Gemeentelijke regelgeving

Aanvalsplan Participatiewet 2019 - 2022

Gemeente Bergen (L) · geldt sinds 23 november 2022

Aanhef

Inleiding, samenvatting en leeswijzer

Voor u ligt het aanvalsplan Participatiewet 2019 – 2022 van de gemeente Bergen (L).

Aanleiding van dit aanvalsplan is de opgenomen opdracht binnen het sociaal domein om het ontstane tekort een antwoord te bieden. Een aanvalsplan op Participatie geeft invulling aan deze opdracht. Dit aanvalsplan is erop gericht inhoudelijke keuzes aan te geven waar in de uitvoering op gestuurd kan worden.

De Participatiewet heeft de laatste jaren te maken gekregen met een verhoogde instroom van uitkeringsgerechtigden. Onderstaand de belangrijkste redenen die hieraan ten grondslag liggen:

•Verhoogde instroom als gevolg van de veranderingen binnen de Wajong en de stop op instroom WSW;

•Verhoogde instroom statushouders (moeilijk bemiddelbare groep op korte termijn);

•Aanhoudende grote instroom vanuit Max. WW naar Participatiewet (ingekorte WW-looptijden).

Tegelijkertijd zien we ook dat het aantal bijstandsgerechtigden in 2017 voor het eerst sinds jaren daalt. Deze daling zet zich in 2018 door. Van ongeveer 444.000 uitkeringen begin 2017 naar 434.500 eind 2017. Een landelijke afname van 9.500 bijstandsuitkeringen. Procentueel komt dat neer op ongeveer 2%. 2018 laat landelijk tot op heden een vergelijkbare afname zien. Ook in de gemeente Bergen is het uitkeringsbestand in 2017 licht gedaald. Ook deze daling zet zich in 2018 door. Voor meer gedetailleerde informatie, zie pagina 5.

We willen deze daling uiteraard in 2019 en ook daarna verder doortrekken en doorpakken om deze uitstroomresultaten verder uit te bouwen.

We vinden het daarbij belangrijk dat iedereen de kans krijgt om mee te doen in de maatschappij. Het is even zo goed een recht als een plicht. Wij ondersteunen de bijstandsgerechtigden bij het zo zelfstandig mogelijk deelnemen aan het arbeidsproces en het vergroten van de zelfstandigheid van hen om in hun eigen inkomsten te kunnen voorzien en volwaardig kunnen meedraaien in de maatschappij. De participatiesamenleving waarin iedereen naar vermogen zijn steentje bijdraagt.

Daarnaast concluderen we dat keuzes gemaakt moeten worden in het bieden van ondersteuning en begeleiding aan uitkeringsgerechtigden. Kostenbewust omgaan met inzet van begeleiding en ondersteuning is hierbij van groot belang. Rendement van inzet is hierbij een afwegingskader geworden wat nadrukkelijk zal worden ingezet. We moeten tevens wel bewust zijn van het feit dat ondersteuning en begeleiding van de doelgroepen waarvoor we verantwoordelijk zijn, adequate en passende ondersteuning geboden krijgen.

Het aanvalsplan is opgesteld als een concreet actieplan met daarin de verschillende focus-groepen. Tevens staat de werkwijze beschreven die we gaan hanteren. De focus op doelgroepen leidt tot een verschuiving van intensiteit van begeleiding en ondersteuning. Dit is noodzakelijk om een zo hoog mogelijk rendement te behalen. Focus ten opzichte van de éne groep leidt tot een mindere focus op de andere groep.

In de schematische weergave (hoofdstuk 3) is uitgesplitst hoe we het plan vorm geven gericht op uitstroombevordering. Ook is het actieplan en tijdspad ingevoegd en is de financiële raming beschreven.

Opdracht en ambitie uitstroombevordering

Om een reëel beeld te geven van de uitstroom uit de bijstand en de ambitie die we ons stellen voor het jaar 2019 (en verder) is in een overzicht weergegeven waarin de uitstroomgegevens over het jaar 2017 en 2018 staan omschreven. Onderstaande grafieken laten die gegevens zien:

2017:

Op basis van bovenstaande gegevens wordt duidelijk dat we in het gehele jaar 2017 58 nieuwe uitkeringen hebben toegekend en we tevens 60 uitkeringen hebben beëindigd. Het aantal uitkeringen is dus na 1 jaar op een lager peil als aan het begin van dit jaar. De 58 nieuwe uitkeringen zijn door uitstroom uit de uitkering gecompenseerd en ‘ingehaald’ naar een saldo van -2. Van de 60 beëindigingen was in 34 gevallen sprake van uitstroom door bemiddeling naar zelfstandig beroep/bedrijf/werk/opleiding. Afgezet tegen de het totaal aantal uitkeringen van 197 betekent dit dat we ruim 17% van de bijstandsgerechtigden in 2017 naar perspectief werk hebben bemiddeld waarmee zij volledig uit de uitkering zijn gestroomd. Het aantal uitkeringsgerechtigden is eind 2017 ten aanzien van begin 2017 gedaald met 2 personen. Daarnaast leidt meer uren parttime werk bij bijstandsgerechtigden ook tot een verlaging van de netto maandlast aan uitkeringen. Niet alleen bemiddeling naar volledige uitstroom is dus van belang. Urenuitbreiding van parttime werk heeft eveneens een positief effect op de netto uitkeringslast van de gemeente.

2018:

Op basis van de bovenstaande gegevens kunnen we tevens zien hoe diezelfde ontwikkeling eruit ziet in 2018 tot en met oktober. In 2018 zijn tot november 42 nieuwe uitkeringen toegekend. Er zijn tot november 56 uitkeringen beëindigd. Op dit moment is er dus in 2018 sprake van een afname van 14 uitkeringen tot november. Procentueel komt dit neer op een daling van 7% van het totale aantal uitkeringen. In onderstaande tabel is terug te zien hoe de netto uitkeringslasten BUIG er uit zien in 2018. Ook daarin zien we een daling van de maandlast ten opzichte van begin van het jaar. We trachten deze ingezette daling verder door te trekken in het jaar 2019 en verder.

Tevens zijn er in 2016, 2017 en 2018 in totaal 13 personen gestart in een garantiebaan. 5 Personen zijn bemiddeld naar een ‘nieuw beschut werken’ plek. Nieuwe regelingen die vanaf 2015 onder de Participatiewet vallen. Deze doelgroep regelingen zijn vergelijkbaar met de klassieke WSW-regeling in een andere financieringsstructuur. Niet iedere garantiebaner heeft een (volledige) bijstandsuitkering. Subsidielasten vallen ten laste van het BUIGbudget. Het rijk neemt deze lasten ook mee in het verdeelmodel. De financiering van de subsidies is dus opgenomen in het BUIG-budget wat de gemeenten van het rijk beschikbaar gesteld krijgen.

Het beïnvloedbare deel van in/uitstroom van de uitkering is met name gericht op goede selectie aan de poort (fraude alertheid) maar nog veel meer in het bevorderen van uitstroom uit de bijstand naar werk. Verhuizing, samenwonen, overlijden, etc. zijn niet/nauwelijks beïnvloedbaar. Binnen de populatie bijstandsgerechtigden is een onderscheid te maken in de potentie van het bijstandsbestand met bijbehorende afstand tot de arbeidsmarkt. Bijstandsgerechtigden die dicht tegen de arbeidsmarkt aan zitten hebben de grootste kans snel aansluiting te vinden op de arbeidsmarkt. Het is dan ook aannemelijk dat relatief hoge inzet op deze doelgroep leidt tot het hoogste uitstroomrendement en wat vervolgens leidt tot bijstandslastbeperking.

In het plan wordt beschreven dat we een aantal focusgroepen aanwijzen waarop relatief de meest intensieve begeleiding en ondersteuning geboden wordt. De basisdienstverlening blijft voor iedere bijstandsgerechtigde bestaan, echter wel minder intensief in verband met de focus op de andere subdoelgroepen.

Ook wordt een specifieke aanpak uitgevoerd op de doelgroep statushouders. Bij hen speelt de Nederlandse taal, de verplichte inburgering en de aansluiting arbeidsmarkt een specifieke rol. Daarnaast zijn de statushouders over het algemeen fysiek goed in staat tot het verrichten van arbeid op relatief korte termijn mits voldoende wordt aangesloten bij de verplichtingen die zij hebben op het onderdeel inburgering.

Ook kwetsbare jongeren verdienen extra focus vanwege het feit dat zij nog een lange werkperiode voor zich hebben en nog kneedbaar/vormbaar zijn voor de arbeidsmarkt.

Ambitie en doelstelling:

Met de economische wind in de rug gaan we de taak aan in 2019 en verder vol in te zetten op uitstroom uit de uitkering naar werk. In dit aanvalsplan staat beschreven hoe we deze taak invullen en welke keuzes we daarin maken. Gegeven de situatie zoals die bovenstaand is omschreven stellen wij ons een ambitie ten doel tot het realiseren van een taakstelling die erop gericht is in 2019 een bezuiniging te behalen op het BUIG-budget van € 250.000. Deze bezuiniging is zeer ambitieus, echter de inzet van extra maatregelen, een strakkere aanpak van de uitkeringsgerechtigden en de inzet van werkgeversdienstverlening zal bij moeten gaan dragen aan uitkeringslastbeperking. We hebben op basis van de financiële raming een beschikbaar jaarbudget. Dat budget zal met name ingezet worden in de eerste 6 maanden van het jaar. Hiermee trachten we al begin van het jaar uitstroom te bevorderen en resultaten van de inzet van re-integratiemiddelen zichtbaar te maken.

Onderstaand staan SMART-formuleringen van de doelstellingen en ambitie

S(pecifiek) – M(eetbaar) – A(cceptabel) – R(ealistisch) – T(ijdsgebonden)

S: Als concrete doelstelling stellen we een uitstroomrealisatie van 80 beëindigingen van uitkeringen in 2019. Jaarlijks bij te stellen door middel van de evaluaties en lokale en landelijke trends. Deze uitstroom staat los van de instroom aan uitkeringen. Instroom is minimaal te beïnvloeden. Strenge selectie aan de poort en preventieve maatregelen om doorval vanuit de WW te voorkomen kan bijdragen aan minder instroom.

M: Per maand/ kwartaal zal het aantal actuele uitkeringen in beeld gebracht worden. Door middel van de rapportages sociaal domein kan met inachtneming van de uitvoerings-verwerkingstijd van 1 a 2 maanden een actueel beeld gepresenteerd worden aan aantallen uitkeringen op maandniveau en cumulatief over de status van het jaar tot dat moment. Op die manier kan gestructureerd de vinger aan de pols gehouden worden en kan worden bijgestuurd waar nodig. Tevens is het mogelijk deze gegevens te verstrekken als stuurinformatie op uitkeringslastniveau.

A: De geformuleerde doelstelling wordt gezien als een behoorlijke opdracht en ambitie. Er is echter vertrouwen dat de genomen keuzes en uitgangspunten zoals beschreven in het aanvalsplan en het benoemen en acteren op focusgroepen leidt tot verhoogde uitstroomresultaten. Zeker gezien de economische wind in de rug waarmee we momenteel te maken hebben.

R: De gestelde doelstelling is erg ambitieus. Uitgangspunt dat intensivering van werkzoekendendienstverlening en werkgeversdienstverlening leidt tot verhoogde uitstroomresultaten maakt dat de doelstelling als (deels) haalbaar geacht wordt. Tevens moeten we ons ervan bewust zijn dat er steeds meer sprake zal gaan zijn van toenemende krapte op de arbeidsmarkt. De ‘mismatch’ is een belangrijk onderwerp om aan te pakken om de aansluiting bij de vraag naar passend personeel te beantwoorden, in te vullen en uit te breiden.

T: Tijdsplanning voor het behalen van de doelstelling is jaarlijks, in het eerste jaar dus het jaar 2019. De jaarlijks te stellen doelen worden telkens gemonitord in het lopende jaar. Tussentijds is op basis van maandelijks monitoring inzicht in de actuele stand van zaken ten opzichte van de doelstelling. Na de eerste 6 maanden zal nadrukkelijk onderzocht worden of de inzet van middelen heeft bijgedragen tot uitstroombevordering. Indien dat het geval is en het rendement van inzet van re-integratie-instrumenten is zichtbaar, kan in overleg gezocht worden naar aanvullende middelen om de inzet van de re-integratiemiddelen ook in het tweede deel van 2019 verder in te zetten.

Risico’s:

Er zijn ook een aantal risico’s waarmee we rekening moeten houden. Zo is het mogelijk dat er een (positieve of negatieve) bijstelling van het rijksbudget BUIG komt voor het jaar 2019. We hebben nu de voorlopige beschikking binnen. Lopend 2019 zal het ministerie de definitieve beschikking versturen, deze kan afwijken van de voorlopige beschikking waardoor er meer of minder rijksbudget richting gemeente komt. Deze rijksmiddelen zorgen voor de grootste dekking van de uitkeringslasten.

Door het feit dat een aantal inwoners van Bergen onder een andere (bijstands)norm zijn komen te vallen vanwege een aanpassing van hun woonsituatie (van ‘inrichting’ naar ‘ambulant wonen’) stijgen voor onze gemeente de uitkeringslasten voor deze groep. Bij een inrichting norm (≈ € 350 per maand) is sprake van zak-kleedgeld, terwijl bij de uitkeringsnormen ambulant wonen (≈ € 1.000 per maand), uitgegaan van volledige uitkeringen. Op jaarbasis heeft dit per uitkeringsgerechtigde dus een negatief effect van ≈ € 7.800. Reden voor de aanpassing van de normbedragen van ‘instellingennorm’ naar volledige ‘bijstandsnorm’ zijn veranderingen binnen (regio) Venlo. In 2018 heeft dat vraagstuk een negatief effect gehad op de uitkeringslast, dat zal ook in 2019 aan de orde blijven.

Een focus op een aantal subgroepen binnen het bestand wat als doelstelling heeft uitstroom te bevorderen, heeft (indien dit een succes blijkt te zijn) als risico dat het potentieel aan arbeidsrijpe kandidaten dunner wordt waardoor er ook oog zal moeten zijn voor de doelgroepen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt om hen op de participatieladder te kunnen laten stijgen zodat hun afstand tot de arbeidsmarkt verkleind wordt en zij het nieuwe potentieel kunnen worden/zijn. In de basisdienstverlening zal voor deze bestandontwikkeling voldoende aandacht moeten zijn.

6. Concrete inzet, extra aandacht gebieden

6.1 Inzet eigen personeel

6.1.1 Intensivering inzet werkzoekenden dienstverlening

De consulenten doelmatigheid krijgen kandidaten aangemeld vanuit de rechtmatigheidsconsulenten. Zij starten met het opstellen van een (verkort) leefplan/trajectplan zodat er een duidelijk beeld is van de kandidaat. Het principe van ‘ken je klant’ staat centraal. Vervolgens wordt er actief een traject gestart waarin perspectieven gesteld worden. Het traject zal dan starten.

Indien re-integratie niet haalbaar is voor bijstandsgerechtigden zal ingezet worden op het sluitstuk van actieve participatie door middel van de tegenprestatie. We geven conform de vastgestelde ‘verordening tegenprestatie 2019’ vorm aan de opdracht van het college om iedere bijstandsgerechtigde actief te laten participeren in de samenleving zoals dat staat beschreven in het coalitieakkoord. We vragen bijstandsgerechtigden een tegenprestatie te leveren tenzij dat echt niet kan (bijvoorbeeld bij opname, intensieve behandeling, of anderszins). Indien dat aan de orde is, kan een bijstandsgerechtigde hiervan worden vrijgesteld.

Trajecten kunnen in 2 hoofdroutes worden ingedeeld:

Spoor 1: indien er een nieuwe aanmelding voor bijstand wordt gedaan, wordt de bijstandsgerechtigde na de intake door de consulent rechtmatigheid direct doorgeleid naar de consulenten doelmatigheid. Zij schalen na afstemming de bijstandsgerechtigde in op participatieladdertrede. Spoor 1 is aan de orde indien de bijstandsgerechtigde op trede 4 of hoger staat. Hij/zij zal dan direct vacatures voorgelegd krijgen waarop hij/zij gaat solliciteren of waarop de consulenten hem/haar voorstellen. Vervolgens zal hij/zij worden ingezet op de workshops sollicitatie en bemiddeling naar werk. Eventueel ondersteund door een direct werkenplek. De begeleiding en ondersteuning wordt bij deze groep aanzienlijk geïntensiveerd. De kandidaat valt binnen de focusdoelgroepen.

Spoor 1 is gericht op continue matching van potentiele kandidaten en openstaande functies en vacatures. Het samenspel tussen de accountmanager en de consulenten doelmatigheid speelt zich af onder de noemer dat de kandidaten niet worden losgelaten totdat zij aan het werk zijn. Kort op dit proces zitten, sturen op continue actiestand van de kandidaten en zorgen voor voldoende aanbod van werk leidt tot een motivatieverbetering en slagingskansen gericht op uitstroom uit de bijstand naar betaalde arbeid.

Spoor 2: indien de bijstandsgerechtigde op participatietrede 3 of lager staat zal direct worden doorgeleid naar een ervaringsplaats om weer actief deel te nemen aan het arbeidsproces en leerdoelen te ontwikkelen zodat hij/zij stappen kan zetten op de participatieladder. Snelle bemiddeling naar betaalde arbeid is bij deze doelgroep primair (nog) niet aan de orde. Dit spoor kan gezien worden als een invulling voor onder andere de tegenprestatie conform de gelden verordening welke in december 2018 door de gemeenteraad is vastgesteld.

Actie: werkproces beschrijven en toepassing van bovenstaande 2 sporenbeleid door de uitvoering.

6.1.2 Intensivering inzet werkgeversdienstverlening

Naast de werkzoekenden (aanbod) hebben we ook de vraagkant (werkgevers) waarbij we nadrukkelijk aangesloten moeten zijn. Uiteindelijk zal vraag en aanbod bij elkaar moeten komen. De consulenten doelmatigheid hebben naast werkzoekende contacten ook contacten met werkgevers. Zij gaan op bedrijfsbezoek en inventariseren de mogelijkheden voor werk. Vervolgens zal de match tussen werk en werkzoekende gemaakt moeten worden.

Deze werkgeversbenadering speelt zich nu nog vooral regionaal af door deelname aan het werkgeversservicepunt. We willen naast de deelname aan het RWSP

3RWSP: Het Regionaal WerkgeversServicePunt Noord Limburg: hierbij zijn de 7 Noord-Limburgse gemeenten aangesloten, samen met het UWV en de drie WSW-bedrijven in de regio Noord Limburg. Het WSP is het samenwerkingsverband waarin deze partijen de werkgeversbenadering vorm en uitvoering geven

lokaal nadrukkelijker aansluiting vinden bij de arbeidsmarkt.

Er zal in samenspraak met het WSP een prioriteitenlijst worden opgesteld waarin potentiele bedrijven benoemd zijn die benaderd worden waarbij de verwachting is dat er mogelijk passend werk voor de doelgroep aanwezig is. De (aan te stellen) accountmanager zal bedrijven bezoeken, vacatures opstellen en samen met de consulenten doelmatigheid matches tot stand brengen ter bevordering van de uitstroom.

Er zal nadrukkelijk aandacht zijn voor de subregio’s. Dit betekent dat niet alleen gekeken zal worden naar werkgevers in de arbeidsmarktregio Venlo, maar dat tevens het benaderen van de werkgevers in het land van Cuijk en het rijk van Nijmegen aandacht zal krijgen.

Actie: Hierin stellen we voor een accountmanager (0,50 FTE) aan te stellen die namens de gemeente Bergen zitten neemt in het RWSP en daarnaast de (lokale) werkgevers kan binden aan de kandidaten vanuit de gemeentelijke bijstand. Een extra impuls werkgeversdienstverlening.

6.1.3 Samenspel consulenten (inclusief sociale recherche)

De consulenten doelmatigheid zorgen voor voldoende ondersteuning en begeleiding en dragen de kandidaten mogelijkheden aan. Indien de kandidaten zich onvoldoende inspannen om deelname aan de arbeidsmarkt te vergroten zal hiervan terugkoppeling gegeven worden aan de rechtmatigheidsconsulent zodat hij/zij de kandidaat kan aanspreken op zijn/haar verplichtingen in het kader van de Participatiewet en de consequenties van het niet nakomen van de verplichtingen.

Actie: nadrukkelijker aandacht voor de verplichtingen die de bijstandsgerechtigden hebben in het kader van de Participatiewet en hierop strenger handhaving conform de verordening. Inplannen periodiek casuïstiek werkoverleg consulenten.

Actie: onderzoek de mogelijke effecten van urenuitbreiding sociale recherche.

De gemeente Bergen heeft een samenwerkingsovereenkomst met de regio waarin afspraken zijn gemaakt over de inzet en bekostiging van de sociale recherche. Momenteel hebben we ongeveer 8 a 9 uur per week beschikbaar. Indien we extra inzet willen plegen op de sociale recherche, bijvoorbeeld voor intensivering van het project partiele inkomsten, zal hiervoor aanvullende financiering gevonden moeten worden. We willen aanvankelijk eerst onderzoeken wat de mogelijke effecten zijn van de extra inzet van de sociale recherche. Indien dat onderzoek leidt tot een rendabele business case, zal hiervoor een voorstel gemaakt worden.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.