Aanhef
Burgemeester en wethouders van de gemeente Berg en Dal,
Gelet op:
–de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
–de Jeugdwet;
–de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Berg en Dal 2026;
–de Verordening en de beleidsregels voorzieningen maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp van centrumgemeente Nijmegen voor wat betreft de regels voor opvang en beschermd wonen;
B e s l u i ten vast te stellen:
Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Berg en Dal 2026.
Bijlage 1. Normenkader huishoudelijke hulp gemeente Berg en Dal
In deze bijlage wordt een richtlijn gegeven op basis waarvan huishoudelijke hulp geïndiceerd kan worden. Het gaat hierbij nadrukkelijk om een richtlijn, waarbij indien nodig alle basisactiviteiten geïndiceerd worden. Van de normen wordt afgeweken als de situatie van de inwoner hier aanleiding toe geeft. Uitgangspunt is dat de hulpvraag van de inwoner centraal staat, rekening houdend met onder andere de gezondheids- en leefsituatie. Het gaat te allen tijde om het leveren van maatwerk, zodat een passende bijdrage aan de zelfredzaamheid van de inwoner geleverd wordt zonder dat hierbij de verantwoordelijkheid voor het eigen huishouden van de inwoner wordt overgenomen.
Resultaten en uitgangspunten
Als ondersteuning door het college bij het schoon houden van het huis noodzakelijk blijkt, wordt een maatwerkvoorziening Huishoudelijke hulp toegekend. Om de totale omvang van de ondersteuning te bepalen wordt de benodigde ondersteuningstijd van verschillende resultaten vastgesteld. Deze resultaten zijn:
–Het huis is schoon en leefbaar: Een huis is schoon en leefbaar als het normaal bewoond en gebruikt kan worden en voldoet aan basale hygiëne-eisen. Met ‘schoon’ bedoelen we: een basishygiëne borgen, waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van bewoners worden voorkomen. ‘Leefbaar’ staat voor: opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. De inwoner moet gebruik kunnen maken van een schone woonkamer, slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimtes en gang/trap. Het schoonmaken van de buitenruimte bij het huis (ramen, tuin, balkon, etc.) maken hier geen onderdeel van uit;
–De inwoner beschikt over schoon linnen- en beddengoed en schone kleding;
–De bewoner beschikt over primaire levensbehoeften en maaltijden;
–Er wordt gezorgd voor minderjarige kinderen;
–Er is sprake van regie over het doen van het huishouden.
Voor de onderbouwing van de maatwerkvoorziening Huishoudelijke hulp, maken we gebruik van het HHM Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025 (2025, bureau HHM). Zodra er een nieuwere versie is, maken we gebruik van deze nieuwste versie. De meest recente en volledige versie is te raadplegen via de volgende link: https://www.hhm.nl/werk/normenkaders/.
Het uitgangspunt is dat onderzocht wordt of met gebruikelijke hulp en/of oplossingen op basis van algemene voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen of voorzieningen op basis van andere wetten de noodzaak van ondersteuning door het college kan worden weggenomen of verminderd. Hierbij kan gedacht worden aan de inzet van hulpmiddelen zoals algemeen gebruikelijke huishoudelijke apparatuur, zoals een wasmachine, droger of stofzuiger, maar ook kan worden gedacht aan een robotstofzuiger. Als dergelijke apparaten niet aanwezig zijn maar wel een adequate oplossing zouden bieden, is de aanschaf van deze hulpmiddelen voorliggend op het inzet van huishoudelijke hulp. Verder kan het gaan om het gebruik van een glazenwasser, een particuliere schoonmaakhulp of maaltijdondersteuning vanuit de Zvw.
Het normenkader ziet op maatwerk voor de individuele inwoner. In het normenkader is aangegeven hoeveel tijd nodig is als sprake is van volledige overname van het huishouden bij de omschreven ‘gemiddelde cliëntsituatie’ (ofwel ‘ijkcliënt’) en op grond waarvan minder als mogelijk of meer als nodig ondersteuning wordt geboden.
Gemiddelde cliëntsituatie
De basisuren richten zich op het uitvoeren van het lichte en zware schoonmaakwerk. Denk aan het afnemen van stof, stofzuigen, reinigen van ramen, vloeren en sanitair en bedden verschonen. Uit objectief, onafhankelijk onderzoek is gebleken dat er 125 minuten per week nodig is om het resultaat ‘schoon en leefbaar huis’ te behalen in een ‘gemiddelde situatie’. Hieronder wordt verstaan:
1een huishouden met 1 of 2 volwassenen zonder thuiswonende kinderen;
2wonend in een zelfstandige huisvestingssituatie, gelijkvloers of met een trap;
3er zijn geen huisdieren aanwezig die extra inzet van ondersteuning vragen;
4de cliënt kan de woning dagelijks op orde houden (bijvoorbeeld aanrecht afnemen, algemeen opruimen) zodat deze gereed is voor de schoonmaak;
5de cliënt heeft geen mogelijkheden om zelf bij te dragen aan de activiteiten die moeten worden uitgevoerd;
6er is geen ondersteuning vanuit mantelzorgers, netwerk en vrijwilligers bij activiteiten die moeten worden uitgevoerd;
7er zijn geen beperkingen of belemmeringen aan de orde bij de cliënt die maken dat de woning extra vervuilt of dat de woning extra schoon moet zijn;
8de woning heeft geen uitzonderlijke inrichting en is niet extra bewerkelijk of extra omvangrijk.
Het normenkader betreft de voor de hulp beschikbare totale tijd, inclusief de indirecte tijd die nodig is voor binnenkomen, afspraken maken, interactie met de inwoner en bijvoorbeeld het pakken en opruimen van schoonmaakmiddelen. De activiteiten benodigd voor het realiseren van een schoon en leefbaar huis staan onder kopje ‘Basisactiviteiten’. De inwoner is vrij de uren naar eigen inzicht in te zetten voor het realiseren van het resultaat ‘schoon en leefbaar huis’. De inwoner stemt zelf met de door hem/haar gekozen aanbieder af met welke taken met welke frequentie dit wordt ingevuld.
Inwoners passen niet altijd precies in deze omschrijving van ‘de gemiddelde cliëntsituatie’. Er is sprake van invloedsfactoren die minder of juist meer ondersteuning nodig maken (eigen kracht e.d. versus vaker of beter moeten schoonmaken). Door een zorgvuldige afweging te maken hiervan voor iedere inwoner, komt de consulent tot individuele ondersteuning op maat (maatwerk).
Minder of meer inzet
De volgende drie groepen invloedsfactoren maken dat inzet van minder ondersteuningstijd mogelijk is of inzet van meer ondersteuningstijd nodig is:
Kenmerken inwoner
1Mogelijkheden inwoner zelf: de fysieke mogelijkheden van de inwoner om bij te dragen aan de uit te voeren activiteiten. Dit hangt af van het kunnen bewegen, lopen, bukken en omhoog reiken, het vol kunnen houden van activiteiten, het kunnen overzien wat moet gebeuren en daadwerkelijk tot actie kunnen komen. Ook speelt hier de trainbaarheid en leerbaarheid van de inwoner mee.
2Beperkingen en belemmeringen van de inwoner, die gevolgen hebben voor de benodigde inzet. De hoeveelheid extra ondersteuning die nodig is, is leidend, niet de problematiek als zodanig. Voorbeelden zijn Huntington, ALS, Parkinson, dementie, visuele beperking, revalidatie, bedlegerig, psychische aandoeningen, verslaving/alcoholisme e.d. Dit kan op twee manieren uitwerken:
a.Het kan nodig zijn extra vaak schoon te maken of te wassen, doordat meer vervuiling optreedt. Bijvoorbeeld als gevolg van rolstoelgebruik, ernstige incontinentie, overmatig zweten, (ernstige) tremors, besmet wasgoed (bijvoorbeeld bij chemokuur of Norovirus).
b.Het kan nodig zijn de woning extra goed schoon te maken. Ter voorkoming van problemen bij de inwoner voortkomend uit bijvoorbeeld allergie, astma, longemfyseem, COPD.
3Ondersteuning vanuit mantelzorgers, netwerk en vrijwilligers: de hoeveelheid ondersteuning die wordt geboden vanuit mantelzorgers, het netwerk van de inwoner en eventuele vrijwilligers, waardoor minder professionele inzet vanuit de gemeente noodzakelijk is omdat een deel activiteiten door niet-professionals wordt gedaan.
Kenmerken huishouden
1Samenstelling van het huishouden: het aantal personen en de leeftijd van leden in het huishouden. Als sprake is van een huishouden van twee personen, is niet persé extra inzet nodig. Dit is bijvoorbeeld wel het geval als zij gescheiden slapen, waardoor een extra slaapkamer in gebruik is. Het kan ook betekenen dat er minder ondersteuning nodig is, omdat de partner een deel van de activiteiten uitvoert (gebruikelijke hulp). De aanwezigheid van een kind of kinderen kan leiden tot extra noodzaak van inzet van ondersteuning. Dit is mede afhankelijk van de leeftijd en leefstijl van de betreffende kinderen en van de bijdrage die het kind levert in de huishouding (leeftijdsafhankelijk, gebruikelijke hulp). Als er kinderen zijn, zijn er vaak ook meer ruimtes in gebruik. Bij een kind kan ook sprake zijn van bijzonderheden (ziekte of beperking) die maken dat extra inzet van ondersteuning nodig is.
2Huisdieren: door de aanwezigheid van een of meer huisdieren in het huishouden, kan eventueel door meer vervuiling extra inzet nodig zijn dan in de norm is opgenomen. Verzorging van huisdieren valt niet onder huishoudelijke ondersteuning. Een huisdier veroorzaakt niet altijd extra benodigde inzet (goudvis in een kom, een niet verharende hond, etc.). Een huisdier heeft vaak ook een functie ten aanzien van participatie en eenzaamheidsbestrijding. Met de cliënt moet in voorkomende gevallen overleg plaatsvinden over aantal of aard van huisdieren en welke gevolgen hiervan wel of niet ‘voor rekening’ van de gemeente/samenleving komen.
Kenmerken woning
1Inrichting van de woning: extra inzet nodig door bijvoorbeeld extra veel beeldjes of fotolijstjes in de woonkamer of een groot aantal meubelstukken in de ruimte. Het gaat in dit geval om de extreme situaties, waarin de inrichting een aanzienlijke extra ondersteuning vergt. Ook hierbij kan nader overleg met de cliënt zijn aangewezen over wie wat doet in het huishouden.
2Bewerkelijkheid van de woning: extra inzet nodig door bouwkundige en externe factoren, bijvoorbeeld de ouderdom van het huis, de staat van onderhoud, de aard van de wand-of vloerafwerking, de aard van de deuren, schuine wanden, hoogte van de plafonds, tocht en stof, eventuele gangetjes en hoekjes.
3Omvang van de woning: een grote woning kan, maar hoeft niet persé meer inzet te vragen. Een extra grote oppervlakte van de in gebruik zijnde ruimtes kan meer tijd vergen om bijvoorbeeld stof te zuigen, maar kan het stofzuigen ook makkelijker maken omdat je makkelijk overal omheen kunt werken. Een extra slaapkamer die daadwerkelijk in gebruik is als slaapkamer vergt wel extra tijd.
Extra inzet voor kenmerken van de woning worden alleen in uitzonderlijke situaties toegekend. Van de inwoner wordt verwacht dat de reikwijdte van de ondersteuning tot een minimum wordt beperkt door zorg te dragen dat de woning toegankelijk, praktisch ingericht, opgeruimd en onderhouden is. Een voorbeeld hiervan is het beperken van beeldjes, fotolijstjes en andere losse accessoires op plekken die regelmatig gestoft moet worden.
N.B. Er zijn cliëntsituaties denkbaar die niet passen in het normenkader. Deze zijn zo uitzonderlijk dat hiervoor geen algemene normstelling mogelijk is. Het college zal daarom tijdens het onderzoek in gezamenlijk overleg bepalen welke ondersteuningsbehoefte er in deze cliëntsituaties is. Dit normenkader is daarbij veelal wel ondersteunend.
Resultaat: schoon en leefbaar huis
Bij volledige overname
125minuten
Minder inzet
Eigen mogelijkheden inwoner of netwerk
-Stof afnemen middenniveau
+ algemeen opruimen
-15 minuten
-Overige ‘licht’ huishoudelijk werk
-15/30 minuten
-Hulp netwerk/gebruikelijke hulp
-15 of meer minuten
Kenmerken die kunnen leiden tot meer inzet
Beperkingen en belemmeringen (meer vervuiling en/of hoger niveau van hygiene vereist)
Veel extra inzet is in het algemeen aan de orde als een tweede werkmoment per week van de hulp noodzakelijk is.
Enige extra inzet
+ 30 minuten
Veel extra inzet
+ 60 minuten
Samenstelling huishouden
Afwegen noodzaak meer inzet door extra vervuiling/ ondersteuningsbehoefte versus minder inzet door aanwezigheid eigen kracht en/of gebruikelijke hulp
Extra kamer in gebruik als slaapkamer
+ 18 minuten
Extra kamer niet in gebruik als slaapkamer
+ 5 minuten
Extra inzet vanwege vervuiling door huisdier
+ 15 minuten
Omvang, inrichting of bewerkelijkheid van de woning
+ 15 minuten
Alleen in uitzonderlijke situaties
In minuten per week
Als een inwoner zodanig veel eigen kracht heeft (of inzet vanuit het netwerk of andere passende voorzieningen) dat sprake kan zijn van ondersteuning op maat door niet wekelijks, maar eenmaal per twee weken ondersteuning bij het huishouden te bieden, dan wordt dit gezien als een passende oplossing in de specifieke situatie van deze inwoner.
Basisactiviteiten: schoon en leefbaar huis
Dit gaat om uitvoering van huishoudelijke werkzaamheden voor de in gebruik zijnde ruimtes, waarbij de inwoner zelf, of met behulp van het sociaal netwerk, de regie voert. De inwoner kan zelf (of met behulp van het sociaal netwerk) aangeven wat er moet gebeuren. Taken die onder deze vorm van huishoudelijke hulp vallen zijn (voor zover nodig) afnemen nat en droog, stofzuigen en dweilen, gordijnen en binnenzijde ramen wassen, bed verschonen, keuken en sanitair schoonmaken, opruimen.
Schoon en leefbaar huis
Woonruimten
Woonkamer
Slaapkamer(s)
Keuken
Schoonmaak-
activiteiten
Afnemen nat en droog
Stof afnemen laag/midden/hoog incl. tastvlakken en luchtfilter
Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten
Zitmeubels afnemen (droog/nat)
Radiatoren reinigen
Stof afnemen laag/midden/hoog incl. tastvlakken en luchtfilter
Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten
Radiatoren reinigen
Deuren/deurposten afdoen incl. deurlichten
Radiatoren reinigen
Stofzuigen en dweilen
Stofzuigen
Dweilen
Stofzuigen
Dweilen
Stofzuigen
Dweilen
Ramen en gordijnen
Gordijnen wassen
Lamellen/luxaflex reinigen
Ramen binnenzijde wassen
Gordijnen wassen
Lamellen/luxaflex reinigen
Ramen binnenzijde wassen
Gordijnen wassen
Lamellen/luxaflex reinigen
Ramen binnenzijde wassen
Bed verschonen
Bed verschonen
Matras draaien
Keuken schoonmaken
Keukenblok en apparatuur (buitenzijde)
Afval opruimen
Keukenkastjes (binnenzijde)
Koelkast (binnenzijde)
Oven/magnetron
Vriezer los reinigen binnenzijde (ontdooid)
Afzuigkap reinigen (binnenzijde)
Bovenkant keukenkastjes
Tegelwand (los van keukenblok)
Sanitair schoonmaken
Opruimen
Opruimen
Opruimen
Schoon en leefbaar huis
Woonruimten
Badkamer en toilet
Hal
Schoonmaak-
activiteiten
Afnemen nat en droog
Deuren/deurposten afdoen incl. deurlichten
Radiatoren reinigen
Stof afnemen laag/midden/hoog incl. tastvlakken en luchtfilter
Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten
Radiatoren reinigen
Stofzuigen en dweilen
Stofzuigen
Dweilen
Trap stofzuigen (binnenshuis)
Ramen en gordijnen
Gordijnen wassen
Lamellen/luxaflex reinigen
Ramen binnenzijde wassen
Bed verschonen
Keuken schoonmaken
Sanitair schoonmaken
Badkamer schoonmaken (incl. stofzuigen en dweilen)
Toilet schoonmaken
Tegelwand badkamer afnemen
Opruimen
Schoon linnen- en beddengoed en schone kleding
Iedere inwoner dient te beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding evenals schoon en gedroogd textiel (handdoeken en beddengoed). Ondersteuning bestaat uit wassen, in uitzonderlijke gevallen aangevuld met strijken. Ondersteuning ten behoeve van dit resultaat wordt geboden als de inwoner een belemmering heeft bij het op orde en schoon houden van het linnen- en/of beddengoed en kleding. De verzorging van de was zoals bedoeld binnen dit resultaatgebied omvat het machinaal wassen, laten drogen en opvouwen van kleding en linnen- en beddengoed.
Gestreken bovenkleding is in het algemeen niet noodzakelijk om te kunnen participeren in de maatschappij of voor de zelfredzaamheid. Inwoners kunnen hun eigen kracht inzetten door voor strijkvrije bovenkleding te kiezen. Daarnaast is het niet noodzakelijk om keukenlinnen en beddengoed te strijken. In uitzonderlijke gevallen kunnen de beperkingen van de client er voor zorgen dat een (medische) noodzaak bestaat voor het indiceren van strijken. Bij het beoordelen daarvan kan bij uitzondering een onafhankelijk medisch advies ingezet worden om de noodzaak objectief vast te stellen.
Verwacht mag worden dat de inwoner beschikt over een wasmachine. Als die er niet is, behoort het realiseren van een wasmachine tot de verantwoordelijkheid van de inwoner. Van betrokkene wordt tevens verwacht dat hij/zij redelijkerwijs al het mogelijke heeft gedaan om het ontstaan van extra zware was te beperken. Bijvoorbeeld door het gebruik van incontinentiemateriaal of anti-allergieproducten.
Resultaat: schoon linnen- en beddengoed en schone kleding
Gemiddelde situatie bij noodzaak tot overname
Was eenpersoonshuishouden
41minuten
Was tweepersoonshuishouden
50minuten
Strijken een- of tweepersoonshouden (in uitzonderlijke situaties)
22minuten
Minder inzet
Eigen mogelijkheden inwoner
-20 minuten
Meer inzet
Extra was per week t.g.v. beperkingen en belemmeringen
+ 19 minuten
In minuten per week
Boodschappen
Dit heeft betrekking op boodschappen die nodig zijn voor de dagelijkse levensbehoeften. Hieronder vallen levensmiddelen, toiletartikelen en schoonmaakmiddelen.
Van de inwoner wordt in principe verwacht dat hij met op eigen kracht, met behulp van gebruikelijke hulp, het netwerk, algemene of algemeen gebruikelijke voorzieningen de boodschappen doet. Verschillende supermarkten bezorgen boodschappen aan huis. Alleen in zeer uitzonderlijke gevallen wordt ondersteuning door het college bezien. Bijvoorbeeld wanneer de inwoner vanwege een medische oorzaak voor de dagelijkse levensbehoeften aangewezen is op een groot aantal verschillende winkels waardoor de bezorgkosten niet door de inwoner te dragen zijn. De taken bestaat uit het eenmaal per week opstellen van een boodschappenlijst, het doen van de boodschappen en het opruimen van de boodschappen.
Resultaat: de inwoner beschikt over primaire levensbehoeften
Passende oplossingen
Boodschappenservices
Overname boodschappen
51minuten
Eigen mogelijkheden inwoner/netwerk
-10 minuten
In minuten per week
Het klaarzetten of bereiden van maaltijden
Het uitgangspunt voor het te behalen resultaat is dat indien nodig 1 keer per dag 2 broodmaaltijden worden bereid en/of 1 keer per dag een warme maaltijd wordt opgewarmd en/of klaargezet. De taken bestaan uit: tafel dekken, eten en drinken eventueel opwarmen en klaarzetten, afruimen, afwassen of vaatwasser inruimen/uitruimen.
Tijdens het gesprek met de inwoner worden alle mogelijkheden doorgenomen en besproken. Kan betrokkene op eigen kracht of met hulp van de mensen om hem heen een maaltijd verzorgen? Is er een huisgenoot aanwezig of een van de buren in staat een maaltijd klaar te zetten of op te warmen? Ook wordt er in het onderzoek gekeken of algemene of algemeen gebruikelijke voorzieningen zoals kant en klaar maaltijden, de maaltijd op een (basis)ontmoetingsplek, maaltijdbezorging aan huis etc. oplossingen bieden. Komt de algemene of algemeen gebruikelijke voorziening niet tegemoet aan de eisen die aan de maaltijd worden gesteld (bv. bij een dieet dat voorgeschreven is door een arts) dan kan de warme maaltijd wel geïndiceerd worden. Bij het onderzoek dient ook betrokken te worden of de inwoner aanspraak kan maken op ondersteuning via zijn zorgverzekering of de Wet langdurige zorg. Indien dit er niet of onvoldoende tot de noodzakelijke oplossing leidt, kan ondersteuning door het college worden bezien.
Het aansporen tot het nuttigen van een maaltijd valt niet onder de huishoudelijke hulp, maar onder persoonlijke verzorging (Zorgverzekeringswet).
Resultaat: de inwoner beschikt over maaltijden
Passende oplossingen
Zorgverzekering
Kant en klaar maaltijden, de maaltijd op een (basis)ontmoetingsplek, maaltijdbezorging aan huis
1x 2 broodmaaltijden
20minuten per dag
Warme maaltijd
20minuten per dag
Verzorging kinderen
Het zorgen voor kinderen is een taak van ouder en/of verzorgers. Dat geldt ook voor ouders die door beperkingen niet in staat zijn hun kinderen te verzorgen. Elke ouder is zelf verantwoordelijk voor de opvang en (het organiseren van de noodzakelijke) verzorging van zijn of haar kinderen. Uitgangspunt is hierbij dat bij uitval van een van de ouders de andere ouder deze zorg of zijn aandeel in de zorg daar waar mogelijk overneemt. Op grond van gebruikelijke hulp hoeft het college niet te compenseren. Het college ondersteunt ouders alleen bij acuut ontstane problemen. De ondersteuning is dus per definitie tijdelijk, in afwachting van een definitieve oplossing. Een indicatie wordt afgegeven om ouder(s) of verzorger(s) de mogelijkheid te bieden in een oplossing te voorzien. Van ouders mag worden verwacht dat zij zich tot het uiterste zullen inspannen om die oplossing zo snel mogelijk te vinden. Daarbij dient ook betrokken te worden of de inwoner aanspraak kan maken op ondersteuning via zijn/haar zorgverzekering. Individuele ondersteuning voor structurele opvang van kinderen is niet mogelijk binnen de Wmo. De zorg voor kinderen omvat het wassen, douchen, aankleden, verschonen van luiers en het voeden van baby's. Het passen op kinderen valt niet onder dit resultaat. Tijdens het gesprek met de inwoner worden alle mogelijkheden doorgenomen en besproken. Zijn er algemene, collectieve of overige voorzieningen aanwezig die tot het gewenste resultaat kunnen leiden? Of kan de inwoner op eigen kracht, of met behulp van de mensen om hem heen zorgen voor de kinderen?
De zorg voor kinderen kan bestaan uit de volgende activiteiten: wassen, aankleden, eten geven, structuur bieden, was verzorgen, kamers opruimen, eten maken, tasjes school klaarmaken, meer tijd huishoudelijke taken, brengen naar school/crèche, naar bed brengen, afstemmen met andere hulp/informele zorg, afstemming/sociaal contact.
Resultaat: Er wordt gezorgd voor minderjarige kinderen
Kindzorg
Op maat (tijdelijk)
Regie op gestructureerd huishouden
Regie bij het organiseren van huishoudelijke taken wordt ingezet wanneer de inwoner niet tot zelfregie en planning van de werkzaamheden in staat is. De hulp heeft signalerende, aansturende en regietaken. De ondersteuning bestaat uit het helpen handhaven, verkrijgen of herkrijgen van structuur in het huishouden, waaronder het opslaan en beheer van levensmiddelen. Voor de hulp geldt een extra verantwoordelijkheid bij het signaleren (en doorgeven aan de gemeente) van ongewenste situaties of toenemende kwetsbaarheid bij de inwoner. Waaronder het bewaken of het nog verantwoord is dat de inwoner zelfstandig woont. De hulp dient de inwoner zoveel mogelijk te betrekken bij het maken van keuzes. Daarbij dient aangesloten te worden bij de capaciteiten, intellectuele vaardigheden en leervermogen van de inwoner.
Het overnemen van de regie over het huishouden kan noodzakelijk zijn als in redelijkheid niet meer van de inwoner verwacht kan worden dat hij zelfstandig beslissingen neemt (bijv. een terminale situatie) of als disfunctioneren dreigt. Dat kan zich uiten in vervuiling (van de woning of van kleding), verwaarlozing (eten en drinken) of ontreddering van zichzelf of van afhankelijke huisgenoten waardoor het functioneren in huis maar ook buitenshuis belemmerd wordt. Bij een deel van deze groep zal geen sprake zijn van ontwikkelvermogen, eerder van afnemende zelfredzaamheid. Regie bij het organiseren van huishoudelijke taken wordt niet ingezet wanneer de inwoner een Wmo-indicatie voor individuele begeleiding heeft. Dit omdat individuele begeleiding gericht is op de algehele zelfredzaamheid in het dagelijks leven van de inwoner, waar het huishouden onderdeel van uitmaakt.
Ondersteunen met advies, instructie en voorlichting
Een andere vorm van regie is het ondersteunen met advies, instructie en voorlichting gericht op het aanleren van praktisch vaardigheden in het huishouden. Bijvoorbeeld als een partner net is weggevallen. Soms is het dan praktisch hiervoor aan de (vaak al vertrouwde) huishoudelijke hulp voor een aantal weken extra tijd toe te kennen. Deze ondersteuning is altijd van korte duur. De taken bestaan uit het aanleren en samen uitvoeren van de activiteiten gericht op een schoon en leefbaar huis en de was verzorging. In uitzonderlijke situaties wordt ook ondersteuning ingezet voor het aanleren en samen uitvoeren van activiteiten gericht op boodschappen en maaltijden.
Resultaat: er is sprake van regie over het doen van het huishouden
Samen met inwoner organiseren van huishoudelijke taken
30minuten
Advies, instructie en voorlichting
Maximaal 90 minuten (tijdelijk)
In minuten per week
Bijlage 2. Toetsingskader Vervoer naar dagbesteding, dagbehandeling en (kortdurend) verblijf Jeugdhulp en Wmo
Het toetsingskader heeft betrekking op:
–het vervoer van en naar een (jeugd)hulplocatie;
–het vervoer van en naar een maatwerkvoorziening in het kader van de Wmo, betreffende begeleiding;
–dagbesteding of kortdurend verblijf;
–zowel lokaal, regionaal als bovenregionaal vervoer.
Het toetsingskader heeft geen betrekking op het sociaal vervoer vanuit de Wmo.
Criteria
1We verstrekken de goedkoopst adequate voorziening
Dit betekent dat wanneer er een maatwerk of individuele voorziening voor vervoer wordt ingezet we uitgaan van de dichtstbijzijnde adequate (jeugdhulp)voorziening.
Wanneer een cliënt kiest voor een aanbieder verder weg dan de dichtstbijzijnde aanbieder met een kwalitatief goed/voldoende aanbod, kan dit consequenties hebben voor het te verstrekken vervoer.
2We verstrekken geen vervoersvoorziening wanneer:
a) er een andere regeling is op grond waarvan een cliënt gebruik kan maken van vervoer;
b) er een eigen oplossing is voor vervoer of een oplossing vanuit het eigen netwerk, met vrijwilligers of maatjes;
Eigen oplossing: Bij het bepalen van de mate van zelf organiseren van het vervoer geldt de eis van redelijkheid en billijkheid, daarbij wordt gekeken naar de financiële situatie (eventuele bijstandsuitkering of Wajong). Bij jongeren wordt waar mogelijk gebruik gemaakt van voorliggende voorzieningen die jongeren in staat stellen om zelfstandig met het openbaar vervoer te reizen.
c) het vervoer valt onder de gebruikelijke hulp/zorg of algemeen gebruikelijk is;
Het betreft hier hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. In geval van jeugdhulp is dit ook gerelateerd aan de leeftijd van het kind. Onder gebruikelijke hulp valt in ieder geval het halen en brengen van en naar jeugdhulp binnen een straal van 6 kilometer voor kinderen onder de 12 jaar.
d) het vervoer niet langdurig noodzakelijk is of het vervoer slechts een geringe intensiteit heeft (beperkt aantal keren per maand).
Hieronder vallen de meeste vormen van ambulante behandeling of begeleiding en vervoer van en naar kortdurend verblijf (logeerfunctie).
Hardheidsclausule (afwijken van de beleidsregels)
Er kan een uitzondering worden gemaakt op bovenstaande als er sprake is van:
a.ernstige ontwrichting van het gezinsleven door het halen en brengen van een kind naar jeugdhulp;
b.ernstig overbelaste mantelzorgers;
c.bij jeugdhulp in het gedwongen kader;
d.situaties onbillijk van aard
Er kan een vangnet worden toegepast waarbij inwoners wel zelf vervoer kunnen regelen, maar waarbij de financiële draagkracht onvoldoende is:
•Taxi-vergoeding: vergoeding van kosten van een taxirit.
•Vergoeding OV: vergoeding van de kosten op basis van 2e klas van de snelste route van woonadres naar locatie van (jeugd)hulp.
Toetsingskader vervoer Regio Nijmegen
Het toetsingskader heeft geen betrekking op sociaal vervoer vanuit de Wmo.