn gedrag niet wil veranderen om tot een schuldenregeling te komen.
Feit is dat door de diversiteit van de problematiek, de motivatie en de vaardigheden van de schuldenaar er niet eenduidig aan te geven is, welk instrument ingezet moet worden. Het meest ingezette instrument zal zijn de ‘flankerende hulp’, voor zover de inwoner nog niet in behandeling is of onder begeleiding staat.
Een integrale aanpak is bij deze groep van doorslaggevend belang. Schakelen door de schuldhulpverlener met betrokken netwerkpartners is hierbij van essentieel belang.
On-regelbare schuldenaar met on-regelbaar schuldenpakket
On-regelbare schuldenaar
On-regelbaar schuldenpakket
Gemeente kan niets of nauwelijks iets betekenen
Bij deze groep is sprake van problematiek op meerdere terreinen en is een schuldregeling pas na heel lange periode of zelfs nooit mogelijk. Langdurige begeleiding door een hulpverlenende instantie is hierbij aan de orde.
Vanuit schuldhulpverlening kan wel financiële ondersteuning geboden worden, zoals:
•Advisering bij inkomens vergrotende en uitgaven besparende maatregelen;
•Hulp bij de omgang met schuldeisers en deurwaarders;
•De administratie op orde brengen;
•Borgen van betaling van de vaste lasten.
Bijlage 4. Samenvatting onderzoek KWIZ
Minimahuishoudens
•Aandeel minimahuishoudens net iets lager dan landelijk;
•Meeste minima hebben een uitkering vanuit de Participatiewet;
•Eenoudergezinnen hebben vaker een minimuminkomen dan andere huishoudens.
Minimakinderen tot 18 jaar
•117 minimakinderen groeien op in een huishouden met een inkomen tot 100 procent van de Wet Sociaal Minimum (Wsm);
•Twee derde van de minimakinderen groeit op in het dorp Nieuw-Bergen.
Minimaregelingen
•Het bereik van de collectieve zorgverzekering ligt hoger dan het bereik in andere gemeenten;
•Het bereik van de bijzondere bijstand ligt redelijk in lijn met het gemiddelde bereik in andere gemeenten;
•Het bereik van overige regelingen ligt lager dan dat van andere gemeenten;
•Minimahuishoudens maken meestal gebruik van één regeling.
Meervoudige problematieken
•54 minimahuishoudens tot 110 procent Wsm heeft in 2021 een Wmo-voorziening;
•60 huishoudens hebben in de analyseperiode een vorm van schuldhulpverlening, daarvan hebben 20 huishoudens een inkomen tot 110 procent Wsm. Dat is 9 procent van alle minimahuishoudens (tot 110 procent Wsm);
•21 minimahuishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm heeft een of meerdere kinderen met een indicatie voor de Jeugdwet.