Aanhef
De raad van de gemeente Bergeijk;
gelezen het voorstel van het presidium;
gezien het advies van de commissie ABZ van 7 september 2023;
gelet op de artikelen 81k en 149 van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Verordening gemeentelijke rekenkamer Bergeijk 2024
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.Wet: Gemeentewet;
b.Directeur: de directeur is het enige lid van de rekenkamer;
c.College: het college van burgemeester en wethouders van Bergeijk;
d.Griffie: de griffie van de gemeente Bergeijk
e.Rekenkamer: gemeentelijke rekenkamer als bedoeld in artikel 81a van de Gemeentewet
f.Doelmatigheid: de mate waarin de gewenste prestaties en beoogde maatschappelijke effecten worden gerealiseerd met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen;
g.Doeltreffendheid: de mate waarin de gewenste prestaties en beoogde maatschappelijke effecten van het beleid daadwerkelijk worden behaald;
h.Rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving.
Artikel 2 Rekenkamer
1Er is een rekenkamer.
2De rekenkamer bestaat uit één lid, die wordt aangeduid met de titel ‘directeur’, en één plaatsvervangend lid, die wordt aangeduid met de titel ‘plaatsvervangend directeur’.
3Bij langdurige afwezigheid van de directeur treedt de plaatsvervangend directeur in zijn plaats.
Artikel 3 Benoeming en ontslag
1De raad benoemt de directeur van de rekenkamer. De benoeming van de directeur wordt voorbereid door het presidium.
2De directeur wordt benoemd voor een periode van zes jaar.
3De directeur kan voor maximaal drie keer voor een periode van zes jaar worden herbenoemd.
4Leden van de rekenkamer leggen, alvorens hun werkzaamheden aan te vangen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 81g lid 1 van de Gemeentewet de eed of belofte af.
5De directeur wordt door de raad ontslagen:
a.op eigen verzoek;
b.bij de aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de rekenkamer;
c.wanneer hij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld;
d.indien hij naar het oordeel van de raad ernstig nadeel toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen.
e.wanneer hij door ziekte of gebreken, blijvend ongeschikt is zijn functie te vervullen.
Artikel 4 Klankbordgroep
1Er is een klankbordgroep voor de rekenkamer.
2De klankbordgroep bestaat uit één vertegenwoordigend raadslid per fractie. De raad kan daarnaast vier plaatsvervangers raadsleden benoemen die hen bij afwezigheid kunnen vervangen.
3De klankbordgroep overlegt minimaal twee keer per jaar met de rekenkamer over de werkzaamheden van de rekenkamer. In dit overleg komt onder andere aan de orde de contacten tussen rekenkamer en raad, de voortgang van de onderzoeken, de afstemming tussen rekenkamer, college en de ambtelijke organisatie en de onderwerpselectie.
4De klankbordgroep fungeert als adviesorgaan voor de rekenkamer. De klankbordgroep heeft geen beslissingsbevoegdheid.
5De leden van de klankbordgroep ontvangen geen vergoeding.
Artikel 5 Onderzoeksplan en onderwerpselectie
1De rekenkamer maakt een inventarisatie van onderwerpen die in aanmerking komen voor een onderzoek na een ronde van consultatie bij alle raadsfracties.
2De directeur van de rekenkamer kiest beargumenteerd zelf de onderwerpen voor onderzoek. Ter bepaling van zijn keuze treedt de directeur in overleg met de klankbordroep.
3In beginsel verricht de rekenkamer jaarlijks één groot onderzoek. In overleg met de klankbordgroep kan ook gekozen worden voor twee kleine(re) onderzoeken.
4De directeur legt per onderzoek een onderzoeksplan voor ter kennisname aan de raad.
5In het onderzoeksplan wordt in ieder geval aangegeven:
a.De afbakening van het onderzoeksterrein
b.De formulering van de onderzoeksvraag
c.Eventuele randvoorwaarden
d.De planning
6De raad kan de rekenkamer een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een onderzoek. De rekenkamer bericht de raad binnen één maand in hoeverre aan dat verzoek wordt voldaan. Indien de rekenkamer niet aan het verzoek van de raad voldoet, zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren.
Artikel 6 Uitbesteding onderzoek
1Afhankelijk van het onderzoeksplan voert de directeur het onderzoek zelf uit of wordt het onderzoek deels of geheel uitbesteed.
2In het geval van uitbesteding van het onderzoek zal de directeur fungeren als onderzoeksbegeleider.
3Uitbesteding van het onderzoek vindt plaats binnen het in artikel 9 genoemde budget.
Artikel 7 Ambtelijke ondersteuning
1De rekenkamer wordt ambtelijk ondersteund door de griffie.
2De griffie is het eerste aanspreekpunt voor de rekenkamer.
3De ondersteuning vanuit de griffie ziet met name op de agendering van rapporten, de coördinatie en agendering van de reacties van de betrokken organen, doorgeleiding onderzoeksplannen en jaarverslagen naar de raad en het college, het bijhouden van de aangenomen aanbevelingen gedaan door de rekenkamer en de afwikkeling van de vergoedingen.
Artikel 8 Vergoeding voor werkzaamheden van de directeur
1De directeur ontvangt een vaste maandelijkse vergoeding van 350 euro. Deze vergoeding is inclusief reis-, verblijf- en overige kosten. De vergoeding wordt jaarlijks geïndexeerd met dezelfde indexering die geldt voor de vergoeding voor raadsleden.
2De directeur ontvangt daarnaast een uurvergoeding van 55 euro voor het verrichten van onderzoek in eigen beheer.
Artikel 9 Budget
1De raad stelt jaarlijks bij het vaststellen van de begroting een budget voor de rekenkamer vast.
2De rekenkamer is bevoegd binnen het aan haar bij de begroting beschikbaar gestelde budgetuitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken.
3Ten laste van het in voorgaand lid bedoelde budget worden de kosten gebracht van:
a.de vergoeding voor de werkzaamheden van de directeur;
b.externe deskundigen die eventueel door de rekenkamer zijn ingeschakeld;
c.eventuele overige uitgaven die de rekenkamer nodig acht voor de uitoefening van haar taak.
4De rekenkamer is voor de besteding van het budget uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de raad.
Artikel 10 Jaarverslag
De rekenkamer stelt elk jaar vóór 1 april een verslag op van haar werkzaamheden over het voorgaande jaar.
Artikel 11 Intrekkingsbepaling
De 'Verordening rekenkamercommissie Bergeijk 2014' wordt ingetrokken.
Artikel 12 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2024.
Artikel 13 Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening gemeentelijke rekenkamer Bergeijk 2024'.