4. Beleidsparticipatie
4.1 Afwegingskader Beleidsparticipatie
Bij beleidstrajecten in zowel Sociaal als Ruimtelijk Domein met een grote(re) impact, wordt altijd ingezet op brede beleidsparticipatie. Daarvoor wordt van tevoren een afwegingskader gemaakt. Daarin wordt beschreven hoe invulling gegeven wordt aan beleidsparticipatie volgens een vaste structuur. Voor die vaste structuur worden 8 kernvragen nagelopen.
Het ‘Afwegingskader Beleidsparticipatie’ is bedoeld voor beleidsambtenaren, bestuurders en volksvertegenwoordigers die zich bezighouden met participatie bij de vorming en/of de uitvoering van beleid. Door antwoord te geven op de vragen in het afwegingskader, kan worden beargumenteerd of beleidsparticipatie bij een bepaald onderwerp een goed idee is of niet. De vragen dwingen om eerst vast te stellen of het onderwerp zich leent voor beleidsparticipatie en of aan de noodzakelijke randvoorwaarden in voldoende mate is voldaan. Zo niet, dan is het verstandig om in dat specifieke geval van beleidsparticipatie af te zien. Zo ja, dan moet antwoord gegeven worden op de vervolgvragen: met welk doel, in welk stadium van het beleidsproces, kunnen welke inwoners met welke verantwoordelijkheid op welke manier meedoen? De follow-up bestaat altijd uit een terugkoppeling van de resultaten naar de deelnemers. Het ‘hoe’ en ‘wanneer’ zal worden meegenomen in het kader.
Duidelijk is dat het niet gaat om een simpele afvinklijst waarop per vraag eenduidig ja, nee of een van de alternatieven kan worden ingevuld. Over het antwoord op elke vraag is discussie mogelijk. Of en hoe beleidsparticipatie een plaats moet krijgen in een beleidsproces is altijd een kwestie van afwegingen en maatwerk.
4.2 Beleidsparticipatie en de Omgevingswet
“Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 januari 2022 in werking. De Omgevingswet gaat in de kern over ruimte geven, loslaten en vertrouwen, over een andere verdeling van verantwoordelijkheden tussen overheid en samenleving. De Omgevingswet wil meer ruimte geven voor ideeën van initiatiefnemers en voor lokale afwegingen. Daarin wegen de belangen van betrokkenen nadrukkelijk mee. Die betrokkenen doen mee en laten van zich horen: participatie. De wet zegt alleen dat er participatie moet plaatsvinden, maar niet hoe dat moet. Dit geeft gemeenten ruimte om een werkwijze te ontwikkelen die past in de lokale context.” [Bron: Vereniging Nederlandse Gemeenten, https://vng.nl/artikelen/participatie]
De Omgevingswet stimuleert vroegtijdige participatie om tijdig belangen, meningen en creativiteit op tafel te krijgen. Daarom zijn in de Omgevingswet regels over participatie opgenomen. De Omgevingswet zegt over participatie: ‘het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit’. Met belanghebbenden bedoelt de wet burgers, vertegenwoordigers van bedrijven, professionals van maatschappelijke organisaties en bestuurders van overheden. In de Omgevingswet wordt het belang van participatie benadrukt. De Omgevingswet integreert alle wetgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving en introduceert een aantal nieuwe instrumenten. Concreet zijn er 4 nieuwe instrumenten in de Omgevingswet die het oude instrumentarium vervangen:
Was
Wordt
Structuurvisies, lokaal beleid (bijv. woonbeleid) en regionaal beleid (bijv. Provinciaal Omgevingsplan Limburg, POL)
Eén omgevingsvisie
Bestemmingsplannen, verordeningen (bijv. onderdelen uit Algemene Plaatselijke Verordening (over kappen, uitritten, reclame bebording)
Eén omgevingsplan
--
Omgevingsprogramma’s (verplichte en optionele programma’s bijv. ter uitwerking van omgevingswaarden)
Omgevingsvergunning (participatie achteraf)
Omgevingsvergunning (participatie vooraf)
We zitten nog volop in het voorbereidingsproces van de implementatie van de Omgevingswet. In dat kader moeten nog keuzes gemaakt worden, ook met betrekking tot participatie.
In onderstaande afbeelding is de Omgevingswetcyclus weergegeven waarbij de diverse instrumenten zijn benoemd. [Bron: het door de gemeenteraad vastgestelde Plan van Aanpak Implementatie Omgevingswet]
Hans Driessen, senior-adviseur Ruimtelijk Domein
“Als afdeling Ruimtelijk Domein hebben we veel contacten met mensen uit de dorpen. Onze buitendienst ontmoet ze als ze in de plantsoenen aan het werk zijn, medewerkers van bouwzaken overleggen met initiatiefnemers over bouwplannen. We overleggen over bouwmogelijkheden en kijken of er misschien gebruik gemaakt kan worden van bijvoorbeeld de starterslening. Duurzaamheid vinden wij belangrijk zoals hergebruik van materialen, we verstrekken energie-adviezen, zorgen ervoor dat de huisvuilinzameling milieuvriendelijk verloopt en koppelen waar mogelijk het regenwaterriool af om te voorkomen dat schoon regenwater naar de rioolzuivering gaat. Fysieke en sociale veiligheid vinden we belangrijk. Regelmatig staat de gemeente zelf aan het roer bij initiatieven zoals Energielandgoed Wells Meer.
Echter, als we het over participatie hebben kun je je afvragen: Doen we het wel allemaal op de juiste manier? Zijn wij goed op de hoogte van wat inwoners graag zouden willen, houden we rekening met hun wensen en behoeften, is de samenwerking optimaal? In heel veel gevallen is dat zo. Er worden keukentafelgesprekken georganiseerd, er vinden inloopavonden en workshops plaats. De gemeente staat op zijn tijd op de markt of bemant (m/v) een stand bij evenementen en het college gaat op bedrijfsbezoek. Maar het kan volgens mij beter. Om het nog beter te gaan doen moeten we dat op de eerste plaats ook willen. Dat betekent dat we ons moeten aanpassen aan nieuwe omstandigheden. De een is daar beter in dan de ander. Proberen dingen los te laten en niet meer alles willen controleren is voor sommigen moeilijk. Het vertrouwen moet niet beschaamd worden. Inwoners moeten daarentegen ook bereid zijn om zelf initiatieven te nemen en vooral zelf de dialoog aan gaan met buurtgenoten of gelijkgestemden zonder daarvoor eerst bij de gemeente aan te kloppen.
In plaats van “Nee, tenzij” willen wij als gemeente nog meer naar “Ja, mits”. Ons bestaansrecht ontlenen we aan onze inwoners en bedrijven. Deze gaan nog meer partners in het proces worden. We willen nog meer integraal werken en dynamisch denken, samen met anderen met een open mind. Van een moderne inwoner mag verwacht worden dat hij dat ook doet en zelf overlegt met buren en buurtgenoten als er plannen zijn. Dat hoeft niet altijd door tussenkomst van de gemeente plaats te vinden. Dit is precies wat de nieuwe Omgevingswet beoogd. Er is meer ruimte voor eigen initiatief en grenzen zijn minder strikt. Kortom, zowel inwoners en bedrijven als medewerkers van de gemeente zullen nog meer dan nu bereid moeten zijn om elkaar de ruimte te geven, te informeren en te ontmoeten. Als dat tijdens een appeltaartgesprek kan, is de start in ieder geval al goed.”
Natascha Bakker, beleidsadviseur Ruimtelijke Ordening
“Met dit beleidskader Participatie en zelfsturing wordt een kader gegeven voor beleidsparticipatie die van belang is voor door de gemeente op te stellen producten als een omgevingsvisie, omgevingsplan en omgevingsprogramma’s. Dit beleidskader geeft echter nog geen richtlijnen voor participatie voor projecten (zoals herstructurering van wegen of riolering) en voor omgevingsvergunningprocedures. Uitgangspunt is maatwerk bij de diverse projecten van de gemeente en andere initiatiefnemers. Een ander uitgangspunt, dat prima aansluit bij de zelfredzaamheid van onze inwoners, is dat de initiatiefnemer verantwoordelijk is voor het informeren van belanghebbenden. Dit betekent dat bij diverse omgevingsvergunningprocedures participatie niet verplichtend wordt gesteld. Een werkgroep is bezig met de uitwerking van de omgevingsdialoog en wijze van participatie en zal hiertoe richtlijnen opstellen . Een voorstel wordt in de loop van 2021 opgeleverd. Dit beleidskader wordt hiermee uitgebreid en zal dan opnieuw aan de raad worden voorgelegd.”
8 Implementatie van dit beleidskader
8.1 Beleidsparticipatie en zelfsturing in relatie tot onze dienstverlening
Dit beleidskader kan als een onderdeel c.q. een nadere uitwerking gezien worden van de Nota Dienstverlening 2021 die in februari 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld. De wijze waarop invulling wordt gegeven hoe we als gemeentelijke organisatie omgaan met onze inwoners en ondernemers en de initiatieven die hieruit voortvloeien, geeft aan hoe we de basis van deze vorm van dienstverlening zien. In dit beleidskader wordt duidelijk aangegeven hoe gemeente en inwoners de wederzijdse rollen en verwachtingen kunnen invullen. Een en ander vraagt om een andere houding van bestuurders, ambtenaren en inwoners, dus een andere vorm van dienstverlening. Dit zullen we met elkaar de komende jaren vorm moeten geven. Met het voorliggende beleidskader als leidraad. Ook is onze huidige begrotingsopzet in de lijn gebracht met de hierin genoemde uitgangspunten van het eigenaarschap (zie paragraaf 3).
Bijlage 1. Gemeenschapsvorming
In dit beleidskader speelt het begrip gemeenschap een belangrijke rol. Dat vraagt om nadere toelichting. Hoe ontstaat gemeenschap? Hoe kun je een gemeenschap karakteriseren en herkennen? Wat is de rol van de gemeente t.a.v. gemeenschappen?
Een gemeenschap ontstaat wanneer mensen hun kwaliteiten met elkaar delen. Dit is te begrijpen aan de hand van de volgende twee beelden:
Gemeenschappen ontlenen hun betekenis aan het feit dat mensen in de grond van hun hart sociale wezens zijn. Ieder mens heeft kwaliteiten in handen, hoofd en hart. Wanneer meerdere mensen deze kwaliteiten met elkaar delen door samen te werken, een activiteit op te pakken, een project te starten, ontstaat gemeenschap.
Vraag aan een willekeurige groep van 100 mensen in een dorp welke kwaliteiten ze hebben in hoofd, hart en handen, en er ontstaat een uitgebreide ‘menselijke gereedschapskist’ om het mooiste gemeenschapshuis te bouwen, de beste dagvoorziening te realiseren, of een goed renderende energiecoöperatie te starten.
Het delen van kwaliteiten en opvattingen over wat goed is voor een gemeenschap, gaat niet vanzelf maar vraagt om communicatie en gesprek tussen mensen in een gemeenschap. Dat gesprek moet georganiseerd worden. De vanzelfsprekendheid waarmee levensbeschouwelijke tradities de mensen tot diep in de jaren zestig van de vorige eeuw met elkaar verbond, ligt al lang achter ons. In plaats daarvan groeide een cultuur van individualisme, een “ieder voor zich, god voor ons allen”-mentaliteit’, en nadruk op zelfredzaamheid. Er lijkt echter een keerpunt te zijn: in veel dorpen en wijken zien we een nieuwe cultuur ontstaan van zorg voor elkaar, samenwerking en bezieling door idealen. Je ziet dit aan de opkomst van zorginitiatieven, dorps- en energiecoöperaties, nieuwe vormen van verenigingsleven, gezamenlijke opvang van kinderen, maatjesprojecten, enz.
Belangrijke kenmerken van een gemeenschap zijn inclusief denken (niemand uitsluiten), belangstelling hebben voor mensen met een andere opvatting en het zoeken naar waarden die verbinden, zoals opkomen voor elkaar, uitsluiten van risico’s voor kwetsbare mensen in de gemeenschap, bescheidenheid over je eigen kunnen, samen successen vieren, en handelen vanuit de gedachte: wat goed is voor de ander, is ook goed voor mij. In iedere gemeenschap leven ook mensen die door een ervaring met onrechtvaardigheid sceptisch of negatief zijn over de ideeën van een inclusieve gemeenschap. Deze mensen houden zich afzijdig, wantrouwen jan en alleman, en vertonen soms bozig gedrag. Voor een brede dialoog in gemeenschappen is het essentieel om ook deze groep mensen te ‘raken’, dus niet af te wijzen of te veroordelen. Ervaringen wijzen uit dat deze mensen vaak uitstekende teamspelers worden, als ze uitgedaagd worden op hun kwaliteiten die ze hebben.
Een gemeenschap moet vooral zichzelf vormen en ontwikkelen. Vaak zie je dat in een gemeenschap een aantal mensen de rol van ‘community builder’ op zich nemen. Je kunt dat proces ook stimuleren en versnellen. Niet door het van buitenaf af te dwingen, maar door mee te denken, mee te bewegen op het ritme van de gemeenschap, en soms ook te faciliteren. Een van de mogelijkheden is het inzetten van opbouwwerk, dat van oudsher gericht is op gemeenschapsontwikkeling en samenlevingsopbouw. Een opbouwwerker of dorpsondersteuner kan de processen van gemeenschapsontwikkeling faciliteren, zodat inwoners zelf niet alle tijd kwijt zijn met administratieve processen. Maar de motor voor gemeenschapsvorming zijn de inwoners zelf.
Voor de gemeente past een bescheiden maar belangrijke rol t.a.v. gemeenschapsinitiatieven. Zoals in dit beleidskader is aangegeven, is de gemeente een communicatieve partner voor gemeenschapsinitiatieven. Wanneer een gemeenschap aangeeft een vorm van ondersteuning wenselijk te vinden, dan dient deze vraag door de gemeente voorzichtig opgepakt te worden, met respect voor de autonomie van de gemeenschap. Kwaliteit door bescheidenheid!
Er is een (grote) wereld buiten de gemeente, die je vaak als gemeente niet ziet. Als je die ziet en aandacht geeft, groeit die wereld van de gemeenschap. Alles wat aandacht krijgt, groeit!
Ben van Essen en Jan Custers, adviseurs burgerparticipatie en verbonden aan het landelijk actieprogramma “Democratie in Actie” van het Min. van BZK.
Bijlage 2. Praktijkvoorbeelden participatie, zelfsturing en eigenaarschap in Bergen
De afgelopen jaren hebben inwoners en gemeente met elkaar samengewerkt zonder dat bij beiden een nadrukkelijk besef van eigenaarschap was. Een duidelijk “houvast” was er niet. Desondanks kan in zijn algemeenheid gezegd worden dat die samenwerkingsvormen van beide kanten goed zijn verlopen en zeker het gewenste resultaat hebben opgeleverd. Natuurlijk, soms met “vallen en opstaan” en op intuïtie. Fouten zijn er zeker ook gemaakt. Maar waar het in essentie om gaat is dat doelen bereikt zijn en dat inwoners en gemeente elkaar serieus nemen, waarbij we elkaar de ruimte gunnen om “te vallen en weer op te staan”. Met het Beleidskader Participatie en Zelfsturing 2021 wordt het bewustzijn van rol en verantwoordelijkheden meer op het netvlies gezet. Hopelijk dat dit ook mag bijdragen in meer vertrouwen in elkaar.
We geven hieronder slechts een aantal voorbeelden ter illustratie.
De Buurtbus van de Stichting Welzijnsbevordering Bergen
Een duidelijk voorbeeld van een privaat inwonersinitiatief dat zich voornamelijk richt op de ouderen en mensen met een beperking, maar wel met een “publiek” smaakje. De doelgroepen kunnen gebruik maken van goedkoop vervoer binnen de gemeente, dan wel naar belangrijke zorgcentra in de regio. Werkt tot op zekere hoogte kostenbesparend in de Wmo van de gemeente. De gemeente heeft dit initiatief financieel ondersteund, zonder zich direct met de inhoud te bemoeien. Het eigenaarschap lag duidelijk bij de Stichting (= type 1/ donker groen).
Overigens heeft voornoemde stichting meerdere initiatieven op haar naam staan die vergelijkbaar zijn, zoals de totstandkoming van het Ontmoetingscentrum Bergen en de aanpak van eenzaamheid (allen type 1/ donker groen).
MFC ’t Luukske Wellerlooi
Deze multifunctionele accommodatie is voortgevloeid uit het dorpsontwikkelingsplan van Wellerlooi en is daarom een voorbeeld van een collectief inwonersinitiatief waarbij het eigenaarschap duidelijk bij de gemeenschap Wellerlooi ligt. Inwoners hebben zelf de handen uit de mouwen gestoken om te komen tot aan- en verbouw, inclusief het gymlokaal, dat voor een verbinding zorgt tussen de basisschool en MFC. De gemeente en provincie hebben hierin uitsluitend een ondersteunende en faciliterende rol gehad. Inmiddels is het beheer formeel in handen van de Stichting ’t Luukske (= type 1/ donker groen).
Overigens geldt voor alle MFC’s in de gemeente dat de dorpsgemeenschappen zeer nauw betrokken zijn geweest bij de ontwikkeling ervan. Maar daar lag het initiatief, en dus het eigenaarschap, nadrukkelijk bij de gemeente (= type 3/ blauw).
Huiskamer van Maria in Bergen
De huiskamer van Maria in Bergen is eveneens een voorbeeld van een collectief inwonersinitiatief, geïnitieerd door een ondernemer en de dorpsraad Bergen, en uitgevoerd in samenspraak met de inwoners van het dorp. Met het doel om een gezamenlijke ruimte te creëren waarin activiteiten plaatsvinden voor jong en oud. De gemeente heeft hierin uitsluitend een ondersteunende en faciliterende rol gehad. Het eigenaarschap lag duidelijk bij beide initiatiefnemers als partners van elkaar met draagvlak in het dorp (= type 1, donkergroen)
Uitkijktoren Afferden
Nog een voorbeeld waarbij het initiatief en beheer duidelijk bij de gemeenschap Afferden ligt, met ondersteuning van de gemeente (type 1, donkergroen).
Wandelroutes in samenwerking met de dorpsraden
De totstandkoming van diverse wandelroutes in en om de dorpen is een initiatief van de gemeente (doel: het herstel van de oude dorpsommetjes, mede ter bevordering van het toerisme), waarbij de dorpsraden een belangrijke rol hebben gespeeld in de uitvoering en soms beheer ervan. Een voorbeeld waarbij het eigenaarschap bij de gemeente ligt en waarbij de gemeenschappen (bij monde van de dorpsraden) ervoor gezorgd hebben dat uiteindelijk 200 km aan (oude) wandelroutes in ere zijn hersteld (= type 3/ blauw).
Afferden Samen Beter
Diverse inwoners van Afferden hebben zich in eerste instantie verenigd in een werkgroep Afferden Samen Beter. Aanleiding hiertoe was dat inwoners, met de toenemende ontgroening en vergrijzing en het teruglopende voorzieningenniveau, zich zorgen maakte over de toekomst van het dorp. Waar moeten de inwoners van Afferden de komende jaren de schouders onder zetten, waarbij “kwaliteit” een grotere betekenis heeft dan kwantiteit. Die bezorgdheid was aanleiding om vanuit de dorpsraad in 2016 een werkgroep op te richten, waarbij ook de plaatselijke huisarts vanuit het project “Positieve Gezondheid” aanschoof. Ook werd er contact gelegd met het project Krachtige Kernen vanuit de HAN en Euregio.
Inmiddels is de werkgroep een formele vereniging geworden en van daaruit worden er allerlei zaken (door-) ontwikkeld op het gebied van zorg en welzijn, met als uitgangspunt Positieve Gezondheid. Een duidelijk voorbeeld van een collectief burgerinitiatief (niemand wordt uitgesloten) en waarbij de regie en uitvoering (eigenaarschap) volledig in handen is van Afferden Samen Beter i.s.m. de inwoners van Afferden. Als gemeente zijn we hierin uitsluitend ondersteunend en faciliterend aanwezig (= type 1/ donker groen).
De herinrichting van de Oranjebuurt Afferden
De Oranjebuurt in Afferden stond al jaren op de planning voor een complete renovatie. De riolering moest worden vervangen, een mooi moment om meteen de inrichting van de hele buurt mee te nemen. Komen er straatklinkers of toch weer asfalt, komen er parkeerhavens, meer groen, straatmeubilair of andere voorzieningen? De buurt was aan zet. Om zoveel mogelijk inwoners van de betreffende 7 straten hierbij te betrekken, werd door de gemeente gekozen voor plaatsing van een tijdelijke “huiskamer” aan de Christinastraat. Daarin konden de bewoners hun ideeën en wensen kenbaar maken hoe hun buurt eruit moest komen te zien en konden op twee dagen in de week vragen worden gesteld aan medewerkers van de gemeente die er van 11.00 tot 20.00 aanwezig waren.
Het initiatief en de regie, dus het eigenaarschap lag duidelijk bij de gemeente, maar inwoners werden actief bij de herinrichting van hun buurt betrokken én er werden een groot deel van hun wensen gerealiseerd binnen de vooraf door de gemeente gestelde kaders (= type 3/ blauw).
Bijlage 3. Voorbeeld vragen
Vragen voor de gemeente rondom inwonersinitiatieven
Op welke manier kan een gemeente adequaat reageren op een inwonersinitiatief? Hoe kun je als gemeente het initiatief vooruithelpen zonder te vervallen in bureaucratische regels en afspraken? Om dat te bereiken is het goed om vragen te stellen wanneer een burgerinitiatief zich meldt met een verzoek om ondersteuning, financieel of anderszins.
•Ben je als gemeente stimulerend, denk je mee, stel je vragen die het initiatief vooruithelpen?
•Zijn gemeentelijke regels alleen bedoeld om te beperken, of vooral om creativiteit van het initiatief mogelijk te maken? Spreek je als gemeente en inwonersinitiatief dezelfde taal? Ben je het eens over het karakter van het initiatief? Privaat of collectief? Of een mengvorm?
•Ben je in staat om collectieve inwonersinitiatieven te onderscheiden van private inwonersinitiatieven? Waaraan herken je het collectieve of private karakter?
•Ben je duidelijk wanneer je als gemeente geen ondersteuning kunt verlenen aan een initiatief, bijvoorbeeld omdat het een sterk particulier karakter heeft en dus de belangen dient van één persoon of een besloten groep mensen, in plaats van de gemeenschap?
•Stel dat je als gemeente in zee gaat met een privaat inwonersinitiatief, let je dan ook op toegankelijkheid van het initiatief, exclusie van groepen, zakelijke verantwoording over eventuele winst en vermogensvorming?
•Stel je hulpvragen over het organisatorisch perspectief van een initiatief, bijvoorbeeld de vraag naar een (bescheiden) projectorganisatie?
•Maak je afspraken over wanneer een initiatief succesvol is? Geef je ruimte om fouten te maken en daarvan te leren? Maak je afspraken over perspectieven op langere termijn?
•Hoe voorkom je dat het initiatief zich gaat voegen naar de regels van de gemeente?
•Heb je oog voor passende verantwoording, waarmee je ook recht doet aan voortschrijdend inzicht rond het initiatief?
Vragen voor gemeenschappen bij inwonersinitiatieven
Beleidsparticipatie en zelfsturing stellen niet alleen nieuwe eisen aan de gemeente, maar ook aan gemeenschappen. Niet ieder inwonersinitiatief is per definitie een gemeenschapsinitiatief. Voor een collectief inwonersinitiatief is het belangrijk dat er draagvlak en betrokkenheid is in de gemeenschap waar het inwonersinitiatief ontstaat. Om daar duidelijkheid over te krijgen kunnen een aantal vragen gesteld worden om te onderzoeken of er echt sprake is van een collectief inwonersinitiatief:
•Sta je als initiatief met het gezicht naar de gemeenschap of ben je vooral geïnteresseerd in wat de gemeente van je initiatief vindt?
•Helpt jouw initiatief de gemeenschap verder, is er aansluiting mogelijk bij andere ontwikkelingen in de gemeenschap?
•Kan iedereen uit de gemeenschap meedoen als hij/zij dat wil? Weerspiegelt het initiatief de diversiteit van de lokale gemeenschap?
•Ontstaat het initiatief omdat er geld beschikbaar is van de gemeente of maatschappelijke partijen? Of komt het puur ‘van binnenuit’, vanuit een verlangen van de gemeenschap?
•Ben je je als dragers van het initiatief bewust van de tijd die nodig is om draagvlak te creëren, met andere woorden: is tijd je vriend of je vijand?
•Is er ruimte voor een goed gesprek met ‘notoire dwarsliggers’?
•Hoe borg je het bestaansrecht van het initiatief op de langere termijn?
•Als het een groter initiatief is, waar veel geld in omgaat, is er dan een projectorganisatie die privaatrechtelijke aspecten afdekt?
•Wordt er regelmatig teruggekoppeld naar de gemeenschap over de vorderingen van het initiatief?
•Als er sprake is van professionele ondersteuning, is die dan gebaseerd op ‘de logica van de gemeenschap’?
•Als je middelen van de gemeente krijgt, is dan de verantwoording die je moet afleggen, redelijk in verhouding tot de middelen die je krijgt en vooral ook gericht op verantwoording aan de gemeenschap?