Aanhef
De raad van de gemeente Beesel;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 9 juli 2024;
gelet op het bepaalde in artikel 212, lid 1 van de Gemeentewet dienen in de financiële verordening regels voor beleidsbepalingen van de reserves en voorzieningen opgenomen te worden. Er is voor gekozen om een aparte nota reserves en voorzieningen op te stellen. Hiermee voldoen we aan artikel 17 van de financiële verordening gemeente Beesel 2024.
In het BBV zijn voorschriften met betrekking tot reserves en voorzieningen opgenomen. Deze regels zijn opgenomen in de artikelen 42 tot en met 45, 49, 54 en 55 van het BBV. In bijlage 1 is deze regelgeving opgenomen;
b e s l u i t
1vast te stellen de verordening: Nota reserves en voorzieningen gemeente Beesel 2024;
2in te trekken de verordening: , Nota reserves en voorzieningen vastgesteld bij besluit van de raad van 17 december 2018.
3 Voorzieningen
3.2 Soorten voorzieningen
3.2.1 Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s
We moeten voor de verplichtingen, verliezen en risico’s waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten, een voorziening vormen.
Op dit moment zijn er een drietal voorzieningen die binnen deze categorie vallen. Het betreft:
•Voorziening pensioenen wethouders.
•Voorziening voormalig personeel en bestuurders.
•Voorziening verlof.
Voorziening pensioenen wethouders
Op grond van de wet APPA hebben alle gemeenten de verplichting om politiek ambtsdragers
(wethouders), of diens nabestaanden, van een inkomen te voorzien bij ouderdom, overlijden, arbeidsongeschiktheid en/of tijdens een wachttijdperiode. Aan de wijze waarop deze verplichting wordt ingevuld zijn geen verplichtingen gesteld. Jaarlijks wordt een analyse gemaakt (actuariële berekening) en vullen we de voorziening tot het gewenste niveau aan.
Voorziening voormalig personeel en bestuurders
Deze voorziening is bedoeld ter afdekking van de toekomstig te betalen wachtgelden van voormalig personeel en bestuurders.
Voorziening verlof
Wettelijk verlof moet na het jaar waarin dit is opgebouwd, binnen korte termijn worden opgemaakt en is voor iedere werknemer (per fte) hetzelfde. Hier spreken we daarom van een jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume en mogen we geen voorziening treffen. Anders is dit voor bovenwettelijk verlof en spaarverlof. Met ingang van 1 januari 2022 kunnen medewerkers bovenwettelijke vakantie-uren sparen. Met dit “verlofsparen” kunnen medewerkers passend bij hun levensfase deze uren inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning en het gemeentelijk vitaliteitsbeleid. Deze vakantie-uren verjaren niet. Dit kan gaan leiden tot verlofstuwmeren die bijvoorbeeld ingezet gaan worden om eerder met pensioen te gaan. Voor deze vorm van verlof wordt een voorziening gevormd.
3.2.2 Voorzieningen ter egalisatie van kosten
Onderhoudsvoorzieningen worden vooraf door de gemeenteraad ingesteld. Bij het vormen van een onderhoudsvoorziening geldt dat er altijd een onderhoudsplan aanwezig moet zijn.
Een voorziening om de onderhoudslasten van een kapitaalgoed over een aantal jaren te egaliseren kan worden ingesteld als wordt voldaan aan onderstaande criteria:
•Instelling en voeding gebeurt alleen op basis van een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) van het betreffende kapitaalgoed;
· Het onderhoudsplan dient een periode van (minimaal) 10 jaar te bestrijken;
· Het onderhoudsplan dient periodiek te worden geactualiseerd (minimaal eenmaal in de vijf jaar).
Bij de vaststelling van het onderhoudsplan wordt het te hanteren kwaliteitsniveau vastgesteld. De achterliggende gedachte hiervan is dat indien de hoogte van de onderhoudsvoorziening aansluit bij een onderhoudsplan de continuïteit van het gemeentelijk voorzieningenniveau, zowel in beleidsmatige als in financiële zin, is gewaarborgd. De onderhoudsplannen worden nader toegelicht in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen in de begroting en de jaarrekening.
3.2.3 Voorzieningen voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is
Door derden verkregen middelen met een specifiek bestedingsdoel worden door het BBV op twee verschillende wijzen gerubriceerd in de balans. Dit onderscheid is voor de juiste besluitvorming en rechtmatigheid van belang.
In artikel 44 lid 2 staat vermeld dat door derden verkregen middelen, die specifiek besteed moeten worden, gerekend worden tot de voorzieningen. Voor deze middelen geldt het beschikkingsrecht zoals vermeld onder de voorzieningen. Dit zijn bijdragen (niet zijnde EU- of Nederlandse overheidsbijdragen), waarvan de besteding over een aantal jaren wordt uitgesmeerd en waarvan de bestemming gebonden is.
Op dit moment hebben we 2 (egalisatie)voorzieningen die binnen deze categorie vallen. Dit zijn:
•Voorziening afvalstoffenheffing.
•Voorziening rioolrechten.
Bijlage 1 Wettelijk kader
In deze bijlage zijn de relevante artikelen met betrekking tot de reserves en voorzieningen uit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) opgenomen.
Artikel 42
1Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening.
2Het in het eerste lid bedoelde resultaat wordt afzonderlijk opgenomen als onderdeel van het eigen vermogen.
Artikel 43
1In de balans worden de reserves onderscheiden naar:
a.de algemene reserve;
b.de bestemmingsreserves.
2Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan provinciale staten respectievelijk de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven.
Artikel 44
1Voorzieningen worden gevormd wegens:
a.verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten;
b.op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten;
c.kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren;
d.de bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b.
2Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen, bedoeld in artikel 49, onderdeel b.
3Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume.
Artikel 45
Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan.
Artikel 49
1In de balans worden onder de overlopende passiva afzonderlijk opgenomen:
a.verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume;
b.de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren;
c.overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen.
2De voorschotten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden uitgesplitst naar de ontvangen bedragen van;
-Europese overheidslichamen;
-het Rijk, en
-overige Nederlandse overheidslichamen.
Artikel 54
1In de toelichting op de balans worden de aard en reden van elke reserve en de toevoegingen en onttrekkingen daaraan toegelicht.
2Per reserve wordt het verloop gedurende het jaar in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken:
a.het saldo aan het begin van het begrotingsjaar;
b.de toevoegingen of onttrekkingen uit hoofde van het voorgaande boekjaar;
c.de toevoegingen of onttrekkingen bij het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening;
d.de verminderingen in verband met afschrijvingen op activa waarvoor een specifieke bestemmingsreserve is gevormd;
e.het saldo aan het einde van het begrotingsjaar.
Artikel 55
1In de toelichting op de balans worden de aard en reden van de voorzieningen, bedoeld in artikel 44 en de wijzigingen daarin toegelicht.
2Per voorziening wordt het verloop gedurende het jaar in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken:
f.het saldo aan het begin van het begrotingsjaar;
g.de toevoegingen;
h.ten gunste van de rekening van baten en lasten vrijgevallen bedragen;
i.de aanwendingen;
j.saldo aan het einde van het begrotingsjaar.