Gemeentelijke regelgeving

Strategisch Gemeentelijk Informatiebeveiligings- en privacybeleid (IB&P-beleid) 2024-2027

Gemeente Berg en Dal · geldt sinds 28 november 2024

2. Strategisch beleid

2.2. Ontwikkelingen

2.2.1. De BIO en de NIS2

De BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) is het normenkader voor de gehele overheid. De werkwijze van deze BIO is gericht op risicomanagement. Dat wil zeggen dat de teamleiders nu meer dan vroeger moeten werken volgens de aanpak van de ISO 27001 en daarbij is risicomanagement van belang. Dit houdt voor het management in, dat men op voorhand keuzes maakt en continu afwegingen maakt of informatie in bestaande en nieuwe processen adequaat beveiligd is in termen van beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid.

Het is ook een manier om prioriteiten te stellen zodat de aandacht uitgaat naar die onderwerpen waar de risico’s het grootst zijn. Zie ook 2.2.5.

Overheden hebben met elkaar afgesproken dat zij de BIO implementeren in de eigen organisatie. Naar verwachting zal binnen korte tijd er ook een direct wettelijke verplichting komen. De Europese richtlijn Network and Information Systems Directive 2 (NIS2), die in Nederland Netwerk- en informatiebeveiligingsrichtlijn (NIB2) heet, zal leiden tot een wettelijke verplichting voor gemeenten om aan de BIO te voldoen (wordt verankerd in de Wbni). Op basis van de informatie die op dit moment (januari 2024) bekend is, zullen gemeenten als essentiële entiteit aangewezen worden. Dat is de zwaarste categorie.

Vanaf eind 2024 zal de wetgeving waarschijnlijk in werking treden. Gemeenten en samenwerkingsverbanden van gemeenten zullen dan:

•Aan de BIO moeten voldoen;

•Incidenten moeten melden bij de IBD;

•Bestuurders moeten trainen op gebied van informatiebeveiliging;

•Te maken krijgen met toezicht voor- en achteraf.

Met het strategisch beleid en de uitwerking ervan zullen we voldoen aan de verplichtingen, zoals nu bekend.

2.2.2. De AVG

Nieuwe technologische ontwikkelingen, innovatieve voorzieningen, globalisering en een steeds digitaler wordende overheid maakt het zorgvuldig omgaan met persoonsgegevens steeds complexer en noodzakelijker. De gemeente Berg en Dal is zich hiervan bewust en wil daarom met dit beleid aangeven hoe zij in algemene zin invulling geeft aan nationale en Europese wet- en regelgeving op het gebied van privacy, waaronder de AVG.

2.2.3. De Wpg

De gemeente heeft BOA’s in dienst en zij verwerken gegevens die niet onder de AVG vallen maar onder de Wet Politiegegevens (Wpg). Hiervoor moet de gemeente beleid en samenhangende procedures hebben ingeregeld die betrekking hebben op toegangsrechten, autorisaties, data classificatie, risico-inschatting, registratie en logging, meldplicht en documentatieplicht.

2.2.4. De 10 principes voor informatiebeveiliging

De 10 principes voor informatiebeveiliging zijn een bestuurlijke aanvulling op het normenkader BIO en gaan over de waarden die de bestuurder zichzelf oplegt. De principes zijn in Bijlage B opgenomen.

2.2.5. Dreigingsbeeld Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten en risico-analyse

Het Dreigingsbeeld Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten geeft een actueel zicht op incidenten en factoren uit het verleden, aangevuld met een verwachting voor het heden en de nabije toekomst. Dit dreigingsbeeld is daarmee het ideale document om focus aan te brengen in het actualiseren van beleid en plannen voor informatiebeveiliging.

We hebben daarom een risicoanalyse uitgevoerd op basis van dit dreigingsbeeld. Deze is als een afzonderlijk document beschikbaar. De uitkomsten zijn gebruikt bij het opstellen van het informatiebeveiligings- en privacyplan.

2.2.6. Informatie uit incidenten, inbreuken op de beveiliging en datalekken

De gemeente kent naast het hierboven genoemde dreigingsbeeld een eigen systeem waarin incidenten worden vastgelegd, het ISMS. Dit systeem geeft ook waardevolle informatie om van te leren en dus zijn incidenten uit het verleden ook nadrukkelijk input bij het actualiseren van het beleid.

2.6. Uitgangspunten

2.6.1. Strategische doelen

De strategische doelen van het IB&P beleid zijn:

•Het managen van de informatiebeveiliging;

•Adequate bescherming van bedrijfsmiddelen en persoonsgegevens;

•Het toepassen van dataminimalisatie;

•Het minimaliseren van risico’s van menselijk gedrag;

•Het voorkomen van ongeautoriseerde toegang;

•Het garanderen van correcte en veilige informatievoorzieningen;

•Het beheersen van de toegang tot informatiesystemen;

•Het waarborgen van veilige informatiesystemen;

•Het adequaat reageren op incidenten;

•Het beschermen van (kritieke) bedrijfsprocessen;

•Het beschermen en correct verwerken van persoonsgegevens van burgers en medewerkers;

•Voldoen aan de wettelijke verplichtingen voortvloeiend uit de AVG en dit op ieder moment met bewijs kunnen aantonen;

•Het waarborgen van de naleving van dit beleid.

2.6.2. Belangrijkste uitgangspunten

De belangrijkste uitgangspunten van het beleid zijn:

•De uitvoering van de informatiebeveiliging en privacybescherming is een verantwoordelijkheid van het lijnmanagement. Alle informatiebronnen en -systemen die gebruikt worden door de gemeente Berg en Dal hebben een interne eigenaar die de vertrouwelijkheid, privacyeisen en/of waarde bepaalt van de informatie die ze bevatten. De primaire verantwoordelijkheid voor de bescherming van informatie ligt dan ook bij de eigenaar van de informatie.

•Door periodieke controle, organisatiebrede planning én coördinatie wordt de kwaliteit van de informatievoorziening en privacy verankerd binnen de organisatie. Het IB&P beleid vormt samen met het IB&P plan het fundament onder een betrouwbare informatievoorziening en privacybescherming. In het IB&P plan wordt de betrouwbaarheid van de informatievoorziening en privacy organisatiebreed benaderd. Het plan wordt periodiek bijgesteld op basis van nieuwe ontwikkelingen, registraties in het incidentenregister en risicoanalyses voor informatiebeveiliging en privacy.

•Informatiebeveiliging en privacybescherming is een continu verbeterproces. ‘Plan, do, check en act’ vormen samen het managementsysteem van informatiebeveiliging en privacybescherming.

•De gemeente stelt de benodigde mensen en middelen beschikbaar om haar eigendommen en werkprocessen te kunnen beveiligen en te voldoen aan de privacy eisen volgens de wijze zoals gesteld in dit beleid.

•Regels en verantwoordelijkheden voor het IB&P beleid dienen te worden vastgelegd en vastgesteld.

•Iedere medewerker, zowel vast als tijdelijk, intern of extern, is verplicht waar nodig (persoons)gegevens en informatiesystemen te beschermen tegen ongeautoriseerde toegang, gebruik, verandering, openbaring, vernietiging, verlies of overdracht en bij vermeende inbreuken hiervan melding te maken.

•Het borgen van privacy in de uitvoering van gemeentelijke processen vindt risicogestuurd plaats. De verantwoordelijken in de organisatie maken afwegingen ter naleving van privacyregels en op basis van een risico-inschatting.

2.6.3. IB&P governance

De organisatiestructuur van de gemeente ziet er per november 2023 als volgt uit:

Praktisch wordt als volgt invulling gegeven aan de uitgangspunten:

•Het college van B en W stelt als eindverantwoordelijke het strategisch IB&P-beleid vast.

•De gemeenteraad heeft een controlerende rol. De raad dient de naleving van de wet- en regelgeving op het gebied van informatiebeveiliging en privacy toetsen.

•Het MT stelt jaarlijks het Informatiebeveiligings- en privacyplan vast.

•Het MT is verantwoordelijk voor het (laten) uitwerken en uitvoeren van onderwerp specifieke tactische beleidsregels die aanvullend zijn op dit strategisch beleid.

•Vastgestelde beleidsstukken en uitwerkingen daarvan (bijv. procedures, standaarden en werkinstructies) worden centraal beheerd in het managementsysteem voor informatiebeveiliging en privacybescherming (ISMS)

6NB: veel van deze documenten zijn tot stand gekomen in het zaaksysteem en zullen daar ook in opgeslagen blijven.

.

•Het MT is verantwoordelijk voor het vragen om informatie bij de teamleiders en ziet erop toe dat de teamleiders adequate maatregelen genomen hebben voor de bescherming van de (persoons)gegevens, informatiesystemen en procesautomatiseringsystemen die onder hun verantwoordelijkheid valt.

•De Chief Information Security Officer (CISO) ondersteunt vanuit een onafhankelijke positie de organisatie bij het bewaken en verhogen van de betrouwbaarheid van de informatievoorziening en rapporteert hierover rechtstreeks aan de directie, voorafgaand aan de P&C-gesprekken. De CISO brengt een jaarverslag uit waarin hij zijn bevindingen en aanbevelingen vastlegt.

•De Functionaris voor Gegevensbescherming (FG) is verantwoordelijk voor het intern onafhankelijk toezien op en adviseren van het college van B&W over de juiste en zorgvuldige omgang met persoonsgegevens zoals de AVG en de WPG voorschrijft. De FG brengt een jaarverslag uit waarin hij zijn bevindingen en aanbevelingen vastlegt.

•Het MT en de teamleiders stellen proactief informatie over de bescherming van persoonsgegevens ter beschikking aan de FG. Desgevraagd verstrekken zij aanvullende informatie aan de functionaris gegevensbescherming.

•Tijdens Planning & Control-gesprekken dient er aandacht te zijn voor de informatiebeveiliging en privacy n.a.v. de rapportage van de CISO en/of de FG. De onderwerpen, die als risicovol worden gezien, moeten tevens worden opgenomen in de auditplannen.

•De teamleiders zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de informatiebeveiliging voor de processen waarvoor zij verantwoordelijk zijn.

•De teamleiders zijn verantwoordelijk voor de borging van de AVG dan wel de Wpg binnen de processen waarvoor zij verantwoordelijk zijn en het bijbehorende verwerkingsregister.

•De teamleiders zijn verantwoordelijk voor het oefenen met informatiebeveiligings- en privacy incidenten en bedrijfscontinuïteit.

•Alle medewerkers van de gemeente worden getraind in het gebruik van beveiligingsprocedures.

•Alle medewerkers hebben een minimale basiskennis van de privacywetgeving en weten deze bewust toe te passen in hun dagelijks werk.

•Medewerkers dienen verantwoord om te gaan met persoonsgegevens en andere informatie. Een bewustwordingsprogramma draagt eraan bij dat medewerkers hiertoe in staat zijn.

•Teamleiders dienen erop toe te zien dat de controle op het verwerken van persoonsgegevens regelmatig wordt uitgevoerd, zodat zij kunnen vaststellen dat alleen rechthebbende ambtenaren de juiste persoonsgegevens ingezien en verwerkt hebben.

•De beveiligingsmaatregelen worden bepaald op basis van risicomanagement. Teamleiders voeren dataclassificaties informatiebeveiliging uit op basis van de BIO en bij verwerken van persoonsgegevens tevens (Pre-)DPIA’s uit op basis van de AVG uit om deze risico-afwegingen te kunnen maken.

•Informatiebeveiliging en privacybescherming maakt deel uit van de beoordelingssystematiek en wordt besproken tussen de teamleider en de medewerker.

2.6.4. Randvoorwaarden

Belangrijke randvoorwaarden zijn:

•De informatiebeveiliging en privacy eisen maken deel uit van afspraken met ketenpartners, leveranciers en gemeenschappelijke regelingen en worden periodiek geëvalueerd/gecontroleerd.

•Kennis en bewustzijn van informatiebeveiliging en privacybescherming en omgaan met persoonsgegevens binnen de organisatie dienen actief bevorderd en geborgd te worden.

•Jaarlijks wordt een IB&P plan opgesteld onder leiding van de Teamleider Informatie, gebaseerd op:

•Dit IB&P-beleid;

•De uitkomsten van de jaarlijkse Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA);

•Andere audit resultaten zoals de WPG-audit;

•het dreigingsbeeld gemeenten van de IBD;

•Uitkomsten risico-analyses en DPIA’s;

•De door de teamleiders ingebrachte onderwerpen voor de informatievoorziening waarvoor zij verantwoordelijk zijn, bijvoorbeeld als uitkomst van een risicoanalyse of een privacy analyse (DPIA).

•Om uitvoering te kunnen geven aan dit strategisch beleid en het IB&P- plan worden voldoende financiële middelen en uitvoeringscapaciteit ter beschikking gesteld.

Bijlage A: Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO)

De Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) is het basisnormenkader voor informatiebeveiliging binnen alle overheidslagen (Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen). Had voorheen iedere overheidslaag zijn eigen baseline, nu is er met gezamenlijke inspanning één BIO voor de gehele overheid.

Eén normenkader

Het gebruik van één normenkader voor de gehele overheid biedt een aantal voordelen:

•Het versterken van de informatieveiligheid door betere afstemming binnen ketens van overheden en andere partijen;

•Administratieve lastenverlichting bij overheid en bedrijven, zowel afnemers als leveranciers, door uniforme beveiligingsnormen bij de overheid;

•Aansluiting bij internationale regelgeving en standaarden;

•Vermindering van onderhoudskosten.

Implementatie BIO

De BIO is in december 2018 vastgesteld door de Ministerraad voor de Rijksoverheid. Daarvoor was door de gemeenten, waterschappen en provincie reeds besloten tot invoering van de BIO. De overheidslagen zijn per 1-1-2019 gestart met de implementatie van de BIO. Iedere overheidslaag heeft daarvoor zelf een implementatiepad opgesteld. De minister van BZK heeft bepaald dat in het digitale verkeer met het Rijk de BIO wordt gehanteerd.

BIO en de ‘pas-toe-of-leg-uitlijst’

Informatiebeveiligingsstandaarden ISO 27001 en ISO 27002 zijn geplaatst op de ‘pas toe of leg uit’-lijst) van het Forum Standaardisatie. Op de die lijst wordt de verhouding tussen de ISO-standaard 27001 en 27002 met de BIO uitgelegd. De BIO is gebaseerd op de NEN-ISO/IEC 27001:2017 en de NEN-ISO/IEC 27002:2017. Op specifieke controls geeft de BIO een nadere invulling in de vorm van overheidsmaatregelen. De overheid heeft zich verplicht de BIO te implementeren.

De tekst van de BIO is hier te downloaden.

Bijlage B: De 10 principes voor informatiebeveiliging / 6 beginselen van de AVG

1.De 10 principes voor informatiebeveiliging

Gemeenten wisselen op alle beleidsterreinen informatie uit en beheren dat op vele manieren, zowel binnen de eigen organisatie, maar ook daarbuiten. Als professionele organisatie past hierbij dat de gemeente ook de beveiliging van informatie adequaat organiseert. Informatie moet immers beschikbaar, actueel, volledig en betrouwbaar zijn en mag alleen door bevoegden zijn in te zien.

Bij de uitwisseling moet de gemeente te allen tijde rekening houden met beveiligings- en privacyaspecten omdat ze een maatschappelijke en wettelijke verantwoordelijkheid heeft om de gegevens van de inwoners onder alle omstandigheden te beschermen.

Bestuurlijke aanvulling op de normen en regels

De principes gaan over waarden die de bestuurders en afdelingsmanagers zichzelf opleggen. Deze waarden zijn verbonden aan de waarden van de organisatie. Informatiebeveiliging creëert waarde, voorkomt schade en draagt bij aan de bedrijfsdoelstellingen van de organisatie.

Om dat te bewerkstelligen zijn de volgende principes belangrijk:

1Bestuurders bevorderen een veilige cultuur.

2Informatiebeveiliging is van iedereen.

3Informatiebeveiliging is risicomanagement.

4Risicomanagement is onderdeel van de besluitvorming.

5Informatiebeveiliging behoeft ook aandacht in (keten)samenwerking.

6Informatiebeveiliging is een proces.

7Informatiebeveiliging kost geld.

8Onzekerheid dient te worden ingecalculeerd.

9Verbetering komt voort uit leren en ervaring.

10Het bestuur controleert en evalueert.

Toelichting:

1Bestuurders bevorderen een veilige cultuur

Menselijk gedrag en cultuur beïnvloeden op significante wijze alle aspecten van risicomanagement op elk niveau en in elk stadium. Zonder open cultuur waar iedereen vrij is om te spreken is het niet goed mogelijk om risico’s te identificeren en als de risico’s niet bekend zijn, kunt u ze ook niet adresseren. Als de organisatie een cultuur bevordert waarin mensen zich vrij voelen om risico’s te melden en maatregelen voor te stellen, dan kunnen we adequaat reageren op dreigingen en samenhangende risico’s.

2Informatiebeveiliging is van iedereen

Passende en tijdige betrokkenheid van belanghebbenden maakt het mogelijk dat hun kennis, opvattingen en percepties in aanmerking worden genomen. Dit resulteert in een verbeterd bewustzijn en goed geïnformeerd risicomanagement.

Iedereen moet betrokken worden bij risicomanagement, in alle lagen van de organisatie. Maak gebruik van de kennis en verantwoordelijkheid van proces- en systeem eigenaren. Gebruik de Chief Information Security Officer (CISO), Functionaris Gegevensbescherming (FG) en Controller als onafhankelijke adviseur en laat ze samenwerken in een risicoteam, waar u vanzelfsprekend ook zitting in heeft. Laat uw interne communicatie aandacht besteden aan het verspreiden van de boodschap, het belang en het voordeel van risicomanagement binnen de organisatie. Goed uitgevoerd risicomanagement creëert waarde voor de organisatie omdat de kwaliteit van besluiten toeneemt en de kans op falen afneemt.

3Informatiebeveiliging is risicomanagement

Risicomanagement wordt bewust toegepast bij alle organisatie activiteiten. Risicomanagement werkt alleen als het geïntegreerd is in alle werkprocessen van de organisatie. Dat kan alleen bereikt worden als risico’s regelmatig op de agenda staan en als risico’s een plek/paragraaf krijgen in alle bestuurlijke documenten. Maak afdelingsmanagers verantwoordelijk voor risicomanagement door afspraken met ze te maken over uw risicobereidheid. Afdelingsmanagers zijn verantwoordelijk voor de maatregelen en rapportage daarover.

4Risicomanagement is onderdeel van de besluitvorming

Risicomanagement is onderdeel van alle besluiten en risicomanagement is ‘chefsache’. U kunt als bestuurder alleen de juiste richting aangeven als informatie u bereikt. Door dreigingen en risico’s mee te nemen in de vragen die u stelt aan uw afdelingsmanagers kunt u er in uw beslissingen ook rekening mee houden. Zo kunt u bijsturen voordat risico’s manifest worden en escalatie voorkomen.

5Informatiebeveiliging behoeft ook aandacht in (keten)samenwerking

Het risicomanagementproces moet passen bij de organisatie en ondersteunen aan de organisatiedoelstellingen. De keten is zo sterk als de zwakste schakel. De gemeente dient met ketenpartners en leveranciers regelmatig het gesprek te voeren over risico’s en de maatregelen die ervoor zorgen dat de risico’s tot een acceptabel niveau worden teruggebracht.

6Informatiebeveiliging is een proces

Risico’s kunnen ontstaan, veranderen of verdwijnen als de externe en interne context van een organisatie verandert. Risicomanagement detecteert en anticipeert op die veranderingen en gebeurtenissen op een gepaste en tijdige manier. Risicomanagement moet een cyclisch, iteratief en terugkerend proces zijn, want dreigingen veranderen, doelstellingen veranderen, de omgeving verandert en wetgeving verandert. Indien u in uw risicomanagement geen rekening houdt met een veranderende omgeving, dan zijn uw maatregelen op termijn wellicht niet doeltreffend of doelmatig.

7Informatiebeveiliging kost geld

Risico’s moeten behandeld worden en er zijn vele manieren om veiligheid te realiseren, maar aan alle zijn kosten verbonden.

Risico’s kunt u ontwijken, mitigeren, overdragen of wegnemen door het nemen van preventieve-, repressieve- en/of correctieve maatregelen. Welke strategie u ook kiest, ze kosten allemaal middelen in termen van tijd en geld. Voor maatregelen kan derhalve een kosten-batenanalyse worden gemaakt.

8Onzekerheid dient te worden ingecalculeerd

De input voor risicomanagement is gebaseerd op historische en actuele informatie, evenals op toekomstige verwachtingen. Risicomanagement houdt expliciet rekening met eventuele beperkingen en onzekerheden die aan dergelijke informatie en verwachtingen zijn verbonden.

Informatie moet tijdig, duidelijk en beschikbaar zijn voor relevante belanghebbenden.

Zonder goede informatie kunt u geen goede risico-inschattingen en besluiten nemen. Zonder goede en tijdige informatie bent u niet bekend met de risico’s die uw organisatie loopt. Verbetering komt voort uit leren en ervaring.

9Risicobeheer wordt voortdurend verbeterd door leren en ervaring

Risicomanagement gedijt het beste in een organisatie die leert van ervaringen en op basis hiervan verbeteringen doorvoert. Hoe goed de informatiehuishouding ook beveiligd is, incidenten zullen altijd voorkomen. Door te zoeken naar verbeterpunten en de wil om te leren bouwt u doorlopend aan het verhogen van uw digitale weerbaarheid.

10Het bestuur controleert en evalueert

Risicomanagement is het controleren en evalueren van resultaten, evenals het nemen van eindverantwoordelijkheid en het doorhakken van lastige knopen.

Controle is belangrijk om goed inzicht te krijgen in de mate waarin het informatiebeveiligingsbeleid en risicomanagement ingebed zijn in de organisatie. Naast verslagen en managementrapportages zijn incidenten, en dan vooral de manier waarop ze afgewikkeld worden, een goede graadmeter om te zien hoe de organisatie omgaat met het onderwerp.

Medewerkers kunnen erop vertrouwen dat besluiten op bestuursniveau genomen worden, wanneer de situatie daar om vraagt.

11.De 6 beginselen van de AVG

De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) kent 6 basisprincipes, in de AVG 'beginselen' genoemd. Die staan in artikel 5 van de AVG. Elke organisatie die persoonsgegevens verwerkt, moet zich hieraan houden. En dit kunnen aantonen. Dat is de verantwoordingsplicht.

De 6 AVG-beginselen zijn:

1rechtmatigheid, behoorlijkheid en transparantie;

2doelbinding;

3dataminimalisatie;

4juistheid;

5opslagbeperking;

6vertrouwelijkheid en integriteit.

1.Rechtmatigheid, behoorlijkheid en transparantie

Organisaties mogen persoonsgegevens alleen verwerken in overeenstemming met de wet. Dan is de verwerking rechtmatig. Een verwerking die niet aan de AVG voldoet, is dus onrechtmatig.

Voor betrokkenen moet het behoorlijk en transparant zijn hoe en waarom hun persoonsgegevens verwerkt worden. Zij moeten in ieder geval op de hoogte zijn van de identiteit van de organisatie die hun persoonsgegevens verwerkt. Ook moet het doel van de gegevensverwerking duidelijk zijn en moet er een geldige grondslag voor zijn.

2.Doelbinding

Organisaties mogen persoonsgegevens alleen verzamelen met een gerechtvaardigd doel. Dat doel moet specifiek zijn en vooraf uitdrukkelijk zijn omschreven.

Het doel waarvoor een organisatie persoonsgegevens gaat verwerken, moet verenigbaar zijn met het doel waarvoor deze gegevens zijn verzameld. Oftewel: de organisatie mag de gegevens niet ineens voor een heel ander doel gebruiken.

3.Dataminimalisatie

Als organisaties persoonsgegevens verwerken, moeten ze daarbij uitgaan van het principe ‘zo min mogelijk’. Dat houdt bijvoorbeeld in dat de verwerking van de gegevens moet passen bij het doel. En dat de organisatie niet meer gegevens mag verwerken dan noodzakelijk is om het doel te bereiken.

4.Juistheid

De verwerkingsverantwoordelijke moet ervoor zorgen dat de gegevens juist zijn. En de gegevens actualiseren als dat nodig is.

Mensen kunnen ook aan organisaties vragen hun persoonsgegevens aan te passen als die niet kloppen. Dat is het recht op rectificatie.

5.Opslagbeperking

Organisaties moeten persoonsgegevens verwijderen zodra die niet langer nodig zijn voor het oorspronkelijke doel waarvoor ze zijn verzameld. Organisaties mogen gegevens dus maar een bepaalde tijd bewaren.

6.Vertrouwelijkheid en integriteit

De gegevensverwerking moet op een passende manier worden beveiligd. Voor bijzondere persoonsgegevens, zoals over iemands gezondheid, gelden extra strenge regels.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.