Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.commissie: een door de raad ingestelde commissie als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet, ter voorbereiding van de besluitvorming van de raad en voor overleg met het college of de burgemeester.
b.Instellingsbesluit: het besluit van de raad tot instelling van een raadscommissie.
Artikel 2 Commissies
1De raad kan commissies instellen voor daarbij aan te geven beleidsterreinen.
2Een commissie wordt ingesteld voor een periode, gelijk aan de zittingsperiode van de raad.
3De instelling vindt plaats in de vergadering van de raad in de nieuwe zittingsperiode waarin de wethouders worden benoemd.
4(vervalt)
Artikel 3 Taak en bevoegdheden
1Een commissie heeft tot taak:a. de raad van advies te dienen over de voorbereiding van raadsvoorstellen op de in het instellingsbesluit aangegeven beleidsterreinen, uitgezonderd de voorbereiding van de beslissing op bezwaarschriften;b. te overleggen met en te adviseren aan het college en de burgemeester over andere aan haar door het college van burgemeester en wethouders en of de burgemeester voorgelegde onderwerpen.
2Een commissie adviseert over zaken; advies over personen beperkt zich tot procedurele en zakelijke aspecten.
3Een commissie kan ook eigener beweging adviseren over de aangelegenheden op haar terrein.
Artikel 4 Samenstelling
1Een commissie wordt gevormd door de voorzitter en het aantal leden zoals dat in het instellingsbesluit wordt bepaald.
2De raad kan bepalen dat voor elk lid ook een plaatsvervangend lid wordt benoemd.
3De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van een commissie worden benoemd door en uit de raad.
4De overige leden en de plaatsvervangende leden worden benoemd door de voorzitter van de raad, op voordracht van de voorzitter van de desbetreffende raadsfractie.
5Personele wisselingen in de commissie tijdens het verder verloop van de bestuursperiode aangaande ontslag en benoeming van commissieleden worden gedelegeerd aan het presidium en ter kennisgeving aangeboden aan de raad.
Artikel 5 Vereisten commissie lidmaatschap
Voorzover in het instellingsbesluit niet anders is bepaald, is artikel 10 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing op een commissielid dat niet tevens raadslid is.
Artikel 6 Onverenigbare betrekkingen
Voorzover in het instellingsbesluit niet anders is bepaald, is artikel 13 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing op een commissielid, dat niet tevens raadslid is.
Artikel 7 Verboden handelingen
1Voorzover in het instellingsbesluit niet anders is bepaald, is artikel 15 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing op een commissielid, dat niet tevens raadslid is.
2Van het bepaalde in artikel 15, eerste lid onder d, van de Gemeentewet kan de raad ontheffing verlenen.
Artikel 7a Nevenfuncties
1Leden van een commissie, niet zijnde leden van de raad, maken openbaar welke andere functies dan het lidmaatschap van de commissie zij vervullen. Zij doen daartoe schriftelijk opgave aan de griffie
2De openbaarmaking geschiedt door ter inzage legging van bedoelde opgave van functies in het gemeentehuis en publicatie op de website van de gemeente Bergeijk.
Artikel 8 Zittingsduur
1De leden van een commissie worden benoemd voor de zittingsperiode van de raad.
2Een lid van een commissie kan te allen tijde ontslag nemen. Het lid geeft daarvan schriftelijk kennis aan de voorzitter van de raad.
3Aftredende leden, die blijven voldoen aan de vereisten van het lidmaatschap, oefenen hun functies uit totdat hun opvolgers zijn benoemd.
4Zodra blijkt dat een lid van een commissie de hoedanigheid op grond waarvan hij is benoemd niet meer bezit, dat hij een met het lid maatschap onverenigbare betrekking vervult, dan wel dat hij handelt in strijd met een van de verboden handelingen, houdt hij op lid van de commissie te zijn.
5De vervulling van een tussentijds ontstane vacature geschiedt binnen 10 weken, nadat zij is ontstaan.
Artikel 9 Zetelverdeling
De commissiezetels per raadsfractie worden verdeeld volgens een verdeelsleutel die door de gemeenteraad wordt vastgesteld met inachtneming van de bepalingen van de Gemeentewet.
Artikel 10
Vervallen
Artikel 11 Taken voorzitter
De voorzitter is belast met:
1de voorbereiding en uitvoering van de vergaderingen;
2de leiding van de vergaderingen;
3wat deze verordening hem opdraagt.
Artikel 12 De griffier
De raadscommissie en haar voorzitter worden ondersteund door de griffier, diens vervanger of een door het college aan te wijzen ambtenaar.
Artikel 13 Taken griffier
1De griffier is geen lid van de commissie; wel kan hij, indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen deelnemen.
2De griffier draagt, onder de verantwoordelijkheid van de voorzitter, zorg voor een goede voorbereiding en uitvoering van de vergaderingen van de commissie.
3De griffier draagt er zorg voor dat de leden van de commissie over alle informatie kunnen beschikken die zij behoeven om hun functie goed te kunnen uitoefenen.
Artikel 14 Ambtelijke bijstand
Ten aanzien van de op de agenda geplaatste onderwerpen kunnen de daarvoor ambtelijk verantwoordelijke ambtenaren ter vergadering aanwezig zijn om nadere uitleg te verschaffen.
Artikel 15 Tekenen van stukken
Alle van een commissie uitgaande stukken worden ondertekend door de voorzitter en de griffier.
Hoofdstuk 2 Openbare vergaderingen
Artikel 16 Tijd en plaats
1Een commissie vergadert zo dikwijls de voorzitter of ten minste twee leden dit nodig oordelen.
2De vergaderingen worden in de regel in het gemeentehuis gehouden.
Artikel 17 Oproep, agenda en voorstellen
1De oproeping voor een vergadering vindt schriftelijk plaats en wordt -spoedeisende gevallen uitgezonderd- ten minste één week vóór de vergadering aan de leden toegezonden.
2De oproepingsbrief vermeldt de onderwerpen, die in de vergadering behandeld zullen worden in de volgorde waarin deze aan de orde zullen worden gesteld.
3De voorzitter zorgt er voor dat -spoedeisende gevallen uitgezonderd- de te behandelen voorstellen bij de oproepingsbrief zijn bijgevoegd.
4De bij deze voorstellen behorende stukken liggen gedurende tenminste één week voor de vergadering ter inzage.
Artikel 18 Openbare kennisgeving
1Een openbare vergadering wordt door aankondiging op de voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze ter openbare kennis gebracht.
2De openbare kennisgeving vermeldt:a. de datum, de aanvangstijd en plaats van de vergadering;b. de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de daarbij behorende voorstellen kan inzien;c. de mogelijkheid voor niet-leden van een commissie tot het uitoefenen van het spreekrecht.
Artikel 19 Presentielijst
De leden tekenen ter vergadering de presentielijst.
Artikel 20 Opening en quorum
1De voorzitter opent de vergadering, nadat hem is gebleken dat het door de wet vereiste aantal leden aanwezig is.1a. Na de opening verricht de voorzitter de loting voor het vaststellen van de spreekvolgorde van de fracties
2Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter met een tussentijd van ten minste 24 uren een nieuwe vergadering. In deze vergadering kunnen dan aanwezige leden beraadslagen en besluiten.
Artikel 21 Verslag
1Het verslag van de voorgaande vergadering wordt zo mogelijk bij de agenda aan de leden toegezonden.
2Bij het begin van de vergadering wordt, zoveel mogelijk, het verslag van de vorige vergadering vastgesteld.
3Het verslag moet inhouden:a. de namen van de voorzitter, de griffier, en de ter vergadering aanwezige leden van de commissie en van het college, alsmede van de leden die afwezig waren;b. een beknopte weergave van de besproken onderwerpen;c. de uitgebrachte adviezen;d. eventuele minderheidsstandpunten, met een korte aanduiding van de motieven.
4Aan het verslag wordt toegevoegd een zakelijke samenvatting van tijdens de vergadering gevoerde besprekingen met derden.
5Het verslag wordt opgemaakt onder de zorg van de griffier.
6Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.
7De griffier zendt het vastgestelde verslag zo spoedig mogelijk aan de leden van het college van burgemeester en wethouders en aan de overige leden van de raad.
Artikel 21a Vragenhalfuur
1De voorzitter stelt de leden van de commissie aan het begin van de vergadering in de gelegenheid mondelinge vragen te stellen aan de aanwezige leden van het college over onderwerpen die liggen op het beleidsterrein van de commissie.
2De voorzitter kan, na overleg met de leden van de commissie, bepalen dat de vragen onmiddellijk, mondeling, dan wel op een later tijdstip, schriftelijk, worden beantwoord.
Artikel 22 Voorstellen en amendementen
1Ieder lid heeft het recht aan de vergadering voorstellen te doen en amendementen op gedane voorstellen in te dienen.
2De commissie beslist of een voorstel, dat buiten de agenda valt, direct in behandeling wordt genomen of op de agenda van de eerst volgende vergadering wordt geplaatst.
Artikel 23 Beraadslaging
1Niet-leden kunnen worden uitgenodigd in de vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslaging deel te nemen.
2Leden van het college van burgemeester en wethouders kunnen desgewenst of eigener beweging aanwezig zijn in de vergadering en deelnemen aan de beraadslaging.
3Op degene die op grond van dit artikel is toegelaten deel te nemen aan de beraadslaging zijn de bepalingen van deze verordening van toepassing.
Artikel 24 Besluitvorming
1Nadat de beraadslaging is gesloten, brengt de voorzitter het voorstel tot besluitvorming.
2Indien geen stemming wordt gevraagd stelt de voorzitter vast dat zonder hoofdelijke stemming conform het voorstel wordt geadviseerd.
3De stemming geschiedt mondeling.
4Een eventueel minderheidsstandpunt wordt in het verslag verwoord.
5Ingeval de stammen staken wordt geen advies uitgebracht, maar verslag gedaan van de opvatting van de commissieleden.
6De voorzitter heeft geen stemrecht.
Artikel 24a Deelnemen aan beraadslaging en besluitvorming
Een lid van een commissie neemt niet deel aan beraadslaging of besluitvorming over een onderwerp dat hem persoonlijk rechtstreeks of middellijk aangaat, of waarbij hij als vertegenwoordiger betrokken is.
Artikel 25 Spreekrecht
1Niet-leden van een commissie worden in de gelegenheid gesteld het woord te voeren tijdens de openbare vergadering van een commissie, over de onderwerpen voorkomend op de agenda, uitgezonderd het verslag en de rondvraag.
2Zij die het woord wensen te voeren dienen dit vóór de aanvang van de vergadering aan de griffier of de commissievoorzitter kenbaar te maken onder opgave van het agendapunt, waarover men wenst te spreken.
3De voorzitter geeft niet-leden vervolgens het woord voorafgaand aan het desbetreffende agendapunt.
4De spreektijd voor niet-leden bedraagt maximaal vijf minuten per persoon per agendapunt; de voorzitter is bevoegd de spreektijd te beperken indien meer dan vijf niet-leden het woord bij het betreffende agendapunt wensen te voeren.
5De niet-leden dienen zich te beperken tot het geven van een toelichting op of opvatting over het agendapunt.
Artikel 26 Handhaving orde
1Indien een lid of een spreker zich beledigend of onbehoorlijk uitdrukt, afwijkt van het onderwerp in behandeling, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen.
2Indien betrokkene hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.
3De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hen te bepalen tijd schorsen en indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord de vergadering sluiten.
Artikel 27 Toehoorders en pers
1De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.
2Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.
3Het is verboden zonder toestemming van de voorzitter geluid- of beeldregistraties in de vergaderzaal of de publieke tribune te maken van hetgeen gesproken wordt.
4De voorzitter kan degenen, die in strijd met dit artikel handelen, dadelijk uit de vergaderzaal doen verwijderen.
Hoofdstuk 3 Besloten vergaderingen
Artikel 28 Algemeen
1Een vergadering wordt besloten verklaard, wanneer dit door ten minste een vijfde van de aanwezige leden wordt gevraagd of de voorzitter dit nodig oordeelt.
2De commissie beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.
Artikel 29 Vergaderregels
Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van toepassing die gelden voor een openbare vergadering.
Artikel 30 Verslag
Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijke verslag opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij de commissie anders beslist.
Artikel 31 Geheimhouding
1Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de commissie of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden.
2Stukken waaromtrent geheimhouding is opgelegd, kunnen bij de griffier worden ingezien door de leden van het college van burgemeester en wethouders en de overige leden van de raad.
Hoofdstuk 4 Slotbepalingen
Artikel 32 Uitleg verordening
In de gevallen, waarin deze verordening niet voorziet, beslist de voorzitter van de commissie.
Artikel 33 Citeerartikel
Deze verordening kan worden aangehaald als " Verordening op de raadscommissies”.
Artikel 34 Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt inwerking op de dag na besluitvorming in de Raad
2.Op de dag van in werking treden van de “Verordening op de raadscommissies” vervalt de “Verordening op de vaste commissies”, zoals vastgesteld door de raad bij besluit van 27 april 2006.