Hoofdstuk 2 Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ
2.1 Rechtmatigheidsonderzoek
2.1.1. Aanvraag levensonderhoud
Bij de aanvraag voor een bijstandsuitkering controleren we voor het eerst de rechtmatigheid. Dit leidt tot het toekennen of afwijzen van de aanvraag. De consulent beoordeelt de gegevens van de aanvrager en maakt daarbij gebruik van onder andere Suwinet. We vragen geen gegevens op die al bekend zijn bij ons
1In de Wet eenmalige gegevensuitvraag werk en inkomen (WEU) is geregeld dat gegevens die de ketenpartners werk en inkomen nodig hebben voor hun werk, slechts eenmaal mogen worden uitgevraagd. Het verbod op dubbele gegevensuitvraag geldt voor UWV, SVB en gemeenten bij de door hen uitgevoerde wetten rond werk en inkomen.
.
Bijzondere bijstand voor inwoners zonder bijstand
Bij de aanvraag voor bijzondere bijstand kijken we naar het inkomen, vermogen en de woonsituatie van inwoners zonder bijstand. De kostendelersnorm wordt hierbij niet meegenomen. We beoordelen ook de noodzaak van de kosten en de bijzondere omstandigheden waarin de kosten zijn gemaakt. Het beleidskader hiervoor is de Beleidsregel Bijzondere Bijstand. Elk jaar controleren we het recht.
Individuele inkomenstoeslag
Het recht op deze toeslag wordt beoordeeld volgens de Verordening Individuele Inkomenstoeslag en de bijbehorende beleidsregel.
Doe Mee! regeling
De rechtmatigheid van de Doe Mee! regeling wordt beoordeeld volgens de Verordening Doe Mee!. Bij deze regeling controleren we niet jaarlijks achteraf hoe het geld is besteed. We vertrouwen erop dat de inwoner de regeling gebruikt voor het doel om mee te kunnen doen aan leuke, leerzame en gezonde activiteiten.
2.1.2. Het Formulier Wijzigingen en het Formulier Inkomen
Formulier Wijzigingen
Inwoners gebruiken het formulier Wijzigingen om veranderingen door te geven die van invloed kunnen zijn op hun uitkering. Dit kan bijvoorbeeld zijn:
•Veranderingen in de leefsituatie
•Vakantieplannen
•Stoppen of starten met werk
•Andere relevante veranderingen
Op basis van de informatie op dit formulier voeren we korte onderzoeken uit om de gemelde veranderingen te controleren. Dit kan leiden tot een aanpassing van de uitkering. Soms kan de informatie op het formulier aanleiding geven tot een uitgebreider onderzoek als er vragen zijn over de doorgegeven veranderingen.
Formulier Inkomen
Inwoners gebruiken het formulier Inkomen om wijzigingen in hun inkomen door te geven. Dit kan bijvoorbeeld zijn:
•Veranderingen in salaris
•Ontvangst van andere inkomstenbronnen
•Wijzigingen in uitkeringen
Ook hier voeren we korte onderzoeken uit om de gemelde inkomensveranderingen te controleren. Dit kan leiden tot een aanpassing van de uitkering. Als er vragen zijn over de doorgegeven inkomensveranderingen, kan dit leiden tot een uitgebreider onderzoek.
2.1.3 Bureau InformatieDiensten Nederland
Het Bureau InformatieDiensten Nederland (hierna: BIDN) maakt overzichten van signalen over inwoners. Deze overzichten worden samengesteld uit gegevens van ketenpartners zoals het UWV, de Belastingdienst en de RDW. Het voordeel van deze overzichten is dat we onrechtmatigheden sneller kunnen opmerken en indien nodig aanpakken.
Elke maand haalt de administratief ondersteuner de signalen van het BIDN op. Deze signalen bevatten informatie over:
-Personalia (BSN verificatie)
-Inkomen
-Heffingskortingen
-Vermogen
-Voertuigbezit
-Detentie
-Inschrijving bij studie/school
-Uitkering bij andere gemeente
-Bankrekeningnummers
De administratief ondersteuner bekijkt het overzicht. Als er onderzoek nodig is, wordt een werkproces aangemaakt voor de consulent inkomen. Om te voorkomen dat onterecht verstrekte bijstandsuitkeringen oplopen, is het belangrijk dat deze werkprocessen snel worden afgehandeld. De consulent inkomen geeft binnen 5 werkdagen vervolg aan het signaal. Dit betekent niet dat het signaal al volledig afgehandeld moet zijn. Daarnaast controleert de consulent fraude en handhaving het overzicht maandelijks op mogelijke onregelmatigheden.
2.1.4 Huisbezoeken
Voor controle van de leefsituatie en woonomstandigheden van de uitkeringsgerechtigde kan het soms nodig zijn om een huisbezoek af te leggen. Als we vermoeden dat de uitkeringsgerechtigde niet de juiste informatie heeft gegeven aan de consulent, kan dit een reden zijn voor een huisbezoek.
Als de signalen zo concreet zijn dat we twijfelen aan het recht op bijstand, kan er ook een onaangekondigd huisbezoek plaatsvinden. Voor het afleggen van (onverwachte) huisbezoeken volgen we altijd het geldende protocol.
2.1.5 Niet-naleving van regels onderzoek
Als er vermoedens zijn van het niet-naleven van de regels, schakelen we onze consulent fraude en handhaving in. Sommige signalen kunnen aanleiding geven om het Instituut Bijzonder Onderzoek (IBO) in te schakelen. Dit is een regionaal bureau met drie sociaal rechercheurs die het niet-naleven van regels opsporen. Bij signalen waarbij een hoog bedrag betrokken is, neemt het IBO de zaak over.
Ook neemt onze consulent fraude en handhaving deel aan het Lokaal Ondermijningsoverleg (LOO).
2.1.6 Planmatig onderzoek
Het traditionele (her)onderzoek bestaat uit een geplande en volledige herbeoordeling van het recht op bijstand. Hierbij kijken we of de bijstand terecht is verleend en of de verplichtingen zijn nagekomen. De consulent inkomen ontvangt jaarlijks een signaal voor (her)onderzoek en beoordeelt of dit nodig is. De consulent rapporteert hierover. Bij een besluit tot (her)onderzoek stuurt de consulent inkomen een uitnodigingsbrief naar de inwoner. De consulent kan ervoor kiezen om een heronderzoeksformulier bij te voegen. In dit formulier worden verschillende vragen gesteld en bewijsstukken opgevraagd.
Het periodiek rechtmatigheidsonderzoek is een gepland en volledig onderzoek naar het recht op bijstand over de afgelopen periode en het recht op voortzetting van de uitkering. Dit onderzoek vindt zoveel mogelijk plaats via een persoonlijk gesprek. Het doel is niet alleen om de rechtmatigheid en naleving van de verplichtingen te controleren, maar vooral om het contact met de inwoner te behouden. Tijdens dit contact kunnen we ook aandacht besteden aan de volgende onderwerpen:
•Voorkomen van niet-gebruik minimaregelingen;
•Vroegsignalering van schulden en doorverwijzing naar schuldhulpverlening;
•Bij hulpvragen of signalen de inwoner in contact brengen met het Sociaal Team;
•Uitvraag van voortgang traject participatie en/of werk bij inwoner.
•Het gesprek benutten als kans om de inwoner verder te motiveren richting participatie of werk.
De consulent inkomen heeft ook een regiefunctie als het gaat om de arbeidsplicht. Dit betekent dat de consulent de voortgang van trajecten volgt, alleen niet de inhoud ervan. Dit is belangrijk voor het recht op een uitkering. Voor het heronderzoek of besluit neemt de consulent inkomen contact op met de contactpersoon van WBRN of de consulent participatie om de voortgang van het traject te bespreken.
Voor veel inwoners die bijstand ontvangen, kan de werkwijze eenvoudig en soms minder vaak (hiermee bedoelen we niet jaarlijks) zijn. Dit hangt af van de situatie van de inwoner. Bijvoorbeeld voor de inwoner met lage uitstroomkansen vanwege een beperking of het naderen van de pensioengerechtigde leeftijd. Ook de mate van contact met andere consulenten speelt een rol. Wanneer een consulent participatie of statushouders intensief contact heeft met de inwoner, kan dit een reden zijn om af te wijken van het jaarlijkse onderzoek of wordt er een driegesprek gehouden. We proberen elke twee jaar een onderzoek te doen. Zo houden we contact met de inwoner en kunnen we op tijd helpen als dat nodig is.
Bij periodieke bijzondere bijstand voor inwoners die geen andere bijstand ontvangen, moet een verlengingsbesluit worden genomen. Dit gebeurt meestal na een jaar, maar de periode kan ook langer zijn. We sturen een brief naar de inwoner om te vragen naar eventuele wijzigingen in de persoonlijke situatie. Op basis van een steekproef controleren kwaliteitsmedewerkers met informatie van het Bureau InformatieDiensten de rechtmatigheid.
2.1.7 Beëindigingsonderzoek
Als de bijstandsverlening eindigt of wordt beëindigd, voert de consulent een beëindigingsonderzoek uit. Dit onderzoek controleert de juistheid van de beëindigingsdatum en beoordeelt de wederzijdse rechten en plichten. De beëindiging moet binnen een redelijke termijn gebeuren. De consulent streeft ernaar om binnen vier weken (uiterlijk: binnen drie maanden
2Conform artikel 45 lid 1 Participatiewet.
) na de laatste maand van uitbetaling van de uitkering een beslissing te nemen.
2.1.8 Samenvatting
In onderstaand schema is aangegeven welke rechtmatigheidscontroles we hebben en hoe vaak die worden ingezet.
Soort controle
Doelgroep
Omschrijving
Frequentie
Aanvraag uitkering levensonderhoud
Participatiewet, IOAW, IOAZ, BBZ
Controle o.b.v. aanvraagformulier, bewijsstukken en Suwinet
Bij aanvraag altijd een HO rechtmatigheid opboeken. Ten minste 1 jaar na startdatum uitkering.
Formulier Wijzigingen en Formulier Inkomen
Participatiewet, IOAW, IOAZ, BBZ
Controle o.b.v. aanvraagformulier, bewijsstukken en Suwinet
Maandelijks
Signalen Inlichtingenbureau
Participatiewet, IOAW, IOAZ, BBZ
Controle in Suwinet o.b.v. signalen en eventueel bewijsstukken van inwoner
Maandelijks
Huisbezoeken
Participatiewet, IOAW, IOAZ, BBZ
Controle op de woonsituatie met inachtneming van Protocol Huisbezoek
Incidenteel, bij vermoeden van niet-naleving van de regels
Fraude onderzoeken
Participatiewet, IOAW, IOAZ, BBZ
Controle inkomen, vermogen en woonsituatie
Incidenteel, bij vermoeden van niet-naleving van de regels
Planmatig onderzoek
Participatiewet, IOAW, IOAZ, BBZ
Onderzoek naar rechtmatigheid met gegevens van inwoner of met Suwinet
1xper jaar.
Consulent inkomen heeft de mogelijkheid om motiverend af te wijken.
Beëindigingsonderzoek
Participatiewet, IOAW, IOAZ, BBZ
Besluit over resterende verplichtingen en afwikkeling hiervan
Termijn van streven 4 weken na beëindiging (uiterlijk: binnen drie maanden)
2.2 Doelmatigheidsonderzoek
2.2.1. Werk-kandidaten en participatiekandidaten
We nemen tijdens het onderzoek de doelmatigheid van de uitkeringen Participatiewet, IOAW en IOAZ (de re-integratieplicht) door van werk-kandidaten. We werken samen met WBRN om de voortgang te monitoren en de inwoner te ondersteunen. De re-integratieactiviteiten van zeven regiogemeenten, waaronder Berg en Dal, zijn daar ondergebracht. Het opleggen van een maatregel naar aanleiding van de doelmatigheidscontrole gebeurt door de gemeente. Een maatregel binnen de Participatiewet is een tijdelijke verlaging of stopzetting van de bijstandsuitkering als iemand zich niet houdt aan de verplichtingen, zoals solliciteren of juiste informatie geven. De gemeente bepaalt de zwaarte van de maatregel op basis van de ernst en herhaling van het gedrag.
Inwoners die niet in traject zijn bij het WBRN, worden begeleid door de consulenten participatie. De consulenten participatie hebben gesprekken met de participatiekandidaten en helpen hen stappen te zetten om mee te doen. Zo controleren we de doelmatigheid van de uitkering. Als tijdens het traject blijkt dat er stappen gezet kunnen worden richting een arbeidstraject of reguliere arbeid, wordt de inwoner alsnog aangemeld bij het WBRN.
Participatiekandidaten die tijdelijk ontheven zijn van de arbeidsverplichtingen, worden rond de einddatum van de ontheffing door de consulent participatie uitgenodigd om de doelmatigheid opnieuw te beoordelen. Bij volledige arbeidsongeschiktheid wordt een inwoner voor onbepaalde tijd ontheven van de arbeidsverplichtingen. Wanneer het besluit wordt genomen tot (tijdelijke) ontheffing, wordt dit altijd gemotiveerd en waar nodig ondersteund met een medisch onderzoek.
2.2.2 Samenvatting
Hieronder het schema van de doelmatigheidsonderzoeken:
Soort controle
Doelgroep
Omschrijving
Frequentie
Door WBRN
Werk-kandidaten
Controle nakomen re-integratieverplichting
Door gemeente
Participatie-kandidaten
Controle nakomen afspraken participatie
Afhankelijk van inwoner en start traject
Door gemeente
Kandidaten met tijdelijke ontheffing arbeidsverplichting
Opnieuw beoordelen arbeidsverplichting
Afhankelijk van einddatum ontheffing