Aanhef
Vastgesteld door burgemeester en college van Berg en Dal op 12 juni 2024, ieder voor zover bevoegd.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dag van bekendmaking.
Deze regeling wordt aangehaald als: “Plaatsingsbeleid Laadinfrastructuur gemeente Berg en Dal”.
2 Uitgangspunten plaatsingsbeleid
2.5 We plaatsen laadpalen op basis van data
2.5.1 Plaatsing op basis van voorspellende data
Met behulp van data kan de behoefte aan laadpunten worden voorspeld. Zo kan laadinfrastructuur voor-de-vraag-uit worden geplaatst. Dit verkort de doorlooptijd, zodat bewoners en forenzen niet onnodig lang op laadmogelijkheden hoeven te wachten. Ook maakt dit de uitrol beter te plannen. Op basis van de voorspellende data is met de concessiehouder afgesproken dat de gemeente Berg en Dal 11 laadpalen per jaar voor-de-vraag-uit plaatst.
2.5.2 Vraag gestuurd
Bij vraag gestuurde plaatsing kunnen inwoners een aanvraag indienen voor plaatsing van een publiek laadpunt in de openbare ruimte, nabij hun woning. Door aanvragen vanuit bewoners te laten indienen, is er zekerheid over de nabijheid van een laadpunt.
Een bewoner kan een publieke laadpaal aanvragen wanneer hij/zij:
a.Beschikt over een elektrische of ‘plug-in’ hybride voertuig;
b.Woont in de gemeente Berg en Dal;
c.Geen eigen parkeergelegenheid heeft en/of niet de mogelijkheid heeft bij deze parkeergelegenheid een laadpaal te realiseren;
d.Er nog geen of niet voldoende laadpalen binnen 250 loopafstand van de woning aanwezig of gepland zijn;
2.5.3 Laadpaal op basis van gebruikersdata
Het verbruik van laadpalen kan op afstand worden gemonitord. Wanneer we zien dat een laadpaal veel gebruikt wordt, kan een nieuwe laadpaal in de buurt van de veelgebruikte laadlocatie geplaatst worden. Op dit moment gaan we kijken naar de mogelijkheid voor het plaatsen van een extra laadpaal als het gebruik van een laadpaal verdeeld over twee laadpunten meer dan 5.000 KWH per jaar is.
2.5.4 Strategisch plaatsen
Strategisch geplaatste laadpalen worden aangelegd op locaties die niet door een van bovenstaande strategieën naar boven komen. Voor deze strategische plaatsing is een financiële bijdrage van de gemeente nodig. We kijken daarom eerst of het mogelijk is de behoefte op te vangen met laadpalen op basis van de eerste drie plaatsingsstrategieën.
Per de ingangsdatum van dit beleid gaan we als gemeente wel kijken of we laadpalen strategisch kunnen plaatsen op plekken waar er een project in de openbare ruimte loopt. Hierdoor hoeft de openbare ruimte maar één keer herinricht te worden. Dit zien we als kans om op een strategische manier de uitrol van elektrische laadinfrastructuur verder uit te rollen. In eerste instantie proberen we dan een proactieve laadpaal te plaatsen binnen dat project, alleen als dit niet mogelijk is kijken we of we een strategische laadpaal willen plaatsen.
3 Inpassing en plaatsingscriteria laadpalen
3.1 Plaatsingscriteria publieke laadinfrastructuur
3.1.1 Plaatsingseisen publieke laadinfrastructuur
Hieronder volgen de eisen voor een locatie voor publieke laadinfrastructuur:
a.Een laadpaal wordt geplaatst bij een bestaand of gepland parkeervak;
b.De laadpaal mag niet recht voor een deur of raam van een woning geplaatst worden;
c.De laadpaal mag niet voor of haaks tegenover een uitweg geplaatst worden;
d.De laadpaal moet buiten een bochtstraal van 5 meter van een bocht geplaatst worden;
e.De voorkeur is dat de laadpaal in verharding wordt geplaatst. Is hiervoor écht geen mogelijkheid aanwezig, dan kan onder voorwaarden worden uitgeweken naar plaatsing in een groenvoorziening. Hiervoor gelden de volgende eisen:
i.Plaatsing in gras heeft de voorkeur boven plaatsing in ‘hoog’ groen, zoals een plantsoen;
ii.Is plaatsing in gras niet mogelijk, dan is plaatsing in een haag bij uitzondering mogelijk. Hierbij dient de haag aan weerszijden van de laadpaal te worden onderbroken;
iii.Bij plaatsing in groen (zowel laag als hoger groen) wordt rondom de laadpaal maaibescherming aangebracht, van minimaal één rij 30x30 tegels rondom de voet van de laadpaal;
iv.Plaatsing geschiedt zo, dat dit van zo min mogelijk groen ten koste gaat.
v.De laadpaal wordt ver genoeg van de kruin van een boom geplaatst zodat de boomwortels niet worden bewerkt;
f.De laadpaal wordt ten opzichte van het parkeervak zo geplaatst, dat de kabel bij voorkeur niet of maar maximaal 30 centimeter over het trottoir, fietspad of de rijbaan ligt of hangt;
g.Bij het opladen van het voertuig dient deze zo geparkeerd te (kunnen) worden, dat de aansluiting van de auto zich niet aan de zijde van de rijbaan bevindt;
h.Bij een laadpaal moet altijd 1.20 meter vrije doorloopruimte beschikbaar blijven, bij plaatsing op of nabij een trottoir;
i.De doorstroming en veiligheid van het overige verkeer mogen niet belemmerd worden door plaatsing en/of gebruik van de laadpaal;
j.Laadpalen worden geplaatst, rekening houdend met het behouden van optimale bereikbaarheid ten aanzien van (nood)voorzieningen, zoals brandkranen en nooddeuren;
Van de eisen kan in principe niet afgeweken worden. Het plaatsen van een laadpaal in afwijking van bovengenoemde eisen kan enkel door een ambtelijk besluit tot afwijken in overleg met de wethouder.
3.1.2 Plaatsingsvoorkeuren publieke laadinfrastructuur
Aanvullend op bovengenoemde eisen, zijn onderstaande plaatsingsvoorkeuren opgesteld. Waar mogelijk wordt met deze voorkeuren rekening gehouden, om te komen tot een optimale inrichting van de parkeerplaatsen met laadinfrastructuur.
Bij het plaatsen van publieke infrastructuur gelden de volgende voorkeuren:
a.Een publieke laadpaal wordt geplaatst op gemeentegrond. Afwijken hiervan kan enkel als:
i.Er binnen 250 meter loopafstand geen ander alternatieve locatie is op gemeentegrond;
ii.De gemeente schriftelijke toestemming heeft van de eigenaar van de grond om de laadpaal te plaatsen;
b.Laadpalen worden op een goed zichtbare locatie geplaatst, dus nabij een kruising of in een open ruimte, waarbij de laadpaal vanuit meerdere richtingen zichtbaar is en/of benaderd kan worden.
c.Laadpalen worden in verharding geplaatst. Is dit niet mogelijk, dan gelden in artikel 3.1.1 onder e genoemde eisen voor aanleg in groenvoorzieningen;
d.Bij langsparkeerplaatsen wordt de laadpaal waar mogelijk 30 centimeter achter de trottoirband geplaatst, bij haaksparkeren is dit waar mogelijk 60 centimeter;
e.Een laadpaal wordt niet direct voor de woning van een aanvrager geplaatst, om gevoel van informeel ‘eigendom’ te voorkomen;
f.Een laadpaal wordt tussen de eerste twee parkeerplaatsen van een parkeerstrook of parkeerkoffer geplaatst;
g.De laadlocaties zijn zo goed mogelijk verspreid in een wijk;
h.Laadpalen worden bij voorkeur aan de kant van de weg waar de laagspanningskabel zich bevindt en waar mogelijk binnen 25 meter van het elektriciteitsnet geplaatst.
3.2.3 Gebruikersvoorwaarden publieke laadinfrastructuur
De volgende gebruikersvoorwaarden zijn van toepassing bij publieke laadinfrastructuur:
a.De parkeerplaatsen worden gereserveerd voor het laden van elektrische voertuigen. Indien de auto niet laadt, dient de gebruiker de parkeerplaats binnen redelijke tijd beschikbaar te maken voor andere gebruikers.
b.De publieke laadplekken zijn openbaar. Een aanvrager krijgt géén eigen parkeerplaats (met kentekenbord).